Antwoord op vragen van het lid Van der Plas over gedelegeerde verordening van de Europese Commissie van 2 februari 2026 tot wijziging van Bijlage III bij Verordening (EG) nr. 853/2004 inzake noodslacht van gedomesticeerde hoefdieren buiten het slachthuis en de uitstel daarvan door de NVWA
Antwoord schriftelijke vragen
Nummer: 2026D17240, datum: 2026-04-10, bijgewerkt: 2026-04-10 17:22, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: S.P.A. Erkens, staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (Ooit VVD kamerlid)
Onderdeel van zaak 2026Z04237:
- Gericht aan: S.P.A. Erkens, staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (š origineel)
Geachte Voorzitter,
Hierbij zend ik u de antwoorden op de vragen van het lid Van der Plas (BBB) over gedelegeerde verordening van de Europese Commissie van 2 februari 2026 tot wijziging van Bijlage III bij Verordening (EG) nr. 853/2004 inzake noodslacht van gedomesticeerde hoefdieren buiten het slachthuis en de uitstel daarvan door de NVWA (2026Z04237, ingezonden 4 maart 2026).
Silvio P.A. Erkens
Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
1
Heeft u kennisgenomen van de gedelegeerde verordening van de Europese Commissie (EC) van 2 februari 2026 tot wijziging van Bijlage III bij Verordening (EG) nr. 853/2004 inzake noodslacht van gedomesticeerde hoefdieren buiten het slachthuis (Kamerstuk 28286, nr. 1429)?
Antwoord
Ja
2
Klopt het dat deze wijziging expliciet beoogt interpretatieverschillen
tussen lidstaten te harmoniseren en te voorkomen dat vlees van dieren
die niet transportwaardig zijn, maar geen risico vormen voor de
volksgezondheid, onnodig uit de voedselketen verdwijnt?
Antwoord
Ja
3
Kunt u bevestigen dat deze verordening rechtstreeks van toepassing is in
alle lidstaten en geen omzetting in nationale regelgeving vereist?
Antwoord
Ja
4
Waarom bent u voornemens om middels een aanpassing van het Besluit
aanwijzing dierenartsen ex. artt. 30 en 31 Verordening officiƫle
controles de aanwijzing van practici als officiƫle dierenarts te
beperken tot slechts een deel van de gevallen die op grond van de
aanpassing van de Verordening (EG) nr. 853/2004 straks in aanmerking
komt voor noodslacht?
Antwoord
De aanpassing van dit Besluit is tijdelijk en heeft als einddatum 1
januari 2027. De tijdelijke aanpassing is noodzakelijk omdat de
praktiserende dierenartsen die nu noodslachtingen keuren nog onvoldoende
vertrouwd zijn met de uitgebreidere categorieƫn dieren die straks op
grond van de verordening van 2 februari 2026 aangeboden mogen gaan
worden voor antemortem keuring en de bredere toetsingskaders die gaan
gelden.
Een noodslachting is het slachten van een voor het overige gezond dier buiten een slachthuis, dat door een ongeval (zoals een gebroken poot) niet meer levend naar een slachthuis vervoerd kan worden, maar wel geschikt is voor menselijke consumptie. De gewijzigde verordening verruimt die voorwaarden. Het wordt mogelijk om dieren die slachtwaardig zijn, maar niet transportwaardig, in aanmerking te laten komen voor een noodslachting. Het wordt niet langer een vereiste dat het dier een ongeval heeft gehad. De wijziging van de Verordening zorgt ervoor dat meer dieren op het bedrijf van herkomst kunnen worden geslacht in het kader van nood in plaats van dat deze dieren afgevoerd worden via het destructiebestel.
Volgens de EU-regelgeving zijn officiƫle dierenartsen bevoegd om antemortem- en postmortemkeuringen uit te voeren en daarover besluiten te nemen. In Nederland zijn voor de uitvoering van de antemortemkeuring bij noodslacht ook private dierenartsen bevoegd middels het Besluit aanwijzing dierenartsen.
Private dierenartsen die deze keuring uitvoeren, moeten weten waar zij extra op moeten letten. In de wijziging van Vo (EG) 853/2004 worden de toetsingskaders voor het keuren van dieren in het geval van noodslacht uitgebreid naar bredere toetsingskaders uit de transport- en controleverordeningen waarnaar in gewijzigde Bijlage III van Verordening (EG) nr. 853/2004 wordt verwezen. Dit betekent dat dierenartsen die deze keuring uitvoeren ook kennis nodig hebben van deze wettelijke vereisten en van de werkzaamheden en omstandigheden in het slachthuis, en dit is op dit moment nog niet zo.
Zo lang dit nog niet goed geregeld is, is de voedselveiligheid niet voldoende geborgd.āÆDaarom zorgt de NVWA in 2026 voor uitwerking van kaders, werkwijzen en ondersteuning, met als doel dat de private dierenartsen zodanig gefaciliteerd worden dat zij dieren die voor noodslacht worden aangeboden per 1 januari 2027 op uniforme wijze ante mortem kunnen keuren. Tot deze datum wordt de aanwijzing van private dierenartsen tijdelijk beperkt tot de āoudeā categorie.
De aanpassing van het Besluit aanwijzing dierenartsen beperkt niet de officiƫle dierenartsen. Deze blijven in alle gevallen bevoegd om antemortem en postmortem keuringen uit te voeren en daarover besluiten te nemen.
5
Waarom kiest de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) ervoor om
de toepassing van deze verruiming feitelijk uit te stellen, terwijl de
EC juist harmonisatie en ruimere toepassing beoogt?
Antwoord
Er is geen sprake van uitstel. De verruiming gaat in op het moment dat
de verordening van de Europese Commissie in werking treedt. Er mag dan
in meer gevallen dan voorheen noodslacht op het bedrijf
plaatsvinden.
6
Op welke juridische grondslag kan een ministerieel besluit de feitelijke
werking van een rechtstreeks toepasselijke Europese verordening
beperken?
Antwoord
De nieuwe verordening voorziet in een verruiming van de voorwaarden
waaronder noodslacht op het bedrijf is toegestaan. Die regels zijn
rechtstreeks werkend. Zij kunnen en worden dus niet beperkt door
Nederland. Naast de regels over noodslacht op het bedrijf gelden ook de
regels over de uitvoering van de vleeskeuring, waaronder de
antemortemkeuring. De hoofdregel is dat deze keuring wordt uitgevoerd
door de officiƫle dierenarts, dus een ambtenaar van de Nederlandse
Voedsel- en Warenautoriteit (zie bijlage III, sectie I, hoofdstuk VI,
punt 2, van verordening 853/2004, en artikel 5, eerste lid, onderdeel d,
van verordening 2019/624). Artikel 30 van de officiƫle
controleverordening (2017/625) laat de bevoegde autoriteit ruimte om
dergelijke controles door natuurlijke personen, bijvoorbeeld private
dierenartsen die niet zijn aangesteld door de NVWA, te laten uitvoeren.
Dat is voor de huidige noodslacht geregeld in een ministerieel besluit.
Verder verwijs ik naar mijn antwoord op vraag 4.
7
Begrijpt u dat het beperken van noodslacht tot uitsluitend
'ongeval'-situaties, terwijl dat criterium in de Europese regelgeving
juist is losgelaten, de indruk wekt dat Nederland restrictiever beleid
voert dan Europees vereist en dat daarmee dus een nieuwe nationale kop
op Europees beleid ontstaat?
Antwoord
Nee. Zie mijn antwoord op de vragen 4, 5 en 6.
8
Zo ja, hoe verhoudt dan het toevoegen van een nationale beperking
bovenop rechtstreeks toepasbare Europese regelgeving zich tot de plannen
van het huidige kabinet om regeldruk te verminderen, in het bijzonder
voor ondernemers in de agrarische sector?
Antwoord
Zie mijn antwoord op de vragen 4 en 6.
9
Zo ja, kunt u dan toelichten waarom ondanks de, in het coalitieakkoord
beschreven, ambitie om nationale koppen te schrappen, mogelijk een
nieuwe nationale kop op Europese beleid wordt gezet?
Antwoord
Zie het antwoord op de vragen 4 en 6.
10
Waarom wekt de NVWA in het hun nieuwsbericht van 23 februari 2026 de
indruk dat slechts dierenartsen in dienst van de NVWA officiƫle
dierenarts zijn, terwijl het aan de minister is om te bepalen welke
dierenartsen worden aangewezen als officiƫle dierenarts en de minister
middels het Besluit aanwijzing dierenartsen ex art. 30 en 31 Verordening
officiƫle controles er ook expliciet voor heeft gekozen om practici aan
te wijzen als officiƫle dierenarts?
Antwoord
Officiƫle dierenartsen zijn dierenartsen die door de bevoegde autoriteit
zijn aangewezen (artikel 3, onderdeel 32, en artikel 5, tweede lid, van
verordening 2017/625). Bevoegde autoriteiten mogen alleen dierenartsen
die geslaagd zijn voor een proef die voldoet aan de voorschriften in
bijlage II van Vo (EU) 2019/624 benoemen als officiƫle dierenarts. In
Nederland voldoen alleen dierenartsen van de NVWA die hiervoor een
uitgebreide theoretische en praktische opleiding hebben gehad aan deze
voorwaarden.
In aanvulling daarop mag de bevoegde autoriteit de uitvoering van controletaken ook beleggen bij natuurlijke personen (artikel 30 van verordening 2017/625). Dat is voor de antemortemkeuring bij noodslacht op het bedrijf geregeld. Hierbij is er sprake van aanwijzing van private dierenartsen tot natuurlijke personen die bepaalde taken in verband met officiƫle controles mogen uitvoeren, zij worden geen officiƫle dierenartsen. Zie verder mijn antwoord op vraag 6.
11
Bent u bereid om te onderzoeken of in Nederland praktiserend
dierenartsen voor meer taken als officiƫle dierenarts kunnen worden
aangewezen en welk effect dit zou hebben op de kosten voor het uitvoeren
van deze taken in vergelijking met de kosten die de NVWA in rekening
brengt?
Antwoord
Het uitgangspunt is dat officiƫle controles en andere officiƫle
activiteiten door de bevoegde autoriteit zelf worden uitgevoerd. Met
name ingeval van capaciteitsgebrek bij de bevoegde autoriteit of vanwege
benodigde bijzondere deskundigheid, kan er reden zijn om de uitvoering
van taken te beleggen bij een private instantie of een natuurlijke
persoon. Mits is voldaan aan de vereisten die verordening 2017/625 stelt
en het te beschermen belang, in dit geval de voedselveiligheid, geborgd
blijft. De aanwijzing van de private dierenartsen voor het uitvoeren van
de antemortem keuring van noodslachtingen is een voorbeeld hiervan en
komt voort uit het capaciteitsprobleem bij de NVWA. Waar dat aan de orde
is, is hierin nu voorzien. Ik acht een dergelijk onderzoek dan ook niet
nodig.
12
Waaruit blijkt dat praktiserend dierenartsen (die geregistreerd staan in
het Diergeneeskunderegister en geborgd zijn via de Stichting Geborgde
Dierenarts) hun verantwoordelijkheid voor voedselveiligheid niet
adequaat zouden kunnen dragen en de NVWA kan stellen dat de
voedselveiligheid nog niet zou zijn voldoende geborgd onder de nieuwe
werkwijze?
Antwoord
Artikel 30 van de officiƫle controleverordening (2017/625) laat de
bevoegde autoriteit ruimte om controles door natuurlijke personen,
bijvoorbeeld private dierenartsen die niet zijn aangesteld door de NVWA,
te laten uitvoeren. Mits is voldaan aan de vereisten die verordening
2017/625 stelt en het te beschermen belang, in dit geval de
voedselveiligheid, geborgd blijft. De kennis die private dierenartsen
nodig hebben om de verruimde keuring uit te voeren is volgens de
bevoegde autoriteit, in deze de NVWA, nog niet op voldoende niveau. Dit
vereist opleiding en ondersteuning vanuit de NVWA zodat private
dierenartsen deze nieuwe keuringswerkzaamheden adequaat kunnen
uitvoeren.
13
Impliceert het standpunt van de NVWA dat hun vertrouwen in deze geborgde
dierenartsen tekortschiet? Zo nee, waarom worden hun bevoegdheden dan
tijdelijk beperkt?
Antwoord
Nee. De NVWA heeft juist veel vertrouwen in private dierenartsen,
waardoor zij deze officiƫle taak ook heeft belegd bij deze dierenartsen.
Voor zover bekend is Nederland een van de weinige lidstaten die hiervan
gebruik maakt in het kader van keuring bij noodslachtingen.
De NVWA wil de private dierenartsen, in het belang van de bescherming
van voedselveiligheid, optimaal faciliteren zodat zij ook de AM-keuring
van de nieuwe groep dieren kan uitvoeren. De NVWA heeft tijd nodig om
kaders, afspraken en ondersteuning in te regelen voordat de bevoegdheden
voor private dierenartsen verder kunnen worden uitgebreid. Dus de
bevoegdheden van private dierenartsen worden niet tijdelijk beperkt,
deze blijven hetzelfde in 2026 en worden in 2027 verruimd.
14
Deelt u de opvatting dat als voedselveiligheid het grootste issue zou
zijn, dat juist kan worden geborgd door samen met de Stichting Geborgde
Dierenarts aanvullende instructies te organiseren, in plaats van de
verruiming uit te stellen?
Antwoord
Dit is een van de opties die in 2026 nader uitgewerkt wordt door de
NVWA. De eerste gesprekken met de Stichting Geborgde Dierenarts zijn
gepland.
15
Speelt het capaciteitsprobleem bij de NVWA een rol bij het uitstellen
van de verruimde toepassing? Zo ja, waarom wordt dit organisatorische
probleem afgewenteld op veehouders, de veelogistieke sector en
praktiserend dierenartsen?
Antwoord
Er is geen sprake van uitstel, de nieuwe verordening die voorziet in de
verruiming is rechtstreeks werkend. Dieren die in 2026 aangeboden worden
voor noodslacht, en geen ongeluk gehad hebben, kunnen antemortem gekeurd
worden door een officiƫle dierenarts. De verwachting is wel dat een
groei in aanvragen voor antemortem keuring van dieren die aangeboden
worden voor noodslacht onder de nieuwe voorwaarden niet in zijn geheel
gehonoreerd kan worden. De NVWA beoordeelt aanvragen volgens haar
planningskader, waarbij de bedrijven met de grootste publieke belangen,
zoals grote slachthuizen, voorrang krijgen. Ik vind dit vervelend voor
de sector maar benadruk dat het om een tijdelijke situatie gaat die
nodig is om de voedselveiligheid te borgen.
16
Welke concrete stappen zet u om ervoor te zorgen dat de nieuwe Europese
regels niet pas āin de tweede helft van 2026ā, maar zo spoedig mogelijk
in de praktijk worden gebracht?
Antwoord
De nieuwe Europese regels worden in de praktijk gebracht zodra de
gedelegeerde verordening van de Europese Commissie van 2 februari 2026
tot wijziging van Bijlage III bij Verordening (EG) nr. 853/2004 inzake
noodslacht van gedomesticeerde hoefdieren buiten het slachthuis van
kracht wordt. Mijn doel is om begin 2027 alle aanvragen te kunnen
honoreren. De antemortemkeuring van noodslachtingen op primaire
bedrijven zal namelijk per 1 januari 2027 door private dierenartsen
worden uitgevoerd. Deze datum is dan ook in de wijziging van het Besluit
aanwijzing dierenartsen opgenomen.
17
Bent u bereid om in overleg met de sector en de Stichting Geborgde
Dierenarts binnen drie maanden een uitvoerbare implementatie vast te
stellen, zodat dieren die niet transportwaardig zijn maar wel geschikt
voor consumptie, niet langer onnodig uit de voedselketen verdwijnen?
Antwoord
Nee, dat ben ik niet, want dat is niet nodig. Zie het antwoord op mijn vorige vragen.
18
Kunt u een overzicht ter beschikking stellen aan de Kamer van de
Ante-Mortum (AM)-keuringskosten door officiƫle dierenartsen in dienst
van de overheid voor noodslachting en de Mobiele Dodingsunit (MDU) in
Nederland en de aangrenzende Duitse en Belgische regio's? Hoe kunnen de
verschillen in kosten worden verklaard, als die er zijn?
Antwoord
De tarieven voor de NVWA staan op de website: NVWA-tarieven
toezicht op keuren / AM keuring / PM keuring 2026 | NVWA
Ik beschik niet over informatie over de keuringskosten in aan Nederland