Tweeminutendebat Humanitaire Hulp (CD 9/4) (ongecorrigeerd)
Stenogram
Nummer: 2026D17006, datum: 2026-04-09, bijgewerkt: 2026-04-10 09:31, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van activiteiten:- 2026-04-09 14:30: Tweeminutendebat Humanitaire Hulp (CD 9/4) (Plenair debat (tweeminutendebat)), TK
Preview document (🔗 origineel)
Humanitaire Hulp
Humanitaire Hulp
Aan de orde is het tweeminutendebat Humanitaire Hulp (CD d.d.
09/04).
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het tweeminutendebat
Humanitaire hulp. Ik heet de minister van harte welkom. Ik geef het
woord aan mevrouw Lammers als spreker namens de Groep Markuszower.
Mevrouw Lammers (Groep Markuszower):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb twee moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Verenigde Staten en Zweden de financiering aan
UNRWA hebben stopgezet vanwege aanhoudende substantiële invloed van
Hamas;
constaterende dat Nederland nog steeds miljoenen euro's aan UNRWA
geeft;
verzoekt de regering de financiële steun aan UNRWA volledig te
stoppen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Lammers.
Zij krijgt nr. 200 (36180) (#1).
Mevrouw Lammers (Groep Markuszower):
Dan de tweede.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat minister Sjoerdsma en koningin Máxima op 31 maart
aanwezig waren bij het 70-jarig jubileum van Oxfam Novib in Den
Haag;
constaterende dat uit meerdere rapporten blijkt dat Hamas substantiële
invloed heeft op organisaties als Oxfam Novib;
verzoekt de regering in de toekomst geen bijeenkomsten van Oxfam Novib
of aanverwante organisaties bij te wonen waarop een terroristische
organisatie direct of indirect invloed uitoefent,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Lammers.
Zij krijgt nr. 201 (36180) (#2).
Mevrouw Lammers (Groep Markuszower):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Dobbe namens de SP. Gaat uw
gang.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dank u wel. Ik heb vier moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er ernstig zieke of zwaargewonde kinderen uit Gaza
reeds medisch geëvacueerd zijn naar de regio en wachten op zorg;
constaterende dat eerder vijf kinderen uit Gaza medisch zijn geëvacueerd
naar Nederlandse ziekenhuizen;
verzoekt de regering op korte termijn te onderzoeken onder welke
voorwaarden medische evacuatie van ernstig zieke en gewonde kinderen
naar Nederland mogelijk zou zijn voor kinderen die al met toestemming
van de Israëlische regering medisch naar de regio zijn geëvacueerd, in
geval het gebrek aan zorg acuut levensbedreigend is en in geval de
regionale medische capaciteit tekortschiet,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Dobbe, Van Baarle, Ceder,
Teunissen en Kröger.
Zij krijgt nr. 202 (36180) (#3).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er aanvallen op hulpverleners worden gepleegd in
Libanon;
overwegende dat bewijsvergaring en veiligstelling van belang is voor
onderzoek;
verzoekt de regering bij te dragen aan onafhankelijk onderzoek bij
mogelijke oorlogsmisdaden tegen hulpverleners in Libanon, waar mogelijk
in EU- en VN-verband,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Dobbe, Ceder, Teunissen en Van
Baarle.
Zij krijgt nr. 203 (36180) (#4).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat in het AIV- en CAVV-rapport gesteld wordt dat
structurele monitoring ontbreekt en de VN daar een belangrijke rol in
kan spelen;
verzoekt de regering het initiatief te nemen om binnen de VN te komen
tot een monitoringsmandaat, in de vorm van een speciaal rapporteur van
de Mensenrechtenraad of een speciaal vertegenwoordiger van de
secretaris-generaal, gericht op bescherming van zorg- en hulpverlening
in gewapend conflict, en de Kamer hier zo snel mogelijk over te
informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Dobbe, Teunissen en Van
Baarle.
Zij krijgt nr. 204 (36180) (#5).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de minister aangeeft dat door stilte de norm
sterft;
constaterende dat er meer dan 1 miljoen Libanezen op de vlucht zijn door
aanvallen van Israël;
constaterende dat in Zuid-Libanon meerdere journalisten en hulpverleners
door Israëlische luchtaanvallen zijn gedood;
constaterende dat Israël na het staakt-het-vuren met Iran de grootste
luchtaanval sinds het begin van de oorlog uitvoerde;
verzoekt de regering de aanvallen van Israël op Libanon te
veroordelen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Dobbe, Teunissen en Van
Baarle.
Zij krijgt nr. 205 (36180) (#6).
Mevrouw Dobbe (SP):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Eerdmans namens JA21.
De heer Eerdmans (JA21):
Voorzitter, dank.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de minister van BHOS steun in de Kamer kreeg voor zijn
begroting, inclusief het amendement-Stoffer/Eerdmans dat ziet op een
afbouw van de financiering van UNRWA;
constaterende dat de minister met een beroep op het coalitieakkoord zes
dagen na vaststelling van de begroting aangaf de financiële steun voor
UNRWA te zullen herstellen via een suppletoire begroting in
september;
overwegende dat deze gang van zaken een deuk heeft geslagen in de
samenwerking met het kabinet;
betreurt de handelwijze van de minister,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Eerdmans en Stoffer.
Zij krijgt nr. 206 (36180) (#7).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt het kabinet de Nederlandse bijdrage aan hulporganisaties in
Gaza te diversifiëren en UNRWA's dominante positie af te bouwen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Eerdmans.
Zij krijgt nr. 207 (36180) (#8).
De heer Eerdmans (JA21):
Voorzitter. Ik waardeer het dat de minister excuses heeft aangeboden in
het commissiedebat en heeft gezegd: dat had ik zo niet moeten doen. Dat
waardeer ik; dat siert hem ook. We gaan als JA21 een nieuwe start maken
met deze minister. Wel blijven wij bij ons standpunt dat de
begrotingswet gewoon moet worden uitgevoerd, dus inclusief het
amendement-Stoffer/Eerdmans. De minister heeft met zijn actie links én
rechts de gordijnen ingejaagd. Dat is op zich best knap, want ik denk
dat de minister afhankelijk is van óf links óf rechts. Allebei gaat niet
op dit dossier. Die keuze was lastig; dat begrijp ik. Maar ik denk toch
dat er een keuze gemaakt moet worden.
Dat gezegd hebbende, voorzitter, de laatste vraag. Hoe denkt de minister
in de Eerste Kamer, waar het speelveld misschien nog moeilijker is dan
hier, deze begroting toch over de streep te trekken? Dat moet een
politiek huzarenstukje worden.
Voorzitter, dank je wel.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Eerdmans. Het woord is aan de heer Van Baarle namens
de fractie van DENK. Gaat uw gang.
De heer Van Baarle (DENK):
Dank, voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet voornemens is om de bijdrage aan UNRWA
naar het oorspronkelijke bedrag van 19 miljoen euro per jaar te
herstellen, wat in 2026 gaat om een extra bedrag van 8 miljoen euro dat
naar UNRWA zal gaan ten opzichte van de vastgestelde begroting;
constaterende dat het kabinet wacht met het aangaan van deze uitgave tot
na goedkeuring van de suppletoire begroting in september;
overwegende dat de Palestijnen niet de luxe hebben om tot september te
wachten;
verzoekt de regering om de bijdrage aan UNRWA niet pas in september,
maar zo spoedig mogelijk te herstellen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Baarle, Dobbe en
Teunissen.
Zij krijgt nr. 208 (36180) (#9).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de RSF in Sudan verantwoordelijk zijn voor
verschrikkelijke misdaden en een van de grootste humanitaire crises op
dit moment;
verzoekt de regering om de Europese Commissie te verzoeken om de ruimte
binnen het onderhandelingsmandaat, namelijk naleving van het
internationaal recht, te benutten om de rol van de VAE in de oorlog in
Sudan bespreekbaar te maken, en hierin te proberen Europese medestanders
te vinden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Baarle en Dobbe.
Zij krijgt nr. 209 (36180) (#10).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet aangeeft welwillend te blijven kijken naar
inzet voor verbetering van de zorg in de regio en medische evacuaties
vanuit Gaza;
overwegende dat de WHO, hulporganisaties en landen in de regio verzoeken
om opnieuw een aantal patiënten met een specialistische zorgbehoefte op
te vangen en te behandelen;
overwegende dat er op dit moment echter vrijwel geen evacuaties mogelijk
zijn vanwege de grenssluitingen;
verzoekt de regering om actief te werken aan het scheppen van de
voorwaarden voor medische evacuaties,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Baarle en Dobbe.
Zij krijgt nr. 210 (36180) (#11).
De heer Van Baarle (DENK):
Tot slot, voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat volgens het Wereldvoedselprogramma miljoenen mensen in
Afghanistan te kampen hebben met voedselonzekerheid en honger;
verzoekt de regering om met urgentie in internationaal verband de
noodzaak te bespreken voor acuut meer inzet en budget voor voedselhulp
in Afghanistan en te onderzoeken op welke wijze Nederland een gerichte
inspanning kan leveren om de mensen in Afghanistan die honger hebben te
helpen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Baarle.
Zij krijgt nr. 211 (36180) (#12).
De heer Van Baarle (DENK):
Tot slot, voorzitter. Ik heb een motie aangehouden die de regering
verzoekt om een gerichte bijdrage te leveren om de Rohingya te
ondersteunen. Die heb ik aangehouden, omdat het kabinet mijn amendement
heeft ontraden. Die motie zou ik graag aankomende dinsdag in stemming
brengen. Ik zou de minister willen verzoeken of hij deze motie van een
positieve appreciatie zou kunnen voorzien, uiteraard.
Dank, voorzitter.
De voorzitter:
We zullen de motie op de stemmingslijst zetten, meneer Van Baarle. Dank
u wel. Het woord is aan de heer Ceder namens de fractie van de
ChristenUnie.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Dank u wel, voorzitter. Het debat is helaas te veel gegaan over interne
Haagse politiek en niet over de noden buiten in de wereld. Dat vind ik
jammer. Er gebeurt namelijk heel veel. Ik hoop echter wel dat we dit
gaan oplossen met elkaar. Een coalitieakkoord van 66 zetels heeft
namelijk geen meerderheid. Ik zou dit niet elk begrotingsdebat, met elke
minister willen doen. Ik hoop dus op verbetering en dat die stappen snel
gezet worden.
Ik heb een motie ondertekend voor de medische evacuatie van kinderen uit
Gaza voor wie de zorg in de regio niet verzorgd kan worden. Die motie
hebben we volgens mij al vier of vijf keer medeondertekend en ingediend.
De motie is ook aangenomen, maar er worden geen stappen gezet door deze
coalitie. Vandaar dat ik 'm van harte opnieuw indien. Ik roep de
minister op om hier eindelijk echt werk van te maken.
Voorzitter. Daarnaast zou ik een toezegging willen vragen op het punt
van de diversificatie van UNRWA. Dat staat in het coalitieakkoord. Wij
zouden graag vóór de begroting een tijdspad willen met het plan qua
diversificatie. Ik hoop dat de minister dat kan toezeggen. Zo kunnen we
op inhoudelijke gronden het debat met elkaar voeren richting de
begroting.
Tot slot, voorzitter. De situatie in Zuid-Libanon wordt schrijnender en
erger. Ook ons bereiken berichten vanuit dorpen, zowel christelijke als
islamitische, die aangeven dat ze zich zorgen maken. Bewoners hebben het
gevoel dat ze in de vuurlinie vastzitten. Hulpverleners kunnen niet op
tijd in de dorpen aanwezig zijn. Vandaar de volgende motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat zolang er geen staakt-het-vuren is bereikt,
bescherming van internationale hulpverleners noodzakelijk is om
humanitaire hulp in Zuid-Libanon doorgang te laten vinden;
constaterende dat de Kamer de regering reeds heeft opgeroepen om de
Libanese regering te ondersteunen bij implementatie van resolutie 1701
van de VN-Veiligheidsraad;
verzoekt de regering om oorlogsmisdaden van strijdende partijen te
veroordelen en zich zowel bilateraal als in internationaal verband in te
zetten voor een zo snel mogelijk staakt-het-vuren, met als inzet een
volledige ontwapening van Hezbollah;
verzoekt de regering tevens om zich in internationaal verband in te
zetten voor voldoende bescherming van dorpen in Zuid-Libanon, zodat
humanitaire hulp doorgang kan vinden en hulpverleners veilig zijn,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Ceder.
Zij krijgt nr. 212 (36180) (#13).
De heer Ceder (ChristenUnie):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Teunissen namens de Partij voor de
Dieren.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb twee moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat onafhankelijke monitoring van detentieomstandigheden in
Israëlische gevangenissen noodzakelijk is;
verzoekt de regering zich actief in te zetten om onbelemmerde toegang
voor het internationale Rode Kruis tot alle detentiecentra in Israël
waar Palestijnen worden vastgehouden te bewerkstelligen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Teunissen, Dobbe, Kröger en Van
Baarle.
Zij krijgt nr. 213 (36180) (#14).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Israëlische regering zich schuldig maakt aan
ernstige schendingen van het oorlogsrecht en het humanitair recht;
overwegende dat Nederland geen wapenleveranties of transporten mag
faciliteren die kunnen bijdragen aan deze schendingen;
verzoekt de regering om een onderzoek in te stellen naar mogelijke
wapenleveranties naar Israël sinds oktober 2023, waaronder de toedracht
rond het schip De Rijnvliet, en te garanderen dat dergelijke transporten
niet (meer) plaatsvinden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Teunissen, Dobbe en Van
Baarle.
Zij krijgt nr. 214 (36180) (#15).
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Kröger namens GroenLinks-Partij van
de Arbeid.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter. Het debat met de minister leverde meer een terugblik dan een
vooruitblik. De minister noemde zijn eigen handelen "onhandig", maar wat
gaat hij concreet anders doen? Dat blijft mij eigenlijk een raadsel. De
minister spreekt over "iedereen recht doen", maar met deze begroting en
de verhouding in de Eerste Kamer kan dat niet. Je kan niet van twee
walletjes eten. Wil het kabinet de politieke wens om UNRWA te steunen
volmaken, dan is de route over rechts afgesloten. Dat had geen
verrassing mogen zijn. Op de andere route willen partijen als PRO en de
ChristenUnie juist méér geld voor mensen in nood.
Niet alleen deze minister maar eigenlijk het hele minderheidskabinet
heeft geen plan om tot meerderheden te komen, concludeer ik, maar met
politieke trucs bouw je geen stabiele meerderheden. Het kabinet rijdt op
dit moment op een muur af in de Eerste Kamer, zeker als het met lege
handen komt. De vraag blijft dus: heeft de minister al gesproken met
zijn collega Heinen van Financiën over meer steun voor
ontwikkelingssamenwerking?
De voorwaarden voor PRO als verantwoordelijke oppositie zijn helder en
zijn al maanden en maanden hetzelfde. Dat zijn namelijk de amendementen
die we hebben ingediend. Die had de minister ook in zijn inwerkdossier
kunnen lezen: herstel van de koppeling, wat meer investeren in
ontwikkelingssamenwerking betekent, en steun aan UNRWA. Beide staan ook
in het coalitieakkoord, waar deze minister vaak aan refereert. Extra
geld voor ontwikkelingssamenwerking is bittere, bittere noodzaak. Kijk
naar Sudan: deze week vier jaar in een verschrikkelijke oorlog,
grootschalig seksueel geweld terwijl noodhospitaals worden wegbezuinigd.
Kijk naar Libanon: gisteren 160 bommen in tien minuten, ook in
woonwijken. In een wereld vol conflict is meer internationale
samenwerking nodig, niet minder. Dat blijft de heldere eis van PRO voor
steun aan dit beleid.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel voor uw bijdrage namens GroenLinks-Partij van de Arbeid. Het
woord is aan de heer Bamenga, maar die ziet af van zijn spreektijd. Het
woord is aan de heer De Roon namens de PVV.
De heer De Roon (PVV):
Voorzitter. Overal in Europa islamiseert het buitenlandbeleid onder druk
van de islam. De agenda voor dit commissiedebat was daar ook een goede
weerspiegeling van. Van de acht regeringsbrieven die erop staan, gaan er
maar liefst zeven over de mensen in Gaza, alsof alleen daar humanitaire
problemen zijn. Het debat in eerste termijn vertoonde hetzelfde beeld.
Ook dat ging voornamelijk over Gaza. De oorzaak daarvan is te vinden bij
links in de politiek. Daar wordt steun gezocht bij de aanhangers van de
islam, met als gevolg dat die in ons land een grotere invloed hebben op
het buitenlandbeleid dan de omvang van die groep rechtvaardigt. Zo'n
verschijnsel wordt aangeduid als een "multiplicatie-effect".
De "extra geld voor UNRWA"-stunt van de linkse minister van D66 die over
humanitaire hulp gaat, is daar ook een voorbeeld van, die stunt om UNRWA
toch weer meer geld toe te bedelen dan de Kamer twee dagen daarvoor had
vastgelegd. Dat gaat tegen de uitgesproken wil van de Kamer in. De PVV
besteedt liever geld aan de burgers van Nederland die in de knel zitten,
beschouwt financiering van ontwikkelingssamenwerking als het storten van
geld in een bodemloze put en ziet het meest in een nullijn voor dat
budget. Maar het krediet van de minister op het onderdeel
Ontwikkelingssamenwerking van zijn portefeuille ligt wat de PVV betreft
ook op het nulpunt. De motie van treurnis van JA21 en de SGP zullen wij
dan ook van harte steunen, want wat de minister daar heeft gedaan, kan
echt niet en dat moet hij ook nooit meer doen.
Tot zover, voorzitter. Dank u.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer De Roon. Het woord is aan de heer Verkuijlen namens
de VVD.
De heer Verkuijlen (VVD):
Dank, voorzitter. Even ter verklaring: ik neem dit tweeminutendebat over
van mevrouw Maes, omdat zij zo afreist naar Hongarije als waarnemer bij
de verkiezingen; dat is ook een belangrijke taak. De motie die ik voor
me heb liggen, dien ik dus mede namens haar in.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet voornemens is de steun aan UNRWA te
herstellen;
overwegende dat rapportages over Hamasinfiltratie en de
Colonna-aanbevelingen vragen om strikte neutraliteit en diversificatie
van hulpkanalen;
overwegende dat het draagvlak in Nederland wordt geschaad wanneer
belastinggeld direct of indirect bij terroristische organisaties
terechtkomt;
verzoekt de regering de financiering voor UNRWA in samenspraak met
andere donoren op te schorten bij verifieerbare hernieuwde signalen van
terreurbanden, en vaart te maken met het versterken van alternatieve
humanitaire hulpkanalen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Verkuijlen, Maes en Ceder.
Zij krijgt nr. 215 (36180) (#16).
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Ik probeer even deze motie … In de constatering staat dat er nooit
indirect geld naar Hamas zou moeten gaan. Ik denk dat de hele Kamer dat
met de indiener eens is, maar is de suggestie van de motie nou dat dit
wel het geval is geweest en dat, als dat nog een keer het geval zou
zijn, de hulp moet worden opgeschort? Of erkent en volgt de VVD de lijn
van de minister, zoals die in de brief is opgeschreven? Daarin schetst
hij eigenlijk juist dat uit de rapportages blijkt dat UNRWA wél de
controlemechanismen heeft en in die zin gewoon een professionele
VN-organisatie is, waarvan de minister ook zegt: die gaan we zeker
steunen.
De heer Verkuijlen (VVD):
Dank voor die vraag. Wij steunen de lijn die de minister heeft ingezet.
Wij willen alleen helder maken dat als dit opnieuw aan de orde zou komen
of als hier aantoonbaar sprake van zou zijn, dit voor ons een breekpunt
is voor die hulpverlening.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Maar daarin zit dus weer het woord "opnieuw". De lijn van de VVD is dus
dat als er weer aantijgingen zijn die vervolgens door een
Colonnarapportage weerlegd worden, de hulp toch moet worden opgeschort.
Ik zoek even naar wat dat woord "opnieuw" in die zin inhoudt.
De heer Verkuijlen (VVD):
Nee, het gaat om het woord "aantoonbaar", dus niet om "opnieuw". Dat is
wat u eruit haalt, maar het gaat om …
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Nee, dat zei u.
De voorzitter:
Wacht even, wacht even, wacht even. We laten elkaar hier uitspreken.
De heer Verkuijlen (VVD):
Als het aantoonbaar aan de orde is; dat is de lijn die wij inzetten.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Volgens mij is dit hele verhaal begonnen met ongelofelijk lelijke
verdachtmakingen jegens een cruciale VN-organisatie. Ik ben zelf blij
dat de minister in de door hem gestuurde brief heel helder is over de
aantijgingen: de rapportage van het Colonnaonderzoek weerlegt die
aantijgingen. Hij geeft ook aan hoe de betrouwbaarheid van UNRWA geborgd
is. De vraagstelling klinkt voor mij met het woord "opnieuw" — de VVD
zegt: als het opnieuw aan de orde is — toch zo alsof dit eigenlijk een
probleem blijft. Dat vind ik een heel verkeerd politiek signaal.
De heer Verkuijlen (VVD):
Als dat de indruk is die dit wekt, dan kan ik zeggen dat dat niet de
indruk is die ik hier wil wekken. Die indruk met "opnieuw" wil ik dus
wegnemen. Ons punt is "aantoonbaar", dus verifieerbaar als dit aan de
orde zou zijn. Als het niet in het verleden heeft plaatsgevonden, is dat
alleen maar goed.
De heer Van Baarle (DENK):
Volgens mij stond in het dictum dat de heer Verkuijlen net voordroeg:
"indien er opnieuw signalen van terreur zouden zijn". Dat betekent dus
dat deze motie stoelt op een feitelijke onjuistheid, want er is nooit
sprake van geweest dat UNRWA als organisatie terreurbanden heeft gehad.
Erkent de heer Verkuijlen dat?
De heer Verkuijlen (VVD):
Dát erken ik, maar het gaat om de signalen die aan de orde kunnen komen.
Dus wij doelen op het moment dat er signalen komen. Dat is ons punt.
De heer Van Baarle (DENK):
Maar dan gaat de heer Verkuijlen dus mee in het ongelijk behandelen van
UNRWA, want louter op basis van signalen kan je een organisatie niet
buiten de samenwerking met de Nederlandse overheid plaatsen. Dat moet
inderdaad aantoonbaar zijn. De signalen waar de heer Verkuijlen aan
refereerde waren onwaar, dus de motie gaat mee in een vals frame. Als de
heer Verkuijlen het heeft over aantoonbaarheid, dan is de motie
overbodig, want de Nederlandse overheid werkt niet samen met
organisaties die aantoonbaar terreurbanden hebben. Dus de motie is a
onwaar en b overbodig. Waarom dient de heer Verkuijlen die motie dan in?
Dat is totaal onnodig.
De heer Verkuijlen (VVD):
Omdat wij heel expliciet willen maken dat het voor ons als er
aantoonbaar signalen zijn … Zo staat het ook in de motie, volgens mij.
Wij wilden dat nog expliciteren in dit debat.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Van Baarle (DENK):
Dat we als Kamer niet willen samenwerken met een organisatie die op
welke manier dan ook een verband heeft met terreur, vindt iedereen hier.
Dat expliciteren is overbodig. Dan blijft staan dat in die motie
verwezen wordt naar een hele lelijke lastercampagne. De heer Verkuijlen
spreekt namelijk in die motie over "hernieuwde signalen van
terreurbanden", terwijl die terreurbanden er in het geval van UNRWA
gewoon niet zijn en nooit waren. Dus die motie is niet waar en het zou
de heer Verkuijlen en de VVD sieren als zij niet meegaan in die
lastercampagne tegen UNRWA.
De heer Verkuijlen (VVD):
Nogmaals, ik heb gezegd "aantoonbaar" of "als die signalen er
aantoonbaar zijn". Ik blijf erbij dat we deze motie zullen indienen.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Is de heer Verkuijlen zich ervan bewust dat dit in eerste instantie een
grove verdachtmaking vanuit de Israëlische lobby is geweest richting
UNRWA en dat de minister glashelder is geweest? Er is geen enkel
bewijsmateriaal dat aantoont dat er banden zijn met Hamas. De VVD gaat
zo opnieuw mee in de verdachtmakingen die in eerste instantie vanuit
Israël kwamen. Is de VVD zich daarvan bewust?
De heer Verkuijlen (VVD):
Ik heb in het begin, bij de eerste interruptie, al gezegd dat wij de
lijn van de minister daarin aanhouden. Maar wij willen heel duidelijk
piketpaaltjes slaan.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Oké, maar wat de VVD hier doet, is echt heel kwalijk. Het gaat om een
VN-organisatie, de grootste VN-organisatie in het Midden-Oosten, die op
dit moment ontzettend hard nodig is om de mensen in de grootste nood te
helpen. Wat de VVD hier nu doet, is opnieuw proberen om die organisatie
verdacht te maken, op een moment dat dat niet aan de orde is en we dat
absoluut niet kunnen gebruiken. Ik wil alleen maar aan de VVD vragen
daarmee te stoppen. Trek deze motie in, want u bent bezig met het
ondermijnen van een internationaal instituut en dat is de VVD
onwaardig.
De heer Verkuijlen (VVD):
Ik heb gehoord wat mijn collega uit de Kamer heeft gezegd.
Mevrouw Dobbe (SP):
Ik ook en daar sluit ik me volledig bij aan. Ik vroeg me af of de VVD
geen vertrouwen heeft in de eigen minister. Hij kan hierin toch een
afweging maken? Als een organisatie inderdaad onbetrouwbaar blijkt en
als al die beschuldigingen die rondzingen waar zouden zijn, dan zal de
minister die organisatie natuurlijk niet financieren. Heeft de VVD dan
geen vertrouwen in deze minister?
De heer Verkuijlen (VVD):
Wij …
De voorzitter:
Meneer Verkuijlen, u krijgt het woord, maar u neemt het niet. De heer
Verkuijlen.
De heer Verkuijlen (VVD):
Ik dank u wel, voorzitter. Excuus. Nee, we hebben aangegeven dat wij de
lijn van de minister hierin steunen, maar wij willen dit punt nog even
expliciet maken.
Mevrouw Dobbe (SP):
Oké, maar dan is deze motie dus totaal overbodig. Als de VVD er gewoon
op vertrouwt dat deze minister dit goed gaat uitvoeren, wat hij zegt te
gaan doen, waarom dient de VVD deze motie dan nog in? Deze motie blijkt
totaal overbodig en draagt alleen maar bij aan allerlei verdachtmakingen
die richting de VN, de Verenigde Naties, alleen maar kwaad kunnen.
De heer Verkuijlen (VVD):
Nee, de intentie is niet om tot verdachtmakingen over te gaan, maar om
die lijn nog eens heel helder te stellen.
De heer Eerdmans (JA21):
Even voor de vorige vraagstellers: volgens mij ís er ingegrepen bij
UNRWA, juist vanwege alle signalen die er waren en de aangetoonde
betrokkenheid bij terrorisme en bij de aanslagen van Hamas op 7 oktober.
Volgens mij zijn er negentien medewerkers weggestuurd. Er is dus wel
degelijk sprake van ingrijpen. Mijn vraag aan de heer Verkuijlen is of
de VVD het idee van JA21 kan steunen om de steun aan UNRWA te gaan
afbouwen. Er zijn prima andere organisaties die humanitaire steun kunnen
verlenen in het gebied, zoals UNICEF en de WHO. Daar wordt ook werk van
gemaakt door het kabinet; dat heet diversificeren. Is de heer Verkuijlen
het met JA21 eens dat we de UNRWA-steun langzaam maar zeker moeten gaan
afbouwen, zoals al eerder is beoogd én is geaccordeerd door de VVD?
De heer Verkuijlen (VVD):
In die lijn wachten wij natuurlijk ook nog even de suppletoire begroting
af, en wat de minister hierover terug gaat melden aan de Kamer.
De heer Eerdmans (JA21):
Nou, wat daarin komt te staan, kan ik wel verklappen, want daar gaat de
hele faux pas van de minister over: achterom komt er nu toch financiële
steun voor UNRWA. Daar zijn wij juist heel benauwd voor bij JA21, maar
is de VVD daar ook benauwd voor? Steun dan even het voorstel van JA21 om
in ieder geval niet te laten gebeuren dat er weer meer geld naar UNRWA
gaat.
De heer Verkuijlen (VVD):
Wij zullen het voorstel van JA21 nog goed bekijken.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Stoffer namens de Staatkundig
Gereformeerde Partij.
De heer Stoffer (SGP):
Voorzitter. Over UNRWA en dergelijke is al heel wat gedeeld. Deels ben
ik het daarmee uiteraard eens en deels niet, maar laat ik dit
tweeminutendebat Humanitaire hulp afronden met het noemen van een aantal
plaatsen in de wereld waar ook veel nood is. Daarom heb ik twee
moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de investering in het postennet uit het
coalitieakkoord de taakstelling van het vorige kabinet slechts voor de
helft ongedaan maakt waardoor ingrijpende keuzes onvermijdelijk zijn,
waaronder mogelijk de sluiting van de ambassade in Juba;
overwegende dat:
Zuid-Sudan onderaan staat in de Human Development Index 2025;
Nederland met inzet op onder meer voedselzekerheid, water, sanitatie en hygiëne (WASH) en opvang in de regio veel lijden heeft kunnen voorkomen en verlichten in Zuid-Sudan;
verzoekt de regering:
humanitaire steun aan Zuid-Sudan onverminderd voort te zetten, ook als de ambassade in Juba gesloten wordt;
te onderzoeken hoe deze kritieke hulp zonder diplomatieke presentie optimaal ondersteund kan worden, bijvoorbeeld via ambassades in naburige landen, de EU-delegatie of extra departementale ondersteuning, en de Kamer hierover zo spoedig mogelijk te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Stoffer en Dobbe.
Zij krijgt nr. 216 (36180) (#17).
De heer Stoffer (SGP):
Dan de laatste motie, voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat gewapende groeperingen zoals M23 in de Democratische
Republiek Congo profiteren van de winning, smokkel en handel van
grondstoffen als coltan, en dit een belangrijke financieringsbron vormt
voor conflict en mensenrechtenschendingen;
overwegende dat versterking van lokale verwerkingscapaciteit kan
bijdragen aan economische ontwikkeling en het doorbreken van dit
verdienmodel;
verzoekt de regering om hoge prioriteit te geven aan de versterking van
lokale verwerkingscapaciteit van grondstoffen, met name in
Sub-Sahara-Afrika,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Stoffer.
Zij krijgt nr. 217 (36180) (#18).
De heer Stoffer (SGP):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Stoffer. Ten slotte is het woord aan mevrouw Van Ark
voor haar inbreng namens het CDA. Gaat uw gang.
Mevrouw Van Ark (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb twee moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er een wachtlijst is van de
Wereldgezondheidsorganisatie waar 18.500 burgers, waaronder 4.000
kinderen, op staan die wachten op medische evacuaties uit Gaza;
constaterende dat medische evacuaties zijn stopgezet door aanvallen op
hulpverleners;
verzoekt de regering zich via alle diplomatieke kanalen in te spannen
voor veilige hervatting van het werk van de Wereldgezondheidsorganisatie
in Gaza;
verzoekt de regering om welwillend te onderzoeken onder welke
voorwaarden medische evacuatie naar Nederland van kinderen die
hoogspecialistische zorg nodig hebben maar waar in de regio geen
adequate zorg voor is op een realistische, uitlegbare en uitvoerbare
wijze mogelijk kan worden gemaakt,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Ark en Bamenga.
Zij krijgt nr. 218 (36180) (#19).
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Wij vinden het ook ongelofelijk belangrijk dat de medische evacuaties
worden hervat. Alleen, ik ben even zoekende naar wat deze motie meer of
anders regelt dan de al aangenomen motie van collega Dobbe. Dat is al
een opdracht aan de minister.
Mevrouw Van Ark (CDA):
Deze motie is wat algemener. De motie van mevrouw Dobbe heeft een focus
op kinderen uit de regio. Deze motie is breder, want die gaat ook over
kinderen die op de wachtlijst staan. Deze motie geeft ook een zetje aan
de minister om het voorgenomen plan om het onderzoek uit te voeren, ook
daadwerkelijk uit te voeren.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Ik had het over een motie van mevrouw Dobbe die al weken geleden is
aangenomen. Die riep ook ertoe op om daar welwillend naar te kijken. Wij
gaan ervan uit dat de minister welwillend hiernaar aan het kijken is.
Hij heeft ook een brief geschreven, waarin hij heeft aangegeven dat hij
dat doet. Het is nu inderdaad zaak dat er kinderen geholpen worden. Maar
goed, als deze motie daaraan bijdraagt, dan is dat mooi. Ik voelde
echter een beetje een dubbeling.
Mevrouw Van Ark (CDA):
Het is een vervolg op die eerdere motie; zo kun je het ook zien. Wat ons
betreft is het gewoon ondersteuning van het beleid van de minister. Hij
is van plan om dit te doen en dit is een extra zetje.
De voorzitter:
U vervolgt.
Mevrouw Van Ark (CDA):
Dank. De tweede motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat uit de IOB-evaluatie over artikel 4, "Vrede,
veiligheid en duurzame ontwikkeling", blijkt dat de doelstellingen met
betrekking tot de geïntegreerde benadering tot nu toe slechts in
beperkte mate worden uitgewerkt;
overwegende dat voor de inzet op stabiliteit, vrede en veiligheid zo
veel mogelijk een samenhangende inzet op defensie, diplomatie en
ontwikkelingssamenwerking zou moeten worden gehanteerd;
verzoekt de regering om een update te geven van de wijze waarop deze
instrumenten in samenhang worden ingezet, voortbouwend op de
oorspronkelijke 3D-benadering;
verzoekt de regering daarbij ook te onderzoeken of een geïntegreerde
inzet op het gebied van defensie, diplomatie en
ontwikkelingssamenwerking bijdraagt aan Nederlandse committeringen op
het gebied van veiligheid en maatschappelijke weerbaarheid,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Ark en Van Lanschot.
Zij krijgt nr. 219 (36180) (#20).
De heer Van Baarle (DENK):
Met uw welnemen zou ik mevrouw Van Ark een vraag willen stellen over
UNRWA. Deze minister wil de financiering hervatten indien de Kamer
instemt met de suppletoire begroting in september. Je kan dat ook eerder
doen, in lijn met het budgetrecht van de Kamer. Ik zou mevrouw Van Ark
willen vragen waarom we een halfjaar moeten wachten. Waarom doen we dit
niet gewoon zo spoedig mogelijk, omdat we zien dat de Palestijnen die
hulp nodig hebben?
Mevrouw Van Ark (CDA):
Ik denk dat het goed is om hier een zorgvuldig proces van te maken. We
moeten nu niet gaan afwijken van wat de minister al van plan was. In het
debat van vorige week heb ik begrepen dat er al 11 miljoen euro is
overgemaakt. Dit is niet het enige geld dat UNWRA heeft. Ik denk dat het
prima is als we dit in september of bij de suppletoire begroting met
elkaar bespreken. Dat kan prima. Voor het geld dat UNWRA nodig heeft, is
dit prima uitvoerbaar.
De heer Van Baarle (DENK):
Zorgvuldigheid hoeft niet een halfjaar te wachten. UNRWA kan ook niet
een halfjaar wachten. We hebben hier, ook in de vorige periode,
gesprekken met UNRWA gevoerd. De mensen van de leiding van UNRWA gaven
gewoon aan dat het elke maand weer kijken is of ze überhaupt voldoende
geld hebben om de salarissen van de mensen te kunnen betalen. Ze kunnen
niet wachten. Dus ik stel nogmaals mijn vraag. Zijn de politieke spellen
hier in dit huis nou zo belangrijk, of zijn de Palestijnen en UNRWA
belangrijk? We kunnen dit eerder doen. Waarom doen we het niet
eerder?
Mevrouw Van Ark (CDA):
Ik denk niet dat het verstandig is om dat nu in één keer weer naar voren
te halen. We hebben hier vorige week een heel lang debat over gehad.
Laten we nou gewoon het plan van de minister hierin volgen. Wat mij
betreft is dat prima. Ik denk ook dat UNRWA … Ik heb die signalen niet
gehad dat we die 8 miljoen nu nodig hebben. Ik heb ze niet gehad. Als u
ze wel heeft gehad, dan hoor ik dat graag, maar wat mij betreft kan het
gewoon prima zoals de minister van plan is. Ik moet er wel bij zeggen
dat ik de nood natuurlijk zie. Precies daarom steunen wij dit.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Van Baarle (DENK):
Mevrouw Van Ark geeft "indien nodig" nu eigenlijk als argument om het
wel zo snel mogelijk uit te keren, want de noden moeten nú gelenigd
worden. Als Kamer hebben we de leiding van UNRWA ontvangen. We hebben er
gesprekken mee gevoerd. In die gesprekken is gewisseld dat de financiële
situatie een uitdaging is. Nogmaals zou ik mijn oproep willen doen.
Niets belet ons om het sneller te doen dan over dat halfjaar. Doe dat
alstublieft.
Mevrouw Van Ark (CDA):
Ik snap de oproep, maar ik blijf bij mijn standpunt.
De voorzitter:
Dit is een voortzetting of eigenlijk een afronding van een
commissiedebat. Ik zie nog twee interrumpanten, maar daarna gaan we
schorsen voor de beantwoording van de minister. Mevrouw Dobbe is
eerst.
Mevrouw Dobbe (SP):
Is mevrouw Van Ark het ermee eens dat het ook heel onzorgvuldig kan zijn
als je te lang wacht?
Mevrouw Van Ark (CDA):
Ik kan mij voorstellen dat UNRWA ook snel duidelijkheid wil. Dat kan ik
mij goed voorstellen. Wat mij betreft moeten we die duidelijkheid ook
snel geven. Tegelijkertijd zie ik dat we in de Kamer een zorgvuldig
proces moeten betrachten. Daarom gaat mijn voorkeur wel uit naar gewoon
het proces volgen zoals de minister dat heeft voorgesteld.
Mevrouw Dobbe (SP):
Ja, maar ik had het alleen niet over duidelijkheid geven. Ik had het
over zorgvuldigheid, ook in het geven van financiering. We weten dat het
nu gaat over humanitaire noden. Dat kan niet wachten; dat weten we ook.
Hoe langer je wacht, hoe onzorgvuldiger het is als je het hebt over de
effectiviteit en de nood van humanitaire hulp. Is mevrouw Van Ark het er
dus mee eens dat als je te lang wacht met deze urgente noden, dat ook
erg onzorgvuldig is?
Mevrouw Van Ark (CDA):
Daar kijk ik toch anders naar. Ik denk dat het voor UNRWA vooral heel
belangrijk is om voldoende budget te krijgen. Ik denk dat dat de noden
gaat verlichten. Ik denk ook dat we met elkaar in de Kamer een
zorgvuldig proces moeten betrachten. Wat mij betreft staat dus vooral
voorop dat we datgene wat we in het coalitieakkoord hebben afgesproken
gewoon gaan uitvoeren.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Dobbe (SP):
Maar wat als humanitaire hulp nu nodig is voor mensen die bijvoorbeeld
nu voedsel nodig hebben of wier kinderen maar niet naar school kunnen,
en zij nu nog langer moeten wachten? Een halfjaar kan heel lang zijn
voor een kind, zeker in zo'n situatie waarin ze nu moeten leven in Gaza.
Het is dan toch onzorgvuldig voor die mensen om te lang te wachten,
terwijl we weten dat elke cent nu nodig is en UNRWA niet vervangbaar is
op dit moment omdat er geen alternatief bestaat?
Mevrouw Van Ark (CDA):
Dan is de vraag natuurlijk: wat is "te lang"? Ik denk niet dat we hier
te lang over moeten nadenken. Dat ben ik met u eens. Ik denk dat de
noden in Gaza urgent zijn. Dat ben ik ook met u eens. Tegelijkertijd
zijn wij een van de vele donoren — gelukkig, zal ik maar zeggen — van
UNWRA. Ik steun gewoon het voorstel van de minister hierin.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Voor mij is dan eigenlijk de vraag: wat is er voor het CDA anders in
september dan nu?
Mevrouw Van Ark (CDA):
Wat mij betreft niets; onze inzet blijft hetzelfde. Wat mij betreft gaan
we gewoon het coalitieakkoord uitvoeren zoals we dat hebben afgesproken
en herstellen we ook de steun aan UNRWA. Wat mij betreft is dat dus niet
anders. Tegelijkertijd ga ik hier ook niet … We hebben vorige week net
een heel debat gevoerd over wat de minister van plan is. Ik vind het
echt onverstandig om dan nu weer, in ieder geval van mijn kant, tegen de
minister te zeggen: ga nu nog sneller. Dat lijkt me vooral niet
verstandig. Maar als de minister daar anders over denkt, hoor ik dat
graag.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Dus het CDA zegt hier dat het, wat er ook gebeurt, in september sowieso
gewoon de inzet voor UNRWA steunt, het herstellen van die 19
miljoen?
Mevrouw Van Ark (CDA):
Wat mij betreft wel, ja.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Dan wens ik het CDA veel succes bij het zorgen voor meerderheden voor
begrotingen.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik schors de vergadering tot 15.20 uur voor de beantwoording
van de minister.
De vergadering wordt van 15.07 uur tot 15.17 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Ik geef het woord aan de minister.
Minister Sjoerdsma:
Dank, voorzitter. Dank aan de Kamer voor het goede debat. Ik dank ook de
heer Eerdmans voor die uitgestoken hand, voor die frisse start. Die neem
ik zeer graag aan. Het is zeer ruiterlijk van hem. We hebben twee
debatten gehad en we hebben ook ontzettend veel moties, dus ik denk dat
ik omwille van de tijd meteen doorga naar de appreciatie van die
moties.
De voorzitter:
Graag.
Minister Sjoerdsma:
De motie op stuk nr. 200 van mevrouw Lammers ontraden we conform het
debat. De inzet van de coalitie over de financiering is op dat punt
helder.
Over de motie op stuk nr. 201 van mevrouw Lammers, die gaat over Oxfam
Novib, wil ik iets meer zeggen dan alleen "ontraden". Ik neem echt
afstand van het beeld dat hier wordt geschetst. Er is echt geen enkele
aanwijzing voor wat hier in deze motie wordt gezegd. De aanwezigheid van
zowel Hare Majesteit de koningin als die van mijzelf zijn volledig
gerechtigd en de Kamer is hier meerdere malen over geïnformeerd.
De voorzitter:
Ik neem aan dat de motie op stuk nr. 201 dus ontraden is? Dan gaan we
naar de motie op stuk nr. 202.
Minister Sjoerdsma:
Ja, de motie op stuk nr. 201 is ontraden.
De motie op stuk nr. 202 van mevrouw Dobbe ga ik oordeel Kamer geven.
Daarbij zeg ik wel dat de overwegingen voor medische evacuaties uit Gaza
dan wel uit de regio zullen verschillen, maar in beide gevallen zal er
een uitgebreide veiligheidscheck moeten worden uitgevoerd. Maar ik zal
deze suggestie meenemen en uw Kamer daarover informeren.
De motie op stuk nr. 203 van mevrouw Dobbe geef ik ook oordeel Kamer,
met verwijzing naar het debat.
Over de motie op stuk nr. 204 van mevrouw Dobbe zeg ik iets meer. Die is
ontraden. Het is een sympathiek voorstel. Het is ook een voorstel dat in
mijn achterhoofd zat toen ik enkele weken geleden naar de Verenigde
Naties afreisde, maar daar is mij ook duidelijk geworden dat dit echt al
onderdeel is van bestaande mandaten, dat de VN het financieel heel zwaar
hebben en dat ze juist die mandaten aan het opschonen en aan het
consolideren zijn. Vandaar dat een extra mandaat heel lastig gaat
worden. Deze motie wordt ontraden.
De motie op stuk nr. 205, ook van mevrouw Dobbe: ik denk dat het kabinet
de zorgen van de indieners — mevrouw Teunissen heeft 'm ook ondertekend
— absoluut deelt. Wij roepen ook met klem op tot een staak-het-vuren.
Dat is nu van het allergrootste belang. We zien ook dat de huidige
acties absoluut niet bijdragen aan de stabiliteit. Wij roepen op tot
de-escalatie, maar we moeten niet uit het oog verliezen dat ook
Hezbollah nog steeds met gewelddadigheden komt, dus vanuit dat oogpunt
ontraad ik de motie.
Over de motie op stuk nr. 206, de motie van de heer Eerdmans en de heer
Stoffer, past mij geen oordeel. Dat is aan de Kamer.
De motie op stuk nr. 207 van de heer Eerdmans is wat mij betreft
overbodig, in die zin dat we al werken aan diversificatie van
humanitaire hulp. Het mandaat voor de UNRWA-basisdiensten, zoals ook
vastgelegd in de VN, kan niet worden afgebouwd.
De motie op stuk nr. 208 van Van Baarle, Dobbe en Teunissen gaat over
UNRWA eerder betalen. Die ontraad ik onder verwijzing naar het
debat.
De motie op stuk nr. 209 van Van Baarle en Dobbe inzake de VAE geef ik
oordeel Kamer. Ik snap de zorgen die daarin worden geuit heel goed. Wij
zullen het langs deze lijn blijven doen.
De motie op stuk nr. 210 van Van Baarle en Dobbe geef ik het oordeel
ontijdig. We zijn nu aan het onderzoeken onder welke voorwaarden
medische evacuaties mogelijk kunnen worden gemaakt. Daarbij spelen
meerdere factoren een rol: verblijf, huisvesting, begeleiding, zorg. Het
gaat over kwetsbare gezinnen en we moeten het zorgvuldig doen.
De voorzitter:
Is de heer Van Baarle bereid om de motie aan te houden? Ik sta maximaal
twee interrupties toe over de moties. Meneer Van Baarle.
De heer Van Baarle (DENK):
Gedeeltelijk. Als de vraag is over welke medische situatie je het dan
hebt, of als het gaat over de omstandigheden rondom bijvoorbeeld een
veiligheidscheck, dan snap ik dat de minister daar nu niet direct een
antwoord op heeft. Van een aantal andere voorwaarden weten we nu al
welke dat zijn. Daar kan de regering alvast aan gaan werken. Als we
elkaar goed kunnen verstaan, namelijk dat we een aantal zaken later
invullen omdat we die nu nog niet weten en dat we gewoon nu al kunnen
werken aan de voorwaarden die we nu al kennen, hebben we volgens mij met
elkaar een mooie middenweg gevonden.
Minister Sjoerdsma:
Maar dan zeg ik: dat doen we al. Ik wil er niet flauw over doen, maar
dan is de motie overbodig, want dat is precies wat dit kabinet doet.
De voorzitter:
Dan kijk ik naar de heer Van Baarle om te horen wat het wordt.
De heer Van Baarle (DENK):
In de brief staat dat de minister onderzoekt onder welke voorwaarden …
In de brief staat niet dat er actief gewerkt wordt aan het creëren van
de voorwaarden om evacuaties te doen plaatsvinden. Op basis van de
brieven die ik heb gelezen, bestrijd ik dus dat de regering dit al
doet.
Minister Sjoerdsma:
We onderzoeken inderdaad onder welke voorwaarden dit mogelijk kan worden
gemaakt. Daar heeft de heer Van Baarle gelijk in.
De motie op stuk nr. ...
De voorzitter:
Maar leidt dat tot de appreciatie overbodig of ontijdig?
Minister Sjoerdsma:
Als de motie niet wordt gewijzigd, dan is het oordeel "ontijdig". Als ze
wordt gewijzigd zoals de heer Van Baarle dat net mondeling probeerde te
doen, dan is het "overbodig".
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 210: ontijdig, wanneer de motie niet wordt
aangehouden.
Dan de motie op stuk nr. 211.
Minister Sjoerdsma:
De motie op stuk nr. 211, ook van de heer Van Baarle, gaat over de grote
zorg die hij heeft, en met hem het hele kabinet, over de situatie in
Afghanistan. Die motie geven wij oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 212 van de heer Ceder gaat over het
staakt-het-vuren, oorlogsmisdaden in Libanon en het belang van
bescherming van dorpen in Zuid-Libanon, zodat er meer humanitaire
toegang is. Die motie geven wij oordeel Kamer.
Dan de motie op stuk nr. 213 van mevrouw Teunissen. Die geef ik oordeel
Kamer, als ik die natuurlijk zo mag uitleggen dat Nederland het ICRC
steunt als hoeder van de verdragen van Genève en hun kernmandaat om
oorlogsgevangenen te bezoeken conform deze verdragen. Als dat mag, dan
is het oordeel Kamer.
De voorzitter:
Ik zie mevrouw Teunissen non-verbaal instemmen. Daarmee krijgt de motie
oordeel Kamer.
Minister Sjoerdsma:
Dat is mooi.
Dan gaan we naar de motie op stuk nr. 214 van de leden Teunissen, Dobbe
en Van Baarle. Die motie moet ik ontraden. Vanuit Nederland vindt er de
facto vrijwel geen wapenexport plaats. Het is zeer streng beleid. Alle
aanvragen voor uitvoer van militaire goederen worden zorgvuldig getoetst
aan de EU-wapenexportkaders. Wij zijn van mening dat hiermee het staande
beleid voldoet.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Wil de minister dan zeggen dat er helemaal niets klopt van het artikel
dat wij twee weken geleden hebben kunnen lezen in Trouw?
Minister Sjoerdsma:
Ik wil op geen enkele manier de krant Trouw de maat nemen.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Dan zou het kabinet toch in ieder geval moeten aanslaan op het feit dat
de mogelijkheid er is dat een schip onder Nederlandse vlag munitie
aflevert in Israël? Dat is gewoon in strijd met het internationaal
recht. Het is toch de moeite waard om dat te onderzoeken?
Minister Sjoerdsma:
Voor de export waar Nederland zelf over gaat, waar Nederland zelf
invloed op heeft en waarbij Nederland verantwoordelijkheid kan
uitoefenen, zullen we die verantwoordelijkheid maximaal nemen conform de
geldende regelgeving. U weet hoe streng we die invullen.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 215.
Minister Sjoerdsma:
De motie op stuk nr. 215 geef ik oordeel Kamer. Daarbij wil ik wel graag
onderstrepen dat dit zou moeten gaan om een situatie waarin er sprake is
van laakbaar handelen door UNRWA als organisatie. Risico's zijn namelijk
nergens voor honderd procent uit te sluiten; laat dat ook even duidelijk
zijn. Het gaat erom dat de organisatie ook goed omgaat met die
risico's.
Het tweede punt dat ik wil benadrukken betreft het debat over de
overwegingen. Eerdere onafhankelijke onderzoeken hebben aangegeven dat
er geen verifieerbaar bewijs is aangeleverd voor de verschillende
aantijgingen en dat UNRWA sterke systemen voor de neutraliteit heeft. Ik
wil het dictum wel onderschrijven; vandaar oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 216.
Minister Sjoerdsma:
De motie op stuk nr. 216 van de leden Stoffer en Dobbe geef ik oordeel
Kamer.
De motie op stuk nr. 217 van de heer Stoffer geef ik ook oordeel
Kamer.
De motie op stuk nr. 218 van de leden Van Ark en Bamenga geef ik ook
oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 219 verwelkom ik. Dat oordeel bestaat niet, dus dan
geef ik die motie oordeel Kamer. Die motie ligt mij na aan het hart.
De voorzitter:
Ik dank de minister voor de beantwoording. Daarmee zijn we aan het einde
... O, toch niet helemaal. Mevrouw Kröger, kort en bondig.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Ik had een vraag gesteld aan de minister, namelijk de vraag of er al een
gesprek geweest is met de minister van Financiën over extra financiering
voor ontwikkelingssamenwerking, alvorens hij in gesprek gaat met
verschillende fracties in de Eerste Kamer.
Minister Sjoerdsma:
In het debat van vanochtend heb ik een aantal dingen gezegd. Allereerst
heb ik vermeld dat er in de Voorjaarsnota meer dan 100 miljoen euro is
toegevoegd aan de begroting van BuHa-OS voor dit jaar. Daarnaast heb ik
gezegd dat ik het met de les rondom deze begroting van groot belang vind
om met alle senatoren op een open manier in de senaat te spreken. Dat
heb ik in eerste instantie al gedaan met de commissie voor BDO in de
senaat, maar dat zal ik ook nog individueel doen. Op basis daarvan
zullen wij uiteraard gesprekken voeren in het kabinet, maar niet
eerder.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
De minister verwijst hier naar de Voorjaarsnota, maar daarin gaat er
onder de streep minder geld naar ontwikkelingssamenwerking dan onder het
kabinet-Schoof. Ik concludeer dus dat de minister van plan is deze
gesprekken te gaan voeren met lege handen. Gegeven de heel duidelijke
voorwaarden voor eventuele steun van fracties, lijkt mij dat een
onverstandig plan.
Minister Sjoerdsma:
Ik denk dat de conclusie vooral moet zijn dat ik met een luisterend oor
naar de senaat ga. Ik zal daar zeer goed luisteren naar hoe de
verschillende partijen en afsplitsingen naar deze begroting kijken en
naar welke wensen en voorwaarden daar leven. Met dat luisterend oor zal
ik terugkeren naar de boezem van het kabinet.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik heb met betrekking tot diversificatie nog gevraagd of de minister kan
toezeggen dat hij voor de begroting een tijdpad of in ieder geval een
procesbrief kan sturen, zodat we kunnen voorkomen dat we het debat weer
voeren zoals we dat nu gedaan hebben. Het gaat mij erom dat we dat echt
kunnen doen op grond van de stappen die het kabinet wil gaan zetten.
Minister Sjoerdsma:
Tenzij ik mij vergis, wat uiteraard zou kunnen, heb ik deze brief
vanochtend toegezegd aan de heer Stoffer. Ik heb toegezegd dat een
dergelijke brief in ieder geval voor de suppletoire begroting komt,
zodat uw Kamer daar kennis van kan nemen voordat er wordt gestemd over
de suppletoire begroting. Die toezegging had ik vanochtend al gedaan aan
de heer Stoffer.
De voorzitter:
Dat wordt bevestigd door de onvolprezen collega's hier rechts van
mij.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Dat is fijn. Zolang daar ook een tijdpad in zit, ben ik tevreden. Dank u
wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de beantwoording
van de zijde van de minister en dus ook aan het einde van dit
tweeminutendebat.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
Over de ingediende moties zal dinsdag worden gestemd. Ik schors enkele
ogenblikken, waarna we verdergaan met de behandeling van de Wet meer
zekerheid flexwerkers. De vergadering is geschorst.
De vergadering wordt van 15.28 uur tot 15.33 uur geschorst.