Wet toekomstbestendige huurcommissie (36791) (ongecorrigeerd)
Stenogram
Nummer: 2026D17005, datum: 2026-04-09, bijgewerkt: 2026-04-10 09:30, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van activiteiten:- 2026-04-09 10:40: Wet toekomstbestendige huurcommissie (36791) (Plenair debat (wetgeving)), TK
Preview document (🔗 origineel)
Wet toekomstbestendige huurcommissie
Wet toekomstbestendige huurcommissie
Aan de orde is de behandeling van:
het wetsvoorstel Wijziging van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte en Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek in verband met het optimaliseren van procedures bij de huurcommissie (Wet toekomstbestendige huurcommissie) (36791).
De voorzitter:
Ik kijk even rond in de zaal en ik zie dat vrijwel alle woordvoerders
voor dit debat aanwezig zijn. Ik zou de minister en de Kamerleden dus
willen voorstellen dat we gewoon gaan beginnen. Aan de orde is het
wetsvoorstel Toekomstbestendige huurcommissie. De minister nogmaals
welkom heten zou een beetje overbodig zijn, want zij ís welkom, zoals ze
weet.
De algemene beraadslaging wordt geopend.
De voorzitter:
Ik geef in de eerste termijn van deze wetsbehandeling het woord aan de
eerste spreker, de heer Grinwis, voor zijn inbreng namens de
ChristenUnie.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Voorzitter, dank u wel. Het hebben van een thuis, een plek om te wonen,
is geen vanzelfsprekendheid meer. Zeker als je geen huis kunt kopen, heb
je het in deze tijd van woningnood niet voor het kiezen. Sterker nog, je
zal elke strohalm moeten aangrijpen om überhaupt een kans te maken op
een huurhuis. Dat debat, over bouwen en beschikbaarheid, voeren we
veelvuldig. Maar de woningnood maakt ook de verhouding tussen huurder en
verhuurder extra precair. Wie afhankelijk is van een woning staat vaak
met lege handen tegenover een verhuurder, die de sleutel, het contract
en de voorwaarden bepaalt. Juist omdat die verhouding zo precair is,
hebben we de afgelopen jaren al een aantal wetten met elkaar behandeld
en aangenomen. Ik noem de Wet goed verhuurderschap en de Wet betaalbare
huur.
Vandaag behandelen we deze wet, over de Huurcommissie. Want juist om die
precaire verhouding, dat precaire evenwicht, tussen huurder en
verhuurder te bewaken en de huurder te beschermen, is er de
Huurcommissie. De Huurcommissie moet werken voor alle huurders. Daarom
moet iedere huurder ook toegang hebben tot dit instituut. Mensen ervaren
een drempel om op te staan tegen hun verhuurder. Deze drempel moet zo
laag mogelijk zijn. Met deze wet wordt een stap gezet om het
functioneren van de Huurcommissie te verbeteren en beter aan te laten
sluiten bij de praktijk. Het doel moet zijn dat geschillen eerlijk en
zorgvuldig worden behandeld, zodat huurders daadwerkelijk hun recht
kunnen halen en verhuurders weten waar ze aan toe zijn. Alleen dan kan
de Huurcommissie haar rol vervullen zoals bedoeld: als
correctiemechanisme in een ongelijk speelveld. De Huurcommissie geeft
mensen zo het idee dat er ook naar hun verhaal wordt geluisterd en dat
zij hun recht kunnen halen.
In dat licht wil ik het eerst hebben over de praktijk van de
voorzittersuitspraken. Het totale aantal aanvragen bij de Huurcommissie
is de afgelopen jaren flink gestegen. Ik snap dat niet al die aanvragen
op een zitting kunnen komen. Het instrument van een voorzittersuitspraak
kan, als het goed wordt ingezet, tijd en geld besparen en de procedure
voor iedereen vergemakkelijken. Ik heb echter ook zorgen. Op dit moment
wordt ongeveer 85% van de zaken afgedaan met een voorzittersuitspraak.
Dat percentage is hoog. Ik vraag me af of het in al die gevallen echt zo
evident is. In veel zaken blijkt de realiteit genuanceerder dan de
papieren werkelijkheid. Ook ligt het gevaar op de loer dat de
Huurcommissie steeds meer een machine wordt, terwijl die juist is
opgericht om recht te doen. Als mensen alleen al hun verhaal kunnen
doen, kan dat hen helpen om zich gehoord te voelen en om het idee te
krijgen dat er een overheid is die naar hen luistert. Op dit punt hoor
ik graag een reflectie van de minister.
Het baart mij op dit punt ook zorgen dat in de wet de klachtenprocedure
bij de Huurcommissie wordt afgeschaft. Is bij dit voorstel voldoende
stilgestaan bij de positie van huurders, van commerciële verhuurders en
huurders in de vrije sector? Voor veel van deze huurders bestaat er geen
interne klachtenprocedure zoals die bij veel woningcorporaties wel is
ingericht. Juist voor hen vormt de klachtenprocedure bij de
Huurcommissie vaak het enige laagdrempelige loket waar ze terecht kunnen
als ze structureel slecht worden behandeld. Ik denk dan aan situaties
waarin verhuurders stelselmatig niet reageren op verzoeken van huurders,
huurders van het kastje naar de muur sturen of afspraken niet nakomen.
Dat zijn geen incidenten die meteen om handhaving vragen, maar het zijn
wel vormen van gedrag waar huurders last van hebben en waarvoor zij
gehoord moeten kunnen worden. Waar kunnen huurders in de private sector
dan terecht met hun klachten? Ik hoor graag van de minister hoe zij deze
zorgen beoordeelt en of zij bereid is om te bekijken hoe de positie van
deze huurders beter kan worden geborgd.
Zoals ik zei, moet de Huurcommissie toegankelijk zijn voor iedereen. Het
is daarom ook goed dat in veel gemeenten huurteams actief zijn die de
stap naar de Huurcommissie kunnen stimuleren en makkelijker kunnen
maken. In steden waar een huurteam actief is, weten veel mensen de gang
naar de Huurcommissie beter te vinden, met dank aan het huurteam. Op
veel plekken, in veel gemeenten, is zo'n huurteam niet actief. Is de
minister bereid om de uitbreiding van het aantal huurteams te
stimuleren? Hoe zorgt de minister ervoor dat de stap om naar de
Huurcommissie toe te stappen niet te groot wordt gemaakt?
Dan wil ik het vandaag ook hebben over de uitwerking van een amendement
dat ik twee jaar geleden heb ingediend samen met oud-collega Vedder van
het CDA. Dat amendement had een duidelijke bedoeling: de Huurcommissie
de mogelijkheid geven om kostendekkende leges op te leggen aan
verhuurders die zeer regelmatig in het ongelijk worden gesteld, omdat
zij structureel geen verbetering laten zien in hun handelen. Wie
stelselmatig regels overtreedt, wie uitspraken naast zich neerlegt en
wie geen lering trekt uit eerdere oordelen van de Huurcommissie, mag
daar ook financieel op worden aangesproken; die mag op de blaren
zitten.
Voorzitter. We zien in de praktijk dat dit amendement een
verduidelijking behoeft, omdat niet alleen de slecht presterende
verhuurders worden geraakt, maar met name de grote verhuurders, in het
bijzonder woningcorporaties met een omvangrijk woningbestand. Dat beeld
wordt bevestigd door de Huurcommissie zelf, onder meer in de Stand van
de Uitvoering Huurcommissie 2025. De grootste tien corporaties krijgen
het vaakst te maken met maximale kostendekkende leges, niet omdat zij
moedwillig de regels overtreden, maar omdat ze simpelweg veel woningen
verhuren. Wie veel woningen verhuurt, krijgt vaker te maken met
verzoeken bij de Huurcommissie en wordt in absolute zin dus ook vaker in
het ongelijk gesteld, terwijl dit relatief gezien absoluut niet het
geval is.
Het huidige wetsvoorstel leidt er vervolgens toe dat de Huurcommissie na
vier keer verlies verplicht is om het maximale legestarief op te leggen,
zonder onderscheid naar aard of ernst van de zaak, zonder te kijken of
het om vergelijkbare situaties gaat en zonder ruimte om te beoordelen of
er daadwerkelijk sprake is van hardnekkige verwijtbare nalatigheid. Dat
schuurt, want tegelijkertijd zien we dat corporaties in verhouding tot
hun totale woningbestand maar een zeer gering aantal klachten tegen zich
hebben lopen. Uit concrete voorbeelden, bijvoorbeeld van Ymere, blijkt
dat deze corporaties procentueel gewoon goed presteren, maar desondanks
financieel stevig worden getroffen. Dat staat niet in verhouding tot de
bedoeling van het amendement. De minister heeft aangegeven dat er binnen
de huidige wet ruimte is voor evenwichtig uitvoeringsbeleid, maar de
Huurcommissie zelf geeft heel duidelijk aan dat die ruimte juridisch
niet als zodanig wordt ervaren. De hardheidsclausule in artikel 7 van de
Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte is bedoeld voor incidentele
uitzonderingen, niet voor structureel maatwerk. Daarmee wordt deze
scheefgroei niet opgelost.
Voorzitter. De ChristenUniefractie vindt deze uitwerking niet
rechtvaardig voor woningcorporaties, die hun verantwoordelijkheid nemen.
Het is ook niet wat we met het amendement voor ogen hadden, namelijk het
aanpakken van structureel slecht gedrag, in plaats van het bestraffen
van schaalgrootte. Daarom hebben collega Steen en ik vanochtend een
amendement ingediend, het amendement op stuk nr. 10, om de Huurcommissie
wel de ruimte te geven om kostendekkende leges op te leggen, maar haar
ook de mogelijkheid te geven om daarin zelf differentiatie aan te
brengen, naar de aard van het geval. In lagere regelgeving worden in
samenwerking met de Huurcommissie vervolgens richtlijnen opgesteld,
waarbij rekening gehouden wordt met de soort en de aard van de zaak, en
de mate waarin de verhuurder verweten kan worden niet van een eerdere
uitspraak geleerd te hebben. Zo wordt dit alsnog een rechtvaardig
instrument.
Voorzitter. Dat is het enige amendement dat ik heb ingediend, dat dus
toelichting behoeft. Dit was ook mijn eerste termijn. Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Een interruptie van de heer De Hoop. Ik maximeer niet, maar
ik stel de leden wel voor het in maximaal drievoud te doen en om het
kort en bondig te houden.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Ik zal mijn best doen, voorzitter. De Huurcommissie heeft ook een
verhuurdersbijdrage. Op dit moment wordt die slechts betaald door de
corporaties en niet door andere verhuurders. Ik ben benieuwd hoe de heer
Grinwis daarnaar kijkt.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Dat vind ik vreemd. Ik denk dat dat ook de achtergrond is van de
interruptie van collega De Hoop. Ik meen dat elke verhuurder netjes naar
rato zijn bijdrage moet leveren.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Ik ben blij met dat antwoord en ik deel dat met de heer Grinwis. De
reden daarvoor is, denk ik — ik hoor dat ook graag van de minister — dat
er momenteel geen huurregister is voor particuliere verhuurders. Is de
heer Grinwis het met mij eens dat we er voor moeten zorgen dat iedereen
een bijdrage levert aan de Huurcommissie en dat het überhaupt misschien
verstandig is om snel met een huurregister te komen?
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Sterker nog, samen met de ambtsvoorganger van collega De Hoop, de heer
Nijboer, heb ik eerder de ambtsvoorganger van deze minister opgeroepen
om met een huurregister te komen. Sterker, dat voorstel is breed
aangenomen door de Kamer. Het is ook toegezegd. Volgens mij zou in het
eerste kwartaal van 2026 zo'n huurregister moeten worden opgeleverd. We
leven in april, dus het eerste kwartaal is voorbij. Maar deze minister
zit nog in de wittebroodsweken, dus wie weet komt het in het tweede
kwartaal.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Dan stel ik vast dat vandaag misschien het uitgelezen moment is om dit
met elkaar te regelen. Laten we ernaar kijken.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Als de heer De Hoop met een voorstel komt, doe ik opnieuw graag met hem
mee.
De heer Nobel (VVD):
Meestal legt de heer Grinwis goed de vinger op de zere plek, maar ik
denk dat nu het halve verhaal wordt verteld. De heer Grinwis weet ook
dat een huurregister voor allerlei extra administratievelastendruk
zorgt. We zien dat het op dit moment al heel lastig gaat in de private
huur. Het klinkt dus mooi, maar tegelijkertijd zorgt het er
waarschijnlijk nog meer voor dat de private sector niet gaat investeren
in Nederland. Kunt u daar ook een reflectie op geven? Hoe gaat de
administratievelastendruk zich verhouden tot de investeringen die nu
niet worden gedaan?
De heer Grinwis (ChristenUnie):
De VVD-fractie moet nu niet doorslaan in haar antiregelfetisjisme. Je
moet het verschil blijven zien tussen goede regels en overbodige regels.
Ik ben weleens bang dat collega Nobel zo aan het strijden is tegen
regels dat hij de waarde van goede regels niet meer wil inzien. Een
huurregister, een verhuurdersregister, is juist bij uitstek een goede
regel. Sterker, het biedt ook de gelegenheid om andere regels of
regelingen die we hebben, te verbeteren. Denk aan de huurtoeslag.
De heer Nobel (VVD):
Ik zal namens de VVD zeker strijden tegen het toevoegen van meer regels,
want op dit moment is de woningmarkt echt overgereguleerd, dus u zult me
zeker vaker bij de interruptiemicrofoon treffen als het daarom gaat. De
reden dat ik hierop hamer, is dat u ook weet dat er in de private sector
heel veel gegevens niet beschikbaar zijn. Dan kunnen we wel zeggen dat
er een huurregister moet komen, maar op het moment dat die gegevens niet
of slecht voorhanden zijn, betekent dat dat de administratievelastendruk
er wel is, maar dat het positieve effect dat u met het huurregister wilt
bereiken er niet is. Bent u dat met me eens?
De voorzitter:
Ik wil niks bereiken, maar u doelt waarschijnlijk op de heer
Grinwis.
De heer Nobel (VVD):
Uiteraard, voorzitter.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
De voorzitter heeft inderdaad al het een en ander bereikt. Mijn antwoord
aan de heer Nobel is dat ik dat op voorhand niet zie. Natuurlijk kan het
zo zijn dat je bepaalde gegevens van huurders misschien niet zomaar
hebt, maar ik zou dan wel van de minister willen horen wat verhuurders
dan in de weg staat om tot een huurregister te komen. Ik zie die
bezwaren niet op voorhand, maar als de heer Nobel met overtuigende
argumenten komt om duidelijk te maken waarom zo'n huurregister echt niet
kan en waarom dat heel slecht is … Ik zie ze nog niet. Sterker, tot nu
toe ben ik erg doordrongen van het feit dat het heel veel toegevoegde
waarde heeft om zo'n huurregister te hebben, want we lopen er iedere
keer, bij tal van beleidsinspanningen, tegenaan dat we niet zo'n goed
functionerend register hebben. Dat is ook andermaal door de Kamer
uitgesproken, niet alleen met de motie van de heer Nijboer en mij, maar
ook door bijvoorbeeld voormalig collega Welzijn. Iedere keer viel een
grote Kamermeerderheid deze moties bij, dus dit zou ik ook willen
teruggeven aan collega Nobel.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Nobel (VVD):
Ik zou zeggen: liever geen extra regels, extra bureaucratie en extra
lastendruk. Als dat betekent dat er straks een slecht huurregister is,
dan hoop ik dat de heer Grinwis samen met de VVD liever geen
huurregister wil.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
De ChristenUniefractie pleit nooit voor een slecht huurregister. Wij
pleiten alleen voor goede dingen. Die moeten ook goed worden uitgevoerd.
Ik reken op steun van de VVD voor goede regels en niet voor overbodige
regels.
Tot zover.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Grinwis. Het woord is aan de heer De Hoop voor zijn
inbreng namens GroenLinks-Partij van de Arbeid.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Dank, voorzitter. Meer dan 100 jaar geleden maakte de regering het
instellen van lokale huurcommissies mogelijk. Het was het begin van de
twintigste eeuw. De levensomstandigheden van te veel gewone mensen, die
in volgepakte krottenwijken woonden, waren gewoon dramatisch. Het was
oorlog. Er werd niet gebouwd en door het huizentekort rezen de huren de
pan uit. Vooral in de grote steden zagen huisjesmelkers hun kans schoon
om torenhoge huren te vragen. De regering moest wat doen. Er werden
huurcommissies ingesteld om al die huurexplosies te beteugelen en ervoor
te zorgen dat niet alleen de allerrijksten zich een fijne woning konden
veroorloven, maar dat het echt een recht voor iedereen was. Dat was
eerst bedoeld als een soort tijdelijke voorziening, maar de
Huurcommissie is tot op de dag van vandaag blijven bestaan; gelukkig
maar, want ook vandaag de dag zien we eigenlijk vergelijkbare problemen.
Ze zijn niet zo extreem als toen, maar de problemen zijn er nog steeds.
Er zijn nog steeds profiteurs die de hoofdprijs durven te vragen en er
zijn huurders die kampen met ernstige gebreken, zoals asbest maar
bijvoorbeeld ook schimmel. Het is dus belangrijker dan ooit dat we met
elkaar een goede Huurcommissie hebben waarmee geschillen tussen
verhuurder en huurder over de hoogte van de huur, de servicekosten en
gebreken op een fatsoenlijke manier kunnen worden beslecht. Vandaag
vragen we ons af: hoe kunnen we de Huurcommissie zo moderniseren dat die
over 100 jaar nog steeds meekan? We kijken in principe dan ook positief
naar de voorstellen die het kabinet doet om de Huurcommissie goed te
laten functioneren, bijvoorbeeld het toevoegen van een flexibele schil
rond de voorzitter om deze te ontlasten. We hebben echter ook een aantal
zorgen en verbeterpunten. Die hebben vooral te maken met de
toegankelijkheid van de Huurcommissie voor huurders en met het gegeven
dat huurders gehoord moeten blijven worden.
Ten eerste de verlenging van termijnen. Meer tijd betekent meer
zorgvuldigheid, en dat is belangrijk. Maar langere wachttijden betekenen
ook dat huurders langer in onzekerheid zouden kunnen zitten, of zelfs in
een hele onwenselijke woonsituatie. Waarom kiest de minister niet voor
versterking van de Huurcommissie zodat die huidige termijnen gehaald
kunnen worden, vraag ik haar. Ten tweede zien we dat het wetsvoorstel
verplicht dat gebreken schriftelijk gemeld worden. Op dit moment kan
huurverlaging op grond van gebreken ook als een gebrek mondeling aan een
verhuurder is gemeld, plaatsvinden. Nu wordt geëist dat een
gebrekenmelding schriftelijk wordt gedaan. Ik vraag de minister echter
wat dat betekent voor de ongeveer 2,5 tot 3 miljoen volwassenen in
Nederland die moeite hebben met lezen en schrijven. Kan de minister
uitleggen of er bij het doen van dit voorstel ook aan hen is
gedacht?
Ook op andere manieren zien we op dit onderwerp een verdergaande
verschriftelijking. We zien regelmatig dat verzoeken op formele gronden
worden afgewezen, zonder dat er echt een blik op de zaak is geworpen.
Dat zet de huurder in de kou. Ook wordt een toenemend aantal zaken bij
de Huurcommissie puur schriftelijk afgedaan, zonder dat de huurder ook
letterlijk gehoord is. Kan de minister ook op deze punten aangeven hoe
alle huurders, ook mensen die de taal minder machtig zijn, hun recht
kunnen halen?
Voorzitter. Dan kom ik op ons derde punt. Dat is het schrappen van de
klachtenprocedure. Op dit moment kunnen huurders bij de Huurcommissie
een klacht indienen over het gedrag van hun verhuurder. Het wetsvoorstel
schrapt die mogelijkheid omdat deze procedure volgens de regering
onduidelijk en overbodig zou zijn. Laat ik daarop eerst zeggen: als de
procedure onduidelijk is of niet gebruikt wordt, investeer dan in het
beter informeren en begeleiden van huurders bij die procedure, in plaats
van dat je die direct schrapt. Waarom heeft de minister daar
bijvoorbeeld niet voor gekozen? Die procedure is namelijk niet
overbodig. De regering zegt dat dat wel zo is, omdat er al twee
alternatieve routes zouden zijn, via gemeenten op basis van de Wet goed
verhuurderschap of via een interne klachtenprocedure bij corporaties.
Huurders in de private sector hebben dus niet een dergelijke interne
klachtenprocedure, terwijl zij juist vaak misstanden ervaren. Is er wel
aan hen gedacht, minister, bij het doen van dit voorstel? Zij zouden de
toegang tot hun klachtenmechanisme verliezen.
De Wet goed verhuurderschap dekt alleen de echt ernstige misstanden,
zoals intimidatie en discriminatie. Maar wat als jouw verhuurder zich
niet houdt aan afspraken, je negeert of je niet serieus neemt als je een
kleiner gebrek meldt, of als die een gebrek niet oplost? Wat dan, vraag
ik de minister. Vorige maand verscheen er een nieuwe rapportage van de
Woonbond. Daaruit blijkt dat slecht gedrag van verhuurders het meest
gemelde probleem is. Dat is het meest gemelde probleem. Dat gaat om 50%
van alle meldingen. Die ervaringen lopen heel erg uiteen. Misschien zijn
die altijd net niet extreem genoeg om op te treden met de Wet goed
verhuurderschap, maar dat betekent niet dat die klachten niet gegrond
zijn en dat daar niet naar gehandeld moet worden. Voor al dat soort
slecht gedrag blijft wat mijn fractie betreft een loket nodig. Wat
betreft mijn fractie, en dus ook die van de SP, moet de bestaande
procedure bij de Huurcommissie gehandhaafd worden. Daarom dien ik met
mevrouw Beckerman een amendement in om die klachtenprocedure te
behouden.
Voorzitter. Ons vierde verbeterpunt betreft het toevoegen van de
mogelijkheid om servicekosten collectief af te rekenen voor alle
bewoners, om zo met één procedure vele honderden individ... Ik ga een
slok water nemen, want ik loop een beetje vast. Dat heeft iedereen
weleens. Individuele, zou ik zeggen. Dat is om individuele zaken te
vervangen. Met mevrouw Beckerman doe ik vandaag voorstellen om dat te
regelen. Dat lijkt ons veel handiger.
Voorzitter. Ons vijfde en laatste punt is dat momenteel alleen
woningbouwcorporaties meebetalen aan de Huurcommissie. Private
verhuurders doen dat niet, omdat we geen zicht hebben op die
bezitsinformatie. Met de invoering van een huurregister zou er wel zicht
ontstaan. Al in 2023 vroeg de Kamer hierom met de motie-Nijboer/Grinwis.
Daarover had ik net een interruptiedebat met collega Grinwis. Ziet de
minister de meerwaarde van een huurregister? Dat vraag ik ook omdat dat
zou helpen bij het terugdringen van illegale verhuur, leegstand,
discriminatie en andere malafide verhuurpraktijken.
Voorzitter, ik rond af. Al 100 jaar is de Huurcommissie ontzettend
belangrijk voor het beslechten van geschillen tussen huurders en
verhuurders. Voor mijn fractie is het ontzettend belangrijk dat we de
Huurcommissie niet alleen toekomstbestendig maken, maar die ook
toegankelijk blijven houden voor alle huurders.
Dan rest mij alleen nog collega Van Leijen succes te wensen met zijn
maidenspeech. Alvast de felicitatie van mijn fractie.
Dank.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer De Hoop. Ik dacht op enig moment even dat u over zou
gaan op het Fries.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Daag mij niet uit, voorzitter.
De voorzitter:
Er is nog een tweede termijn. Dank u wel.
We zijn bij een bijzonder heugelijk moment aangekomen. Dat is de
maidenspeech van de heer Van Leijen. Die zal hij uitspreken namens de
fractie van D66. Zoals we weten is het gebruikelijk dat we niet
interrumperen, maar slechts feliciteren bij maidenspeeches. Gaat uw
gang, meneer Van Leijen.
De heer Van Leijen (D66):
Dank u, voorzitter. Het was zo'n avond. De dag was lang geweest, mijn
benen waren zwaar en mijn oogleden mogelijk nog zwaarder. Terwijl mijn
lieve kinderen zich klaarmaakten voor hun bed, was mijn hoofd al bij dat
ene lekkere plekje op de bank. "Papa," vroeg mijn zoontje Jesse, "jij
gelooft toch niet in God?" "Nee lieverd", zei ik op een bijna
automatische toon. We hadden het hier vaker over gehad en dat ene plekje
op mijn bank ligt echt heel lekker en daar wilde ik gewoon heel graag
naartoe. "Maar papa," ging Jesse verder, "waar geloof jij dan wel in?"
Plots was ik er weer helemaal bij. Het was zo'n vraag die op een toon
gesteld wordt waardoor je als vader weet: dit moment doet ertoe; nu moet
ik wat zinnigs gaan zeggen. "Ik geloof in jou en in je lieve zusje Evi",
zei ik. Ik zag tevreden knikjes en tevreden blikjes en ik dacht: mooi,
vaderschaptest overleefd. Toch bleven de vraag en het antwoord dat ik
mijn kinderen écht verschuldigd was door mijn hoofd spoken. Het is ook
een relevante vraag, want waar geloof je eigenlijk in als je niet
gelooft? Gelukkig hoefde ik niet ver te zoeken voor het antwoord. Ik
geloof in de vrijheid om te geloven, of dat je nu niet-gelovig,
christen, moslim, hindoe, boeddhist of iets anders maakt. Ik geloof dat
dit op geen enkele manier tussen ons in hoeft te staan.
Voorzitter. Ik geloof in vrijheid. Als ik dan ergens heilig in moet
geloven, laat dat dan in het recht zijn om over je eigen leven te
beschikken, je eigen keuzes te maken en te zijn wie je bent. "De enige
vrijheid die deze naam waard is, is de vrijheid ons eigen goed na te
streven, op onze eigen manier, zolang we niet proberen anderen te
beroven van het hunne of hen dwarsbomen in hun pogingen het te
bereiken", zei John Stuart Mill. Ik geloof dat hij gelijk had. De
vrijheid waar Mill het over had, dus om je eigen geluk te kunnen
nastreven zonder dat je anderen daarbij schaadt, ontstaat helaas niet
uit zichzelf. Daar is iets voor nodig. Daar moeten we wat voor doen. Dat
vraagt wat van ons als politici.
Terwijl ik die woorden uitspreek, denk ik aan het verhaal van de Ierse
Katriona O'Sullivan — geen familie van, overigens. Tijdens een toespraak
vertelde ze hoe geweldig haar leven was: academica, best-selling auteur,
getrouwd, mooie kinderen. Ze sloot het rijtje af met een mooi staaltje
zelfinzicht: "I'm fucking amazing." Voorzitter, vergeef mij deze woorden
in deze zaal. Ik herhaal enkel een quote. Het is niet mijn eigen
woordkeuze. Toen nam zij ons mee in hoe haar leven eruitzag toen ze 15
was: dakloos, drugsverslaafd, misbruikt en zwanger. Het zegt wat over de
enorme wilskracht van deze vrouw dat zij haar leven zo enorm heeft weten
om te gooien.
Voorzitter. Er is meer. Ze vertelde dat er in haar leven een paar dingen
waren die haar leven veranderden. Zo vertelde zij dat zij als jonge
moeder dankzij publieke huisvesting de basis kreeg om na te denken over
de vraag: wat voor moeder wil ik eigenlijk zijn en wat voor leven wil ik
voor mijn kind? Zij vertelde dat er een huisgenoot was die haar
aanspoorde om zich aan te melden voor een speciaal toegangsprogramma van
het Ierse Trinity College. Aan dezelfde universiteit behaalde ze jaren
later haar PhD.
Voorzitter. Katriona O'Sullivan heeft met ongelofelijk veel kracht haar
leven een andere richting gegeven. Dat vind ik echt bewonderenswaardig.
Dat kon ze echter niet alleen. Er was een basis die haar hielp om die
stap te zetten. Die basis begon bij iets heel eenvoudigs maar heel
belangrijks, namelijk een plek om te wonen. Een fijn thuis is de basis
voor alles. Als je écht vrij wil zijn en je eigen keuzes wil maken, heb
je eerst een veilige plek nodig om te wonen. Zolang mensen hun huur niet
kunnen betalen, in slechte woningen leven of zelfs helemaal geen dak
boven hun hoofd hebben, voelt die vrijheid gewoon heel ver weg.
Voorzitter. Helaas overdrijf ik niet als ik zeg dat voor
honderdduizenden Nederlanders op dit moment het leven op pauze staat
omdat ze simpelweg geen passende woning kunnen vinden. Dat is precies
waarom ik hier vandaag sta. Ik wil keihard aan de bak om die thuisbasis
voor iedereen voor elkaar te krijgen, zodat iedereen vrij is om zijn
leven zelf in te richten. Hier ga ik voor knokken, door in te zetten op
tempo, op versnellen, op het weghalen van de stroperigheid uit de
woningbouw, en door beter benutten mogelijk te maken, door in te zetten
op het versimpelen van woningdelen en door als een ware mister
middenhuur ervoor te zorgen dat de nieuwe Europese regels op dat gebied
tot heel veel meer woningen gaan leiden.
Voorzitter. We staan hier vanochtend om te debatteren over de Wet
toekomstbestendige huurcommissie. Al meer dan 100 jaar beschermt de
Huurcommissie als onpartijdige scheidsrechter onze huursector. Plannen
om die organisatie klaar te maken voor de toekomst, kunnen rekenen op
steun van mijn fractie.
Ik heb nog wel enkele vragen aan de minister. Die vragen moet ik even
zoeken. Gevonden! Kan zij aangeven wat de impact is van de lessorheffing
op de woningcorporaties, die meer klachten ontvangen omdat zij simpelweg
grotere aantallen woningen verhuren? Twee. Wat is de stand van zaken met
betrekking tot de invoering van een huurregister, zodat alle verhuurders
hun eerlijke deel kunnen bijdragen aan het in stand houden van de
Huurcommissie? Ik heb nog een laatste vraag om duidelijkheid te scheppen
voor huurders, verhuurders en de Huurcommissie zelf. Op welke termijn is
invoering van deze wet voorzien, ook gezien de gewenste
voorbereidingstijd voor de Huurcommissie? Mijn fractie werkt graag met
andere partijen in deze Kamer aan een Huurcommissie die klaar is voor de
toekomst, zodat huurders en verhuurders zekerheid kunnen blijven
krijgen, omdat een woning de basis is om je leven in vrijheid vorm te
kunnen geven.
Dus lieve Jesse, dus lieve Evi, zeg ik via de voorzitter … Sorry. Ik ben
een enorme softie als het op mijn kinderen aankomt; dat geef ik ook toe.
Je vader gelooft ergens in. Hij gelooft in jullie. Daar was geen woord
aan gelogen. Hij gelooft bovendien in vrijheid, in een land waarin
mensen de kans krijgen om hun eigen leven vorm te geven. Hij gelooft dat
politici zich keihard moeten inzetten om die vrijheid mogelijk te maken.
En hij gelooft dat het begint bij een goede basis: bij een fijne plek om
te wonen. Daar, voorzitter, zet ik mij elke dag voor in.
Dank u wel.
(Geroffel op bankjes)
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Van Leijen, voor hoe u uit uw hart sprak. Zo hoort
dat eigenlijk te zijn in de politiek. Ik heb het genoegen om u als
eerste te feliciteren met uw maidenspeech. Ik nodig u uit om
felicitaties voor het rostrum in ontvangst te nemen.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering en ik geef het woord aan mevrouw Steen voor
haar inbreng in de eerste termijn namens de fractie van het CDA.
Mevrouw Steen (CDA):
Voorzitter. Wie huurt, moet erop kunnen vertrouwen dat regels duidelijk
zijn en dat geschillen eerlijk worden opgelost. Dat klinkt
vanzelfsprekend, maar in de praktijk ontstaan er dagelijks conflicten
over huurprijzen, servicekosten en onderhoud. Juist daar vervult de
Huurcommissie haar rol als onafhankelijke arbiter, die voorkomt dat een
verschil van inzicht uitgroeit tot een langdurig probleem voor huurder
en verhuurder. De Huurcommissie is geen nieuw orgaan; ze bestaat al
sinds 1975 en heeft sindsdien een belangrijke maatschappelijke functie
vervuld. Meer dan 45 jaar ervaring hebben laten zien dat de
Huurcommissie een cruciaal instrument is om duidelijkheid,
rechtszekerheid en balans in de huurmarkt te brengen.
Toch staat die rol onder druk. De samenleving verandert sneller dan de
regels kunnen bijhouden. Er ligt een grote woningbouwopgave voor ons, de
Wet betaalbare huur betekende nieuwe verantwoordelijkheden voor de
Huurcommissie, en er zijn allerlei nieuwe manieren van wonen. Daarom
steunt het CDA de wet die de Huurcommissie toekomstbestendig maakt, met
een sterkere governance, meer continuïteit en duidelijkere
verantwoordelijkheden. Maar "toekomstbestendig" betekent voor ons meer
dan alleen efficiëntie. Het betekent toegankelijk en mensgericht,
digitaal waar het kan en persoonlijk waar het moet, zodat mensen hun
verhaal kunnen doen en beslissingen eerlijk en snel genomen worden. De
aanpassingen die nu voorliggen, zijn gebaseerd op de dagelijkse praktijk
en laten de inzet en het werk van de commissie meebewegen met het type
klachten en vragen. Dat is belangrijk, omdat we willen dat het werk van
de commissie voor iedereen makkelijk, toegankelijk en uitvoerbaar
is.
Het is dus goed dat deze wet er is. Toch heeft het CDA nog een aantal
vragen en aandachtspunten, en valt er ook nog wel wat te verbeteren.
Onder dit wetsvoorstel zit eigenlijk een grotere vraag, niet alleen over
hoe we de procedures organiseren, maar ook over wat voor instelling de
Huurcommissie eigenlijk is en moet zijn. Dit is geen gewone
uitvoeringsorganisatie. Dit is voor mensen de plek waar je naartoe gaat
als het echt misgaat. Dan moet je weten: hier krijg ik een onafhankelijk
en eerlijk oordeel. Voor het CDA is dat ook het uitgangspunt. De
Huurcommissie moet geen uitvoeringsloket worden van het ministerie, maar
ook geen losstaande club zonder duidelijke plek in het publieke bestel.
We zoeken een positie in balans voor de Huurcommissie, onafhankelijk in
oordeel, maar wel stevig ingebed in de publieke ordening, met gezag, en
herkenbaar voor mensen. Daarom vraag ik de minister: deelt zij de
opvatting dat de Huurcommissie een zelfstandige geschillenbeslechter
moet zijn met eigen gezag? Zo ja, wanneer komt zij dan met een heldere
visie op de governance, zoals ook de Raad van State is gevraagd? En
wanneer komt deze visie naar de Kamer?
Voorzitter. Hierbij is ook het huurregister van belang. Ook dit biedt
transparantie en rechtsbescherming. Het register helpt gemeenten
bijvoorbeeld bij het toezicht en de handhaving van huurrechten. Het moet
gemakkelijker worden om slechte verhuurders op te sporen en aan te
pakken. Ook moet het controleerbaar maken of huizen in de middenhuur
niet te duur worden verhuurd. De vorige minister gaf aan dat het
voorstel voor het huurregister in juli in consultatie gaat. Het CDA gaat
ervan uit dat de onderhavige wet en het voorstel voor het huurregister
op elkaar zijn afgestemd en elkaar versterken. Kan de minister iets
zeggen over de samenhang en de wijze waarop deze twee zich tot elkaar
verhouden?
Voorzitter. Dan de toegang en de bureaucratie. Het wetsvoorstel voorziet
in de eis om gebreken aan een huurwoning eerst schriftelijk te melden
aan de commissie voordat de klacht inhoudelijk wordt behandeld. De reden
daarvoor is dat de afhandeling beter kan worden gevolgd als er een
overzicht is van wat er is gemeld en wanneer dat is gemeld. Dat is in
het kader van rechtszekerheid en gelijke behandeling zeker belangrijk,
maar hoe zorgen we er nu voor dat hiermee geen nieuwe beklemmende
bureaucratie wordt opgetuigd? Het CDA begrijpt de noodzaak om de
procesmatige afhandeling van gebreken en klachten te objectiveren, maar
we weten ook dat de verhouding tussen huurder en verhuurder toch vaak
ongelijksoortig is. Vooral bij gebreken in een woning en de balans
tussen prijs en ervaren of noodzakelijk wooncomfort, zit er soms ook
iets wat je minder makkelijk kunt rationaliseren. Daar komt bij dat lang
niet alle huurders schriftelijk of digitaal vaardig zijn. Hoe wordt dus
voorkomen dat het proces bij de Huurcommissie een soort van weberiaanse
ijzeren kooi wordt, dat huurders en verhuurders opsluit in een systeem
van regels en procedures? Hoe zorgen we ervoor dat bijvoorbeeld het
klantcontactcentrum, dat nu al een tijdje best prima draait, persoonlijk
blijft en geen kastje-naar-de-muurloket wordt? Hoe houden we daar grip
op?
Voorzitter. Dan het evenwicht. De Huurcommissie is er voor huurders maar
ook voor verhuurders. Als dat evenwicht niet zichtbaar is, dan verdwijnt
het vertrouwen aan één kant. Voor het CDA is dat een cruciaal punt. Het
gaat om een sterke bescherming van huurders maar ook om een eerlijke en
betrouwbare behandeling van verhuurders. Precies daaraan raakt de
discussie over pariteit. Dat is voor ons geen technisch detail, maar een
manier om dat evenwicht zichtbaar te maken. Tegelijkertijd zien we dat
de Huurcommissie juridischer wordt. De vraag is dus niet simpelweg of we
pariteit houden of niet, maar hoe we ervoor zorgen dat het evenwicht
goed overeind blijft in een moderne organisatie. Deelt de minister de
opvatting dat het gezag van de Huurcommissie staat of valt met het
vertrouwen van beide kanten? Is zij bereid om in die brede visie ook
expliciet in te gaan op de toekomst van pariteit en hoe die eruit moet
zien, passend bij de rol van de Huurcommissie van de toekomst?
Voorzitter. Dit brengt mij bij de leges. Het oorspronkelijke amendement
van de heer Grinwis en onze fractie had een heel duidelijk doel:
verhuurders die keer op keer de fout ingaan en hun gedrag niet
aanpassen, moeten dat voelen. Juist die hardleerse gevallen wil je
raken. Dat uitgangspunt staat voor ons nog steeds recht overeind. Ook
partijen die dagelijks een grote maatschappelijke verantwoordelijkheid
dragen, zien dat belang en handelen ernaar dat misstanden moeten worden
aangepakt. Maar in de praktijk zien we dat dit nu anders uitpakt. Het
heeft onbedoelde bijeffecten, met name bij woningbouwcorporaties, niet
omdat zij structureel de regels overtreden maar gewoonweg omdat zij veel
woningen hebben. Daardoor komen zij simpelweg vaker bij de Huurcommissie
terecht. Dan worden uitspraken bij elkaar opgeteld en volgen al snel
maximale leges, terwijl het naar verhouding om slechts een heel klein
deel van hun verhuur gaat. Daarbij speelt dat de Huurcommissie zelf
aangeeft dat zij nu eigenlijk te weinig ruimte heeft om daar verstandig
mee om te gaan. Daarom hebben wij samen met de heer Grinwis een
reparatieamendement ingediend om dit onbedoelde effect te repareren en
om de Huurcommissie juist wel de ruimte te geven om te differentiëren in
de zin van: gaat het hier nu om structureel verwijtbaar gedrag of niet?
Mijn vraag aan de minister is dan ook of zij de mening deelt dat we
moeten vasthouden aan het oorspronkelijke doel, namelijk het aanpakken
van hardleers gedrag, maar dat de uitwerking nu geen goed onderscheid
maakt. Is zij ervan overtuigd dat deze aanpassing ervoor zorgt dat juist
de verhuurders die écht overtredingen blijven begaan, worden geraakt en
niet degenen die hun werk in de kern gewoon goed doen?
Tot zover, voorzitter.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Ik kan me aansluiten bij een heel groot deel van de bijdrage van het
CDA, waaronder de punten over de toegankelijkheid. Ik miste alleen één
onderdeel, namelijk de klachtenprocedure. Daar wil ik nog een vraag over
stellen richting mevrouw Steen. Zij schetste in haar bijdrage dat het
ontzettend belangrijk is dat je de geschillenbeslechting goed inricht
met elkaar. Toch wordt de klachtenprocedure nu geschrapt. Daar heeft
mijn fractie zorgen over. We hebben daar ook een amendement over
ingediend. Ik was benieuwd hoe het CDA daarnaar kijkt.
Mevrouw Steen (CDA):
We hebben in de beantwoording van het kabinet gezien dat de
klachtenprocedure heel goed is bedoeld, maar eigenlijk niet goed werkt.
Hij is niet doelmatig. De vraag is: bied je dan echt rechtsbescherming
of is het een papieren werkelijkheid? Het CDA is ervan overtuigd dat
het, zoals hij nu is ingericht, een papieren werkelijkheid is. Op andere
plekken kunnen we de klachtenprocedure goed inrichten. Dan kan de
Huurcommissie blijven doen waar ze goed in is en wat ze moet doen.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Daar heb ik toch twee vragen over. Mijn zorg is namelijk dat het
misschien toch niet helemaal goed ingericht is. Binnen corporaties wordt
het bijvoorbeeld intern ingericht. Ik kan me voorstellen dat het voor
een huurder prettig is als zo'n klachtenprocedure ook buiten de
corporatie ingericht kan worden, bijvoorbeeld bij de Huurcommissie. Dat
allereerst. Bij private verhuurders moet je echt leunen op de Wet goed
verhuurderschap. Als je dan geen zware misstanden hebt, heb je weinig om
op terug te vallen. Ziet het CDA dat ook?
Mevrouw Steen (CDA):
Toch zie ik dat die instanties er zijn. Ik heb heel veel vertrouwen in
de woningbouwcorporaties. Ik zie ook dat het best wel goed gaat. Daar
hebben we het eigenlijk helemaal niet voor nodig. Wat betreft het deel
over private huurders: je kunt voor heel veel nog wél terecht bij de
Huurcommissie. Het is dus niet zo dat er helemaal niks meer bij de
Huurcommissie terechtkomt. Uiteindelijk is er dus altijd wel iemand die
er onafhankelijk naar kan kijken. Ook bij de private verhuurders gaat
het best goed. Ik heb er dus vertrouwen in dat het goed komt. We hebben
er vooral baat bij om ondoelmatige klachtenprocedures niet in stand te
houden. We geven huurders het gevoel dat ze ergens rechtsbescherming
kunnen halen, maar die krijgen ze eigenlijk niet.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Dat is dan een verschil van inzicht. Dat kan. Ik hoorde mevrouw Steen
wel heel duidelijk schetsen dat het heel belangrijk is dat het
huurregister op korte termijn goed ingericht wordt. Ik zag dat ook echt
als een oproep richting de minister. Ik ben dus in ieder geval blij dat
het CDA die oproep vandaag gedaan heeft.
Mevrouw Steen (CDA):
Goed zo. Dat heeft u goed gehoord.
De heer Nobel (VVD):
Ik ben heel benieuwd hoe de minister straks gaat reageren op het
huurregister. Ik hoop wel dat het CDA, net als de VVD, kritisch wil
kijken. Stel dat het huurregister wordt opgetuigd, maar niet
functioneert en voor allerlei administratievelastendruk zorgt bij de
kleine particuliere belegger. Die wil nu toch al niet investeren, omdat
het fiscale klimaat onaantrekkelijk is. Gaat het CDA dan kijken of het
dat dan nog wil?
Mevrouw Steen (CDA):
Ik denk dat de VVD het CDA in meerdere debatten over volkshuisvesting
heeft horen pleiten voor geen bureaucratie. Sterker nog, dat heb ik net
ook al gedaan. Maar ik ben niet tegen slimme regels. Als de regels slim
worden ingezet en zo'n register gaat helpen om een goede huurmarkt in
balans te houden, dan moeten we dat gewoon doen. Daarom ben ik ook
benieuwd naar de visie van de minister op het huurregister. Ik ben
benieuwd hoe het in verhouding staat tot wat we vandaag bespreken. Maar
ook als het gaat om studentenkamers is dit enorm van belang. Ik ben dus
echt benieuwd waar de minister mee komt. Ik ben ook erg benieuwd naar
het moment dat het in consultatie gaat. Dan gaan we ongetwijfeld nog een
keer met elkaar debatteren over de effecten ervan.
De heer Nobel (VVD):
Misschien tot slot. Stel dat er uiteindelijk toch zo'n huurregister
komt. Namens de VVD hoop ik dat het er niet komt, omdat ik er echt heel
veel administratievelastendruk achter vandaan zie komen. Dan maak ik me
ook zorgen over de uitvoering. Uiteindelijk zullen gemeenten
waarschijnlijk moeten gaan handhaven. Mevrouw Steen weet ook dat er heel
veel taken op het bordje van de gemeente liggen. Hoe kijkt mevrouw Steen
daarnaar?
Mevrouw Steen (CDA):
Over de bevoegdheden en taken van gemeenten komen we ongetwijfeld ook
nog wel te spreken. Het is ook niet zo dat gemeenten zeggen het niet te
willen doen. Gemeenten zeggen vooral: geef me de goede instrumenten om
het goed te kunnen doen. Dan heb je een heel ander gesprek. Op dit
moment hebben gemeenten al bevoegdheden, of sterker nog,
verantwoordelijkheden, om ervoor te zorgen dat misstanden tegengegaan
worden. Op het moment dat een huurregister daarbij kan helpen — dat gaan
we vervolgens straks ook zien — dan geeft dat hun een instrument in
handen om dat op een goede manier te doen. Ik zie daar op dit moment op
voorhand dus nog helemaal geen bezwaar in, maar laten we vooral kijken
hoe het er straks uit komt te zien. Dan gaan we daar ongetwijfeld nog
met elkaar over spreken.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Nobel (VVD):
Voor de VVD is het middel eigenlijk zwaarder dan de kwaal. Ik hoop dat
het CDA dat uiteindelijk ook gaat inzien, maar ik ben in ieder geval
blij dat ze nog niet volledig om zijn en dat ze ook de reactie van de
minister willen afwachten.
Mevrouw Steen (CDA):
Uiteraard.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Steen. Het woord is aan mevrouw Beckerman voor haar
inbreng namens de Socialistische Partij in eerste termijn.
Mevrouw Beckerman (SP):
Goeiemorgen. Felicitaties aan de heer Van Leijen voor zijn
maidenspeech.
Voorzitter. Vandaag bespreken we de Wet toekomstbestendige
huurcommissie. Onze belangrijkste vraag is natuurlijk: helpt deze wet
bij het versterken van de positie van huurders die onrecht wordt
aangedaan? Laten we het dan ook maar direct heel concreet maken:
schimmel. Dat wordt een steeds groter probleem in huurwoningen. Mensen
worden letterlijk ziek van hun eigen huis. Het meest pijnlijke
nieuwsbericht vond ik dat het Jeugdeducatiefonds meer aanvragen krijgt
voor nieuwe matrasjes en dekentjes voor kinderen omdat ze door schimmel
aangetast worden. Laat dat even tot je doordringen: beschimmelde dekens
en kindermatrasjes. Is dat hoe we kinderen in dit land laten opgroeien?
Ik vraag de minister of zij weleens in zo'n woning geweest is. Je krijgt
het echt direct benauwd.
Het treurigste is dat er misschien wel een nieuw matrasje komt, maar dat
de oorzaak heel vaak niet wordt weggenomen. Longartsen zien inmiddels
bijna dagelijks kinderen die ziek zijn doordat ze in een schimmelhuis
wonen. Het probleem wordt groter en groter. Een op de vijf woningen in
Nederland heeft schimmel. Het gaat om 29% van de corporatiewoningen in
2024. Dat was in 2021 nog 24%.
Het halen van je recht is dan een groot probleem. De Huurcommissie
krijgt steeds vaker klachten over slecht onderhouden huurwoningen. In
2024 spande een recordaantal huurders een zaak aan vanwege schimmel,
lekkages of tocht. Dat gebeurde ruim 5.800 keer, 30% meer dan het jaar
ervoor. De vraag is natuurlijk: helpt deze wet die we vandaag bespreken
nou om dit grote nationale probleem aan te pakken? Wat de SP betreft
gebeurt dat echt onvoldoende. Huurders moeten met deze wet het probleem
schriftelijk melden bij de verhuurder, moeten dan zes weken wachten en
kunnen dan naar de Huurcommissie, maar met deze wet maken we het
mogelijk dat de wachttijden bij de Huurcommissie ook nog langer worden.
Als je dan gelijk krijgt van de Huurcommissie, is er nog geen garantie
dat die schimmel daadwerkelijk wordt aangepakt, want de Huurcommissie
kan alleen maar huurverlaging opleggen. Dan word je dus nog steeds ziek
van je eigen huis.
Voorzitter. Ik vind het heel hoopvol dat ze het in Engeland anders doen,
hoewel daar een hele, hele, hele trieste aanleiding voor was, namelijk
het overlijden van het peutertje Awaab. Hij is overleden na langdurige
blootstelling aan schimmel in zijn sociale huurwoning. Nu is er in zijn
naam een wet. Wat doet die wet? Noodreparaties binnen 24 uur, binnen
tien werkdagen moet een verhuurder onderzoek doen na klachten over
schimmel, waar een geschreven verslag van moet komen, en als er een
direct gevaar wordt gevonden, moet er binnen vijf dagen worden
ingegrepen en moet er binnen twaalf weken worden gestart met groter
onderhoud. Doet de verhuurder dat niet, dan volgen er sancties. Deze wet
geldt nu alleen voor de sociale huur in Engeland, maar gaat ook gelden
voor de vrije sector. Bovendien wordt die wet ook nog verder uitgebreid
naar constructieve gebreken, brandveiligheid en sanitair.
Wat een verschil, minister. Hier moeten huurders met ziekmakende
schimmel nog een lange strijd voeren, waarbij er geen zekerheid is dat
het probleem daadwerkelijk wordt aangepakt. In Engeland kun je nu een
aanpak binnen enkele dagen afdwingen. Ik ben eigenlijk benieuwd naar de
reactie van de minister hierop. Zou dit type wetgeving niet helpen om
ziekmakende en gevaarlijke schimmels veel effectiever aan te pakken,
aangezien de problematiek met schimmel ook hier niet afneemt maar
toeneemt? We komen met een motie in de tweede termijn.
Voorzitter. Met de wet die vandaag voorligt, is op zichzelf niet heel
veel mis, maar de vraag is wel wat deze wet materieel echt gaat
verbeteren. Daarom doe ik samen met de heer De Hoop ook nog twee grote
voorstellen middels amendementen om de wet te verbeteren, allereerst op
het punt van collectieve zaken. Voor veel huurders is de stap naar de
Huurcommissie groot. Hoewel je buren allemaal hetzelfde probleem hebben,
moet je bijna altijd allemaal individueel een eigen zaak aanspannen. Dat
vergroot ook nog eens de werklast van de Huurcommissie. Daarom pleit de
SP al lange tijd voor meer collectieve zaken van huurders, of het nou
gaat over gebreken zoals schimmel, de hoogte van de huur of iets anders.
Vandaag dienen we een amendement in dat specifiek gaat over collectieve
zaken, over servicekosten. Eigenlijk is dit een heel logisch amendement.
Het is eigenlijk gek dat dit nog niet helemaal goed geregeld is, want in
grote woongebouwen worden servicekosten eerst collectief berekend en
vervolgens omgeslagen naar alle bewoners. Huurders die bezwaar maken,
moeten dat nu eigenlijk allemaal individueel doen. We zeggen daarom:
maak het simpel en laat een vertegenwoordiging van de huurders met een
collectieve rekening een zaak starten. Dat voorkomt een hele hoop zaken
en maakt het voor huurders makkelijker om hun recht te halen. Graag een
reactie.
Ons tweede amendement is al vaker genoemd en gaat over de
klachtenprocedure. Deze procedure wordt in de voorliggende wet
geschrapt. Wij willen deze graag behouden. De minister wijst erop dat er
alternatieven zijn die huurders zouden helpen bij het indienen van een
klacht, maar zoals eerdere sprekers ook al aangaven, zijn die
alternatieven er voor heel veel huurders niet en als ze er zijn, zijn ze
ook nog onvoldoende. De Wet goed verhuurderschap, waar de minister naar
verwijst, geldt bijvoorbeeld niet voor corporaties. Een interne
klachtenprocedure bij de corporatie is niet voldoende en is er niet voor
huurders in de commerciële sector. Daarom is het voorstel eigenlijk heel
simpel: behoud de klachtenprocedure. Toegang tot een onafhankelijke
klachteninstantie is gewoon een wezenlijk onderdeel van de
rechtsbescherming van huurders. Zolang niet is gewaarborgd dat alle
huurders terechtkunnen bij een gelijkwaardig alternatief, dient de
bestaande procedure bij de Huurcommissie te worden gehandhaafd. Als de
minister zegt dat veel huurders überhaupt niet weten dat deze procedure
mogelijk is, is het zaak dat huurders beter geïnformeerd worden, zodat
ze hun recht kunnen halen. Ik sluit daarmee ook aan bij de bredere
oproep van de heer Grinwis, namelijk: maak die huurteams overal in
Nederland beschikbaar, want huurteams helpen huurders daadwerkelijk om
hun recht te halen, terwijl we in deze wet zien dat er ook nieuwe
drempels worden opgeworpen, zoals dat schriftelijk verslag, terwijl we
weten dat dat niet voor iedereen mogelijk is.
Voorzitter. We kunnen beter. Iedereen verdient een goed, gezond en
betaalbaar huis. Er zijn te veel misstanden: ziekmakende
schimmelwoningen, te hoge huren, peperdure servicekosten. Ja, wij
steunen deze wet, maar volgens de SP is het ook tijd om verder te
kijken. In Engeland doen ze het wel: goed en snel ingrijpen wanneer er
schimmel in een woning zit. Daar was daar een heel tragisch incident
voor nodig. Laten wij daar niet op wachten en hier nu werk van
maken.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Beckerman. We zijn aanbeland bij een tweede
heugelijk moment. Dat betreft de maidenspeech van de heer Nobel. Die zal
hij uitspreken namens de fractie van de Volkspartij voor Vrijheid en
Democratie. U heeft het woord, meneer Nobel.
De heer Nobel (VVD):
Dank u, voorzitter. Mijn eerste politieke debat voerde ik aan de
keukentafel in Hoofddorp. Ik groeide op in een rood nest, waar het vaak
over politiek ging. Mijn vader was namens de Partij van de Arbeid
wethouder en later burgemeester. De Volkskrant lag op tafel en
programma's als NOVA hoorden erbij, maar het ging bij ons thuis niet
alleen over politiek. Ik groeide ook op met de verhalen van mijn
grootouders. Zij woonden nog bij hun ouders toen hun eerste kind werd
geboren. Er was woningnood, net als nu, maar ze hadden geluk, want door
de geboorte van hun eerste kind kwamen zij in aanmerking voor een
sociale huurwoning. Vandaag zouden we dat "urgentie" noemen. Ze konden
terecht in de Amsterdamse Tuinsteden, die toen werden gebouwd. En ja, ze
betaalden bijna de helft van hun inkomen aan huur. Dat geeft ook
perspectief op vandaag, want betaalbaarheid is nog steeds een groot
probleem. Maar voor veel mensen is het inmiddels nog fundamenteler: er
is simpelweg geen huis.
Aan die keukentafel luisterde ik vooral. Soms mengde ik me in de
discussie, tot 6 mei 2002, de dag waarop Fortuyn werd vermoord. Ook bij
ons thuis werd er stevig over hem gediscussieerd, en niet altijd
positief. Maar hoe fel die gesprekken ook waren, het was ondenkbaar dat
iemand daarom van het leven beroofd zou worden. En toch gebeurde dat.
Niet alleen de moord maar ook de stilte erna aan de keukentafel maakte
diepe indruk op mij. Voor het eerst voelde ik: dit gaat ergens over, en
hier moet je zelf positie kiezen. In de jaren daarna ben ik mij verder
erin gaan verdiepen: ik las zijn boeken en schreef een profielwerkstuk
over Fortuyn. Langzaamaan werd duidelijk waar ik stond: niet bij de
PvdA, maar bij een stroming die ruimte geeft aan mensen die vooruit
willen en een overheid die dat mogelijk maakt.
Mijn moeder wees mij op de oprichting van een lokale JOVD-afdeling in
Haarlemmermeer. En ze vroeg: is dat niet iets voor jou? Dat was het ook.
Ik werd lid van de JOVD en niet veel later van de VVD. Als raadslid en
later als wethouder mocht ik mij inzetten voor de inwoners van
Haarlemmermeer, voor onderwerpen als Schiphol, financiën en wonen. Als
jongen uit de polder groeide ik op onder de rook van Schiphol, onze
economische motor. Als wethouder zag ik ook de spanning die daarbij
hoort, want waar gevlogen wordt daar wordt niet gebouwd. Juist dan moet
je keuzes maken. In Haarlemmermeer hebben we daarom geluidsadaptief
bouwen mogelijk gemaakt, zodat er op plekken waar gevlogen wordt toch,
zij het beperkt, ook gebouwd kan worden. Niet afwachten, maar mogelijk
maken. Niet blokkeren, maar bouwen. Als wethouder had ik daarbij één
simpel credo: we moeten stenen stapelen en geen regels. Want
uiteindelijk gaat het om mensen, niet om procedures maar om perspectief,
om de sleutel van je eerste woning, een plek om een leven op te bouwen.
Gelukkig is de Haarlemmermeerpolder groot en konden we bouwen. Het
allermooiste moment was wanneer oud-klasgenoten of mensen van de
sportclub voor het eerst de sleutel kregen van hun eigen woning, hun
eigen plek, hun eigen toekomst.
Voorzitter. Ruim twintig jaar na de dood van Fortuyn sta ik hier zelf.
Eerst als bewindspersoon en vandaag als Kamerlid, met wonen en migratie
in mijn portefeuille. Dat zijn onderwerpen die, net als vroeger bij ons
thuis, veel aan de keukentafels worden besproken. Maar er is één
belangrijk verschil: ik mag daar nu zelf verantwoordelijkheid voor
dragen. Wonen, een dak boven je hoofd: het is een basisbehoefte, maar
het is ook iets wat we in Nederland weer bereikbaar moeten maken, voor
starters, voor gezinnen, voor mensen die willen bouwen aan hun toekomst
en ook voor mijn eigen kinderen. Dat vraagt om een overheid die niet in
de weg staat maar ruimte geeft, die regels durft te vereenvoudigen en
ervoor zorgt dat er gebouwd kan worden. Wie vooruit wil, moet ook
vooruit kúnnen.
Voorzitter. Dan de wet die we vandaag behandelen, de Wet
toekomstbestendige huurcommissie. Dat is een wet die de Huurcommissie
efficiënter, toegankelijker en ook toekomstbestendig moet maken. Dat is
wat de VVD betreft een belangrijk streven, want in een woningmarkt die
onder druk staat moeten procedures duidelijk, snel en effectief zijn,
zowel voor huurders als voor verhuurders. Tegelijkertijd blijf ik
kritisch. Eenvoud en effectiviteit moeten altijd hand in hand gaan met
rechtsbescherming en een goed functionerend systeem. De VVD steunt dan
ook het schrappen van de klachtenprocedure over gedragingen van
verhuurders. De evaluatie op dit punt is glashelder: 74% van de
verzoeken wordt niet-ontvankelijk verklaard, er is geen duidelijk
toetsingskader, er zijn geen sanctiemogelijkheden en de procedures
dragen zelden bij aan een betere relatie tussen huurder en verhuurder.
Dit soort overbodige procedures moeten wat de VVD betreft dus zo snel
mogelijk geschrapt worden.
Tegelijkertijd roept dit besluit wel een fundamentele vraag op. Met het
schrappen van deze procedure erkent de minister impliciet ook een
probleem: er is op dit moment namelijk geen alternatief. De Wet goed
verhuurderschap is niet van toepassing op woningcorporaties. Handhaving
loopt via de Autoriteit woningcorporaties, maar die behandelt geen
individuele geschillen. De VVD heeft daarbij een bredere zorg: het
stelsel van huurdersbescherming wordt steeds complexer, met parallelle
routes via de Huurcommissie, de gemeente, de rechter en straks mogelijk
ook via corporatieklachtencommissies, zonder dat er duidelijke regie op
samenhang is. Ik zou de minister willen vragen of zij de Kamer kan
informeren over een alternatief, waarbij wordt aangegeven wat de
minimale kwaliteitseisen zijn waar dat alternatief aan moet voldoen,
voordat de klachtenprocedure bij de Huurcommissie daadwerkelijk
vervalt.
De VVD staat ook kritisch tegenover ontwikkelingen die de private
verhuur moeilijk maken, en zo ook tegenover de suggestie dat private
verhuurders in de toekomst mogelijk dienen te voldoen aan een
verhuurdersbijdrage. Van verhuurders in de private sector is geen
actuele bezitsinformatie beschikbaar en daarmee kunnen zij niet
verplicht worden om bij te dragen. De VVD is er dan ook absoluut geen
voorstander van dat private verhuurders moeten bijdragen aan de
verhuurdersbijdrage. We hebben investeerders en bouwers op dit moment
door de hoeveelheid regels en het fiscale klimaat al behoorlijk
weggejaagd. Dus we moeten stenen stapelen en geen regels. Een
huurregister zorgt ervoor dat er nog meer regels en nog meer
administratieve lasten bij komen in een huurmarkt die toch al kapot
gereguleerd is. Wat de VVD betreft moeten we er juist voor zorgen dat
het aantrekkelijker wordt om huurwoningen, met name in het
middensegment, toe te voegen.
Voorzitter. Ik ben opgegroeid aan een keukentafel waar het soms hard
tegen hard ging, maar uiteindelijk bleef er altijd ruimte voor een
verschil van mening. Die houding neem ik hier mee. Ik doel dan op doen
wat nodig is en verantwoordelijkheid nemen in de keuzes die we maken,
maar altijd met het oog op de mensen om wie het gaat. We moeten
problemen benoemen en niet wegkijken, maar aanpakken, ook als dat soms
schuurt, want uiteindelijk is dat waar het om draait. Het gaat niet om
systemen en niet om regels, maar om mensen die vooruit willen. Als wij
ons werk hier goed doen, krijgen mensen die vooruit willen ook die kans.
We moeten in dit land weer doen wat nodig is: stenen stapelen en geen
onnodige regels.
Dank u wel.
(Geroffel op bankjes)
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Nobel. Het is mooi hoe u ons deelgenoot heeft gemaakt
van uw persoonlijke politieke vorming. Ik schors kort voor felicitaties,
die u voor het rostrum in ontvangst mag nemen.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Ik geef het woord aan de heer Mooiman als
laatste spreker van de zijde van de Kamer in de eerste termijn. Dat doet
hij namens de fractie van de PVV. Gaat uw gang.
De heer Mooiman (PVV):
Dank u wel, voorzitter. De Huurcommissie speelt een belangrijke rol in
het oplossen van geschillen ten aanzien van huurprijzen. Het werk van de
commissie zorgt ervoor dat rechten en plichten beter worden geborgd.
Tegelijkertijd zijn er de afgelopen jaren veel ontwikkelingen geweest op
het gebied van wonen en huren die ook consequenties voor de
Huurcommissie hebben gehad. Denk hierbij aan de verdere toename van het
woningtekort, dat inmiddels de 410.000 is gepasseerd en excessen verder
in de hand werkt. Maar denk ook aan nieuwe wet- en regelgeving die de
afgelopen jaren in werking is getreden.
Daarnaast zijn er verschillende onderzoeken geweest naar het
functioneren van de Huurcommissie. Zo heeft onderzoeksbureau USBO in
2021 een evaluatieonderzoek gedaan, waaruit naar voren kwam dat
procedures van de Huurcommissie op belangrijke onderdelen nog niet
voldoende zijn, onder andere op het gebied van de toegankelijkheid, de
informatievoorziening en de tijd die nodig is om zaken af te
handelen.
Ook is de instroom van het aantal zaken fors gestegen. Terwijl de
instroom tot 2020 onder de 10.000 zaken op jaarbasis lag, steeg deze in
de jaren erna daarbovenuit. In 2023 was er sprake van meer dan 15.000
zaken en in 2024 zelfs van 18.500 zaken. In de memorie van toelichting
valt ook te lezen dat het de verwachting is dat dit aantal de komende
jaren verder zal stijgen, onder andere vanwege de Wet betaalbare
huur.
Het kabinet stelt daarom een reeks wijzigingen voor om de Huurcommissie
en haar taken beter af te stemmen op de huidige praktijk. Onze fractie
heeft begrip voor de meeste wijzigingen die worden voorgesteld, maar er
zijn ook een aantal zaken waarvan wij denken dat verbetering of
aanpassing nodig is.
Zo wil het kabinet er met de wet voor zorgen dat de verplichting die de
Huurcommissie nu heeft om leges terug te betalen aan huurders wordt
geschrapt. Dit gaat om de gevallen waarin huurders hun verzoek
intrekken. De reden zou zijn dat dit de administratieve lasten voor de
Huurcommissie zou doen verminderen. Tegelijkertijd zijn er juist veel
mensen met een smalle beurs die de Huurcommissie opzoeken en voor wie
die leges wel degelijk een verschil maken. Daarnaast kan het wat ons
betreft niet zo zijn dat we de huurders straffen voor een gebrek aan
gestroomlijnde procedures bij de Huurcommissie. Daarom hebben we
inmiddels een amendement ingediend om de huidige terugbetalingsregeling
te handhaven.
Ook heeft mijn fractie moeite met het besluit om de klachtenprocedure
ten aanzien van gedragingen van de verhuurder te schrappen. Dit is
eerder in dit debat ook al genoemd. In het wetsvoorstel staat opgenomen
dat dit wordt voorgesteld omdat de klachtenprocedure zelf voor
onduidelijkheid zorgt, maar tegelijkertijd is deze procedure natuurlijk
wel ooit opgenomen met een bepaalde bedoeling, namelijk dat men ergens
terechtkan. Is volledig schrappen dan wel de juiste keuze?
De heer Nobel (VVD):
Ik vraag me het volgende af. Ik ken de PVV als een partij die onnodige
regels en procedures niet steunt, en van deze procedure weten we gewoon
dat daarin 75% van de gevallen niet-ontvankelijk wordt verklaard.
Daarbij schetst u zelf ook nog het beeld dat de procedure negen van de
tien keer voor onduidelijkheid zorgt. Ik zou dus eigenlijk verwachten
dat de PVV hier zou zeggen dat het goed is dat de minister deze
procedure schrapt.
De heer Mooiman (PVV):
Uiteindelijk is deze procedure ooit ingevoerd met daarachter het idee om
huurders beter te kunnen beschermen. Dat idee is een heel goed idee,
denk ik. Daarom vraag ik ook aan de minister waarom er nu voor wordt
gekozen om deze procedure in zijn geheel te schrappen. Had er niet op
een andere manier naar deze procedure gekeken kunnen worden? Had niet
gekeken kunnen worden hoe je die anders kunt vormgeven en er betere
waarborgen aan kunt toevoegen? Dan gooi je niet gelijk die
huurdersbescherming overboord, maar kijk je wel naar goede regels.
De heer Nobel (VVD):
Tot slot dan. De PVV is het hopelijk wel met de VVD eens dat de
procedure zoals die op dit moment is, gewoon een papieren tijger is.
De heer Mooiman (PVV):
Wat ons betreft behoeft de procedure zeker verbetering, want het
percentage niet-ontvankelijkverklaringen is ontzettend hoog. Ik zie wel
dat er nog steeds behoefte is aan bescherming van de huurder op dit
gebied, dus daar zullen we zeker wat mee moeten. Een collega heeft daar
ook een voorstel voor gedaan. In de tweede termijn kom ik zelf nog met
enkele voorstellen hieromtrent. Ik denk dat we dan verder de discussie
met elkaar kunnen voeren.
De voorzitter:
U vervolgt.
De heer Mooiman (PVV):
Dank, voorzitter. Zoals ik zojuist in het interruptiedebatje met de heer
Nobel heb gezegd, vraag ik me af waarom de minister er niet in
samenspraak met de Huurcommissie voor heeft gekozen om deze procedure
anders vorm te geven of om indieners van klachten van tevoren beter erop
attent te maken waarvoor deze specifieke procedure nou echt bedoeld
is.
Voorzitter. Ten aanzien van de algemene relatie tussen huurder en
verhuurder heeft mijn fractie ook nog zorgen. We zien toch met enige
regelmaat situaties waarin huurders een zaak beginnen bij de
Huurcommissie, waarna vervolgens de verhouding tussen huurder en
verhuurder op scherp komt te staan. Hoe denkt de minister dat een goede
of op zijn minst zakelijke onderlinge verhouding beter geborgd kan
worden in de processen bij de Huurcommissie? Ik vraag dit juist ook in
relatie tot hetgeen waar we het net over hadden, namelijk de geschrapte
klachtenprocedure.
Voorzitter. Ik wil het ook nog hebben over de uitvoering van uitspraken
van de Huurcommissie. Wanneer een uitspraak over terugbetaling of het
herstel van gebreken aan een woning wordt gedaan, is niet altijd
duidelijk of, in welke mate en binnen welke termijn een oplossing wordt
geboden. Het lijkt me goed als het kabinet daar wel zicht op heeft. De
wet en de regels die we hier met elkaar vaststellen, hebben natuurlijk
allerlei goede bedoelingen, maar in de praktijk moeten ze natuurlijk ook
wel iets betekenen. Waar het gaat om de taken die gemeenten hebben
gekregen vanuit de Wet goed verhuurderschap, vragen wij ons af of er
momenteel voldoende capaciteit is om te handhaven waar nodig. We zouden
willen dat gemeenten die bijvoorbeeld nog geen huurteams hebben op z'n
minst capaciteit voor handhaving realiseren. Ook zouden we gemeenten aan
willen moedigen om onderling van elkaar te leren.
Tot slot, voorzitter. Voor onze fractie is het van belang dat de
Huurcommissie in de toekomst haar belangrijke werk kan voortzetten en
wel op een betere wijze. Dat moet echter niet betekenen dat we de eisen
aan de kwaliteit van de Huurcommissie laten vallen en dat de positie van
de huurder potentieel verslechtert. We zullen daarom naast het
ingediende amendement ook in de tweede termijn nog een aantal
voorstellen doen om dit goed te borgen.
Tot zover, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de eerste termijn
van de zijde van de Kamer bij deze wetsbehandeling.
De algemene beraadslaging wordt geschorst.
De voorzitter:
Ik schors de vergadering tot 12.40 uur, waarna het kabinet zal aanvangen
met de beantwoording van de gestelde vragen.
De vergadering wordt van 11.53 uur tot 12.40 uur geschorst.
Wet toekomstbestendige huurcommissie (36791)
Wet toekomstbestendige huurcommissie (36791)
Aan de orde is de voortzetting van de behandeling van:
het wetsvoorstel Wijziging van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte en Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek in verband met het optimaliseren van procedures bij de huurcommissie (Wet toekomstbestendige huurcommissie) (36791).
De voorzitter:
Dan zijn we aanbeland bij de voortzetting van de behandeling van de Wet
toekomstbestendige huurcommissie. Voor de lunchschorsing heeft de Kamer
in eerste termijn haar inbreng geleverd.
De algemene beraadslaging wordt hervat.
De voorzitter:
Dan geef ik nu het woord aan de minister voor de beantwoording in eerste
termijn van de zijde van het kabinet. Het woord is aan u.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Dank u wel, voorzitter. Laat ik beginnen met nogmaals mijn felicitaties
te geven aan de heer Van Leijen en de heer Nobel. Het is mooi om een
keer live aanwezig te mogen zijn bij dergelijke maidenspeeches en ook te
horen wat de motivatie is om hier te zijn, want volgens mij delen we die
in de kern. Het doet me vooral goed om te horen dat we tijdens dit debat
best wel overeenstemming hebben over de Huurcommissie, namelijk dat het
een goed instrument is dat al lang werkt. Gezien de ontwikkelingen
moeten we er ook voor zorgen dat het goed blijft werken.
Ik kijk wel altijd of datgene wat we opschrijven, ook uitvoerbaar is.
Het moet doelmatig en doeltreffend zijn, maar het moet ook toegankelijk
en mensgericht zijn. Op die manier willen we invulling geven aan deze
aanpassingen. Dank u wel dus. Ook dank aan de Kamer voor de vragen die
in de eerste termijn zijn gesteld.
Ik ben blij vandaag met u te kunnen debatteren over het wetsvoorstel
Toekomstbestendige huurcommissie, want, zoals al eerder gememoreerd,
sinds 1917 is de Huurcommissie een onafhankelijke en onpartijdige
geschilbeslechter op het gebied van huurrecht. Ik ben blij om te kunnen
constateren dat de Huurcommissie uitstekend in staat is gebleken de tand
des tijds te doorstaan. Zo is er al jaren een stijging zichtbaar in het
aantal huurders en verhuurders die de Huurcommissie weten te vinden met
een geschil. In 2025 waren dit 16.500 mensen. De website en het
laagdrempelige klantcontactcentrum van de Huurcommissie bieden steeds
meer mensen informatie en ondersteuning bij het starten van een
procedure. In 2025 waren er meer dan 1 miljoen unieke websitebezoekers
en 85.000 telefoontjes. Daarnaast zoekt de Huurcommissie steeds meer de
samenwerking met andere partijen in het veld op, zoals gemeenten, de
rechtspraak, andere geschilbeslechters en het Juridisch Loket. Daarmee
is de Huurcommissie een belangrijke partner voor mijn ministerie in de
vormgeving en de uitvoering van wet- en regelgeving op het gebied van
huren.
Ik hecht veel waarde aan het werk van de Huurcommissie. Er zijn veel
situaties waarin zij een groot verschil maakt in het leven van
individuele huurders en verhuurders. Ik heb dit laatst met eigen ogen
kunnen zien toen ik de commissie bezocht. Ik was en ben onder de indruk
van de enorme inzet die zij toont om huurders en verhuurders op een
klantvriendelijke en toegankelijke manier informatie te bieden en bij te
staan. Het is hét laagdrempelige loket voor huurders en verhuurders om
zonder dure advocaten of ingewikkelde procedures snel tot een oplossing
te komen, en dat al meer dan 100 jaar.
De afgelopen jaren is er een hoop veranderd op het gebied van wonen en
huren, zo memoreerde u ook al. Deze veranderingen hebben vaak ook
gevolgen gehad voor het werk van de Huurcommissie. Denk hierbij aan de
grote schaarste op de woningmarkt, die excessen in de hand werkt en het
belang van de Huurcommissie alleen maar verder onderstreept, maar denk
ook aan de nieuwe wet- en regelgeving die de afgelopen jaren op de
Huurcommissie is afgekomen. Er wordt steeds meer van de Huurcommissie
verwacht. Daarom is het van groot belang dat de Huurcommissie haar werk
optimaal kan blijven doen. Dit wetsvoorstel gaat de Huurcommissie daar
nadrukkelijk bij helpen.
Dit wetsvoorstel heeft twee aanleidingen. Verschillende aspecten van de
werking van de Huurcommissie zijn de afgelopen jaren geëvalueerd en
onderzocht, zoals het besturingsmodel en aspecten van haar
geschilbeslechting. Deze onderzoeken hebben geleid tot verschillende
aanbevelingen om de Huurcommissie te versterken. In aanvulling hierop
heeft de Huurcommissie de afgelopen jaren zelf geïnventariseerd tegen
welke knelpunten in wet- en regelgeving zij in haar dagelijkse praktijk
aan loopt. Met het voorliggende wetsvoorstel wordt opvolging gegeven aan
die verschillende verbeterpunten, zowel de aanbevelingen uit
evaluatieonderzoeken als die uit de eigen analyse van de
uitvoeringspraktijk van de commissie zelf. Daarmee zet ik in op het
vereenvoudigen van de soms moeilijke huurregelgeving.
Voorzitter. Concreet bevat dit wetsvoorstel verschillende wijzigingen
die de Huurcommissie nog beter in staat zullen stellen om haar taken
doeltreffend en doelmatig uit te voeren. Het gaat om wijzigingen in de
governance, wijzigingen in de algemene procedureregels van de
Huurcommissie en wijzigingen in het toetsingskader ten aanzien van een
aantal specifieke geschilprocedures bij de Huurcommissie.
Voorzitter. Met dit wetsvoorstel wordt de Huurcommissie nog beter in
staat gesteld om huurders en verhuurders nu en in de toekomst van dienst
te zijn. Ik hoop daarom ook op de steun van uw Kamer voor dit
wetsvoorstel.
Ik heb vier verschillende blokjes. Eén heet de werking van de
Huurcommissie, één is de algehele rechtsbescherming, één gaat over de
verhuurderbijdrage en het huurregister, en er is een mapje overig. Dan
wil ik graag beginnen met de werking van de Huurcommissie.
Ik begin met de vraag van mevrouw Steen over de governance. Ze vraagt of
ik het inzicht deel dat de Huurcommissie een zelfstandige
geschilbeslechter met eigen gezag moet zijn. Voorop moet worden gesteld
dat de Huurcommissie een zelfstandig bestuursorgaan ís, dat op eigen
gezag onpartijdige en onafhankelijke uitspraken doet in prijsgeschillen.
De governance van de Huurcommissie functioneert inderdaad naar behoren,
ook in de huidige hybride vorm. Dat volgt uit diverse evaluaties en
onderzoeken. Toch vraagt de huidige tijdgeest om nader onderzoek naar
een optimale en toekomstbestendige governance van deze Huurcommissie. Ik
ben dat dus ook met u eens, want het landschap is veranderd en we moeten
altijd zorgen dat instrumenten passend blijven bij het landschap. Daarom
zullen we samen met de Huurcommissie een onderzoek gaan doen naar de
governance. Op basis van dat onderzoek volgt een reflectie op de
bestuurlijke inrichting bezien vanuit de vier kerntaken van de
Huurcommissie. De hybride organisatiestructuur krijgt ook een plek in de
evaluatie. Wanneer deze reflectie leidt tot belangrijke inzichten ga ik
uw Kamer daar uiteraard over informeren.
De voorzitter:
Is het een groot blokje, zou ik de minister willen vragen om even in te
schatten hoe we de interrupties doen.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ik denk iets van tien, twaalf vragen.
De voorzitter:
Een korte vraag van mevrouw Steen. Ik wil kijken of we zo veel mogelijk
de interrupties kunnen doen na de beëindiging van dit onderdeel van de
beantwoording, maar u staat er nu toch, dus ik geef u voor nu de
gelegenheid.
Mevrouw Steen (CDA):
Dank u wel voor uw coulance, voorzitter. Dank ook aan de minister dat
zij dit onderzoek gaat doen. Fijn dat ze dat ook samen met de
Huurcommissie doet. Mijn vraag is alleen wanneer die visie dan naar de
Kamer komt.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Dat is natuurlijk een terechte vraag. Die evaluatie gaan we dit jaar nog
doen, dus voor het einde van het jaar kunnen we de reflectie met u
delen.
De voorzitter:
U vervolgt.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Dan de vraag van mevrouw Steen over de bureaucratie. Laagdrempeligheid
is een van de belangrijkste kernwaarden van de Huurcommissie. Ik vind
het dan ook van groot belang dat huurders en verhuurders goed hun weg
weten te vinden binnen de procedures van de Huurcommissie. De
Huurcommissie is een erkende instantie voor alternatieve
geschilbeslechting en moet zich daarom houden aan de Implementatiewet
buitengerechtelijke geschillenbeslechting consumenten. In deze wet zijn
expliciete waarborgen neergelegd voor de laagdrempeligheid van de
procedures. Deze wet bepaalt dat procedures makkelijk toegankelijk
moeten zijn voor beide partijen en dat het mogelijk moet zijn om een
procedure zonder tussenkomst van een advocaat of juridisch adviseur te
voeren. Daar zijn wij doorlopend mee bezig. De Huurcommissie kijkt dan
ook naar het gebruik van toegankelijk taalgebruik, modeldocumenten en
tools zoals de Huurprijscheck en de Gebrekencheck, om het zo eenvoudig
mogelijk te maken. Er is ook het klantcontactcentrum, waar huurders en
verhuurders terechtkunnen met al hun vragen.
Dan de vraag van mevrouw Steen over pariteit. Ik zie de paritaire
samenstelling van de Huurcommissie als een groot goed. Pariteit is van
grote meerwaarde voor de werking van en het draagvlak voor de
Huurcommissie. Met dit wetsvoorstel stel ik daarom wijzigingen voor die
de pariteit binnen de Huurcommissie juist bestendigen en op onderdelen
zelfs versterken. Dit jaar stel ik samen met de Huurcommissie een
reflectie op de bestuurlijke inrichting op, zoals eerder aangeven.
Indien er vanuit de Huurcommissie wensen of behoeften zijn ten aanzien
van de pariteit, dan kunnen die in dit traject worden geadresseerd. Als
dat het geval is, dan kom ik daarop bij u terug.
Dan de vraag van de heer Hoop over de verlenging van de termijnen. Ik
verleng de termijnen voor het doen van een voorzittersuitspraak van vier
naar zes weken. Dit is nodig om een zorgvuldige behandeling van
geschillen beter mogelijk te maken. Ik begrijp uw punt dat als het iets
langer duurt, mensen ook langer in onzekerheid zitten totdat ze een
uitspraak krijgen. Uit de gesprekken met zowel de huurders als de
verhuurders is echter naar voren gekomen dat zij liever deze extra tijd
hebben, zodat zij zelf ook in de gelegenheid zijn om extra informatie
aan te leveren of om nog te kijken naar informatie die hun is aangeboden
via de andere partij. Op basis van hun eigen wens zou ik hier dus graag
aan vasthouden. Natuurlijk werken we aan het versterken van de
Huurcommissie. Dan duurt het niet langer omdat er geen capaciteit is,
maar omdat mensen gewoon meer tijd nodig hebben.
Dan de vraag van mevrouw Steen over het klantcontactcentrum. Dat was de
kastje-muurvraag. Het klantcontactcentrum is een belangrijke manier om
in contact te komen. Zoals ik in mijn inleidende tekst al zei, hebben ze
85.000 telefoontjes beantwoord in 2025. Ik ben het met u eens dat het
belangrijk is dat zowel huurders als verhuurders in deze contacten niet
van het kastje naar de muur worden gestuurd. Misschien is het N=1, maar
toen ik bij ze op bezoek was en heb mogen meedraaien in hun cyclus, heb
ik gezien hoe ongelofelijk klantvriendelijk en laagdrempelig ze
handelen. Er werd eigenlijk niemand doorverwezen naar een ander. Via hun
systemen konden ze vaak al zien wat er eerder tegen deze mensen is
gezegd. Het kastje blijft bij de kast, en de muur bij de muur. Ook werkt
de Huurcommissie aan een routekaart voor doorverwijzen, zodat het
voorspelbaar en inzichtelijk is als er doorverwezen wordt.
Dan de vraag van de heer Hoop over de laaggeletterden. Uiteraard is dat
een zorg. We moeten kijken naar manieren om het zo makkelijk mogelijk te
maken voor mensen die laaggeletterd zijn of die de taal niet machtig
zijn. Ik vroeg of ze gewoon via een appje inzichtelijk kunnen maken wat
de problemen zijn, of het ook ingesproken mag worden, en of er
alternatieve manier zijn om het voor mensen heel makkelijk te maken om
hun klachten door te geven. Op al mijn vragen kreeg ik het antwoord ja.
Het gaat er alleen om dat er iets van een brondocument ligt. Dat kan dus
ook een ingesproken appje zijn dat wordt omgezet in woorden. Dat kan
voor hen genoeg zijn om hun zaak daarop aan te passen.
Dan had u nog een vraag over de laaggeletterden. Die combineer ik nu.
Die vraag ging over toegankelijke taal bij uitingen wat betreft brieven
en uitspraken. Dat doen we aan de hand van onze procedures via de
website en de beleidsboeken. Alle procedures kunnen ook via de
niet-digitale weg gevoerd worden. Er is dus een toegang via de digitale
weg, die zeer vereenvoudigt, en er is een route via de niet-digitale
weg. Dit jaar doet de Huurcommissie een marktonderzoek om nog beter in
beeld te krijgen hoe de gang naar de Huurcommissie eenvoudiger kan
worden gemaakt voor rechtzoekenden die die gang nu nog niet weten te
vinden. Welke interventies we daarvoor kunnen verzinnen is afhankelijk
van dat marktonderzoek.
Dan de vraag van de heer Van Leijen en mevrouw Steen over de
gedifferentieerde leges. Gedifferentieerde leges hebben als doel om voor
verhuurders een prikkel toe te voegen om zich aan de regels te houden en
om geschillen te voorkomen voordat de Huurcommissie om een uitspraak
wordt gevraagd. Dit zorgt voor professionalisering van de huursector en
een vroegtijdige oplossing voor huurders. Daarbij is geen onderscheid
gemaakt naar het soort verhuurder of de omvang van de algehele
portefeuille. Van alle verhuurders wordt hetzelfde verwacht, namelijk
dat de regels worden gevolgd. Verwacht mag worden dat verhuurders met
een groot aantal woningen hier even goed toe in staat zijn als kleine
verhuurders. Om deze reden is het aantal woningen van de verhuurder in
de legesregeling geen onderscheidend criterium. Desalniettemin vind ik
het belangrijk om er zeker van te zijn dat de systematiek geen
onevenredige nadelige gevolgen heeft voor bepaalde verhuurders, zoals
corporaties. Ik ben daarom momenteel in gesprek met de Huurcommissie
over de legessystematiek. Dit maakt deel uit van dat gesprek.
Dan de vraag van de ChristenUnie over de voorzittersuitspraken. U gaf
aan dat er in 85% van de gevallen een voorzittersuitspraak volgde. Dat
beeld herken ik niet. Ongeveer 50% van de inhoudelijk behandelde zaken
wordt met een voorzittersuitspraak afgedaan, volgens de cijfers die ik
van de Huurcommissie heb gezien. Als wij naar andere cijfers kijken, dan
zou ik graag uw cijfers zien. De wet schrijft voor dat de Huurcommissie
zaken waarin de uitkomst op voorhand al duidelijk is, schriftelijk af
moet doen met een voorzittersuitspraak. Kennelijke voorzittersuitspraken
zorgen ervoor dat partijen in geval van evidente zaken snel
duidelijkheid hebben over hun geschil. Als een partij het niet eens is
met een voorzittersuitspraak, wordt de zaak alsnog kosteloos op zitting
behandeld in aanwezigheid van alle partijen.
De laatste vraag in dit blokje is die van de heer Mooiman over de
uitvoering van de uitspraken. Een uitspraak van de Huurcommissie heeft
de status van een fictieve wilsovereenstemming tussen partijen. Dit
betekent dat de uitspraak van de Huurcommissie wordt geacht door
partijen te zijn overeengekomen. De uitspraak is dus een nieuwe afspraak
tussen partijen. Een uitspraak van de Huurcommissie is bindend. Toch kan
het zo zijn dat een verhuurder zich niet houdt aan deze uitspraak. De
Huurcommissie start in de zomer met het bellen naar partijen. Hierbij
vraagt zij aan huurders en verhuurders hoe zij de uitspraak beleven, of
de uitspraak daadwerkelijk is opgevolgd en of de gebreken zijn
hersteld.
Dat was dit blokje, voorzitter.
De voorzitter:
U vervolgt de beantwoording.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Dan vervolg ik met het blokje algehele rechtsbescherming. Ik start met
de vraag van de heer Grinwis, de heer Hoop, mevrouw Beckerman, de heer
Nobel en meneer Mooiman over het schrappen van de klachtenprocedure
gedragingen verhuurder. Het doel van de procedure is om te zorgen dat
verhuurders hun gedrag aanpassen en bijvoorbeeld op verzoeken van
huurders reageren. Uit de evaluatie van de klachtenprocedure blijkt dat
deze in de praktijk niet goed werkt. De procedure is verwarrend,
arbeidsintensief en ondoelmatig. Een groot aantal zaken wordt
niet-ontvankelijk verklaard. Uit de evaluatie volgt bovendien dat de
relatie tussen de huurder en verhuurder zelden verbetert door de
procedure. Dit hangt mogelijk samen met het feit dat de procedure geen
sanctie kent. Wanneer een klacht door de Huurcommissie gegrond wordt
verklaard, kan zij de verhuurder niet straffen. Zij kan enkel aangeven
of een huurder wel of geen gelijk heeft. Deze procedure voegt daarmee
niets toe ten opzichte van de mogelijkheden die de huurders al hebben.
Zo kunnen huurders nog steeds bij de Huurcommissie terecht voor
procedures met betrekking tot specifieke problemen, zoals de huurprijs,
de servicekosten of het niet-verhelpen van gebreken. Ook kunnen huurders
terecht bij het gemeentelijk meldpunt voor ongewenst verhuurgedrag, bij
de interne klachtencommissie van hun wooncorporatie, bij de
Geschillencommissie voor Consumentenzaken of bij de kantonrechter. Het
mooie is dat gemeenten wel kunnen handhaven. Zij zijn hier dan ook beter
voor geëquipeerd.
In samenspraak met Aedes bezie ik of de klachtenprocedure van interne
klachtencommissies bij woningcorporaties kan worden verbeterd. Ik ben
het met u eens dat er een plek moet zijn waar huurders terechtkunnen met
klachten over de gedragingen van de verhuurders. Ik vind alleen wel dat
als we iets met elkaar opschrijven, dat dan wel daadwerkelijk moet
bijdragen aan het doel. Als de enige uitkomst van de Huurcommissie is
dat iemand gelijk of ongelijk heeft en daar niet op gehandhaafd of
gestuurd kan worden, dan is het een papieren tijger zonder tanden
geworden. Dan denk ik dat we beter kunnen kijken of we datgene wat er op
andere plekken al is beter en toegankelijker kunnen maken, dan dat we
iets in stand houden wat geen doorzettingsmacht kent.
Dan de vraag van de heer Mooiman over de klachtenprocedure en een goede
of zakelijke onderlinge verhouding. De Huurcommissie spant zich
doorlopend in om haar procedures zo in te richten dat deze bijdragen aan
het oplossen van de geschillen in plaats van alleen aan het beslechten
daarvan. Denk hierbij aan het aanreiken van objectieve informatie op
haar website, maar bijvoorbeeld ook via haar onafhankelijke
onderzoeksrapporten. Deze dragen bij aan het vermogen van partijen om
het geschil samen op te lossen. Als uw oproep was dat er vooral veel
samen moet worden opgelost, dan ben ik dat natuurlijk hartgrondig met u
eens.
De heer Mooiman vroeg naar de taken die de gemeente heeft gekregen
vanuit de Wgv-handhaving. In 2025 zijn de gemeentelijke taken die volgen
uit de Wet goed verhuurderschap, de Wet betaalbare huur en de Wet
maximering huurprijsverhoging geliberaliseerde huurovereenkomsten, in
samenhang financieel geëvalueerd. Hieruit kwam naar voren dat de
financiële middelen die gemeenten van het Rijk ontvangen voor de
uitvoering van de taken die uit de genoemde wetten voortvloeien
vooralsnog toereikend zijn. In de Kamerbrief diverse ontwikkelingen in
het woonbeleid van 11 december 2025, door mijn ambtsvoorganger
verstuurd, is uw Kamer hierover geïnformeerd. In de zomer van dit jaar
vindt een wettelijke evaluatie van de Wet goed verhuurderschap plaats,
waarna een verslag over de doeltreffendheid en praktijkwerking van de
wet aan beide Kamers wordt toegezonden.
Een vraag van de heer Grinwis over de huurteams. Ik ben het met u eens
dat het heel belangrijk is dat huurders hulp krijgen bij huurmisstanden.
Gemeenten zijn met de Wet goed verhuurderschap verantwoordelijk geworden
voor het toezicht en de handhaving op huurmisstanden. Hiertoe moet elke
gemeente een laagdrempelig meldpunt hebben waar huurders en andere
belanghebbenden terechtkunnen. In elke gemeente is dus al een
basisvoorziening aanwezig voor de bescherming en ondersteuning van
huurders. Zij kunnen via het meldpunt zelf worden geholpen of worden
doorverwezen naar een bevoegde instantie. Het is aan de gemeenten
voorbehouden om dit naar eigen inzicht in te richten, bijvoorbeeld door
het opzetten van een huurteam. Het stimuleren van een uitbreiding van
het aantal huurteams acht ik dus niet nodig.
De voorzitter:
Ik zou willen voorstellen dat de minister haar beantwoording nog even
afrondt voordat we naar de interrupties gaan.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Nog één laatste vraag in dit blokje. Die is van GroenLinks-Partij van de
Arbeid, van de heer Hoop, en mevrouw Beckerman.
De voorzitter:
De afgevaardigde heet de heer "De Hoop".
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De Hoop. Mijn excuses. Dan beantwoord ik nu de vraag van de heer De Hoop
en mevrouw Beckerman. Ik deel dat het belangrijk is om collectief een
zaak te kunnen starten bij de Huurcommissie over servicekosten. Dit is
al mogelijk. Met de Wet modernisering servicekosten, die per 1 januari
2027 in werking treedt, worden de drempels voor collectieve procedures
verlaagd. Daarmee worden collectieve zaken dus makkelijker om aan te
spannen. Daarmee is het doel van mevrouw Beckerman, denk ik, al bereikt,
maar natuurlijk ben ik graag bereid om te kijken hoe ik het voor
huurdersorganisaties makkelijker kan maken om een dergelijke zaak te
starten.
De voorzitter:
Ik zag eerder al een interruptie van mevrouw Beckerman en later van de
heer Grinwis.
Mevrouw Beckerman (SP):
Ik heb een vraag over die klachtenprocedure. Ik blijf het antwoord
eigenlijk nog te mager vinden. De minister zegt: uit de evaluatie blijkt
dat die niet voldoende werkt; daarom gaan we het op andere plekken
opzetten. Je zou toch ook kunnen argumenteren dat als het onvoldoende
werkt, je het ook kunt verbeteren. Want dit is wel heel belangrijk.
Waarom is er niet voor gekozen om deze procedure te verbeteren?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Goede vraag. Die vraag heb ik zelf ook gesteld: kunnen we niet zorgen
dat de procedure wél gaat werken? Dat lukt alleen als je aan deze
procedure ook een bepaalde mate van tanden toevoegt. Als dat niet
georganiseerd is, en daar wordt nu niet in voorzien, dan blijft het een
papieren tijger zonder tanden. Er staat nu een onderdeel in de wet dat
niet werkt en niet uitvoerbaar is, en dat er vooral niet voor zorgt dat
het probleem voor de huurder en de verhuurder wordt opgelost. Aangezien
dat op andere plekken wél is ingericht, richt ik mij liever op het beter
maken van de plekken waar dit al is ingericht, dan dat ik me erop richt
dat toe te voegen aan een wet waar geen toezichthouder, waar geen
maatregelen en waar geen instrumenten aan vastzitten.
Mevrouw Beckerman (SP):
Maar dat is een raar antwoord, want die plekken zijn er niet voor
iedereen. Eigenlijk is het probleem in de kern: er zitten geen sancties
aan de huidige regeling. Dat is een belangrijk punt. Ik heb er ook bij
andere zaken ten aanzien van de Huurcommissie een punt van gemaakt dat
de sancties te beperkt zijn. Dat is hier ook het geval. Het is toch
juist heel logisch dat je een centrale plek hebt, die al 100 jaar
bestaat, waar je terechtkunt en waar inderdaad ook sancties kunnen
worden opgelegd bij misstanden. Dus ik snap het antwoord niet. De
minister zegt "we kunnen het verbeteren maar we doen het niet en we gaan
het op andere plekken inrichten", terwijl die andere plekken er niet
voor alle huurders zijn. Dat is een vreemd antwoord.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Dan hebben we denk ik een verschil van inzicht over dat er geen andere
plek is. Mijn beeld is namelijk dat er voor elke huurder een plek is om
met klachten terecht te kunnen. Dat is dus niet in deze wet goed te
organiseren. Dat blijkt ook uit de evaluatie. Er zijn andere plekken
waar het wel kan, dus zet ik erop in om er vooral voor te zorgen dat die
plekken waar het wel kan, toegankelijk zijn en goed werken, en wil ik
eraan vasthouden dat deze wordt geschrapt.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Beckerman (SP):
Oké, laten we het dan heel concreet maken. Je bent een huurder bij een
corporatie en hebt een klacht. Dan moet je dus naar de interne
klachtenprocedure. Daar geldt dus hetzelfde probleem als wat de minister
schetst met deze wet, namelijk dat er geen sancties zijn, omdat dit een
hele onlogische plek is, zeker als je ook nog een andere zaak hebt lopen
die de relatie op scherp zet. Dat zien we natuurlijk ook gebeuren. Dan
is de Huurcommissie toch de juiste plek? Dat is een onafhankelijke plek
waar je terechtkunt met allerlei bezwaren over de hoogte van de huur,
over gebreken maar dus ook over het gedrag van je verhuurder, zeker als
dat nog op scherp wordt gezet op het moment dat je zo'n andere zaak hebt
lopen.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ik denk dat we hetzelfde willen, namelijk dat de huurder, in dit geval
van een corporatie, ergens terechtkan met zijn of haar klacht. Die plek
is er. Dat is binnen de woningcorporaties. En zoals ik eerder al tegen
de Kamer zei, gaan we met de woningcorporaties in gesprek om te kijken
hoe we dat beter kunnen maken, want dat moeten we uiteindelijk doen: op
de plek waar het al geregeld is, zorgen dat dat werkt in plaats van
nieuwe plekken toevoegen.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ik ben toch wat verrast over het antwoord over de huurteams. Als je
kijkt hoe makkelijk het is voor een huurder om naar de Huurcommissie te
stappen, dan is dat best wel een drempel. Je ziet dat in gemeenten, vaak
grotere steden maar ook middelgrote gemeenten, waar een huurteam
aanwezig is, huurders veel makkelijker en sneller naar de Huurcommissie
stappen, omdat het huurteam hen faciliteert en inzicht geeft in
bijvoorbeeld of de prijs correct is. Alleen maar een loket ergens werkt
toch minder goed. Heel veel middelgrote gemeenten hebben nog niet zo'n
huurteam. Waarom zou de minister in overleg met gemeenten met een grote
huurvoorraad niet aanraden om ook eens bij de buren te kijken en ook een
huurteam in te stellen?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Volgens mij was mijn antwoord als volgt opgebouwd: ik ga het niet
opleggen, maar dat wil niet zeggen dat ik niet zal stimuleren om goede
voorbeelden van andere gemeentes te gebruiken en zich daar ook op in te
richten. Ze hebben ook financiële middelen gekregen om daar verstandige
dingen mee te doen. Dus ik zal zeker met de verschillende gemeentes die
hierin een rolmodel kunnen zijn voor anderen, zorgen dat die kennis
ruimhartig wordt gedeeld.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Heel graag. Dan had ik de minister anders verstaan. Ik wou de minister
ook voorhouden dat er al diverse moties zijn aangenomen. Ik noem de
motie van mijn voorganger Dik-Faber uit 2021 en de motie uit 2023 van
collega Van der Plas om het instellen van huurteams te stimuleren.
Inderdaad, het gaat niet om opleggen; het gaat er niet om dat wij als
Rijk erover gaan. Maar het zou voor gemeenten zoals Gouda, Purmerend,
Oss of Roosendaal, middelgrote gemeenten die nu geen huurteam hebben
maar wel degelijk een stevige huurvoorraad, best weleens het overwegen
waard zijn. Ik geef dat graag aan de minister mee. Maar dank aan de
minister voor dit antwoord.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Ik wil graag verdergaan op het punt van mevrouw Beckerman. Ik denk dat
zij terecht schetste hoe het binnen corporaties werkt, maar ook in
private verhuur zie ik voor me dat mensen toch tegen problemen aan
lopen. Ik zou een voorbeeld tegen de minister aan willen houden. Stel je
voor dat je een huurder in de private sector bent. Je hebt een gebrek
dat net niet erg genoeg is om met de Wet goed verhuurderschap bij de
gemeente aan de slag te kunnen. Waar kun je dan nog naartoe, vraag ik de
minister.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Nou, met het gebrek kun je naar de Huurcommissie. U heeft het over een
individuele huurder in de particuliere sector, meneer De Hoop. Met een
gebrek kun je daar gewoon naartoe. Daar gaat deze intrekking ook niet
over. Dit gaat over het schrappen van de klachtenprocedure over de
gedragingen van de verhuurder.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Ik hoor het graag als ik het verkeerd begrepen heb, maar volgens mij is
het zo dat het bij een corporatie wel kan, maar dat je bij een private
verhuurder niet naar de Huurcommissie kan. Dat klopt toch?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Daar kom ik dan in de tweede termijn op terug.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Heel graag. Dit is natuurlijk best een fundamenteel punt omtrent de
huurbescherming in de private sector. Ook daar zijn helaas af en toe
misstanden. Als je net geen bescherming geniet binnen de Wet goed
verhuurderschap, kun je eigenlijk geen kant meer op. Ik zou dan zeggen:
gooi niet het kind met het badwater weg en houd de klachtenprocedure.
Daarom maken mevrouw Beckerman en ik hier zo'n punt van. We kunnen deze
afweging over een of twee jaar, als de Wet goed verhuurderschap breder
wordt ingericht of als we hem langer hebben en er meer huurteams zijn,
altijd nog maken. Dan zou ik het misschien nog niet verstandig vinden,
maar ik vind het nu te vroeg. Je schrapt een behoorlijke waarborg. Ik
zou de minister dus toch willen vragen om hier nog even goed over na te
denken.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ik wil graag in de tweede termijn terugkomen met een uiteenzetting over
wat de Wet goed verhuurderschap doet, welke rol de Huurcommissie daarin
speelt en hoe dat zich verhoudt tot de huurder uit de particuliere
sector. Ik kom daar dus in de tweede termijn op terug.
Mevrouw Beckerman (SP):
Ik ga toch ook nog even door op de sociale huurder. De minister zegt dat
de klachtenprocedure voor sociale huurders niet goed genoeg werkt bij de
Huurcommissie. Prima, tot je dienst. Die kun je verbeteren. De minister
zegt: "Nee, dat ga ik niet doen. Ze moeten intern bij de corporatie
klagen". Vervolgens vraag ik daarop door. Dan zegt de minister dat het
daar nu eigenlijk ook nog niet werkt. Waarom zou je dan gaan werken aan
het verbeteren dáár, terwijl het voor alle huurders nu al op een
logische plek kan, namelijk bij de Huurcommissie? Waarom zou je niet
gewoon die regeling verbeteren?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Het gaat niet over of iets kan. Heel veel kan. Het gaat erom of het
vervolgens ook effectief is. We zien dat deze klachtenprocedure binnen
de Huurcommissie niet leidt tot effectieve sturing als het niet wordt
nageleefd. Het is dus blijkbaar niet de goede plek ervoor. Er zijn
namelijk geen instrumenten om erop te kunnen toezien of om het te kunnen
naleven. Het gaat dus om het volgende. Er is een plek bij de corporaties
waar mensen erover kunnen praten. Ik heb gezegd dat we in gesprek gaan
met de corporaties om te kijken of we iets met de klachtenprocedure
kunnen doen. Dat gesprek moet plaatsvinden. Ik maak dus liever beter wat
er is op de plekken waar het nu zit dan dat ik het in deze wet hou.
Daarin zijn gewoon geen instrumenten om erop te kunnen handhaven.
Mevrouw Beckerman (SP):
Alsof je niet zelf een wet maakt! Maar goed. Welke sancties zijn er dan
bij de corporatie zelf? De minister zegt dat het probleem is dat er in
deze wet geen sancties zijn. Die zou je er dus in kunnen schrijven. De
minister zegt: nee, hoor, ga maar naar je eigen verhuurder, want dat is
beter. Welke sancties zijn er daar dan?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Daarover voeren we gesprekken met de corporaties. Zij zijn namelijk zelf
verantwoordelijk voor hun eigen voorraad aan huizen, appartementen of
woningen, zo u wil. Dat is de manier waarop zij er met elkaar invulling
aan kunnen geven. Dat doet namelijk een beroep op het eigenaarschap en
de verantwoordelijkheid van de woningcorporatie ten opzichte van de
huurder.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Beckerman (SP):
Met alle respect, maar dit slaat toch nergens op? Er zijn geen sancties.
Als je klaagt, moet je gaan klagen bij degene over wie je een klacht
hebt, die zichzelf vervolgens niet-bestaande sancties moet gaan
opleggen, die dus niet bestaan. Dit is precies waarom de Huurcommissie
bedacht is: omdat je soms een onafhankelijke commissie nodig hebt om
ergens uit te komen. Je kunt niet tegen de huurders zeggen: jammer dan,
ik ga de wet niet aanpassen; ik ga deze mogelijkheid schrappen en ga
daarna met degenen die zich mogelijkerwijs niet goed gedragen in gesprek
om te vragen of ze zich in de toekomst goed willen gedragen. Dit is toch
geen oplossing voor een geconstateerd probleem, namelijk dat te veel
huurders in een slechte positie zitten?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ik denk dat mevrouw Beckerman heel goed weet dat er ook nog een
geschillencommissie is, dat er nog een kantonrechter is en dat er dus
voldoende mogelijkheden zijn waar gebruik van gemaakt kan worden in het
bestaande stelsel.
De heer Nobel (VVD):
Ik ben heel erg blij dat de minister hier gewoon heel duidelijk over is.
Met procedures die niet werken, zoals die klachtenprocedure, moeten we
gewoon stoppen. Het is gewoon een papieren tijger. Wat dat betreft wil
ik de minister bijvallen. Richting de tweede termijn gaf de minister
zojuist zelf al het antwoord, denk ik. Ook in de private sector kunnen
mensen gewoon naar de rechter stappen.
De heer Van Leijen (D66):
Ik heb eerst even een korte opmerking, als u het toelaat: de
klachtencommissies van woningcorporaties zijn natuurlijk onafhankelijk.
Het is niet zo dat je klaagt bij degene over wie je een klacht hebt. Het
zijn onafhankelijke klachtencommissies. Dat is gewoon even een
punt.
Mijn vraag gaat ergens anders over. Het gaat nu heel veel over de
sancties, maar ik lees in de memorie van toelichting ook dat 74% van
alle klachten ongegrond is. Zou de minister daarop kunnen reflecteren?
Hoe komt het dat dat systeem dus eigenlijk niet werkt? Want een groot
gedeelte van de klachten die bij de Huurcommissie terechtkomen, is dus
niet gegrond en levert blijkbaar niet zo veel op.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Deze neem ik mee in de tweede termijn. Dan maak ik daar één blokje met
antwoorden.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Ik heb nog één vraag om mee te nemen in de beantwoording in de tweede
termijn. Een zorg die wij bijvoorbeeld ook hebben, is waar je als
huurder naartoe moet als een verhuurder zich niet gedraagt. Je kunt het
hebben over gebreken, over de hoogte van huren, maar je hebt natuurlijk
ook gedrag. Sommige verhuurders gedragen zich helaas gewoon niet goed
genoeg. Waar moet je dan naartoe? Mijn beeld is dat die mogelijkheid nu
ook vervalt. Ik zou daar graag in de tweede termijn ook een antwoord van
de minister op willen.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Dat neem ik mee.
De voorzitter:
De minister vervolgt haar beantwoording.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Dat doe ik met het volgende mapje. Dat heet: de verhuurderbijdrage en
het huurregister. Er was een vraag van de heer Grinwis en de heer Dé
Hoop. Op dit moment betalen alleen woningcorporaties mee aan de
verhuurderbijdrage. Dit komt doordat er geen actuele bezitsinformatie
van de private verhuurders beschikbaar is. Met een huurregister ontstaat
mogelijk zicht op de actuele bezitsinformatie van deze private
verhuurders, wat nodig is om hen te laten bijdragen aan de
verhuurderbijdrage aan de Huurcommissie. Zoals ik eerder heb toegezegd,
worden verschillende contouren voor het huurregister uitgewerkt, waarin
de kosten en baten over en weer tegen elkaar worden afgewogen. Deze
contouren worden binnenkort in openbare consultatie gegeven.
Ik doe de volgende vraag er gelijk achteraan. De heer De Hoop, de heer
Grinwis en de heer Van Leijen vroegen wanneer het voorstel verwacht mag
worden. Ik deel de urgentie. Ik heb die vandaag ook goed van u allen
gehoord. We zijn hard bezig met het uitwerken van de contouren van een
voorstel voor een mogelijk huurregister. Daarom start ik deze maand nog
een openbare internetconsultatie hierover. In deze contouren schets ik
wat een register kan inhouden, welke doelen het zou kunnen dienen en hoe
het in de praktijk zou kunnen gaan werken. Daarbij betrek ik ook de
vraag hoe het register mogelijk kan maken dat de verhuurderbijdrage op
alle verhuurders wordt toegepast.
De voorzitter:
Ik stel voor dat u dit onderdeel van uw beantwoording gewoon even
afrondt. Daarna sta ik interrupties toe.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ik heb 'm afgerond.
De voorzitter:
Dan geef ik ruimte voor een interruptie van de heer Nobel.
De heer Nobel (VVD):
In mijn bijdrage was ik erg kritisch over het huurregister, met name ook
voor het private deel van de sector. Ik hoor de minister eigenlijk
helemaal niets zeggen over administratievelastendruk, over de problemen
in de uitvoerbaarheid, om nog maar te zwijgen over de kosten die dit met
zich meebrengt. Ik vraag me af waarom je een wet in consultatie zou
laten gaan als je die nog niet eens gedekt hebt. Kan de minister daar
antwoord op geven?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ja, zeker. Ik heb uw kritische noten ook gehoord. Vandaar dat ik zojuist
in mijn antwoord heb aangegeven dat we gaan kijken welke doelen dit zou
kunnen dienen, hoe het in de praktijk zou kunnen werken en wat de
consequenties zijn die we hierbij moeten aanvaarden. Hiervoor is binnen
mijn begroting geld gereserveerd op basis van eerder aangenomen moties.
Er is dus een bedrag beschikbaar om hier invulling aan te kunnen geven.
Natuurlijk moeten we eerst de internetconsultatie afwachten en kijken
wat voor soort vorm het zou kunnen krijgen. Op basis daarvan moeten we
met elkaar het gesprek hebben over de vraag of dat genoeg is binnen de
financiële kaders die er zijn. Ik ben nadrukkelijk niet op zoek naar nog
meer bureaucratie, nog meer lasten en nog meer administratie, maar
tegelijkertijd moeten we hier ook niet voor wegkijken als dit nodig is
en als het een goed doel dient.
De heer Nobel (VVD):
Wat de VVD betreft is het middel veel zwaarder dan de kwaal. We weten
eigenlijk al dat er een administratievelastendruk achter vandaan komt en
dat dit er in de uitvoering voor gaat zorgen dat particuliere beleggers
nog minder snel die stap naar de woningmarkt zullen zetten. En dan
hebben we al een stapeling van allerlei regulering achter de kiezen. Ik
vraag me werkelijk af waarom de minister deze middelen bijvoorbeeld niet
liever inzet om te kijken naar een fiscaal aantrekkelijk klimaat.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ik kijk met heel veel plezier óók naar een fiscaal gunstig klimaat. De
bedragen waar we hier over spreken, zijn niet te vergelijken met wat er
nodig is voor een fiscaal klimaat. Maar er zijn meerdere aangenomen
moties over dit onderwerp. Daar geven we dus invulling aan. Dat traject
is ook al enige tijd geleden ingezet. Deze maand komen we met een
internetconsultatie. Vervolgens moeten we het gesprek hebben over de
vraag of we vinden dat dit genoeg kan opleveren en of dit iets is
waarvan we met z'n allen zeggen dat het een verstandig instrument
is.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Ik heb een aantal korte vragen op dit punt. Ik zou eigenlijk zeggen dat
dit een geschikt moment was geweest om dit gelijk te trekken met deze
wetsbehandeling, omdat die natuurlijk ook raakt aan dat huurregister.
Waarom is daar vanuit het ministerie niet voor gekozen, vraag ik de
minister.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Wij bekijken alles in samenhang. Tegelijkertijd zit dit huurregister in
een andere fase dan waar we nu zijn met de evaluatie van de
Huurcommissie en de doorontwikkeling van deze wet, want zoals ik net
zei, bieden we dit deze maand voor internetconsultatie aan. Daar komt
dan nog een heel proces achter weg, maar ik kan u beloven dat we vanuit
het departement heel goed kijken naar hoe het een zich tot het ander
verhoudt.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
De minister schetst het in haar beantwoording zo alsof het heel snel zal
gaan en dat het deze maand komt, maar haar voorganger zei in december
dat we het al in het eerste kwartaal zouden hebben. Dat is niet gehaald.
Er is al in 2023 een motie door de Kamer aangenomen en er zijn ook
meerdere andere moties aangenomen. Ook in 2023 lag er al een rapport van
PwC van 124 pagina's met allemaal scenario's en consequenties op het
punt van een huurregister, maar we hebben het nog niet liggen. Ik hoop
wel dat de minister echt de urgentie ziet om hier snel stappen in te
zetten. Ik ben blij dat die contouren geschetst worden en dat dit in
internetconsultatie gaat, maar de Kamer wil al drie jaar gewoon een wet.
Ik hoop dat de minister begrijpt dat het daar wel bijna tijd voor
is.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Dat begrijp ik heel goed. Dat is ook de reden waarom ik al deze maand,
na zes weken, ervoor zorg dat dit in internetconsultatie gaat, omdat ik
het belangrijk vind dat we met elkaar een beeld hebben: is dit een
oplossing voor een probleem dat er al sinds 2023 ligt?
De heer Grinwis (ChristenUnie):
De minister bracht nog wat neutraal hoe zijzelf tegenover het
huurregister staat. Ze zet wel deze stappen, maar ze houdt in die zin
nog een beetje het midden tussen de fans in deze Kamer en de heer Nobel,
die niet zo'n fan is. Maar wat vindt de minister van de andere
beleidsdoelstellingen die ook achter het huurregister schuilgaan, niet
alleen het aanpakken van malafide praktijken, maar ook het mogelijk
maken van huurtoeslagrecht voor onzelfstandige studentenwoningen? Wij
zien op dit moment immers met leedwezen dat studentenkamers met een
gemeenschappelijke iets te vieze keuken, die we heel graag in het
straatbeeld willen behouden, langzamerhand het loodje leggen en dat het
steeds meer vereenzamingsstudio's worden. Ziet de minister ook dat
voordeel van het huurregister?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ik ben inderdaad voor vieze keukens in het straatbeeld als het gaat om
studenten, maar ik ben er ook voor dat hun ouders af en toe langskomen
om te zeggen: moet dit nou zo? U raakt aan een aantal dingen. Ik zal
eerst uw vraag over mijn persoonlijke opvatting beantwoorden. Mijn
persoonlijke opvatting is: er zijn te weinig huizen. We moeten sturen op
beter gebruikmaken van de gebouwde reeds bestaande omgeving en we hebben
nieuwbouw nodig. Dat geldt voor iedereen, zowel voor studenten en
starters als voor de ouderen, en voor alles daartussenin en daarvoor en
daarna. Nou ja, er is niet heel veel daarna wat je met wonen kan
oplossen. Mijn standpunt is dus bij alles wat ik doe, bij elk debat dat
ik met u voer en in elk gesprek dat ik met u voer: draagt het bij aan
het oplossen van het tekort aan betaalbare woningen, in welk segment je
ook zit? Dat moeten we op een goede en verstandige manier oplossen. Dus
bij de vraag hoe ik er zelf in sta wat betreft het huurregister, zeg ik
het volgende. Als dat ertoe leidt dat het beter wordt voor huurders om
ergens te wonen op een betaalbare, schone en verantwoorde manier, dan
ben ik er een voorstander van. Als het huurregister leidt tot meer
bureaucratie en meer administratie en als ik meer geld uit m'n
portefeuille moet inleggen in iets wat niet bijdraagt aan de kwaliteit
van leven van mensen, dan zal ik daar niet zo heel positief over zijn.
Mijn inschatting nu is dat het dat eerste gaat worden. Maar daarom zeg
ik: ik breng het in internetconsultatie. Ik ben ook heel benieuwd naar
uw opvattingen daarover, naar die van u allemaal, naar hoe u daarnaar
kijkt, want ik heb u echt allemaal nodig om de hele woningmarkt los te
krijgen, waarbij dit misschien een onderdeel daarvan is.
Dan stelde u nog even snel een extra vraag — dat doet u altijd heel goed
— over een ander onderwerp, dat ongetwijfeld later nog aan bod komt. Als
u mij vraagt of we iets voor studenten moeten doen, dan is mijn
antwoord: ja.
De voorzitter:
Met "u" doelt u natuurlijk op de heer Grinwis.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ik bedoel zeker niet u, maar de heer Grinwis, voorzitter.
De heer Nobel (VVD):
Ik ben heel blij met het antwoord van de minister, met hoe zijzelf tegen
de woningproblematiek aankijkt. De minister geeft aan dat ze wil dat er
meer woningen worden gebouwd. Dan is mijn vraag aan de minister …
Eigenlijk weet de minister het antwoord wel: het huurregister gaat
daaraan niet bijdragen. Zet daar dan een streep door.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Volgens mij heb ik gezegd: ik wil dat er meer huizen worden gebouwd. Ik
heb ook gezegd: ik wil graag dat er beter gebruik wordt gemaakt van de
gebouwde omgeving. In die gebouwde omgeving zitten ook huurders en
verhuurders. Als ik te veel tijd kwijt ben aan het oplossen van de
problematiek van de reeds gebouwde omgeving voor verhuurders, dan ben ik
niet bezig met bouwen. Dus als het huurregister eraan kan bijdragen dat
mensen betaalbaar en veilig in hun huis kunnen wonen, dan kunnen we ons
met z'n allen richten op het bouwen van nieuwe woningen. Dat is het
antwoord dat u verwachtte dat ik waarschijnlijk zou geven.
De heer Nobel (VVD):
Dus als ik de minister goed beluister, geeft zij aan dat als er toch
extra administratievelastendruk achter vandaan komt, als het er toch
voor gaat zorgen dat beleggers niet willen investeren in de woningmarkt
en er daardoor dus minder woningen worden gebouwd, zij gaat afzien van
het huurregister. Heb ik dat goed begrepen?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Dat heeft u niet goed begrepen. Ik heb gezegd: er is ook een oplossing
nodig voor dat er voldoende verhuurders zijn. Maar dat kan ik niet
oplossen via een huurregister. Het huurregister gaat er niet aan
bijdragen dat meer mensen hun huis willen verhuren. Wat betreft de
administratieve last die dit oproept: daarvoor wil ik met elkaar kijken
naar de contouren. Er moet een analyse zijn van de vraag of het
doelmatig en doeltreffend is, en op basis daarvan zal ik in ieder geval
zelf een standpunt innemen. En het is dan aan u om daar een oordeel over
te vellen.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Nobel (VVD):
Ja, afrondend. Op het moment dat het huurregister er komt, komen er
extra administratieve lasten achter vandaan. Ik denk dat het belangrijk
is — het is voor de minister ook een van de eerste punten die zij op
haar bord krijgt — dat we een afweging maken tussen óf stenen stapelen,
óf die regels stapelen. Wat de VVD betreft is het heel simpel. Dan gaan
we namelijk voor stenen stapelen. Dit draagt daar echt niet aan bij.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ik hoorde geen vraag.
De voorzitter:
De minister beantwoordt het resterende deel van de openstaande vragen.
Dan zijn we als ik het goed heb genoteerd bij het kopje overig.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Yes. Dat zijn twee antwoorden. Het eerste antwoord gaat over de vraag
van de heer Van Leijen over de inwerkingtreding. Na afronding van de
parlementaire behandeling bepaal ik samen met de Huurcommissie een
haalbare inwerkingtredingsdatum. De Huurcommissie moet voldoende tijd
hebben om zich hierop voor te bereiden. Ik streef naar 1 juli
2026.
Dan de vraag van mevrouw Beckerman over de schimmelproblematiek. Het is
natuurlijk verschrikkelijk wat er in Engeland is gebeurd. Ik hoop altijd
dat we van verschrikkelijke situaties in één keer wereldwijd kunnen
leren in plaats van dat elk land daar zelf apart van moet leren. Dus ook
dit soort situaties raakt mij. Maar de oorzaken van vocht- en
schimmelproblematiek zijn wel diffuus. Het hangt samen met hoe mensen
wonen, bouwtechnische oorzaken, de mate van ventilatie en de
grondwaterstand. De oplossing is wat mij betreft geen nieuwe wet, maar
wel een bredere aanpak met woningcorporaties, gemeenten en bewoners. Met
woningcorporaties en gemeenten heb ik de Nationale Prestatieafspraken
gemaakt over de aanpak van vocht en schimmel. Ik kom voor de zomer met
een brief over de aanpak van de vocht- en schimmelproblematiek. Het Rijk
gaat bijdragen aan de financiering van onafhankelijke vocht- en
schimmelexperts. Ook hier kom ik met een brief op terug. Ik ben van plan
om snel met een huurteam mee te gaan om inderdaad, zoals u zei,
persoonlijk te zien wat de problemen binnen de huursector rond
schimmelvorming zijn.
De voorzitter:
Bent u daarmee aan het einde gekomen van uw beantwoording?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ja.
De voorzitter:
Dan ga ik naar mevrouw Beckerman.
Mevrouw Beckerman (SP):
In Engeland hebben ze nu hele effectieve wetgeving. Dat zou toch heel
mooi naast die nationale schimmelaanpak kunnen gaan gelden? Dan heb je
namelijk al een aanpak, samen met de corporaties, en dan geef je ook nog
eens een keer huurders de zekerheid dat ze niet in een ziekmakend huis
hoeven te wonen. Daar moet je toch gewoon voor gaan staan als
overheid?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ik ben het met u eens dat we er als overheid voor moeten gaan staan dat
mensen in een gezond huis kunnen wonen, opgroeien, leven et cetera.
Daarom zeg ik dat we ons vooral moeten richten op de aanpak. Als uit die
aanpak blijkt dat wetgeving nodig is om dit voor elkaar te krijgen, dan
ben ik altijd bereid daarnaar te kijken. Maar ik wil me nu concentreren
op de aanpak om precies wat u zegt te voorkomen. Daar hebben we
afspraken over gemaakt en in dat kader heb ik toezeggingen gedaan over
waar ik voor de zomer allemaal aan brieven mee terugkom. Dus ik vraag
mevrouw Beckerman om te wachten op die brieven en op basis daarvan te
kijken of het nodig is om nu nog meer te doen of dat we eerst kunnen
handelen en daarna kunnen nadenken over de vraag of wetten noodzakelijk
zijn.
Mevrouw Beckerman (SP):
Dat klinkt hartstikke leuk, en die aanpak komt er naar aanleiding van
een motie van mijzelf, maar ik vraag hier sinds 2017, sinds ik in de
Kamer zit, aandacht voor. Elke keer horen we van verschillende
bewindspersonen dit antwoord. Maar hulporganisaties vertellen ons dat ze
steeds meer aanvragen krijgen omdat baby- en kindermatrasjes en
-dekentjes ernstig beschimmeld raken. Als je erover nadenkt dat we dus
kinderen hebben in Nederland die opgroeien op beschimmelde matrasjes,
onder beschimmelde dekentjes in een beschimmelde kamer en je weet dat
die problematiek alleen maar toeneemt, waarom wil de minister dan niet
toezeggen om na te denken over de vraag of er ook aanvullende wetgeving
kan komen zodat dit tot het verleden gaat behoren? Dat is het enige wat
we vragen vandaag.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ik onderschrijf wat mevrouw Beckerman zegt over de schimmel- en de
vochtproblematiek. Net als u vind ik het verschrikkelijk dat dit in
Nederland aan de hand is. Ik wil me daarom vooral richten op de aanpak.
Als u aan mij vraagt of ik erover na wil denken, zeg ik het volgende. Ik
wil altijd over alles wat mij gevraagd wordt nadenken, maar ik kan nu
niet meer toezeggen dan dat ik ga nadenken over de vraag of het
behulpzaam is in het aanpakken van deze problematiek en of het echt
ergens toe leidt.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Beckerman (SP):
Kijk, de reden waarom ik dit vraag is dat ik in heel veel van die
woningen ben geweest, bij mensen thuis, en het je echt de adem beneemt.
Tegelijkertijd zeggen hulpverleners die deze mensen bijstaan: "Het is
echt zó intens moeilijk om je recht te halen. De Huurcommissie kan je
een huurverlaging geven maar geen aanpak. Het is zó moeilijk." Zelfs
mensen die hier professioneel mee bezig zijn, zeggen dat het hen soms
jaren kost om een gezin te helpen. Het is heel goed dat de minister naar
aanleiding van mijn motie bezig is met een aanpak. Dat is precies wat ze
nu in Engeland doen. Ik zou echt willen leren van dit soort lessen, ook
in Europa, om te voorkomen dat een situatie als in Engeland zich hier
herhaalt. Mijn appel aan de minister is dus nogmaals het volgende. Zie
de ernst hiervan in. We kunnen dit niet meer aan met de Huurcommissie —
dat zie je ook aan de hoeveelheid zaken — en we moeten zwaarder geschut
inzetten.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ik hoor uw pleidooi. Ik voel het ook. U heeft mij gevraagd om te gaan
kijken en dat ga ik doen. Ik kom met een aanpak. Er zijn Nationale
Prestatieafspraken. Als dat niet genoeg is, moeten we kijken hoe het wel
genoeg wordt. Ik zal in ieder geval kijken naar hoe ze dat in Engeland
hebben gedaan en of het nodig is om iets vergelijkbaars op te zetten. Ik
heb u dus beloofd om daarover te gaan nadenken.
De voorzitter:
Ik dank de minister voor haar beantwoording in eerste termijn. Ik kijk
of de leden klaar zijn voor de tweede termijn. Meneer Grinwis, bent u
zover? Ja, hoor ik. Ik kon dat uit uw non-verbale communicatie niet
opmaken. Gaat uw gang.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ja, voorzitter, ik ben zover. Dat ben ik inderdaad vrijwel altijd. Dank
u wel. Dank ook aan de minister voor de beantwoording. Wat mij betreft
zijn alle vragen duidelijk beantwoord. Ik heb deze keer dus ook geen
moties meegebracht.
De appreciatie van het amendement hebben we nog tegoed, volgens mij. Die
komt in de tweede termijn. Ik kijk daar vol verwachting naar uit.
Bij dezen wil ik nogmaals de huurteams enthousiast aanbevelen. Ik roep
de gemeenten die dit debat volgen en die ze nog niet hebben, op om ze in
te stellen. Het heeft echt toegevoegde waarde. Het geeft de huurder die
toch op achterstand staat, zeker in deze woningmarkt, een extra zetje om
wel de stap naar de Huurcommissie te wagen en wel zijn recht te halen,
want op dit moment is er nog veel te veel onrecht op de woningmarkt.
Juist in deze tijd van schaarste wordt huurders nog te vaak — de goede
verhuurders niet te na gesproken — een poot uitgedraaid. Dat proberen we
vandaag met deze wet te voorkomen. Daarom zal ik mijn fractie adviseren
om voor deze wet te stemmen. Ik verwacht dat die uitslag vervolgens ook
wel uit de hoge hoed komt.
Voorzitter. Ik ga het hierbij laten, ook al zou ik de tijd nog vol
kunnen praten, want ik heb genoeg spreektijd over.
De voorzitter:
Het komt voor! Dank u wel, meneer Grinwis. Het woord is aan de heer De
Hoop.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter. Ook van mijn kant nu al dank voor de beantwoording van de
minister. Aan het begin van mijn bijdrage schetste ik dat er sinds 1917
huurcommissies bestaan. Eerst waren die lokaal en daarna werden ze
landelijk ingericht. Het is volgens mij vooral heel belangrijk dat we
met elkaar organiseren dat we in ieder geval weer 100 jaar door kunnen.
Het fundament onder die commissie is natuurlijk wel de bescherming van
huurders. Dat wil je goed waarborgen. Niet voor niks heeft mijn fractie
samen met de fractie van de SP nog twee amendementen ingediend. Ik denk
dat de klachtenprocedure echt een belangrijke waarborg is. Ik denk dat
die te snel los wordt gelaten. Ik hoor graag in de tweede termijn nog
wat meer beantwoording van de minister op dat thema.
Voorzitter. Verder moet het huurregister er gewoon zo snel mogelijk
komen. De minister maakte een koppeling tussen het woningtekort en het
huurregister. Ik vond dat niet helemaal terecht, want het huurregister
hoeft echt niet een zware administratieve last te zijn. Je wilt gewoon
dat verhuurders transparant maken waar ze verhuren, hoe dat in elkaar
zit en voor welke prijs. Je wilt dat gewoon scherp hebben, zodat mensen
weten waar ze aan toe zijn. Ook kun je daar dan op handhaven op het
moment dat er iets misgaat. Dat gaat soms heel ver, tot aan gevallen van
discriminatie toe. Dat moeten we gewoon niet willen. Ik hoop echt dat de
minister vanuit dat oogpunt gewoon zo snel mogelijk het huurregister
mogelijk maakt. Dan weten we ook dat niet alleen corporaties nu
meebetalen aan de Huurcommissie, maar dat zo meteen de brede huursector
daaraan meebetaalt. Dat is wel zo eerlijk.
Tot zover, voorzitter. Ik zal mijn fractie ook adviseren om positief
over deze wet te stemmen.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer De Hoop. Het woord is aan de heer Van Leijen van
D66.
De heer Van Leijen (D66):
Voorzitter, dank. De Huurcommissies beschermen de verhuurders en de
huurders als onafhankelijke scheidsrechter. Eigenlijk geven ze al jaren
bescherming; dat probeerde ik te zeggen. Wat mij betreft komen daar nog
heel veel jaren bij en staat een volgende generatie Kamerleden over een
jaar of honderd hier weer het debat te voeren over hoe de Huurcommissie
dan weer klaar wordt gemaakt voor de uitdagingen van die toekomst. Ik
zal mijn fractie dus ook adviseren om deze wet te steunen.
Ik wil ook nog terugkomen op het amendement van de heer Grinwis. Ik vind
het correct dat hij dat doet. Hij geeft eigenlijk aan dat hij eerder een
amendement heeft ingediend dat een onbedoeld effect heeft gehad en heeft
geleid tot hogere leges bij partijen waarvoor dat niet is bedoeld. Hij
komt nu volgens mij met een amendement om dat recht te zetten. Ik vind
dat correct en ik zal dat ook steunen.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Van Leijen. Het woord is aan mevrouw Steen. Zij
spreekt namens het CDA.
Mevrouw Steen (CDA):
Voorzitter, dank. Dank ook aan de minister voor de antwoorden op alle
vragen. Ik denk dat die helder waren. Volgens mij ligt er een mooie wet
voor. Het is belangrijk om de Huurcommissie toekomstbestendig te maken.
Ik ben ook blij dat de minister gaat werken aan de visie op de
governance van de Huurcommissie van de toekomst en dat ze daarbij ook
pariteit wil betrekken. Ik dring er wel op aan om gewoon echt even goed
te bekijken hoe dat er dan in de toekomst uitziet, want we weten dat er
nog een hele hoop wijzigingen van regels aan komen. Het zou goed zijn om
zowel de positie van de huurder als die van de verhuurder op een goede
manier voor de toekomst te borgen.
Een laatste zorg van mijn kant gaat over de toegankelijkheid van de
Huurcommissie. Het CDA zit daar erg op en ik dring er bij de minister op
aan om daar grip op te houden. Er gaat een hoop veranderen. Er komen een
hoop klachten bij. Ik geloof heel graag dat het klantcontactcentrum goed
functioneert. Dat is ook het signaal dat ik krijg en dat moet zo
blijven. Mijn dringende vraag aan de minister is om dat vooral te
blijven monitoren en bij ons terug te komen op het moment dat er iets
meer nodig is dan we nu met elkaar hebben geregeld.
Voorzitter, dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Steen. Het woord is aan mevrouw Beckerman namens de
SP.
Mevrouw Beckerman (SP):
Voorzitter, dank. Ik denk dat iedereen eensgezind is in de steun voor de
wet. Tegelijkertijd zit er in mijn partij ook ongemak over de vraag of
dit de positie van huurders wel echt sterk genoeg maakt. Samen met de
heer De Hoop hebben we twee amendementen ingediend.
Aanvullend heb ik een pleidooi gehouden over schimmel, als symbool —
want zo zie ik het echt — voor de schimmel in onze volkshuisvesting. Ik
vraag daar sinds 2017 aandacht voor. Dan hoor je vaak terug dat schimmel
meerdere oorzaken heeft en dat het ook aan gedrag kan liggen. Maar elke
keer zien we dat het aantal schimmelwoningen toeneemt. Ik heb daar ook
heel veel voorstellen over ingediend. Een aantal is ook aangenomen en
uitgewerkt. Het voorstel om het in de prestatieafspraken op te nemen is
aangenomen en uitgewerkt. Het voorstel om te zorgen dat het wordt
meegenomen in het driejaarlijkse WoonOnderzoek is aangenomen en
uitgewerkt. Toen bleek dat we gelijk hadden en dat het probleem groot
is. Het jaar daarna bleek dat het probleem groter werd. Aangenomen is
het voorstel dat er een nationale aanpak moet komen. Die wordt nu
uitgewerkt.
Maar als je ziet dat 29% van de corporatiewoningen schimmel heeft en dat
5.800 zaken bij de Huurcommissie hierover gaan, denk ik echt dat er meer
nodig is en dat die Engelse wetgeving eigenlijk heel charmant is, in al
haar eenvoud, in al haar logica. Het moet gewoon opgelost en daar heb je
als huurder dan een garantie op. Dat is een mooie stok achter de deur
die je mooi kunt combineren met de aanpak. Daarom de volgende motie. Of
een interruptie!
De heer Van Leijen (D66):
Ik gaf net het lid Grinwis een compliment en nu doe ik dat bij u. Ik
vind het oprecht mooi hoe u zo staat voor die schimmelaanpak. Ik deel
dat ook met u. Het is natuurlijk verschrikkelijk wat er in Engeland is
gebeurd. Ik denk dat we ook als politiek heel streng mogen en moeten
zijn voor verhuurders die hun woningen in een slechte staat laten,
bijvoorbeeld door slechte labels verplicht uit te faseren. Mijn vraag is
echter een inhoudelijke vraag over de Engelse wetgeving. Ik zeg daarbij
dat ik die niet goed genoeg ken, dus het is echt een inhoudelijke vraag.
Schimmel kan natuurlijk ook een gedragscomponent hebben. Het kan
natuurlijk ook zijn dat er niet goed geventileerd is of dat het aan
andere dingen ligt.
De voorzitter:
Wat is uw vraag?
De heer Van Leijen (D66):
Mijn vraag is: hoe werkt dat dan in Engeland met de sanctionering?
Mevrouw Beckerman (SP):
Ten eerste krijg je deze vraag altijd. "Het ligt aan het gedrag", is de
eerste reactie van heel veel mensen. Er kan een gedragscomponent zijn,
maar dat is niet de reden waarom we zo veel woningen met schimmel
hebben. Daar zijn heel veel onderzoeken naar, van de WHO tot lokale
GGD's tot uw eigen longarts in de buurt, die laat zien: dit klopt niet.
Het gaat dan om bouwkundige gebreken en grondwaterstanden. Kijk ook naar
de kaart die is gepubliceerd in het WoonOnderzoek, waarover wij toen een
motie hebben ingediend. Daarin zag je dat er in heel veel steden op
kleigrond en veengrond, waar veel water in zit, in combinatie met
verouderde woningen met gebreken, veel schimmelwoningen zijn. Daar moet
een oplossing voor komen. Bovendien is de opmerking bij gedrag heel
vaak: raam open en stoken. Dan heb je echt … Het punt is dat er zo veel
mensen in energiearmoede zijn, ook doordat de belasting op gas zo hoog
is in Nederland en de energierekening zo hoog is dat gedrag soms ook een
gevolg is van politieke keuzes. Mensen zouden heel graag willen stoken
en heel graag willen ventileren, en dat kan gewoon niet. Dat dus even
over de ernst van de aanpak.
Nee, natuurlijk gaan ze dat in Engeland niet verhelpen. Wel doen ze — en
dat vind ik ook heel charmant — een onderzoek binnen een gesteld aantal
dagen, waarvan je ook een geschreven rapport krijgt. Heel vaak is dat in
Nederland niet zo. Dan is het: een likje verf erover en door. Je krijgt
een geschreven rapport met de gebreken. Daar kun je op terugvallen. Daar
moet binnen de termijn die ik heb genoemd — ik kan die herhalen — dus
binnen zo veel weken op geacteerd worden. Bij hele ernstige gebreken is
dat heel snel. Bij een wat structureler probleem moet er binnen twaalf
weken worden begonnen. Dat gaat dus echt over dit soort
constructieproblemen, maar ook over problemen waarbij vocht in de woning
blijft. Dat is overigens bij oude woningen het geval, maar het kan ook
bij verkeerde isolatietechnieken zo zijn.
De heer Van Leijen (D66):
Dat was oprecht een inhoudelijke vraag. Ik ben het met mevrouw Beckerman
eens dat je niet kan zeggen dat het aan gedrag ligt. Dat zeg ik ook
niet. Ik vraag me wel even af hoe je op een goede manier gaat
sanctioneren als er een element in zit waar je niet volledig sturing op
hebt. Dat was eigenlijk de vraag die ik nog steeds wel een beetje
heb.
Mevrouw Beckerman (SP):
Maar die heb je dus. Daar zijn experts voor. Die zijn er nu ook.
Nieuwsuur heeft hier onlangs nog een rapportage over gemaakt; daar
kwamen die kindermatrasjes in voor. Dat was zo'n fonds waar je dan
hulpmiddelen kunt aanvragen. Hoe triest is dat? Moet je je voorstellen
dat je je kind op bed moet leggen met een beschimmeld dekentje op een
beschimmeld matrasje. Er zijn ook experts, bijvoorbeeld van de Woonbond,
die dit soort woningen in gaan en zien wat de gebreken zijn. Het
probleem met onze huidige wetgeving is dat je bij de Huurcommissie
huurverlaging krijgt als je in het gelijk wordt gesteld, maar dat het
probleem dan nog niet wordt opgelost. Dan betaal je minder, maar word je
nog steeds ziek van je eigen huis. Die wetgeving in Engeland zorgt
ervoor dat als geconstateerd wordt — dat staat dan op schrift — dat er
ergens een gebrek is en dat gebrek aangepakt kan worden, die aanpak er
ook komt. Volgens mij is dat veel effectiever dan hoe het nu geregeld
is. Je stuurt namelijk gewoon duizenden mensen naar de Huurcommissie.
Heel veel mensen weten die weg ook niet te vinden. Dit is gewoon een
probleem. Overigens zijn er steden geweest, zoals Rotterdam en
Amsterdam, waar na heel veel publiciteit, druk en acties corporaties
zeiden: o jeetje, wat hebben we gedaan en waarom hebben we dit pas zo
laat ingezien? Een bijzonder voorbeeld is natuurlijk Ymere in Amsterdam;
die corporatie ziet echt hele ernstige gebreken gewoon niet meer. Dat is
mijn pleidooi. Dat is mijn oproep.
De voorzitter:
Afrondend, kort.
De heer Van Leijen (D66):
Helder. Ik heb een antwoord op mijn inhoudelijke vraag gekregen.
Dank.
De voorzitter:
Heel goed, dank u wel. Uw motie, mevrouw Beckerman.
Mevrouw Beckerman (SP):
Perfect. Ik heb er twee.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de Wet toekomstbestendige huurcommissie de mogelijkheid
biedt voor het starten van collectieve servicekostengeschillen maar dat
deze nog weinig benut wordt;
van mening dat collectieve zaken het aantal individuele zaken kunnen
verlagen;
verzoekt de regering te onderzoeken welke eventuele knelpunten er nog
zijn bij het starten van collectieve servicekostengeschillen bij de
Huurcommissie door huurdersorganisaties,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Beckerman en De Hoop.
Zij krijgt nr. 11 (36791) (#1).
Mevrouw Beckerman (SP):
Deze motie is aanvullend op het amendement dat we aan gaan passen en dat
ik met de heer De Hoop heb ingediend. Mijn tweede motie is veelbesproken
en gaat over een onderzoek naar hoe je effectief wetgeving over schimmel
kunt maken.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat een op de vijf huishoudens in Nederland last heeft van
vocht en schimmel in de woning en dat dit aandeel tussen 2021 en 2024 is
gestegen van 15% naar 20%;
constaterende dat bij sociale huurwoningen dit percentage zelfs 29%
bedraagt;
overwegende dat langdurige blootstelling aan vocht en schimmel ernstige
gezondheidsschade veroorzaakt, in het bijzonder bij kinderen, waaronder
hardnekkige luchtweginfecties, astma en andere chronische
klachten;
overwegende dat huurders die een klacht indienen bij hun verhuurder vaak
jaren moeten wachten voordat het probleem daadwerkelijk wordt
opgelost;
gelet op de zogenoemde Awaab's Law, de Social Housing (Regulation) Act
van 2023, die in het Verenigd Koninkrijk verhuurders verplicht om
vochtproblemen en andere gevaren voor de gezondheid binnen strikte
wettelijke termijnen te onderzoeken en te herstellen;
verzoekt de regering onderzoek te doen naar een Nederlandse variant op
de Britse Awaab's Law,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Beckerman.
Zij krijgt nr. 12 (36791) (#2).
Mevrouw Beckerman (SP):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Beckerman. Het woord is aan de heer Nobel voor zijn
tweede termijn namens de VVD.
De heer Nobel (VVD):
Voorzitter, dank u wel. Het is goed dat de minister aangeeft dat ze van
onnodige procedures, zoals de klachtenprocedure, af wil. Ik ben ook blij
met de antwoorden die de minister gaf op vragen van onder anderen
mevrouw Beckerman over de schimmel in woningen. Ze zegt: ik wil wel het
probleem oplossen, maar ik ga niet direct grijpen naar nieuwe wetgeving
en regels. Dat doet mij dus deugd. Tegelijkertijd zou ik de minister
ertoe willen oproepen om toch nog eens kritisch naar zo'n huurregister
te kijken. Ik kan me namelijk niet voorstellen — de minister heeft in
haar eigen bijdrage ook aangegeven dat het haar doel is om meer woningen
te bouwen, of om ervoor te zorgen dat er meer woningen worden gebouwd —
dat dit daartoe gaat leiden. Dit leidt tot extra
administratievelastendruk. Dit leidt ertoe dat kleine beleggers, die we
toch al de overgereguleerde markt uit zien stappen, niet de stap gaan
zetten om in woningen te beleggen. Dit is niet wat we nu nodig hebben.
Ik hoopte echt dat we op een punt waren aanbeland waarop we tegen elkaar
kunnen zeggen: niet meer maar minder regels, en meer stenen
stapelen.
Mevrouw Beckerman (SP):
Hoe snel moet volgens de VVD het schimmelprobleem worden opgelost in al
die sociale huurwoningen die nu schimmel hebben?
De heer Nobel (VVD):
Ik had al verwacht dat mevrouw Beckerman naar de interruptiemicrofoon
zou rennen. Laat ik het volgende vooropstellen. Wat de VVD betreft delen
we de urgentie van het probleem. De vraag is alleen of je voor ieder
probleem met nieuwe regels en nieuwe wetgeving moet komen. Ik was heel
blij met het antwoord van de minister, die aangeeft dat ze met partijen
om de tafel gaat om te kijken hoe ze dit probleem sneller kan oplossen.
U wekt de suggestie dat dit probleem met allerlei wet- en regelgeving
direct is opgelost, terwijl het ook best kan zijn — daarin steun ik de
heer Van Leijen die dat ook aangaf — dat dit probleem er is vanwege
bouwtechnische redenen of dat het toch door gedrag komt. Denk aan het
gegeven dat mensen wellicht het raam niet vaak genoeg openzetten en de
woning niet goed doorlucht waardoor er schimmel ontstaat. Ik denk dus
dat er echt nog een wereld te winnen is bij het aanpakken van dit
probleem voordat we direct naar wet- en regelgeving grijpen.
Mevrouw Beckerman (SP):
Ik ben benieuwd waarom de heer Nobel geen antwoord geeft op de vraag,
want het is een hele simpele vraag. Wanneer moet dit opgelost zijn? Ik
zit sinds 2017 in de Kamer. Het antwoord van de minister is naar
aanleiding van een motie van mij die alweer een hele tijd geleden is
ingediend. En die motie is een herhaling van een motie die ik eerder met
uw collega van de VVD, de heer Koerhuis, heb ingediend om tot zo'n
nationale aanpak te komen. Het duurt eindeloos. Ik vroeg niet of er
extra regels of minder regels moeten komen. Ik vroeg: wanneer moet het
volgens de VVD nou eindelijk eens een keer opgelost worden? Want er zijn
kinderen die met een beschimmeld dekentje op beschimmeld matrasje
slapen.
De heer Nobel (VVD):
In een vorig leven als bewindspersoon ben ik ook bij mensen thuis
geweest. Dat was in de hoedanigheid van portefeuillehouder armoede. Daar
heb ik inderdaad met eigen ogen kunnen zien hoe kinderen bij elkaar op
zo'n matrasje moeten slapen. Soms waren dat meerdere kinderen op één
kamer. Dat is ontzettend schrijnend. Op dat punt zult u de VVD ook
gewoon aan uw zijde vinden. Daarom denk ik ook dat mijn voorganger dat
nationale plan om tot acties te komen, heeft gesteund. Dat is niet het
implementeren van nieuwe wet- en regelgeving. Een antwoord op uw vraag
is: het liefst wil je zo snel mogelijk dit soort problemen oplossen en
die voorkomen. Feit is ook dat er ontzettend veel woningen zijn. Er zijn
dus ook woningen waar het helaas niet goed gaat, maar het gaat mij een
brug te ver om direct te zeggen: dat moeten we oplossen met wet- en
regelgeving. Ik denk bijvoorbeeld dat voorlichting en beter samenwerken
met de partijen die de minister zelf ook al aanhaalde, een onderdeel van
de oplossing kunnen zijn. U zult de VVD dus aan uw zijde vinden om dit
probleem op te lossen. Ik denk alleen niet dat nieuwe wet- en
regelgeving daar direct het antwoord op is.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Beckerman (SP):
Voorlichting helpt niet als er een bouwkundig probleem is aan je woning.
Voorlichting helpt niet als er water in je woning blijft staan.
Voorlichting helpt niet als die voorlichting puur "zet het raam open en
je kachel aan" is en weer een VVD-kabinet de energierekening verhoogt,
wat keer op keer gebeurt met die gasbelasting. Ik blijf bij mijn vraag:
moeten we als politiek niet alleen maar praten over "we willen graag dat
het opgelost wordt", maar ook een doel stellen? Wat zou dan het doel van
de VVD zijn? Dit is voor de derde keer dezelfde vraag. Wat zou het doel
zijn wat betreft het moment waarop dit moet zijn opgelost? Dan is het
antwoord niet: het liefst zo snel mogelijk. Waarom heeft de VVD hierbij
geen concreet doel, zoals mijn partij wel heeft?
De voorzitter:
Meneer Nobel, en denk erom om via de voorzitter te spreken.
De heer Nobel (VVD):
Dat doel is wat mij betreft heel helder. Dat is namelijk zo snel
mogelijk. Ik hoor mevrouw Beckerman niet aangeven hoe snel ze dat wil
doen. Zij geeft alleen aan: ik ga dit oplossen met allerlei regelgeving.
Dan verwijst ze naar Engeland. Ik geef het volgende aan. Ik steun in die
zin wat de minister zojuist heeft aangegeven. Zij is bereid om te kijken
hoe we dit probleem breder kunnen aanpakken. Wat de VVD betreft hoeft
dat niet met allerlei wet- en regelgeving.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Nobel. Het woord is aan de heer Mooiman voor zijn
inbreng in tweede termijn namens de PVV.
De heer Mooiman (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Allereerst natuurlijk dank aan de minister voor
de beantwoording van de vragen. Zoals veel partijen hier ook al hebben
aangegeven, denk ik dat het van belang is dat deze wetgeving er komt om
de Huurcommissie en het werk dat zij doet toekomstbestendig te houden.
In dat kader kunnen wij ons grotendeels vinden in de voorgestelde
maatregelen.
Tegelijkertijd houden we wel wat zorgen. We zien ook dat een stukje
versimpeling en vereenvoudiging dat in de wet zit, eventueel kan leiden
tot een slechtere positie voor huurders. Daarvoor hebben we nog een
aantal voorstellen. Om te beginnen de eerste motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet met de wetswijziging beoogt de werkwijze
van de Huurcommissie toekomstbestendig te maken;
overwegende dat het belangrijk is dat de Huurcommissie in de toekomst
haar werkzaamheden naar behoren kan vervullen, maar dat dit niet ten
koste mag gaan van de positie van huurders;
verzoekt de regering om in samenwerking met relevante partners die bij
de uitvoering van de wet betrokken zijn in geplande evaluatiemomenten zo
veel als mogelijk rekening te houden met de positie van huurders, zodat
deze niet verslechtert, en de effecten van de wetswijziging te
monitoren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Mooiman, Grinwis en
Beckerman.
Zij krijgt nr. 13 (36791) (#3).
De heer Mooiman (PVV):
Vervolgens hebben we kort met de minister gesproken over de vraag of
uitspraken daadwerkelijk leiden tot een aanpak, om het zo maar te
zeggen. Wij hebben toch een aantal vraagtekens bij de mate waarin dat
echt inzichtelijk is. Vandaar de volgende motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Huurcommissie een groot aantal zaken behandelt,
maar dat niet altijd duidelijk is hoe het vervolgtraject verloopt na een
uitspraak en waarin het uiteindelijk resulteert;
overwegende dat het van belang is dat recht wordt gedaan aan gedane
uitspraken en binnen aanvaardbare termijnen;
verzoekt de regering om samen met de Huurcommissie in kaart te brengen
in hoeverre uitspraken van de Huurcommissie ook daadwerkelijk leiden tot
terugbetaling of het herstel van gebreken aan een woning, en wat de
termijnen van oplossingen zijn na een uitspraak,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Mooiman, Grinwis en
Beckerman.
Zij krijgt nr. 14 (36791) (#4).
De heer Mooiman (PVV):
Voorzitter. Verdergaand op de discussie omtrent huurteams en wat daar al
over gezegd is: wij denken dat de volgende motie daar zeker nog een
verschil in kan maken.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat niet alle Nederlandse gemeenten een huurteam
hebben;
overwegende dat het van belang is voor huurders dat gemeenten een
huurteam hebben of op andere wijze capaciteit voor handhaving van
wetgeving en ondersteuning realiseren;
verzoekt de regering om gemeenten die geen huurteam hebben aan te sporen
om op z'n minst capaciteit voor handhaving van wetgeving en
ondersteuning te realiseren, alsmede gemeenten aan te moedigen om
onderling van elkaar te leren door het uitwisselen van kennis,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Mooiman, Grinwis en
Beckerman.
Zij krijgt nr. 15 (36791) (#5).
De heer Mooiman (PVV):
Voorzitter, tot slot. We hadden ook nog een motie over de toekomstige
relatie tussen huurder en verhuurder wanneer een zaak is begonnen bij de
Huurcommissie. Er zijn namelijk toch situaties waarin zo'n relatie op
scherp komt te staan. Dat heeft mogelijkerwijs zelfs consequenties voor
mensen. Dat is natuurlijk niet de bedoeling, want je moet je recht
kunnen halen. Die motie gaan we niet indienen, omdat de minister daar al
het een en ander over gezegd heeft. Ik wil haar nog wel vragen om binnen
de gesprekken die zij met de Huurcommissie heeft, te bezien hoe er toch
ook een bijdrage kan worden geleverd aan het voorkomen van negatieve
consequenties en het verbeteren van de relatie tussen huurder en
verhuurder nadat een zaak bij de Huurcommissie is afgerond.
Dank u wel, voorzitter. Tot zover.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Mooiman. Ik schors tot 14.00 uur voor de
beantwoording van de minister.
De vergadering wordt van 13.54 uur tot 14.00 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen en geef het woord aan de minister.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Dank u wel, voorzitter. Ik zou even terugkomen op de vraag waar huurders
terechtkunnen met klachten. Na het schrappen van de klachtenprocedure
over gedrag kunnen huurders nog steeds bij de Huurcommissie terecht voor
procedures over specifieke problemen, zoals de huurprijs, de
servicekosten of het niet-verhelpen van gebreken. Dit geldt ook voor de
private huur. Daarnaast kunnen huurders bij private verhuurders sinds de
invoering van de Wet goed verhuurderschap bij hun gemeente melding maken
van ongewenst verhuurgedrag. Voor huurders van een woningcorporatie
geldt dat zij hun klachten aanhangig kunnen maken bij de interne
klachtencommissie van de corporatie zelf. In samenspraak met Aedes bezie
ik of de klachtenprocedure van interne commissies bij corporaties
verbeterd moet en kan worden. Deze interne commissies zijn inderdaad
onafhankelijk.
Ik zou ook terugkomen op de vraag van de heer De Hoop en mevrouw
Beckerman of de klachtenprocedure bij de Huurcommissie verbeterd kan
worden. Bij de totstandkoming van dit wetsvoorstel is onderzocht in
hoeverre de klachtenprocedure verbeterd kan worden om die effectiever te
maken. De open aard van de klachtenprocedure en de verscheidenheid aan
klachten zorgen ervoor dat het niet goed mogelijk is om een duidelijk
toetsingskader op te stellen. Ook blijft de procedure verwarrend voor
huurders, omdat zij er bijvoorbeeld ten onrechte van uitgaan dat
verhuurders gesanctioneerd worden. Aangezien het grootste deel van de
klachten, 74%, niet-ontvankelijk wordt verklaard, de relatie tussen de
huurder en de verhuurder zelden verbetert en de uitvoering van deze taak
van de Huurcommissie arbeidsintensief en ondoelmatig is, wordt de
procedure geschrapt. Bovendien is de Huurcommissie een geschilbeslechter
en geen handhaver die handhaaft op naleving van de afspraak. Dit wil ik
de Huurcommissie ook niet maken. Daarom organiseren we dit elders. De
Huurcommissie wil zelf wel meer inzicht krijgen in hoeverre de uitspraak
wordt nageleefd en gaat daar een proces voor inrichten.
Dan de vraag van de heer Van Leijen over de 74%. Uit de evaluatie blijkt
inderdaad dat 74% van de verzoeken niet-ontvankelijk wordt verklaard.
Dit komt hoofdzakelijk doordat er klachten worden ingediend terwijl er
eigenlijk een verzoekschrift over bijvoorbeeld onderhoud of huurprijzen
ingediend had moeten worden. Voor deze gevallen staat dus al een andere
route voor de huurder open, namelijk die van geschilbeslechting over een
specifiek probleem. Deze routes blijven ook gewoon bestaan. We zien dus
dat er in die 74% eigenlijk een onderliggende klacht zit. Die gaat niet
over het gedrag, maar over de woning zelf. Die worden gererout naar de
goede plek.
Dan de amendementen. Het amendement van de heer Mooiman op stuk nr. 7
moet ik ontraden. Het komt niet vaak voor dat de indiener de zaak
intrekt nadat een rapport van een onderzoek door de Huurcommissie is
gedeeld. Sinds 2023 is dit 175 keer voorgevallen. Voor die gevallen
waarin dit voorkomt, geldt echter dat de kosten voor het terugbetalen
van het legesvoorstel vele malen hoger liggen dan het bedrag dat wordt
terugbetaald. Voor het restitueren van het bedrag van €12,50 wordt
ongeveer €50 aan kosten gemaakt. Dit is nog exclusief de kosten voor het
daadwerkelijk opstellen van het onderzoeksrapport. Het is belangrijk dat
huurders en verhuurders met een smalle beurs de gang naar de
Huurcommissie kunnen blijven maken. Dat was volgens mij ook uw punt.
Daarom blijft het voor huurders en verhuurders mogelijk om een
legesvrijstelling aan te vragen. Bij een legesvrijstelling worden in het
geheel geen leges geheven.
De heer Mooiman (PVV):
Hierbij hebben wij het punt gemaakt dat de huidige situatie natuurlijk
ooit de bedoeling had dat het werk dat de Huurcommissie niet aan zo'n
melding heeft, voor minder werkdruk zorgt. Die kan dan ook een deel van
de kosten terugbetalen. Tegelijkertijd kan het bedrag voor mensen wel
degelijk een verschil maken. Daarnaast lijkt het me helemaal niet zo'n
zware administratieve last, gezien het geringe aantal mensen dat hier
gebruik van maakt, zoals u zelf al noemde. Is dit nou juist niet iets om
in stand te houden, omdat het voor mensen die het aanvragen een groot
verschil kan maken? Uiteindelijk zijn er toch heel veel gezinnen die het
met een paar tientjes per maand moeten doen.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Daar hebben we alle begrip voor. Gelukkig is er daarom ook een regeling
voor precies deze mensen, waarbij ze een verzoek in kunnen dienen om een
volledige vrijstelling te krijgen.
De voorzitter:
Het amendement op stuk nr. 8.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Het amendement op stuk nr. 8: ontraden. De klachtenprocedure is
ondoelmatig en onnodig. De procedure is geëvalueerd. Daaruit blijkt dat
deze procedure verwarrend is voor beide partijen en de relatie zelden
verbetert. Daarnaast was de procedure ook nog eens zeer arbeidsintensief
voor de Huurcommissie. De procedure is daarnaast met de evaluatie van de
Wet goed verhuurderschap ingehaald. Met de invoering van die wet bestaat
er een laagdrempelig loket bij iedere gemeente waar huurders over een
breed scala aan onderwerpen kunnen worden bijgestaan. Voor
corporatiehuurders geldt dat zij een klacht kunnen indienen bij de
interne klachtencommissie van de corporatie. In samenspraak met Aedes
bezie ik bovendien hoe de werking van deze klachtenprocedure kan worden
versterkt.
De voorzitter:
Het amendement op stuk nr. 9.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ik moet dit amendement in zijn huidige vorm ontraden. De
huurdersorganisatie kan geen zaak beginnen bij de Huurcommissie als de
huurders daar niet zelf uitdrukkelijk bij betrokken zijn. Dan zijn de
partijen niet gebonden aan de uitkomst. Op grond van de huidige wet is
het al mogelijk voor huurders om collectief naar de Huurcommissie te
stappen. Zo is het niet nodig dat huurders afzonderlijk een procedure
starten. Met de Wet modernisering servicekosten worden de regels voor
collectieve procedures versoepeld. Deze wet treedt op 1 januari 2027 in
werking. Ik vind het belangrijk dat huurders worden ontzorgd en zo veel
mogelijk in staat worden gesteld om collectief te handelen.
De voorzitter:
Tot slot, mevrouw Beckerman.
Mevrouw Beckerman (SP):
Wij passen dit amendement aan. Gaat u zich dan specifiek richten op de
informatie? Ik bedoel dat er een verplichting komt om de jaarlijkse
servicekostenafrekening rechtstreeks aan de huurdersorganisatie te
sturen. Ik verwacht natuurlijk een schriftelijk oordeel, maar dan weten
de collega's alvast dat dit amendement wordt aangepast.
De voorzitter:
Dan concluderen we dat het amendement op stuk nr. 9 in de huidige vorm
wordt ontraden. Mevrouw Beckerman heeft een wijziging van het amendement
aangekondigd. Ik zou de minister willen verzoeken om voor de stemmingen
tot een schriftelijke appreciatie van het amendement te komen.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Dat zal ik doen, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan het amendement op stuk nr. 10.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ik geef het amendement op stuk nr. 10, van de leden Grinwis en Steen,
over de gedifferentieerde leges, oordeel Kamer. Gedifferentieerde leges
vormen een prikkel voor verhuurders om zich aan de regels te houden en
zo geschillen te voorkomen.
De voorzitter:
Dan de moties, zo zou ik willen voorstellen.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Dit is voor mij een unicum. Veel dingen zijn overigens nog een unicum
voor mij; u gaat zo horen waarom dat zo is.
De motie op stuk nr. 11, van mevrouw Beckerman, krijgt oordeel
Kamer.
De motie op stuk nr. 12, ook van mevrouw Beckerman, krijgt oordeel
Kamer.
De motie op stuk nr. 13 krijgt oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 14, van de leden Grinwis, Mooiman en Beckerman,
krijgt oordeel Kamer. De Huurcommissie gaat vanaf de zomer nabellen,
zoals ik zie. Als ik 'm zo mag lezen, kan ik die oordeel Kamer
geven.
De voorzitter:
Ik kijk of dat mag. Ja, dat is het geval. Tot slot.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
En dan tot slot. De motie op stuk nr. 15, van de heer Mooiman, de heer
Grinwis en mevrouw Beckerman: oordeel Kamer. Een unicum voor mij was dat
alle moties oordeel Kamer kregen.
De voorzitter:
Dan heeft de Kamer goede zaken met u gedaan vandaag. Toch zijn er nog
wat interrupties.
Mevrouw Beckerman (SP):
Ik was vergeten om de heer De Hoop onder de motie op stuk nr. 11 te
zetten. Kan dat nog worden aangepast? Dat is helemaal mijn fout.
De voorzitter:
We schrijven de heer De Hoop erbij onder de motie op stuk nr. 11. Meneer
Nobel.
De heer Nobel (VVD):
Het laatste wat ik zou willen, is het unieke moment verpesten, maar ik
was toch een beetje verbaasd over het oordeel op de motie op stuk nr.
12. De minister gaf zelf heel stellig aan dat zij niet die wet- en
regelgeving nodig heeft. Toch geeft zij oordeel Kamer op de motie waarin
wordt verzocht of zij kan kijken naar extra wet- en regelgeving, terwijl
de minister zelf heeft aangegeven: ik ga met allerlei partijen in
gesprek om dit te doen, maar er komt geen extra wet- en regelgeving.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Wat ik in het debat heb toegezegd, is dat ik ga luisteren, dat ik ga
kijken en dat ik erover wil nadenken. Dat vraagt de motie mij te doen.
Daar geef ik hiermee invulling aan. Daarmee heb ik niet gezegd dat er in
Nederland extra wetgeving moet komen. Ik heb mevrouw Beckerman toegezegd
dat ik hiernaar ga kijken.
De voorzitter:
Ik dank de minister voor de beantwoording in tweede termijn. Daarmee
zijn we aan het einde gekomen van de behandeling van de Wet
toekomstbestendige huurcommissie.
De algemene beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
Het betreft wetgeving, dus ik wijs de leden erop dat er over de wet, de
amendementen en de moties gestemd zal worden op 21 april. Ik schors de
vergadering tot 14.30 uur.
De vergadering wordt van 14.10 uur tot 14.30 uur geschorst.