Antwoord op vragen van het lid Vermeer over de juridische status, werking en het gebruik van de webmodule beoordeling arbeidsrelatie
Antwoord schriftelijke vragen
Nummer: 2026D16944, datum: 2026-04-09, bijgewerkt: 2026-04-09 17:42, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: A.A. Aartsen, minister van Werk en Participatie (Ooit VVD kamerlid)
Onderdeel van zaak 2026Z02056:
- Gericht aan: A.A. Aartsen, minister van Werk en Participatie
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (š origineel)
Hierbij zend ik u de antwoorden op de Kamervragen van het lid Vermeer (BBB) over āde juridische status, werking en het gebruik van de webmodule beoordeling arbeidsrelaties voor zzpāersā.
De Minister van Werk en Participatie,
A.A. Aartsen
Vraag 1
Herinnert u zich dat u tijdens het commissiedebat Zzp van 18 december 2025 heeft gesteld dat de webmodule āin lijn is gebracht met wet- en regelgeving en ook met geldende jurisprudentieā en dat daarin rekening wordt gehouden met alle gezichtspunten uit het Deliveroo-arrest, inclusief extern ondernemerschap?
Antwoord 1
Ja, dit heeft mijn ambtsvoorganger gezegd in het commissiedebat van 18 december 2025.
Vraag 2
Op welke concrete jurisprudentie baseert u de stelling dat de webmodule in lijn is met geldende jurisprudentie?
Antwoord 2
De webmodule is gebaseerd op een grote hoeveelheid uitspraken. In het antwoord op vraag 3 wordt aangegeven hoe de webmodule zich verhoudt tot recente jurisprudentie zoals de uitspraak van de Hoge Raad inzake Deliveroo en de prejudiciƫle beslissing inzake Uber.1 Deze uitspraken zijn gedaan na de ontwikkeling van de webmodule.
Vraag 3
Op welke wijze past de webmodule de door de Hoge Raad voorgeschreven holistische weging van alle relevante gezichtspunten bij de kwalificatie van arbeidsrelaties toe?
Antwoord 3
De webmodule vraagt de elementen uit die belangrijk zijn om een arbeidsrelatie te kwalificeren. Daaronder vallen de gezichtspunten uit het Deliveroo arrest. De Hoge Raad heeft daarbij aangegeven dat deze gezichtspunten holistisch moeten worden gewogen en heeft op voorhand geen rangorde aangebracht.
Hieronder wordt voor de standaard vragenlijst uit de webmodule aangegeven welke vragen betrekking hebben op de elementen uit het Deliveroo-arrest:
De aard en duur van de werkzaamheden (vragen 1.5, 2.7, 2.8, 2.9, 2.10, 2.13, 2.17 en 2.25 in de webmodule);
De wijze waarop de werkzaamheden en de werktijden worden bepaald (vragen 2.15, 2.22, 2.24 en 2.28 in de webmodule);
De inbedding van het werk en degene die de werkzaamheden verricht in de organisatie en de bedrijfsvoering van degene voor wie de werkzaamheden worden verricht (vragen 2.14, 2.16, 2.18, 2.19, 2.20, 2.23, 2.27, 2.31 in de webmodule);
Het al dan niet bestaan van een verplichting het werk persoonlijk uit te voeren (vragen 2.11 en 2.12 in de webmodule);
De wijze waarop de contractuele regeling van de verhouding van partijen tot stand is gekomen (vraag 2.1 in de webmodule);
De wijze waarop de beloning wordt bepaald en waarop deze wordt uitgekeerd (vragen 2.2, 2.3 en 2.4 in de webmodule);
De hoogte van deze beloningen (vraag 2.21 in de webmodule);
De vraag of degene die de werkzaamheden verricht daarbij commercieel risico loopt (vragen 2,26, 2.29, 2.30, 2.35 en 2.36 in de webmodule);
Of degene die de werkzaamheden verricht zich in het economisch verkeer als ondernemer gedraagt of kan gedragen (vragen 2.5, 2.6, 2.32, 2.33, 2.34 in de webmodule).
Uit bovenstaand overzicht blijkt dat de webmodule alle elementen uit het Deliveroo-arrest uitvraagt. Echter, doordat de vragen worden gesteld aan de opdrachtgever, worden beperkt vragen gesteld over het ondernemerschap van de werkende buiten de specifieke arbeidsrelatie om. De opdrachtgever heeft daar immers (mogelijk) beperkt zicht op.
Ook zal op de startpagina extra aandacht worden besteed aan de gezichtspunten uit het Deliveroo-arrest en meer specifiek het extern ondernemerschap. Hiermee wordt benadrukt dat de webmodule het extern ondernemerschap slechts beperkt uitvraagt, omdat dit voor de opdrachtgever lastig te beantwoorden is. Maar dat het extern ondernemerschap van de werkende wel ƩƩn van de gezichtspunten is die bij de beoordeling van de arbeidsrelatie een volwaardige rol speelt. Het is aan de opdrachtgever en werkende om hier een standpunt over in te nemen en dit (in combinatie met de uitkomst van de webmodule) te betrekken bij de beoordeling van de arbeidsrelatie.
Vraag 4
Klopt het dat de webmodule geen expliciete vragen bevat over elementen van extern ondernemerschap, zoals het werken voor meerdere opdrachtgevers, acquisitie en het dragen van ondernemersrisico?
Antwoord 4
Zoals uit het antwoord op vraag 3 blijkt, bevat de webmodule een aantal vragen die zien op ondernemerschapskenmerken, maar zien deze vooral op de specifieke arbeidsrelatie waarvoor de webmodule wordt ingevuld. Deze geven echter al wel enig zicht op aspecten die zien op ondernemerschap in bredere zin. Mag er voor meerdere opdrachtgevers worden gewerkt, wordt er financieel risico gelopen zowel voor schade als voor het niet opleveren van het afgesproken resultaat. Omdat de vragen worden gesteld aan de opdrachtgever die de opdrachtnemer inhuurt, zien deze vragen niet op arbeidsrelaties met andere opdrachtgevers.
Vraag 5
Kunt u de puntentoekenning en wegingssystematiek van de webmodule volledig inzichtelijk maken, inclusief de juridische en beleidsmatige onderbouwing van de aan die systematiek ten grondslag liggende keuzes?
Antwoord 5
De webmodule stelt een grote diversiteit aan vragen. In de voortgangsbrieven āwerken als zelfstandigeā van 22 november 2019, 15 juni 2020 en 20 september 20212 is uw Kamer geĆÆnformeerd over de totstandkoming van de webmodule, de testfase, de foutenmarge en de uitkomsten van de pilot. Bij deze Kamerbrieven is ook de puntentoekenning en de weging openbaar gemaakt.
Met de webmodule wordt de holistische weging zo goed mogelijk benaderd.
Er wordt echter ook onderkend dat de praktijk dusdanig divers is dat een standaard instrument zoals de webmodule nooit met alle feiten en omstandigheden van het individuele geval rekening kan houden. Ook kan het in een individueel geval voorkomen dat een of meer indicaties in de holistische toets zwaarder of minder zwaar wegen dan in de wegingssystematiek van de webmodule. Aan de webmodule kan daarom geen zekerheid worden ontleend. De webmodule geeft een indicatie of bepaalde werkzaamheden zich ervoor lenen door een zelfstandige te worden gedaan, of dat er gezien de feiten en omstandigheden sprake lijkt van een dienstbetrekking.
Vraag 6
Kunt u bevestigen dat de webmodule binnen de Rijksoverheid en andere overheidsorganisaties wordt gebruikt bij de inhuur van zzpāers?
Antwoord 6
De Rijksoverheid spant zich in om schijnzelfstandigheid terug te brengen naar nul. In een circulaire heeft de minister van BZK de verschillende departementen opgeroepen om schijnzelfstandigheid tegen te gaan, zodat wordt voldaan aan wet- en regelgeving. De verschillende ministeries zijn in de basis zelf verantwoordelijk voor een zorgvuldige beoordeling van een arbeidsrelatie op basis van een weging van alle feiten en omstandigheden van het geval. In de circulaire staat dat zij hierbij gebruik kunnen maken van het huidige handhavingskader van de Belastingdienst, de webmodule of de binnen het Rijk opgestelde Leidraad aanpak schijnzelfstandigheid. De webmodule is dus een van de mogelijke hulpmiddelen bij deze beoordeling. De Rijksbrede leidraad aanpak schijnzelfstandigheid wordt momenteel herzien op basis van de meest recente jurisprudentie. Daarbij worden de uitspraken Deliveroo en Uber als uitgangspunt gehanteerd en krijgt (extern) ondernemerschap een volwaardige rol in de beoordeling.
Vraag 7
Hoe verhoudt het gebruik van de webmodule bij de inhuur van zzpāers door overheidsorganisaties zich tot uw uitspraak in het commissiedebat van 18 december 2025 dat de webmodule een indicatief hulpmiddel is en geen juridisch bindend karakter heeft?
Antwoord 7
Elke organisatie, waaronder overheidsorganisaties, die voor een bepaalde opdracht iemand wil inhuren, zal zich daarbij vooraf moeten afvragen of de specifieke werkzaamheden en de wijze waarop deze uitgevoerd moeten worden zich ervoor lenen om door een zelfstandige te worden uitgevoerd of dat sprake is van een arbeidsovereenkomst. Als overduidelijk is dat er āin dienst vanā de werkgevende zal worden gewerkt, dan kan voor die specifieke klus geen zelfstandige worden ingehuurd. De webmodule kan bij deze beoordeling vooraf een hulpmiddel zijn. De uitkomst van de webmodule kan ook een aanleiding zijn om de opdracht en de wijze waarop deze uitgevoerd moet worden dusdanig aan te passen dat alsnog een zelfstandige kan worden ingehuurd.
Vraag 8
Kunt u bevestigen dat de Belastingdienst de webmodule gebruikt ter ondersteuning van standpunten in (voor)overleg of handhavingscontexten?
Antwoord 8
Voor de beoordeling van een arbeidsrelatie weegt de Belastingdienst alle feiten en omstandigheden van het geval mee. Dit blijkt ook uit de Handleiding bedrijfsbezoeken en boekenonderzoeken die de medewerkers van de Belastingdienst ondersteuning biedt bij de uitvoering van bedrijfsbezoeken en boekenonderzoeken bij opdrachtgevers waar het beoordelen van de kwalificatie van arbeidsrelaties speelt3. De huidige webmodule is een hulpmiddel bij de beoordeling van arbeidsrelaties. De uitkomst van de webmodule heeft geen juridische status.
Vraag 9
Hoe verhoudt het gebruik van de webmodule door de Belastingdienst zich tot het uitgangspunt dat aan de webmodule geen rechten kunnen worden ontleend en dat deze geen juridisch bindend instrument is?
Antwoord 9
Zie het antwoord op vraag 8.
Vraag 10
Bent u bekend met eventuele interne juridische adviezen, signalen of aandachtspunten binnen uw ministerie, de Belastingdienst of andere betrokken uitvoeringsorganisaties waarin wordt gewezen op mogelijke spanning tussen de webmodule en recente jurisprudentie over de kwalificatie van arbeidsrelaties?
Antwoord 10
De webmodule is ontwikkeld in samenwerking tussen mijn ministerie, de Belastingdienst en UWV. Zoals toegelicht in het antwoord op vragen 3, 4 en 5 is daarbij de holistische weging zo goed als mogelijk benaderd. Ook is in afstemming tussen mijn ministerie en de uitvoeringsorganisaties een melding toegevoegd aan de uitkomst āgeen oordeel mogelijkā om daarmee ook de recente uitspraken in Deliveroo en Uber een plek te geven in de webmodule. Daarbij realiseren we ons dat we geen verdere specifieke uitvraag doen over extern ondernemerschap van de werkende. Om specifiek aandacht te schenken aan de rol van (extern) ondernemerschap, zal op de startpagina extra aandacht worden besteed aan de gezichtspunten uit het Deliveroo-arrest met daarbij specifiek aandacht voor het negende gezichtspunt (extern ondernemerschap).
Er zijn mij geen verdere signalen bekend over spanning tussen de webmodule en recente jurisprudentie.
Vraag 11
Op welke wijze zijn dergelijke signalen, indien aanwezig, betrokken bij de ontwikkeling en het gebruik van de webmodule?
Antwoord 11
Zie het antwoord op vraag 10.
Hoge Raad, 24 maart 2023, ECLI:NL:HR:2023:443; Hoge Raad, 21 februari 2025, ECLI:NL:HR:2025:319.ā©ļø
Kamerstukken II, 31311, nrs. 219, 236 & 240.ā©ļø
Arbeidsrelaties - Handleiding bedrijfsbezoeken en boekenonderzoeken 2026 - versie 6.0 | Publicatie | Rijksoverheid.nlā©ļø