[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo]←NIEUW! [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Verslag Nederlands Financieel Stabiliteitscomité van 20 maart 2026

Bijlage

Nummer: 2026D17681, datum: 2026-04-15, bijgewerkt: 2026-04-15 09:30, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Bijlage bij: Verslag Financieel Stabiliteitscomité (FSC) van 20 maart 2026 (2026D17680)

Preview document (🔗 origineel)


Verslag Financieel Stabiliteitscomité – 20 maart 2026

In het Financieel Stabiliteitscomité (FSC) spreken vertegenwoordigers van de Autoriteit Financiële Markten (AFM), De Nederlandsche Bank (DNB) en het ministerie van Financiën (FIN) over ontwikkelingen op het gebied van de stabiliteit van het Nederlandse financiële stelsel. Het Centraal Planbureau (CPB) neemt als externe deskundige deel aan de vergaderingen. Bij de bespreking over de monitor hypothecaire leennormen, de toegankelijkheidsmonitor koopwoningmarkt en het perspectief op de woningmarkt was ook een vertegenwoordiger van het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) aanwezig. De president van DNB is voorzitter van het FSC.

Tijdens de vergadering zijn drie hoofdonderwerpen besproken: (1) actuele ontwikkelingen en risico’s voor de financiële stabiliteit, (2) regelgeving van de financiële sector en (3) de monitor hypothecaire leennormen, de toegankelijkheidsmonitor koopwoningmarkt en het perspectief op de woningmarkt.

1. Actuele ontwikkelingen en risico’s voor de financiële stabiliteit

Het FSC constateert dat de Nederlandse economie en financiële sector zich in een periode van verhoogde geopolitieke spanningen en macro‑economische onzekerheid vooralsnog veerkrachtig tonen. Tegelijkertijd neemt de onzekerheid over het internationale economische beeld toe, onder meer door sterk gestegen energieprijzen, verstoringen in mondiale waardeketens en verkrapping van financiële condities.

Het conflict in het Midden‑Oosten vormt een belangrijke bron van neerwaartse risico’s voor de economische groei en opwaartse risico’s voor de inflatie. Het FSC duidt deze ontwikkeling nadrukkelijk als een aanbodschok, met mogelijk langdurige effecten wereldwijd. Hogere en volatiele energieprijzen in combinatie met onzekerheid over de beschikbaarheid van grondstoffen en halffabricaten, zoals kunstmest en helium, kunnen tot hogere kosten en productieverstoringen leiden. Hierbij zullen hogere prijzen de koopkracht van huishoudens aantasten. De uiteindelijke macro‑economische en financiële impact is sterk afhankelijk van de duur, intensiteit en geografische reikwijdte van het conflict. Zo wijzen de meest recente basisramingen van het CPB1 en de ECB2 op een relatief gunstig inflatiepad met geleidelijk dalende energieprijzen, Alternatieve scenario’s laten zien dat langdurig hogere energieprijzen kunnen leiden tot aanzienlijk hogere inflatie en lagere economische groei.3

Ten aanzien van energieprijzen constateert het FSC dat de gasprijzen weliswaar zijn gestegen, maar nog ver onder de piek uit 2022 liggen. Aan de andere kant zijn benzine- en dieselprijzen boven de piek uit 2022 gestegen. Mede in het licht van eventuele maatregelen wijst het FSC erop dat prijsinterventies de aanbodzekerheid kunnen aantasten en dat de schuldhoudbaarheid van overheden een belangrijk aandachtspunt blijft. Oplopende uitgaven in combinatie met hogere financieringskosten kunnen de begrotingsruimte beperken en de gevoeligheid voor renteschokken vergroten. Eventuele compensatie voor gestegen energieprijzen moet gericht en tijdelijk zijn; en passen binnen de (Europese) begrotingsregels.

Financiële markten functioneren tot dusver ordelijk, zo verlopen rentestijgingen geleidelijk ondanks periodes van verhoogde volatiliteit op met name energie‑ en grondstoffenmarkten. Tegelijkertijd blijven de spreads op bedrijfsobligaties laag en waarderingen op aandelenmarkten hoog, in het bijzonder van technologie‑ en AI‑gerelateerde ondernemingen. Deze hoge waarderingen vergroten de kwetsbaarheid van markten voor abrupte correcties, die via vermogenseffecten en financiële instellingen kunnen doorwerken naar de reële economie.

Het FSC besteedt specifieke aandacht aan de ontwikkeling van private‑creditmarkten en andere vormen van niet‑bancaire financiering die de laatste jaren sterk zijn gegroeid. Alternatieve kredietverlening kan, mits risico’s goed worden beheerst, een waardevolle aanvulling vormen binnen de spaar- en investeringsunie, onder meer via private credit voor bedrijven met beperkte toegang tot bankfinanciering. Momenteel zijn er echter signalen zichtbaar van toenemende krediet‑ en liquiditeitsrisico’s bij private credit fondsen, onder meer door beperkte transparantie, langere looptijden en lagere verhandelbaarheid. Ook constateert het FSC dat door cyclische gevoeligheid de risico’s van private credit kunnen toenemen. Zo is er nu al een toename van uitstroom en onttrekkingsverzoeken zichtbaar. Het FSC besluit om de risico’s van private credit tijdens de volgende vergadering uitgebreider te bespreken.

De Nederlandse financiële sector beschikt over stevige kapitaal‑ en liquiditeitsbuffers. Banken, verzekeraars en pensioenfondsen zijn beter gepositioneerd dan in eerdere periodes van financiële stress. Het FSC acht het desondanks van belang om kwetsbaarheden tijdig te analyseren, onder meer met stresstesten en scenario‑analyses die ook expliciet reële‑economische effecten meenemen. Daarnaast blijft onverminderd aandacht nodig voor operationele en digitale weerbaarheid, mede in het licht van geopolitieke spanningen en toenemende cyberdreigingen.

2. Europese ontwikkelingen en regelgeving

Het FSC bespreekt de recente Europese initiatieven op het terrein van financiële regelgeving en toezicht. Het FSC ziet in de spaar‑ en investeringsunie kansen om barrières binnen de Europese interne markt te verminderen en de efficiëntie, effectiviteit en consistentie van toezicht te vergroten. Zo kan zorgvuldig ingerichte centralisatie van risico-gebaseerd toezicht op Europees niveau belangrijke voordelen bieden.

Het FSC onderkent dat het Europese bankensysteem de afgelopen jaren gezonder is geworden en dat verdere verdieping van de bankenunie, inclusief een depositogarantiestelsel op Europees niveau (EDIS), kan bijdragen aan financiële stabiliteit. FSC-leden zien ook voordelen in het versimpelen van regelgeving, zolang deze niet ten koste gaat van de weerbaarheid van financiële instellingen. Daarbij blijft de internationale context, waaronder mogelijke wijzigingen in het regelgevingskader buiten de Europese Unie, een relevante factor.

3. Monitor leennormen, toegankelijkheid en perspectief op de woningmarkt

Het FSC bespreekt de gezamenlijke monitor leennormen van DNB en AFM4, evenals de CPB‑monitor toegankelijkheid koopwoningmarkt5 en de CPB‑studie Perspectief op de woningmarkt6. Uit de monitor leennormen blijkt dat sinds de invoering van de wettelijke leennormen in 2013 de kwetsbaarheden bij huishoudens geleidelijk zijn afgenomen. Lagere gemiddelde loan‑to‑value (LTV) en loan‑to‑income (LTI) ratio’s hebben de schokbestendigheid van huishoudens vergroot. Tegelijkertijd laat de monitor zien dat bij nieuwe hypotheken sinds 2022 een lichte toename zichtbaar is van de LTV- en LTI-ratio’s, met name onder starters die vaker gebruikmaken van hun maximale leencapaciteit. Hierdoor blijven financiële‑stabiliteitsrisico’s aanwezig, vooral in combinatie met aanhoudend hoge huizenprijzen.

Volgens analyses van het CPB is de toegankelijkheid van de koopwoningmarkt de afgelopen jaren aanzienlijk verslechterd. Een steeds kleiner aandeel van de koopwoningen is betaalbaar voor huishoudens met een doorsnee inkomen, vooral in stedelijke gebieden. Het FSC onderschrijft dat versoepeling van leennormen het toegankelijkheidsprobleem niet oplost en kan leiden tot hogere huizenprijzen en grotere financiële stabiliteitsrisico’s. Tegelijkertijd kan verdere verkrapping van leennormen de toegankelijkheid op korte termijn beperken.

Prudente leennormen blijven essentieel voor het waarborgen van de financiële stabiliteit en wijzigingen in de leennormensystematiek zijn nu niet opportuun. Het verminderen van structurele kwetsbaarheden op de woningmarkt vraagt om een brede beleidsmix, waaronder het vergroten van het woningaanbod. Het FSC verwelkomt dat financiële stabiliteitsoverwegingen nu expliciet meegenomen worden bij het bepalen van de leennormen. Hiermee wordt ook opvolging gegeven aan een aanbeveling van het Internationaal Monetair Fonds (IMF Financial Sector Assessment Program, 2024).7

De volgende vergadering van het FSC vindt plaats op 26 juni 2026. FSC-leden willen dan spreken over private credit en stablecoins.


  1. Zie https://www.cpb.nl/system/files/cpbmedia/CPB_Raming-centraal-economisch-plan-2026.pdf.↩︎

  2. Zie https://www.ecb.europa.eu/press/projections/html/ecb.projections202603_ecbstaff~ebe291cd3d.en.html↩︎

  3. In de alternatieve scenario’s zijn tweede ronde effecten van de prijsschokken op de economische groei slechts beperkt meegenomen.↩︎

  4. Zie https://www.dnb.nl/media/qgalhjub/85566_2500359_dnb_brochure-fs-monitor_nl_tg_pdfa-1.pdf.↩︎

  5. Zie https://www.cpb.nl/system/files/cpbmedia/CPB-publicatie-toegankelijkheidsmonitor-koopwoningmarkt_0.pdf.↩︎

  6. Zie https://www.cpb.nl/system/files/cpbmedia/CPB_publicatie-perspectief-op-de-woningmarkt.pdf .↩︎

  7. Zie https://www.imf.org/-/media/files/publications/cr/2024/english/1nldea2024003.pdf.↩︎