Verslag Landbouw- en Visserijraad 30 maart 2026 en terugkoppeling gesprek met de Eurocommissaris voor Gezondheid en Dierenwelzijn
Brief regering
Nummer: 2026D17137, datum: 2026-04-10, bijgewerkt: 2026-04-10 14:48, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: J. van Essen, minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
- Mede ondertekenaar: S.P.A. Erkens, staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (Ooit VVD kamerlid)
Onderdeel van zaak 2026Z07651:
- Volgcommissie: vaste commissie voor Europese Zaken
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
- 2026-04-22 11:15: Procedurevergadering Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (Procedurevergadering), vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Preview document (🔗 origineel)
Geachte Voorzitter,
Op 30 maart jl. vond de Landbouw- en Visserijraad (hierna: Raad) plaats in Brussel. Met deze brief informeren wij de Kamer over de uitkomsten van de Raad. Daarnaast informeert de staatssecretaris de Kamer over zijn gesprek met de Eurocommissaris voor Gezondheid en Dierenwelzijn Várhelyi over de onderwerpen bont en dieren in kooien, conform zijn toezegging tijdens het Commissiedebat van 25 maart jl.
Verslag Landbouw- en Visserijraad d.d. 30 maart 2026
Energietransitie in de visserij en aquacultuursectoren
De Raad hield een gedachtewisseling over de energietransitie in de visserij- en aquacultuursectoren. Eurocommissaris Kadis noemde de energietransitie van doorslaggevend belang om de visserij- en aquacultuursectoren te beschermen tegen de volatiliteit van de energieprijzen alsmede voor het doel van een klimaatneutraal Europa in 2050. De Europese Commissie (hierna: Commissie) kondigde aan dat de Visie voor Visserij en Aquacultuur in 2040 ook een roadmap voor de energietransitie zal bevatten. Daarnaast meldde de Commissie dat zij verkent of de huidige verordening voor het Europees Fonds voor Maritieme Zaken, Visserij en Aquacultuur (EMFAF) kan worden aangepast, om barrières in de regelgeving met betrekking tot de energietransitie aan te passen.
Vrijwel alle lidstaten, waaronder Nederland, onderstreepten het belang van het aanpassen van de regelgeving om de energietransitie te ondersteunen. Hierbij werd opgeroepen tot snelheid, ook in het licht van de snel stijgende brandstofprijzen, waardoor vissersschepen niet meer rendabel kunnen vissen. De staatssecretaris wees in dit kader specifiek op de noodzaak om belemmeringen aan investeringssteun voor vaartuigen groter dan 24 meter op te heffen en om meer flexibiliteit in de regelgeving om bewezen energiezuinigere vistechnieken toe te passen.
Verschillende lidstaten benoemden dat de Europese financieringsvoorstellen voor visserij onder het volgende Meerjarig Financieel Kader (MFK) een beperking kennen en dat de voorgestelde middelen ontoereikend zullen zijn om de energietransitie vorm te geven. Nederland wees op het belang van een bredere Omnibusverordening voor vereenvoudiging van visserijregelgeving, omdat het huidige regelgevende kader te veel beperkingen en onzekerheden oplevert, die private investeringen in de visserij- en aquacultuursectoren belemmeren.
Diversenpunt van Italië over noodsteun voor de visserij
Het diversenpunt van Italië, waarin werd opgeroepen tot noodsteun voor de visserij in het licht van de gestegen brandstofprijzen, werd door een aantal lidstaten ondersteund. De Commissie gaf hierop aan dat ze verkent of het crisismechanisme onder het EMFAF geactiveerd kan worden. Hiermee zouden lidstaten in staat gesteld worden om bestaande middelen uit het EMFAF (dat voor 70% uit Europees en voor 30% uit nationaal geld bestaat) in te zetten om de visserijsector te ondersteunen. Nederland heeft Italië bedankt voor het adresseren van het diversenpunt en aangegeven benieuwd te zijn naar de reactie van de Commissaris.
In verschillende bilaterale gesprekken met andere lidstaten heeft de staatssecretaris het gesprek gevoerd over de energietransitie, innovatie en andere zaken. In navolging van de motie-Flach (Kamerstuk 23 432, nr. 713) werd in deze gesprekken ook de huidige situatie omtrent de stijgende brandstofprijzen en de impact die dit heeft op de visserijsector besproken. In deze gesprekken heeft de staatssecretaris gewezen op het belang van versnelde inzet op het verhogen van de energie-efficiëntie en het belang van pulsvisserij om brandstofbesparing te bewerkstelligen. Als er vanuit de Commissie meer informatie bekend is over de mogelijke activatie van het crisismechanisme onder het EMFAF, zal de Kamer daarover geïnformeerd worden.
Diversenpunt van Frankrijk en Nederland over de urgentie van het hervatten van onderhandelingen met Noordoost-Atlantische kuststaten voor een allesomvattend akkoord over makreel
Frankrijk en Nederland uitten zorgen over de status van het makreelbestand en de geïsoleerde positie van de Europese Unie (EU) in de onderhandelingen en kregen daarbij steun van verschillende andere lidstaten. De lidstaten wezen op het belang van een alomvattend akkoord tussen alle kuststaten over een langdurig duurzaam beheer van makreel. De staatssecretaris noemde onder dit agendapunt ook het belang om meer grip te krijgen op Russische overbevissing van het makreelbestand.
In december 2025 zijn het Verenigd Koninkrijk, Noorwegen, Faeröer en IJsland onderling, zonder de EU, overeengekomen om niet het hoofdadvies van de International Council for the Exploration of the Sea (ICES), maar het tweede scenario uit het wetenschappelijk advies te volgen. In dit tweede scenario is het risico dat het bestand onder het biologisch minimum komt enkele procenten hoger dan in het eerste scenario. In februari 2026 heeft Groenland besloten ook dit scenario als basis te nemen voor haar vangstmogelijkheden. Omdat dit zorgt voor een ontbrekend gelijk speelveld en de impact voor het makreelbestand beperkt is, indien alleen de EU zich aan een zeer streng vangstadvies zou houden, terwijl de sociaal-economische gevolgen voor de Europese visserijsector heel groot zouden zijn, kiest de Raad ervoor om het gelijke speelveld met de andere kuststaten te herstellen en de totale vangsthoogte voor makreel ook op basis van het tweede ICES-scenario vast te stellen. Dit biedt tevens de mogelijkheid voor de EU om op gelijke basis door te onderhandelen met de andere kuststaten over een robuuste verdeelsleutel en lange termijn managementstrategie voor een duurzaam beheer van het makreelbestand. De Commissie gaf aan dat het ondanks vele gesprekken niet gelukt is een akkoord te bereiken over de verdeelsleutel. De Commissie blijft zich inzetten voor het beschermen van het EU-belang.
Diversenpunt van Duitsland over de noodzaak van een duidelijke verbetering en vereenvoudiging van de EU-visserijregels, in het bijzonder de regels rondom het wegen van visproducten
Duitsland gaf aan dat het Commissievoorstel voor een uitvoeringsverordening voor controleregels nog verbetering behoeft. In het bijzonder wees Duitsland op de disproportionaliteit van de voorstellen voor regels rondom het wegen van visproducten. Duitsland gaf aan dat er praktische regels nodig zijn met voldoende implementatietijd. Duitsland vroeg ook aandacht voor de problemen rondom de invoering van het IT CATCH-systeem. Het Duitse diversenpunt kreeg brede steun vanuit de Raad, ook vanuit Nederland. De staatssecretaris vroeg naast de weegverplichtingen aandacht voor de disproportionaliteit van het voorstel voor controlebenchmarks, benadrukte dat de impact van cameratoezicht bij weeglocaties niet onderschat moet worden en noemde ook in dit kader de behoefte aan een bredere Omnibusverordening voor vereenvoudiging van visserijregels. De Commissie nam nota van de opmerkingen van de lidstaten en gaf aan het voorstel opnieuw te bekijken. Wel benadrukte de Commissie daarbij het belang van een nauwkeurige weging en dat bij de uitvoeringsverordening niet teruggekomen kan worden op verplichtingen uit de Controleverordening zelf. De Commissie noemde ook de resultaten tot nu toe van het IT CATCH-systeem en gaf aan dat het gebruik van het systeem verplicht blijft voor alle lidstaten en marktdeelnemers.
Diversenpunt van de Europese Commissie over de uitvoeringsdialoog kleinschalige visserij
De Commissie informeerde de Raad over de uitvoeringsdialoog kleinschalige visserij. De dialoog vond in november 2025 plaats met vissers uit verschillende lidstaten, adviesraden, sociale partners en ngo’s. De Europese visserijsector bestaat voor 75% uit kleinschalige en kustvisserij en dit deel van de sector levert 50% van de werkgelegenheid. De prioriteiten voor de ondersteuning van dit deel van de sector zijn innovatie en generatievernieuwing. Belangrijke belemmeringen en uitdagingen voor dit deel van de sector zijn inconsistente implementatie van regelgeving en administratieve complexiteit van toegang tot Europese financiering (EMFAF). Verschillende lidstaten onderstreepten het belang van de kleinschalige en kustvisserij voor de EU, en benadrukten het belang van vereenvoudiging van regelgeving om de uitdagingen aan te kunnen pakken. Naast belemmerende regelgeving en regeldruk wezen de lidstaten ook op klimaatverandering als grote uitdaging voor het toekomstperspectief van dit vlootsegment.
Visie voor Landbouw en Voedsel
De Raad sprak over de Visie voor Landbouw en Voedsel (hierna: Visie), die de Commissie op 19 februari 2025 publiceerde. De Commissie blikte terug op de stappen die in het afgelopen jaar zijn gezet om uitvoering te geven aan de Visie en keek daarbij vooruit naar aankomende beleidsinitiatieven. De Commissie benadrukte het strategische belang van de landbouwsector, het belang van stabiliteit van deze sector, het bevorderen van duurzame landbouwpraktijken, het verhogen van het concurrentievermogen van de EU, het verder vereenvoudigen van beleid en het herzien van de Richtlijn Oneerlijke Handelspraktijken.
Net als Nederland spraken verschillende lidstaten brede steun uit voor de Visie, en ze verwelkomden de initiatieven van de Commissie. Ook waren deze lidstaten positief over de voortgang die in het afgelopen jaar is geboekt, onder andere met de bio-economiestrategie, de strategie voor generatievernieuwing in de landbouw en de vereenvoudigingsagenda. De minister onderstreepte specifiek het belang van innovatie. Veel lidstaten benadrukten de noodzaak van voldoende financiering en het belang van voldoende budget voor het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). De minister gaf over het GLB aan de verschuiving van een benadering van voorwaarden aan steun naar financiële prikkels te verwelkomen en pleitte ervoor dat boeren betaald worden voor de bijdragen die zij leveren aan ecosysteemdiensten. Er werd door meerdere lidstaten een dringende oproep gedaan voor vereenvoudiging van de regelgeving en voor het behoud van flexibele, strategische maatregelen die inspelen op de behoeften van de sector en de huidige geopolitieke situatie. Meerdere lidstaten, waaronder Nederland, verwelkomden de nadruk die de Visie legt op voedselzekerheid en crisisparaatheid, en benadrukten het toenemende belang hiervan gezien de huidige geopolitieke ontwikkelingen. Sommige lidstaten, waaronder Nederland, onderstreepten ook het belang van een toekomstbestendige veehouderijsector en gaven hierbij aan uit te kijken naar de Strategie voor de veehouderij, die de Commissie heeft aangekondigd. Ten slotte riep de minister op de inzet ook gericht te houden op de versterking van de positie van de boer in de keten, onder meer door een herziening van de Richtlijn Oneerlijke Handelspraktijken en de ontwikkeling van een EU-benchmarkingsysteem voor het beoordelen van duurzaamheidsinspanningen op boerderijniveau.
Handelsgerelateerde landbouwvraagstukken
De Commissie informeerde de Raad over de laatste handelscijfers en de stand van zaken in lopende bilaterale onderhandelingen over handelsakkoorden. De Commissie ging in op de recent gesloten onderhandelaarsakkoorden tussen de EU en Australië en de EU en India. Daarbij gaf de Commissie aan dat deze akkoorden kansen bieden voor de export van landbouwgoederen, terwijl tegelijkertijd de gevoelige landbouwsectoren worden beschermd. Beide akkoorden moeten juridisch opgeschoond worden, voordat ze door de Commissie aan de Raad worden aangeboden ter besluitvorming. Met betrekking tot het Mercosur-akkoord gaf de Commissie aan dat de voorlopige toepassing op 1 mei a.s. zal starten. Met betrekking tot de crisis in het Midden-Oosten gaf de Commissie aan dat deze leidt tot hogere transportkosten en hogere kunstmestprijzen. De Commissie kijkt welke kortetermijnmaatregelen er mogelijk zijn om deze prijzen te dempen, naast maatregelen die voortkomen uit het aankomende Actieplan Meststoffen dat voor de zomer zal worden gepresenteerd.
In de Raad was in het algemeen steun voor het afsluiten van handelsakkoorden, hoewel sommige lidstaten een meer protectionistische aanpak voorstaan als het gaat om geïmporteerde producten. Nederland en een aantal andere lidstaten benadrukten de geopolitieke relevantie van handelsakkoorden, die bijdragen aan diversificatie van handelsstromen en het verlagen van kwetsbaarheid op de internationale markten. Ook gaf Nederland aan de land- en tuinbouwsector actief te assisteren met investeringen en handel buiten Europa om onze agrarische toeleveringsketen te versterken, waarbij de bundeling van krachten door EU-lidstaten voordelig kan zijn.
Een aantal lidstaten, waaronder Nederland, verwelkomde de aanstaande voorlopige toepassing van het EU-Mercosur-Verdrag en de onderhandelaarsakkoorden met India en Australië. Over deze akkoorden zal voorafgaand aan de besluitvorming in de Raad een kabinetsappreciatie met de Kamer gedeeld worden. Sommige lidstaten spraken zorgen uit over het akkoord met Australië en de tariefquota daarin voor de import van rund-, schapen- en geitenvlees en suiker. Een aantal lidstaten vroeg de Commissie om de studie naar de cumulatieve economische effecten van handelsakkoorden op de landbouw uit 2024 (Joint Research Centre, studie Cumulative economic impact of upcoming trade agreements on EU agriculture) te actualiseren. Nederland sprak zorgen uit over de door China ingestelde antidumpingheffingen op Europese zuivel- en varkensproducten. De staatssecretaris benadrukte het belang van monitoring van de effecten en vroeg of de Commissie volgende stappen voorziet in WTO-procedures.
De negatieve gevolgen van de geopolitieke situatie in het Midden-Oosten op de prijzen voor inputs (kunstmest, energie) en de hogere voedselprijzen en inflatie die daar op termijn mogelijk uit voortvloeien, leidden tot brede zorgen onder lidstaten. Lidstaten kijken uit naar het door de Commissie aangekondigde Actieplan Meststoffen. Een aantal lidstaten pleitte naast monitoring voor mitigerende maatregelen om boeren te steunen, zoals opschorting van het Carbon Border Adjustment Mechanism (CBAM) voor meststoffen of steunmaatregelen.
Diversenpunt Hongarije – Meerjarig Financieel Kader en het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid na 2027
De Visegrad-groep (een alliantie van Hongarije, Tsjechië, Polen en Slowakije) agendeerde, met steun van Bulgarije en Roemenië, het MFK en het GLB na 2027. Deze groep lidstaten pleitte voor het behoud van de financiering voor het GLB, zoals deze momenteel is, en onderstreepte het belang van de afzonderlijke goedkeuring van de GLB-plannen en de loskoppeling van GLB-wet- en -regelgeving van andere beleidsdomeinen. Meerdere lidstaten spraken steun uit voor een verhoging van het GLB-budget in de nieuwe MFK-periode. Nederland heeft niet geïntervenieerd bij dit punt.
Diversenpunt Italië – Promotie van het gebruik van digestaat
Tegen de achtergrond van hoge prijzen voor kunstmest ten gevolge van de huidige geopolitieke spanningen, riep Italië op om de Nitraatrichtlijn te herzien om het gebruik van digestaat, als duurzaam (en onafhankelijk) alternatief voor kunstmest, toe te staan. Het gebruik van digestaat als alternatief voor synthetische meststoffen werd breed gesteund, waarbij sommige lidstaten aangaven dat het alleen mag worden ingezet als het ook bijdraagt aan een gezonde bodem. Meerdere lidstaten, waaronder Nederland, onderstreepten het belang van een veilige toepassing van digestaat. Nederland sprak daarnaast steun uit voor het verminderen van afhankelijkheid van kunstmest door het gebruik van digestaat, en om hierbij wetenschappelijke inzichten te raadplegen, waarbij het Joint Research Centre-rapport over RENURE een goed vertrekpunt is. De Commissie erkende digestaat als een belangrijke bron van inkomsten voor boeren en benadrukte dat het gebruik ervan als vervanger voor kunstmest verder onderzoek vergt.
Diversenpunt Italië – Verandering in automatische vrijwaringsmaatregelen
Italië riep op om de herziene verordening over het Algemeen Preferentieel Stelsel (APS) te wijzigen voordat deze dit voorjaar definitief wordt aangenomen in de Raad. De verordening vormt een voorwaardelijk handelsstelsel waarmee de EU tariefpreferenties voor import aanbiedt aan ontwikkelingslanden. Italië is ontevreden met de uitkomst van de onderhandelingen over de herziening van de verordening en betoogde tijdens de Raad dat enkele Europese sectoren, zoals rijst, onvoldoende zullen worden beschermd in het geval van ernstige marktverstoringen door de import uit ontwikkelingslanden. Een enkele lidstaat sprak steun uit voor dit punt. Nederland heeft niet geïntervenieerd.
Diversenpunt Frankrijk – Effecten Carbon Border Adjustment Mechanism (CBAM)
Frankrijk riep de Commissie op om maatregelen te nemen om de gevolgen van het Europese koolstofcorrectiemechanisme CBAM tijdelijk te beperken. Frankrijk benoemde dat de ingevoerde CBAM voor meststoffen negatieve gevolgen kan hebben voor de akkerbouwsector, in het bijzonder gezien de huidige geopolitieke situatie en gestegen kunstmestprijzen. Specifiek pleitte Frankrijk voor retroactieve, tijdelijke opschorting van de CBAM-heffingen voor meststoffen en ammonia. Indien dit niet wordt gedaan, pleitte Frankrijk voor het introduceren van een compensatiemechanisme als alternatief. Meerdere lidstaten benoemden de impact die hogere prijzen voor meststoffen als gevolg van CBAM hebben op voedselzekerheid, waarbij deze lidstaten benadrukten dat de meststoffenmarkt nauwlettend gevolgd moet worden om de betaalbaarheid te waarborgen. De Commissie gaf aan dat er momenteel wordt gewerkt aan een Actieplan Meststoffen, dat hopelijk binnenkort wordt gepubliceerd. De minister heeft steun uitgesproken voor het CBAM-mechanisme en aangegeven te hechten aan rechtszekerheid voor de hele agrifoodketen. Daarbij staat de minister een duurzamere oplossing voor, onder meer door te investeren in innovatieve technologieën die duurzame alternatieven voor chemische meststoffen bieden, alsook het versterken van duurzame, crisisbestendige voedselsystemen.
Diversenpunten België en Slowakije – Situatie in de zuivelsector
België en Slowakije agendeerden de situatie in de zuivelsector. Zij benoemden de daling van het inkomen van producenten en de noodzaak voor steunmaatregelen. Zo riepen deze lidstaten op om middelen uit de landbouwreserve vrij te maken en aanvullende fondsen voor schoolmelkprogramma's beschikbaar te stellen. Dit punt kon rekenen op steun van sommige lidstaten, die benadrukten dat er dringend EU-maatregelen nodig zijn en zij vroegen de Commissie om snel actie te ondernemen. Nederland heeft niet geïntervenieerd bij dit punt.
De Commissie toonde begrip voor de situatie en erkende de toenemende druk op de marges van de producenten. Tegelijkertijd gaf de Commissie aan tekenen van herstel in de markt te zien en te twijfelen of de recente stijgingen in de productie door zullen zetten.
Diversenpunt Polen – GLB directe betalingen in 2027 en financiële plafonnering
Polen riep de Commissie op om wetgevende maatregelen te treffen die het mogelijk maken om middelen uit het toekomstige GLB-budget voor 2028 over te hevelen naar de eerste pijler voor inkomenssteun in 2027 onder de huidige GLB-programmaperiode. Hoewel het huidige GLB de mogelijkheid biedt om middelen over te hevelen van de tweede pijler (plattelandsontwikkeling) naar de eerste pijler (inkomenssteun), voorziet noch het huidige noch het toekomstige GLB in de mogelijkheid het GLB-budget over te hevelen van 2028 naar 2027. Dit kan leiden tot onduidelijkheden en betalingsproblemen. Een aantal lidstaten steunde de oproep van Polen. Hoewel de Commissie het probleem onderkent, gaf ze aan dat de prioriteit nu ligt bij het voortzetten van de onderhandelingen over het toekomstige GLB, evenals bij een tijdige implementatie en toepassing van het toekomstige GLB.
Diversenpunt Spanje en Portugal – Transitiemaatregelen sectorale interventies
Spanje en Portugal vroegen aandacht voor de gevolgen van de voorgestelde regelgeving omtrent de Nationale en Regionale Partnerschapplannen (NRPP’s) en het nieuwe GLB na 2027 voor de financiering van de sectorale interventies groenten en fruit, en wijn. De twee lidstaten uitten zorgen over de continuïteit van de lopende, meest meerjarige interventies, als deze vanaf 2028 niet meer uit een eigen EU-budget maar uit de nationaal toebedeelde financiële enveloppes gefinancierd dienen te worden. Spanje en Portugal riepen de Commissie op tot het instellen van overgangsmaatregelen. Meerdere lidstaten benoemden eveneens hun zorgen en steunden de oproep. Nederland heeft niet geïntervenieerd bij dit punt.
Terugkoppeling gesprek staatssecretaris en de Eurocommissaris voor Gezondheid en Dierenwelzijn Várhelyi
Tijdens het Commissiedebat Landbouw- en Visserijraad van 25 maart jl. heeft de staatssecretaris een toezegging gedaan aan het lid Kostić (TZ202603-212) om in dit verslag de Kamer te informeren over het gesprek met de Eurocommissaris voor Gezondheid en Dierenwelzijn Várhelyi over de onderwerpen bont en dieren in kooien. En marge van de Raad heeft de staatssecretaris tijdens een gesprek met Eurocommissaris Várhelyi aangegeven dat Nederland voorstander is van een EU-breed verbod op de pelsdierhouderij en op het op de markt brengen van bont en bontproducten. Veel lidstaten hebben al een verbod op pelsdierhouderij.
Ook heeft de staatssecretaris aangegeven dat Nederland voorstander is van het EU-breed uitfaseren van kooihuisvestingen. De Commissie zal binnenkort reageren op het burgerinitiatief End the Cage Age.
Hoogachtend,
Jaimi van Essen
Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Silvio P.A. Erkens
Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur