[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Toezegging extra informatie omzetting gedifferentieerde verbruiksbelasting alcoholvrije dranken

Brief regering

Nummer: 2026D17493, datum: 2026-04-13, bijgewerkt: 2026-04-13 15:29, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van zaak 2026Z07763:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Geachte Voorzitter,

Bij de behandeling van het Belastingplan 2026 is met de Kamer gesproken over de omzetting van de huidige verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken (hierna: verbruiksbelasting) naar een gedifferentieerde verbruiksbelasting op basis van het suikergehalte van de drank (hierna: gedifferentieerde verbruiksbelasting). Het doel van deze omzetting is het verminderen van de suikerinname via alcoholvrije dranken. In het debat is door enkele leden de wens uitgesproken om een gedifferentieerde verbruiksbelasting alleen toe te passen op alcoholvrije dranken met toegevoegd suiker. Ook is gesproken over het mogelijk uitzonderen van pure vruchten- en groentesappen van de verbruiksbelasting. Het uitzonderen van pure vruchten- en groentesappen is zowel een optie onder de huidige verbruiksbelasting (met een vlak tarief voor alle belaste dranken) als onder een gedifferentieerde verbruiksbelasting.

Met deze brief wordt tegemoetgekomen aan verschillende toezeggingen die tijdens het debat over het Belastingplan 2026 zijn gedaan. Het gaat hierbij om de aangekondigde actualisatie van de eerder verschafte informatie na de aanpassing van de verbruiksbelasting via het Belastingplan 2026 (paragraaf 2), een toelichting op de uitvoeringsgevolgen van een gedifferentieerde verbruiksbelasting (paragraaf 3) en een toelichting op recente gezondheidsonderzoeken (paragraaf 4).

Verder heeft het kabinet tijdens het Commissiedebat Fiscaliteit van woensdag 11 maart 2026 toegezegd de Kamer te informeren of het kabinet voornemens is de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken aan te passen in het Belastingplan 2027. Ook hierop wordt in deze brief ingegaan.

Uit onderzoek van maart 2026 blijkt dat de helft van de jongeren wekelijks gemiddeld 90 suikerklontjes binnenkrijgt via alcoholvrije dranken.1 Het effect hiervan op de gezondheid van jongeren is groot. In het coalitieakkoord heeft het kabinet dan ook aangekondigd ongezonde keuzes onaantrekkelijker te willen maken.2 Het kabinet voelt urgentie bij dit vraagstuk en gaat hiermee voortvarend aan de slag. Het kabinet werkt daarom onder meer aan een suikerbelasting op voeding. Momenteel wordt bezien hoe deze suikerbelasting zo effectief en uitvoerbaar mogelijk kan worden vormgegeven. Ook wil het kabinet werk maken van de omzetting van de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken naar een gedifferentieerde verbruiksbelasting. Het kabinet kijkt bij het onaantrekkelijker maken van ongezonde keuzes ten behoeve van de volksgezondheid dus zowel naar voeding als naar alcoholvrije dranken.

Het gezondheidsbelang staat voor het kabinet voorop. Daarom wordt eerst bezien op welke manier de suikerconsumptie zo effectief mogelijk kan worden verminderd en welke rol zowel voeding als alcoholvrije dranken daarbij spelen. Daarbij is ook de uitvoerbaarheid van een toekomstige belasting van belang. Zowel een suikerbelasting op voeding als de omzetting van de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken betekent een structuurwijziging waarbij moet worden bekeken hoe deze kunnen worden ingepast in de IV-portfolio’s van de uitvoerder(s). Het is mogelijk dat hierbij prioriteiten moeten worden gesteld of dat juist synergievoordelen optreden. Dit wordt de komende maanden uitgezocht. Ook in dat kader is integrale behandeling van beide onderwerpen nodig. Ook spelen (vergelijkbare) afbakeningskwesties en is het effect van beide belastingen op de prijzen in de supermarkt relevant. Deze aspecten verdienen zorgvuldige en integrale afweging.

Het kabinet maakt vaart met de vormgeving van de suikerbelasting en de omzetting van de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken. Daarom wil het kabinet zo snel mogelijk duidelijkheid geven aan uw Kamer over welke randvoorwaarden gelden voor deze belastingen en welke politieke keuzes daarbij moeten worden gemaakt. Bij de route die wordt ingeslagen, is draagvlak vanuit de Kamer uiteraard zeer van belang. Richtinggevende uitspraken vanuit de Kamer, bijvoorbeeld voor één van de scenario’s voor de omzetting van de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken, helpt daarbij. Voor de zomer, en dus ook ruim voor de indiening van het Belastingplan 2027, wordt uw Kamer per brief geïnformeerd.

1. Besluitvorming en opzet brief

In 2023 zijn onderzoeken naar een gedifferentieerde verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken uitgevoerd door de ministeries van Financiën en Volksgezondheid, Welzijn en Sport en het RIVM.3 In april 2024 is een vijftal scenario’s voor een gedifferentieerde verbruiksbelasting uitgewerkt in een contourenbrief aan beide Kamers.4 In de brief van juli 2025 is hieraan een tweetal scenario’s toegevoegd.5 In de brieven is door de voorgaande kabinetten steeds aangegeven dat de omzetting naar een gedifferentieerde verbruiksbelasting gepaard gaat met ingrijpende keuzes. Deze keuzes zien onder meer op tarieven, de koppeling van het tarief van de verbruiksbelasting aan het minimumbedrag in de bieraccijns6, uitvoeringsaspecten, gezondheidsaspecten en – afhankelijk van het gekozen scenario – staatssteunaspecten. Beide keren dat een voorgaand kabinet de contourenbrief verstuurde (dus in april 2024 en in juli 2025), was dat kabinet demissionair. Gezien de impact van de keuzes hebben de voorgaande kabinetten in beide brieven aangegeven de keuze voor een nieuw stelsel aan de Kamer of aan een nieuw kabinet te laten. Tot nu toe heeft dit niet geleid tot een keuze. Het kabinet beraadt zich momenteel over de omzetting. Zoals eerder genoemd betrekt het kabinet de omzetting van de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken bij het onderzoek naar de vormgeving van de aangekondigde suikerbelasting op voeding.

De keuze die voorligt is of de omzetting naar een gedifferentieerde verbruiksbelasting wenselijk is, en zo ja, welk scenario dan in wetgeving kan worden uitgewerkt.

Als bijlage bij deze brief is een schematisch overzicht opgenomen van alle opties die nu voorliggen, inclusief de belangrijkste aspecten van die keuzes. In dit overzicht zijn ook de geactualiseerde tarieven per scenario opgenomen (bijlage, tabel 1). Het doel van dit overzicht is de implicaties die bij iedere keuze horen – bijvoorbeeld de effecten op de tarieven en de koppeling met de minimumbieraccijns - zo inzichtelijk mogelijk weer te geven.

2. Actualisatie na ‘vleugje zuivel’-aanpassing Belastingplan 2026

In het Belastingplan 2026 is geregeld dat de zogenoemde zuiveluitzondering in de Wet verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken (hierna: WVAD) per 1 januari 2027 wordt aangepast.7 Door het lage percentage melkvet dat in de nu nog geldende wettelijke definitie is opgenomen - namelijk minimaal 0,02%mas melkvet - is de uitzondering in de praktijk op dit moment ook van toepassing op alcoholvrije dranken waaraan een minimale hoeveelheid melkvet is toegevoegd. Dit is te zien in de supermarkten, waar de laatste jaren steeds meer vruchten- en groentesappen en frisdranken worden aangeboden met een vleugje zuivel. De vormgeving van de huidige zuiveluitzondering laat hiermee ruimte voor de omzeiling van de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken. Dat is niet wenselijk. Dergelijke dranken worden op deze manier fiscaal bevoordeeld boven vergelijkbare dranken die geen vleugje zuivel bevatten, wat oneerlijke concurrentie oplevert. Daarbij past het consumeren van dit soort dranken niet in een gezond voedingspatroon, waardoor er ook vanuit gezondheidsperspectief geen reden is voor een fiscaal voordeel voor deze dranken.8 Het voorgaande kabinet heeft de zuiveluitzondering daarom aangescherpt. Per 1 januari 2027 zijn alleen melk en karnemelk en sojadranken met een vergelijkbaar vet- en eiwitgehalte als melk en karnemelk van de verbruiksbelasting uitgezonderd.

Deze aanpassing kent een structurele budgettaire opbrengst van € 41 mln. per 2027. Deze opbrengst wordt ingezet ter invulling van de stelpost fiscale regelingen en constructies. De opbrengst is niet ingezet om het tarief binnen de verbruiksbelasting te verlagen.

De aanpassing heeft effect op de scenario’s waarin alle zuivel- en sojadranken zijn uitgezonderd. Dit zijn de scenario’s IVa, IVb, en VI. Door de aanpassing is het ook onder deze scenario’s logisch te gaan werken met de nieuwe (versmalde) zuiveldefinitie. Het uitzonderen van zuivel- en sojadranken houdt onder deze scenario’s dan in dat melk en karnemelk en sojadranken met een vergelijkbaar vet- en eiwitgehalte als melk en karnemelk worden uitgezonderd. Alcoholvrije dranken met een vleugje zuivel en suikerrijke zuiveldranken als chocolade- en frambozenmelk blijven onder deze scenario’s dus belast, net zoals onder de verbruiksbelasting vanaf 1 januari 2027 het geval is. Wat dit betekent voor de tarieven in deze scenario’s is weergegeven in het schematisch overzicht in de bijlage (tabel 1).

3. Toelichting uitvoeringsgevolgen

3.1 Uitvoeringsgevolgen voor de Douane

De Douane is verantwoordelijk voor de uitvoering en handhaving van de verbruiksbelasting. De verbruiksbelasting is een aangiftebelasting. Dit betekent dat de belastingplichtige zelf de omvang van de belastingschuld vaststelt, tijdig aangifte doet en de verschuldigde belasting betaalt. Voor de Douane geldt dat de omzetting van de huidige verbruiksbelasting naar een gedifferentieerde verbruiksbelasting een structuurwijziging is met een voorbereidingsperiode van minimaal 12 tot 24 maanden. Deze voorbereidingsperiode vangt aan vanaf het moment dat de wetswijziging door beide Kamers is aangenomen. De daadwerkelijke voorbereidings- en realisatieperiode is afhankelijk van complexiteit van de uiteindelijke wetgeving en de ruimte in het portfolio van de Douane. Beide aspecten kunnen pas goed worden bepaald bij de Uitvoeringstoets op het uiteindelijke wetsvoorstel.

Concreet geldt voor de Douane dat het portfolio de komende jaren vol zit met Europese en nationale ontwikkelingen. Er is sprake van een stapeling van meerdere grote ontwikkelingen die niet tegelijk kunnen worden uitgevoerd. Door deze stapeling is het mogelijk dat geplande ontwikkelingen moeten worden uitgesteld vanwege scherpe en noodzakelijke herprioritering. Daarnaast moet tijd in het portfolio worden vrijgemaakt voor noodzakelijke technische aanpassingen, waaronder de modernisering van het ICT-landschap die noodzakelijk is voor het borgen van de continuïteit van de accijns- en verbruiksbelastingprocessen. Deze ontwikkelingen leggen, naast de vele niet-fiscale taken, een groot beslag op de capaciteit van de Douane in mensen, middelen en IT, en maakt dat het de komende jaren niet mogelijk is om meerdere beleidswensen tegelijkertijd te implementeren. Daarnaast geldt dat uit het coalitieakkoord mogelijk nog nieuwe taken voor de Douane volgen.

3.2 Handhaafbaarheid scenario’s

De handhaafbaarheid van elk van de geschetste scenario’s door Douane is mede afhankelijk van de mogelijkheid om eventuele omzeiling of fraude op te sporen. Ook geldt dat uitzonderingen in het stelsel de complexiteit voor de Douane doen toenemen. Uitzonderingen leiden namelijk tot afbakeningsdiscussies. Dit heeft een nadelig effect op de controleerbaarheid en handhaafbaarheid van het stelsel voor de Douane. Kortom: hoe meer uitzonderingen het stelsel bevat, hoe fraudegevoeliger. Het scenario met de meest uitzonderingen, scenario VI, is – samen met scenario V - het meest fraudegevoelig. De frauderisico’s voor deze scenario’s worden apart toegelicht in paragraaf 3.3.

3.3 Uitvoeringsgevolgen scenario V en VI: frauderisico

In het debat heeft een aantal leden specifiek gevraagd naar scenario V. Dit is het scenario waarin alleen alcoholvrije dranken met toegevoegde suikers worden belast op basis van het suikergehalte. Light- en zerofrisdranken, siropen zonder suiker en pure vruchten- en groentesappen vallen in dit scenario dus niet onder de belastinggrondslag. Dit heeft aanzienlijke gevolgen voor de tarieven van de alcoholvrije dranken die nog wel worden belast. De tarieven die onder dit scenario komen te gelden, zijn weergegeven in het schematisch overzicht in de bijlage.

Voor scenario V geldt een frauderisico omdat de controle van toegevoegde suikers op basis van de informatie die is vermeld op het etiket niet altijd mogelijk is. Het is voor Douane namelijk niet mogelijk om in een alcoholvrije drank die van nature suiker bevat het gehalte aan toegevoegde suikers te onderscheiden van het gehalte aan dezelfde van nature aanwezige suikers. Dit betekent bijvoorbeeld dat als een alcoholvrije drank van nature fructose bevat en aan deze drank daarnaast ook fructose wordt toegevoegd, de hoeveelheid toegevoegde fructose niet te onderscheiden is van de van nature aanwezige fructose. Concreet: als op het etiket is vermeld dat een alcoholvrije drank ‘geen toegevoegde suikers’ bevat, is die claim door de Douane niet op juistheid te controleren. Het frauderisico bestaat erin dat de claim ‘bevat geen toegevoegde suikers’ er onder scenario V wel voor zorgt dat over die specifieke alcoholvrije drank geen verbruiksbelasting is verschuldigd. Die claim is dus aantrekkelijk om te maken, maar is niet op juistheid te controleren.

Onder scenario VI worden naast mineraalwater, zuivel- en sojadranken en pure vruchten- en groentesappen ook alle andere zuivelalternatieven dan sojadranken uitgezonderd. Voor dit scenario geldt dat het gehalte aan verschillende plantaardige alternatieven voor zuivel niet chemisch is aan te tonen door de Douane. Het onderscheid tussen verschillende plantaardige zuivelalternatieven is mogelijk wel te maken, maar het vaststellen van het gehalte van de verschillende bronnen (bijvoorbeeld haver of amandel) is niet mogelijk. Het zijn dranken met een complexe matrix en in deze dranken is vaak maar een minimale hoeveelheid haver of amandel aanwezig. Ook hier geldt dus een frauderisico in de zin dat claims op het etiket niet altijd op juistheid kunnen worden gecontroleerd aan de hand van laboratoriumonderzoek door de Douane.

3.4 Uitvoering van de stelsels in het Verenigd Koninkrijk (VK) en Ierland

In het politieke debat wordt regelmatig een vergelijking gemaakt met de gedifferentieerde verbruiksbelasting die geldt in het VK. Binnen dat systeem worden alleen alcoholvrije dranken met toegevoegde suikers belast op basis van het suikergehalte. Het systeem werkt daar zo dat dranken belastbaar zijn zodra zij toegevoegde suikers bevatten. Is dat het geval, dan wordt de belasting vervolgens gebaseerd op basis van het totale suikergehalte, ongeacht de verhouding toegevoegde suikers/van nature aanwezige suikers.

Ten eerste geldt dat als de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken in Nederland op dezelfde manier wordt ingericht zoals in het VK en budgetneutrale omzetting gewenst is, de tarieven voor de dranken die wél toegevoegde suikers bevatten sterk zouden moeten stijgen. In het VK geldt voor dranken met een suikergehalte tussen de 5 en 8 gram per 100 ml een tarief van £ 0.19 per liter en voor dranken met een suikergehalte van 8 gram of meer per 100 ml een tarief van £ 0.26 per liter.9 Het huidige Nederlandse tarief dat op dit moment voor álle te belasten alcoholvrije dranken geldt (€ 0,26 per liter) is nu al bijna net zo hoog als het hoogste tarief in het VK. Voor een gedifferentieerde verbruiksbelasting in Nederland geldt dat scenario V het dichtst aansluit bij het stelsel in het VK. Het effect van de toepassing van het stelsel in het VK in Nederland kan dus worden vergeleken met het effect dat scenario V in Nederland zou hebben. In het geval gekozen wordt voor een budgetneutrale omzetting, zou het tarief voor dranken met een suikergehalte tussen de 0 en 1 gram per 100 ml onder scenario V in Nederland al € 0,32 per liter komen te bedragen. In het VK zijn dranken met dit suikergehalte niet belast. Voor dranken met een suikergehalte tussen de 7,5 en 10 gram per 100 ml zou onder scenario V in Nederland een tarief komen te gelden van € 0,56 per liter en voor dranken met meer dan 10 gram suiker per 100 ml een tarief van € 0,68 per liter. Zoals aangegeven is een volledig overzicht van de tarieven opgenomen in de bijlage (tabel 1).10

Ten tweede geldt ook voor de uitvoering van het stelsel van het VK in Nederland een frauderisico. Zoals aangegeven is het voor de Douane onmogelijk om claims met betrekking tot toegevoegde of van nature aanwezige suikers op het etiket achteraf op basis van laboratoriumonderzoek te controleren. Als op het etiket wordt vermeld dat een drank alleen van nature aanwezige suikers bevat, is dat door de Douane dus niet op juistheid te controleren. Ten slotte spelen ook hier gezondheidsaspecten (nader toegelicht in paragraaf 4).

4. Gezondheidseffecten en laatste onderzoeken

4.1 Gezondheidseffecten ten aanzien van scenario V

In scenario V worden alcoholvrije dranken met alleen natuurlijke suikers niet belast. Dit betekent dat niet alleen zuivel- en sojadranken (zonder toegevoegd suiker) en pure vruchten- en groentesappen van de belasting worden uitgezonderd, maar ook bijvoorbeeld dranken met alleen zoetstof. Dit zijn bijvoorbeeld zero-frisdranken.

4.1.1. Alcoholvrije dranken met natuurlijke suikers

In Nederland hanteren we voor advies over goede voeding de Schijf van Vijf. De Schijf van Vijf is een voorlichtingsmodel van het Voedingscentrum dat laat zien wat de essentie van gezond eten is. Het Voedingscentrum baseert zich voor de samenstelling van De Schijf van Vijf op de Richtlijnen goede voeding van de Gezondheidsraad. De Gezondheidsraad is een onafhankelijk wetenschappelijk adviesorgaan voor regering en parlement. In de Richtlijnen goede voeding geeft de Gezondheidsraad periodiek advies over voedingsmiddelen, dranken en voedingspatronen, waarbij zij zich baseert op een analyse van de stand van de wetenschap. De richtlijnen zijn primair gebaseerd op de preventie van chronische ziekten zoals hart- en vaatziekten, diabetes type 2 en kanker.11 Het advies van de Gezondheidsraad is om zo min mogelijk suikerhoudende dranken te drinken.12 Het gaat hierbij om zowel dranken met toegevoegd suiker als om pure vruchten- en groentesappen omdat het suikergehalte in deze dranken vergelijkbaar is. Pure vruchten- en groentesappen staan om deze reden ook niet in de Schijf van Vijf.

Het voorgaande maakt dat er op dit moment geen gezondheidsargument is om alcoholvrije dranken met toegevoegde suiker anders te behandelen dan dranken met van nature aanwezige suikers.

Op de laatste stand van de wetenschap en updates van de Richtlijnen goede voeding en de Schijf van Vijf wordt ingegaan in paragraaf 4.2.

4.1.2. Alcoholvrije dranken met zoetstoffen

Onder scenario V blijven ook alcoholvrije dranken die zijn gezoet met zoetstoffen in plaats van suikers onbelast. Voor deze categorie is relevant dat de World Health Organization (WHO) in een recente richtlijn aangeeft dat zoetstoffen niet moeten worden gezien als oplossing tegen overgewicht. Zoetstoffen helpen namelijk voor de lange termijn niet om op gewicht te blijven en om ziekten te voorkomen. Volgens de WHO leveren zoetstoffen dus geen gezondheidswinst op. Daarnaast adviseert de WHO om in het algemeen en van jongs af aan minder zoet te eten en te drinken om gewenning aan zoete smaken te voorkomen.13 Ook het Voedingscentrum raadt aan om in plaats van frisdranken (met suiker of zoetstoffen) te kiezen voor (kraan)water, thee en koffie zonder suiker.14 Alcoholvrije dranken die zijn gezoet met zoetstoffen bevatten weliswaar minder calorieën, maar voor zowel frisdrank met suiker als frisdrank met zoetstoffen geldt dat zij zuren bevatten die het tandglazuur aantasten. Deze dranken leveren dus geen positieve bijdrage aan onze gezondheid. We hebben ze niet nodig. Dit maakt dat er op dit moment ook geen gezondheidsargument is om alcoholvrije dranken met alleen zoetstoffen van de verbruiksbelasting uit te zonderen.

4.2 Laatste stand van zaken gezondheidswetenschap

Zoals aangegeven baseert de Gezondheidsraad zich bij haar adviezen op een analyse van de stand van de wetenschap. De adviezen worden daardoor regelmatig vernieuwd. In december 2025 heeft de Gezondheidsraad nieuwe Richtlijnen goede voeding uitgebracht voor eiwitbronnen (peulvruchten, noten, zuivel, vis, vlees, eieren en vlees- en zuivelvervangers). Richtlijnen over andere productgroepen, zoals graanproducten en groente en fruit, volgen in een later advies. Het Voedingscentrum heeft op 9 april jl. de doorontwikkelde Schijf van Vijf uitgebracht, waarin de laatste adviezen van de Gezondheidsraad zijn vertaald.15

In de genoemde nieuwe richtlijnen voor eiwitbronnen is het advies van de Gezondheidsraad om zo min mogelijk suikerhoudende dranken te drinken, niet herzien.16 Uiteraard blijft het kabinet de adviezen van de Gezondheidsraad en het Voedingscentrum op de voet volgen.

In het politieke debat is de afgelopen tijd aandacht besteed aan twee specifieke onderzoeken.17 In beide onderzoeken wordt gekeken naar de gezondheidsaspecten van het drinken van pure sappen en worden deze vergeleken met het effecten van het drinken van frisdrank, bijvoorbeeld op de bloedsuikerspiegel. Deze onderzoeken doen geen afbreuk aan het geldende advies dat het de voorkeur heeft om fruit in zijn geheel te eten in plaats van te drinken als sap omdat je op die manier ongemerkt veel suikers en calorieën binnenkrijgt zonder het verzadigingsgevoel dat met het eten van fruit gepaard gaat. Zoals aangegeven neemt de Gezondheidsraad de laatste wetenschappelijke inzichten mee in de aangekondigde nieuwe versie van de Richtlijnen goede voeding. Van belang is dat de Gezondheidsraad de richtlijnen baseert op een totaalbeeld van de stand van de wetenschap en niet op individuele onderzoeken. Voor het creëren van dat totaalbeeld worden relevante individuele onderzoeken meegenomen. Het kabinet hecht aan dit totaalbeeld en kan daarom niet vooruitlopen op toekomstige publicaties van de Gezondheidsraad. Deze publicaties worden altijd door het kabinet met de Tweede Kamer gedeeld. Als hieruit nieuwe inzichten volgen die relevant zijn voor (de omzetting naar) een gedifferentieerde verbruiksbelasting, zal hiervan een appreciatie van het kabinet volgen.

Indien gewenst kunnen alle aspecten die samenhangen met een mogelijke omzetting nader worden toegelicht in een technische briefing.

Hoogachtend,

de staatssecretaris van Financiën,

Eelco Eerenberg

de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Sophie Hermans


  1. Pepping, R., Waterlander, W., Groot-Sluijsmans, B. et al. Sugar-sweetened beverages: consumption, purchasing behaviour, and opinions about policy measures in a nationally representative panel of Dutch secondary school adolescents. BMC Public Health (2026). https://doi.org/10.1186/s12889-026-26557-4.↩︎

  2. Coalitieakkoord 30 januari 2026: Aan de slag, bouwen aan een beter Nederland.↩︎

  3. RIVM (2023), Impact van een getrapte verbruiksbelasting op de verkoop van suiker via alcoholvrije dranken Mogelijke aanpassingen in de verbruiksbelasting doorgerekend en Ministerie van Financiën en Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (juni 2023), Onderzoek naar een gedifferentieerde verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken.↩︎

  4. Kamerstukken II 2023/24, 32 140, nr. 186.↩︎

  5. Kamerstukken II 2024/25, 32 140, nr. 268.↩︎

  6. En, afhankelijk van het gekozen scenario, ook het minimumbedrag in de wijnaccijns.↩︎

  7. De zuiveluitzondering is opgenomen in artikel 9, aanhef en derde lid, WVAD.↩︎

  8. Gezondheidsraad (2025), Richtlijnen goede voeding 2025.↩︎

  9. Omgerekend respectievelijk € 0,22 en € 0,30 bij de koers van 22 januari 2026.↩︎

  10. Genoemde tarieven zijn indicatief en kunnen wijzigen afhankelijk van de definitieve invoerdatum en/of nieuwe beschikbare informatie. Verder is bij het berekenen van de tarieven aangenomen dat het totale suikergehalte van de drank zal worden belast. Zie bijlage (tabel 1) voor verdere toelichting bij de berekening.↩︎

  11. Gezondheidsraad (2025), Richtlijnen goede voeding: eiwitbronnen en voedingspatronen 2025.↩︎

  12. Gezondheidsraad (2025), Richtlijnen goede voeding: eiwitbronnen en voedingspatronen 2025.↩︎

  13. World Health Organization 15 mei 2023:↩︎

  14. Frisdrank | Voedingscentrum↩︎

  15. De vernieuwde Schijf van Vijf: klaar voor de toekomst | Voedingscentrum.↩︎

  16. Gezondheidsraad (2025), Richtlijnen goede voeding: eiwitbronnen en voedingspatronen 2025.↩︎

  17. Het gaat hierbij om het proefschrift Scheffers FR, Pure fruit juice and chronic diseases, Utrecht, proefschrift Universiteit van Utrecht, 2023 en onderzoek van Maastricht UMC+, The effects of dietary fructose on blood pressure are modified by the food matrix (Clinical Nutrition, Volume 55, December 2025, p. 134-140).↩︎