[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Antwoord op vragen van het lid Beckerman over ‘Provincie eist bouwstop chalets op camping Vogelenzang’

Antwoord schriftelijke vragen

Nummer: 2026D17186, datum: 2026-04-10, bijgewerkt: 2026-04-10 17:09, versie: 2 (versie 1)

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van zaak 2026Z02184:

Preview document (🔗 origineel)


AH 1583

2026Z02184

Antwoord van minister Boekholt-O’Sullivan (Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening) (ontvangen 10 april 2026)

Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025-2026, nr. 1371

Vraag 1

Bent u bekend met het bericht ‘Provincie eist bouwstop chalets op camping Vogelenzang’?

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2

Hoe beoordeelt u de situatie op camping Vogelenzang, waar plannen bestaan om een familiecamping om te zetten naar een luxe vakantiepark met circa 350 chalets en waar vaste kampeerders daarvoor moeten wijken?

Antwoord 2

Het bericht betreft een situatie waarbij de provincie Noord-Holland de gemeente Bloemendaal opdraagt om de aanlegwerkzaamheden voor de bouw van de chalets op de camping stop te zetten en over te gaan tot 'handhaving'. Dat is een aangelegenheid voor de provincie Noord-Holland en de gemeente Bloemendaal.

Vraag 3

Wat vindt u ervan dat deze chalets volgens berichtgeving worden verkocht vanaf circa €395.000 per vierpersoonschalet, terwijl het terrein tot nu toe juist een betaalbare gezinscamping was?

Antwoord 3

Deze vraag ziet op de bedrijfsvoering en prijsstelling van een individuele ondernemer. Ik doe geen uitspraken over de keuzes van individuele bedrijven.

Vraag 4

Klopt het dat de provincie Noord-Holland daarbij stelt dat maximaal 1.600 m² bebouwd mag worden, terwijl de plannen volgens de berichtgeving neerkomen op circa 21.000 m² bebouwd oppervlak?

Antwoord 4

De provincie Noord-Holland gaat in haar ‘Handhavingsverzoek Camping Vogelenzang’ van 16 januari 2026 inderdaad in op de maximale toegestane bebouwing.

Vraag 5

Deelt u de opvatting dat het niet aanvaardbaar is wanneer grootschalige bebouwing doorgang vindt terwijl deze evident in strijd is met het omgevingsplan?

Antwoord 5

Het is aan de gemeente Bloemendaal om te beoordelen in hoeverre activiteiten passen binnen het omgevingsplan en of afwijking hiervan mogelijk is. De provincie Noord-Holland houdt hier toezicht op en heeft in dit geval dus het in antwoord 4 genoemde handhavingsverzoek naar de gemeente verstuurd. Dit is een lokale afweging. In algemene zin ga ik bij het antwoord op vraag 11 in op handhaving.

Vraag 6

Hoe kijkt u aan tegen het bezwaar dat de provincie noemt over het permanente karakter van de

chalets, terwijl recreatie in beginsel tijdelijk hoort te zijn en kampeermiddelen volgens berichtgeving slechts tussen 1 maart en 31 oktober geplaatst mogen worden?

Antwoord 6

Het te voeren recreatiebeleid ter plaatse is een provinciale en gemeentelijke aangelegenheid. In dit geval wijst de provincie in haar handhavingsverzoek inderdaad op het seizoensgebonden karakter.

Vraag 7

Vindt u dat de bouw van luxe chalets met een (semi-)permanent karakter het risico vergroot op

verkapte woonbestemmingen buiten de normale woningbouwregels om?

Antwoord 7

Dat hangt af van de bestemming van het betreffende terrein. Indien er sprake is van een woonbestemming, dan zou dat ook op die wijze vergund dienen te worden, met inachtneming van de vigerende wet- en regelgeving.

Vraag 8

Acht u het wenselijk om de definitie van ‘kampeermiddelen’ aan te scherpen, zodat chalets die in de praktijk een permanent karakter hebben niet langer onder deze definitie vallen?

Antwoord 8

Gemeenten zijn vrij in hoe ze het begrip ‘kampeermiddelen’ gebruiken in het omgevingsplan. Hierbij kan onderscheid gemaakt worden tussen tijdelijke kampeermiddelen en objecten met een permanent karakter. Ik zie geen aanleiding om dit aan te passen.

Vraag 9

Welke directe maatregelen kan een gemeente nemen om werkzaamheden stil te leggen om te

voorkomen dat een ontwikkelaar een voldongen feit creëert?

Antwoord 9

Een gemeente kan een spoedeisende last onder bestuursdwang in de vorm van een bouwstop opleggen als sprake is van een overtreding. Hierdoor worden bouwwerkzaamheden stilgelegd.

Vraag 10

Hoe beoordeelt u het signaal dat volgens betrokkenen al grondwerkzaamheden zijn verricht voordat vergunningen zouden zijn verleend, terwijl het gebied bovendien als beschermd landschap wordt omschreven?

Antwoord 10

Als dit daadwerkelijk aan de orde is, is het is aan de gemeente Bloemendaal om eventuele activiteiten te constateren en handhavend op te treden. De provincie heeft hier in haar handhavingsverzoek ook duidelijk op gewezen.

Vraag 11

Deelt u de mening dat gemeenten verplicht zijn om te handhaven wanneer sprake is van duidelijke strijdigheid met het omgevingsplan, zeker wanneer een provincie dit expliciet opdraagt?

Antwoord 11

Als sprake is van een overtreding, moet een gemeente in beginsel overgaan tot handhaving, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden waardoor een gemeente van handhaving moet afzien. Dat is bijvoorbeeld het geval bij een concreet zicht op legalisatie of als handhavend optreden onevenredig is in verhouding tot de daarmee te dienen belangen.

Vraag 12

Welke mogelijkheden heeft de provincie om af te dwingen dat een gemeente daadwerkelijk handhaaft, wanneer een gemeente blijft talmen of onvoldoende optreedt?

Antwoord 12

Een provincie kan door middel van indeplaatsstelling zelf overgaan tot handhaving wanneer een gemeente dit niet doet. Dit kan alleen nadat bestuurlijk overleg heeft plaatsgevonden met een gemeente en duidelijk is dat er sprake is van taakverwaarlozing door een gemeente omdat een gemeente nalaat een verplicht besluit te nemen of geen uitvoering geeft aan een wettelijke taak.

Vraag 13

Vindt u het wenselijk dat commerciële partijen in de praktijk kunnen opereren volgens het principe “eerst doen, dan pas vragen”, en welke maatregelen acht u nodig om dat te voorkomen?

Antwoord 13

Het is aan alle partijen (commercieel of niet) die omgevingsactiviteiten ondernemen om zich te houden aan wet- en regelgeving. Zowel privaatrechtelijk als publiekrechtelijk.

Vraag 14

Deelt u de zorg dat familiecampings steeds vaker worden opgekocht door commerciële ketens die vaste kampeerders wegdrukken ten gunste van dure chalets en recreatiewoningen?

Antwoord 14

Deze vraag raakt aan de onderwerpen die aan de orde zijn in de moties die zijn ingediend tijdens het notaoverleg ‘Red de Camping’ van 26 mei 2025 en aangenomen op 3 juni 2025. Uw Kamer wordt hierover op korte termijn geïnformeerd via een Kamerbrief.

Vraag 15

Veel gemeenten kampen met vergelijkbare situaties rond de omzetting van familiecampings naar luxe chaletparken. Welke concrete voorstellen heeft u om dit probleem landelijk aan te pakken, zodat gemeenten dit niet ieder voor zich hoeven te bevechten?

Antwoord 15

Zie het antwoord op vraag 14.

Vraag 16

Kunt u aangeven hoeveel familiecampings in Nederland in de afgelopen 10 jaar zijn verdwenen of zijn omgezet naar (semi-)permanente chaletparken?

Antwoord 16

Er is helaas geen definitie van familiecampings of (semi-)permanente chaletparken, dus het aantal verdwenen of omgezette parken is niet te bepalen. Uit de databank van het Nederlands Bureau voor Toerisme en Congressen (NBTC) blijkt wel dat het aantal overnachtingen op kampeerterreinen tussen 2012 en 2025 met 27,8% stijging minder sterk is gegroeid dan het aantal overnachtingen op huisjesterreinen met een stijging van 62,9%.

Vraag 17

Kunt u inzicht geven in hoeveel recreatieparken in handen zijn van ketens en/of private equity, en hoeveel daarvan plannen hebben voor grootschalige herontwikkeling?

Antwoord 17

Ik heb geen specifiek inzicht in de eigendomssituatie van recreatieparken of hun plannen voor grootschalige herontwikkeling.

Vraag 18

Welke middelen bestaan er op dit moment om herverkaveling van recreatieparken tegen te gaan, en welke bestuurslagen (gemeente, provincie, Rijk) kunnen deze middelen inzetten?

Antwoord 18

Er zijn geen directe middelen om herverkaveling tegen te gaan. Wel kan gestuurd worden op de verkaveling door middel van regels in het omgevingsplan. In het omgevingsplan kunnen bijvoorbeeld regels gesteld worden over de toegelaten kampeermiddelen, kan een maximaal aantal recreatiewoningen worden opgenomen of een maximaal bebouwd oppervlakte.

Vraag 19

Bent u bereid, in het licht van dit bericht, uw reactie op de voorstellen uit de initiatiefnota ‘Red de camping’ te herzien? Zo ja, wat is uw nieuwe reactie? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 19

Voor zover de voorstellen uit de initiatiefnota ‘Red de Camping’ raken aan de moties die zijn ingediend tijdens het notaoverleg van 26 mei 2025 en aangenomen op 3 juni 2025, wordt uw Kamer hierover op korte termijn geïnformeerd via een Kamerbrief.

Vraag 20

Wat is de stand van zaken bij de uitvoering van de aangenomen motie van de leden Van Nispen en Vermeer over een voorstel voor een nieuwe kampeerwet en de voorstellen uit de initiatiefnota-Beckerman als richtinggevend beschouwen (Kamerstuk 36452, nr. 9)?

Antwoord 20

‘Zie het antwoord op vraag 14’.

De minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,

Elanor Boekholt-O'Sullivan