[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Uitvoering van de motie van de leden Stoffer en Claassen m.b.t. nationale basisnormen voor preventie, handhaving en crisisinterventie bij onveilige situaties op universiteiten

Brief regering

Nummer: 2026D16771, datum: 2026-04-09, bijgewerkt: 2026-04-09 14:30, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van zaak 2026Z07524:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Postbus 20018

2500 EA DEN HAAG

Datum 9 april 2026
Betreft Kamerbrief over de uitvoering van de motie van de leden Stoffer (SGP) en Claassen (Groep Markuszower) m.b.t. nationale basisnormen voor preventie, handhaving en crisisinterventie bij onveilige situaties op universiteiten

Hoger Onderwijs en Studiefinanciering

Rijnstraat 50

Den Haag

Postbus 16375

2500 BJ Den Haag

www.rijksoverheid.nl

Contactpersoon

Onze referentie

63156357

Op 12 februari 2026 heeft uw Kamer een motie aangenomen die mijn ambtsvoorganger heeft ontraden tijdens de begrotingsbehandeling van OCW. Zoals gebruikelijk laat ik middels deze brief weten op welke wijze ik voornemens ben deze motie uit te voeren.

De motie, ingediend door de leden Stoffer (SGP) en Claassen (Groep Markuszower), verzoekt de regering om ‘duidelijke nationale basisnormen vast te stellen voor preventie, handhaving en crisisinterventie bij onveilige situaties op universiteiten, inclusief heldere verantwoordelijkheden voor instellingsbesturen en effectieve samenwerking met lokale autoriteiten, en de Kamer te informeren over implementatie en effectiviteit’.1

Mijn ambtsvoorganger had deze motie destijds ontraden omdat er al door verschillende partijen, waaronder de instellingen en het ministerie van OCW, wordt ingezet op heldere processen en verantwoordelijkheden en betere samenwerking en er reeds gedegen structuren bestaan om de doelen te bereiken die de motie beschrijft.

We hebben in Nederland namelijk een gedegen crisisstructuur beschikbaar met duidelijke normen voor opschaling, van lokaal, regionaal naar nationaal niveau en waarbij tevens verantwoordelijkheden helder belegd zijn. In deze brief zal ik allereerst ingaan op het instellingsniveau, waarna ik inga op respectievelijk het lokaal, regionaal en nationaal niveau. Ook geef ik aan waar ik voor de uitvoering van deze motie een stap extra zet.

Instellingsniveau
Instellingen zijn verantwoordelijk voor een veilige leer- en werkomgeving. Instellingsbestuurders zetten zich hier dagelijks voor in. Gezamenlijk hebben de instellingen de ‘Richtlijn protesten’ opgesteld. Deze richtlijn kan worden beschouwd als een set van basisnormen; hierin wordt namelijk beschreven welke uitgangspunten er worden gehanteerd bij protesten.2 Centrale afstemming tussen instellingen over diverse veiligheidsdomeinen heeft tot verschillende handreikingen geleid waarmee de eenduidigheid in de aanpak wordt versterkt.3 Mijn ambtsvoorganger heeft uw Kamer hierover geïnformeerd (bijlage bij de Kamerbrief van d.d. 3 juli 2025).4 Ook voeren instellingen regelmatig risicoanalyses uit om in te schatten welke veiligheidsmaatregelen nodig zijn bij specifieke situaties. Waar nodig worden maatregelen getroffen. Instellingen staan hierbij in nauw contact met de lokale driehoek. Bij (vermoedens van) strafbare feiten doen instellingen aangifte, waarbij het OM gaat over vervolging.

Lokaal, regionaal en nationaal niveau

De veiligheidsregio’s hanteren een landelijk uniforme GRIP-opschalingssystematiek5 voor de verschillende niveaus van opschaling. Hierbij dient de Wet veiligheidsregio’s als wettelijk kader. Lokale of regionale crisissituaties, incidenten of gebeurtenissen worden normaal gesproken opgevangen door de op dat niveau opererende overheden of organisaties. Afhankelijk van aard en omvang kunnen hierbij meerdere organisaties worden ingezet (horizontale en/of verticale opschaling). Een goed voorbeeld in het kader van protesten op de instellingen is het (opschalen naar) GRIP-1 niveau. Dit is wanneer er bij de bestrijding van incidenten verschillende hulpverleningsdiensten betrokken zijn (bijv. ambulance, politie en/of de brandweer).

Extra stap: verbeteren samenwerking in de vierhoek

Dat de juiste structuren voor crisisbeheersing zijn ingericht, wil nog niet zeggen dat de samenwerking binnen deze structuren geen aandacht behoeft. Zo wijst het rapport van de Taskforce Antisemitismebestrijding6 ons op het belang van het bouwen en onderhouden van een sterke vierhoek (lokale driehoek + hoger onderwijsinstelling). Als minister vind ik het belangrijk om instellingen te faciliteren in het nemen van hun verantwoordelijkheden. Om invulling te geven aan deze motie ga ik daarom in gesprek met de betrokken partijen om te bezien op welke wijze de samenwerking in de vierhoek verbeterd kan worden. Bijvoorbeeld als het gaat om het bevorderen van uniformiteit in de aanpak van alle afzonderlijke vierhoeken. De ministeries van JenV en BZK zullen vanwege hun verantwoordelijkheid in deze vierhoek worden betrokken. Ik zal uw Kamer informeren over de uitkomsten.

De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Rianne Letschert


  1. 2026Z03206&did=2026D07122">Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2026 | Tweede Kamer der Staten-Generaal↩︎

  2. Richtlijn protesten UNL & VH_2.pdf↩︎

  3. Dit in het kader van de uitvoering van de motie van de leden Eerdmans en Martens-America m.b.t. een eenduidig veiligheidsprotocol, betreft Kamerstuk 29240 nr. 160↩︎

  4. Kamerbrief over veiligheid op universiteiten en hogescholen | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl en Afschrift brief Veiligheid Nederlandse universiteiten en hogescholen | Brief | Rijksoverheid.nl↩︎

  5. ‘GRIP’ staat voor: Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijdingsprocedure. De GRIP-systematiek bestaat uit verschillende opschalingsniveaus: lokaal (1 t/m 3), regionaal (4) en interregionaal (5).↩︎

  6. Gevangen in vrijheden | Rapport | Rijksoverheid.nl (pg. 38).↩︎