36904 Nota naar aanleiding van het verslag inzake Wijziging van de Huisvestingswet 2014 en enkele andere wetten ter uitvoering van Verordening (EU) 2024/1028 over het verzamelen en delen van gegevens met betrekking tot diensten voor kortetermijnverhuur
Nota n.a.v. het (nader/tweede nader/enz.) verslag
Nummer: 2026D17255, datum: 2026-04-13, bijgewerkt: 2026-04-13 08:30, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: E. Boekholt-O’Sullivan, minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
- Aanbiedingsbrief
- Beslisnota bij 36904 Nota naar aanleiding van het verslag inzake Wijziging van de Huisvestingswet 2014 en enkele andere wetten ter uitvoering van Verordening (EU) 2024/1028 over het verzamelen en delen van gegevens met betrekking tot diensten voor kortetermijnverhuur
Onderdeel van zaak 2026Z07689:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
- 2026-04-21 16:30: Procedurevergadering Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (Procedurevergadering), vaste commissie voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
Preview document (🔗 origineel)
| 36 904 | Wijziging van de Huisvestingswet 2014 en enkele andere wetten ter uitvoering van Verordening (EU) 2024/1028 over het verzamelen en delen van gegevens met betrekking tot diensten voor kortetermijnverhuur |
|---|
Nota naar aanleiding van het verslag
Met belangstelling heb ik kennisgenomen van het verslag dat de vaste commissie voor
Volkshuisvesting en Ruimtelijke ordening over dit wetsvoorstel heeft uitgebracht.
Ik dank de leden van de fracties voor de gestelde vragen, die ik in deze nota naar aanleiding van
het verslag beantwoord.
In deze nota zijn de vragen en opmerkingen uit het verslag integraal opgenomen in cursieve tekst
en mijn beantwoording daarvan in niet-cursieve tekst. De volgorde van de vragen in het verslag is
aangehouden. De vragen zijn door mij genummerd. Mijn beantwoording vindt u direct onder de desbetreffende vraag. In deze nota zijn vragen van gelijke strekking waar mogelijk op één plek
beantwoord of wordt verwezen naar het antwoord op een vraag van gelijke strekking.
I. Algemeen
1. Inleiding
De leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van het voorstel tot wijziging van de Huisvestingswet 2014 en enkele andere wetten ter uitvoering van Verordening (EU) 2024/1028 over het verzamelen en delen van gegevens met betrekking tot diensten voor kortetermijnverhuur en hebben geen verdere vragen.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met interesse het wetsvoorstel gelezen.
Deze leden zijn in beginsel positief over de verordening en over de Nederlandse uitvoeringswet. Door de opkomst van de platformeconomie en toeristisch verhuur van woningen, nemen in vooral grote steden de opties voor langdurige verhuur af, en stijgen de huur- en huizenprijzen. Het is goed dat er nu regelgeving is die platformen dwingt om data te delen met gemeenten, zodat er effectieve handhaving kan plaatsvinden en steden grip kunnen krijgen op het sterk gegroeide toeristisch gebruik van woningen.
Wel hebben zij hierbij nog enkele vragen en opmerkingen over de handhavingscapaciteit van gemeenten en toezichthouders.
De leden van de PVV-fractie hebben met interesse kennisgenomen van het voorstel tot wijziging van de Huisvestingswet 2014 en enkele andere wetten ter uitvoering van Verordening (EU) 2024/1028 over het verzamelen en delen van gegevens met betrekking tot diensten voor kortetermijnverhuur en hebben nog een aantal vragen voor de regering.
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van het voorstel tot wijziging van de Huisvestingswet 2014 en enkele andere wetten ter uitvoering van Verordening (EU) 2024/1028 over het verzamelen en delen van gegevens met betrekking tot diensten voor kortetermijnverhuur. Deze leden merken op dat kortetermijnverhuur in Nederland in toenemende mate onderdeel is geworden van het bredere debat over de woningmarkt, de leefbaarheid van wijken en de rol van toerisme en economische ontwikkeling in steden en dorpen. Voor de leden van de CDA-fractie staat voorop dat kortetermijnverhuur zowel kansen als risico’s met zich meebrengt. Aan de ene kant kan het bijdragen aan toerisme, lokale economische ontwikkeling en het benutten van bestaande woonruimte. Aan de andere kant kan intensieve kortetermijnverhuur leiden tot druk op de woningvoorraad en tot leefbaarheidsproblemen in wijken wanneer woningen structureel worden gebruikt voor toeristische verhuur.
Deze leden benadrukken dat gemeenten in Nederland een centrale rol hebben bij het reguleren van kortetermijnverhuur en het beschermen van woonwijken en woonruimte. Gemeenten moeten kunnen sturen op de balans tussen wonen, toerisme en leefbaarheid, passend bij de lokale situatie. Zij begrijpen dat het wetsvoorstel vooral beoogt gemeenten beter inzicht te geven in kortetermijnverhuur via platforms door middel van een nationale datastructuur. Tegelijkertijd vinden de leden van de CDA-fractie het van belang dat gemeenten niet alleen inzicht krijgen, maar ook daadwerkelijk de mogelijkheid behouden om lokaal beleid te voeren en daarop te handhaven. Inzicht alleen is niet voldoende. Data is pas waardevol als gemeenten daar in de praktijk ook daadwerkelijk mee kunnen sturen. Dat roept bij deze leden de vraag op in hoeverre het systeem gemeenten daadwerkelijk voldoende handelingsperspectief biedt om ontwikkelingen rond kortetermijnverhuur te beïnvloeden. Zij hebben hierover diverse vragen.
De leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van dit wetsvoorstel en hebben nog enkele aanvullende vragen.
De leden van de SGP-fractie hebben kennisgenomen van het voorliggende wetsvoorstel. Deze leden hebben op dit moment geen vragen.
2. Aanleiding
(1) De leden van de PVV-fractie willen aan de regering vragen hoeveel procent van alle Nederlandse gemeenten momenteel een registratieplicht, vergunningplicht en nachtencriterium hebben ingesteld.
Ongeveer 30 tot 35 gemeenten maken momenteel gebruik van de mogelijkheden die de Wet toeristische verhuur van woonruimte (hierna: Wet toeristische verhuur) biedt.1 Een overzicht hiervan wordt momenteel bijgehouden op www.toeristischeverhuur.nl. Het verschilt per gemeente welke instrumenten er worden ingezet. De gemeenten Amsterdam, Den Haag en Utrecht maken gebruik van alle instrumenten uit de genoemde wet.2
2.1. Context en achtergrond van nationale wet- en regelgeving op het gebied van toeristische verhuur
(2) De leden van de BBB-fractie lezen dat online platforms gegevens zoals het aantal verblijvende gasten en de verblijfsplaats van huurders moeten delen met het centraal digitaal toegangspunt. Kan de regering nader onderbouwen waarom het noodzakelijk is dat online platforms deze gegevens moeten verzamelen? (3) Hoe weegt de regering dit fundamentele recht op privacy van burgers af tegen het doel van handhaving, aangezien er zelfs erkent wordt dat dit inzicht geeft in het privéleven van bewoners en gasten?
Het is voor gemeenten van belang dat zij weten hoeveel gasten er zijn verbleven in een bepaalde woning. Met de data die de platforms leveren over het aantal verbleven gasten, kunnen gemeenten controleren of aan de voorwaarden die op grond van de Omgevingswet gesteld zijn aan bijvoorbeeld brandveiligheid, is voldaan. Voor wat betreft het land waar elke gast zijn verblijfplaats heeft, heeft de Europese Commissie aangegeven dat zij dit wenselijk vindt voor statistische doeleinden. Omdat de Europese verordening op dit punt de lidstaten geen beleidsruimte biedt, kan hier in onderhavig wetsvoorstel niet van worden afgeweken.
(4) Deze leden lezen dat de aanleiding voor deze verordening de bezorgdheid over de afnemende beschikbaarheid van woningen en stijgende huurprijzen door platformverhuur is. Kan de regering toelichten in hoeverre dit probleem daadwerkelijk speelt in krimpregio’s en agrarische gebieden, waar toeristische verhuur (zoals kleinschalige B&B's op boerderijen) juist een essentiële nevenactiviteit is voor het economisch voortbestaan van het platteland. Kan de regering concreet toelichten op welke wijze deze regelgeving daadwerkelijk bijdraagt aan het verminderen van het woningtekort? (5) Welke meetbare effecten verwacht de regering op de beschikbaarheid van woningen voor langdurige bewoning, en op welke termijn zouden deze effecten zichtbaar moeten zijn?
Uit de huidige Wet toeristische verhuur volgt3 dat gemeenten naast het bestrijden van onevenwichtige en onrechtvaardige effecten van schaarste aan woonruimte het behoud van de leefbaarheid van de woonomgeving als overweging kunnen gebruiken om tot regulering van toeristische verhuur over te gaan. Deze grondslag is noodzakelijk zodat ook gemeenten in bijvoorbeeld krimpregio’s of kustgebieden waar weinig schaarste aan woonruimte bestaat, maar mogelijk wel leefbaarheidsproblemen bestaan door overmatige verhuur van woningen aan toeristen, daar waar dat noodzakelijk is tot regulering kunnen overgaan. De effecten op de beschikbaarheid van woningen zullen worden meegenomen bij de evaluatie van de Wet toeristische verhuur en onderhavig wetsvoorstel. Indien het wetsvoorstel wordt aangenomen zal ik deze evaluatie vóór 1 januari 2028 dienen uit te voeren.4 Daarbij zal ik ook aandacht hebben voor de effecten van de wet op buitengebieden.
(6) Zij lezen dat de verzamelde verhuurdata door gemeenten mag worden gebruikt voor toezicht op de Omgevingswet, specifiek op het gebied van veiligheid en gezondheid. Kan de regering uitsluiten dat deze data-uitwisseling als een 'achterdeur' wordt gebruikt om de permanente bewoning van recreatiewoningen op te sporen en te handhaven, in plaats van het bestrijden van overlast door toeristen?
De Wet toeristische verhuur geeft gemeenten de instrumenten om toeristische verhuur van woonruimte te reguleren. Of gemeenten dit instrumentarium kunnen inzetten ten aanzien van recreatiewoningen hangt daarmee af van de vraag of een individuele recreatiewoning een woonruimte is.5 Het moet dan gaan om een 1) een besloten ruimte die, al dan niet tezamen met een of meer andere ruimten, bestemd of geschikt is voor bewoning door een huishouden of 2) een standplaats. Het ligt daarmee aan de lokale feiten en omstandigheden of een individuele recreatiewoning voldoet aan het begrip woonruimte. Daarbij dient zowel de bestemming als het feitelijk gebruik worden beoordeeld. Mocht een recreatiewoning worden aangemerkt als woonruimte, dan is het vervolgens aan de individuele gemeenteraden om te besluiten of ze toeristische verhuur in de recreatiewoning willen reguleren. De individuele gemeenteraad kan hier maatwerk op toepassen. Wel merk ik op dat zolang een recreatiewoning niet wordt verhuurd aan toeristen, er vanuit het centraal digitaal toegangspunt over deze recreatiewoning geen data wordt verstrekt.
2.2. De Europese verordening kortetermijnverhuur
(7) De leden van de CDA-fractie begrijpen dat de Europese verordening voorschrijft dat lidstaten een nationaal digitaal toegangspunt inrichten voor gegevensuitwisseling met platforms. Deze leden vragen hoe bij de nationale inrichting van dit systeem wordt geborgd dat gemeenten - die verantwoordelijk zijn voor het lokale beleid en de handhaving rond kortetermijnverhuur - daadwerkelijk beschikken over de gegevens die zij nodig hebben om te sturen op hun lokale situatie.
Gemeenten die hierom vragen krijgen de data uit het centraal digitaal toegangspunt verstrekt. Dit volgt uit de verordening kortetermijnverhuur. Met deze data kunnen gemeenten ervoor kiezen om bij overtreding van de lokale regels over toeristische verhuur uit de huisvestingsverordening handhavend op te treden. Hoe dit in de praktijk vorm krijgt, licht ik toe in de beantwoording van de vragen 25 en 26.
(8) De leden van de BBB-fractie lezen dat de Nederlandse Huisvestingswet 2014 spreekt over "woonruimte", terwijl de Europese verordening het bredere begrip "eenheden" hanteert. Kan de regering garanderen dat kleinschalige recreatieve objecten op het platteland, zoals omgebouwde stallen, pipowagens of B&B-kamers op boerderijen, niet onbedoeld onder het regime van de Huisvestingswet 2014 vallen als zij strikt genomen geen zelfstandige 'woonruimte' zijn?
In aanvulling op mijn antwoord op vraag 6 van de BBB-fractie kan ik aangeven dat eenheden die niet kwalificeren als woonruimte als bedoeld in artikel 1 van de Huisvestingswet 2014 niet onderworpen kunnen worden aan de regels in de lokale huisvestingsverordening over toeristische verhuur van woonruimte. Ik kan in generieke zin niet voor elke omgebouwde stal, pipowagen of B&B-kamer op boerderijen aangeven of er sprake is van woonruimte. Dit is afhankelijk van de concrete omstandigheden en ter beoordeling van de gemeente waar deze eenheden zich bevinden. Hierbij zijn zowel de publiekrechtelijke bestemming vanuit ruimtelijke ordening als de beoordeling of de eenheid geschikt is voor bewoning door een huishouden relevant.
(9) Hoe wordt voorkomen dat gemeenten deze wet gebruiken om de toeristische sector in het buitengebied te frustreren?
Ik deel uw mening dat toerisme in het buitengebied van belang is. De Wet toeristische verhuur geeft gemeenten enkel instrumentarium om toeristische verhuur van woonruimte te reguleren. Andere vormen van toerisme blijven buiten het toepassingsbereik van die wet. Het is vervolgens aan de individuele gemeenteraden om in de lokale huisvestingsverordening te bepalen of, en op welke wijze, toeristische verhuur wordt gereguleerd. Daarbij kan ervoor worden gekozen om bepaalde (geografische) gebieden expliciet aan te wijzen of juist uit te zonderen wat betreft het toepassingsbereik van de regels.
3. Inhoud van het wetsvoorstel
3.1. Algemeen
(10) De leden van de VVD-fractie vragen hoe wordt gewaarborgd dat de voorgestelde verplichtingen niet leiden tot een onevenredige toename van administratieve lasten.
Ik begrijp de zorg dat nieuwe verplichtingen kunnen leiden tot extra administratieve lasten. Tegelijkertijd is het uitgangspunt van de verordening kortetermijnverhuur júist om bestaande versnippering en uiteenlopende nationale verplichtingen binnen de Europese Unie te vervangen tot een geharmoniseerd en gestandaardiseerd systeem. Uit de regeldrukanalyse van de Europese Commissie blijkt dat de huidige situatie leidt tot aanzienlijke kosten voor online platforms door uiteenlopende dataverzoeken. Door standaardisatie en het centraal digitaal toegangspunt wordt beoogd deze lasten te verminderen. Daarnaast geldt dat ook voor gemeenten sprake is van lastenverlichting. In de huidige situatie hebben gemeenten vaak moeite om betrouwbare en volledige data te verkrijgen en zijn zij aangewezen op arbeidsintensieve en kostbare methoden. Denk hierbij aan het handmatig verzamelen en verifiëren van gegevens. De verordening voorziet in het oprichten van een centraal digitaal toegangspunt en gestandaardiseerde datadeling. Hierdoor krijgen gemeenten op een efficiëntere wijze toegang tot de benodigde gegevens voor toezicht en handhaving. Dit draagt bij aan een effectievere uitvoering van lokaal beleid met minder uitvoeringslasten.
(11) De leden van de CDA-fractie vragen hoe de regering voorkomt dat gemeenten straks wel beschikken over meer gegevens over kortetermijnverhuur, maar in de praktijk slechts beperkt handelingsperspectief hebben om op basis van deze gegevens daadwerkelijk te sturen. Kan de regering toelichten hoe bij de inrichting en werking van het systeem wordt geborgd dat de beschikbaarheid van gegevens ook daadwerkelijk leidt tot effectievere mogelijkheden voor gemeenten om in te grijpen wanneer woningen structureel worden onttrokken aan de woonfunctie of wanneer leefbaarheidsproblemen ontstaan in wijken?
De data die online platforms voor toeristische verhuur moeten leveren aan het centraal digitaal toegangspunt is behulpzaam bij handhaving. Zo moeten de platforms het daadwerkelijk aantal verhuurde nachten per adres doorgeven. Hiermee kan een gemeenten nagaan of een verhuurder zich aan het in die gemeente gestelde maximumaantal verhuringen of de meldplicht heeft gehouden. Indien op grond van de geleverde data blijkt dat een verhuurder de lokale regels heeft overtreden kan de gemeente richting die verhuurder optreden. Als gevolg van het wetsvoorstel ontstaat dus juist een goed handelingsperspectief voor gemeenten om doelmatig het toezicht en de handhaving vorm te geven.
(12) Deze leden vragen op welke wijze de regering wil volgen of het systeem daadwerkelijk bijdraagt aan het beschermen van woonwijken en de woningvoorraad. Hoe wordt gemonitord of gemeenten de ontvangen gegevens daadwerkelijk kunnen benutten voor toezicht, handhaving en beleidssturing?
De effecten op de beschikbaarheid van woningen zullen worden meegenomen bij de evaluatie van de huidige Wet toeristische verhuur en dit wetsvoorstel. Daarbij zal ik ook aandacht hebben voor de effecten van de wet op de leefbaarheid en in welke mate de ontvangen data een bijdrage heeft geleverd voor het toezicht en de handhaving.
(13) De leden van de BBB-fractie lezen dat het wetsvoorstel verhuurders verplicht om bij de aanvraag van een registratienummer extra gegevens aan te leveren, zoals het telefoonnummer en het aantal bedden. Hoe verhoudt deze extra administratieve last zich tot de belofte van deze regering om de regeldruk voor ondernemers te verminderen?
Ik begrijp de vraag naar de verhouding tussen de aanvullende informatieverplichtingen en de ambitie om de regeldruk te beperken. De aanvullende gegevens, zoals het telefoonnummer en het aantal bedden, vloeien rechtstreeks voort uit de Europese verordening. De verordening geeft de lidstaten op dit punt geen ruimte om hiervan af te wijken. Het betreft hier verder een minimale handeling voor de aanvrager om in te vullen. Deze gegevens zijn bedoeld zodat gemeenten het toezicht en de handhaving effectiever in kunnen regelen en gemeenten beter inzicht te bieden in het gebruik van woonruimten.
3.2. Verplichtingen voor aanbieders, onlineplatforms en
overheidsinstanties
3.2.1. Verplichtingen voor aanbieders van toeristische verhuur (verhuurders)
(14) De leden van de VVD-fractie vragen waarom aanvullende gegevens zoals een telefoonnummer en het aantal bedden noodzakelijk is.
Zie het antwoord op vraag 13 van de BBB-fractie.
(15) Ook vragen deze leden hoe kan worden voorkomen dat kleine verhuurders disproportioneel worden geraakt, o.a. ook door extra lasten en administratie. Daarbij vragen zij of er onderscheid wordt gemaakt tussen commerciële en incidentele verhuurders, en of schaalgrootte wordt meegenomen.
Voor verhuurders doet het niet ter zake of ze vaak of incidenteel verhuren. Een registratienummer hoeft een verhuurder maar één keer aan te vragen en staat dus los van het aantal verhuringen aan toeristen. Het enige wat hieraan wordt toegevoegd is dat verhuurders een telefoonnummer en het aantal bedden moeten opgeven bij de eenmalige registratieverplichting. Enig onderscheid tussen commerciële en incidentele verhuurders doet in die context niet ter zake.
3.2.2. Verplichtingen voor online platforms
(16) De leden van de BBB-fractie lezen dat verhuurders worden verplicht hun gegevens te actualiseren bij elke "wezenlijke verandering". Kan de regering garanderen dat dit niet leidt tot onnodige bureaucratie en handhavingsverzoeken voor ondernemers die bijvoorbeeld incidenteel een extra bed bijplaatsen voor gasten?
Het wetsvoorstel gaat niet (meer) uit van een actualiseringsplicht bij elke “wezenlijke verandering”. Dit is naar aanleiding van het advies van het Adviescollege Toetsing Regeldruk gewijzigd. De actualiseringsplicht geldt nu enkel in de gevallen waarin de Europese verordening actualisering verplicht stelt in artikel 5, vierde lid. Het gaat hier bijvoorbeeld om een wijziging van het adres, het type woonruimte of het aantal bedden. Het is logisch dat deze wijziging moet worden doorgegeven aan de gemeente omdat dit belangrijke informatie is over de activiteit van toeristische verhuur. Onderhavig wetsvoorstel bevat overigens de uitvoering van de Europese verordening in de Nederlandse wetgeving. Van deze verordening kan niet worden afgeweken omdat die directe werking heeft en de verordening de lidstaten op dit onderwerp geen beleidsruimte biedt om eigenstandige keuzes te maken.
3.2.3. Verplichtingen voor de Rijksoverheid
(17) De leden van de VVD-fractie lezen dat er een centraal digitaal toegangspunt zal worden ingericht. Daartoe hebben deze leden nog enkele vragen. Zo vragen zij wat de risico’s zijn van vertraging of kostenoverschrijding bij de ontwikkeling van dit toegangspunt en welke fallback-optie er bestaat indien het systeem niet tijdig operationeel is. (18) Daarbij vragen de leden van de VVD-fractie ook hoe cybersecurity en databeveiliging worden geborgd.
De bouw van het centraal digitaal toegangspunt loopt op schema. Sinds december 2025 is het gereed voor de belangrijkste taak: het ontvangen van activiteitsgegevens die online verhuurplatforms vanaf de ingangsdatum van de wet zullen moeten verstrekken. Daarbij was geen sprake van kostenoverschrijding. Ook bij de doorontwikkeling die momenteel plaatsvindt is op dit moment geen sprake van kostenoverschrijding. Bij het ontwerp en de bouw is vanaf het begin rekening gehouden met aspecten van toegangsbeveiliging en databeveiliging. De code is open source beschikbaar gesteld en voor iedereen in te zien. De Europese Commissie heeft de code en ontwerp van het Nederlandse centraal digitaal toegangspunt in januari 2026 bestempeld als referentiesysteem voor alle EU-lidstaten. De code wordt sindsdien door diverse landen en online verhuurplatforms actief gereviewd. Een aantal lidstaten gebruikt delen of de gehele code voor hun eigen landelijke implementatie.
(19) De leden van de VVD-fractie vragen welke privacyrisico’s samenhangen met het genereren van openbare lijsten.
Op het centraal digitaal toegangspunt zullen twee soorten lijsten worden gepubliceerd. Ten eerste een lijst van gebieden binnen gemeenten waar een registratieprocedure voor toeristische verhuur van toepassing is. Ten tweede een lijst van gebieden waarvoor gemeenten gegevens hebben opgevraagd bij het centraal digitaal toegangspunt. Beide lijsten bevatten geen tot een persoon herleidbare gegevens. Van persoonsgegevens is daarmee geen sprake. Verder zal een openbaar register worden bijgehouden met alle registratienummers. Het registratienummer is echter zo vormgegeven dat het nummer alleen voor de gemeente herleidbaar is naar de aanvrager en het adres van de woonruimte die voor toeristische verhuur wordt aangeboden. Dit is nodig voor toezicht en handhaving. Voor derden is dit niet herleidbaar. Dit is zo vastgelegd in het Besluit registratie toeristische verhuur van woonruimte. Hiermee wordt de privacy van verhuurders beschermd.
(20) De leden van de BBB-fractie lezen dat kleine- en micro-onlineplatforms verhuurdata handmatig moeten delen, wat wordt geschat op €600 per kwartaal. Erkent de regering dat deze kosten vaak worden doorberekend aan de verhuurders, waardoor de concurrentiepositie van kleinschalige, regionale boekingssites die specifiek gericht zijn op plattelandstoerisme onder druk komt te staan?
Ik zie hier geen risico dat dergelijke platforms onder druk komen te staan. Dit vanwege het geringe bedrag dat door de Europese Commissie is ingeschat aan kosten per kwartaal (600 euro) en omdat er een laagdrempelige tool wordt ontwikkeld voor kleine of micro-platforms6 die handmatig de data willen aanleveren aan het centraal digitaal toegangspunt.
4. Gevolgen
4.1. Algemeen
(21) De leden van de BBB-fractie lezen dat hoewel de verordening spreekt over "vrijstellingen" voor kleine platforms, de verplichtingen voor de individuele verhuurder (zoals de boer met een kleine camping) onverminderd groot blijven. Waarom heeft de regering niet gezocht naar een drempelwaarde voor kleinschalige ondernemers (bijvoorbeeld een maximaal aantal nachten per jaar), zodat zij niet worden opgezadeld met dezelfde registratie- en actualiseringsplichten als grote commerciële beleggers in steden?
De introductie van een drempelwaarde zou ingaan tegen de Europese verordening en is daarom niet toegestaan. Gemeenten kunnen de instrumenten uit de Wet toeristische verhuur inzetten om toeristische verhuur te reguleren met het oog op het behoud of de samenstelling van de woonruimtevoorraad of het behoud van de leefbaarheid van de woonomgeving. Als daar lokaal noodzaak toe is kan de gemeenteraad kiezen om toeristische verhuur te reguleren. Gelet hierop maakt het weinig uit of een woonruimte wordt verhuurd door een kleinschalige of een grootschalige ondernemer. Het aantal woonruimten dat binnen een gebied voor toeristische verhuur wordt verhuurd is meer relevant. Indien onderhavig wetsvoorstel wordt aangenomen, zal ik bij de evaluatie bezien of de uitvoeringslasten voor individuele verhuurders nog passend zijn.
4.2. Gevolgen voor onlineplatforms
(22) De leden van de CDA-fractie vragen hoe bij de inrichting van het systeem wordt voorkomen dat de administratieve lasten voor platforms onnodig toenemen.
De verordening ziet op een op Europees niveau geharmoniseerde en gestandaardiseerde eenmalige registratieverplichting. In de huidige situatie zijn er binnen de Europese Unie versnipperde en uiteenlopende nationale en lokale verplichtingen. Het doel van de verordening is om dit te harmoniseren om onder andere te voorkomen dat online platforms moeten werken met verschillende formats, frequenties en procedures. Nieuw daarbij is de verplichting dat platforms verhuurdata moeten delen. Deze gegevens zullen via het centraal digitaal toegangspunt op een uniforme en grotendeels geautomatiseerde wijze worden gedeeld. Hiermee wordt beoogd dat de verplichtingen voor platforms proportioneel en uitvoerbaar blijven. Tegelijkertijd wordt voorzien in de benodigde data voor toezicht en handhaving door gemeenten.
4.3. Gevolgen voor burgers
(23) De leden van de VVD-fractie vragen in hoeverre dit wetsvoorstel bijdraagt aan de betaalbaarheid van woningen, en of het risico bestaat dat aanvullende regulering juist leidt tot een afname van het beschikbare aanbod.
De betaalbaarheid van woningen is van veel factoren afhankelijk en het effect van deze regels is daarmee niet goed inzichtelijk te maken. De beschikbaarheid van woningen, met andere woorden of er woningen als gevolg van dit wetsvoorstel zijn toegevoegd aan de reguliere voorraad, is daarentegen eenvoudiger te onderzoeken. In de evaluatie zal ik aandacht geven welke gevolgen het wetsvoorstel heeft voor de beschikbaarheid van woningen. Van de gemeente Amsterdam heb ik al wel begrepen dat het aanbod van advertenties significant is gedaald na de invoering van de Wet toeristische verhuur en dat grootschalige illegale verhuur aan toeristen is ingeperkt. Hoewel exacte cijfers ontbreken, ligt het in de rede dat dergelijke woningen weer aan de woningvoorraad zijn toegevoegd. Ik zal hier aandacht aan besteden in de genoemde evaluatie.
(24) Voorts vragen deze leden in hoeverre de voorgestelde maatregelen gevolgen hebben voor arbeidsmigranten, die veelal afhankelijk zijn van tijdelijke en flexibele huisvesting, en of het risico bestaat dat deze groep hierdoor moeilijker woonruimte kan vinden.
Gemeenten die toeristische verhuur reguleren kunnen naast de eenmalige registratieverplichting ervoor kiezen het aantal nachten dat een woonruimte aan toeristen mag worden verhuurd te beperken. De gemeente moet dit onderbouwen vanuit het perspectief van schaarste of leefbaarheid. Dit kan een legitieme beperking zijn op hoe vaak een woning beschikbaar is voor toeristen. Dit volgt uit de Wet toeristische verhuur die sinds 1 januari 2021 in werking is getreden. De Europese verordening en voorliggend wetsvoorstel brengen hier geen verandering in.
4.4. Gevolgen voor het Rijk en decentrale overheden
(25) De leden van de CDA-fractie vragen hoe het proces er in de praktijk uit zal zien wanneer een gemeente signalen uit de data ontvangt die mogelijk duiden op overtreding van lokale regels rond kortetermijnverhuur. (26) Welke stappen kan een gemeente vervolgens zetten en welke bevoegdheden kan zij daarbij inzetten?
Het college van B&W van een gemeente die in de lokale huisvestingsverordening regels heeft gesteld om toeristische verhuur van woonruimte te reguleren, kan het centraal digitaal toegangspunt verzoeken om gegevens uit het centraal digitaal toegangspunt te ontvangen. Via deze gegevensdeling ontvangt het college onder andere het aantal nachten waarvoor een eenheid wordt gehuurd en het aantal gasten waaraan de eenheid per nacht is verhuurd. Met deze data kan het college vervolgens nagaan of een verhuur blijft binnen de lokale regels over het aantal nachten dat per jaar mag worden verhuurd. Hetzelfde geldt voor de naleving van de meldplicht. Indien dit niet het geval is, kan de gemeente ervoor kiezen om te handhaven op deze lokale regels. Dit kan in de vorm van een last onder dwangsom, een last onder bestuursdwang of een bestuurlijke boete. Het is aan de individuele gemeente om haar eigen handhavingsbeleid vorm te geven.
5. Uitvoering, toezicht en handhaving
5.1. Toezicht en handhaving door gemeenten
(27) Hoewel de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie positief zijn dat gemeenten extra handvatten krijgen om te handhaven op illegaal gebruik van woningen, vragen deze leden zich wel af of gemeenten genoeg capaciteit hebben om de extra taken uit te voeren die zij krijgen. Is geïnventariseerd of gemeenten genoeg capaciteit hebben om toezicht te houden op de naleving van deze verordening? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wat kwam er uit deze inventarisatie?
Met het wetsvoorstel kan een gemeente het toezicht en de handhaving juist efficiënter inrichten om excessen te bestrijden. Zie ook het antwoord op vraag 11. Daarnaast krijgt de gemeente de bevoegdheid een registratienummer op te schorten indien de aanbieder op verzoek van de gemeente geen aanvullende informatie verstrekt indien dat noodzakelijk blijkt. Met het wetsvoorstel kan een meer sluitend systeem in de handhaving worden toegepast waarmee een betere balans tussen wonen en toerisme kan worden bewerkstelligd enerzijds en anderzijds kan het gevolg hiervan zijn dat een gemeente hiervoor meer capaciteit vrij zou moeten maken. Het is aan de gemeente om een afweging te maken tussen de inzet van ambtelijke capaciteit en de genoemde balans tussen wonen en toerisme.
(28) Voorts merken zij op dat de kosten voor gemeenten die nog geen registratiesysteem hebben en willen aansluiten bij het centraal digitaal toegangspunt, worden geschat op €30.000, en de jaarlijkse onderhoudskosten op €36.000. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben gelezen dat het Rijk deze verbindingskosten op het datadeelsysteem niet voor de gemeenten vergoedt. Deze leden vragen de regering waarom het Rijk niet bereid is hiertoe, gezien de enorme bezuinigingen op gemeenten en oplopende tekorten bij gemeenten.
Gemeenten kunnen gebruik maken van de instrumenten uit de Wet toeristische verhuur maar dit is geen verplichting. Het is aan de gemeente om afhankelijk van de lokale omstandigheden te bepalen of toeristische verhuur in woningen moet worden gereguleerd. Hierbij maakt de gemeente een afweging tussen kosten en capaciteit enerzijds en het reguleren en daarvan te verwachten effect anderzijds.
(29) De leden van de CDA-fractie vragen hoe de verhouding wordt ingericht tussen het nationale digitale toegangspunt en de registratiesystemen die gemeenten zelf hanteren. Hoe verhouden deze systemen zich technisch en organisatorisch tot elkaar?
In de Wet toeristische verhuur is de verantwoordelijkheid voor de registratiesystemen waarin verhuurders een registratienummer kunnen aanvragen bij de gemeenten neergelegd. In het onderhavige wetsvoorstel wordt voorgesteld de verantwoordelijkheid voor het nieuw op te richten centraal digitaal toegangspunt bij mijn ministerie neer te leggen. Daarmee zijn het centraal digitaal toegangspunt en de registratiesystemen organisatorisch van elkaar gescheiden. Technisch gesproken functioneren het nationale centraal digitaal toegangspunt en de registratiesystemen onafhankelijk van elkaar. Het centraal digitaal toegangspunt krijgt een automatische koppeling (een zogeheten API) met de lokale registratiesystemen.
(30) Deze leden vragen voor welke concrete doeleinden gemeenten de gegevens uit het nationale datapunt mogen gebruiken. In hoeverre mogen gemeenten deze gegevens inzetten voor toezicht en handhaving op lokale regels rond kortetermijnverhuur, zoals vergunningplicht of maximumaantallen verhuurdagen? (31) Zij vragen of gemeenten de ontvangen gegevens mogen koppelen aan andere gemeentelijke gegevensbestanden, bijvoorbeeld registratiesystemen of vergunningadministraties, voor zover dit nodig is voor toezicht en handhaving.
Gemeenten mogen de data uit het centraal digitaal toegangspunt gebruiken voor 1) het toezicht op de naleving van de registratieplicht, het nachtencriterium en de meldplicht en het vergunningsstelsel, 2) het toezicht op de naleving van de krachtens artikel 4.3 van de Omgevingswet gegeven voorschriften vanuit het oogpunt van veiligheid, gezondheid en bruikbaarheid van de woonruimte en 3) de heffing en invordering van de toeristenbelasting. Mits gemeenten binnen deze drie doeleinden blijven, mogen zij de data gebruiken op een wijze die hen het meest doelmatig voorkomt.
(32) De leden van de CDA-fractie vragen op welke wijze gemeenten de gegevens uit het systeem kunnen gebruiken om te sturen op druk op de woningvoorraad. In hoeverre biedt het systeem gemeenten inzicht in de mate waarin woningen structureel aan de woningvoorraad worden onttrokken door toeristische verhuur? (33) Deze leden vragen hoe gemeenten de gegevens uit het systeem kunnen gebruiken bij het aanpakken van leefbaarheidsproblemen in wijken waar veel kortetermijnverhuur plaatsvindt. Hoe ziet de regering voor zich dat gemeenten met behulp van deze gegevens daadwerkelijk kunnen sturen op ontwikkelingen in wijken waar de druk op de leefbaarheid toeneemt? (34) Zij vragen welke beperkingen gelden voor gemeenten bij het gebruik van deze gegevens voor toezicht en handhaving.
Gemeenten kunnen uit het centraal digitaal toegangspunt data ontvangen over welke woonruimte, wanneer en voor hoeveel nachten is verhuurd. Dit geeft gemeenten inzicht in de mate waarin woningen aan de woningvoorraad worden onttrokken. Dit is een grote meerwaarde ten opzichte van de huidige wetgeving waarin gemeenten alleen de meldingen die verhuurders zelf hebben gedaan ontvangen. Die meldingen zijn meer fraudegevoelig dan de data afkomstig uit het centraal digitaal toegangspunt die immers wordt aangeleverd door de platforms. De doelen waarvoor deze data mag worden gebruikt zijn vanwege de proportionaliteit expliciet opgenomen in de wet. Zie hiervoor verder de beantwoording van de vragen 30 en 31.
(35) De leden van de CDA-fractie vragen hoe bij de verdere inrichting van het systeem wordt geborgd dat gemeenten voldoende betrokken blijven bij de ontwikkeling van de dataverzameling en gegevensuitwisseling.
Ik ben doorlopend in gesprek met gemeenten die zijn aangesloten op het huidige registratiesysteem en neem hen mee in de verdere ontwikkelingen van het centraal digitaal toegangspunt en op welke wijze zij daar technisch bij kunnen aansluiten. Voor gemeenten die mogelijk interesse hebben en gemeenten die reeds zijn aangesloten worden er daarnaast voorlichtingssessies georganiseerd. Daarnaast kunnen de gemeenten de code en documentatie van het centraal digitaal toegangspunt indien gewenst zelf inzien.
5.2. Toezicht en handhaving door de ACM en ILT
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie merken op dat het toezicht op de verplichtingen voor online platforms wordt belegd bij de Autoriteit Consument & Markt (ACM) en de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT). Deze leden vragen zich af wat dit betekent voor de uitvoeringspraktijk. Zij lezen dat bij de ACM nu 1 fte wordt vrijgemaakt, bij de ILT 2 fte en bij het ministerie van Volkshuisvesting en ruimtelijke Ordening (VRO) 1 fte voor de nieuwe toezichthoudende werkzaamheden. (36) De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen de regering om uit te leggen waarom wordt verwacht dat enkele personen deze toezichthoudende taken kunnen vervullen.
De reden dat het toezicht- en handhaving naar verwachting met een beperkt aantal fte’s kan worden uitgevoerd is dat het hier gaat om bepalingen die zien op de (technische) inrichting van platforms en de uitwisseling van gegevens tussen platforms, het centraal digitaal toegangspunt en gemeenten. Het toezicht hierop kan grotendeels technisch worden ingeregeld. Indien een platform niet voldoet aan het delen van data met het centraal digitaal toegangspunt zullen de gemeenten deze data niet ontvangen. Dit kan gemeld worden waarna de ILT vervolgens kan verifiëren of er inderdaad geen data is geleverd door platforms met behulp van het centraal digitaal toegangspunt en bezien of handhavend opgetreden zal moeten worden. In zoverre is sprake van reactief gestuurd toezicht. Verder is het toezicht grotendeels binair; er is data gedeeld of niet. Er is in die zin dan ook weinig beoordelingsruimte. Dit betekent dat toezicht beperkte inzet van mensen met zich brengt, hetgeen het beperkte aantal fte’s verklaart. Daarnaast heeft de Europese Commissie in de verordening de keuze gemaakt het toezicht op de uitvoering van artikel 7, eerste lid, en artikel 8 van de verordening kortetermijnverhuur te laten lopen via de bestaande kaders van het toezicht op de digitale dienstenverordening (DSA). Het gaat hier – kort gezegd- om 1) het toezicht op de verplichting voor platforms om de online interface zodanig in te richten dat verhuurders voorafgaand aan het aanbieden van woonruimte verklaren of een registratieplicht geldt en, indien dat het geval is, een registratienummer te verstrekken en te vermelden in de advertentie alvorens kan worden overgegaan tot verhuur en hierop steekproefsgewijze controles uit te voeren en 2) het toezicht op de verplichting voor platforms om alles in het werk te stellen om te beoordelen of eigen verklaringen van verhuurders volledig zijn, op voorwaarde dat de beoordeling hiervan op evenredige wijze kan worden uitgevoerd met behulp van het instrumenten die het centraal digitaal toegangspunt biedt. Dit toezicht is reeds bij de ACM belegd. In zoverre betekent dit dat er geen uitbreiding van toezichthoudende taken ontstaat.
(37) Deze leden merken op dat gemeenten die ervaring hebben met het handhaven op deze platforms, aangeven dat er een groot risico is dat platforms weigeren mee te werken of dat platforms proberen onder hun datadeelplicht uit te komen. (38) Zij vragen de regering of met dit feit rekening is gehouden bij het in kaart brengen van de uitvoeringspraktijk, en of er voldoende capaciteit wordt vrijgemaakt om niet meewerkende platforms tot meewerken te bewegen. Is de aanvullende uitvoeringstoets al uitgevoerd en afgerond? Zo nee, wanneer wordt deze verwacht? Zo ja, wat waren de resultaten?
Zoals in paragraaf 6.4.1 van de memorie van toelichting op het wetsvoorstel reeds is aangekondigd, heeft de ACM een nieuwe uitvoerbaarheids- en handhaafbaarheidstoets (UHT) uitgevoerd. Deze zend ik uw Kamer gezamenlijk met deze nota naar aanleiding van het verslag toe. Op 11 maart 2026 heeft de ACM mij haar bevindingen doen toekomen. Ik neem de opmerkingen van de ACM ter harte en ik ga hier opvolging aan geven in de inrichting van het verdere implementatieproces. Onderdeel daarvan is het gesprek met de ACM over welke capaciteit uiteindelijk noodzakelijk is voor de ACM om haar toezichtstaken afdoende uit te kunnen voeren. Tot slot hecht ik waarde op te merken dat de bezwaren die de ACM in de nieuwe UHT onder paragraaf 3.3 aanstipt reeds zijn verholpen in onderhavig wetsvoorstel. In artikel II is namelijk geregeld dat het toezicht en sanctionering van artikel 7, eerste en tweede lid, van de verordening dat de ACM op zich neemt loopt via de Uitvoeringswet DSA. Het gaat hier – kort gezegd - om het toezicht op de verplichting voor platforms om de online interface zodanig in te richten dat verhuurders voorafgaand aan het aanbieden van woonruimte verklaren of een registratieplicht geldt en, indien dat het geval is, een registratienummer te verstrekken en te vermelden in de advertentie alvorens kan worden overgegaan tot verhuur en hierop steekproefsgewijze controles uit te voeren.
(39) De leden van de BBB-fractie leden lezen dat de Afdeling kritiek uit op de versnippering van het toezicht tussen de ACM, de ILT en gemeenten. Kan de regering garanderen dat deze opdeling niet leidt tot een ondoorzichtige bureaucratische warboel voor verhuurders en platforms?
Mede naar aanleiding van het advies van de Afdeling Advisering van de Raad van State ben ik nader in gesprek gegaan en is de ACM bereid gevonden het toezicht op artikel 7, tweede lid, van de verordening op zich te nemen. Dit is een wijziging ten opzichte van het wetsvoorstel zoals dat ter advisering is aangeboden en heeft een vermindering van versnipperd toezicht tot gevolg. Wel blijft het zo dat naast de ACM ook de ILT een gedeelte van het toezicht en de handhaving (in mandaat) op zich zal nemen. Nadelige bureaucratische gevolgen zullen worden voorkomen door het maken van heldere werkafspraken tussen mijn ministerie, de ACM en de ILT. Daarnaast bevat het wetsvoorstel expliciete bepalingen waaruit volgt welke instantie toeziet op welke bepalingen. Hiermee wordt overlap in toezichtstaken uitgesloten.
(40) Hoe wordt voorkomen dat verschillende toezichthouders overlappende sancties opleggen voor hetzelfde feit?
De ACM en de ILT houden het toezicht op verschillende wettelijke bepalingen. Overlap in opgelegde sancties is hiermee uitgesloten nu eventuele sancties altijd zullen zien op verschillende verplichtingen.
5.3. Uitvoerbaarheid- en handhaafbaarheidstoets (UHT) ACM
(41) De leden van de PVV-fractie willen aan de regering vragen hoe de gesprekken op Europees niveau verlopen over een uniforme ontwikkeling van het centraal digitaal toegangspunt en de invulling van de open norm van “redelijke inspanningen om regelmatig de verklaringen van de verhuurders steekproefsgewijs te controleren”. Daarnaast willen deze leden aan de regering een toelichting vragen inzake welke belangrijke functionaliteiten Nederland een koploperspositie heeft ingenomen.
De Europese Commissie heeft in een eerder stadium een prototype voor een centraal digitaal toegangspunt laten ontwikkelen. Nederland heeft dit prototype als uitgangspunt gehanteerd en doorontwikkeld naar een productierijpe versie. Nederland was een van de eerste lidstaten met een functionerend, zij het nog incompleet, centraal digitaal toegangspunt. De ontwerpkeuzes hierbij werden (en worden) telkens besproken met de Europese Commissie en Europese lidstaten. Dit gebeurt zowel in technische overleggen als in de digitale ontwikkelomgeving. Nederland heeft daarbij heel bewust gekozen voor volledige transparantie door de code en discussiepunten online inzichtelijk te maken. Mede om bovenstaande redenen heeft de Europese Commissie de Nederlandse code als referentiecode bestempeld. Dit is de in uw vraag genoemde ‘koploperpositie’. Ten aanzien van de invulling van de open norm van ‘redelijke inspanningen’ lopen de gesprekken met de Europese Commissie, de Europese lidstaten en de online platforms nog. Mocht daar op korte termijn geen duidelijkheid over ontstaan vanuit de Europese Commissie, dan zal ik met de ACM als toezichthoudende partij op de steekproefsgewijze controles het handelingsperspectief bespreken wat betreft toezicht en handhaving op deze wat open geformuleerde norm.
6. Consultatie
Adviescollege toetsing regeldruk
(42) De leden van de BBB-fractie lezen dat het Adviescollege Toetsing Regeldruk (ATR) opmerkte dat de verplichting in het wetsvoorstel om informatie bij te werken strenger geformuleerd is dan de Europese verordening, die spreekt over bijwerken bij een "wezenlijke verandering". Kan de regering garanderen dat er geen sprake is van nationale koppen die de regeldruk onnodig verhogen?
Er is geen sprake van nationale koppen die de regeldruk onnodig verhogen. Overigens heb ik dit advies van de ATR ter harte genomen met als gevolg dat ik artikel 23a, vierde lid, van het wetsvoorstel heb gewijzigd ten opzichte van het wetsvoorstel dat aan de ATR is gezonden voor advies. Door deze wijziging wordt in het wetsvoorstel nu direct verwezen naar de Europese verordening zodat van een nationale kop geen sprake kan zijn.
De Vereniging van Nederlandse Gemeenten
(43) De leden van de PVV-fractie willen aan de regering vragen in hoeverre al duidelijk is wat de invulling wordt om het toezicht op de betreffende bepaling zo efficiënt en effectief mogelijk in te richten, zodat gemeenten de data van platforms ontvangen.
Ik verwijs hiervoor naar mijn beantwoording van de vragen 39 en 40.
HomeExchange
(44) De leden van de BBB-fractie lezen dat tijdelijke huizenruil voor vakantie via puntensystemen onder de definitie van "tegen betaling" gaat vallen en daarmee valt onder de registratieplicht Waarom is de regering van mening dat dit nodig is? (45) Is de regering niet bang dat dit type gastvrijheid zonder winstoogmerk onnodig wordt ontmoedigd door administratieve lasten die eigenlijk bedoeld zijn voor commerciële vakantieverhuur? (46) Deelt de regering de mening dat dit een ongepaste inbreuk is op het recht van burgers om hun eigen eigendom op basis van wederkerigheid en gastvrijheid te delen, zonder dat de overheid hier direct met een digitale registratieplicht bovenop zit?
Naar mijn oordeel wordt huizenruil met dit wetsvoorstel in de praktijk niet direct uitgesloten. Of huizenruil onder de reikwijdte van het begrip toeristische verhuur valt, hangt af van de vraag of er sprake is van het tegen betaling aanbieden van verblijf. Bij huizenruil, bijvoorbeeld via een puntensysteem, kan daarvan sprake zijn indien die ruil op geld waardeerbaar is. Het blijft het aan de individuele gemeenteraad om te besluiten of en op welke wijze een dergelijke vorm van toeristische verhuur lokaal wordt gereguleerd. Amsterdam heeft bijvoorbeeld in de lokale huisvestingsverordening opgenomen dat de regels voor vakantieverhuur gelden wanneer de aanbieder geld of iets extra’s zoals punten krijgt voor het aanbieden van een woning aan een toerist. Huizenruil waar de aanbieder geen geld of punten voor krijgt valt niet onder de regels.
Nota van wijziging
Tot slot bied ik uw Kamer een nota van wijziging aan. Met deze nota van wijziging wordt – op hoofdlijnen - een drietal onderwerpen geregeld.
Ten eerste wordt geregeld dat het CBS de data uit het centraal digitaal toegangspunt deelt met Eurostat. Hiermee wordt aangesloten bij de standaardpraktijk in de samenwerking tussen Eurostat en de nationale statistiekbureaus van de lidstaten. In het oorspronkelijke wetsvoorstel was echter opgenomen dat het centraal digitaal toegangspunt de data parallel verstrekt aan het CBS als Eurostat. Dit wordt zowel door het CBS als door Eurostat onwenselijk geacht.
Ten tweede wordt mogelijk gemaakt dat dat de inwerkingtreding van de verschillende artikelen, of onderdelen daarvan, van het wetsvoorstel op verschillende datums kunnen worden vastgesteld. Deze wijziging biedt de mogelijkheid om onderdelen van het wetsvoorstel met terugwerkende kracht in werking te laten treden. De reden hiervoor is dat het voorstelbaar is dat het wetsvoorstel niet vóór de inwerkingtreding van de verordening kortetermijnverhuur op 20 mei 2026 in werking kan treden. Vanaf 20 mei 2026 dienen online platforms voor toeristische verhuur data te leveren aan het centraal digitaal toegangspunt. De technische inrichting van het centraal digitaal toegangspunt is naar verwachting op die datum ook gereed. Juridisch gezien kan de datadeling echter pas plaatsvinden vanaf het moment van inwerkingtreding van de wet. Het zou zeer onwenselijk zijn als de data die vanaf 20 mei 2026 tot het moment van inwerkingtreding van het wetsvoorstel zou moeten worden geleverd niet gebruikt zou kunnen worden. Gemeenten kunnen dan immers minder doelmatig het toezicht en de handhaving op de regels over toeristische verhuur uitvoeren. Dit probleem zou kunnen worden opgelost door de artikelen die zien op de oprichting van het centraal digitaal toegangspunt met terugwerkende kracht in werking te laten treden bij koninklijk besluit. Dit houdt in dat alvast aan de slag kan worden gegaan met de oprichting van het centraal digitaal toegangspunt. Deze wijziging maakt dit mogelijk.
Ten derde worden fouten in de wetstechnische verwijzingen hersteld.
De minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,
Elanor Boekholt-O'Sullivan
Staatsblad 2020, 460.↩︎
Te weten: 1) registratieplicht, 2) nachtencriterium en meldplicht en 3) vergunningsstelsel.↩︎
Artikel 2, tweede lid, onderdeel b, van de Huisvestingswet 2014.↩︎
Zie Artikel I, onderdeel N, van het wetsvoorstel.↩︎
Als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Huisvestingswet 2014.↩︎
Klein of micro-onlineplatform voor kortetermijnverhuur als bedoeld in artikel 3, zesde lid, van de verordening kortetermijnverhuur.↩︎