Tweeminutendebat Klimaatbeleid gebouwde omgeving (CD 25/3) (ongecorrigeerd)
Stenogram
Nummer: 2026D17002, datum: 2026-04-09, bijgewerkt: 2026-04-10 09:24, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van activiteiten:- 2026-04-09 10:15: Tweeminutendebat Klimaatbeleid gebouwde omgeving (CD 25/3) (Plenair debat (tweeminutendebat)), TK
Preview document (🔗 origineel)
Tweeminutendebat Klimaatbeleid gebouwde omgeving
Tweeminutendebat Klimaatbeleid gebouwde omgeving
Aan de orde is het tweeminutendebat Klimaatbeleid gebouwde
omgeving (CD d.d. 25/03).
De voorzitter:
Aan de orde is het tweeminutendebat Klimaatbeleid gebouwde omgeving. Het
commissiedebat heeft plaatsgevonden op 25 maart 2026. Ik heet van harte
welkom in vak K de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke
Ordening. Als eerste geef ik het woord aan de heer Mooiman. Hij is de
eerste spreker van de Kamer in de eerste termijn. Hij spreekt namens de
fractie van de PVV.
De heer Mooiman (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb twee minuten, dus ik ga snel aan de slag.
Ik heb vijf moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat in het coalitieakkoord per 2029 een normering is
opgenomen voor hybride warmtepompen;
overwegende dat veel huishoudens de kosten van een hybride warmtepomp en
de extra investeringen die daarmee gepaard gaan, niet kunnen dragen en
dat dit ook niet in alle gevallen een efficiënte oplossing is;
overwegende dat corporatiekoepel Aedes aangeeft dat een
warmtepompnormering voor bestaande bouw nu nog te duur is en vanwege
grote kans op desinvesteringen juist een vertragende werking heeft op
verduurzamingsplannen;
verzoekt de regering om ervoor te zorgen dat de uitrol van hybride
warmtepompen voor bestaande bouw, zoals opgenomen in het
coalitieakkoord, niet resulteert in een verplichting,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Mooiman, Clemminck en
Russcher.
Zij krijgt nr. 1428 (32847) (#1).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de scherpe terugval in spouwmuurisolatie in 2024 zich
nog verder heeft doorgezet in 2025, mede door versnippering van
overheidsbeleid, bijvoorbeeld rond natuurbescherming;
overwegende dat de isolatiesector een essentiële bijdrage levert aan het
energiezuiniger maken van woningen en voor de nodige werkgelegenheid
zorgt;
verzoekt de regering om vaart te maken met een landelijke oplossing voor
de haperende spouwmuurisolatie, teneinde de isolatie van woningen
doorgang te laten vinden en daarmee de energierekening omlaag te
brengen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Mooiman.
Zij krijgt nr. 1429 (32847) (#2).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat door netcongestie de volkshuisvestelijke opgave in het
geding komt;
overwegende dat netbeheerders en provincies aangeven tevens in te willen
zetten op noodzakelijk regelbaar vermogen middels gasgestookte opwek en
generatoren;
verzoekt de regering er zorg voor te dragen dat ruimtelijke
belemmeringen bij noodzakelijke gasgestookte opwek en generatoren worden
weggenomen, teneinde netcongestie tegen te gaan en de aansluiting en
bouw van woningen te borgen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Mooiman.
Zij krijgt nr. 1430 (32847) (#3).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat door netcongestie in hele regio's het scenario dreigt
dat nieuwe woningen niet op het stroomnet kunnen worden aangesloten,
waardoor de woningbouw ernstig wordt belemmerd;
overwegende dat het gelet op de enorme woningtekorten onwenselijk is dat
realisatie van nieuwbouw niet doorgaat vanwege netcongestie;
verzoekt de regering te onderzoeken waar mogelijkheden liggen om op z'n
minst tijdelijk af te wijken van het zogenoemde gasverbod en een vorm
van aansluitplicht voor aardgas opnieuw in te voeren, om zo de bouw van
nieuwe woningen veilig te stellen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Mooiman.
Zij krijgt nr. 1431 (32847) (#4).
De heer Mooiman (PVV):
Tot slot.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er een mismatch is tussen de voor woningbouw gebruikte
hoeveelheid materialen en vrijkomende materialen uit sloop, herstel en
verbouw en alternatieve methoden;
overwegende dat we te maken hebben met een groot tekort aan woningen en
dat het niet zo zou moeten zijn dat in de toekomst harde doelstellingen
omtrent circulariteit de bouw van nieuwe woningen in de weg
zitten;
verzoekt de regering om er zorg voor te dragen dat de doelstellingen
omtrent circulariteit de betaalbaarheid en realisatiekracht voor nieuwe
woningen niet belemmeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Mooiman.
Zij krijgt nr. 1432 (32847) (#5).
Dank u wel. Denk om uw tijd de volgende keer, meneer Mooiman. Het woord is aan de heer Grinwis, voor zijn inbreng namens de ChristenUnie.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Voorzitter, dank en goedemorgen. Ik heb twee moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat met de komst van het Nationaal Isolatieprogramma (NIP)
in 2022, in het coalitieakkoord "Nationaal Isolatie Offensief" genoemd,
er, naast een individuele, een collectieve aanpak van isolatie van
woningen is gekomen, waarmee primair huishoudens met lagere inkomens en
slecht geïsoleerde woningen ontzorgend geholpen zouden gaan worden bij
het goed isoleren van hun huis;
overwegende dat het, ondanks veel enthousiasme over het NIP en
inspirerende resultaten in gemeenten, weerbarstig is gebleken deze
aanpak grootschalig van de grond te krijgen, bijvoorbeeld omdat een
cohort- of straataanpak minder opleverde dan aanvankelijk gedacht en
door de beperkte kwaliteit van beschikbare energielabels;
verzoekt de regering de ingezette ontzorgende collectieve aanpak van
woningisolatie verder te versterken en te intensiveren, onder andere
door inzet op standaardisatie en opschaling, het sluiten van convenanten
met grote private verhuurders en inzet op vve's, en de Kamer over de
uitkomsten te informeren in de volgende voortgangsbrief over het
Nationaal Isolatieprogramma,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Grinwis en Steen.
Zij krijgt nr. 1433 (32847) (#6).
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Voorzitter. Mijn tweede motie is wat technischer.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Nederland op grond van de Europese Energy Performance
of Buildings Directive (EPBD IV) verplicht is om een nationale
bepalingsmethode te ontwikkelen voor de CO2-impact van
gebouwen over de gehele levenscyclus (WLC-GWP);
constaterende dat deze methodiek momenteel wordt uitgewerkt en voor 1
januari 2027 inclusief tijdpad moet worden ingediend bij de Europese
Commissie;
overwegende dat binnen de Europese kaders ook nationale keuzes aan de
orde zijn, onder andere ten aanzien van module D, biogene koolstofopslag
en de relatie tot bestaande instrumenten zoals de MPG en BENG;
verzoekt de regering om bij de verdere uitwerking van de WLC-GWP de
relevante beleidskeuzes en varianten expliciet in kaart te brengen en te
onderbouwen, inclusief de effecten op broeikasgasimpact en
uitvoerbaarheid, en de Kamer hierover te informeren voorafgaand aan de
indiening bij de Europese Commissie,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Grinwis.
Zij krijgt nr. 1434 (32847) (#7).
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Het is exemplarisch voor dit onderwerp dat deze motie vol met
afkortingen zit.
De voorzitter:
Maar het was wel binnen de spreektijd. Dank u wel, meneer Grinwis. Het
woord is aan de heer Van Leijen namens D66. Gaat uw gang.
De heer Van Leijen (D66):
Dank, voorzitter. Ik heb één motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat warmtenetten een oplossing bieden voor de
energietransitie van de gebouwde omgeving;
overwegende dat de kostenstructuur van warmtenetten onder de Wet
collectieve warmte is toegespitst op de kosten voor een
eindgebruiker;
overwegende dat de kosten voor de aanleg van infrastructuur voor het
elektriciteitsnet collectief worden gefinancierd;
overwegende dat de aanleg van warmtenetten aantrekkelijker wordt bij
eenzelfde model van collectieve financiering;
verzoekt de regering bij de reactie op het ibo Verduurzaming gebouwde
omgeving in te gaan op de voor- en nadelen van collectieve financiering
van de aanleg van warmtenetten,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Leijen en Grinwis.
Zij krijgt nr. 1435 (32847) (#8).
De heer Van Leijen (D66):
Dank u.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Van Oosterhout namens
GroenLinks-Partij van de Arbeid.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter. In deze fossiele crisis is het extreem
belangrijk dat we nu stappen gaan zetten op het gebied van verduurzaming
van de gebouwde omgeving. Daarom de volgende twee moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat een isolatieoffensief in het coalitieakkoord als
mogelijke maatregel wordt genoemd;
constaterende dat de oorlog in het Midden-Oosten opnieuw wijst op de
grote kwetsbaarheid van onze fossiele afhankelijkheid;
overwegende dat deze kwetsbaarheid het grootst is bij mensen met een
slecht geïsoleerde woning en een laag inkomen;
overwegende dat TNO heeft berekend dat isoleren over de band genomen het
meest rendeert bij woningen met energiearmoede;
verzoekt de regering een grootschalig isolatieoffensief te starten, met
voorrang voor de wijken met de meeste energiearmoede;
verzoekt de regering daarbij huishoudens in energiearmoede ruimhartig te
ondersteunen in de verduurzaming van hun woning,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Oosterhout en Kröger.
Zij krijgt nr. 1436 (32847) (#9).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het coalitieakkoord stelt vol in te willen zetten op
warmtenetten, maar de financiële dekking in het coalitieakkoord
ontbreekt;
overwegende dat het zonder meerjarige zekerheid met betrekking tot de
financiering van warmtenetten voor zowel investeerders als huishoudens
onduidelijk is of deelname aan een warmtenet aantrekkelijk is;
verzoekt de regering voor de zomer meerjarig helderheid te bieden over
de financiering van warmtenetten,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Oosterhout en Kröger.
Zij krijgt nr. 1437 (32847) (#10).
U heeft een interruptie van de heer Grinwis. Ik sta twee interrupties toe. Gaat uw gang.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ik heb een vraag over de eerste motie. Die klinkt natuurlijk heel
sympathiek, maar is die niet allang uitgevoerd? GroenLinks, CDA en de
ChristenUnie hebben vijf jaar geleden het initiatief genomen voor het
Nationaal Isolatieprogramma. Dat is een nationaal isolatieoffensief,
juist gericht op kwetsbare huishoudens en slecht geïsoleerde huizen in
die kwetsbare wijken. De collectieve aanpak kan beter — daar heb ik een
motie over ingediend — maar het offensief is er al, dus wat is de
toegevoegde waarde van deze motie?
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Het offensief is er al, maar de financiering en uitvoering ontbreken.
Dat laat het TNO-onderzoek ook zien. Er is echt nog heel veel ruimte
voor verbetering. Dat voegt deze motie toe.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ja, TNO zegt: de collectieve aanpak kan beter. Maar het offensief als
zodanig hoeft er niet te komen; dat is er al. We hebben de komst van het
mede door GroenLinks geïnitieerde programma gefinancierd met 4 miljard
euro tot en met 2030. Tot en met 2030 is er dus genoeg financiering.
Alleen na 2030 ontbreken de middelen. Mijn uitnodiging is dus om de
motie specifieker te maken, zodat we ook na 2030 nog kunnen blijven
isoleren.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Voor mijn fractie zitten er zeker nog gaten in het offensief en de
aanpak zoals die er nu liggen, dus de motie blijft zoals die is.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Nobel namens de VVD. Gaat uw
gang.
De heer Nobel (VVD):
Voorzitter, dank. Ik heb één motie namens de VVD.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat starters steeds lastiger toegang hebben tot een
betaalbare koopwoning;
constaterende dat modulair bouwen de bouwtijd versnelt en de bouwkosten
omlaag brengt;
constaterende dat de bouwers aangeven dat lokale overheden vaak andere
regels hanteren omtrent duurzaamheidseisen, waardoor de productiviteit
van modulair bouwen onnodig wordt vertraagd;
overwegende dat een uniformering van duurzaamheidseisen modulair bouwen
versnelt en hiermee voorspelbaarheid wordt geboden aan de
bouwsector;
verzoekt de regering in samenwerking met de bouwsector te onderzoeken
hoe het afschaffen van de lokale bovenwettelijke duurzaamheidseisen kan
bijdragen aan hogere en uniformere duurzaamheidsambities op landelijk
niveau op het gebied van woningbouw,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Nobel.
Zij krijgt nr. 1438 (32847) (#11).
Dank u wel. Het woord is aan de heer Russcher namens Forum voor Democratie.
De heer Russcher (FVD):
Dank, voorzitter. Ik heb twee moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet in de VvE-Versnellingsagenda verduurzaming
werkt aan een aanpassing van de besluitvorming binnen verenigingen van
eigenaren ten aanzien van verduurzamingsmaatregelen, waaronder het
verlagen van de vereiste meerderheid;
overwegende dat vve's op grond van hun splitsingsreglementen thans vaak
verzwaarde meerderheden hanteren bij besluiten met ingrijpende
financiële gevolgen;
overwegende dat binnen vve's, en in het bijzonder bij gemengde
eigendomsstructuren, sprake kan zijn van uiteenlopende belangen tussen
eigenaar-bewoners en professionele verhuurders;
overwegende dat verduurzamingsmaatregelen in veel gevallen gepaard gaan
met aanzienlijke financiële consequenties voor individuele
eigenaren;
overwegende dat verzwaarde meerderheden bijdragen aan voldoende
draagvlak bij besluiten met grote financiële impact;
verzoekt de regering bij de verdere uitwerking van de
VvE-Versnellingsagenda de bestaande bepalingen in vve-reglementen ten
aanzien van verzwaarde meerderheden bij besluiten over
verduurzamingsmaatregelen te respecteren en niet wettelijk terzijde te
schuiven,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Russcher.
Zij krijgt nr. 1439 (32847) (#12).
De heer Russcher (FVD):
De tweede motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet voornemens is de termijn van het
meerjarenonderhoudsplan binnen vve's te verlengen en
verduurzamingsmaatregelen daarin te integreren;
overwegende dat het meerjarenonderhoudsplan primair bedoeld is voor
noodzakelijk onderhoud en financieel beheer;
overwegende dat het opnemen van verduurzamingsmaatregelen in het
meerjarenonderhoudsplan kan leiden tot het versneld en impliciet
doorvoeren van investeringen met aanzienlijke financiële gevolgen voor
individuele eigenaren;
overwegende dat dergelijke besluiten voldoende draagvlak binnen de vve
vereisen;
verzoekt de regering te waarborgen dat verduurzamingsmaatregelen die via
het meerjarenonderhoudsplan worden voorbereid of gefaciliteerd, alleen
kunnen worden doorgevoerd met inachtneming van bestaande verzwaarde
meerderheden binnen de vve's,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Russcher.
Zij krijgt nr. 1440 (32847) (#13).
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Beckerman namens de SP. Gaat uw gang.
Mevrouw Beckerman (SP):
Goedemorgen.
De voorzitter:
Goedemorgen.
Mevrouw Beckerman (SP):
Ik heb drie moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de salderingsregeling per 1 januari 2027 volledig
wordt afgeschaft, waardoor huishoudens met zonnepanelen hun
teruggeleverde stroom niet langer een-op-een kunnen verrekenen met hun
verbruik;
constaterende dat veel huishoudens hebben geïnvesteerd op basis van de
destijds geldende regelgeving en beloofde terugverdientijden, en nu
worden geconfronteerd met verslechterende voorwaarden;
overwegende dat de overheid een verantwoordelijkheid draagt tegenover
mensen die te goeder trouw hebben gehandeld op basis van
overheidsbeleid;
verzoekt de regering voor het zomerreces een plan te presenteren waarmee
zonnepanelen financieel rendabel blijven voor huishoudens na het
wegvallen van de salderingsregeling, en daarbij te onderbouwen hoe de
extra rijksinkomsten worden ingezet voor compensatie,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Beckerman.
Zij krijgt nr. 1441 (32847) (#14).
Mevrouw Beckerman (SP):
De tweede motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de overheid zelf heeft uitgerekend dat zo'n 635.000
huurders er straks op achteruitgaan door het stoppen van de
salderingsregeling, en dat de zwaarst getroffen groep tot €31 per maand
meer kwijt is;
constaterende dat het Rijk door de afschaffing jaarlijks ruim 400
miljoen extra ontvangt;
gelet op de aangenomen motie-Beckerman (36725-XXII, nr. 14) over
compensatie voor huurders die worden getroffen door de afschaffing van
de salderingsregeling die de regering nog altijd naast zich heeft
neergelegd;
verzoekt de regering huurders met zonnepanelen eenmalig te compenseren
voor de hogere kosten door het stoppen van de salderingsregeling, en dit
te betalen uit de extra inkomsten die de overheid hier zelf aan
overhoudt,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Beckerman.
Zij krijgt nr. 1442 (32847) (#15).
Mevrouw Beckerman (SP):
De laatste motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de energieprijzen door aanhoudende geopolitieke
spanningen opnieuw sterk stijgen en huishoudens hard raken in hun
portemonnee;
constaterende dat Nederland via de energiebelasting een aanzienlijk deel
van de energierekening als belasting int, ongeacht de hoogte van de
marktprijzen;
overwegende dat met name huishoudens met lage en middeninkomens een te
groot deel van hun inkomen kwijt zijn aan energie en dit niet kunnen
opvangen;
verzoekt de regering de energiebelasting voor huishoudens per direct
tijdelijk te verlagen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Beckerman.
Zij krijgt nr. 1443 (32847) (#16).
Mevrouw Beckerman (SP):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Tot slot is het woord aan mevrouw Steen namens het CDA. Gaat
uw gang.
Mevrouw Steen (CDA):
Goedemorgen, voorzitter.
De voorzitter:
Goedemorgen.
Mevrouw Steen (CDA):
Een goed geïsoleerd huis is de eerste belangrijke stap naar een lagere
energierekening en vooral verduurzaming van de gebouwde omgeving. De 1,6
miljard die gemeenten hebben gekregen, ligt grotendeels nog op de plank;
daar hebben we met elkaar duidelijk over gesproken. Het programma komt
eindelijk een beetje op stoom. We zitten op 80.000, maar als we 750.000
woningen willen halen in 2030, zullen we echt, echt, echt snelheid
moeten maken. Dat is ook de reden waarom het CDA de motie van de heer
Grinwis met plezier mee heeft getekend.
Verder denk ik dat we, als we echt een grote stap willen maken in het
grotere geheel, ook echt heel slim moeten kijken naar hoe we onze regels
vooral makkelijker kunnen maken, zodat we ook private partijen
gelegenheid geven om die stap naar de verduurzaming te maken. Ook dat
zal het CDA de komende tijd kritisch volgen. Ik denk dat we dan met
elkaar een eind komen.
Voorzitter, dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de inbreng in deze
termijn van de Kamer. Ik schors vijf minuten, tot 10.35 uur.
De vergadering wordt van 10.29 uur tot 10.35 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering en geef het woord aan de minister.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Dank u wel, voorzitter. De motie op stuk nr. 1428, van de heer Mooiman
c.s., moet ik ontraden. In het coalitieakkoord is deze maatregel
afgesproken om te normeren en ook om te stimuleren. Bij de normering
zullen we zeker rekening houden met de haalbaarheid voor alle
huishoudens. Deze maatregel is belangrijk, juist ook om de
energierekening van huishoudens te verlagen en om perspectief te bieden.
Daarom moet ik deze motie ontraden. Maar ik ga natuurlijk wel goed
kijken dat we het in de uitvoering zo doen dat het ook past bij de
realiteit.
De heer Mooiman (PVV):
Ik verbaas me eigenlijk een beetje over het ontraden door de minister.
In het coalitieakkoord staat inderdaad nadrukkelijk een normering
opgenomen. Dat is anders dan bijvoorbeeld onder het kabinet-Rutte IV,
waarbij het echt een verplichting was. Zoals in het debat ook is
aangegeven, zijn er heel veel particuliere huishoudens die dit niet
kunnen betalen of is het gewoon ook niet zinvol om te doen in slecht
geïsoleerde woningen. Ook corporatiekoepel Aedes geeft dat aan. Dus zou
de minister niet toch kunnen overwegen om er oordeel Kamer van te maken,
juist gelet op het feit dat een normering iets anders is dan een
verplichting en dat besef ook breed in de Kamer leeft?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ik ben het helemaal met u eens dat we dit met heel veel zorg moeten doen
en dat we mensen niet iets door de strot moeten duwen wat ze vervolgens
helemaal niet kunnen betalen. Toch wil ik vasthouden aan wat we in het
coalitieakkoord hebben afgesproken, en wel om meerdere redenen. Deze
motie moet ik dus ontraden, maar ik zeg u wel toe dat ik in de
uitwerking heel nadrukkelijk hiernaar zal kijken.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1429.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De motie op stuk nr. 1429 van de heer Mooiman: oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 1430 van de heer Mooiman: oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 1431 van de heer Mooiman: ontraden. Blijven
verwarmen op aardgas is niet toekomstvast. Zie ook de huidige
geopolitieke ontwikkelingen. De knelpunten van netcongestie moeten we
oplossen, maar op een andere manier.
De voorzitter:
Eén vervolgvraag.
De heer Mooiman (PVV):
Zoals in de motie opgenomen, gaat het om onderzoeken waar mogelijkheden
liggen om een tijdelijke afwijking of een aansluitplicht opnieuw in te
voeren. Het is echt: iets onderzoeken. Ik begrijp natuurlijk dat het
kabinet voor netcongestie in de bredere discussie bepaalde oplossingen
voor ogen heeft. Tegelijkertijd geven netbeheerders juist ook aan dat we
in noodzakelijke gevallen nog van gas gebruik moeten kunnen maken. Het
lijkt me dat dit een enorme oplossing kan bieden voor als het nodig is.
Zou de minister dat niet toch willen meewegen?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ik begrijp heel goed wat u zegt, want u vraagt om zekerheid voor de
huishoudens. Dat onderschrijf ik natuurlijk ook. Maar ik wil echt
vasthouden aan dat we het op een andere manier proberen op te
lossen.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1432.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De motie op stuk nr. 1432: oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1433.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1434.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Oordeel Kamer, met daarbij een toelichting. "De" relevante varianten,
dat is wel iets te breed. Ik kan het oordeel Kamer houden als ik het zo
mag lezen dat ik "de belangrijkste" relevante varianten verwerk. Ik zie
instemming, dus dan is het: oordeel Kamer.
De voorzitter:
Zo is dat: oordeel Kamer, met interpretatie. De motie op stuk nr.
1435.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De motie op stuk nr. 1435 van de heer Van Leijen en de heer Grinwis:
oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 1436 van mevrouw Van Oosterhout en mevrouw Kröger:
oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 1437 van mevrouw Van Oosterhout en mevrouw Kröger:
oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 1438 van de heer Nobel: oordeel Kamer. Ik deel het
doel dat deze motie nastreeft. Alleen, ik kan lokale eisen niet
afschaffen. Ik heb u recent nog geschreven hoe ik de EPBD-eisen over
CO2 en energiezuinigheid ga invoeren. Die lijn gaat uit van
landelijke regels, die overal in Nederland gelden. Als ik de motie zo
mag interpreteren dat u mij vraagt om samen met gemeenten en de bouw te
onderzoeken wat het niveau van de duurzame eisen zou moeten zijn, dan
kan ik deze motie oordeel Kamer geven.
De voorzitter:
We gaan kijken of dat mag. Meneer Nobel.
De heer Nobel (VVD):
Ik ben in ieder geval blij dat de minister het doel van de motie
onderschrijft. Tegelijkertijd weten we dat die bovenlokale regels er
eigenlijk niet mogen zijn. En toch gebeurt het. Daar zit mijn zorg. Als
de minister de motie zo zou willen lezen dat ze strenger gaat handhaven
op gemeenten die toch die bovenwettelijke eisen stellen, dan zou ik daar
heel erg bij gebaat zijn. Anders blijven we ontkennen dat dit toch
plaatsvindt, en dat frustreert uiteindelijk de woningbouwopgave.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ik ontken dat zeker niet. Ik zie het probleem ook. Ik probeer alleen
geen dingen toe te zeggen waar ik vervolgens geen instrumenten voor heb.
Ik heb de gemeenten zoals afgesproken een brief geschreven waarin we
benadrukken wat er wel en niet moet gebeuren. Ik ga daar ook met hen
verder over in gesprek. We hebben duidelijke richtlijnen. Er zouden geen
bovenwettelijke normeringen moeten zijn. Ik zal daar regie op voeren.
Als u 'm zo kan lezen, dan kan ik 'm oordeel Kamer geven.
De voorzitter:
Slechts een instemming of afkeuring, meneer Nobel. Eén interruptie,
hadden we gezegd. Kunt u leven met deze interpretatie?
De heer Nobel (VVD):
Ik ga de motie aanpassen.
De voorzitter:
Akkoord. Dan zien we een aangepaste motie tegemoet, en dan in de lijn
van de appreciatie van de minister, neem ik aan. Anders wordt het
ingewikkeld voor de leden.
De heer Nobel (VVD):
In de lijn die ik eerder ook deelde, dat ik "afschaffen" dan zal
veranderen in "strenger handhaven".
De voorzitter:
Wat zou de appreciatie zijn als de heer Nobel dat doet, vraag ik de
minister.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Dan is het oordeel Kamer.
De voorzitter:
Akkoord. Dan zal deze gewijzigde motie de appreciatie oordeel Kamer
krijgen. Dan gaan we naar de motie op stuk nr. 1439.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ja. De motie op stuk nr. 1439 van de heer Russcher is ontijdig. Voor de
zomer zal het in internetconsultatie gaan. Wat mij betreft hebben we het
er dan over.
De voorzitter:
Dan moeten we formeel de heer Russcher vragen of hij bereid is om de
motie op stuk nr. 1439 aan te houden. Dat is hij niet, zie ik. Daarmee
krijgt de motie de appreciatie ontijdig. Dan de motie op stuk nr.
1440.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Wat ik net zei geldt ook voor de motie op stuk nr. 1440. Die geef ik het
oordeel ontijdig. Ik zou graag de internetconsultatie afwachten.
De voorzitter:
Ik kijk naar de heer Russcher. Hij brengt de motie toch in stemming.
Daarmee krijgt die het oordeel ontijdig. Meneer Grinwis, u heeft een
interruptie op deze moties?
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ja, op de eerste motie van de heer Russcher en op de tweede eigenlijk
ook, maar zeker op de eerste. De minister zegt "ontijdig". Dat is best
wel een vriendelijke appreciatie. Die gun ik mijn collega, maar ik wil
de minister er wel op wijzen dat een tegenovergestelde motie door deze
Kamer is aangenomen om juist verduurzaming in vve's makkelijker te
maken. Is die dan echt ontijdig? Volgens mij is de minister bezig met
het uitwerken van die motie in een tegengestelde richting dan de
richting die deze motie vraagt.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Wat de heer Grinwis zegt, is volledig correct. En tegelijkertijd wil ik
het in internetconsultatie brengen. Dan staat het uw Kamer vrij om daar
nog op te reageren. Vandaar dat ik de motie het oordeel ontijdig heb
willen geven, ook in het belang van het horen van ieders geluid.
De voorzitter:
Dan de motie op stuk nr. 1441.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De motie op stuk nr. 1441 van mevrouw Beckerman moet ik ontraden. Er is
hier eerder al een … Nee, sorry. Sorry, voorzitter. Ik doe dat even
opnieuw. De motie op stuk nr. 1441 is ontraden.
De motie op stuk nr. 1442 ontraad ik ook. Daarbij zou ik graag willen
verwijzen naar de brief van januari 2026 waarin ditzelfde punt besproken
is en wij hebben toegelicht dat er geen budgettaire dekking voor is.
De voorzitter:
Dan de motie op stuk nr. 1443.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De motie op stuk nr. 1443 is ontijdig. Ik zou graag de besluitvorming
over de maatregelen van de energiecrisis die binnen het kabinet wordt
opgepakt willen afwachten.
De voorzitter:
Ik vraag aan mevrouw Beckerman eerst of zij bereid is om de motie op
stuk nr. 1443 aan te houden.
Mevrouw Beckerman (SP):
Nee.
De voorzitter:
Dat is zij niet. Daarmee wordt die in stemming gebracht en krijgt zij de
appreciatie ontijdig. Mevrouw Beckerman.
Mevrouw Beckerman (SP):
Ik heb een vraag over de moties op de stukken nrs. 1441 en 1442. De
overheid heeft gezegd tegen mensen dat ze zonnepanelen zouden moeten
nemen, want dat zou duurzaam, goed en ook nog goed voor de
energierekening zijn. Nu is de salderingsregeling afgeschaft — of die
wordt eigenlijk per 1 januari 2027 afgeschaft — en tegelijkertijd wil
dit kabinet een heleboel andere duurzaamheidsmaatregelen nemen. Snapt
het kabinet ook wat dat doet met het vertrouwen? Eerst is mensen
namelijk geadviseerd zonnepanelen te nemen om iets te doen voor de
planeet, maar ook voor de eigen rekening. Vervolgens krijgen ze een
rekening gepresenteerd. En dan klopt de overheid opnieuw aan de deur: we
hebben nog een set maatregelen, maar nee, nee, nee, maakt u zich geen
zorgen, want dit keer is het echt goed voor uw rekening. Snapt de
minister dat het draagvlak echt weg is als je op deze manier met mensen
omgaat?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ja, ik snap uw pleidooi heel erg goed. Ik ben het ook met u eens dat als
je aan de ene kant iets stimuleert wat aan de andere kant leidt tot een
hogere uitgave, dat leidt tot onbetrouwbaarheid en het gevoel bij mensen
dat ze niet weten waar ze aan toe zijn. Dus ik ben het met u eens. Ik
zie alleen niet de budgettaire ruimte om daar nu invulling aan te geven.
Maar uw zorgen neem ik wel mee in het verder doorontwikkelen van het
pakket over de verduurzaming van de woningen.
De voorzitter:
Twee moties, dus twee interrupties. Tot slot.
Mevrouw Beckerman (SP):
Maar dit is natuurlijk geen antwoord. Het punt is namelijk dat je nog
steeds budget hebt voor nieuwe klimaatmaatregelen, maar dat je mensen op
deze manier niet meer meekrijgt. Zeker huurders hebben heel weinig
kunnen profiteren van de salderingsregeling, maar gaan er echt hard op
achteruit, zelfs volgens de berekening van het ministerie zelf. Daar
moet je toch een oplossing voor kunnen vinden, zeker omdat je de
budgetten hébt en je deze mensen echt nodig hebt voor al je plannen? Is
er nou echt geen ruimte te vinden bij het ministerie om hiervoor een
oplossing te bedenken?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ik ben het met u eens dat hier een oplossing voor gevonden moet worden,
ook in het kader van het bredere perspectief. We zetten in op het
Isolatie Offensief. Daarvan moet dit onderdeel zijn. Maar op dit moment
kan ik u niet toezeggen dat ik hier financieel iets mee kan doen.
De voorzitter:
Ik dank de minister voor de beantwoording in deze termijn van dit
tweeminutendebat. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit
tweeminutendebat.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
Over de ingediende moties zal dinsdag worden gestemd.