[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Verslag van een schriftelijk overleg over Informeren voortzetting subsidierelatie ECP (Kamerstuk 26643-1460)

Verslag van een schriftelijk overleg

Nummer: 2026D17164, datum: 2026-04-10, bijgewerkt: 2026-04-10 15:12, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van zaak 2026Z07659:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Geachte Voorzitter,

Bijgaand ontvangt u de beantwoording op de inbreng op het Schriftelijk Overleg van de vaste Commissie van Economische Zaken d.d. 25 februari jl.1 inzake de brief van de Minister van Economische Zaken over het informeren van de Tweede Kamer over de voortzetting van de subsidierelatie met ECP2.

Heleen Herbert

Minister van Economische Zaken en Klimaat

Willemijn Aerdts

Staatssecretaris van Economische Zaken – Digitale Economie & Soevereiniteit

26643 Informatie- en communicatietechnologie (ICT)

Nr. Verslag van een schriftelijk overleg

Vastgesteld (…)

De vaste commissie voor Economische Zaken heeft een aantal vragen en opmerkingen aan de minister van Economische Zaken en Klimaat voorgelegd over de brief ‘Informeren voortzetting subsidierelatie ECP’ van 5 februari 2026 (Kamerstuk 26643, nr. 1460).

De op 25 februari 2026 toegezonden vragen en opmerkingen zijn met de door de minister bij brief van ……. 2026 toegezonden antwoorden hieronder afgedrukt.

Voorzitter van de commissie,
Michon-Derkzen

Adjunct-griffier van de commissie,
Krijger


Inhoudsopgave

I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties

Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie

Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie

Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie

Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie

II Antwoord / Reactie van de minister

I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties

Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie

De leden van de D66-fractie waarderen het dat de voormalige minister van Economische Zaken de Kamer heeft geïnformeerd over een geconstateerde omissie met betrekking tot het informeren van de Eerste en Tweede Kamer over het verlenen van subsidie aan Stichting ECP voor de InformatieSamenleving. Zij betreuren het dat de Kamer hierover niet tijdig is geïnformeerd.

Naar aanleiding hiervan hebben de leden van de D66-fractie nog enkele vragen. Deze hebben betrekking op de effectiviteit en doelmatigheid van de subsidieverstrekking, de mogelijke precedentwerking en de vraag of een vergelijkbare omissie ook bij andere subsidies aan de orde is.

1. Daarom vragen deze leden hoe de minister de effectiviteit en doelmatigheid van de subsidie aan ECP beoordeelt, welke resultaten zijn behaald en hoe deze zich verhouden tot de ingezette publieke middelen.

De activiteiten waarvoor ECP subsidie aanvraagt, dragen bij aan de beleidsdoelen van het ministerie op het gebied van de digitale economie en de informatiemaatschappij. Op grond van de subsidieverplichtingen geeft ECP met een halfjaarlijkse en jaarlijkse rapportage inzicht in de verrichte activiteiten en opgeleverde resultaten. Zo zijn er afgelopen jaren tal van projecten geweest die hebben bijgedragen aan bijvoorbeeld de versterking van Nederland als digitale hub via de ontwikkeling van zeekabelinfrastructuur, samenwerking en groei op het gebied van kunstmatige intelligentie (AI), het organiseren van grote bijeenkomsten over cybersecurity (digitale veiligheid), en het coördineren en verbeteren van de digitale veiligheid voor bedrijven en burgers via verschillende platforms, websites (zoals veiliginternetten.nl, NL IGF en Platform Internetstandaarden) en de bewustwordingscampagne Alert Online.

Elk jaar wordt bij de subsidieaanvraag getoetst of de kosten die ECP rekent, redelijk en reëel zijn. Daaruit blijkt dat het tarief dat ECP rekent, relatief laag is vergeleken met andere partijen die subsidie ontvangen van EZK.

In 2023 heeft EZK de subsidierelatie met ECP laten evalueren door Kwink. Uw Kamer is hier februari 2024 over geïnformeerd. In het evaluatierapport beveelt Kwink onder andere aan om meer richting een resultatenverantwoording en effectverantwoording te gaan. Het ministerie heeft deze aanbevelingen ter harte genomen. Na het rapport heeft EZK de volgende stappen genomen.

  • In het jaarplan bij de subsidieaanvraag geeft ECP aan hoe zij met de verschillende projecten aan wil sluiten op het beleid van EZK. De dossierhouders bij EZK passen een zogenaamde beslisboom toe om kritisch te beoordelen of de subsidie bijdraagt aan de beleidsdoelen van EZK.

  • Ook zijn verbeteringen aangebracht in de manier waarop ECP richting EZK rapporteert over de resultaten die zij bereikt met gesubsidieerde projecten en activiteiten. Van ECP wordt een uitgebreidere verantwoording gevraagd, waarna ECP met uitgebreide halfjaarrapportages is gaan werken. Deze geven EZK als subsidieverstrekker goed inzicht in de activiteiten en opgeleverde resultaten.

  • Op een deel van de projecten worden evaluaties uitgevoerd, zoals het jaarlijkse gebruikersonderzoek naar de effectiviteit van de website veiliginternetten.nl en de Birch-evaluatie (een kwalitatieve inschatting van de effectiviteit van 5 publiek-private samenwerkingsverbanden (PPS) die ECP faciliteert).

Tegelijkertijd blijft het ministerie werken aan verbeteringen in de meetbaarheid van de effectiviteit en doelmatigheid en de aansluiting van de activiteiten bij de beleidsdoelen.

De plannen voor de toekomst zijn daarom onder andere:

  • We onderzoeken manieren om vooraf beter te expliciteren wat de verwachte en beoogde bijdrage van activiteiten van ECP als subsidieaanvrager zullen zijn, om ook achteraf de effecten hiervan beter in kaart te kunnen brengen.

  • We laten meer projecten evalueren op doelmatigheid en effectiviteit.

  • Het jaarplan en de rapportages zijn momenteel geen openbare stukken. We onderzoeken daarom hoe we deze informatie niet alleen voor onszelf als subsidieverstrekker inzichtelijk kunnen maken, maar hierover ook meer naar buiten toe kunnen communiceren.

2. Deze leden constateren daarbij dat de financieringsstructuur geen onderdeel uitmaakte van de evaluatie door de 3 Groep4 en vragen hoe de minister borgt dat dit bij toekomstige evaluaties wel wordt meegenomen.

Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat had naast de hoofdvragen de volgende onderdelen opgenomen in de opdracht voor de evaluatie:

  • Hoe ECP de financiële stromen behorende bij de uitvoering van de jaarplannen onder de subsidiebeschikking inzichtelijk maakt;

  • Hoe ECP deze verantwoordt en;

  • In welke mate ECP voldoende transparantie hierover richting het ministerie verleent.

In het KWINK-rapport zijn deze elementen meegenomen. Uiteindelijk heeft KWINK ook een aanbeveling gedaan over de transparantie van de overeenkomst tussen ECP en LunaVia in deze evaluatie.

Indien de subsidie in de huidige vorm wordt voortgezet is het volgende verplichte evaluatiemoment in 2029. Op dit moment is nog niet gestart met de eventuele vormgeving van deze evaluatie.

3. De leden van de D66-fractie vragen tevens of de minister de huidige vormgeving van de subsidie aan ECP de meest kostenefficiënte manier acht om de beoogde beleidsdoelen te realiseren, en welke alternatieven daarbij zijn overwogen.

Het ministerie heeft naar aanleiding van de evaluatie de vormgeving van de subsidie aan ECP kritisch bekeken. Er zijn verschillende afwegingen aan de hand waarvan kan worden besloten om een subsidierelatie jaarlijks of meerjarig aan te gaan. Dit heeft geen invloed op de rechtmatigheid van de subsidie. Een meerjarige subsidie kan de subsidieontvanger zekerheid en duidelijkheid voor een langere tijd geven, en kan voor de overheid een efficiënte manier van subsidieverstrekking zijn omdat er jaarlijks minder beoordeeld of heroverwogen hoeft te worden. Ook legt het ministerie de besteding van beleidsgeld voor langere tijd vast bij een meerjarige subsidie. In dit geval wegen de voordelen van een jaarlijkse bundel tot nu toe zwaarder voor het ministerie: dit geeft ons richting ECP meer flexibiliteit om projecten te beëindigen of anders in te richten en biedt meer sturingsruimte. Deze wendbaarheid is van belang in het hoog-dynamische speelveld van de digitale transitie. Ook heeft de vorm van een jaarlijkse subsidiebundel, waarin jaarlijks een beoordeling plaatsvindt van de verwachte bijdrage aan de beleidsdoelen van elk door ECP in de aanvraag voorgesteld project, geholpen om de totale bundel voor ECP in de afgelopen jaren terug te kunnen brengen van circa 7 miljoen naar circa 3 miljoen euro per jaar.

Bij de jaarlijkse beoordeling van elk voorgesteld project in de subsidieaanvraag van ECP wordt ook overwogen of subsidie aan ECP de meest kostenefficiënte manier is om de beoogde beleidsdoelen te realiseren. Voor veel van de activiteiten die ECP verricht bestaan geen (commerciële) alternatieven. Een uitzondering vormt de organisatie van de ONE Conference: de activiteiten die ECP daarvoor verricht zouden ook door andere partijen uitgevoerd kunnen worden. Hiervoor zou, indien het initiatief voor deze conferentie bij EZK of een andere overheid komt te liggen, een opdracht kunnen worden uitgezet. Het afgelopen jaar zijn hierover dan ook gesprekken gevoerd tussen de organiserende partijen (EZ, NCSC en Gemeente Den Haag). Omwille van de continuïteit in de organisatie van dit jaarlijkse cybersecuritycongres, en het huidige initiatief van ECP, is voor 2026 nog het voornemen ECP hiervoor de gevraagde subsidie te verlenen. In 2027 zal NCSC de trekkersrol in de financiële vormgeving van de organisatie van de ONE Conference van EZK overnemen. Deze wijziging geeft de nodige tijd en gelegenheid om de organisatie van de ONE vanaf 2027 op een andere manier vorm te geven, bijvoorbeeld door middel van opdrachtverlening, waarvoor ook andere partijen expliciet worden uitgenodigd om een offerte uit te brengen.

4. Hoe wordt geborgd dat de Kamer bij een eventuele voortzetting van de subsidie aan ECP na 2026 niet alleen wordt geïnformeerd, maar ook daadwerkelijk in positie wordt gebracht om hierover een politiek oordeel te vormen?

Over het eventuele voortzetten van subsidies aan ECP in 2027 zal ik uw Kamer vervolgens vóór de zomer informeren, zodat uw Kamer ruim de tijd heeft om zich hierover uit te spreken. Hierin zal ik uw Kamer informeren over de onderwerpen en overwegingen die ik bij een eventuele voorzetting van belang acht , bijvoorbeeld over het te kiezen subsidieinstrument, verplichtingen over rapportages en de keuze voor externe inhuur of eventuele aanpassingen aan de overeenkomst tussen ECP en LunaVia. Over dat laatste lopen nu gesprekken, waar ik dieper op inga in het antwoord op vraag 16 van GL-PvdA.

5. Deze leden vragen tevens of de minister van oordeel is dat de Kamer door deze omissie in haar budgetrecht en controlerende taak is beperkt. Zo ja, op welke wijze? Zo nee, waarom niet?

De middelen op de begroting (de begrotingsartikelen) die voor de subsidieverstrekking ter beschikking worden gesteld, worden door uw Kamers geautoriseerd. Binnen deze door u vastgestelde autorisatie van de middelen kunnen vervolgens besluiten voor subsidieverstrekking worden genomen. Om de begroting leesbaar en werkbaar te houden, zijn de middelen gegroepeerd in verschillende posten op de begroting. Binnen één post kunnen de middelen ter beschikking zijn gesteld voor subsidies die hetzelfde beleidsdoel dienen. De naam en beschrijving van de post geven zo veel mogelijk inzicht in het doel en de inzet van de middelen. Het is gebruikelijk dat de middelen die ter beschikking zijn gesteld voor meerdere subsidies die hetzelfde beleidsdoel dienen onder één post worden opgenomen. Dit komt de leesbaarheid en de omvang van de begroting ten goede.

Hoewel het niet mogelijk is om in de begroting alle afzonderlijke subsidies toe te lichten wordt per post zo volledig mogelijk beschreven aan welke doelen de middelen bijdragen, met oog voor de leesbaarheid van de begroting. De Kamers zijn dus niet in hun budgetrecht beperkt.

Los hiervan dient een voorgenomen verstrekking van een subsidie, niet zijnde een begrotingssubsidie, met een incidenteel karakter voor een periode langer dan vier jaar op grond van de Kaderwet EZ-, LVVN- en KGG-subsidies (hierna: de Kaderwet) tevoren schriftelijk te worden medegedeeld aan de beide Kamers. Ik betreur dat bij de subsidies aan ECP niet is voldaan aan deze verplichting uit de Kaderwet. De mededeling over de voorgenomen subsidie geeft de Kamers de mogelijkheid om zich over de subsidies uit te spreken. In het overleg over de maatwerksubsidie met het parlement na deze mededeling kan uiteraard de vraag aan de orde komen of terecht wordt afgezien van het opstellen van een algemene maatregel van bestuur of een ministeriële regeling.

6. De leden van de D66-fractie vragen tenslotte welke lessen de minister uit deze gang van zaken trekt voor de governance (goed bestuur) van subsidiebesluiten binnen het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK), en welke concrete wijzigingen zullen worden doorgevoerd om herhaling te voorkomen.

Binnen EZK is nadrukkelijk aandacht gevraagd voor de verplichting uit de Kaderwet met betrekking tot subsidie die medegedeeld moeten worden aan de Kamers. Intern is uitgevraagd of er maatwerksubsidies zijn die langer dan vier jaar lopen. De uitkomst van deze inventarisatie laat zien dat mogelijk bij een twintigtal lopende subsidies de verplichting om het voornemen om de subsidies te verstrekken aan de Kamers mede te delen niet volledig of niet geheel juist is vervuld.

De precieze redenen daarvoor zijn uiteenlopend. Er zitten subsidies tussen waarbij de Tweede Kamer uitdrukkelijk per brief is geïnformeerd over het voornemen om de subsidie te verlenen maar per abuis verzuimd is om een kopie naar de Eerste Kamer te sturen. Verder gaat het bijvoorbeeld om een eenmalige subsidie die een uitvoeringsperiode beslaat van meer dan vier jaren of een subsidie die niet aaneengesloten voor vier jaren is verstrekt maar wel voor in totaal meer dan vier jaar. Het komt ook voor dat de subsidie niet voor dezelfde activiteiten is verstrekt maar voor verschillende activiteiten in meerdere fasen binnen eenzelfde programma dat dan in totaal langer dan vier jaar loopt.

Ook zitten er eenmalige investeringssubsidies tussen waarbij de uitvoeringsperiode (de periode waarin de investering gerealiseerd wordt) langer dan vier jaar is. Deze laatste zijn geen jaarlijkse herhalende activiteiten maar eenmalige activiteiten met een incidenteel karakter. Of deze subsidies onder de reikwijdte van de verplichting vallen blijkt niet evident uit de wetsgeschiedenis van de Kaderwet, maar ze zijn volledigheidshalve wel meegenomen in de inventarisatie.

Mede naar aanleiding van deze inventarisatie zal over worden gegaan tot verbetering van de subsidieprocessen binnen het ministerie. Om herhaling te voorkomen en uw Kamer tijdig inzicht te geven in dit soort voorgenomen subsidieverstrekkingen, heeft deze aanscherping van de subsidieprocessen de hoogste prioriteit om ervoor te zorgen dat in de toekomst wel in alle gevallen volledig aan deze verplichting wordt voldaan. Dit betekent dat waar nodig meer aandacht zal worden besteed aan deze verplichting in bijvoorbeeld rapportages, een checklist of een handreiking.

7. Ziet de minister in deze gang van zaken een risico op precedentwerking voor andere structurele of meerjarige subsidies, en hoe wordt voorkomen dat dit een bestuurlijke standaard wordt?

Nee, er is geen sprake van precedentwerking. Zoals in het antwoord van vraag 6 aangegeven, zullen binnen het ministerie van EZK de interne processen worden aangescherpt om deze omissies in de toekomst te voorkomen, waardoor het risico op herhaling minimaal wordt.

8. Hoe wordt het aangekondigde interne onderzoek vormgegeven? Op welke termijn wordt de Kamer geïnformeerd over de reikwijdte en uitkomsten daarvan, en welke consequenties verbindt de minister aan eventuele nieuwe bevindingen?

Zie antwoord op vraag 6 van D66.

Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie

De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de brief aan de Kamer over het voortzetten van de subsidierelatie met ECP Platform voor de InformatieSamenleving. Zij hebben hierover op dit moment geen vragen of opmerkingen.

Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie

De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met verbazing en enige zorg kennisgenomen van de brief over de omissie met betrekking tot het informeren van beide Kamers over het verlenen van subsidie aan ECP.

De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben allereerst enkele vragen over het niet informeren van de Kamer, zoals is aangegeven in de voorliggende brief.

9. Hoe kan het dat de Kamer niet geïnformeerd is over de verstrekte subsidie terwijl dat wel is vereist?

De medewerkers betrokken bij de subsidieverlening waren zich niet bewust van de verplichting dat een voornemen om een subsidie te verstrekken voor een periode langer dan vier jaar op grond van de Kaderwet aan de Kamers meegedeeld had moeten worden. Toen deze omissie naar aanleiding van de vragen van Nieuwsuur is geconstateerd, zijn de Kamers hierover geïnformeerd.

In het antwoord op vraag 6 van de leden van de fractie van D66 is ingegaan op de uitkomsten van de inmiddels gehouden interne inventarisatie.

10. Zijn er meer subsidieregelingen waar de Kamer onjuist of niet over geïnformeerd is? Welke maatregelen worden genomen om dergelijke fouten in de toekomst te voorkomen? Kan de minister toezeggen dat de Kamer voortaan expliciet en tijdig wordt geïnformeerd over voornemens tot voortzetting van dergelijke subsidierelaties?

Verwezen wordt naar het antwoord op vraag 6 van de leden van de D66-fractie. Overigens gaat het bij de verplichting om een voorgenomen subsidieverstrekking aan de Kamers mede te delen alleen om subsidies die niet via een algemene maatregel van bestuur of ministeriële regeling vorm worden gegeven.

De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie constateren dat in de evaluatie van de Kwink Groep zorgelijke zaken zijn geconstateerd, wat aanleiding geeft voor meer vragen over deze subsidierelatie. Zo wordt in de evaluatie geconstateerd dat de subsidierelatie al meer dan 15 jaar bestaat en dat deze elke vijf jaar moet worden geëvalueerd, maar dat dit in 2023 voor het eerst is gebeurd.

11. Hoe kan het dat deze subsidie zo lang is verstrekt zonder dat de noodzakelijke evaluatie heeft plaatsgevonden?

De subsidierelatie had op grond van de Algemene wet bestuursrecht na vijf jaar geëvalueerd moeten worden. De eerste evaluatie vond echter in 2023 plaats. Met de evaluatie in 2023 werd beoogd om aan dit voorschrift te voldoen.

Voor zover we binnen het ministerie hebben kunnen nagaan is dit onbedoeld niet eerder gebeurd, doordat de betrokken medewerkers zich voor die tijd niet bewust zijn geweest van dit voorschrift. Zij verkeerden onterecht in de veronderstelling dat een jaarlijkse rapportage vanwege het incidentele karakter van de subsidie voldoende zou zijn.

12. Waarom heeft de minister gekozen voor een jaarlijkse incidentele subsidievorm in plaats van voor een meerjarige subsidie of een andere bekostigingsvorm? Waarom is deze subsidievorm niet aangepast nadat in de evaluatie werd geconstateerd dat deze vorm niet past bij de leidraad van de ministeries aangaande subsidiering?

Zie het antwoord op vraag 3 van D66.

De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben voorts enkele vragen over beleidsdoelstellingen bij en effectiviteit van de subsidie aan ECP.

13. Kan de minister concreet uiteenzetten welke beleidsdoelen met deze subsidie worden nagestreefd en hoe wordt gemeten of deze doelen daadwerkelijk worden behaald?

Zie het antwoord op vraag 1 van D66.

14. Hoe wordt gewaarborgd dat de subsidie enkel wordt gebruikt voor activiteiten die passen binnen de subsidieconstructie? Is daar na de kritische evaluatie uit 2023 – waarin werd geconstateerd dat ook opdrachten zijn verstrekt die beter via een aanbestedingsconstructie uitbesteed hadden kunnen worden – scherper op toegezien? Wordt bijvoorbeeld periodiek beoordeeld of activiteiten kunnen worden beëindigd of anders georganiseerd?

Sinds het KWINK-rapport staat het ministerie er elk jaar bij het beoordelen van de subsidieaanvraag kritisch bij stil of een onderwerp onder de subsidiebeschikking voor ECP moet worden toegekend, of elders moet worden belegd. Dit heeft ertoe geleid dat het ministerie met betrekking tot de Human Capital Agenda, de AI-coalitie, de Blockchaincoalitie en het Anti-Abuse Network de subsidie aan ECP heeft beëindigd: de activiteiten zijn gestopt of andere organisaties voeren deze activiteiten nu uit. De afgelopen jaren is de totale subsidie aan ECP zo van circa 7 miljoen per jaar teruggebracht naar circa 3 miljoen per jaar.

Ook is naar aanleiding van de evaluatie stilgestaan bij het onderscheid subsidie versus opdrachtverlening/aanbesteding. Zoals aangegeven in antwoord op vergelijkbare vragen van de D66-fractie is daarbij geconstateerd dat de organisatie van de ONE Conference ook op initiatief van EZK of een ander ministerie in de vorm van een opdracht zou kunnen worden uitgezet. Verwezen wordt naar het antwoord op vraag 3 van D66.

De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben naar aanleiding van de evaluatie enkele specifieke vragen over de transparantie en de inkoopconstructies van ECP. Uit de evaluatie blijkt dat ECP-personeel inkoopt bij een gelieerde onderneming waarin de directeur van ECP een belang heeft. Vervolgens wordt in 2021 bijvoorbeeld door de overheid voor zo’n 7 miljoen euro aan subsidie verleend en door ECP voor 4,9 miljoen euro aan diensten ingekocht bij LunaVia B.V. ten behoeve van personeel. Afgaande op de bedragen uit de voorliggende brief, gaat het om zo’n 42 miljoen euro subsidie sinds 2019, zonder enige aanbesteding of concurrentie.

15. Kan de minister een totaaloverzicht geven van de subsidie die verstrekt is aan ondernemingen die gelieerd zijn aan de directeur van ECP of aan andere bestuurders?

Voor zover wij kunnen nagaan (er is geen documentatie bewaard van vóór 2006), zijn de genoemde EZK-subsidies in elk geval sinds 2006 uitsluitend verstrekt aan de Stichting ECP en niet direct aan eigen ondernemingen van de directeuren of andere bestuurders.

16. Kan de minister toelichten hoe wordt geborgd dat hier geen sprake is van belangenverstrengeling of ongeoorloofde bevoordeling? Welke waarborgen zijn er dat deze constructie marktconform en doelmatig is? Op welke wijze wordt gecontroleerd of subsidiegelden rechtmatig en doelmatig worden besteed?

Allereerst is ECP een zelfstandige stichting die activiteiten uitvoert voor meerdere opdrachtgevers en subsidieverstrekkers. De governance van ECP is daarom een zaak die het bestuur van ECP en andere organen van de stichting aangaat.

EZK beoordeelt de subsidie aan ECP vanuit haar rol als subsidieverstrekker. De Minister ziet erop toe dat wordt voldaan aan de subsidieverplichting dat inhuur van derden op basis van transparante criteria en marktconforme tarieven plaatsvindt. Dit is jaarlijks gecontroleerd door een onafhankelijke accountant en gaf verder geen aanleiding voor nader onderzoek. Dit ziet op de rechtmatigheid van de besteding van het subsidiegeld aan ECP. Op de doelmatigheid wordt door het ministerie toegezien zowel vooraf door te beoordelen of de in de aanvraag omschreven activiteiten bijdragen aan de beleidsdoelen, als tussentijds en achteraf via de halfjaar- en jaarrapportage die ECP aan EZK verstrekt.

Het ECP-bestuur heeft eerder geconstateerd dat de governance een vernieuwing behoeft, iets wat ook in het KWINK-rapport is beschreven. ECP heeft laten weten dat die vernieuwing vertraging heeft opgelopen, maar vorige week heeft het bestuur definitief besloten om de governancestructuur te veranderen. Hiermee willen ze bereiken dat elke (schijn van) belangenverstrengeling wordt voorkomen. Zo’n traject kost tijd en wordt de komende tijd verder uitgewerkt onder toezicht van een interim-transitiemanager, waarbij ook gekeken wordt naar de ontvlechting van ECP en LunaVia. Afhankelijk van de exacte uitwerking overweeg ik ook nog om extern advies in te winnen over de rol van EZK hierbij. Al deze punten zal ik meenemen wanneer ik uw Kamer vóór de zomer informeer over mijn voornemen om de ECP-subsidie in 2027 wel of niet voort te zetten.

De leden van de GroenLinks-PvdA fractie hebben tevens enkele vragen over de rol van het ministerie van EZK bij het toezicht op ECP en de besteding van de middelen. De evaluatie stelt dat de directeur Digitale Economie van het ministerie van EZK waarnemend lid is van het bestuur van ECP.

17. Was de directeur Digitale Economie op de hoogte van de gekozen inkoopconstructies?

ProSec, de voorloper van LunaVia, komt voor het eerst in 2005 voor in het archief van EZK. Het ging daarbij om een interne discussie over het PelsRijcken-advies over de overeenkomst tussen ECP en ProSec. Uit deze stukken is niet af te leiden of het ministerie er ook specifiek van op de hoogte was dat ProSec een eigen onderneming was van directieleden van ECP.

Verder blijkt uit het archief dat er in 2008 een discussie is geweest over het feit dat een directeur van ProSec in dienst was van ECP. Daar bleken geen juridische bezwaren tegen te zijn. Maar ook hieruit is niet specifiek op te maken dat ProSec een eigen onderneming van de ECP-directeuren was.

In elk geval de voorlaatste directeur van de (voorloper van) directie Digitale Economie was hier wel van op de hoogte.

18. Hoe heeft hij die rol vervult na de zeer kritische evaluatie? Zijn de constructies onder zijn toezicht beëindigd of zijn deze nog steeds gaande?

Ten tijde van de evaluatie was de toenmalige directeur Digitale Economie vast aanwezig bij bestuursvergaderingen als ‘waarnemer'. Dit hield in dat de bestuursstukken van ECP werden ontvangen, maar dat er geen beslissingsbevoegdheid was. Als waarnemer was de directeur (en zijn voorgangers) op de hoogte van de overeenkomst met LunaVia B.V, maar had dus geen bevoegdheid om te beslissen over bestuursaangelegenheden, zoals de overeenkomst met LunaVia B.V.

Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 16 van GL-PvdA is ECP een zelfstandige stichting die activiteiten uitvoert voor meerdere opdrachtgevers en subsidieverstrekkers. De governance van ECP is een zaak die het bestuur van ECP en andere organen van de stichting aangaat. Als subsidieverstrekker stelt EZK wel verplichtingen ten aanzien van de inhuur van derden. Naar aanleiding van de evaluatie zijn gesprekken met ECP gevoerd over de overeenkomst tussen ECP en LunaVia BV. Verwezen wordt verder naar het antwoord op vraag 16.

Sinds het voorjaar van 2025 heeft het ministerie van EZK besloten de waarnemersrol te beëindigen, mede naar aanleiding van de evaluatie. In voorkomend geval wordt een ambtenaar van EZK als externe gast uitgenodigd om aanwezig te zijn bij een bestuursvergadering om te spreken over actuele ontwikkelingen die relevant zijn voor de uitvoering van de gesubsidieerde werkzaamheden. Er zit op dit moment dus geen ambtenaar als waarnemer in het bestuur van ECP.

In de evaluatie wordt de vraag gesteld of de constructies wel wenselijk of uitlegbaar zijn.

19. Hoe reflecteert de minister op deze conclusie?

Met de brief van 12 februari 20245 heeft de toenmalige minister van Economische Zaken en Klimaat aangegeven dat het ministerie de aanbevelingen van Kwink serieus heeft genomen. Hoe specifiek is gekeken naar de inkoopovereenkomst tussen ECP en LunaVia B.V. heb ik toegelicht in het antwoord op vraag 16 van GL-PvdA.

20. Waarom heeft de minister de aanbeveling uit de evaluatie om de transparantie van de constructie naar de buitenwereld te vergroten niet opgevolgd? Deze leden vragen daarbij waarom hier niets over is opgemerkt in de brief aan de Kamer uit 2024 6 of in de voorliggende brief.

Zoals eerder gezegd, is ECP een zelfstandige stichting. ECP bood naar aanleiding van de evaluatie transparantie over de overeenkomst met LunaVia op de eigen website. Bij nader inzien bleek echter dat de aanbeveling daarmee nog niet volledig was opgevolgd omdat de betrokkenheid van ECP-directeuren nog niet expliciet werd vermeld. Dit heeft ECP inmiddels wel toegelicht op haar website, waarmee de aanbeveling volledig is opgevolgd.

21. Heeft de minister wijzigingen afgedwongen bij ECP om de opdrachten voortaan aan te besteden?

Zie het antwoord op vraag 18 van GL-PvdA.

De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben tenslotte enkele vragen over de verdere voortzetting van de subsidierelatie na 2026. De minister geeft in de brief aan om de Kamer in het najaar van 2026 nader te informeren over eventuele verdere voortzetting.

22a. Welke criteria zullen worden gehanteerd bij deze besluitvorming?

Verwezen wordt naar het antwoord op vraag 4 van D66. In aanvulling daarop pas ik bij de beoordeling van een aanvraag om subsidie voor 2027, vooral voortbouwend op voorgaande jaren, de volgende criteria toe:

  • Verwachte bijdrage van de voorgestelde projecten aan de beleidsdoelen van EZK: aansluiting bij de beleidsdoelen, verwachte effectiviteit en welke concrete resultaten worden voorgesteld in de aanvraag.

  • Geschiktheid van het subsidie-instrument en van ECP als uitvoerder van de voorgestelde activiteiten. Hoe ik dit jaarlijks beoordeel, heb ik toegelicht in het antwoord op vraag 3 van D66.

  • Waar beschikbaar: de resultaten van evaluaties van projecten, zoals het jaarlijkse gebruikersonderzoek naar de effectiviteit van de website veiliginternetten.nl en de Birch-evaluatie (een kwalitatieve inschatting van de effectiviteit van 5 publiek-private samenwerkingsverbanden (PPS) waaronder 2 die ECP faciliteert).

  • Doelmatigheid. Hierbij kijk ik onder andere naar de tarieven en kosten die ECP rekent. Over het algemeen is het tarief van ECP laag vergeleken met andere subsidieontvangers van EZK.

22b. Zal voorafgaand aan een besluit een aanvullende (externe) evaluatie plaatsvinden?

Zoals in het antwoord op vraag 11 van GL-PvdA is toegelicht, is het verplicht om de effectiviteit van deze subsidie periodiek te laten evalueren. De eerstvolgende evaluatie is naar verwachting in 2029: 5 jaar na de evaluatie door Kwink. Ik zal erop toezien dat dit tijdig zal gebeuren.

Verder heb ik in antwoord op vraag 4 van D66 en vraag 16 van GL-PvdA toegelicht dat ik in gesprek ben met ECP over hun voornemen aanpassingen te doen aan de overeenkomst met LunaVia. Afhankelijk van de exacte uitkomst zal ik nog advies inwinnen over de rol van EZK bij deze overeenkomst en dat meenemen wanneer ik uw Kamer voor de zomer informeer.

22c. Wordt overwogen om vaste rapportagemomenten of evaluatiekaders vast te leggen in toekomstige subsidiebeschikkingen?

In de subsidievoorwaarden zijn al vaste rapportagemomenten opgenomen. Zo worden er halfjaar- en jaarrapportages door ECP opgeleverd, en is er bij het vaststellingsverzoek sprake van een onafhankelijke accountantsverklaring over het naleven van de subsidieverplichtingen.

23. Vereist de gekozen vorm van subsidiëring niet dat er een nieuw aanbestedingsproces dient plaats te vinden als de meerjarige subsidieperiode, waarover de Kamer nu voor het eerst is geïnformeerd, afgelopen is?

Er is geen sprake van een meerjarige subsidie. Op basis van de Kaderwet is het bij subsidies met een incidenteel karakter die langer dan vier jaar lopen waarover een mededeling aan de Kamers is gedaan niet verplicht dat er mededingingsruimte wordt geboden. Op het moment dat ik u informeer over het mogelijk voorzetten van de subsidie aan ECP en de wijze waarop ik dat zal doen, zoals met welke grondslag en in welke vorm, zal ik u eveneens informeren over de mate waarin mededingingsruimte zal worden geboden.

Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie

De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de brief met betrekking tot de voortzetting van de subsidierelatie met ECP. Zij zien de waarde van ECP als een onafhankelijk platform en kennisnetwerk om de digitale samenleving aan te jagen, maar zij hebben wel een aantal vragen over de samenwerking met het ministerie en de betrokkenheid van de Staten-Generaal.

Het ministerie van EZK heeft al geruime tijd een subsidierelatie met ECP. De evaluatie van Kwink Groep uit 2023 7 geeft aan dat deze subsidierelatie al ruim 15 jaar bestaat. De leden van de CDA-fractie zijn daarom verbaasd dat de minister de Eerste en Tweede Kamer niet geïnformeerd heeft over de voorzetting van de subsidie conform artikel 4, aanhef en onderdeel b, van de Kaderwet EZ-, LVVN-, en KGG-subsidies (Kaderwet). Gezien de lange geschiedenis zou dit niet als een verrassing moeten komen.

Evaluatie aanbevelingen

24. De leden van de CDA-fractie vragen wat precies is gedaan met de aanbevelingen in het eerdergenoemde evaluatierapport uit 2023. Kan de minister aangeven welke verbeterstappen zijn ondernomen en in hoeverre dit de samenwerking met ECP heeft verbeterd?

Ik heb de volgende verbeterstappen genomen sinds het evaluatierapport:

  • We staan jaarlijks bij de subsidieaanvraag stil bij de keuze meerjarig subsidiëren versus jaarlijkse subsidiebeschikkingen opstellen. Flexibiliteit en aansturingsruimte vanuit EZK richting ECP geeft tot nu toe de doorslag om voor jaarlijkse subsidie te kiezen.

  • ECP licht in het jaarplan bij de subsidieaanvraag nadrukkelijk toe hoe haar activiteiten bijdragen aan EZK-beleidsdoelen.

  • Er is een zogenaamde beslisboom opgesteld aan de hand waarvan de dossierhouders bij EZK bepalen of de subsidie aan ECP kan bijdragen aan de beleidsdoelen, alvorens we voor een bepaald onderwerp een subsidie aan ECP verstrekken.

  • Dossierhouders binnen EZK kijken gedurende de looptijd kritisch of ECP nog de juiste partner is voor een bepaalde fase van een project. Zo is de subsidie voor enkele projecten van ECP gestopt, zoals met betrekking tot de AI-coalitie, het Anti Abuse Network en de blockchain Coalitie.

  • Totale subsidie is zo van circa 7 miljoen per jaar teruggebracht naar circa 3 miljoen per jaar.

  • EZK zit niet langer als waarnemer bij ECP-bestuursvergaderingen.

  • ECP stelt uitgebreidere halfjaarrapportages op om EZ als subsidieverstrekker uitgebreid inzicht te geven in de activiteiten en opgeleverde resultaten.

Er worden momenteel op een deel van de projecten al evaluaties uitgevoerd, zoals het jaarlijkse gebruikersonderzoek naar de effectiviteit van de website veiliginternetten.nl en de Birch-evaluatie (een kwalitatieve inschatting van de effectiviteit van 5 PPS’en die ECP faciliteert).

Welke stappen ik neem om nog beter invulling te geven aan deze aanbeveling, heb ik toegelicht in het antwoord op vraag 1 van D66.

Begrotingssubsidie

25. De leden van de CDA-fractie vragen daarnaast waarom er destijds niet voor gekozen is om deze ECP-subsidie in de begroting op te nemen als een begrotingssubsidie. Het langjarige karakter en de substantiële budgettaire effecten (variërend van 3,5 miljoen euro tot 6,7 miljoen euro per jaar) geven hier voldoende aanleiding toe. Het opnemen in de begroting van EZK betrekt deze subsidie structureel bij de besluitvorming in beide Kamers, creëert meer duidelijkheid en maakt de verantwoording transparanter.

De ECP-subsidie wordt jaarlijks toegekend op basis van een sluitende projectbegroting, positioneert zich op vier nationale strategieën (SDE, NDS, NLCS en DOSA) en wordt ingediend in het derde kwartaal. Vanwege het incidentele, jaarlijkse karakter van de verschillende projecten van ECP die worden gesubsidieerd, is besloten om de vorm van een jaarlijkse maatwerksubsidie te behouden.

Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 5 van D66, worden niet alle subsidies opgenomen in de begroting, omdat dat de leesbaarheid en de omvang van de begroting niet ten goede zou komen. Bovendien geldt voor ECP specifiek dat zij meerdere activiteiten verrichten die gefinancierd worden vanuit verschillende budgetten met verschillende beleidsdoelen. Zij ontvangen bijvoorbeeld budget vanuit de post ‘Cybersecurity', maar ook vanuit 'Digitalisering economie’. Een voordeel van het opnemen van de ECP-subsidie als begrotingssubsidie is dat beide Kamers hiermee jaarlijks geïnformeerd worden over de subsidie en het daarvoor gereserveerde budget, en een eventueel voornemen om deze wel of niet voort te zetten. Tegelijkertijd wordt op deze manier minder duidelijk hoeveel budget ik beschikbaar stel voor de verschillende beleidsdoelen. Daarnaast leg ik met een begrotingssubsidie voor ECP het gereserveerde bedrag vast voor dat doel, en is er daarmee minder flexibiliteit om zonder aanpassing van de begroting in de loop van het jaar een deel van dit budget te besteden aan andere activiteiten die bijdragen aan de beleidsdoelen van EZK.

26. Kan de minister antwoord geven op de vraag wat de voordelen zijn van het opnemen in de begroting als begrotingssubsidie en op de vraag of deze subsidie eventueel verwerkt kan worden in een volgende begroting van EZK?

Ik verwijs u naar het antwoord op vraag 25 van het CDA voor een uitgebreide discussie over de voor- en nadelen van een begrotingssubsidie.

Vooruitblik 2027

27. Daarnaast vragen de leden van de CDA-fractie of er gesprekken lopen met ECP over een eventuele voorzetting van de subsidierelatie in 2027 en de jaren daarna. Zo ja, in hoeverre is dit meegenomen in de huidige begroting Economische Zaken? Zo nee, in hoeverre heeft dit invloed op de continuïteit van de bedrijfsvoering van ECP?

Vanaf juni, rond de tussentijdse voortgangsrapportage, vinden de gesprekken voor de mogelijke te subsidiëren activiteiten van ECP in het jaar 2027 plaats.

Op de begroting van EZK is in veel gevallen al meerjarig budget gereserveerd voor beleidsdoelen. Per jaar wordt besloten of dit wordt toegekend aan ECP, of op een andere manier wordt ingezet.

Aandacht voor verantwoording

De leden van de CDA-fractie ondersteunen de inzet van de minister om nadrukkelijker aandacht te schenken aan het voorschrift om de Kamer te informeren bij langdurige subsidies. Wel vragen zij of een dergelijke bepaling ook bij andere ministeries speelt.

28. Kan de minister een overzicht geven van de vraag hoe een bepaling zoals artikel 4, aanhef en onderdeel b, van de Kaderwet is ingeregeld bij andere ministeries? De leden van de CDA-fractie roepen de minister daarom op om de aandacht niet te beperken tot het ministerie van EZK, maar om dit breed onder de aandacht te brengen bij alle ministeries.

De Kaderwet EZ-, LVVN- en KGG-subsidies vormt ook de grondslag voor subsidies verstrekt voor LVVN. In de Kaderwet overige OCW-subsidies, Kaderwet VWS subsidies en de Kaderwet SZW subsidies is eenzelfde bepaling opgenomen. Maar daar vindt dit artikel geen toepassing omdat zij subsidies verstrekken op grond van hun gezamenlijke Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS. Andere ministeries hebben er niet voor gekozen een dergelijke bepaling op te nemen in hun kaderwet voor subsidies, voor zover deze ministeries een dergelijke kaderwet hebben.

Ik heb bij de andere ministeries inmiddels aandacht gevraagd voor deze bepaling, in het bijzonder ook de ministeries van OCW, VWS en SZW.

Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie

De leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de brief inzake de voortzetting van de subsidierelatie met het ECP. Deze leden hebben echter nog een aantal kritische opmerkingen en vragen over de ontstane governance-structuur rondom de directeur van het ECP die tegelijkertijd directeur is van een eigen private onderneming bij wie het ECP inkoopt, en de wenselijkheid hiervan. De leden van de BBB-fractie hebben daarom de volgende vragen.

Het genoemde rapport ''Evaluatie subsidierelatie ministerie van EZK en ECP'' van de Kwink Groep betreft onderzoek over de periode van 2019 t/m 2022.

29. De leden van de BBB-fractie vragen of de relatie tussen het ministerie van EZK en het ECP daarna gewijzigd is en welke concrete acties de minister sinds de evaluatie over 2019–2022 ondernomen heeft om de inkoopconstructie bij het ECP te heroverwegen, inclusief de vraag of er alternatieve governance- of inkoopmodellen zijn onderzocht.

Zie het antwoord op vraag 16 van GroenLinks-PvdA.

30. Tevens vragen deze leden waarom er vragen van de pers voor nodig waren om de Kamer te informeren over de overschrijding van de vierjaarsperiode bij de incidentele subsidieverlening, en waarom de minister niet zelfstandig tot de conclusie gekomen is dat de informatieplicht richting de Kamer actief moest worden ingevuld naar aanleiding van het evaluatierapport van de Kwink Groep.

De kritiek van KWINK zag niet op het informeren van de Kamers. De aanbevelingen van KWINK zagen op het onderscheid tussen meerjarige en jaarlijkse subsidies. Helaas is pas naar aanleiding van de vragen van Nieuwsuur geconstateerd dat beide Kamers hadden moeten worden geïnformeerd. Dat bleek niet uit de aanbevelingen van het KWINK-rapport.

31. Daarnaast vragen de leden van de BBB-fractie welke expliciete bestuurlijke afweging gemaakt is tussen juridische rechtmatigheid en maatschappelijke uitlegbaarheid bij het besluit om de huidige constructie in stand te houden en voort te zetten, en of voorafgaand aan de subsidieverlening voor 2025 en 2026 is beoordeeld of voortzetting onder dezelfde constructie verenigbaar is met de aanbevelingen uit het evaluatierapport. De leden van de BBB-fractie vragen welk gewicht in deze afweging is toegekend aan de beginselen van goed bestuur, transparantie en integriteit, en hoe deze beginselen concreet zijn meegewogen bij het besluit om de bestaande constructie voort te zetten.

In het antwoord op vraag 16 van GL-PvdA heb ik aangegeven hoe EZK in haar rol als subsidieverstrekker heeft gehandeld met betrekking tot de overeenkomst tussen ECP en LunaVia.

32. Tevens vragen de leden van de BBB-fractie of de minister heeft stilgestaan bij precedentwerking van deze constructie voor andere gesubsidieerde instellingen

Er is geen sprake van precedentwerking. ECP dient zich aan de subsidieverplichtingen te houden, waaronder dat derden ingehuurd worden onder transparante criteria en marktconforme tarieven. Voor zover organisaties een aanbestedende dienst zijn dienen zij zich ook aan de Aanbestedingswet 2012 te houden.

33. en of er meer van dit soort constructies bekend zijn bij het ministerie of bij andere ministeries.

Het ministerie heeft geen overzicht van de inkoopovereenkomsten die door EZK gesubsidieerde partijen aangaan met derde partijen. Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 16 van GL-PvdA, stelt EZK als subsidieverstrekker wel subsidieverplichtingen die worden gecontroleerd door een onafhankelijke accountant. Indien daaruit blijkt dat een dergelijke overeenkomst niet voldoet aan de betreffende subsidieverplichting kan ik daar gevolgen aan verbinden bij de vaststelling van de subsidie.

Het is aannemelijk dat dit bij andere ministeries hetzelfde is.

34. De leden van de BBB-fractie vragen voorts hoe het risico is beoordeeld op tegenstrijdige belangen tussen publieke taakuitoefening en privaat winstbelang en in hoeverre is onderzocht of deze constructie spanning kan opleveren tussen het publieke belang en het private belang van de uitvoerende onderneming.

Stichting ECP is een zelfstandige private stichting zonder winstoogmerk. Dat ECP voor haar activiteiten subsidie ontvangt omdat deze activiteiten bijdragen aan de beleidsdoelstellingen van onder andere het ministerie van Economische Zaken en Klimaat maakt niet dat zij een publieke taak uitoefent. Wel ben ik het met de vragenstellers eens dat er een zekere spanning kan ontstaan tussen de belangen van de stichting en de belangen van de door de stichting ingehuurde onderneming. Dit is primair een zaak die het bestuur van de Stichting ECP aangaat (zie ook het antwoord op vraag 18 van GL-PvdA).

Subsidies worden in algemene zin verleend aan zowel stichtingen zonder winstoogmerk als aan ondernemingen die een privaat winstbelang kunnen hebben, dit kan prima samengaan met het bijdragen aan beleidsdoelstellingen. Voor het ministerie van EZK is daarbij uiteraard van belang dat de subsidie doelmatig wordt besteed. Bij de subsidieaanvraag wordt dan ook beoordeeld of de in de aanvraag begrote kosten reëel en redelijk zijn. Er wordt bijvoorbeeld gekeken naar tarieven bij vergelijkbare partijen. Uit een vergelijking met de tarieven van andere subsidieontvangers blijken de gesubsidieerde uurtarieven van ECP aan de lage kant te liggen. Daarnaast worden deze tarieven vergeleken met voorgaande jaren, om te bepalen of de ontwikkelingen over de jaren heen redelijk zijn. Ook wordt als benchmark de Handleiding Overheidstarieven (HOT-tarieven) gebruikt.

Daarnaast legt de subsidieontvanger achteraf verantwoording aan EZK af over de gesubsidieerde activiteiten. ECP doet dit sinds de evaluatie in uitgebreidere halfjaars- en jaarraportages. Ook worden evaluaties uitgevoerd van de effectiviteit van verschillende projecten en activiteiten.

Voor de inhuur van derden heeft het ministerie in de subsidiebeschikking voorgeschreven dat de inhuur van derden op basis van transparante criteria en tegen marktconforme tarieven moet plaatsvinden. EZK verplicht ECP om de voorwaarden onafhankelijk te laten toetsen door de accountant. De subsidievoorwaarden zijn jaarlijks door een onafhankelijke accountant gecontroleerd en goedgekeurd.

35. Ook vragen deze leden welke concrete maatregelen er zijn genomen om het risico op belangenverstrengeling of de schijn daarvan te beperken.

Zie het antwoord op vraag 18 van GL-PvdA.

De aanbeveling van Kwink was om transparanter te zijn over de situatie waarin de directie van ECP tevens financieel belang heeft bij de onderneming waar ECP diensten inkoopt. De leden van de BBB-fractie constateren dat hiervoor eerst mediavragen nodig waren.

36. Is er eerder overwogen om deze transparantie uit eigen beweging te vergroten? Zo nee, waarom niet?

Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 32 van BBB is de overeenkomst eerder beoordeeld door externe advocaten. Dat gaf EZK toen geen aanleiding om verdere stappen te ondernemen.

37. Tevens vragen de leden van de BBB-fractie waarom in de aanbiedingsbrief bij het evaluatierapport 8 weinig urgentie te merken was over de governance-spanningen die in het rapport zijn benoemd.

Zie het antwoord op de vraag 18 van GL-PvdA.

38. De leden van de BBB-fractie vragen voorts of overwogen is of subsidie het juiste instrument is, gelet op de mate van inhoudelijke sturing, de structurele aard van de relatie en het uitvoeringskarakter van de activiteiten, of dat een opdrachtrelatie juridisch en bestuurlijk passender zou zijn geweest.

Zie het antwoord op vraag 14 van GL-PvdA.

39. De leden van de BBB-fractie vragen daarbij of er na 2022 juridisch advies is ingewonnen over de integriteitsdimensie van deze constructie naast de aanbestedingsrechtelijke beoordelingen.

Er is voor zover ons bekend geen juridisch advies ingewonnen over de integriteitsdimensie van de inkoopovereenkomst tussen ECP en LunaVia.

De leden van de BBB-fractie lezen vervolgens dat in het evaluatierapport wordt verwezen naar een juridisch advies van advocatenkantoor Van Doorne over de aanbestedingsrechtelijke toelaatbaarheid van de constructie.

40. Deze leden verzoeken de minister om dit advies naar de Kamer te sturen. Zij vragen of bevestigd kan worden dat dit advies uitsluitend betrekking heeft op aanbestedingsrechtelijke en staatssteunrechtelijke aspecten, en niet op de integriteitsrechtelijke of governance-dimensie van de constructie. Mocht er ook juridisch zijn geadviseerd over integriteit of tegenstrijdige belangen, dan verzoeken deze leden dit advies eveneens naar de Kamer te sturen.

Het advies van Van Doorne is geen openbaar document omdat het in opdracht van het bestuur van ECP is opgesteld. Ik kan daarom niet zonder meer aan uw verzoek voldoen, maar ik heb uw verzoek gedeeld met het bestuur van ECP.

41. De leden van de BBB-fractie vragen of kan worden uitgesloten dat besluitvorming over kwaliteit, personele inzet of beëindiging van de samenwerking directe financiële gevolgen heeft voor de zittende directie.

Dit kan niet in alle gevallen worden uitgesloten.

42. De leden van de BBB-fractie verzoeken tevens om het document naar de Kamer te sturen waaruit blijkt dat voorafgaand aan het verlenen van de incidentele of maatwerksubsidie die de termijn van vier jaar overschrijdt, bestuurlijk is besloten gebruik te maken van de wettelijke uitzondering waarbij overschrijding is toegestaan mits beide Kamers daarover worden geïnformeerd.

Er is geen expliciet besluit geweest in de zin van uw vraag. De subsidie is jaarlijks beschikt en daarbij lijkt niet bewust te zijn stilgestaan bij de termijn van vier jaar, waarna de Kamers moeten worden geïnformeerd over het voornemen de subsidie voort te zetten. Het is een onbedoelde omissie geweest dat de Kamers hierover niet zijn geïnformeerd.

43. Deze leden vragen wanneer dit besluit is genomen, op welk niveau binnen het ministerie dat was en of daarbij expliciet is stilgestaan bij de informatieplicht richting de Eerste en Tweede Kamer.

Zie het antwoord op vraag 42 van BBB.

44. De leden van de BBB-fractie vragen tevens hoe het kan dat gegevens van vóór 2018 niet beschikbaar zijn.

U refereert met deze vraag kennelijk aan de door het ministerie aan Nieuwsuur verstrekte informatie. De informatie van vóór 2018 was niet binnen de door Nieuwsuur gestelde reactietermijn beschikbaar omdat het in oudere archiefsystemen, soms nog op papier, opgeslagen is. De oudere archiefsystemen zijn inmiddels geraadpleegd. De bewaartermijn voor financiële bescheiden, waaronder subsidiestukken, is 7 jaar.

Als de bewaartermijn voorbij is, moeten de documenten worden vernietigd om te voorkomen dat de kosten onnodig hoog oplopen en het juist moeilijker wordt om de juiste informatie te vinden. Een klein deel van de overheidsinformatie is belangrijk genoeg om blijvend te bewaren. Deze documenten worden na 20 jaar overgebracht naar het Nationaal Archief.

Uit onderzoek in de oudere archiefsystemen van het ministerie en het Nationaal Archief blijkt dat er desondanks nog veel stukken over de jaren 2006 tot het heden bewaard zijn gebleven.

Voor de periode daarvoor is het niet mogelijk om een complete, betrouwbare reconstructie te maken, omdat het grootste deel van de opgevraagde documentatie inmiddels vernietigd of onvindbaar is.

Hieronder vindt u een reconstructie van de beschikte en vastgestelde subsidiebedragen vanuit het ministerie van EZK aan ECP over de periode 2006 tot en met 2018. Daaruit blijkt dat er ongeveer 28,8 miljoen euro aan subsidie is toegekend, en 26,8 miljoen euro daadwerkelijk is vastgesteld.

Reconstructie van beschikte en vastgestelde subsidiebedragen vanuit EZK aan ECP, per jaar.
Jaar Beschikte subsidie ECP (totaal per jaar) Vastgestelde subsidie ECP (totaal per jaar)
2006 € 1.882.347,50 € 1.571.628,00
2007 € 1.376.214,50 € 1.289.128,59
2008 € 1.519.522,00 € 1.457.393,29
2009 € 2.643.883,00 € 2.554.940,92
2010 € 2.664.562,00 € 2.564.691,15
2011 € 3.001.006,00 € 2.461.796,94
2012 € 2.999.299,00 € 2.836.779,06*
2013 € 2.191.414,00 € 1.918.430,84
2014 € 2.020.747,00 € 1.887.825,74
2015 € 1.560.508,00 € 1.435.611,46
2016 € 1.509.127,00 € 1.488.508,00
2017 € 2.430.903,00 € 2.386.336,05
2018 € 3.981.329,33 € 3.717.560,44
Eindtotaal € 29.780.862,33 € 27.570.630,48
*In 2012 zijn voor twee subsidies schattingen (o.b.v. beschikking en realisatiecijfers) gebruikt voor de vastgestelde bedragen, omdat de vaststellingen niet beschikbaar waren in de archieven.

45. Welke archiverings- en bewaartermijnen zijn hier van toepassing?

De bewaartermijn voor financiële bescheiden, waaronder subsidiestukken, is 7 jaar.

46. Zijn er ministeries waar historische subsidiedossiers wel volledig toegankelijk zijn en zo ja, welke?

Voor subsidiedossiers geldt Rijksbreed een wettelijke bewaartermijn van 7 jaar na de eindafrekening (gebaseerd op de Selectielijst). Na deze termijn worden dossiers in principe vernietigd, tenzij er een specifieke reden is voor permanente bewaring (zoals een 'hotspot' of beleidsmatige relevantie). Het is daarom niet aannemelijk dat historische dossiers bij andere ministeries structureel toegankelijker zijn dan bij EZK.

47. Daarnaast vragen deze leden hoeveel incidentele subsidies er bestaan binnen het ministerie van EZK,

Het exacte aantal maatwerksubsidies met een incidenteel karakter varieert per begrotingsjaar, omdat deze veelal eenmalig of tijdelijk van aard zijn. In bijlage 5 Subsidieoverzicht in het jaarverslag van EZK staan specifieke subsidies op de begroting vermeld voor met naam genoemde projecten of subsidieontvangers.

48. welk percentage dit is op het totaal aantal verstrekte subsidies en

Het aandeel maatwerksubsidies met een incidenteel karakter ten opzichte van het totaal varieert vanwege hun eenmalige of tijdelijke aard per begrotingsjaar, maar heeft bij EZK een (zeer) beperkte omvang. Het overgrote deel van de subsidies (zoals de SDE++ of de ISDE) wordt verstrekt op basis van een algemene maatregel van bestuur of ministeriële regeling. In de praktijk ligt het percentage subsidieverstrekkingen met een incidenteel karakter ten opzichte van het totale aantal verstrekkingen op basis van een algemene maatregel van bestuur of ministeriële regeling onder de 10% van het totaal, hoewel dit afhankelijk is van specifieke beleidsopgaven in een bepaald jaar.

49. hoeveel van deze subsidies geen specifieke wettelijke regeling met subsidieplafond kennen waarbij meerdere partijen kunnen meedingen.

Het is volgens de Algemene wet bestuursrecht niet verplicht om een wettelijke regeling of subsidieplafond vast te stellen voor incidentele subsidies als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, onder d, van de Algemene wet bestuursrecht of voor begrotingssubsidies als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, onder c, van de Awb. Bij begrotingssubsidies worden de ontvanger en het bedrag van een subsidie uitdrukke­lijk in de begroting genoemd. Dat gebeurt met name bij subsidies die slechts aan één of enkele ontvangers worden verstrekt. Bij een dergelijk gering aantal ontvangers zou het tot stand brengen van een wettelijk voorschrift dat als grondslag voor de subsidie kan dienen een relatief zware last voor de bevoegde wetgever betekenen, terwijl anderzijds de noodzaak daartoe in mindere mate aanwezig is indien de begroting de ontvanger vermeldt. De vermelding in de begroting maakt immers publieke controle op de subsidieverstrekking mogelijk.

Bij incidentele subsidies is het niet altijd reëel een wettelijk voorschrift te eisen, omdat de met de voorbereiding daarvan gemoeide lasten in die gevallen onevenredig hoog kunnen worden in verhouding tot de met strikte handhaving van het vereiste van een wettelijke grondslag gediende belangen.

Hoewel de wet (Awb) stelt dat subsidies een wettelijke grondslag behoeven, staat deze wet een uitzondering toe voor incidentele subsidies of subsidies die rechtstreeks op de begroting staan. De subsidies met incidenteel karakter die EZK verleent, zijn echter gebaseerd op de Kaderwet en hebben dus wel een wettelijke grondslag.

Bij subsidies met een incidenteel karakter is er vaker sprake van één specifieke ontvanger of slechts een beperkt aantal subsidieontvangers voor een uniek project, waardoor een subsidieplafond minder voor de hand ligt.

Met betrekking tot de mogelijkheid voor meerdere partijen om te kunnen meedingen voor een subsidie, geldt dat het partijen vrij staat een subsidieaanvraag in te dienen voor activiteiten die bijdragen aan de beleidsdoelen van EZK. Daarvoor is geen ministeriële regeling met subsidieplafond vereist.

50. Tevens vragen de leden van de BBB-fractie of er een centraal subsidieregister is waarin alle typen, soorten en varianten subsidies zijn opgenomen, zowel begrotingsgedekte als niet-begrotingsgedekte subsidies. Indien dit niet het geval is, zouden deze leden erover geïnformeerd willen worden welke ministeries hier wel over beschikken.

Er bestaat geen Rijksbreed centraal subsidieregister. Sinds 1 januari 2025 hebben de ministeries van VWS en OCW een subsidieregister. Voor de ministeries van EZK en LVVN worden veel subsidies verleend door RVO, maar daar is geen centraal register beschikbaar, met uitzondering van specifieke databanken zoals die voor EU-subsidies of landbouwsubsidies.

Begrotingssubsidies staan in de jaarlijkse begroting van het betreffende ministerie, soms met vermelding van de (specifieke) activiteiten waarvoor de subsidie is bedoeld, soms met de specifieke subsidieontvanger genoemd. Verwezen wordt naar bijlage 9Subsidieoverzicht10 van de EZK-begroting.

De middelen voor een subsidieverstrekking zijn in alle gevallen voor verstrekking geautoriseerd door het parlement. Die middelen hoeven echter niet in alle gevallen specifiek gelabeld te zijn voor een specifieke subsidieontvanger of voor specifieke activiteiten maar dat mag wel.

51. Tenslotte vragen de leden van de BBB-fractie hoe de aanbevelingen uit het rapport van Kwink worden overgenomen voordat er een besluit over voortzetting na 2026 genomen wordt.

Ik verwijs u naar de antwoorden op de vragen 1, 3, 4 van D66 en vraag 16 van GL-PvdA.


  1. Kamerstuk 2026Z02426↩︎

  2. Tweede Kamer, 2025-2026, 26643, nr. 1460↩︎

  3. Bijlage bij Kamerstuk 36 410 XIII, nr. 92.↩︎

  4. 2024Z02275&did=2024D05203">Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (XIII) voor het jaar 2024 | Tweede Kamer der Staten-Generaal Nummer:36410-XIII-92↩︎

  5. Kamerstuk 36 410 XIII, nr. 92.↩︎

  6. Idem.↩︎

  7. Idem.↩︎

  8. https://www.rijksfinancien.nl/memorie-van-toelichting/2025/OWB/XIII/onderdeel/3151177↩︎