[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Antwoord op vragen van het lid Vermeer een aantal vragen gesteld over de positie van gedupeerde ouders in het buitenland en rechtsbescherming binnen de hersteloperatie

Antwoord schriftelijke vragen

Nummer: 2026D17339, datum: 2026-04-13, bijgewerkt: 2026-04-13 13:08, versie: 2 (versie 1)

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van zaak 2026Z05114:

Preview document (🔗 origineel)


AH 1597

2026Z05114

Antwoord van staatssecretaris Palmen (Financiën) (ontvangen 13 april 2026)

Vraag 1. Bent u bekend met signalen dat gedupeerde ouders dossiers ontvangen waarin delen zijn gelakt, terwijl deze betrekking hebben op hun eigen persoonsgegevens?

Antwoord 1.

Dat is mij niet bekend. De standaard werkwijze is dat de eigen persoonsgegevens van de gedupeerde niet worden gelakt. Ook zijn er controlemechanismen bij UHT ingesteld om te voorkomen dat dit wel gebeurt. Indien dit voorkomt, dan kan via het Serviceteam van UHT hier melding van worden gemaakt en kan dit worden gecorrigeerd.

Indien er stukken naar een ex-partner van een gedupeerde worden verstuurd, bijvoorbeeld omdat deze zich heeft aangemeld voor compensatie, dan worden de gegevens van de gedupeerde gelakt vanaf het moment dat zij geen toeslagpartners meer waren.

Vraag 2. Hoe verhoudt het verstrekken van gelakte dossiers zich tot de verplichting voor ouders om hun werkelijke schade aannemelijk te maken?

Antwoord 2.

Het lakken heeft geen invloed op het aannemelijk maken van aanvullende schade. De werkwijze is dat UHT namen en persoonsgegevens van medewerkers en van derden lakt. Dat heeft geen impact op de inhoudelijke informatie; deze informatie blijft leesbaar aanwezig in het dossier.

Vraag 3. Hebben externe partijen die betrokken zijn bij schadebeoordelingen toegang tot ongelakte dossiers?

Antwoord 3.

De Commissie Werkelijke Schade (CWS) en de Commissie van Wijzen ontvangen ongelakte dossiers van UHT. Externe schade-experts die door de CWS worden ingezet, ontvangen geen stukken van UHT noch van CWS. Zij krijgen een vraagstelling en een machtiging van de ouder om stukken bij bijvoorbeeld de medische behandelaren op te vragen. Een schade-expert op het gebied van inkomen ontvangt met toestemming van de ouder diens inkomensgegevens om een inkomensschadeberekening op te stellen.

Vraag 4. Hoe waarborgt u het beginsel van wapengelijkheid als beoordelaars over meer informatie beschikken dan ouders zelf?

Antwoord 4.

Ouders en gemachtigde beschikken via het ouderdossier over de op de zaak betrekking hebbende stukken. Overige informatie die niet op de zaak betrekking heeft, wordt niet betrokken bij de beoordeling. Daarnaast worden bij het lakken alleen namen en persoonsgegevens gelakt en geen inhoudelijke passages.

Vraag 5. Hoe beoordeelt u verschillen tussen gemeenten in ondersteuning van gedupeerde ouders via de SPUK regeling?

Vraag 6. Erkent u dat hierdoor verschillen in ondersteuning ontstaan afhankelijk van de woonplaats van gedupeerde ouders?

Vraag 7. Welke maatregelen neemt u om te zorgen voor een uniform niveau van ondersteuning voor alle gedupeerden?

Antwoord 5, 6 en 7.

Brede ondersteuning is maatwerk, passend bij de situatie van de rechthebbende. Het is inherent aan deze maatwerkaanpak dat er verschillen bestaan in ondersteuning en dat daarmee de kosten voor het realiseren van een plan van aanpak sterk kunnen verschillen.

Tegelijkertijd heb ik samen met de VNG het advies van de commissie Van Dam ter harte genomen en is er sinds begin 2025 ingezet op de verdere harmonisering van gemeentelijk beleid ten aanzien van de brede ondersteuning, zodat ouders en jongeren meer duidelijkheid wordt geboden over wat zij kunnen verwachten.

Om meer harmonisatie te bereiken zijn er termijnen voor materiële verstrekkingen en voor de looptijd van een plan van aanpak ingevoerd met de wetswijziging per 1 januari 2025. Daarnaast heeft de VNG model beleidsregels gepubliceerd in juni 2025, samen met een implementatiehandleiding voor gemeenten. Ook organiseert de VNG bijvoorbeeld trainingen en regiokringen die bijdragen aan een meer uniforme uitvoering van de brede ondersteuning.

Naast deze maatregelen heeft de bestuurlijk regisseur Paul Blokhuis de opdracht zich in te zetten voor versterking, verbetering en harmonisering van de ondersteuning aan gedupeerde ouders en hun gezinnen vanuit gemeenten. Daarmee heeft hij ook de opdracht namens de VNG en mij gekregen om te werken aan verdere harmonisatie van de brede ondersteuning door gemeenten. Daarbij blijft er altijd ruimte voor maatwerk in de ondersteuning. De bestuurlijk regisseur is over de uitvoering van de brede ondersteuning in gesprek met gedupeerde ouders, jongeren en gemeenten; toetst of gemeenten de beleidsregels hebben vastgesteld, haalt goede werkpraktijken op en stimuleert kennisuitwisseling tussen gemeenten zodat zij van elkaar leren.

Vraag 8. Op welke wijze wordt binnen herstelroutes rekening gehouden met immateriële schade van jongeren die direct zijn geraakt door de toeslagenaffaire?

Antwoord 8.

Gedupeerde ouders ontvangen compensatie voor de schade die zij hebben geleden als gevolg van de toeslagenaffaire. Deze compensatie is bedoeld voor het hele gezin. Er zijn twee hoofdroutes voor ouders om een aanvullende schadevergoeding aan te vragen: de route van Stichting (Gelijk)waardig Herstel de route MijnHerstel. Beide routes hanteren hetzelfde ruimhartige forfaitaire schadekader. In dit uniforme schadekader zijn er verschillende immateriële schadeposten die zijn gerelateerd aan het ervaren leed van het gezin, onder meer: ontoereikende waarborging levensstandaard kinderen, verlies van gelijke kansen in het gezin, impact door inperking ouderschap, impact door ongewenste onthechting, gevoelde discriminatie. Daarnaast biedt het uniforme schadekader de mogelijkheid om, wanneer zich binnen het gezin een uitzonderlijke impactvolle gebeurtenis heeft voorgedaan, hiervoor aanvullende compensatie te ontvangen.

Heeft de ouder inkomensverlies geleden waardoor het kind een studielening moest afsluiten, dan biedt de aanvullende schaderoute van de ouder schadevergoeding voor het inkomensverlies

Vraag 9. Is er voor jongeren die te maken hebben gehad met uithuisplaatsing een afzonderlijk traumasensitief traject ingericht?

Antwoord 9.

Het Ondersteuningsteam Uithuisplaatsingen ondersteunt gezinnen, ouders en kinderen die te maken hebben gehad met de toeslagenaffaire en een uithuisplaatsing. Het Ondersteuningsteam helpt gedupeerde ouders en hun kinderen om het contact te herstellen en de situatie te verbeteren. In de aanpak van het team staat een traumasensitieve werkwijze centraal: de professionals werken in hun begeleiding vanuit kennis over de impact van (chronische) stress en ingrijpende ervaringen op gedrag, vertrouwen en relaties.

Vraag 10. Hoe wordt voorkomen dat dossiers van jongeren vastlopen in dezelfde administratieve processen als die van hun ouders?

Antwoord 10.

Om het leed dat kinderen mogelijk hebben ervaren als gevolg van de toeslagenaffaire te erkennen, ontvangen zij de kindregeling. Kinderen hebben automatisch recht op de kindregeling als vastgesteld wordt dat een van hun ouders gedupeerd is. Zij hoeven hier in beginsel geen aanvraag voor te doen. Kinderen ontvangen dus ook geen dossier, aangezien het recht op de kindregeling bepaald wordt door de gedupeerdheid van een ouder en de gebeurtenissen die hiertoe geleid hebben. Kinderen ontvangen een financiële tegemoetkoming en kunnen zich vanaf hun zestiende jaar zelfstandig melden bij hun gemeente voor brede ondersteuning. Als er behoefte is aan een luisterend oor of lotgenotencontact, kunnen jongeren terecht bij het jongerennetwerk Unity Works van Stichting Lotgenotencontact.

[Onderstaande vragen 11 tot met 17 gaan over ouders in het buitenland. Ik heb uw Kamer tijdens het commissiedebat van 19 maart jl. een brief met aanvullende informatie op dit onderwerp toegezegd. In die brief zal op een aantal van deze vragen meer uitgebreid worden ingegaan.]

Vraag 11. Hoeveel gedupeerde ouders bevinden zich volgens uw gegevens momenteel buiten Nederland?

Antwoord 11.

Per 31 december 2025 zijn er bij het OTB 1.656 gezinnen aangemeld uit 45 verschillende landen.

Vraag 12. Hoeveel van deze ouders beschikken niet over een BSN, DigiD of geldig Nederlands identiteitsdocument?

Antwoord 12.

In principe heeft iedere Nederlander een BSN, ook als je in het buitenland woont. Daarmee kan een DigiD worden aangevraagd.

Kinderen die in het buitenland zijn geboren en geen BSN hebben, maar wel in aanmerking komen voor de kindregeling, kunnen hiervoor contact opnemen met het Serviceteam van UHT.

In hoeverre iemand een geldig identiteitsdocument heeft is geen onderdeel van de hersteloperatie en hierover zijn de gegevens niet bekend.

Vraag 13. Hoe kunnen deze ouders hun dossier opvragen en deelnemen aan herstelprocedures?

Antwoord 13.

Ouders in het buitenland, die zijn erkend als gedupeerde, kunnen via de persoonlijk zaakbehandelaar hun dossier opvragen. Zij doorlopen het herstelproces op vergelijkbare wijze als gedupeerden in Nederland. Ook kunnen gedupeerde ouders in het buitenland in aanmerking komen voor hulp via het Ondersteuningsteam Buitenland (OTB, https://hetotb.nl/).

Ouders in het buitenland zonder DigiD kunnen telefonisch contact opnemen met het Serviceteam. Er is een telefoonnummer beschikbaar waar zij vanuit het buitenland naar kunnen bellen, of zij kunnen een terugbelverzoek achterlaten op de herstelwebsite https://herstel.toeslagen.nl/contact/contact-vanuit-het-buitenland/.

Daarnaast is er altijd een mogelijkheid om UHT via post te benaderen.

Gedupeerde ouders van de kindertoeslagaffaire in Caribisch Nederland kunnen aanvullend terecht bij Belastingdienst Caribisch Nederland (BCN) voor hulp en ondersteuning.

Vraag 14. Welke inspanningen worden verricht om gedupeerde ouders in het buitenland actief te traceren en te informeren over hun rechten binnen de hersteloperatie?

Antwoord 14.

UHT houdt niet bij waar iemand woont, alleen of deze gedupeerde hulp door het OTB wenst. Het OTB voorziet ouders in het buitenland van informatie en biedt hen hulp en ondersteuning. In België en in het Caribisch gebied verblijven de meeste ouders die naar het buitenland zijn vertrokken. In deze landen is vanaf de start van de hersteloperatie daarom regelmatig ingezet op extra communicatie in de media van deze landen. Ook weten de ouders in het buitenland veelal hun weg te vinden in de diverse oudercontactgroepen in de betreffende landen.

Alle ouders krijgen tijdens hun traject bij UHT informatie over hun rechten binnen de hersteloperatie. Dit is voor ouders in het buitenland niet anders dan in Nederland.

Vraag 15. Kunt u aangeven hoeveel gedupeerde ouders volgens uw gegevens in het buitenland verblijven, in welke landen zij zich bevinden en hoeveel van hen nog geen contact hebben gehad met een persoonlijke zaakbehandelaar?


Antwoord 15.

Per 31 december 2025 zijn er bij het OTB 1.656 gezinnen aangemeld uit 45 verschillende landen. Er zijn geen signalen bekend dat ouders geen contact kunnen krijgen met de casemanagers bij Radar/OTB.

Vraag 16. Op welke wijze onderzoekt u welke gedupeerde ouders in het buitenland mogelijk nog niet zijn bereikt of niet hebben gereageerd, en welke stappen worden genomen om deze groep alsnog actief te benaderen?

Antwoord 16.

Het OTB biedt ondersteuning aan gedupeerde ouders die in 45 verschillende landen over de wereld leven. In landen waar veel (potentieel) gedupeerde ouders wonen, met name in België en in het Caribisch gebied, is veel gedaan om deze ouders te bereiken met communicatie in de media van het betreffende land.

De mogelijkheid voor aanmelding voor gedupeerde ouders is in principe gesloten sinds 1 januari 2024. Mochten zich nu nog ouders melden, is er de mogelijkheid om een beroep te doen op verschoonbare termijnoverschrijding.

Vraag 17. Zijn er afspraken met buitenlandse schuldeisers om te voorkomen dat herstelbetalingen direct in beslag worden genomen? Zo nee, bent u bereid deze vorm te geven?

Antwoord 17.

De wet- en regelgeving zoals in de hersteloperatie is vormgegeven, geldt niet in het buitenland. We kunnen schuldeisers in het buitenland niet dwingen om invorderingen te pauzeren, zoals we dit met de pauzeknop van 1 jaar (moratorium) in Nederland hebben afgesproken.

Met de Belgische overheid hebben we afspraken kunnen maken over toepassing van invorderingsrust en deelname aan de afwikkeling van schulden.

Ook hebben we procesafspraken gemaakt met Sociale Banken Nederland (SBN) indien een ouder daar een schuld bij een buitenlandse schuldeiser indient. SBN doet dan altijd pogingen om de buitenlandse schuldeiser te benaderen om afspraken te maken. Dit gebeurt telefonisch en met brieven die in meerdere talen beschikbaar zijn. Hierin wordt ook informatie gedeeld over de voordelen van meewerken aan de schuldenregeling en uitleg gegeven over de toeslagenaffaire.

Vraag 18. U geeft in de voortgangsrapportage aan dat er wordt gewerkt aan een steunpunt waar gedupeerde ouders en getroffen jongeren terecht kunnen voor vragen over psychosociale hulp. Ligt de ontwikkeling nog steeds op schema, nu het tweede kwartaal van dit kalenderjaar snel nadert?

Antwoord 18.

Deze ontwikkeling ligt zeker op schema. Sinds maandag 16 maart 2026 is het Landelijk Steunpunt Mentaal Welzijn geopend voor de leerfase. Aanmelding van gedupeerde ouders en jongeren van 18 jaar en ouder verloopt in deze leerfase via gemeenten en een aantal ketenpartners (Stichting Lotgenotencontact, KOTA-Rapportage en lokale netwerken). Daarnaast is het steunpunt in de leerfase beschikbaar voor advies en vragen van gemeenteambtenaren brede ondersteuning en professionals mentaal welzijn.

Vanaf 1 juli 2026 gaat het steunpunt volledig open. Iedereen kan vanaf die datum op eigen initiatief contact opnemen.