[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

36904 Nota van wijziging inzake Wijziging van de Huisvestingswet 2014 en enkele andere wetten ter uitvoering van Verordening (EU) 2024/1028 over het verzamelen en delen van gegevens met betrekking tot diensten voor kortetermijnverhuur

Nota van wijziging

Nummer: 2026D17258, datum: 2026-04-13, bijgewerkt: 2026-04-13 08:31, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen:

Onderdeel van zaak 2026Z07690:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


36904 Wijziging van de Huisvestingswet 2014 en enkele andere wetten ter uitvoering van Verordening (EU) 2024/1028 over het verzamelen en delen van gegevens met betrekking tot diensten voor kortetermijnverhuur

NOTA VAN WIJZIGING

Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

A

In de considerans wordt “(PbEU 2024, L)” vervangen door “(PbEU 2024, L 2024/1028)”.

B

Artikel I wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel A, onderdeel 1, onder b, wordt in de begripsomschrijving van verordening kortetermijnverhuur “PbEU 2024, L” vervangen door “PbEU 2024, L 2024/1028”.

2. In onderdeel E, wordt na “een online platform voor toeristische verhuur” ingevoegd “en wordt “indien diegene” vervangen door “indien dat platform””.

3. In onderdeel F, onderdeel 2, het voorgestelde artikel 23f, vierde lid, wordt “Burgmeester” vervangen door “Burgemeester”.

4. Onderdeel G komt te luiden:

Na artikel 23h wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 23i

1. Voor zover de gemeenteraad toepassing heeft gegeven aan artikel 23a, eerste lid, kunnen burgemeester en wethouders een registratienummer als bedoeld in artikel 23a, eerste lid, opschorten:

a. in het geval, bedoeld in artikel 6, derde lid, van de verordening kortetermijnverhuur;

b. in het geval, bedoeld in artikel 6, vierde lid, van de verordening kortetermijnverhuur.

2. Voor zover de gemeenteraad toepassing heeft gegeven aan artikel 23a, eerste lid, kunnen burgemeester en wethouders aan een online platform voor toeristische verhuur een aanwijzing geven dat een aanbieding voor toeristische verhuur op het platform onverwijld dient te worden verwijderd of ontoegankelijk te worden gemaakt door het platform:

a. in het geval, bedoeld in artikel 6, derde lid, van de verordening kortetermijnverhuur;

b. in het geval, bedoeld in artikel 6, vierde lid, van de verordening kortetermijnverhuur;

c. in het geval, bedoeld in artikel 6, zesde lid, van de verordening kortetermijnverhuur.

3. Burgemeester en wethouders kunnen een registratienummer voor ten hoogste vier weken opschorten. Een registratienummer dat is opgeschort geldt niet als registratienummer als bedoeld in artikel 23a, eerste lid.

4. Voor zover de gemeenteraad toepassing heeft gegeven aan artikel 23a, eerste lid, kunnen burgemeester en wethouders een registratienummer als bedoeld in artikel 23a, eerste lid, intrekken in het geval, bedoeld in artikel 6, zesde lid, van de verordening kortetermijnverhuur.

5. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de vorm van een aanwijzing als bedoeld in het tweede lid.

5. Na onderdeel G wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

Ga

Na artikel 23i (nieuw) wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 23j

1. Onze Minister is verantwoordelijk voor de inrichting van een centraal digitaal toegangspunt waarnaar online platforms voor toeristische verhuur de gegevens, bedoeld in artikel 9, eerste en tweede lid, van de verordening kortetermijnverhuur verzenden. Onze Minister is tevens verantwoordelijk voor de verwerking van persoonsgegevens in dit systeem.

2. Onze Minister publiceert op het centraal digitaal toegangspunt een overzicht van:

a. de gemeenten waarin toepassing is gegeven aan artikel 23a, eerste lid; en

b. de gemeenten die tot verstrekking van gegevens uit het centraal digitaal toegangspunt hebben verzocht.

3. Onze Minister verstrekt op verzoek van burgemeester en wethouders van een gemeente die toepassing heeft gegeven aan artikel 23a, eerste lid, de gegevens die verwerkt worden in het centraal digitaal toegangspunt die betrekking hebben op een woonruimte in die gemeente in het kader van:

a. het toezicht op de naleving van de verboden, bedoeld in artikel 23a, eerste lid, artikel 23b, eerste of tweede lid, of artikel 23c, eerste lid;

b. het toezicht op de naleving van de krachtens artikel 4.3 van de Omgevingswet gegeven voorschriften vanuit het oogpunt van veiligheid, gezondheid en bruikbaarheid van de woonruimte; en

c. de heffing en invordering van de toeristenbelasting, bedoeld in artikel 224 van de Gemeentewet.

4. Onze Minister verstrekt de gegevens, bedoeld in artikel 12, vierde lid, van de verordening kortetermijnverhuur vanuit het centraal digitaal toegangspunt maandelijks aan het Centraal bureau voor de statistiek.

5. Het Centraal bureau voor de statistiek verstrekt de gegevens, bedoeld in het vierde lid, aan Eurostat.

6. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de inrichting van het centraal digitaal toegangspunt, de categorieën van persoonsgegevens, bedoeld in het eerste lid, de wijze waarop platforms voor toeristische verhuur gegevens met het centraal digitaal toegangspunt delen en de wijze waarop gegevens vanuit het centraal digitaal toegangspunt worden verstrekt.

6. In onderdeel L, onder 1, wordt “artikel 23d, eerste lid, onderdeel a” vervangen door “artikel 23d, eerste lid, onderdeel a,”.

7. Onderdeel N, komt te luiden:

Artikel 52 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid wordt “vijf jaar” vervangen door “zeven jaar”.

2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

3. Onze Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening is de autoriteit, bedoeld in artikel 14, van de verordening kortetermijnverhuur.


C

In artikel II, onderdeel A, het voorgestelde artikel 2.2, derde lid, wordt “(PbEU 2024, L)” vervangen door “(PbEU 2024, L 2024/1028)”.

D

Artikel IV vervalt, onder verlettering van artikel V tot artikel IV vervalt artikel IV.

E

Aan artikel IV (nieuw) wordt toegevoegd “In dat besluit kan worden bepaald dat artikel I, onderdelen A, F en Ga van deze wet terugwerkt tot en met een in dat besluit te bepalen tijdstip, dat voor de onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.”.

Toelichting

Onderdelen A, B onder 1, en C

Per abuis wordt in het wetsvoorstel foutief verwezen naar de verordening (EU) 2024/1028 van het Europees Parlement en de Raad van 11 april 2024 betreffende het verzamelen en delen van gegevens met betrekking tot kortetermijnverhuur van accommodatie en tot wijziging van Verordening (EU) 2018/1724 en naar het Publicatieblad van de Europese Unie. Deze wetstechnische omissies worden hiermee hersteld.

Onderdeel B, onder 2, 3, 5 en 6.

In dit onderdeel wordt ten eerste een wetstechnische verbetering aangebracht waardoor artikel 23e van de Huisvestingswet 2014 beter leesbaar wordt. Ten tweede worden verschrijvingen hersteld. Ten derde wordt wettelijk geregeld dat het Centraal bureau voor de statistiek (CBS) de gegevens, bedoeld in artikel 12, vierde lid, van de verordening kortetermijnverhuur die het CBS overeenkomstig de verordening ontvangt vanuit het centraal digitaal toegangspunt verstrekt aan Eurostat. In het voorstel van wet was deze gegevensverstrekking zo vormgegeven dat er vanuit het centraal digitaal toegangspunt gelijktijdig wordt verstrekt aan zowel het CBS als aan Eurostat. De gebruikelijke werkwijze is echter dat alle nationale statistiekbureaus van de lidstaten gegevens aan Eurostat verstrekken.1 De gegevenslevering op basis van de verordening kortetermijnverhuur vanuit CBS aan Eurostat wordt hiermee gestroomlijnd. Zo wordt voorkomen dat er verschillende gegevensstromen kunnen ontstaan en is de vergelijkbaarheid van de officiële statistieken geborgd. Met deze nota van wijziging wordt aangesloten op deze werkwijze.

Onderdelen B, onder 7, en D

Met deze onderdelen wordt geregeld dat de aanwijzing van de autoriteit, bedoeld in artikel 14, van de verordening kortetermijnverhuur in de Huisvestingswet 2014 zichtbaar wordt in plaats van dat daarvoor onderhavig wetsvoorstel moet worden geraadpleegd. Dit verhoogt de zichtbaarheid. Omdat de hier bedoelde autoriteit verantwoordelijk wordt voor de monitoring van de uitvoering van de verordening en om de twee jaar verslag uitbrengt aan de Commissie over de uitvoering van de verordening wordt de evaluatiebepaling in de Huisvestingswet 2014 (artikel 52) een passend artikel geacht.

Onderdeel E en onderdeel B, onder 4 en 5

Met deze wijziging wordt geregeld dat de inwerkingtredingsdata van de verschillende artikelen, of onderdelen daarvan, van het wetsvoorstel op verschillende datums kunnen worden vastgesteld. De reden waarom deze wijziging noodzakelijk is, is dat het voorstelbaar is dat het wetsvoorstel niet vóór de inwerkingtreding van de verordening kortetermijnverhuur op 20 mei 2026 in werking kan treden. Vanaf 20 mei 2026 dienen online platforms voor toeristische verhuur echter data te leveren aan het centraal digitaal toegangspunt. De technische inrichting van het centraal digitaal toegangspunt is naar verwachting op die datum ook gereed. Juridisch gezien kan de datadeling echter pas plaatsvinden vanaf het moment van inwerkingtreding van de wet. Het zou zeer onwenselijk zijn als de data die vanaf 20 mei 2026 tot het moment van inwerkingtreding van het wetsvoorstel zou moeten worden geleverd niet gebruikt zou kunnen worden. Gemeenten kunnen dan immers minder doelmatig het toezicht en de handhaving op de regels over toeristische verhuur uitvoeren. Dit probleem zou kunnen worden opgelost door de artikelen die zien op de oprichting van het centraal digitaal toegangspunt met terugwerkende kracht in werking te laten treden bij koninklijk besluit. De wijziging in dit onderdeel maakt dit mogelijk. Om alleen de onderdelen van het wetsvoorstel die zien op het centraal digitaal toegangspunt eventueel met terugwerkende kracht in werking te kunnen laten treden, zijn de voorgestelde artikelen 23i en 23j in twee aparte onderdelen ondergebracht (onderdeel B, onder 4 en 5). Op deze wijze kan nauwkeurig in de inwerkingtredingsbepaling (onderdeel E) de mogelijkheid van terugwerkende kracht worden beperkt tot alleen de relevante artikelen. Hiermee worden nadelige gevolgen voor burgers voorkomen.

De minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,





Elanor Boekholt-O'Sullivan


  1. Verordening (EU) nr. 692/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 6 juli 2011betreffende Europese statistieken over toerisme en tot intrekking van Richtlijn 95/57/EG van de Raad (PbEU 2011, L 192/17).↩︎