Tweeminutendebat Wadden (CD 12/2) (ongecorrigeerd)
Stenogram
Nummer: 2026D16612, datum: 2026-04-08, bijgewerkt: 2026-04-09 09:53, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van activiteiten:- 2026-04-08 10:55: Tweeminutendebat Wadden (CD 12/2) (Plenair debat (tweeminutendebat)), TK
Preview document (🔗 origineel)
Wadden
Wadden
Aan de orde is het tweeminutendebat Wadden (CD d.d.
12/02).
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het tweeminutendebat Wadden.
Ik heet van harte welkom de minister van Infrastructuur en Waterstaat en
de leden die zich hebben ingeschreven voor het debat. Dat zijn er zes.
Het is gewoon één termijn. Als eerste geef ik het woord aan mevrouw
Vellinga-Beemsterboer. Zij voert het woord namens de D66-fractie. Gaat
uw gang.
Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):
Dank u wel, voorzitter. Er is heel veel te bespreken rond de Wadden, dus
ik duik er gelijk in. Dank aan de minister voor de beantwoording van de
schriftelijke vragen. Goed om te lezen dat het ministerie bereid is een
technische briefing te geven over de dijknormering. Die is net al
aangevraagd in de procedurevergadering, dus we gaan proberen die zo snel
mogelijk in te plannen. Er is namelijk heel veel onduidelijkheid over,
dus het is fijn als daar opheldering over komt. In dat kader wil ik de
minister verzoeken om geen onomkeerbare stappen te zetten tot na deze
technische briefing en het commissiedebat Water. Ook hoor ik graag voor
het commissiedebat Water per brief hoe de minister mijn motie op stuk
nr. 25 (36800-J) (#1) heeft uitgevoerd, wat de stand van zaken is omtrent de
toezegging die gedaan is in het commissiedebat Wadden over de
Waddentoets en de uitkomsten van het Bestuurlijk Overleg Wadden over een
kustfonds.
Dan een motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de motie van het lid Vellinga-Beemsterboer c.s.
(36800-J, nr. 25) oproept om te wachten met de voorgenomen herziening
van de dijknormering totdat er uitgebreider met lokale bestuurders is
afgestemd en er duidelijkheid is over de veiligheid;
overwegende dat de veiligheidssituatie op Schiermonnikoog naast de
passende bescherming door een waterkering wordt ondersteund door de
verdere uitwerking van de integrale veiligheidsstrategie;
overwegende dat de regering heeft toegezegd hieraan te willen bijdragen
en dat het proces rondom dijknormering nog tot twee jaar kan
duren;
overwegende dat de uitkomst van deze heroverweging niet vaststaat;
overwegende dat dijkversterkingsprojecten in de gebieden waar een
mogelijke normaanpassing speelt, zoals het project 1EILAUN op
Schiermonnikoog, tijdens dit proces in onzekerheid zitten en
stilstaan;
overwegende dat de aanvraag voor de financiering van meekoppelkansen
voor de zomer van 2026 plaats moet vinden;
verzoekt de regering om de betrokken projecten niet stil te laten vallen
en in gesprek te gaan met de projectpartijen over wat er nodig is om de
meekoppelkansen van het project 1EILAUN te realiseren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Vellinga-Beemsterboer,
Boelsma-Hoekstra, De Hoop, Bevers en Van der Plas.
Zij krijgt nr. 301 (29684) (#2).
Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):
Dank u wel.
De voorzitter:
Hartelijk dank. Dan gaan we nu luisteren naar de heer De Hoop. Hij
spreekt namens de fractie van GroenLinks-Partij van de Arbeid. Gaat uw
gang.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter. Allereerst dien ik dus een motie in met mevrouw
Vellinga-Beemsterboer over de hoogwaterbescherming. Ik heb zelf verder
geen moties, maar wel een aantal andere punten. Allereerst zagen wij bij
het werkbezoek aan Terschelling en Vlieland wat voor geweldig werk de
Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij doet. Ik was ook heel erg
blij met de toezegging van de minister dat hij gaat kijken tegen welke
knelpunten zij aanlopen bij de belangrijke reddingsacties die ze doen en
hoe die opgelost kunnen worden. Nogmaals dank daarvoor. Ik denk dat het
belangrijk is om met elkaar te benadrukken hoe belangrijk die
organisatie is.
Dan nog een ander belangrijk punt waar ik me wel echt zorgen over maak.
Dat is de haven van Terschelling. Er is een ontzettend tekort aan
middelen om dat voor elkaar te krijgen door de gemeente. Er is eerder
door minister Tieman toegezegd dat er in april duidelijkheid zou komen
over hoe de financiering rondkomt. Er is eigenlijk gezegd: "Gaat u maar
rustig slapen. Het komt wel goed. Wij gaan het regelen. We gaan nog even
kijken hoe, maar in april wordt dat duidelijk." Nu zitten we in april en
is die duidelijkheid er nog niet. Dat baart mij zorgen, omdat de haven
van Terschelling de levensader is voor de mensen die daar wonen, maar
ook de weg is voor heel veel toeristen. Voor de zomer moet dat echt
duidelijk worden, dus ik zou heel graag van de minister horen hoe die
financiering rondkomt. Ik wil eigenlijk een brief voor het meireces,
waarin duidelijk wordt hoe de financiering rondkomt en wie daaraan
meebetaalt, zodat de mensen op Terschelling en wij als Kamer
duidelijkheid hebben en die toezegging van minister Tieman ook wordt
nagekomen. Ik wil dus heel graag een uitgebreid antwoord van de minister
daarop om tegemoet te komen aan de zorgen op Terschelling, maar ook hier
in de Kamer.
Dank.
De voorzitter:
Dank voor uw inbreng. Dan gaan we luisteren naar mevrouw
Boelsma-Hoekstra. Zij voert het woord namens de CDA-fractie. Gaat uw
gang.
Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):
Er is net al een motie ingediend over het
Hoogwaterbeschermingsprogramma, waar wij ook onder staan, dus dank
daarvoor. Ik sluit me aan bij de woorden van de heer De Hoop over de
haven van Terschelling. Hij heeft het, denk ik, heel goed
verwoord.
Ik heb zelf geen moties, maar wel drie puntjes. In het commissiedebat
hebben we het gehad over de versterking van de Waddentoets. Die zou een
bredere eilandentoets worden en ondergebracht worden in de UDO, de
Uitvoerbaarheidstoets Decentrale Overheden. Mijn vraag aan de minister
is: zijn er al gesprekken geweest met BZK?
Het tweede punt gaat over de toezegging van de toenmalig minister van
Infrastructuur en Waterstaat over de vaargeul naar Ameland. De minister
wilde zich daar hard voor maken. Hij gaf aan dat er binnen de huidige
kaders tot en met 2035 geen versmalling of — ik weet niet of het een
goed Nederlands woord is — "verondieping" wordt voorzien. Hij heeft ook
uitgesproken dat hij zich ervoor wil inzetten dat het baggeren van de
vaargeul geen belemmeringen ondervindt, zodat de bereikbaarheid van het
eiland niet in gevaar komt. Mijn vraag aan de minister is: is deze
minister bereid om deze lijn te volgen?
Wij hebben in het schriftelijk overleg vragen kunnen stellen over de
aanbesteding van de Waddenveren en we hopen op een snelle
beantwoording.
Tot zover mijn bijdrage.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we nu luisteren naar mevrouw Van der Plas. Zij
voert het woord namens de BBB-fractie. Ga uw gang.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Voorzitter. Ik begin gelijk maar met twee moties. De eerste luidt als
volgt.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de financiële opgave rond de Willem Barentszkade op
Terschelling nog niet is opgelost en de gemeente dit niet alleen kan
dragen;
overwegende dat een afsluiting van de Willem Barentszkade grote gevolgen
heeft voor de bereikbaarheid en de leefbaarheid van het eiland
Terschelling;
verzoekt de regering om samen met de provincie Fryslân en de gemeente
Terschelling, op basis van een gedeelde verantwoordelijkheid, zo snel
mogelijk duidelijkheid te geven over de dekking van het resterende
financiële tekort, zodat de leefbaarheid op het eiland in de toekomst
niet ter discussie komt te staan,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.
Zij krijgt nr. 302 (29684) (#3).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de aanbestedingen voor de veerdiensten naar de
Waddeneilanden zich in een vergevorderd stadium bevinden;
constaterende dat de prijzen van biobrandstoffen sterk zijn gestegen
sinds de invoering van de Europese Renewable Energy Directive III (RED
III) en de huidige geopolitieke ontwikkelingen;
constaterende dat Wagenborg het gebruik van deze biobrandstoffen al
heeft gestopt vanwege de sterk gestegen kosten;
verzoekt de regering om in de aanbestedingen voor de veerdiensten naar
de Waddeneilanden het gebruik van biobrandstoffen niet verplicht te
stellen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.
Zij krijgt nr. 303 (29684) (#4).
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik heb nog één verzoek aan de minister. Bij het afhameren aan het einde
van de vorige vergadering is de toezegging van toenmalig
staatssecretaris van LVVN, de heer Rummenie, aan mij gemist. Deze
toezegging is wel opgenomen in het gespreksverslag van het
commissiedebat Wadden. Voor wie wil weten waar het over gaat: het staat
op bladzijde 36. Het verzoek is om deze toezegging alsnog formeel toe te
kennen aan de Kamer, zodat de nieuwe regering hiermee aan de slag kan
gaan. We hebben hierover ook contact gehad met de minister van LVVN en
hij kon hier ook mee instemmen.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. We gaan luisteren naar de heer Bevers. Hij spreekt namens de
VVD-fractie.
De heer Bevers (VVD):
Dank u wel, voorzitter. Dank aan de minister en zijn voorganger voor het
debat en de beantwoording van de vragen. Mevrouw Vellinga heeft al een
aantal zaken genoemd. Wij dienen met haar en een aantal andere partijen
een motie in over de dijknormering op Schiermonnikoog.
Volgens mij lopen er goede gesprekken over de Willem Barentszkade op
Terschelling. Ik sluit me wel aan bij de vraag van de heer De Hoop om
daar wat rapportage over te doen in de vorm van een brief. We hebben
overigens wel alle vertrouwen in dat proces. We zien dus geen reden om
de motie daarover van mevrouw Van der Plas te steunen.
Dank. We wachten de antwoorden van de minister verder af.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we luisteren naar de heer Goudzwaard. Hij voert het
woord namens JA21. Ga uw gang.
De heer Goudzwaard (JA21):
Dank u wel, voorzitter. Geen moties van mijn kant.
Ik sluit mij ook aan bij de woorden van de heer De Hoop. Onlangs hebben
wij als commissie IenW een werkbezoek gebracht aan Terschelling. Daarbij
werd de erbarmelijke status van die Willem Barentszkade echt duidelijk,
en daarmee ook het gevaar van het wegvallen van een hele vitale
toegangsweg. JA21 wil het constructieve overleg tussen het Rijk, de
provincie en de gemeente logischerwijs niet verstoren, maar het
gedwongen besluit tot een mogelijke afsluiting van de Willem
Barentszkade komt steeds dichterbij. Er moet zicht op financiering zijn.
In juli wordt de kade gekeurd. Ik heb begrepen dat de kade een jaar lang
geen gedoogsteun kan krijgen als er geen zicht komt op financiering. Dat
zou wat mijn fractie betreft echt een worst case scenario zijn, dat
koste wat kost voorkomen moet worden. Kan de minister kort reflecteren
op de vraag wat dat specifieke moment, die specifieke datum is? Dat zou
heel erg prettig zijn.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Hartelijk dank. Dat was de termijn van de Kamer. We gaan vijf minuten
schorsen en dan krijgen we een reactie van de minister op de ingediende
moties en de vragen. We zijn even geschorst.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is de voortzetting van het
tweeminutendebat Wadden. We zijn toe aan de termijn van de zijde van de
regering. Ik geef het woord aan de minister van Infrastructuur en
Waterstaat.
Minister Karremans:
Dank, voorzitter. Dank aan de Kamer voor de inbreng. Het Waddendossier
is een belangrijk onderwerp, net als alle onderwerpen die daarmee
gemoeid zijn. Zelf ga ik op 11 mei richting de Wadden, om daar te
spreken met bestuurders. Ik heb al een aantal bestuurders gesproken,
maar ga ook zelf op locatie kijken, onder andere op de Willem
Barentszkade. Ik kom zo op de vragen die daarover zijn gesteld en de
moties die daarover zijn ingediend. Ik begin even met de vragen,
voorzitter. Daarna kom ik bij de appreciaties van de moties.
Allereerst ga ik naar de vraag van mevrouw Vellinga-Beemsterboer over
een reactie op de motie voor het commissiedebat Water. Zoals ik heb
aangegeven in de beantwoording van de Kamervragen zullen wij verder in
gesprek gaan met de regio en voorafgaand aan het commissiedebat Water
een bestuurlijk overleg inplannen. Daar krijgt u dan dus ook reactie
op.
Er was een vraag over het niet zetten van onomkeerbare stappen ten
aanzien van hoogwaternormen totdat het commissiedebat Water heeft
plaatsgevonden. Dat kan ik inderdaad toezeggen.
Dan vroegen mevrouw Vellinga-Beemsterboer en mevrouw Boelsma-Hoekstra
naar de stand van zaken met betrekking tot het toezeggen van de
Waddentoets. Daar zijn de eerste departementale gesprekken tussen IenW
en BZK over gevoerd. We betrekken daar ook de uitkomsten van de
evaluatie van het Convenant Samenwerking Waddeneilanden bij dat in 2019
is uitgevoerd.
Mevrouw Boelsma-Hoekstra vroeg of de beantwoording van het SO over de
productiemiddelen van de aanbesteding Waddenveren spoedig naar de Kamer
komt. Het is niet gelukt om de beantwoording van de vragen over de
productiemiddelen voor het debat van vandaag naar de Kamer te sturen,
maar de beantwoording door de staatssecretaris zal op zeer korte termijn
naar de Kamer komen.
Dan ga ik naar de vraag van mevrouw Boelsma-Hoekstra over de vaargeulen.
Zij vroeg of wij bereid zijn de lijn te volgen van het CDA, namelijk dat
het belangrijk is je ervoor in te zetten dat het baggeren van de
vaargeul geen belemmering ondervindt. Zo komt de bereikbaarheid van het
eiland niet in gevaar. Wij onderschrijven dat. Tot en met 2035 zal de
vaargeul als gevolg van beleidswijzigingen niet versmald of verondiept
worden. De staatssecretaris van IenW heeft dit voor de vaargeul naar
Ameland expliciet opgenomen in het programma van eisen voor de concessie
voor de periode 2029 tot 2035. Daarnaast blijft het uitvoeren van
baggerwerkzaamheden ook gewoon mogelijk.
Dan ga ik naar het verzoek van mevrouw Van der Plas over de toezegging
over de BC-score die gedaan is door de voormalig staatssecretaris van
LVVN bij het commissiedebat Wadden. Die toezegging kunnen we inderdaad
gestand doen. Dat is dus in orde.
Dan ga ik naar de vraag over het kustfonds voor het commissiedebat
Water. We zijn nu in overleg over een mogelijk kustfonds, conform de
afspraak die we in het bestuurlijk overleg hebben gemaakt. Dit wordt nu
verder uitgewerkt, zoals onlangs afgesproken. In het BO Wadden van
december zal de verdere uitwerking daarvan volgen.
Dan ga ik naar — ik zei het net al even — de Willem Barentszkade in
Terschelling. De heer De Hoop vroeg daar aandacht voor. Hij vroeg: "Is
er al duidelijkheid over die kade en over de haven? Kunnen we voor het
meireces een brief tegemoetzien?" Gisteravond is er nog overleg geweest
tussen de betrokken partijen. De Kamer snapt ook — dat heb ik ook
gehoord — dat dit niet alleen een zaak van IenW is, maar een
gezamenlijke verantwoordelijkheid van de gemeente, de provincie, de
regio en het Rijk. Die verantwoordelijkheid is er juridisch natuurlijk
niet, maar we pakken het wel op deze manier op, omdat we zien dat hier
een oplossing voor moet komen. Mijn voorganger heeft dat ook al gezegd.
De komende weken worden de financiële opties verkend. Dat is
uiteindelijk ook het prangende punt: hoe gaan we dit financieel met
elkaar regelen? Uiterlijk in mei wil ik dat daar besluitvorming over
plaatsvindt. Ik kan toezeggen aan de heer De Hoop dat wij voor het
meireces een stand-van-zakenbrief naar de Kamer sturen. Ik zie ook een
brede wens in de Kamer om vinger aan de pols te houden bij dat proces.
We kunnen dat gestand doen door de Kamer daarover te informeren.
De heer Goudzwaard vroeg daarbij nog wanneer er finale besluitvorming
plaatsvindt en er zicht is op een oplossing. Dat moet voor de zomer. Als
we dat in mei doen, zijn we dus ruim op tijd en redden we dat voor de
zomer. We zullen de Kamer daar op dat moment over informeren. Voor het
meireces sturen we in ieder geval een update. De heer Goudzwaard vroeg
dus wanneer je daarover moet besluiten. Dit is wat ik daarover kan
zeggen.
Dat waren de vragen. Dan kom ik bij de moties, voorzitter. Er zijn drie
moties ingediend.
Ik begin bij de motie op stuk nr. 301, van mevrouw
Vellinga-Beemsterboer, mevrouw Boelsma-Hoekstra, de heer De Hoop, de
heer Bevers en mevrouw Van der Plas, die de regering verzoekt om de
betrokken projecten niet stil te laten vallen en in gesprek te gaan met
de projectpartijen over wat er nodig is om de meekoppelkansen van het
project 1EILAUN te realiseren. Die motie kan ik oordeel Kamer geven als
ik die zo kan opvatten dat het hier gaat om het realiseren van de
meekoppelkansen van het project 1EILAUN. Als dat het geval is, kan ik de
motie oordeel Kamer geven.
De voorzitter:
Mevrouw Vellinga-Beemsterboer knikt bevestigend. Daarmee krijgt de motie
op stuk nr. 301 oordeel Kamer.
Minister Karremans:
De motie op stuk nr. 302, van mevrouw Van der Plas, verzoekt de regering
om samen met de provincie Fryslân en de gemeente Terschelling op basis
van de gedeelde verantwoordelijkheid voor half mei duidelijkheid te
geven over de dekking van het resterende financiële tekort, zodat de
leefbaarheid op het eiland in de toekomst niet ter discussie komt te
staan. Ja, ik heb net ook een toezegging gedaan aan de heer De Hoop en
eigenlijk dubbelt die toezegging de motie. Om die reden kan ik 'm
"overbodig" geven, omdat ik al heb toegezegd aan de heer De Hoop dat we
dat op deze manier gaan doen.
Tot slot de motie van mevrouw Van der Plas op stuk nr. 303, over de
biobrandstoffen. In essentie komt het erop neer dat biobrandstoffen niet
verplicht moeten worden bij de concessies voor de Waddenveren. Die motie
kan ik oordeel Kamer geven.
De voorzitter:
Hartelijk dank. Dat was het tweeminutendebat Wadden.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
We gaan aanstaande dinsdag 14 april stemmen over de ingediende moties.
Ik schors een ogenblik en zo dadelijk gaan we door met het
tweeminutendebat Maritiem. We gaan ook even van voorzitter wisselen.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.