[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Verslag Energieraad (formeel) 16 maart 2026

Brief regering

Nummer: 2026D17363, datum: 2026-04-13, bijgewerkt: 2026-04-13 13:09, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van zaak 2026Z07736:

Preview document (🔗 origineel)


Geachte Voorzitter,

Hierbij stuur ik u het verslag van de formele Energieraad die op 16 maart jl. in Brussel plaatsvond. Tevens treft u een verslag aan van de ingelaste informele videoconferentie van de energieministers op 31 maart jl., waarin de ontwikkelingen in het Midden-Oosten en de coördinatie van een Europese aanpak op energiegebied zijn besproken.

Aansluitend is een toelichting opgenomen waarin wordt ingegaan op de vraag waarom het kabinet geen voorstander is van de lex silencio positivo onder het Grids Package, zoals toegezegd tijdens het commissiedebat van 5 maart jl. ter voorbereiding op de Energieraad van 16 maart.

Ook maak ik van deze gelegenheid gebruik om te vermelden dat de toezegging aan het lid Müller (VVD), om de Kamer binnen een maand te informeren over de status van de nationale crisisplannen voor gas en olie en de actualisatie daarvan, later deze maand zal worden ingevuld. Medio april zal de Kamer via een Kamerbrief worden geïnformeerd over, onder andere, de handelingsopties van het kabinet bij fysieke gas- en olietekorten. Daarmee biedt die Kamerbrief een logische en passende plek om de toezegging aan het lid Müller in te laten landen. In het Energieraaddebat heb ik de Kamer ook aangeboden de toezegging van mijn voorganger in te vullen, die op 14 januari jl. in het debat gasmarkt en leveringszekerheid heeft toegezegd de Kamer te informeren over de beschikbare analyses en scenario's van geopolitieke crises. Ook die toezegging zal ik betrekken in voornoemde Kamerbrief.

Tot slot ontvangt u bijgaand een brief van een groep gelijkgestemde lidstaten, waaronder Nederland, gericht aan eurocommissaris Jørgensen, getiteld: ‘Maintaining regulatory stability and investors’ certainty on the internal energy market’.

In deze brief wordt de Europese Commissie opgeroepen de regelgevingsstabiliteit op de interne energiemarkt te waarborgen en af te zien van voorstellen voor ingrijpende hervormingen van het elektriciteitsmarktontwerp.

Stientje van Veldhoven - Van der Meer

Minister van Klimaat en Groene Groei


Verslag Energieraad 16 maart 2026

Op 16 maart 2026 vond in Brussel de Energieraad plaats onder het Cypriotische voorzitterschap (hierna: het voorzitterschap). De volgende onderwerpen stonden op de agenda: een beleidsdebat over de voorstellen uit het European Grids Package, een uitwisseling van standpunten over het Actieplan voor Betaalbare Energieprijzen van de Europese Commissie (hierna: de Commissie) en een uitwisseling over de wederzijde versterking van energieveiligheid met Oekraïne en Moldavië.

Beleidsdebat European Grids Package

Tijdens de Energieraad vond een beleidsdiscussie plaats over het European Grids Package dat op 10 december 2025 door de Commissie is gepresenteerd. Het voorzitterschap benadrukte dat de EU nog steeds afhankelijk is van fossiele energie-importen en dat versterking van elektriciteitsnetten en verdere elektrificatie essentieel zijn voor energiezekerheid en concurrentievermogen. Tegen deze achtergrond werd het belang onderstreept van een ambitieus Europees beleid voor netwerken. De Commissie lichtte toe dat verschillen in energieprijzen tussen lidstaten mede worden bepaald door de energiemix en de onderlinge connectiviteit tussen lidstaten. Volgens de Commissie is verdere integratie van het energiesysteem daarom noodzakelijk, onder meer via verbeterde netwerkplanning en investeringen in infrastructuur.

Tijdens het beleidsdebat sprak een brede groep lidstaten steun uit voor de doelstellingen van het Grids Package en werd het belang onderstreept van versterkte interconnecties, investeringen in infrastructuur en verdere integratie van de energiemarkt, onder meer met het oog op lagere energieprijzen, grotere leveringszekerheid en versnelling van de energietransitie. Tegelijkertijd waren lidstaten verdeeld over het voorstel dat de Europese Commissie het EU-brede centrale scenario opstelt, als basis voor een meer gecoördineerde netwerkplanning. Een groep lidstaten steunde een EU-breed centraal scenario als basis voor efficiëntere planning, terwijl een andere groep zorgen uitte over mogelijke inperking van nationale zeggenschap en voldoende aandacht voor nationale omstandigheden. Daarom onderstreepten veel lidstaten het belang van nauwe betrokkenheid van lidstaten en netbeheerders. Op het gebied van financiering benadrukten een groep lidstaten het belang van eerlijke en transparante kosten-batenverdeling, met name bij grensoverschrijdende projecten. Het oormerken van congestie-inkomsten voor projecten van gemeenschappelijk belang werd daarentegen kritisch ontvangen. De mate waarin deelname aan het kosten-batenverdelingsproces verplicht moet worden gesteld voor lidstaten die naar verwachting voordelen ondervinden, bleek nog onderwerp van verdere discussie. Ten aanzien van vergunningverlening was er brede steun voor versnelling en vereenvoudiging van procedures, maar met behoud van milieubescherming, rechtszekerheid en aansluiting op nationale administratieve systemen.

Nederland verwelkomde het Grids Package en benadrukte dat het een belangrijke kans biedt om knelpunten bij de uitbreiding van de energieinfrastructuur aan te pakken en de integratie van de Europese energiemarkt te versterken. Nederland sprak steun uit voor het versnellen en vereenvoudigen van vergunningsprocedures, waarbij een goede balans wordt behouden met natuur- en milieubescherming. Daarbij werd de verduidelijking rondom stikstofemissies specifiek verwelkomd. Ook onderstreepte Nederland het belang van een tijdige afronding van de onderhandelingen. Ten aanzien van financiering benadrukte Nederland het belang van een eerlijk en transparant kostendelingsmechanisme voor grensoverschrijdende projecten, inclusief betrokkenheid van lidstaten die van projecten profiteren en de mogelijkheid om projecten te bundelen. Tot slot steunde Nederland een meer gecoördineerde benadering van netwerkplanning op basis van een centraal Europees scenario, mits lidstaten hierbij nauw betrokken blijven.

Actieplan voor Betaalbare Energieprijzen

Tijdens de Energieraad vond, mede in het licht van het éénjarig bestaan van het Actieplan Betaalbare Energieprijzen en recente geopolitieke ontwikkelingen in het Midden-Oosten, een gedachtewisseling plaats over energieprijzen. Het Agentschap voor de samenwerking tussen energieregulators (ACER) woonde het agendapunt bij en schetste dat de Europese energiemarkt mondiaal is verweven, met stijgende gasprijzen als gevolg van internationale ontwikkelingen, maar ook dat verdere verduurzaming en betere netintegratie structureel kunnen bijdragen aan lagere prijzen. De Commissie benadrukte dat er momenteel geen sprake is van een leveringszekerheidscrisis, maar wel van een (sterk) verhoogde prijzen. Om de energierekening te verlagen dienen lidstaten op korte termijn alle componenten van de energierekening te bezien, terwijl op langere termijn verdere verduurzaming, marktintegratie en investeringen in infrastructuur essentieel blijven.

Een brede groep lidstaten sprak steun uit voor het behoud van het huidige elektriciteitsmarktmodel en het EU emissiehandelssysteem (ETS) en benadrukte het belang van voorspelbaarheid voor investeringen en het vermijden van marktverstorende ingrepen. Daartegenover stond een kleinere groep lidstaten die pleitte voor (tijdelijke) aanpassingen, waaronder prijsplafonds, aanpassingen aan het ETS of extra flexibiliteit voor nationale maatregelen om hoge energieprijzen te mitigeren. Deze lidstaten benadrukten vooral de urgentie van kortetermijnmaatregelen gezien de huidige prijsdruk. Tegelijkertijd bestond er brede overeenstemming over het belang van structurele oplossingen, zoals het versnellen van de uitrol van hernieuwbare energie, het versterken van interconnecties en energie-infrastructuur, en het verbeteren van flexibiliteit en energieopslag. Ook werd de impact van de crisis op kwetsbare huishoudens en sommige bedrijven breed erkend en werden voorbeelden van gerichte nationale maatregelen gedeeld. Lidstaten toonden zich terughoudend ten aanzien van het verlagen van belastingen op elektriciteit en benadrukten het belang van een gecoördineerde Europese aanpak.

Nederland sprak zijn zorgen uit over de hoge energieprijzen en de impact daarvan op huishoudens en het concurrentievermogen van de Europese industrie, mede in het licht van recente geopolitieke ontwikkelingen. Nederland wees op het belang van een gezamenlijke Europese aanpak. Nederland benadrukte dat het behoud van het huidige marktontwerp van groot belang is voor stabiliteit, voorspelbaarheid en het investeringsklimaat. Daarom stelde Nederland dat het geen voorstander is van ingrepen in de elektriciteitsmarkt, prijsplafonds voor gas of afzwakking van het ETS.

Nederland sprak zich ook expliciet uit tegen het subsidiëren van gasgestookte elektriciteitscentrales. Tegelijkertijd onderstreepte Nederland, conform de motie van de leden Bushoff en Van Oosterhout1, dat het ETS cruciaal blijft als hoeksteen van het Europese klimaatbeleid en als instrument voor investeringszekerheid.

Om de energieprijzen structureel te verlagen gaf Nederland het belang aan van maatregelen binnen het bestaande kader, waaronder het versterken van interconnecties, het stimuleren van hernieuwbare energie, langetermijncontracten en het vergroten van flexibiliteit in het energiesysteem. Daarnaast pleitte Nederland voor betere Europese coördinatie rond het vullen van gasopslagen.

Versterking van wederzijdse energieveiligheid met Oekraïne en Moldavië

Tijdens de Energieraad vond een gedachtewisseling plaats over het versterken van wederzijdse energieveiligheid, mede aan de hand van lessen uit Oekraïne en Moldavië. De energieministers van beide landen deelden hun ervaringen met het waarborgen van energievoorziening onder extreme omstandigheden. Oekraïne benadrukte onder meer het belang van fysieke bescherming van kritieke energie-infrastructuur, het integreren van weerbaarheid in het ontwerp van energiesystemen, het aanleggen van strategische reserves en het versterken van de rol van energieministers in crisissituaties. Moldavië ging in op haar wintervoorbereidingsplan en het belang van interconnecties en marktkoppeling.

De Commissie onderstreepte dat de situatie in Oekraïne en Moldavië het belang van een weerbaar en geïntegreerd Europees energiesysteem benadrukt, waarbij steun aan beide landen hand in hand gaat met het versterken van de Europese energieveiligheid.

Een brede groep lidstaten sprak aanhoudende steun uit voor Oekraïne en Moldavië en benadrukte het belang van verdere fysieke en marktintegratie van beide landen in het Europese energiesysteem. Lidstaten onderstreepten dat de ervaringen van Oekraïne cruciale lessen bieden voor het versterken van de weerbaarheid van energie-infrastructuur binnen de EU. Verschillende lidstaten benadrukten het belang van investeringen in kritieke energie-infrastructuur en het vergroten van de weerbaarheid, onder meer via Europese instrumenten en het Grids Package. Daarnaast werd gewezen op het belang van interconnecties en regionale energiecorridors, onder meer voor het versterken van de leveringszekerheid in Zuidoost-Europa. Lidstaten benadrukten verder het belang van strategische reserves, snelle herstelcapaciteit en gedeelde technische standaarden. Ook werd gewezen op de kwetsbaarheid van moderne energiesystemen en het risico op verstoringen met grensoverschrijdende effecten. Tegelijkertijd werd het belang onderstreept van solidariteit en voortgezette financiële en technische steun aan Oekraïne en Moldavië, onder meer via bestaande internationale samenwerkingsverbanden.

Nederland benadrukte de ernstige impact van aanhoudende Russische aanvallen op de energie-infrastructuur in Oekraïne en sprak zijn blijvende steun uit aan Oekraïne. Daarbij werd onderstreept dat energievoorziening een strategisch doelwit is in moderne conflicten, wat het belang van een weerbaar energiesysteem vergroot. Nederland wees op de kwetsbaarheid van sterk geïntegreerde en gedigitaliseerde energiesystemen. Nederland pleitte daarom voor versterking van de fysieke en digitale bescherming van kritieke infrastructuur. Daarnaast benadrukte Nederland het belang van de integratie van Oekraïne en Moldavië in de Europese energiemarkt.

Diversenpunten

Merit order – transparantie en maatregelen rond ETS-doorwerking in EU day-ahead elektriciteitsprijzen

Oostenrijk riep, gesteund door een klein aantal andere lidstaten, op tot meer transparantie in de prijsvorming op de day-ahead elektriciteitsmarkt, met name over de doorwerking van ETS-kosten en de rol van verschillende technologieën in de prijszetting. In de discussie erkende een brede groep lidstaten het belang van meer transparantie en de druk van hoge energieprijzen op huishoudens en industrie. Tegelijkertijd waarschuwde een groep lidstaten, waaronder Nederland, voor ingrepen in het marktontwerp en het merit-order systeem, gezien de risico’s voor leveringszekerheid, efficiënte prijsvorming, de juiste investeringssignalen en de energietransitie. Daarbij werd benadrukt dat structurele oplossingen vooral liggen in het verminderen van de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen. De Commissie stond open voor verdere analyse, maar wees op mogelijke risico’s van aanpassingen voor de werking van de markt.

Olievoorzieningszekerheid en Druzhba-pijpleiding

Hongarije en Slowakije vroegen aandacht voor de onderbreking van olieleveringen via de Druzhba-pijpleiding en de gevolgen voor hun energievoorzieningszekerheid. In de discussie benadrukte een brede groep lidstaten dat de situatie het gevolg is van Russische agressie en onderstreepte zij het belang van verdere afbouw van afhankelijkheid van Russische energie. Sommige lidstaten wezen ook op het gebruik van alternatieve aanvoerroutes, onder meer via de Adriatische pijpleiding. De Commissie gaf aan de situatie nauwgezet te volgen en in contact te staan met alle betrokken partijen.

Financiering van kernenergie

Roemenië riep, gesteund door een aantal andere lidstaten, op tot verbeterde toegang tot financiering voor kernenergieprojecten, onder meer via leningen, garanties en een grotere rol voor de Europese Investeringsbank. In de discussie sprak een brede groep lidstaten steun uit voor het verbeteren van financieringsmogelijkheden en het belang van kernenergie voor energiezekerheid en decarbonisatie. Tegelijkertijd uitte een andere groep lidstaten terughoudendheid ten aanzien van EU-financiering voor kernenergie en benadrukte zij het belang van prioritering van hernieuwbare energie. Enkele lidstaten, waaronder Nederland, onderstreepten het belang van financiële de-risking instrumenten om private investeringen te mobiliseren. De Commissie verwees naar lopende initiatieven, waaronder de recent gepubliceerde SMR-strategie en de Clean Energy Investment Strategy.

Verslag informele videoconferentie 31 maart 2026

Op 31 maart jl. vond een ingelaste informele videoconferentie van de energieministers plaats over de ontwikkelingen in het Midden-Oosten en de coördinatie voor een Europese aanpak op het gebied van energie. Daarbij werd gesproken over de impact van de huidige situatie op de energiemarkten, de wenselijkheid van EU-coördinatie, mogelijke maatregelen en eventuele aanpassingen in het regelgevend kader.

Voor de korte termijn verwachten de meeste lidstaten geen directe leveringszekerheidsproblemen voor ruwe olie of gas, al werd benadrukt dat dit kan veranderen indien de crisis aanhoudt of verder escaleert. Wel werd er gewezen op een verkrapping in bepaalde productmarkten van geraffineerde producten zoals kerosine en diesel. Tevens was het ontbreken van een prijsprikkel voor marktpartijen om gasopslagen te vullen een gedeelde zorg.

In de gedachtewisseling benadrukten lidstaten het belang van eenheid, solidariteit en coördinatie bij de aanpak van de crisis. Daarbij bestond brede consensus dat meer EU-coördinatie gewenst is en dat nationale maatregelen, indien nodig, tijdig en gericht moeten zijn op kwetsbare huishoudens en industrie, met behoud van prikkels voor de lange-termijn transitie. Tegelijkertijd wezen verschillende lidstaten op de noodzaak van nauwere Europese samenwerking rond dataverzameling en -deling, scenario-ontwikkeling voor olie- en gasvoorraden en -producten, het vrijgeven van oliereserves, het vullen van gasopslagen en mogelijke vraagvermindering. Daarnaast vroegen enkele lidstaten om flexibilisering van het staatssteunkader. De Commissie waarschuwde voor nationale maatregelen die een verstorend effect kunnen hebben op de interne energiemarkt, een punt dat door meerdere lidstaten werd onderschreven.

Over mogelijke aanpassingen in het regelgevend kader waren lidstaten verdeeld. Een deel van de lidstaten achtte een gerichte aanpassing van het ETS op korte termijn, bijvoorbeeld via de Market Stability Reserve of aanpassing van benchmarks, voldoende, terwijl anderen pleitten voor meer ingrijpende maatregelen. Een kleine groep lidstaten riep daarnaast op tot een pragmatische of uitgestelde toepassing van de importvereisten uit de Methaanverordening. Ook werd door verschillende lidstaten en de Commissie gewezen op het belang van snelle voortgang met het Grids Package, waarbij onder meer werd gewezen op het belang van veiligheid en weerbaarheid van energie-infrastructuur. Tot slot benadrukte een overtuigende meerderheid van de lidstaten dat structurele oplossingen voor energiezekerheid en prijsstabiliteit liggen in het opschalen van schone energie van eigen bodem en in investeringen in energienetwerken, elektrificatie en flexibiliteit.

Nederland benadrukte het belang van eenheid en samenwerking tussen lidstaten. Daarbij pleitte Nederland voor een gecoördineerde Europese aanpak en dat eventuele maatregelen om de effecten van hoge energieprijzen te verlichten tijdelijk en gericht moeten zijn. Ook benadrukte Nederland het belang om verschillende scenario’s uit te werken om zich voor te bereiden, zodat we snel kunnen handelen als de situatie zich verslechtert, en het belang van Europese coördinatie daarbij. Dit vraagt om nauwgezette monitoring en analyse van prijsontwikkelingen en risico’s voor leveringszekerheid. Tot slot onderstreepte Nederland het belang van structurele maatregelen om energieprijzen te adresseren, waaronder een sterk ETS, het behoud van het huidige elektriciteitsmarktontwerp en verdere versterking van energienetwerken door spoedige aanname van het Grids Package.

De Commissie gaf aan te werken aan verschillende initiatieven, waaronder een mededeling over maatregelen die lidstaten op vrijwillige basis kunnen nemen om vraag te verminderen, verbeterde datadeling via de Gas- en Oliecoördinatiegroepen en Energy Union Task Force, coördinatie rond het vullen van gasopslagen en het bieden van meer ruimte voor gerichte steun onder het staatssteunkader. Daarnaast werkt de Commissie aan initiatieven rond elektrificatie, warmte en koeling, het wegnemen van barrières voor langetermijncontracten en verdere afstemming met energie-exporterende en -importerende landen. Wanneer deze initiatieven bekend en concreet zijn, zal ik deze met de Kamer delen en appreciëren.

Toelichting Kabinetstandpunt Lex silencio positivo

In het commissiedebat van 5 maart jl. in voorbereiding op de Energieraad van 16 maart heb ik toegezegd verder toe te lichten waarom het kabinet geen voorstander is van de lex silencio positivo.1 Het voorstel van de Commissie voor een ‘Grids Package’ bevat de maatregel dat vergunningen voor energie-infrastructuur automatisch worden verleend als het bevoegd gezag niet op tijd op de aanvraag beslist. Milieubesluiten, waarvoor op grond van Europees recht vaak een inhoudelijke beoordeling voor nodig is, blijven volgens het voorstel van de Commissie uitgezonderd van de stilzwijgende goedkeuring van rechtswege (lex silencio positivo – ‘lsp’). Bij de invoering van de Omgevingswet is ervoor gekozen om de lsp af te schaffen voor omgevingsvergunningen.2 Op 10 oktober 2025 heeft het kabinet aangegeven geen voorstander te zijn van de lsp in reactie op het adviesrapport STOER (waarin voor een lsp wordt gepleit voor bouwvergunningen).3

Onduidelijkheid en mogelijke vertraging

Een van rechtswege verleende vergunning kan direct worden gebruikt, maar moet dan nog wel bekendgemaakt worden door het bevoegd gezag. Dat bestuursorgaan kan, binnen zes weken na die bekendmaking, aan de vergunning alsnog voorschriften verbinden of de vergunning intrekken voor zover dit nodig is om ernstige gevolgen voor het algemeen belang te voorkomen. Ook staan tegen een van rechtswege verleende vergunning bezwaar en beroep open. Dit alles kan leiden tot langdurige onduidelijkheid voor aanvragers, omwonenden en andere betrokkenen. De onduidelijkheid over de vergunning maakt ook dat financiering van projecten lastiger is en meer tijd zal vergen.

Complexiteit voor bestuursorganen

Na het verlenen van een vergunning van rechtswege verliest het bestuursorgaan de bevoegdheid om op de aanvraag te beslissen (tenzij er een ontvankelijk bezwaarschrift tegen wordt ingediend). Zo verliest het bestuursorgaan grip op activiteiten die wellicht niet stroken met het omgevingsplan. Stilzwijgende goedkeuring van buitenplanse activiteiten op gemeenteniveau kan tegenstrijdig zijn met functies die Rijk of provincie aan een locatie hebben toegedeeld en zo leiden tot complexiteit.

Alternatief: dwangsom bij niet-tijdig beslissen

De lsp is dus om meerdere redenen niet gewenst in de Omgevingswet. Om toch consequenties te verbinden aan het niet tijdig beslissen bevat de Algemene wet bestuursrecht een regeling voor een dwangsom, die door het bestuursorgaan betaald moet worden en het beroep niet tijdig beslissen.4


  1. Zie ook: L.M. Koenraad, ‘Ongelukken van rechtswege. Laat de lex silencio positivo niet terugkeren in het omgevingsrecht!’, Gst. 2025/118, p. 681.↩︎

  2. Kamerstukken II 2013/14, 33962 nr 3, p.227-228↩︎

  3. Kamerstukken II 2025/26, 32847, nr. 1383, p. 24↩︎

  4. Art 4:20b, lid 3 Awb en Art 6:20 Awb↩︎