Memorie van toelichting
Wijziging van de Wet op het financieel toezicht ter implementatie van Richtlijn (EU) 2024/790 (Implementatiewet herziening MiFID II 2026)
Memorie van toelichting
Nummer: 2026D17841, datum: 2026-04-08, bijgewerkt: 2026-04-15 14:57, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: E. Heinen, minister van Financiën (Ooit VVD kamerlid)
Onderdeel van kamerstukdossier 36928 -3 Wijziging van de Wet op het financieel toezicht ter implementatie van Richtlijn (EU) 2024/790 (Implementatiewet herziening MiFID II 2026).
Onderdeel van zaak 2026Z07918:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Financiën
- 2026-04-16 00:00: Aanvang middagvergadering: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
Preview document (🔗 origineel)
36 928 Wijziging van de Wet op het financieel toezicht ter implementatie van Richtlijn (EU) 2024/790 (Implementatiewet herziening MiFID II 2026)
Nr. 3 MEMORIE VAN TOELICHTING
ALGEMEEN
§ 1. Inleiding
Dit voorstel van wet strekt tot wijziging van de Wet op het financieel toezicht (hierna: Wft) ter implementatie van de richtlijn (EU) 2024/790 van het Europees Parlement en de Raad van 28 februari 2024 tot wijziging van Richtlijn 2014/65/EU betreffende markten voor financiële instrumenten (hierna: de richtlijn). De richtlijn wijzigt de richtlijn markten voor financiële instrumenten 2014 (hierna: MiFID II). De wijziging van MiFID II hangt samen met verordening (EU) 2024/791 van het Europees Parlement en de Raad van 28 februari 2024 tot wijziging van Verordening 600/2014 wat betreft het vergroten van transparantie van gegevens, het wegnemen van belemmeringen voor consolidated tapes, het optimaliseren van handelsverplichtingen en het verbieden van het ontvangen van betalingen van orderstromen (hierna: de verordening), die de verordening markten voor financiële instrumenten (hierna: MiFIR) wijzigt. MiFID II en MiFIR reguleren - kort samengevat - het verlenen van beleggingsdiensten en het verrichten van beleggingsactiviteiten door beleggingsondernemingen, het verlenen van datarapporteringsdiensten en het exploiteren van gereglementeerde markten. De richtlijn diende op 29 september 2025 door de lidstaten te zijn omgezet in nationaal recht. Die datum is inmiddels verstreken.
De herziening van MiFID II en MiFIR houdt mede verband met de evaluatie van het in die richtlijn en verordening neergelegde raamwerk voor de regulering van de markten in financiële instrumenten in de Europese Unie uit hoofde van artikel 90 MiFID II en artikel 52 MiFIR. Sinds de inwerkingtreding van dit herziene raamwerk in 2018 is gebleken dat op onderdelen aanpassingen van MiFID II en MiFIR wenselijk waren aan om de realisering van een kapitaalmarktunie te bevorderen en de daaraan verbonden voordelen te verwezenlijken. Daarom heeft de Europese Commissie in haar Actieplan voor een kapitaalmarktunie in 2020 aangekondigd dat zij de verstrekking van een doorlopende elektronische live gegevensstroom (de zogenaamde consolidated tape), die een volledig beeld moet verschaffen van de prijzen en het volume van financiële instrumenten die in de Europese Unie op handelsplatformen worden verhandeld, wil faciliteren.1 Daarnaast heeft de Europese Commissie in januari 2021 aangekondigd dat zij het raamwerk voor transparantie op de effectenmarkten wilde vereenvoudigen en harmoniseren.2 Verder heeft de energiecrisis van 2022 tot het inzicht geleid dat aanpassing van MiFID II en MiFIR wenselijk is om de Europese energiemarkten robuuster te maken voor schokken die het gevolg zijn van, onder andere, onvoorziene geopolitieke ontwikkelingen. De herziening van MiFID II en MiFIR beoogt zo bij te dragen aan een verder geïntegreerde, robuuste en transparante Europese kapitaalmarkt.
Voor de implementatie van de richtlijn worden de Wft en een aantal op die wet gebaseerde algemene maatregelen van bestuur, waaronder het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft (BGfo) en het Besluit bestuurlijke boetes financiële sector (Bbbfs), gewijzigd. De richtlijn moet uiterlijk 29 september 2025 zijn geïmplementeerd in nationale wetgeving. Aan de wijzigingen die de verordening aanbrengt in MiFIR zal, voor zover nodig, uitvoering worden gegeven door middel van aanpassing van enkele algemene maatregelen van bestuur, waaronder het Besluit gereglementeerde markten Wft, het Besluit EU-verordeningen Wft en het Bbbfs.
In paragraaf 2 wordt stilgestaan bij de belangrijkste wijzigingen van MiFID II en MiFIR die de richtlijn respectievelijk de verordening met zich brengen. In paragraaf 3 komt de inhoud van dit wetsvoorstel aan de orde. Toezicht en handhaving worden in paragraaf 4 behandeld. In paragraaf 5 komen de gevolgen voor de regeldruk en andere gevolgen aan de orde. Daarnaast wordt ingegaan op de uitvoeringstoets van de Autoriteit Financiële Markten (AFM). In paragraaf 6 worden de ontvangen consultatiereacties behandeld. In paragraaf 7 wordt ingegaan op de gevolgen van de niet-tijdige implementatie van de richtlijn. De transponeringstabel is in de bijlage bij dit wetsvoorstel opgenomen.
§ 2. Inhoud richtlijn
De richtlijn voorziet in enkele aanpassingen van MiFID II die samenhangen met in de verordening opgenomen wijzigingen van MiFIR. Die wijzigingen van MiFIR zien onder andere op de verplichting voor de exploitanten van handelsplatformen tot het verstrekken van bepaalde handelsgegevens aan een onderneming die deze gegevens aggregeert met het doel om een consolidated tape (CT) beschikbaar te stellen (hierna: een verstrekker van CT) en voorschriften ter verbetering van de kwaliteit van de hiervoor bedoelde handelsgegevens, onder andere door de synchronisatie van beursklokken te harmoniseren. Daarnaast worden de handelsverplichtingen met betrekking tot eigenvermogensintrumenten (equities) respectievelijk afgeleide instrumenten (derivaten) in MiFIR aangescherpt. Ook wordt een verbod opgenomen van betalingen voor het uitvoeren van orders van cliënten op een bepaalde plaats van uitvoering of voor het doorgeven van orders van die cliënten aan derden met het oog op de uitvoering van die orders op een bepaalde plaats van uitvoering (aangeduid als payment for order flow, “PFOF”). Aangezien MiFID II bepalingen over enkele van deze onderwerpen bevat, is ook MiFID II gewijzigd. Daarnaast bevat de richtlijn enkele wijzigingen van MiFID II die beogen bij te dragen aan het bewerkstelligen van een veilige en geïntegreerde Europese kapitaalmarkt, waaronder bepalingen inzake het beperken van marktvolatiliteit en het bevorderen van de transparantie omtrent deze volatiliteitsmaatregelen.
Zo wordt de reikwijdte van de voorschriften voor beleggingsondernemingen met systematische interne afhandeling (Systematic internalisers of ”SI’s") uit hoofde van MiFID II aangescherpt, door aanpassing van de definitie van een SI. De definitie van het begrip multilateraal systeem wordt overgeheveld van MiFID II naar het direct werkende artikel 1 MiFIR om verschillen in de toepassing door de lidstaten van deze definitie en de daarmee samenhangende voorschriften in MiFID II en MiFIR te voorkomen. Daarnaast worden bepaalde handelaren voor eigen rekening uitgezonderd van het toepassingsbereik van MiFID II. Deze generieke uitzondering van MiFID II geldt voor handelaren voor eigen rekening die via directe elektronische toegang (direct electronic access of “DEA”) rechtstreeks op een handelsplatform in financiële instrumenten (kunnen) handelen, die geen marketmaker zijn en die orders van cliënten uitvoeren of een techniek van hoogfrequente algoritmische handel toepassen.3
Voorts bevat de richtlijn enkele voorschriften die erop zijn gericht om belemmeringen voor het verstrekken van een CT weg te nemen. Hoewel MiFIR reeds voorzag in de mogelijkheid om een CT te verstrekken, zijn er geen partijen geweest die een vergunning voor het verstrekken van een CT bij de Europese Autoriteit voor effecten en markten (ESMA) hebben aangevraagd. De voorliggende wijzigingen van MiFID II en MiFIR zijn erop gericht om het verstrekken van een CT alsnog te stimuleren, door geconstateerde belemmeringen voor het ontstaan van een CT weg te nemen. Zo zullen beleggingsondernemingen en marktexploitanten moeten beschikken over regelingen om ervoor te zorgen dat de informatie die zij uit hoofde van MiFIR aan de verstrekker van consolidated tape moeten verstrekken, voldoet aan de daartoe in MiFIR opgenomen kwaliteitseisen. Daarnaast wordt de verplichting inzake de synchronisatie van beursklokken van handelsplatformen overgeheveld van MiFID II naar MiFIR. Deze wijziging heeft tot doel de synchronisatie van beursklokken te harmoniseren, zodat de door de verschillende handelsplatformen gerapporteerde tijdstempels op zinvolle wijze kunnen worden vergeleken. Tevens wordt het toepassingsbereik van de verplichting inzake de synchronisatie van beursklokken uitgebreid naar SI’s, goedgekeurde publicatieregelingen (Approved Publication Arrangements of “APA’s”) en verstrekkers van consolidated tape.
In verband met de beoogde verstrekking van de CT komen enkele periodieke rapportageverplichtingen inzake transparantie na de handel (post-trade transparency) te vervallen. Deze periodieke rapportages waren erop gericht om inzicht te bieden in de uitvoering van cliëntorders zodat kan worden vastgesteld of, en zo ja, in hoeverre marktpartijen hun verplichting nakomen om orders tegen de voor een cliënt voordeligste voorwaarden uit te voeren (best execution-verplichting). In de praktijk is gebleken dat deze rapporten zelden werden geraadpleegd en bovendien niet de informatie bevatten om op grond daarvan een zinvolle vergelijking van de uitvoering van orders te maken. Verwacht wordt dat het op basis van de informatie uit de CT mogelijk zal zijn om de naleving van de hiervoor bedoelde best execution-verplichting door beleggingsondernemingen beter vast te stellen.
Voorts voorziet de richtlijn ter beperking van buitensporige marktvolatiliteit een aanscherping van de voorschriften en transparantieregels voor handelsbeperkingen. Zo schrijft de richtlijn voor dat het toepassingsbereik van deze handelsbeperkingen wordt uitgebreid tot noodsituaties. (Exploitanten van) gereglementeerde markten moeten informatie openbaar maken over hun regelingen voor onderbreking van de handel. Nationale toezichthoudende instanties krijgen daarnaast de bevoegdheid om onder omstandigheden maatregelen te nemen, indien een gereglementeerde markt niet overgaat tot stillegging of beperking van de handel, ondanks een verstoring van de ordentelijke marktomstandigheden als gevolg van een aanzienlijke koersbeweging.
De richtlijn voorziet ook in de aanpassing van enkele voorschriften in MiFID II omtrent transparantie en risicobeheersmaatregelen voor de handel in grondstoffenderivaten, emissierechten of van emissierechten afgeleide instrumenten. Tijdens de energiecrisis in 2022 is gebleken dat de destijds geldende regels ontoereikend waren om de volatiliteit van de Europese energiemarkt in geval van onvoorziene geopolitieke ontwikkelingen te beheersen. Daarom worden de regels voor transparantie na de handel uitgebreid en verder toegespitst op de volatiliteit van de desbetreffende markt. Zo worden de transparantievoorschriften voor de handel (pre trade transparency) verder aangescherpt en wordt onderscheid gemaakt in handelsplatformen waarop opties worden verhandeld en handelsplatformen waar niet in opties wordt gehandeld. Ook wordt de verplichting om positiebeheercontroles toe te passen uitgebreid tot beleggingsondernemingen en marktexploitanten die handelsplatformen exploiteren waarop van emissierechten afgeleide instrumenten worden verhandeld.
Voorts bepaalt de richtlijn dat de Europese Commissie enige technische reguleringsnormen, onder meer met betrekking tot de voorschriften inzake het orderuitvoeringsbeleid en handelsbeperking- en onderbrekingen, dient vast te stellen.
Ten slotte wordt de Europese Commissie opgedragen om aan het Europees Parlement en de Europese Raad uitgebreid te rapporteren over het functioneren van de markten voor grondstoffenderivaten, emissierechten en van emissierechten afgeleide instrumenten en deze rapportages, in voorkomend geval, te doen vergezellen van een wetgevingsvoorstel dat het wettelijk kader voor die markten gericht wijzigt.4
§ 3. Hoofdlijnen van het wetsvoorstel
3.1 Reikwijdte voorschriften voor beleggingsondernemingen met systematische interne afhandeling en handelaren voor eigen rekening
Voor SI’s geldt dat de tot nu toe geldende kwantitatieve criteria voor een kwalificatie als SI worden vervangen door kwalitatieve criteria. Daartoe worden in de definitie van SI het element van een “aanzienlijke basis” en de zinsnede “en waarbij de vooraf bepaalde limieten voor frequente en systematische basis en voor een aanzienlijke basis beiden worden overschreden” geschrapt. In de praktijk is gebleken dat de kwantitatieve criteria onnodig belastend waren voor marktpartijen. Daarnaast is gebleken dat marktpartijen ten onrechte de regels voor SI’s toepasten om te voorkomen dat zij ten gevolge van een onjuiste kwalificatie niet aan deze voorschriften zouden voldoen. Dit leidt tot buitensporige lasten als gevolg van een voortdurende beoordeling aan kwantitatieve criteria en een eventueel onjuiste kwalificatie als SI. Omdat op grond van de wijzigingen van MiFIR SI’s worden uitgesloten van de verplichtingen inzake transparantie voor de handel (pre trade transparency) voor andere financiële instrumenten dan eigenvermogensinstrumenten (non equities), wordt de kwalitatieve beoordeling voor een kwalificatie als SI uitsluitend gebaseerd op de interne afhandeling van eigenvermogensinstrumenten (equities). Daartoe wordt de definitie van een SI gewijzigd en toegevoegd dat deze beoordeling uitsluitend betrekking heeft op de interne afhandeling van eigenvermogensinstrumenten. Beleggingsondernemingen houden wel de mogelijkheid om ervoor te kiezen de regeling voor SI’s toe te passen, ook wanneer zij niet aan de genoemde kwalitatieve criteria voldoen.
Daarnaast wordt de vrijstelling van de Wft-voorschriften, met uitzondering van de voorschriften over het gedragstoezicht op financiële markten, voor bepaalde handelaren voor eigen rekening verduidelijkt. Ook niet-financiële entiteiten die (i) optreden als handelaar voor eigen rekening omwille van hun liquiditeitsbeheer of ter beperking van risico’s die rechtstreeks verband houden met hun commerciële bedrijvigheid of met hun kasbeheeractiviteiten, en die (ii) middels DEA toegang hebben tot een handelsplatform, kunnen worden vrijgesteld van de hiervoor bedoelde Wft-voorschriften.5 Voorwaarde hiervoor is dat zij geen marketmaker zijn, geen orders van cliënten uitvoeren of geen techniek van hoogfrequente algoritmische handel toepassen.
Uitsluitend vergunninghoudende beleggingsondernemingen, banken of marktexploitanten mogen de dienst DEA verlenen. Beleggingsondernemingen, banken en marktexploitanten die hun cliënten door middel van DEA toegang tot een handelsplatform verschaffen, moeten ervoor zorgen dat die cliënten voldoen aan de voorschriften van de artikelen 17, vijfde lid, 48, zevende lid, MiFID II. De poortwachtersfunctie van deze beleggingsondernemingen en marktexploitanten is voldoende doeltreffend, zodat het niet noodzakelijk is dat de genoemde handelaren voor eigen rekening beschikken over een vergunning als beleggingsonderneming. Partijen die op deze wijze worden uitgezonderd van de toepassing van de Wft zullen wel moeten blijven voldoen aan de verplichtingen uit hoofde van het deel Gedragstoezicht financiële markten.
3.2 Consolidated tape
Om het verstrekken van een CT in de Europese Unie te stimuleren, is het van belang dat verstrekkers van CT op doorlopende basis toegang verkrijgen tot relevante en actuele handelsgegevens van voldoende kwaliteit. Artikel 22 ter MiFIR voorziet daarom in voorschriften voor de kwaliteit van de gegevens die beleggingsondernemingen en marktexploitanten aan verstrekkers van de CT moeten vertrekken. Aan ESMA is opdracht verleend om technische reguleringsnormen inzake deze gegevenskwaliteitsnormen te ontwerpen. Om te borgen dat de aan te leveren gegevens van voldoende kwaliteit zijn dient een beleggingsonderneming en een markexploitant te beschikken over (interne) regelingen die erop zijn gericht dat de door hen aan de CT-verstrekker te leveren gegevens voldoen aan de gegevenskwaliteitsnormen die zijn vastgesteld krachtens artikel 22 ter MiFIR.
3.3 Periodieke rapportages inzake uitvoering van cliëntorders
De verplichting voor beleggingsondernemingen om op periodieke basis informatie beschikbaar te stellen over hun orderuitvoeringsbeleid komt te vervallen. Deze periodieke rapportages dienden ertoe om cliënten en andere relevante partijen in staat te stellen om vast te stellen op welke wijze een beleggingsonderneming invulling had gegeven aan haar verplichting tot beste uitvoering (best execution) van orders van cliënten. Gebleken is dat in praktijk zeer beperkt gebruik werd gemaakt van periodieke rapportages mede omdat op basis van de daarin opgenomen informatie cliënten en andere relevante partijen niet in staat waren om het orderuitvoeringsbeleid van verschillende beleggingsondernemingen met elkaar te vergelijken. De verwachting is dat de oprichting van een CT er mede toe zal leiden dat cliënten en andere relevante partijen - op basis van de via de CT openbaar te maken (handels)gegevens - wel adequaat inzicht (kunnen) verkrijgen in de kwaliteit van het orderuitvoeringsbeleid van verschillende beleggingsondernemingen. av.
3.4 Beperken marktvolatiliteit
Het wetsvoorstel wijzigt de voorschriften voor handelsplatformen ten aanzien van de mechanismen die erop zijn gericht om buitensporige volatiliteit op de financiële markten te beperken. Handelsplatformen moeten al beschikken over dergelijke mechanismen, waaronder de mogelijkheid om de handel tijdelijk op te schorten of te beperken in de vorm van handelsonderbrekers of bandbreedtes waarbinnen prijzen maximaal mogen bewegen (price collars), om te reageren op aanzienlijke koersbewegingen die zich binnen een korte periode voordoen. Het wetsvoorstel schrijft voor dat een handelsplatform de hiervoor bedoelde mechanismen ook in werking kan stellen in het geval zich een noodsituatie voordoet.6 Daarmee wordt gereageerd op de ervaringen uit de energiecrisis in 2022 en de als gevolg daarvan opgetreden marktomstandigheden. Handelsplatformen moeten in staat zijn de mechanismen ter beperking van buitensporige volatiliteit in geval van een noodsituatie te activeren, al voordat aanzienlijke volatiliteit is opgetreden. Daarnaast voorziet het wetsvoorstel in grotere transparantie over de mechanismen voor beperking van handelsvolatiliteit. Een marktexploitant moet op de website van een door hem beheerde gereglementeerde marktinformatie verschaffen over de mechanismen en parameters voor beperking van volatiliteit op de gereglementeerde markt. Hiermee wordt beoogd de transparantie voor marktdeelnemers te vergroten en onzekerheid onder marktdeelnemers verder te beperken. Aan de AFM wordt de bevoegdheid verleend om passende maatregelen te nemen om de ordelijke werking van de markten te herstellen, als een marktexploitant ondanks onordelijke handelsvoorwaarden als gevolg van een aanzienlijke koersbeweging in een financieel instrument of gerelateerde financiële instrumenten niet overgaat tot het tijdelijk stilleggen of beperken van de handel op de door hem geëxploiteerde gereglementeerde markt.
3.5 Transparantie inzake energiederivaten en van emissierechten afgeleide instrumenten
Het wetsvoorstel bevat enige (nieuwe) rapportageverplichtingen met betrekking tot de markten voor energiederivaten en van emissierechten afgeleide instrumenten teneinde de transparantie op die markten te verbeteren. Sinds de energiecrisis van 2022 is gebleken dat marktpartijen meer behoefte hebben aan adequate informatie met betrekking tot de markten voor de hiervoor bedoelde financiële instrumenten.
3.6 Geen lidstaatopties
De richtlijn bevat geen lidstaatopties waarvan Nederland gebruik maakt of gebruik zou kunnen maken.7 Het wetsvoorstel bevat evenmin “nationale koppen”, dat wil zeggen door een lidstaat, bovenop hetgeen waartoe de richtlijn noodzaakt, vastgestelde aanvullende voorschriften waaraan burgers of bedrijven moeten voldoen.
§ 4. Toezicht en handhaving
§ 4.1 Samenwerking toezichthouders
De richtlijn bevat geen nieuwe bepalingen over samenwerking tussen de toezichthouders. Wel voorziet de richtlijn in een nieuwe directe rapportageverplichting aan ESMA voor beleggingsondernemingen en marktexploitanten die een handelsplatform exploiteren waarop wordt gehandeld in grondstoffenderivaten of van emissierechten afgeleide instrumenten. Deze beleggingsondernemingen en marktexploitanten moeten hun periodieke rapportages over de geaggregeerde posities van verschillende categorieën personen voor de grondstoffenderivaten en van emissierechten afgeleide instrumenten die op hun handelsplatform worden verhandeld als bedoeld in artikel 58 MiFID II zowel aan hun nationale toezichthouder als aan ESMA verstrekken. ESMA zal vervolgens zorgdragen voor de gecentraliseerde publicatie van de informatie in deze rapportages.
§ 4.2 Handhaving
Gelet op de systematiek van de Wft is afdeling 1.4.2 betreffende handhaving van toepassing op de artikelen uit de richtlijn die worden vastgelegd in de Wft. Als sprake is van een overtreding van een artikel dat in de bijlagen bij de artikelen 1:79 en 1:80 Wft wordt opgenomen, kan de AFM een last onder dwangsom respectievelijk bestuurlijke boete opleggen. Hierdoor wordt handhaving van de opgenomen artikelen gewaarborgd.
§ 5. Gevolgen van het wetsvoorstel
§ 5.1 Regeldrukgevolgen
Deze paragraaf gaat nader in op de regeldrukeffecten als gevolg van de implementatie van de richtlijn in het Nederlandse nationale recht. Onder regeldrukkosten worden verstaan alle investeringen en inspanningen (uitgedrukt in euro's) die burgers, bedrijven of professionals moeten doen en verrichten om te voldoen aan wet- en regelgeving van de Rijksoverheid. Het gaat hierbij om kosten die voortvloeien uit informatieverplichtingen en inhoudelijke verplichtingen, waaronder aan het toezicht gerelateerde verplichtingen op basis van wet- en regelgeving. Deze regeldrukeffecten zijn bepaald op basis van de daartoe in het Handboek meting regeldrukkosten neergelegde systematiek.8 De gehanteerde cijfers zijn gebaseerd op basis van gegevens uit de openbare Wft-registers met betrekking tot onder toezicht staande ondernemingen. In Nederland zijn er vijf marktexploitanten en ongeveer 210 beleggingsondernemingen, waarvan er ongeveer 34 orders van cliënten uitvoeren en ongeveer 13 een georganiseerde handelsfaciliteit of een multilaterale handelsfaciliteit exploiteren.9 In de navolgende subparagrafen worden de geschatte regeldrukgevolgen per verplichting nader toegelicht.
§ 5.1.1 Periodieke rapportage over kwaliteit orderuitvoering
Voor beleggingsondernemingen vervalt de verplichting om periodiek te rapporteren over de kwaliteit van uitvoering van cliëntorders en de belangrijkste plaatsen van uitvoering waarop de beleggingsonderneming orders van haar cliënten uitvoert. In plaats daarvan moeten beleggingsondernemingen op grond van MiFIR handelsgegevens toezenden aan de verstrekker van CT. Daarom wordt verwacht dat het vervallen van de periodieke rapportage over de kwaliteit van orderuitvoering niet leidt tot een materiële afname van nalevingskosten.
§ 5.1.2 Regelingen ter borging van de gegevenskwaliteitsnormen voor consolidated tape
Beleggingsondernemingen en marktexploitanten moeten beschikken over regelingen om ervoor te zorgen dat de gegevens die zij verzenden aan een verstrekker van consolidated tape voldoen aan de gegevenskwaliteitsnormen die zijn vastgesteld op grond van artikel 22 ter MiFIR. Deze verplichting brengt eenmalige en doorlopende nalevingskosten voor marktpartijen met zich. De eenmalige nalevingskosten voor het implementeren van deze regeling per onderneming worden geschat op € 46.480 (120 uur x € 54). Hierbij wordt ervan uitgegaan dat een hoogopgeleide medewerker de werkzaamheden uitvoert en de werkzaamheden als complex zijn aan te merken. De jaarlijkse kosten per onderneming voor het actualiseren en naleven van deze regelingen worden geschat op € 3.240 (60 uur x € 54). Uitgaande van 215 relevante ondernemingen bedragen de eenmalige nalevingskosten derhalve € 9.993.200 en de jaarlijkse nalevingskosten € 696.600.
§ 5.1.3 Publicatie beleid inzake beperking marktvolatiliteit
Marktexploitanten worden verplicht om op hun website informatie te publiceren over de omstandigheden die tot stillegging van de handel leiden en over de beginselen voor het bepalen van de belangrijkste technische parameters die daarvoor worden gebruikt. Vanwege de noodzaak om deze informatie actueel te houden wordt verwacht dat deze verplichting voor marktexploitanten jaarlijkse nalevingskosten van € 432 (8 uur x € 54) met zich brengen. Uitgaande van vijf marktexploitanten betekent dit structurele nalevingskosten van € 2.160.
§ 5.1.4 Positiebeheerscontroles uitgebreid naar van emissierechten afgeleide instrumenten
Beleggingsondernemingen en marktexploitanten die een handelsplatform exploiteren worden verplicht om, naast de reeds bestaande positiebeheerscontroles voor grondstoffenderivaten, positiebeheerscontroles toe te passen voor van emissierechten afgeleide instrumenten. Thans gaat het om één onderneming die in Nederland een handelsplatform exploiteert waarop wordt of kan worden gehandeld in van emissierechten afgeleide instrumenten. Verwacht wordt dat de uitbreiding van deze verplichting voor de betreffende onderneming leidt tot gemiddelde eenmalige nalevingskosten van € 81.000 (150 uur x € 54). De gemiddelde structurele nalevingskosten worden geschat op € 54.000 (100 uur x € 54). Hierbij wordt uitgegaan van een hoogopgeleide medewerker die complexe werkzaamheden uitvoert.
§ 5.1.5 Rapportages over de verhandeling van bepaalde categorieën financiële instrumenten
De verplichting van een beleggingsonderneming of een marktexploitant die een in Nederland gelegen handelsplatform exploiteert waarop in emissierechten, grondstoffenderivaten en van emissierechten afgeleide instrumenten wordt gehandeld om periodiek te rapporteren over de handel in deze financiële instrumenten, wordt gewijzigd. Als gevolg van deze wijziging vervalt de periodieke rapportageverplichting over de handel in emissierechten. De rapportageverplichting geldt daardoor alleen voor grondstoffenderivaten en van emissierechten afgeleide instrumenten. Aangenomen wordt dat dit de regeldruk voor de betreffende beleggingsondernemingen en marktexploitanten vermindert.
Daarnaast wordt de invulling van de rapportageverplichting gewijzigd, afhankelijk of op het desbetreffende handelsplatform opties worden verhandeld. Als op een handelsplatform geen opties worden verhandeld, moet de beleggingsonderneming of de marktexploitant voortaan – net als nu – een keer per week een verslag naar ESMA10 en AFM sturen.11 Als op een handelsplatform opties worden verhandeld, moeten zij voortaan twee keer per week een verslag sturen. Hoewel dit voor deze laatste groep ondernemingen een lastenverzwaring betekent, is tegelijk de verwachting dat deze lastenverzwaring wegvalt tegen de hiervoor genoemde lastenverlichting door de beperking van de reikwijdte van de rapportageverplichting tot grondstoffenderivaten en van emissierechten afgeleide instrumenten.
Per saldo leveren de hiervoor genoemde regeldrukvermeerdering en -vermindering naar verwachting geen materiële wijziging in toepasselijke nalevingskosten op. De beperking van de verplichting van beleggingsondernemingen, om aan hun bevoegde toezichthouder een uitsplitsing te verstrekken van financiële instrumenten die zij buiten een handelsplatform handelen tot gelijkwaardige otc-contracten, zal naar verwachting een beperkte verlichting van administratieve lasten opleveren.
§ 5.2 Andere gevolgen
De voorgestelde wijzigingen in dit wetsvoorstel hebben geen financiële gevolgen voor het Rijk of gevolgen voor het doenvermogen van burgers of bedrijven. Tevens heeft het wetsvoorstel geen substantiële gevolgen voor zzp’ers en het mkb. Het wetsvoorstel heeft regeldrukgevolgen voor marktexploitanten en beleggingsondernemingen die een handelsplatform exploiteren of orders van cliënten uitvoeren op een handelsplatform, maar deze zijn niet substantieel. Deze financiële ondernemingen worden, gezien de aard van de werkzaamheden van deze financiële ondernemingen, hun jaaromzet en jaarbalans niet als zodanig aangemerkt. De gevolgen van de in subparagraaf 5.1.2 bedoelde verplichtingen hangen met name samen met de invoering van de consolidated tape, hetgeen een aangelegenheid is die vooral de rechtstreeks werkende MiFIR-verordening regelt.
§ 5.3 Adviescollege toetsing regeldruk (ATR)
Een ontwerp van het wetsvoorstel is ter advisering voorgelegd aan het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR). Het eindoordeel van het ATR is dat het wetsvoorstel kan worden ingediend nadat met een aantal adviespunten rekening is gehouden. Het betreft de volgende adviespunten.
Het ATR adviseert om de regeldrukgevolgen toe te lichten van de bestaande en nieuwe rapportageverplichtingen van beleggingsondernemingen en marktexploitanten van handelsplatformen waarop in grondstoffenderivaten of in van emissierechten afgeleide instrumenten wordt gehandeld. Naar aanleiding van dit advies is subparagraaf 5.1.5 aangepast.
Het ATR adviseert om nader te onderbouwen dat het voorstel geen gevolgen heeft voor het mkb. Naar aanleiding van dit advies is paragraaf 5.2 aangepast.
Het ATR adviseert om de regeldrukgevolgen in kaart te brengen conform de Rijks-brede methodiek en daarbij met behulp van scenario’s of bandbreedtes inzicht te bieden in de effecten van de nadere reguleringsnormen en richtsnoeren. Naar aanleiding van dit advies van het ATR is paragraaf 5.1 aangepast.
§ 5.4 Uitvoeringstoets
Omdat de AFM wordt belast met het toezicht op het bepaalde bij of krachtens dit voorstel van wet, is deze toezichthouder in de voorbereidingsfase van dit voorstel van wet verzocht een uitvoeringstoets uit te voeren. Naar het oordeel van de AFM is het wetsvoorstel uitvoerbaar.
Het wetsvoorstel leidt volgens de AFM niet tot nieuwe taken voor de AFM. Nieuw is wel dat aan de AFM de bevoegdheid wordt verleend om passende maatregelen te nemen om de ordelijke werking van de markten te herstellen, als een marktexploitant ondanks onordelijke handelsvoorwaarden als gevolg van een aanzienlijke koersbeweging in een financieel instrument of gerelateerde financiële instrumenten niet overgaat tot het tijdelijk stilleggen of beperken van de handel op de door hem geëxploiteerde gereglementeerde markt. De AFM verwacht dat deze nieuwe bevoegdheid geen grote gevolgen heeft voor haar toezicht.
De AFM vindt zich voor een doeltreffende uitvoering voldoende toegerust. Het wetsvoorstel betreft een aantal aanpassingen van de Wft die verband houden met aanpassingen van de bestaande MiFID II-richtlijn en MiFIR-verordening. Deze wetswijzigingen hebben gevolgen voor de inhoud van de vereisten voor al onder toezicht van de AFM staande instellingen, maar er komen met deze aanpassingen geen nieuwe instellingen onder toezicht van de AFM. De AFM schat in dat deze aanpassingen geen grote betekenis hebben voor haar toezicht. De hiermee gepaard gaande kosten zijn beperkt en kunnen worden opgevangen binnen het kostenkader.
§ 6. Openbare consultatie
Het conceptwetsvoorstel is van 20 oktober 2025 tot en met 16 november 2025 ter consultatie gepubliceerd op www.internetconsultatie.nl. Er zijn twee reacties ontvangen. De ene reactie is ingediend door Amsterdam Proprietary Traders (APT), de andere reactie door een particulier.
APT stelt in de eerste plaats vast dat de richtlijn op nauwgezette wijze is omgezet in de Nederlandse wetgeving.
APT gaat in haar reactie verder in op de introductie van de CT. De APT verwelkomt die introductie, maar merkt tegelijkertijd op dat het schrappen van de periodieke rapportageverplichting met betrekking tot de kwaliteit van orderuitvoering (best execution) niet mag leiden tot een verschuiving van verantwoordelijkheid richting de klant (van een beleggingsonderneming). Ter onderbouwing van die reactie verwijst de APT naar een passage in de memorie van toelichting die een zodanige verschuiving zou suggereren.
In de betreffende passage (in paragraaf 3.3 van de memorie van toelichting) wordt opgemerkt dat de verwachting is dat een klant (van een beleggingsonderneming) op basis van de (handels)data die via de CT worden openbaar gemaakt beter inzicht zou kunnen verkrijgen in de kwaliteit van orderuitvoering (door de beleggingsonderneming). Die passsage ziet op overweging 8 van de preambule van de richtlijn waarin worden opgemerkt dat “Die informatie kan worden gebruikt om de beste uitvoering aan te tonen”. Die zin verduidelijkt dat de beleggingsonderneming (“broker”) de data die via de CT worden verspreid, kan gebruiken om aan haar klanten aan te tonen dat de kwaliteit van haar orderuitvoering in overeenstemming is met de op de beleggingsonderneming rustende best execution verplichting. Met andere woorden: met de door APT aangehaalde passage uit de memorie van toelichting wordt op geen enkele wijze gesuggereerd dat er als gevolg van de introductie van de CT of het schrappen van de hiervoor bedoelde informatieverplichting een (gehele of gedeeltelijke) verschuiving van de best execution verplichting van een beleggingsonderneming naar haar klanten plaatsvindt. Die verplichting rust onverkort op de beleggingsonderneming.
APT ondersteunt de voorgestelde aanscherping van de regels omtrent handelsonderbrekers en de transparantieverplichtingen, en wijst op hetgeen in het voorgestelde artikel 5:30a, derde lid, is bepaald ten aanzien van het stilleggen van de handel op aanverwante markten. De APT adviseert dit een en ander in beleid ter verankeren om te voorkomen dat ongelijktijdige hervatting van de handel de marktintegriteit schaadt. APT pleit voor uniforme en voorspelbare regels terzake en voor structureel overleg tussen de AFM en andere toezichthoudende instanties. In reactie hierop wordt opgemerkt dat ESMA reeds op grond van artikel 45, dertiende lid, MiFID II verplicht is om richtsnoeren (beleidsregels) vast te stellen betreffende de passende afstemming van handelsonderbrekers als bedoeld in artikel 48, vijfde lid, MiFID II. Daarbij dient ESMA rekening te houden met de in laatstgenoemd artikel bedoelde factoren. Voorts wordt opgemerkt dat het niet aan de wetgever, maar aan de AFM zelf is om te bepalen of, en zo ja, op welke wijze zij overleg voert met toezichthoudende instanties van andere lidstaten over het bepaalde in artikel 5:30a, derde lid, Wft. Echter, de reactie van APT zal onder de aandacht van de AFM worden gebracht.
Omdat de reactie van de particulier niet ingaat op de inhoud van het voorstel van wet, maar – zo wordt verondersteld – op hetgeen in de rechtstreeks werkende MiFIR-verordening is bepaald met betrekking tot data die de consolidated tape ontvangt, consolideert en verspreidt, wordt daar in deze memorie van toelichting verder niet op ingegaan.
§ 7. Gevolgen overschrijding implementatietermijn
De richtlijn bepaalt dat de lidstaten de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking doen treden om uiterlijk op 29 september 2025 aan de richtlijn te voldoen. Deze datum is inmiddels verstreken.
Het overschrijden van de implementatietermijn van de richtlijn heeft onder meer gevolgen voor de toepassing van de bevoegdheid van een marktexploitant om de handel op de door hem geëxploiteerde gereglementeerde markt tijdelijk stil te leggen of te beperken, indien zich een noodsituatie voordoet. Voorts heeft het overschrijden van implementatietermijn gevolgen voor de in de richtlijn neergelegde verplichting voor beleggingsondernemingen en marktexploitanten om positiebeheerscontroles toe te passen bij de handel – op de door hen geëxploiteerde handelsplatformen – in van emissierechten afgeleide instrumenten.
Met betrekking tot de bevoegdheid om de handel op een gereglementeerde markt tijdelijk stil te leggen of te beperken, indien sprake is van een noodsituatie, is van belang dat een marktexploitant reeds over de bevoegdheid beschikt om de handel op een gereglementeerde markt (of op een aanverwante markt) tijdelijk stil te leggen of te beperken, indien er gedurende een korte periode sprake is van aanzienlijke koersbewegingen in een financieel instrument.12 Het overschrijden van implementatietermijn van de richtlijn leidt ertoe dat een marktexploitant tot het tijdstip waarop Nederland de richtlijn heeft omgezet in nationaal recht niet beschikt over de bevoegdheid om de handel op de door hem geëxploiteerde gereglementeerde markt tijdelijk stil te leggen of te onderbreken, indien zich een noodsituatie voordoet, tenzij zich gedurende een korte periode aanzienlijke koersbewegingen in een financieel instrument voordoen.
Voorts wordt erop gewezen de AFM reeds beschikt over de bevoegdheid om door middel van het geven van een aanwijzing een beleggingsonderneming die een handelsplatform exploiteert of een marktexploitant kan verplichten om de handel in een financieel instrument op te schorten of te onderbreken, indien dit noodzakelijk is voor de bescherming van de belangen van de beleggers in dit financieel instrument of de ordelijke handel daarin.13 In de praktijk zal in een noodsituatie veelal sprake zijn van aanzienlijke koersbewegingen of een onordelijke handel in een financieel instrument, zodat die situaties al kunnen worden ondervangen. De toevoeging van een noodsituatie is met name bedoeld om de ordelijke werking van de markten te herstellen en niet alleen de ordelijke handel in een financieel instrument.
Een ander gevolg van het niet tijdig implementeren van de richtlijn is dat exploitanten van in Nederland gelegen handelsplatformen waarop wordt gehandeld in van emissierechten afgeleide instrumenten niet zijn verplicht om bij de handel in die financiële instrumenten positiebeheerscontroles toe te passen, zolang de richtlijn nog niet is omgezet in nationaal recht. Echter, de enige onderneming die in Nederland een handelsplatform exploiteert waarop in enige omvang in van emissierechten afgeleide instrumenten worden gehandeld, past bij die handel reeds vrijwillig positiebeheerscontroles toe.
Voor het overige zijn de gevolgen van het niet tijdig implementeren van de richtlijn opgenomen voorschriften ook beperkt. Zo kunnen bijvoorbeeld de relevante marktpartijen nog niet de in de richtlijn opgenomen voorschriften met betrekking tot de consolidated tape (CT) naleven, doordat er momenteel nog geen CT in de Europese Unie wordt geëxploiteerd. Verder mag worden verwacht dat de kosten die verband houden met de naleving van enkele rapportage- of publicatieverplichtingen, die thans nog in de Wft of op die wet gebaseerde lagere regelgeving zijn geïmplementeerd en die door de richtlijn worden schrapt, zoals de periodieke rapportages met betrekking tot de uitvoering van cliëntorders, te overzien zijn. Het betreft hier betrekkelijk lichte rapportageverplichtingen die vervallen.
Daarnaast zijn er gevolgen verbonden aan de niet-tijdige uitvoering van de verordening. Om ervoor te zorgen dat de AFM tegen inbreuken op de in de verordening opgenomen voorschriften die MiFIR wijzigen met een bestuurlijke boete of een last onder dwangsom handhavend kan optreden, wordt het Besluit EU-verordeningen Wft (BEUv) via een algemene maatregel van bestuur gewijzigd.
ARTIKELSGEWIJS
ARTIKEL I (Wet op het financieel toezicht)
A (artikel 1:1)
De in dit onderdeel opgenomen wijzigingen van artikel 1:1 Wft strekken tot implementatie van de in artikel 1, derde lid, onderdelen a en b, van de richtlijn opgenomen wijzigingen van artikel 4, eerste lid, punten 19 en 20, MiFID II.
Omdat de materiële omschrijving van het begrip “multilateraal systeem” is overgeheveld van de definitie in artikel 1, derde lid, onderdeel a, MiFID II naar artikel 2, eerste lid, onderdeel 11, MIFIR wordt in de in artikel 1:1 Wft opgenomen definitie van dat begrip een verwijzing naar artikel 2, eerste lid, punt 11, MiFIR opgenomen.14
Voorts wordt in artikel 1:1 Wft de definitie van het begrip “beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling” gewijzigd. Op grond van artikel 4, eerste lid, punt 20, MiFID II kan een beleggingsonderneming alleen als SI worden gekwalificeerd, indien de beleggingsonderneming op georganiseerde, frequente, systematische en aanzienlijke basis voor eigen rekening buiten een handelsplatform handelt of wanneer de beleggingsonderneming ervoor kiest om onder de in MiFID II opgenomen regeling voor SI’s te vallen. Of er sprake is van handel voor eigen rekening op georganiseerde, frequente, systematische en aanzienlijke basis moet een beleggingsonderneming aan de hand van kwantitatieve criteria beoordelen. Gebleken is dat de beoordeling complex is en tot buitensporige lasten heeft geleid.15 Om die reden zullen de hiervoor bedoelde kwantitatieve criteria vervangen door kwalitatieve criteria. Daartoe worden in de definitie van SI het element van een “aanzienlijke basis” en de zinsnede “en waarbij de vooraf bepaalde limieten voor frequente en systematische basis en voor een aanzienlijke basis beiden worden overschreden” geschrapt. Omdat MiFIR zodanig is gewijzigd dat de op grond van die verordening geldende verplichtingen inzake transparantie voor de handel (pre trade transparency) bij de handel in andere financiële instrumenten dan eigenvermogensinstrumenten (non-equities) niet langer van toepassing zijn op SI’s, dienen bij de hiervoor bedoelde kwalitatieve beoordeling van SI’s nog uitsluitend eigenvermogensintrumenten (equities) in aanmerking te worden genomen.16 Een beleggingsonderneming kan er echter nog wel voor kiezen om met betrekking tot non-equities systematische interne afhandeling toe te passen.
B (artikel 1:18, onderdeel g, onder 2)
Dit onderdeel, dat artikel 1:18, onderdeel g, onder 2, Wft wijzigt, strekt tot implementatie van de in artikel 1, tweede lid, van de richtlijn opgenomen wijziging van artikel 2, eerste lid, punt d, onder ii, MiFID II. Op grond van artikel 1:18, onderdeel g, onder 2, is de Wft, met uitzondering van het Deel Gedragstoezicht financiële ondernemingen, niet van toepassing op het verlenen van beleggingsdiensten en het verrichten van beleggingsactiviteiten, door de in dat artikel bedoelde personen, voor zover zij voldoen aan het bepaalde in artikel 1:18, onderdeel g, onder 2. Er worden twee wijzigingen in artikel 1:18, onderdeel g, onder 2, doorgevoerd. De eerste wijziging bewerkstelligt dat de Wft, met uitzondering van het hiervoor genoemde deel van die wet, niet van toepassing is op niet-financiële entiteiten, die lid of deelnemer zijn van een gereglementeerde markt of MTF, die transacties uitvoeren die deel uit maken van het liquiditeitsbeheer door deze niet-financiële entiteiten. De tweede wijziging ziet op personen die gebruik maken van DEA en op die wijze toegang tot een handelsplatform hebben en die geen marketmarker zijn, orders van cliënten uitvoeren of een techniek van hoogfrequente algoritmische handel toepassen. Deze personen vallen niet langer onder het toepassingsbereik van de Wft, met uitzondering van het Deel Gedragstoezicht financiële markten, omdat beleggingsondernemingen of banken die DEA tot een handelsplatform verlenen en gereglementeerde markten die DEA toestaan moeten voldoen aan het bepaalde in de artikel 17, vijfde lid, MiFID II respectievelijk artikel 48, zevende lid, MiFID II.17 Hiermee is de poortwachtersfunctie – met betrekking tot de toegang tot een handelsplatform – voldoende geborgd en is het niet nodig dat personen die van DEA gebruik maken, waaronder handelaren voor eigen rekening, onder het toepassingsbereik van de Wft, met uitzondering van de voorschriften inzake positielimieten voor grondstoffenderivaten uit hoofde van het deel Gedragstoezicht financiële markten, vallen.18
C (artikel 4:90b)
Dit onderdeel, dat artikel 4:90b Wft wijzigt, strekt tot implementatie van de in artikel 1, vierde lid, van de richtlijn opgenomen wijziging van artikel 27, derde, zesde en zevende lid, MiFID II.
De wijziging van artikel 4:90b, derde lid, Wft implementeert artikel 1, vierde lid, onderdeel b, van de richtlijn, dat artikel 27, derde lid, MiFID II wijzigt. Artikel 4:90b, zevende lid, Wft komt te vervallen om uitvoering te geven aan de in artikel 1, vierde lid, onder c, van de richtlijn opgenomen schrapping van artikel 27, zesde lid, MiFID II. De verplichting voor een beleggingsonderneming, om periodiek te rapporteren over de kwaliteit van uitvoering van de door haar uitgevoerde orders en haar belangrijkste plaatsen van uitvoering, komt te vervallen. Zoals toegelicht in paragraaf 3.3, zal de CT relevante gegevens bevatten om aan te tonen dat een beleggingsonderneming haar verplichting is nagekomen om bij de uitvoering van orders het best mogelijke resultaat voor hun cliënten te behalen.
In artikel 4:90b, zevende lid, (nieuw) worden twee wijzigingen doorgevoerd. De eerste wijziging zorgt ervoor dat de tekst van dat lid beter aansluit bij de tekst van artikel 27, zevende lid, MiFID II. Om de tekst van laatstgenoemd artikel beter in lijn te brengen met de tekst van MiFID II worden de woorden “waar passend” in artikel 27, zevende lid, ingevoegd. De tweede wijziging houdt verband met het vervallen van de artikelen 4:90b, zevende lid, en 4:90e Wft. Beleggingsondernemingen en plaatsen van uitvoering zijn niet langer verplicht om periodiek te rapporteren over de wijze van uitvoering van cliëntorders respectievelijk transacties. Het voorschrift dat beleggingsondernemingen de beoordeling van de doeltreffendheid van hun beleid voor de uitvoering van orders van cliënten op deze periodieke rapportages baseren, komt dienovereenkomstig te vervallen. Op grond van artikel 4:90b, zevende lid, (nieuw) Wft beoordeelt een beleggingsonderneming in haar toezicht op de doeltreffendheid van haar regelingen en beleid voor orderuitvoering regelmatig of de gebruikte plaatsen van uitvoering tot het best mogelijke resultaat voor de cliënt leiden dan wel of deze regelingen en beleid moeten worden gewijzigd. Daarbij kunnen beleggingsondernemingen gebruik maken van de informatie die zal worden opgenomen in de CT. Op grond van artikel 27, tiende lid, MiFID II dient ESMA technische reguleringsnormen te ontwikkelen met betrekking tot de hiervoor bedoelde beoordeling door beleggingsondernemingen en plaatsen van uitvoering van de doeltreffendheid van hun beleid voor de uitvoering van orders.
De aanpassing van het elfde lid (nieuw) is van wetstechnische aard. Omdat de periodieke rapportageplicht van beleggingsondernemingen, bedoeld in het zevende lid, komt te vervallen, is het niet langer noodzakelijk bij algemene maatregel van bestuur nadere regels te stellen omtrent deze rapportageplicht.
D (artikel 4:90e)
Dit onderdeel dat artikel 27, derde lid, MiFID II gedeeltelijk verwerkt, schrapt artikel 4:90 e Wft. Op grond van artikel 1, vierde lid, onderdeel b, van de richtlijn wordt artikel 27, derde lid, MiFID II gewijzigd. De verplichting voor plaatsen van uitvoering, om periodiek rapporten openbaar te maken over de uitvoering van orders van cliënten en de naleving van de verplichting om orders tegen de voor de cliënt voordeligste voorwaarden uit te voeren (best execution) komt te vervallen. Zoals toegelicht in paragraaf 3.3, zal de consolidated tape relevante gegevens bevatten om aan te tonen dat een beleggingsonderneming haar verplichting is nagekomen om bij de uitvoering van orders het best mogelijke resultaat voor hun cliënten te behalen.
E (artikel 4:91a)
De wijziging van artikel 4:91a Wft bewerkstelligt dat de (nieuwe) verplichtingen voor marktexploitanten op grond van de artikelen 5:30a, derde lid, 5:30e en 5:30f Wft van overeenkomstige toepassing zijn op beleggingsondernemingen die een georganiseerde handelsfaciliteit (OTF) of een multilaterale handelsfaciliteit (MTF) exploiteren. De gewijzigde artikelen 5:30a, derde lid, 5:30e en 5:30f Wft strekken tot implementatie van het door de richtlijn gewijzigde artikel 48, vijfde lid MiFID II.19
Deze wijziging van artikel 4:91a strekt tevens tot implementatie van artikel 18, vijfde lid, MiFID II. Laatstgenoemd artikel bepaalt dat beleggingsondernemingen en marktexploitanten die een MTF of OTF exploiteren voldoen aan de artikelen 48 en 49 MiFID II en dat zij met het oog daarop voorzien in alle noodzakelijk doeltreffende systemen, procedures en regelingen.
Hierbij wordt de kanttekening geplaatst dat anders dan in de Engelse, Franse en Duitse taalversie van artikel 18, vijfde lid, waarin wordt verwezen naar de artikelen 48 en 49 MiFID II, in de Nederlandse taalversie van artikel 18, vijfde lid, wordt verwezen naar de artikelen 50 en 51 MiFID II.
F (artikel 4:91ab)
De wijziging van artikel 4:91ab Wft strekt tot implementatie van artikel 1, vijfde en negende lid, van de richtlijn. Op grond van artikel 1, negende lid, van de richtlijn vervalt artikel 50 MiFID II. Laatstgenoemd artikel was geïmplementeerd in artikel 4:91ab Wft. De in artikel 50 MiFID II opgenomen voorschriften inzake het synchroniseren van beursklokken zijn overgeheveld naar (het rechtstreeks werkende) artikel 22quater MiFIR.20 Daarom komt de huidige tekst van artikel 4:91ab te vervallen. De nieuwe tekst van artikel 4:91ab implementeert de in artikel 1, vijfde lid, van de richtlijn opgenomen wijziging van artikel 31, eerste lid, MiFID II. Op grond van artikel 4:91ab (nieuw) dienen beleggingsondernemingen en marktexploitanten die een MTF of OTF exploiteren over regelingen te beschikken die ervoor zorgen dat zij voldoen aan de in artikel 22 ter MiFIR neergelegde kwaliteitseisen voor de gegevens die zij op grond van artikel 22 bis, eerste lid, MiFIR toezendt aan de verstrekker van consolidated tape, bedoeld in artikel 2, eerste lid, punt 35, MiFIR. Gelet op het bepaalde in artikel 4:91.0a Wft is artikel 4:91ab Wft van overeenkomstige toepassing op een marktexploitant die een multilaterale handelsfaciliteit of een georganiseerde handelsfaciliteit exploiteert.
G (artikel 4:91d, derde lid)
Dit onderdeel, dat strekt tot implementatie van artikel 19, tweede lid, MiFID II, voegt een (nieuw) derde lid toe aan artikel 4:91d Wft. Artikel 19, tweede lid, bepaalt dat de in artikel 18, derde lid, MiFID II bedoelde regels voor de toegang tot een MTF moeten voldoen aan de voorwaarden van artikel 53, derde lid, Wft. Laatstgenoemd artikel is geïmplementeerd in artikel 5:32c Wft. Op grond van artikel 5:32c kunnen alleen beleggingsondernemingen, banken en de in onderdeel c van dat artikel bedoelde personen als lid of deelnemer aan een gereglementeerde markt, ten behoeve waarvan een vergunning als bedoeld in artikel 5:26, eerste lid is verleend, worden toegelaten. Het (nieuwe) derde lid van artikel 4:91d bepaalt dat artikel 5:32c van overeenkomstige toepassing is op het toelaten van een lid of deelnemer aan een MTF. Als gevolg daarvan kunnen uitsluitend beleggingsondernemingen, banken en de hiervoor bedoelde personen als lid of deelnemer aan een MTF worden toegelaten. Met de in dit onderdeel opgenomen wijziging van artikel 4:91d wordt een niet volledige implementatie van artikel 19 MiFID II gerepareerd.
H (artikel 4:91ea)
De in dit onderdeel opgenomen wijziging van artikel 4:91ea Wft bewerkstelligt dat een door de AFM op grond van het eerste lid van dat artikel als mkb-groeimarkt geregistreerde MTF moet beschikken over regelingen, systemen en procedures die waarborgen dat ook na die registratie wordt voldaan aan de bij of krachtens artikel 4:91ea, eerste lid, onderdelen a tot en met g, en zevende lid, gestelde regels. In de bijlagen bij de artikelen 1:79 en 1:80 Wft wordt een verwijzing naar artikel 4:91ea, tweede lid, Wft opgenomen zodat de AFM bij een inbreuk op de hiervoor bedoelde regels handhavend kan optreden door middel van het opleggen van een last onder dwangsom respectievelijke een bestuurlijke boete.
Voorts wordt opgemerkt dat op grond van artikel 4:91ea, derde lid, aanhef en onderdeel c, de AFM de registratie van als mkb-groeimarkt kan doorhalen, indien de als mkb-groeimarkt geregistreerde MTF niet langer voldoet aan de in het eerste lid (van dat artikel) gestelde regels. Met de in dit onderdeel opgenomen wijziging van artikel 4:91ea wordt een niet volledige implementatie van artikel 33, derde lid, MiFID II gerepareerd.
I (artikel 5:30)
Ter implementatie van de in artikel 1, zesde lid, van de richtlijn opgenomen wijzigingen van artikel 47, eerste lid, MiFID II worden twee onderdelen toegevoegd aan artikel 5:30, eerste lid, Wft. Het nieuwe onderdeel f van artikel 5:30, eerste lid, bepaalt dat een marktexploitant ervoor zorgt dat de door hem geëxploiteerde gereglementeerde markt beschikt over regelingen die ervoor zorgen dat hij voldoet aan de in artikel 22 ter MiFIR neergelegde kwaliteitseisen voor de gegevens die hij op grond van artikel 22 bis, eerste lid, MiFIR toezendt aan de verstrekker van consolidated tape, bedoeld in artikel 2, eerste lid, punt 35, MiFIR. Het nieuwe onderdeel g van artikel 5:30, eerste lid, bepaalt dat een gereglementeerde markt over ten minste drie daadwerkelijk actieve leden of deelnemers dient te hebben die met betrekking tot de prijsvorming elk op alle andere leden of deelnemers kunnen inwerken21. Op grond van artikel 5:32c Wft kunnen beleggingsondernemingen, banken en de in onderdeel c van dat artikel bedoelde personen als lid of deelnemer worden toegelaten tot een gereglementeerde markt
Voorts worden in de onderdelen a, b, e en f van artikel 5:30, eerste lid, Wft enige wijzigingen van redactionele en wetstechnische aard doorgevoerd.
De wijziging in artikel 5:30, tweede lid, Wft betreft een correctie van de verwijzing naar artikel 5:30, eerste lid, onderdeel e, Wft. Het eerste lid van artikel 5:30 Wft is per 17 januari 2025 gewijzigd. Daarbij is een onderdeel komen te vervallen en zijn de overige onderdelen van dat lid verletterd. Destijds is verzuimd om de in het tweede lid opgenomen verwijzing naar artikel 5:30, eerste lid, aan te passen. Dat verzuim wordt thans hersteld.
J (artikel 5:30a)
Het bepaalde in artikel 5:30a, derde lid, eerste zin, strekt tot implementatie van de in artikel 1, zevende lid, onderdeel a, onder i, van de richtlijn opgenomen wijziging van artikel 48, vijfde lid, eerste alinea, eerste zin, MiFID II. Op grond van artikel 5:30a, tweede lid, eerste zin, dient de in het eerste lid van dat artikel bedoelde gereglementeerde markt te beschikken over mechanismen, met name handelsonderbrekers (“circuit breakers” en “trading halts”) en “price collars” (een bandbreedte waarbinnen de prijs van een financieel instrument mag fluctueren), om de handel tijdelijk stil te leggen of te beperken, indien zich een noodsituatie voordoet of als er op de gereglementeerde markt of op een aanverwante markt gedurende een korte periode sprake is van significante koersbewegingen en om in uitzonderlijke gevallen een transactie in een financieel instrument te kunnen annuleren, wijzigen of corrigeren. Het belangrijkste nieuwe element in het gewijzigde artikel 5:30a, derde lid, eerste zin, is dat het zich voordoen van een noodsituatie grond kan opleveren voor het stilleggen of beperken van de handel op grond van dat artikel. Voor een toelichting op de term ‘noodsituatie’ wordt verwezen naar paragraaf 3.4. Hiermee wordt gereageerd op de extreme omstandigheden waarmee de markten voor energie- en grondstoffenderivaten werden geconfronteerd tijdens de energiecrisis van 2022. Verder is de tekst van artikel 5:30a, derde lid, gewijzigd zodat deze beter aansluit bij die van de richtlijn. Zo is het vereiste dat de marktexploitant over (volatiliteits-)parameters dient te beschikken vervangen door het vereiste dat de gereglementeerde markt over (volatiliteits-)mechanismen dient te beschikken.
De wijziging van artikel 5:30a, vijfde lid, strekt tot implementatie van de in artikel 1, zevende lid, onderdeel b, onder ii, van de richtlijn opgenomen wijziging van artikel 48, twaalfde lid, MiFID II. Op grond van artikel 48, twaalfde lid, eerste alinea, onder h en i, dient ESMA technische reguleringsnormen te ontwikkelen voor de beginselen en parameters waarover marktexploitanten moeten beschikken voor het stilleggen of beperken van de handel en de informatie die zij hierover aan de bevoegde autoriteiten moeten verstrekken. Marktexploitanten dienen bij de naleving van artikel 5:30a Wft deze technische reguleringsnormen in acht te nemen.
K (artikel 5:30d)
De wijziging van artikel 5:30d, eerste lid, Wft strekt tot implementatie van de in artikel I, achtste lid, van de richtlijn opgenomen wijziging van artikel 49, tweede lid, MiFID II.
Artikel 5:30d bevat voorschriften met betrekking tot het gebruik van (minimale) verhandelingseenheden (tick-sizes) bij de handel in (bepaalde) financiële instrumenten op een handelsplatform.22 Deze tick-size-voorschriften zijn van toepassing op marktexploitanten die in Nederland een gereglementeerde markt exploiteren of beheren en beleggingsondernemingen of marktexploitanten die een MTF of OTF exploiteren.23
In artikel 5:30d, eerste lid, worden twee wijzigingen doorgevoerd. In de eerste plaats wordt verwijzing naar artikel 49, derde en vierde lid MiFID II vervangen door een verwijzing naar (het gehele) artikel 49 MiFID II. Hiermee wordt bewerkstelligd dat de hiervoor bedoelde marktexploitanten en beleggingsondernemingen niet alleen de ingevolge artikel 49, derde en vierde lid, MiFID II vastgestelde tick-size voorschriften moet naleven, maar dat hij respectievelijk zij tevens de ingevolge de andere leden van dat artikel 49 vastgestelde tick-size-voorschriften dienen na te leven.24 Daartoe behoren onder meer de in het nieuwe tweede alinea van artikel 49, tweede lid, MiFID II opgenomen voorschriften. Dat artikel introduceert – kort samengevat - een tick-size-regime voor (bepaalde) derde landen financiële instrumenten.
Dat “derde landen financiële instrumenten tick size-regime” bepaalt dat met betrekking tot (i) aandelen met een internationaal identificatienummer (International Securities Identification Number: ISIN) dat buiten de Europese Economische Ruimte (EER) is toegekend, of (ii) of aandelen met een ISIN dat binnen de EER is toegekend (EER-ISIN), (iii) die worden verhandeld op een platform gelegen in staat die geen lidstaat is (derde land), (iv) in een lokale valuta of in een niet-EER valuta als bedoeld in artikel 23, eerste lid, onderdeel a, MiFIR, (v) waarvoor het platform dat wat betreft liquiditeit de meest relevante markt is (“most liquid market”), in een derde land is gelegen, een marktexploitant (of gereglementeerde markt) kan voorzien in dezelfde tick-sizes als die op dat platform gelden. Hierdoor kan bij de vaststelling van tick-sizes met betrekking tot de hiervoor bedoelde financiële instrumenten niet alleen rekening wordt gehouden met de omvang van de handelsactiviteiten (liquiditeit) in de EU, maar ook met de liquiditeit die aanwezig is op in derde landen gelegen platformen.
Voorts wordt in artikel 5:30d, eerste lid, “minimale verhandelingseenheid” vervangen door “verhandelingseenheid”. Deze wijziging zorgt ervoor dat de tekst van artikel 5:30d, eerste lid, beter aansluit bij die van het opschrift en het eerste en tweede lid van artikel 49 MiFID II.
L (artikel 5:30e)
De wijziging van artikel 5:30e Wft strekt tot implementatie van artikel I, negende lid, van de richtlijn dat artikel 50 MiFID II schrapt. Laatstgenoemd artikel wordt geschrapt omdat de daarin opgenomen voorschriften inzake het synchroniseren van beursklokken zijn overgeheveld naar het rechtstreeks werkende artikel 22 quater MiFIR. In verband hiermee komt de huidige tekst van artikel 5:30e te vervallen.
De nieuwe tekst van artikel 5:30e Wft implementeert de in artikel I, zevende lid, onderdeel a, onder ii, van de richtlijn opgenomen nieuwe alinea’s van artikel 48, vijfde lid, MiFID II.
Op grond van artikel 5:30e wordt aan de AFM de bevoegdheid toegekend om passende maatregelen te treffen teneinde de ordelijke werking van de markten te herstellen. Daarbij is aangesloten bij het bestaande handhavingsinstrumentarium van de AFM. De AFM kan deze passende maatregelen treffen ingeval een marktexploitant, ondanks een aanzienlijke koersbeweging in een financieel instrument of een gerelateerd financieel instrument die tot onordelijke handelsvoorwaarden op een of meer markten heeft geleid, niet is overgegaan tot het tijdelijk stilleggen of beperken van de handel. In plaats van de tekst van de richtlijn is gekozen voor de term “onordelijke handelsvoorwaarden” in plaats van “chaotische handelsvoorwaarden”. Op deze wijze wordt beter aangesloten bij de bestaande terminologie in de Wft.
Tot die passende maatregelen behoren op grond van artikel 48, vijfde lid, vierder alinea, MiFID II in ieder geval de toezichtbevoegdheden in artikel 69, tweede lid, onderdelen m tot en met p, MiFID II. Deze onderdelen zijn al geïmplementeerd in de artikelen 1:77d, 1:77e, 5:89a, 5:89d en 5:89i Wft. De AFM kan door middel van het geven van een aanwijzing de marktexploitant verplichten de handel in een financieel instrument op te schorten of te onderbreken (artikel 1:77d Wft). Als de marktexploitant hier geen navolging aan geeft, kan de handel in een financieel instrument worden uitgesloten (artikel 1:77e Wft). Verder kan de AFM een persoon beperken in zijn mogelijkheden om grondstoffenderivatencontracten te sluiten door positielimieten vast te stellen overeenkomstig artikel 57 MiFID II (artikelen 5:89a en 5:89d Wft) en door een persoon te verplichten de omvang van een positie af te bouwen of geen nieuwe grondstoffenderivatencontracten af te sluiten (artikel 5:89i Wft).
Indien niet binnen de door de AFM gestelde termijn opvolging wordt gegeven aan een van de hiervoor beschreven maatregelen, kan de AFM overgaan tot het opleggen van een last onder dwangsom als bedoeld in artikel 1:79 Wft of het opleggen van een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 1:80 Wft.
M (artikel 5:30f)
Het nieuwe artikel 5:30f Wft strekt tot implementatie van de in artikel 1, zevende lid, onderdeel a, onder ii, opgenomen eerste nieuwe alinea van artikel 48, vijfde lid, MiFID II. Artikel 5:30f, eerste lid, Wft bepaalt dat een gereglementeerde markt meer transparant dient te zijn met betrekking tot de toepassing - op het handelsplatform - van de in artikel 5:30a, derde lid, Wft bedoelde (volatiliteits-)mechanismen.25 Daartoe dient een gereglementeerde markt op zijn website informatie openbaar te maken over de omstandigheden die aanleiding kunnen geven tot het (tijdelijk) stilleggen of beperken van de handel en over de beginselen voor het bepalen van de belangrijkste technische parameters die daarvoor worden gebruikt. Op grond van artikel 48, twaalfde lid, eerste alinea, onderdeel i, dient ESMA technische reguleringsnormen te ontwikkelen met betrekking tot de hiervoor bedoelde openbaar te maken informatie. Op grond van artikel 5:30f, tweede lid, Wft, dienen marktexploitanten deze technische reguleringsnormen in acht te nemen.
N (hoofdstuk 5.9)
De wijziging van het opschrift van hoofdstuk 5.9. Wft hangt samen met de hierna toegelichte uitbreiding van het toepassingsbereik van artikel 5:89e, eerste lid, Wft. Deze wijziging verwerkt de in artikel 1, onderdeel 10, onder a, van de richtlijn opgenomen aanpassing van het opschrift van Titel IV van MiFID II.
O (artikel 5:89e)
Dit onderdeel, dat artikel 5:89e Wft wijzigt, implementeert de in artikel I, tiende lid, onderdeel b, van de richtlijn opgenomen wijzigingen van artikel 57, achtste lid, MiFID II. Omdat het wenselijk is dat positiebeheerscontroles ook kunnen worden toegepast bij de handel in van emissierechten afgeleide instrumenten die op handelsplatformen plaatsvindt en deze financiële instrumenten niet kwalificeren als grondstoffenderivaten in de zin van artikel 1:1 Wft, wordt het toepassingsbereik van artikel 5:89e, eerste lid uitgebreid door daarin een verwijzing naar van emissierechten afgeleide instrumenten op te nemen. Deze uitbreiding van de scope van artikel 5:89e, eerste lid, bewerkstelligt dat niet alleen beleggingsondernemingen of marktexploitanten die een handelsplatform exploiteren waarop grondstoffenderivaten worden verhandeld positiebeheerscontroles moeten toepassen, maar dat positiebeheerscontroles ook moeten worden toegepast door beleggingsondernemingen of marktexploitanten die een handelsplatform exploiteren waarop van emissierechten afgeleide instrumenten worden verhandeld. Met deze uitbreiding van het toepassingsbereik van artikel 5:89e, eerste lid, wordt tevens uitvoering gegeven aan een daartoe strekkende aanbeveling van ESMA.26
Positiebeheerscontroles als bedoeld in artikel 5:89e, eerste lid, Wft hebben tot doel het voorkomen van marktmisbruik en het bevorderen van ordelijke koersvormings- en afwikkelingsvoorwaarden. Positiebeheerscontroles dienen de hiervoor bedoelde beleggingsondernemingen en marktexploitanten in ieder geval in staat te stellen om adequaat toezicht te houden op de handel in grondstoffenderivaten en van emissierechten afgeleide instrumenten en toegang te hebben tot hebben tot informatie met betrekking tot in deze financiële instrumenten aangehouden posities. In artikel 5:89e, eerste lid, Wft wordt verduidelijkt dat zij daartoe over de in artikel 57, achtste lid, MiFID II neergelegde bevoegdheden beschikken. De beleggingsondernemingen en marktexploitanten kunnen op basis van deze bevoegdheden maatregelen treffen om de gevolgen van omvangrijke of dominante posities in grondstoffenderivaten of van emissierechten afgeleide instrumenten te matigen of om tijdelijk voor liquiditeit te zorgen op de markt.
Artikel 5:89e, tweede lid, Wft dat het achtste en negende lid van artikel 57 MiFID II verwerkt, bepaalt aan welke regels positiebeheerscontroles moeten voldoen. De (nieuwe) in artikel 5:89e, tweede lid, opgenomen verwijzing naar de bij of krachtens artikel 57, achtste lid, gestelde regels ziet op de in laatstgenoemd artikel(lid) opgenomen opdracht aan de Europese Commissie om technische reguleringsnormen vast te stellen ter nadere bepaling van de inhoud van positiebeheerscontroles.27 Op grond van artikel 57, negende lid, moeten positiebeheerscontroles transparant en niet-discriminerend zijn. Voorts dienen zij te specificeren hoe zij van toepassing zijn op personen daarbij rekening houdend met de aard en de samenstelling van marktdeelnemers en met hun gebruik van tot de markt toegelaten grondstoffenderivaten en van emissierechten afgeleide instrumenten.
De tekst van de tweede zin van het huidige artikel 5:89e is (ongewijzigd) overgeheveld naar het derde lid van artikel 5:89e. Dat derde lid, dat strekt tot implementatie van de eerste zin van artikel 58, tiende lid, MiFID II, behoeft derhalve geen nadere toelichting. De thans in artikel 5:89e, derde lid, opgenomen delegatiegrondslag wordt geschrapt, nu de regeling van de bevoegdheden waarover beleggingsondernemingen en marktexploitanten moeten kunnen beschikken, uit de MiFID II-richtlijn en de daarop gebaseerde, gedelegeerde EU-regelgeving voortvloeit.
P (artikel 5:89f)
Dit onderdeel strekt tot implementatie van de in artikel 1, elfde lid, van de richtlijn opgenomen wijzigingen van artikel 58, eerste lid, MiFID II.
In het eerste lid van artikel 5:89f was een wekelijkse rapportageverplichting opgenomen voor beleggingsondernemingen en marktexploitanten die een in Nederland gelegen handelsplatform exploiteerden waarop werd gehandeld in grondstoffenderivaten, emissierechten of van emissierechten afgeleide instrumenten. Daarbij maakte het niet uit of op het handelsplatform opties werden verhandeld. Met de voorgestelde wijziging wordt een onderscheid gemaakt tussen handelsplatformen waar wel en niet opties worden verhandeld. Als op een handelsplatform opties worden verhandeld, geldt een uitgebreide rapportageverplichting. Als op een handelsplatform geen opties worden verhandeld, moet voortaan een wekelijks verslag worden gepubliceerd. Hiermee wordt tegemoetgekomen aan de behoefte van marktdeelnemers om de informatie- en transparantieverplichtingen beter af te stemmen op de volatiliteit van de desbetreffende markt. Dit is in lijn met het antwoord van de ESMA van 22 september 2022 op de oproep van de Europese Commissie om advies over de wijze waarop de buitensporige volatiliteit op de markten voor energiederivaten kan worden aangepakt.28
In het derde lid van artikel 5:89f Wft wordt de verwijzing naar emissierechten geschrapt.
Q (artikel 5:89g)
Dit onderdeel implementeert de in artikel 1, elfde lid, onderdeel b, van de richtlijn opgenomen wijzigingen van artikel 58, tweede lid, MiFID II.
De te verstrekken uitsplitsing van posities wordt beperkt tot uitsluitend economisch gelijkwaardige otc-contracten. De verplichting tot uitsplitsing naar, in voorkomend geval, posities in grondstoffenderivaten, emissierechten of derivaten daarvan komt te vervallen.
Als de hiervoor bedoelde grondstoffenderivaten of van emissierechten afgeleide instrumenten in aanzienlijke hoeveelheden worden verhandeld op in verschillende lidstaten gelegen handelsplatformen moet de beleggingsonderneming de uitsplitsing verstrekken aan de in artikel 57, zesde lid, MiFID II bedoelde centrale bevoegde autoriteit. De centrale bevoegde autoriteit is de toezichthoudende instantie van de lidstaat waar het handelsplatform is gelegen met het grootste handelsvolume in de hiervoor bedoelde financiële instrumenten. Als er geen centrale bevoegde autoriteit is, moet de beleggingsonderneming de in artikel 5:89g, eerste lid, bedoelde uitsplitsing verstrekken aan de toezichthoudende instantie van de lidstaat waarin het relevante handelsplatform is gelegen. In Nederland is de AFM aangewezen als centrale bevoegde autoriteit.
R (artikel 5:89ga)
De in artikel 1, elfde lid, van de richtlijn opgenomen wijzigingen van artikel 58, eerste lid, MiFID II worden verwerkt in artikel 5:89ga Wft. In laatstgenoemde artikel wordt “het rapport” vervangen door “de rapporten” omdat voortaan sprake kan zijn van twee wekelijkse rapporten of een wekelijks verslag. Zowel die rapporten als dat verslag worden in artikel 5:89ga aangemerkt als rapporten.
S (bijlage bij artikel 1:79)
De bijlage bij artikel 1:79 van de Wft wordt gewijzigd teneinde enige in dit wetsvoorstel opgenomen bepalingen te kunnen handhaven door middel van het opleggen van een last onder dwangsom. Daarnaast worden enkele verwijzingen verwijderd of gewijzigd, om aan te sluiten bij het vervallen respectievelijk het vernummeren of verletteren van bepalingen op grond van dit wetsvoorstel.
T (bijlage bij artikel 1:80)
De bijlage bij artikel 1:80 van de Wft wordt gewijzigd teneinde enige in dit wetsvoorstel opgenomen bepalingen te kunnen handhaven door middel van het opleggen van een bestuurlijke boete. Daarnaast worden enkele verwijzingen verwijderd of gewijzigd, om aan te sluiten bij het vervallen respectievelijk het vernummeren of verletteren van bepalingen op grond van dit wetsvoorstel.
De Minister van Financiën,
E. Heinen
Bijlage. Transponeringstabel
| Bepaling Richtlijn 2024/790 | Bepaling in implementatieregeling of bestaande regeling (Toelichting indien niet geïmplementeerd of naar zijn aard geen implementatie behoeft) |
Omschrijving beleidsruimte | Toelichting op de keuze(n) bij de invulling van de beleidsruimte |
|---|---|---|---|
| Artikel 1, lid 1 (artikel 1, lid 7, MiFID II) | Onderwerp en toepassingsgebied. Behoeft naar zijn aard geen implementatie. | Geen | Geen |
| Artikel 1, lid 2 (artikel 2, lid 1, punt d, punt ii, MiFID II) | Artikel I, onderdeel B (artikel 1:18, onderdeel g, Wft) | Geen | Geen |
| Artikel 1, lid 3, onderdeel a (artikel 4, lid 1, punt 19, MiFID II) | Artikel I, onderdeel A (artikel 1:1 Wft) | Geen | Geen |
| Artikel 1, lid 3, onderdeel b (artikel 4, lid 1, punt 20, MiFID II) | Artikel I, onderdeel A (artikel 1:1 Wft) | Geen | Geen |
| Artikel 1, lid 4, onderdeel a, (artikel 27, lid 2, MiFID II | AMvB | Geen | Geen |
| Artikel 1, lid 4, onderdeel b (artikel 27, lid 3, MiFID II) | Artikel I, onderdeel C (artikelen 1:1 en 4:90b, lid 3, Wft) en onderdeel D (artikel 4:90e Wft) | Geen | Geen |
| Artikel 1, lid 4, onderdeel c (artikel 27, lid 6, MiFID II) | Artikel I, onderdeel C (artikel 4:90b, lid 7, Wft) | Geen | Geen |
| Artikel 1, lid 4, onderdeel d (artikel 27, lid 7, MiFID II) | Artikel I, onderdeel C (artikel 4:90b, lid 7 (nieuw), Wft) | Geen | Geen |
| Artikel 1, lid 4, onderdeel e (artikel 27, lid 10, MiFID II) | Behoefte geen implementatie. Bepaling richt zich tot ESMA en de Europese Commissie) | Geen | Geen |
| Artikel 1, lid 5 (artikel 31, lid 1, MiFID II) | Artikel I, onderdeel F (artikel 4:91ab Wft) | Geen | Geen |
| Artikel 1, lid 6 (artikel 47, lid 1, onderdeel g, MiFID II) | Artikel I, onderdeel I (artikel 5:30, lid 1, onderdeel f, Wft) | Geen | Geen |
| Artikel 1, lid 6 (artikel 47, lid 1, onderdeel h, MiFID II) | Artikel I, onderdeel I (artikel 5:30, lid 1, onderdeel g, Wft) | Geen | Geen |
| Artikel 1, lid 7, onderdeel a, onder i, eerste alinea, eerste zin (artikel 48, lid 5, eerste alinea, MiFID II) | Artikel I, onderdeel J (artikel 5:30a, lid 3, Wft) | Geen | Geen |
| Artikel 1, lid 7, onderdeel a, onder i, eerste alinea, tweede zin (artikel 48, lid 5, eerste alinea, MiFID II) | AMvB | Geen | Geen |
| Artikel 1, lid 7, onderdeel a, onder ii, (artikel 48, lid 5, derde alinea, MiFID II) | Artikel I, onderdeel M (artikel 5:30f Wft) | Geen | Geen |
| Artikel 1, lid 7, onderdeel a, onder ii, (artikel 48, lid 5, vierde alinea, MiFID II) | Artikel I, onderdeel L (artikel 5:30e Wft) | Geen | Geen |
| Artikel 1, lid 7, onderdeel b (artikel 48, lid 12, MiFID II) | Behoeft geen implementatie. Artikel richt zich tot ESMA en de Europese Commissie. | Geen | Geen |
| Artikel 1, lid 7, onderdeel c (artikel 48, lid 13, MiFID II) | Behoeft geen implementatie. Bepaling is gericht tot ESMA. | Geen | Geen |
| Artikel 1, lid 8 (artikel 49, lid 2, MiFID II) | AMvB | Geen | Geen |
| Artikel 1, lid 9 (artikel 50 MiFID II) | Artikel I, onderdelen F (artikel 4:91ab Wft) en L (artikel 5:30e Wft) | Geen | Geen |
| Artikel 1, lid 10, onderdeel a (Opschrift Titel IV Wft) | Artikel I, onderdeel K (opschrift Hoofdstuk 5.9. Wft) |
Geen | Geen |
| Artikel 1, lid 10, onderdeel b, onder i (artikel 57, achtste lid, eerste alinea, aanhef, MiFID II) | Artikel I, onderdeel O (artikel 5:89e, eerste lid, Wft) | Geen | Geen |
| Artikel 1, lid 10, onderdeel b, onder ii (artikel 57, lid 8, eerste alinea, punt b, MiFID II) | AMvB | Geen | Geen |
| Artikel 1, lid 11, onderdeel a, onder i (artikel 58, lid 1, eerste alinea, MiFID II) | Artikel I, onderdeel P (artikel 5:89f, lid 1, Wft) | Geen | Geen |
| Artikel 1, lid 11, onderdeel a, onder ii (artikel 58, lid 1, eerste alinea, MiFID II) | Artikel I, onderdeel P (artikel 5:89f, lid 2, Wft) | Geen | Geen |
| Artikel 1, lid 11, onderdeel b (artikel 58, lid 2, MiFID II) | Artikel I, onderdeel Q (artikel 5:89g, lid 1, Wft) | Geen | Geen |
| Artikel 1, lid 11, onderdeel c, (artikel 58, lid 4, MiFID II) | Artikel I, onderdelen P (artikel 5:89f, lid 3, Wft) en R (artikel 5:89ga Wft) | Geen | Geen |
| Artikel 1, lid 11, onderdeel d (artikel 58, lid 5, MiFID II) | Behoeft geen implementatie. Bepaling is gericht tot ESMA en de Europese Commissie. | Geen | Geen |
| Artikel 1, lid 12 (artikel 70, lid 3, MiFID II) | Artikel I, onderdelen S en T, en AMvB | Geen | Geen |
| Artikel 1, lid 13 (artikel 90, lid 5, MiFID II) | Behoeft geen implementatie. Bepaling is gericht tot de Europese Commissie. | Geen | Geen |
| Artikel 2 | Bepaling inzake omzetting richtlijn. Behoeft naar zijn aard geen implementatie. | Geen | Geen |
| Artikel 3 | Inwerkingtredingsbepaling. Behoeft naar zijn aard geen implementatie. | Geen | Geen |
| Artikel 4 | Bepaling inzake adressaten richtlijn. Behoeft naar zijn aard geen implementatie. | Geen | Geen |
Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s. Een kapitaalmarktunie ten dienste van mensen en ondernemingen – Een nieuw actieplan, COM (2020) 590.↩︎
Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, de Europese Centrale Bank, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's. Het Europese economisch-financieel bestel: openheid, kracht en veerkracht stimuleren, COM (2021) 32.↩︎
Op grond van artikel 1, zesde lid, MiFID II zullen deze van MiFID II vrijgestelde handelaren voor eigen rekening wel moeten blijven voldoen aan de verplichtingen inzake positielimieten en positierapportages voor grondstoffenderivaten en van emissierechten afgeleide instrumenten uit hoofde van de artikelen 57 en 58 MiFID II.↩︎
https://www.esma.europa.eu/sites/default/files/library/esma24-436-1414_-_response_to_ec_commodity_markets.pdf.↩︎
Zie voor de betekenis van het begrip “DEA” de in artikel 1:1 Wft opgenomen definitie van “directe electronische toegang”.↩︎
De term ‘noodsituatie’, die in de richtlijn niet nader wordt gedefinieerd, ziet op een breed spectrum aan potentiële, zwaarwegende omstandigheden. Hierbij kan worden gedacht aan onvoorziene geopolitieke ontwikkelingen zoals gewapende conflicten, een pandemie of een crisis op de desbetreffende markt.↩︎
Een lidstaatoptie betreft de discretionaire ruimte die Europese regelgeving uitdrukkelijk aan lidstaten biedt, bijvoorbeeld om rekening te houden met bepaalde nationale omstandigheden. Vanwege die uitdrukkelijke mogelijkheid wordt het gebruik van een lidstaatoptie niet aangemerkt als een “nationale kop”.↩︎
https://www.atr-regeldruk.nl/wp-content/uploads/2023/12/05-12-2023-Handboek-Meting-Regeldrukkosten-2023-DEF.pdf↩︎
Deze aantallen volgen uit de openbare registers van de AFM (https://www.afm.nl/nl-nl/sector/registers/vergunningenregisters).↩︎
Volgens een openbaar beschikbare instructie, zie: https://www.esma.europa.eu/sites/default/files/2025-09/ESMA65-955014868-14991_CODER_Weekly_Position_Data_Reporting_Instructions.pdf.↩︎
Overigens verschillen de rapportageverplichtingen jegens ESMA en AFM met name ten aanzien van de rapportageformats en het doel van de rapportage. Positierapportages voor de AFM zijn vertrouwelijk en worden gebruikt om positielimieten te monitoren en marktmisbruik te detecteren, terwijl rapportages aan ESMA openbaar zijn en bedoeld zijn om te voorzien in markttransparantie.↩︎
Zie artikel 5:30a, derde lid, Wft.↩︎
Zie de artikelen 1:77d, eerste lid, en 1:77e, eerste lid, Wft.↩︎
Zie ook overweging 4 van de preambule van de richtlijn waarin wordt toegelicht↩︎
Zie overweging 7 van de preambule van de richtlijn.↩︎
Zie overweging 7 van de preambule van de richtlijn en artikel 1, zeventiende lid, van de verordening dat de artikelen 18 en 19 MiFIR schrapt.↩︎
De artikelen 17, vijfde lid, en 48, zevende lid, MiFID II zijn verwerkt in de artikelen 4:91o respectievelijk 5:30c Wft.↩︎
Zie overweging 5 van de preambule van de richtlijn.↩︎
Zie ook hierna de artikelsgewijze toelichting op artikel I, onderdelen H tot en met J.↩︎
Zie artikel 1, tweeëntwintigste lid, van de verordening dat artikel 22 ter in MiFIR invoegt.↩︎
Artikel 5:30 Wft ziet op gereglementeerde markten ten behoeve waarvan een vergunning als bedoeld in artikel 5:26, eerste lid, Wft is verleend.↩︎
De tick-size, die door (de exploitant van) een handelsplatform wordt vastgesteld, is de kleinste toegestane prijsfluctuatie (opwaarts of neerwaarts) van een financieel instrument dat op het handelsplatform wordt verhandeld. De in artikel 5:30d opgenomen tick-size voorschriften zien op de handel in eigenvermogensinstrumenten (equities), zoals aandelen, en bepaalde soortgelijke (equity-like) financiële instrumenten.↩︎
Artikel 4:91a, elfde lid, Wft, dat strekt tot implementatie van artikel 18, vijfde lid, MiFID II, bepaalt dat artikel 5:30d Wft van overeenkomstige toepassing is op een beleggingsonderneming die een MTF of OTF exploiteert.↩︎
Zie Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/588 van de Commissie van 14 juli 2016 ter aanvulling van Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad ten aanzien van technische reguleringsnormen met betrekking tot de verhandelingseenheidsregeling voor aandelen, representatieve certificaten en beursverhandelde fondsen voor de ingevolge artikel 49, derde en vierde lid, MiFID II vastgestelde voorschriften met betrekking tot tick sizes.↩︎
Zie ook overweging 13 van de preambule bij de richtlijn.↩︎
www.esma.europa.eu/sites/default/files/library/esma70-445- 38_final_report_on_emission_allowances_and_associated_derivatives.pdf.↩︎
Gedelegeerde verordening (EU) 2022/1299 van de Commissie van 24 maart 2022 tot aanvulling van Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad met technische reguleringsnormen tot nadere invulling van de inhoud van positiebeheerscontroles door handelsplatformen.↩︎
https://www.esma.europa.eu/sites/default/files/library/esma24-436-1414_-_response_to_ec_commodity_markets.pdf.↩︎