Appreciatie amendementen wetsvoorstel Wet weerbaarheid kritieke entiteiten (Kamerstuk 36765)
Brief regering
Nummer: 2026D16930, datum: 2026-04-09, bijgewerkt: 2026-04-09 17:16, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid
Onderdeel van zaak 2026Z07578:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
- 2026-05-20 14:30: Procedurevergadering Justitie en Veiligheid (Procedurevergadering), vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
Preview document (🔗 origineel)
Op 23 maart 2026 vond in uw Kamer een wetgevingsoverleg plaats waar het wetsvoorstel voor de Cyberbeveiligingswet (36764) en het wetsvoorstel voor de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten (36765) gezamenlijk zijn behandeld.
Het lid Kathmann (GroenLinks-PvdA) heeft voor het wetgevingsoverleg een amendement op het wetsvoorstel voor de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten ingediend met het nummer 10, waarin wordt geregeld dat de bevoegdheid, thans opgenomen in artikel 13 van het concept van het Besluit weerbaarheid kritieke entiteiten, wordt overgeheveld naar de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten. Haar amendement voorziet ook in een inspanningsverplichting voor de betrokken vakminister om de bedrijfscontinuïteit van de betrokken entiteit te waarborgen. Tijdens het wetgevingsoverleg heb ik aangegeven dat amendement met inspanningsverplichting te ontraden, maar een amendement zonder inspanningsverplichting aan het oordeel van uw Kamer te kunnen laten. Daarop heeft het lid op 30 maart 2026 een nieuw amendement ingediend over de hiervoor bedoelde bevoegdheid, maar dan zonder de inspanningsverplichting. Dat amendement heeft het nummer 13.
Op 31 maart 2026 heeft het lid Van den Berg (JA21) amendementen ingediend op het wetsvoorstel voor de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten. Zijn amendementen hebben de nummers 14, 15, 16 en 17.
Op 7 april 2026 heeft het lid Faber (PVV) een amendement ingediend ter vervanging van het amendement met het nummer 9 vanwege een wijziging in de toelichting.
Middels deze brief informeer ik uw Kamer over de appreciatie op de hiervoor bedoelde amendementen op het wetsvoorstel voor de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten.
Amendement met nr. 10 – ontraden
Zoals ik tijdens het wetgevingsoverleg heb aangegeven, ontraad ik dit amendement. Het voorgestelde artikel 15a, vierde lid, van de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten voorziet in een inspanningsverplichting voor de vakminister om de bedrijfscontinuïteit van de betrokken entiteit te waarborgen. Daardoor verschuift de verantwoordelijkheid voor de vervanging van producten en diensten van de entiteit naar de vakminister. Dit kan ook mogelijk leiden tot calculerend gedrag van de betrokken entiteit.
Amendement met nr. 13 – oordeel Kamer
Ik heb er geen bezwaar tegen dat de bevoegdheid, thans opgenomen in artikel 13 van het concept van het Besluit weerbaarheid kritieke entiteiten, wordt overgeheveld naar de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten. Ik laat het oordeel op dit amendement dan ook aan uw Kamer.
Amendement met nr. 14 – ontraden
Ik ontraad dit amendement om de volgende redenen. Artikel 7 van de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten voorziet in de mogelijkheid om aanvullende sectoren, subsectoren en categorieën van entiteiten aan te wijzen. Vervolgens kunnen daarbinnen kritieke entiteiten worden aangewezen. De zorgplicht en de meldplicht uit de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten gelden vanaf 10 maanden na de aanwijzing van een entiteit als kritieke entiteit. De aanwijzing van een sector, subsector of categorie van entiteiten bij algemene maatregel van bestuur in plaats van bij ministeriële regeling, waarna daarbinnen kritieke entiteiten kunnen worden aangewezen, waarop vervolgens na 10 maanden de zorgplicht en de meldplicht gelden, beperkt de flexibiliteit om snel in te kunnen spelen op nieuwe ontwikkelingen en dreigingen.
Amendement met nr. 15 – ontraden
Ik ontraad dit amendement om de volgende redenen. Dit amendement voorziet in twee dwingende grondslagen om regels te stellen over het door twee of meer kritieke entiteiten gezamenlijk uitvoeren van de risicobeoordeling en het gezamenlijk beschrijven van maatregelen in het kader van de zorgplicht. Dit amendement leidt tot het risico dat kritieke entiteiten worden beperkt in hun vrijheid en flexibiliteit om naar eigen inzicht een risicobeoordeling gezamenlijk uit te voeren en om de maatregelen in het kader van de zorgplicht gezamenlijk te beschrijven. De voorgestelde bepalingen kunnen dus bedrijven en organisaties juist in de weg zitten en zorgen voor extra regeldruk.
De Wet weerbaarheid kritieke entiteiten sluit het door meerdere kritieke entiteiten gezamenlijk opstellen van een risicobeoordeling en een beschrijving van de maatregelen in het kader van de zorgplicht niet uit. Ik onderschrijf het belang van deze mogelijkheid en zal dan ook, samen met de betrokken vakministers, deze mogelijkheid in de communicatie over de wet expliciet onder de aandacht brengen. Hierbij geldt wel, zoals het lid ook heeft aangegeven in de toelichting van zijn amendement, dat elke kritieke entiteit afzonderlijk moet voldoen aan de verplichtingen van de wet.
Amendement met nr. 16 – ontraden
Ik begrijp de wens om de Tweede Kamer en de Eerste Kamer te informeren over de uitvoering van de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten, maar moet dit amendement ontraden om de volgende redenen.
Artikel 34 van de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten beoogt de vertrouwelijkheid van vertrouwelijke gegevens te waarborgen. Deze gegevens mogen uitsluitend onder strikte voorwaarden worden gedeeld.
Voor een vertrouwelijke geaggregeerde kennisgeving aan de Eerste Kamer en de Tweede Kamer is een gedetailleerde registratie van vertrouwelijke gegevens noodzakelijk. Elke (extra) handeling met deze vertrouwelijke gegevens – zoals registratie of verstrekking – brengt echter risico’s met zich mee voor de bescherming die artikel 34 van de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten juist beoogt. Een actieve kennisgevingsverplichting – ook in geaggregeerde vorm – met betrekking tot vertrouwelijke gegevens verhoogt deze risico’s, omdat daarmee ten aanzien van de vertrouwelijke gegevens een groot aantal aanvullende verwerkingen nodig zijn. Bovendien kan het hiervoor nodig zijn dat ze de beveiligde omgeving van de bevoegde autoriteiten, het centrale contactpunt en de minister van Justitie en Veiligheid moeten verlaten.
Daarnaast leidt de registratie van de toepassing van artikel 34 van de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten tot hoge uitvoeringslasten en -kosten voor de bevoegde autoriteiten, het centrale contactpunt en de Minister van Justitie en Veiligheid. De huidige systemen voor informatieverstrekking zijn niet ingericht op een dergelijke administratieve verplichting, wat extra ontwerp- en uitvoeringshandelingen met zich meebrengt. Daarnaast kunnen deze administratieve verplichtingen, zeker in het geval van incidenten waar snelle informatie-uitwisseling noodzakelijk is, voor ongewenste vertraging zorgen in de uitvoering van de taken van de bevoegde autoriteit, het centrale contactpunt en de minister van Justitie en Veiligheid.
Bovendien geldt dat bij de verstrekking van vertrouwelijke gegevens het verband met incidenten, dreigingen of maatregelen, die de nationale veiligheid en openbare veiligheid in ernstige mate raken, niet altijd bekend is. Dat hangt namelijk af van de context van de gegevens. Het voor alle gegevens uitlopen van deze informatie brengt een disproportionele uitvoeringslast met zich mee.
Daarnaast leiden de voorgestelde bepalingen tot een grote belasting en regeldruk om uitvoering te geven aan de verplichtingen, inhoudende het driemaal per jaar informeren van de Tweede Kamer en de Eerste Kamer.
Amendement met nr. 17 – oordeel Kamer
Ik laat het oordeel op dit amendement aan uw Kamer.
Amendement met nr. 18 – ontraden
Het amendement met het nummer 18 vervangt het amendement met het nummer 9 en wijzigt de toelichting bij het amendement. Tijdens het wetgevingsoverleg heb ik het amendement met het nummer 9 ontraden en ik ontraad ook het vervangend amendement met het nummer 18.
De Minister van Justitie en Veiligheid,
D.M. van Weel