Antwoord op vragen van de leden Straatman en Tijs van den Brink over de berichten dat kwetsbare vrouwen hun kind afstaan en de rol van instanties bij afstandsprocedures
Antwoord schriftelijke vragen
Nummer: 2026D17881, datum: 2026-04-15, bijgewerkt: 2026-04-15 16:20, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: K.T. van Bruggen, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
- Mede namens: S.T.M. Hermans, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (Ooit VVD kamerlid)
- Mede namens: J.A. Vijlbrief, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Ooit D66 kamerlid)
Onderdeel van zaak 2026Z04980:
- Gericht aan: S.T.M. Hermans, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Gericht aan: K.T. van Bruggen, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
- Gericht aan: A.A. Aartsen, minister van Werk en Participatie
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
AH 1633
Antwoord van staatssecretaris Van Bruggen (Justitie en Veiligheid), mede namens de ministers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (ontvangen 15 april 2026)
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025-2026, nrs. 1510 en 1527
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van de artikelen "Arbeidsmigrant Jagoda stond haar eerste kind af. “We hadden zelfs geen geld voor luiers”" en "Afstandsmoeders boos over druk op arbeidsmigranten om baby af te staan: “Hebben ze dan niets geleerd van het verleden?”" 1) en 2)
Antwoord op vraag 1
Ja
Vraag 2
Hoe beoordeelt u de in dit artikel beschreven situatie waarin een arbeidsmigrant na verlies van werk en huisvesting tijdens haar zwangerschap uiteindelijk haar kind heeft afgestaan voor adoptie? Hoe reflecteert u op de reactie van afstandsmoeders die grote parallellen zien in de behandeling van arbeidsmigranten door Fiom en de Raad voor de Kinderbescherming en hun eigen situatie?
Antwoord op vraag 2
Het artikel beschrijft een schrijnende situatie, waarin duidelijk wordt dat de situatie van arbeidsmigranten in Nederland bijzonder kwetsbaar kan zijn vanwege onzekerheid over inkomsten, huisvesting en beperkte toegang tot voorzieningen en zorg. Het is ongelofelijk naar dat deze vrouwen soms, als gevolg van de lastige omstandigheden waarin zij zich bevinden, constateren dat het niet gaat lukken om hun kind op te voeden. De aangrijpende situatie van Jagoda staat helaas niet op zichzelf. Ieder jaar is er een beperkt aantal arbeidsmigranten dat zich bij de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) of Fiom meldt voor een begeleiding bij (een voornemen tot) afstand ter adoptie. De zorgen om deze groep onbedoeld zwangere arbeidsmigranten zijn binnen de rijksoverheid bekend, onder andere doordat Fiom deze bij het ministerie van J&V en het ministerie van VWS onder de aandacht heeft gebracht.
Het kabinet voelt mee en begrijpt dat de situatie van zwangere arbeidsmigranten veel oproept bij de groep afstandsmoeders én afgestanen uit het verleden. Het kabinet snapt ook dat er overeenkomsten worden gezien tussen de situatie van toen en nu. Uit het rapport ‘Schade door schande’ van commissie De Winter blijkt overduidelijk dat moeders, en soms ook vaders, in de jaren 1956-1984 in veel gevallen geen of nauwelijks zelfbeschikking hadden en kregen. Inmiddels is de keuzevrijheid van zwangeren gelukkig verbeterd ten opzichte van de periode die in het rapport wordt beschreven. Er is toegang tot onafhankelijke ondersteuning bij het maken van de keuze tussen zelf opvoeden, abortus, pleegzorg of adoptie.1 Ook is er hulp en zorg nadat de keuze is gemaakt, ongeacht de uitkomst. Deze ondersteuning wordt ook geboden aan arbeidsmigranten. Het is belangrijk dat de keuzevrijheid voor iedereen maximaal is. Ook voor vrouwen die onder moeilijke omstandigheden hun afwegingen moeten maken, zoals vrouwen die in Nederland als arbeidsmigrant zijn gekomen en werken in risicovolle banen met een laagbetaald loon. Voor deze groep vrouwen is extra aandacht nodig. Het kabinet zet zich hier voor in. Zo is de informatie over keuzeopties in Nederland via Fiom en het Landelijk Informatiepunt Onbedoelde Zwangerschap in diverse talen beschikbaar (Engels, Pools, Roemeens en Hongaars), kunnen tolken worden ingeschakeld in de hulpverlening en ontwikkelde Fiom een routekaart speciaal voor arbeidsmigranten waarin de keuzeopties, ondersteuning en hun rechten worden toegelicht.
Vraag 3
Klopt het dat vrouwen die overwegen hun kind af te staan in het kader van de procedure, een document moeten ondertekenen dat in de praktijk bekendstaat als een afstandsverklaring of een vergelijkbaar document dat de procedure richting afstand en adoptie in gang zet?
Antwoord op vraag 3
Organisaties die betrokken zijn bij de begeleiding van vrouwen (of
stellen) met een voornemen tot het doen van afstand ter adoptie hebben
hun samenwerkingsafspraken vastgelegd in het ‘Protocol afstand ter
adoptie.2
Het klopt dat de vrouw, en indien van toepassing en relevant ook de
partner, in het kader van de procedure afstand ter adoptie wordt
gevraagd om een document te ondertekenen. De ondertekening is vrijwillig
en niet verplicht.
Wanneer een vrouw (of stel) afstand ter adoptie overweegt, dan doet de
RvdK onderzoek. De vrouw houdt daarbij altijd de regie over de
procedure. In het onderzoek van de RvdK wordt de moeder onder andere
gevraagd of zij informatie over- en begeleiding bij haar voornemen om
afstand te doen heeft (gehad) van bijvoorbeeld Fiom. Ook wordt met de
moeder nogmaals bekeken welke (on)mogelijkheden er zijn met betrekking
tot haar zwangerschap en geboorte van haar kind. Er worden alternatieven
voor afstand ter adoptie besproken zoals opgroeien bij de
vader/verwekker of bij een familielid.
Tijdens het onderzoek wordt besproken wat de mogelijkheden zijn, mocht de moeder de in gang gezette afstandsprocedure willen stoppen. Als de moeder bij haar voornemen blijft om afstand te doen, dan biedt de RvdK haar aan een document te lezen en ondertekenen waarin de moeder uit dat zij de afstandsprocedure wil voortzetten en eventueel haar keuze zelf kan toelichten. Dit gebeurt op een belangrijk moment in de procedure, namelijk ongeveer drie maanden na de geboorte en op het moment dat het kind van het tijdelijke pleeggezin naar de aspirant adoptieouders gaat. Het document wordt samen met de raadsonderzoeker of hulpverlener zorgvuldig doorgenomen en eventuele vragen over de procedure kunnen gesteld worden. Hiermee krijgt de moeder (of krijgen de ouders) een stem in het dossier, naast de andere stukken die door de betrokken partijen worden opgesteld. Doordat de moeder zelf ondertekent, is dit een extra waarborg waarmee een belangrijk keuzemoment in de procedure wordt gemarkeerd. In het document staat ook dat moeder totdat de adoptie is uitgesproken terug kan komen op haar keuze voor adoptie en wordt haar bijvoorbeeld gevraagd of ze haar keuze voor afstand ter adoptie heeft gedaan uit vrije wil zonder het ervaren van bedreiging of dwang.
Aangezien een moeder soms niet in de rechtbank aanwezig kan of wil zijn indien de rechter besluit over de adoptie, geeft een dergelijk document de moeder een uitdrukkelijkere stem. De rechter beslist vervolgens op basis van het gehele dossier over de adoptie. Dit maakt ook dat een ondertekend document niet noodzakelijk is in de procedure, maar wel waarde kan toevoegen.
Mede op basis van de onderzoeksresultaten van de Commissie onderzoek Binnenlandse Afstand en Adoptie 1956-19843 (CBAA) is inmiddels met alle betrokken partners het afstandsprotocol geëvalueerd. Dit heeft ertoe geleid dat partijen willen afzien van het gebruik van de term ‘afstandsverklaring’. Partijen realiseren zich dat dit onbedoeld een lading heeft gekregen die op geen enkele manier past bij de wijze waarop een ondertekend document op dit moment nog wordt gebruikt. Hiervoor in de plaats wordt op dit moment gewerkt met een ‘Verzoek tot voortzetten afstandsprocedure’ waarin de stem van de moeder een uitdrukkelijkere plek krijgt in het dossier en zij aan de instanties met het zetten van een handtekening het (symbolische) verzoek doet om de procedure voort te zetten. Echter, deze Kamervragen en de reacties op het artikel “Arbeidsmigrant Jagoda stond haar eerste kind af” maken dat de protocolpartners alternatieven voor het met een handtekening markeren van een belangrijke moment in de procedure zullen onderzoeken.
Vraag 4
Wat is het beleid van Fiom rondom afstandsverklaringen? Kunt u in kaart brengen hoe vaak in de afgelopen 5 jaren via afstandsverklaringen afstand is gedaan van een kind? Wat is de juridische status en betekenis van een dergelijke verklaring of document binnen de huidige adoptieprocedure?
Antwoord op vraag 4
Het document is onderdeel van het protocol afstand ter adoptie waarin de
samenwerkingsafspraken van meerdere betrokken partijen zijn vastgelegd.
Het document is geen onderdeel van de begeleiding door Fiom, maar van
het onderzoek door de RvdK. Het heeft geen juridische betekenis en wordt
al geruime tijd niet als zodanig gepresenteerd. Het wordt voorgelegd aan
alle vrouwen en/of stellen die drie maanden na de geboorte van hun kind
de procedure tot afstand ter adoptie wensen voort te zetten. Vrouwen
kunnen, zo staat ook in het document zelf, op ieder moment tijdens de
procedure terugkomen op hun besluit tot afstand ter adoptie.
De RvdK registreert het aantal getekende documenten in de afgelopen 5 jaar niet. Wel publiceert Fiom jaarlijks cijfers over binnenlandse afstand en adoptie in de Landelijke Registratie Afstand Ter Adoptie (LATAR). Sinds de jaren negentig is het aantal vrouwen dat in Nederland besluit tot afstand ter adoptie gestabiliseerd tot gemiddeld 20 per jaar. Onderstaande tabel geeft per jaar de data van de afgelopen vijf jaar weer4:
| Voornemen afstand ter adoptie | Zelf voor het kind zorgen | (Netwerk) pleegplaatsing | Afstand ter adoptie | Anders / onbekend5 | |
|---|---|---|---|---|---|
| 2020 | 77 | 46 | 7 | 19 | 5 |
| 2021 | 54 | 31 | 5 | 14 | 4 |
| 2022 | 69 | 39 | 4 | 21 | 5 |
| 2023 | 51 | 19 | 10 | 21 | 1 |
| 2024 | 56 | 27 | 11 | 16 | 2 |
Vraag 5
Bent u het ermee eens dat zonder wettelijke basis geen gebruik zou moeten worden gemaakt van afstandsverklaringen?
Antwoord op vraag 5
In algemene zin is voor een document, zoals de zogenaamde
afstandsverklaring, geen wettelijke basis vereist. Het is wel heel
relevant welke betekenis en waarde hieraan in de begeleiding wordt
gegeven, zodat de schijn van een juridische betekenis of bindende,
onomkeerbare status nooit kan en zal ontstaan.
Vraag 6
Op welke wijze wordt aan vrouwen die een dergelijk document ondertekenen, duidelijk gemaakt dat dit document geen onherroepelijke afstand van hun kind betekent en dat zij op hun beslissing kunnen terugkomen?
Antwoord op vraag 6
De bij de afstandsprocedure betrokken organisaties bespreken gedurende
de hele begeleiding tijdens de zwangerschap en na de geboorte met ouders
de mogelijkheden om op een besluit terug te komen tot aan het moment dat
de adoptie wordt uitgesproken. Teugkomen op een (voorgenomen) besluit
kan namelijk tot aan het moment dat de adoptie door de rechter wordt
uitgesproken. Dit is niet eerder dan wanneer het kind één jaar in het
aspirant-adoptiegezin gewoond heeft, het kind is dan minimaal 1 jaar en
3 maanden. Deze mogelijkheid om op het besluit terug te komen, staat ook
expliciet in het te ondertekenen document genoemd.
Vraag 7
Hoe wordt gecontroleerd of vrouwen die een dergelijk document ondertekenen, daadwerkelijk begrijpen wat zij ondertekenen, met name wanneer sprake is van taalbarrières, een kwetsbare sociaaleconomische positie of afhankelijkheid van anderen?
Antwoord op vraag 7
Zowel de RvdK als de instantie die de ouder(s) begeleidt bespreekt met
de ouder(s) de procedure en de keuze die zij willen maken zorgvuldig
door. Wanneer de RvdK tijdens het onderzoek spreekt met personen die de
Nederlandse taal onvoldoende beheersen, wordt gebruik gemaakt van een
erkende (eventueel telefonisch aanwezige) tolk. Vóór het document
voorgelegd wordt aan de ouder(s) wordt het document toegelicht en
besproken. Daarnaast wordt gevraagd of de ouder(s) gebruik willen maken
van een vertaling van het document. Bij de behandeling ter zitting
worden de ouder(s) altijd opgeroepen en heeft de rechter oog voor hun
wensen. De rechter heeft een zelfstandige toetsende taak en
onafhankelijke rechtsprekende rol ten aanzien van de verzoeken die
worden ingediend bij afstand ter adoptie. Bovendien is er sinds een
aantal jaar de mogelijkheid kosteloos gebruik te maken van een advocaat
bij gezagsbeëindiging.
Vraag 8
Hoe verhoudt het gebruik van een dergelijke verklaring zich tot de bevindingen van eerdere onderzoeken naar afstand en adoptiepraktijken, waarin is vastgesteld dat verklaringen die vrouwen in het verleden ondertekenden, geen zelfstandige rechtsgeldigheid hadden, maar wel de indruk konden wekken dat afstand juridisch onherroepelijk was?
Vraag 9
Hoe beoordeelt u signalen van belangenorganisaties van
afstandsmoeders en afgestane kinderen dat vrouwen ook nu nog de indruk
kunnen krijgen dat zij juridisch afstand doen van hun kind wanneer zij
een dergelijk document ondertekenen?
Antwoord op vraag 8 en 9
Het kabinet kan zich goed voorstellen dat de berichten over
arbeidsmigranten die in heel lastige omstandigheden een keuze moeten
maken over hun zwangerschap veel oproepen bij belangenorganisaties van
afstandsmoeders en afgestanen. Het is ook begrijpelijk en belangrijk dat
zij, vanuit hun eigen ervaringen in het verleden, aandacht vragen voor
de situatie van deze groep vrouwen en hun kinderen. Het kabinet neemt de
signalen, die overigens via onder andere Fiom reeds bekend waren,
serieus en gaat hiermee aan de slag.
Sinds de periode 1956-1984 zijn er grote aanpassingen gedaan in de
begeleiding van onbedoeld en/of ongewenst zwangere vrouwen, juist omdat
de situatie in het verleden zich niet mag herhalen. Er is toegang tot
informatie en onafhankelijke ondersteuning bij het maken van de keuze
tussen zelf opvoeden, abortus, pleegzorg of adoptie en nazorg na de
keuze indien gewenst. Zowel de RvdK als Fiom hebben hier in ieder
individuele gesprekken oog voor. Juist doordat er geleerd is van het
verleden, wordt de begeleiding door deze partijen en het bespreken van
alternatieven voor adoptie nu met de grootste zorgvuldigheid gedaan. Ook
voor de vrouwen die als arbeidsmigrant in Nederland wonen en werken. Zo
is de informatie over keuzeopties in Nederland via Fiom en het Landelijk
Informatiepunt Onbedoelde Zwangerschap in diverse talen beschikbaar,
kunnen tolken worden ingeschakeld bij keuzehulptrajecten en is een
routekaart ontwikkeld speciaal voor arbeidsmigranten waarin de
keuzeopties, ondersteuning en hun rechten worden toegelicht. Fiom
organiseerde onlangs een kennissessie over onbedoelde en/of ongewenste
zwangerschap voor de hulpverleners en contactpersonen voor
arbeidsmigranten bij Stichting Barka.
Het gebruik van de afstandsverklaringen komt als belangrijk
aandachtspunt naar voren in het rapport van CBAA. De verklaringen kenden
nooit juridische waarde of grondslag maar werden in sommige gevallen wel
als dusdanig aan moeders gepresenteerd. Daarmee werkten de verklaringen
voor ouders als drukmiddel; zij dachten immers vaak: ‘ik heb zelf
getekend en kan nu niet meer terug’. Dit had niet zo mogen gaan en leidt
zeer terecht tot veel boosheid en verdriet bij moeders die een kind
moesten afstaan en bij afgestanen. Het document dat op dit moment wordt
voorgelegd aan de moeder om haar een stem te geven in het dossier
verschilt sterk van de afstandsverklaring zoals die werd gehanteerd in
de periode die de CBAA heeft onderzocht.
Op uitnodiging van het ministerie van JenV en VWS zijn er in de tweede
helft van vorig jaar en begin van dit jaar diverse
reflectiebijeenkomsten georganiseerd waarin op de eigen rol en
verantwoordelijk ten aanzien van afstand en adoptie in het verleden is
stilgestaan. Ook Fiom en de RvdK namen hieraan deel. De Kamer ontvangt
voor de zomer een brief met daarin een uitgebreide terugkoppeling van
dit traject, alsmede de herstelmaatregelen voor moeders, vaders en
afgestanen. In deze brief zullen ook de door de RvdK en Fiom geleerde
lessen terugkomen, waarbij ook de werkwijze ten aanzien van de
verklaringen de aandacht krijgt.
Vraag 10
Welke rol speelt Fiom bij de begeleiding van vrouwen die overwegen hun kind af te staan en welke verantwoordelijkheid draagt deze organisatie bij het informeren van vrouwen over de juridische betekenis van documenten die zij ondertekenen?
Antwoord op vraag 10
In het Protocol afstand ter adoptie zijn de taken en verantwoordelijkheden van alle betrokken organisaties beschreven. De organisatie die de ouder(s) ondersteunt (zoals Fiom) begeleidt de ouder(s) bij het nemen van de beslissing, biedt informatie over de keuzeopties, benoemt de belangen van het kind en de verwekker, bespreekt de impact van de keuze die in het nu gemaakt wordt, begeleidt bij de procedure die daarop volgt en rapporteert daarover aan de RvdK. De RvdK is verantwoordelijk voor het goede verloop van de (juridische) procedures in het kader van (voorlopige) voogdijmaatregelen en voor het bewaken van de bijbehorende termijnen. Tevens is de RvdK verantwoordelijk voor het voordragen van geschikte aspirant adoptieouders. Dit doet de RvdK in zorgvuldig overleg met de ouders. In het protocol heeft de RvdK de taak om het document aan de ouder(s) toe te lichten en hen te vragen of zij dit wensen te ondertekenen (of niet). Als de ouder(s) dit wille(n) kan de begeleider van Fiom hier ter ondersteuning bij aanwezig zijn.
Vraag 11
Bent u het ermee eens dat uitgangspunt van het familierecht behoud van de familierechtelijke betrekkingen tussen moeder en kind is en dat Fiom een cruciale rol speelt om onbedoeld zwangere vrouwen te beschermen tegen externe druk tot verbreking van die familierechtelijke betrekkingen?
Antwoord op vraag 11
Vanzelfsprekend vormt het behoud van de familierechtelijke betrekkingen tussen moeder en kind, en zo mogelijk ook de vader, een belangrijke waarde in de begeleiding van moeders of stellen die overwegen om afstand te doen van hun kind. Het belang van het kind wordt hier nadrukkelijk in meegenomen. Ook is er in de begeleiding van Fiom en de RvdK aandacht voor externe factoren die de autonomie van de ouder(s) beïnvloeden en voor de impact van de beslissing van nu op de toekomst. Ondanks zorgvuldige begeleiding en het bespreekbaar maken van alternatieven kan de moeder of kunnen de ouders zelf tot het besluit komen om afstand te doen van hun kind. Het uitgangspunt daarbij is het zelfbeschikkingsrecht.
Vraag 12
Indien het antwoord op de vorige vraag positief is, hoe beoordeelt u de pagina op de website van Fiom, getiteld: “Arbeidsmigrant en ongewenst zwanger”? Bent u het ermee eens dat de daarin door Fiom beschreven opties niet bijdragen aan behoud van familierechtelijke betrekkingen?
Antwoord op vraag 12
En vrouw heeft in Nederland vier keuzeopties6 bij twijfels over een (onbedoelde en/of ongewenste) zwangerschap. Afstand ter adoptie is in Nederland één van de keuzes die in vrijheid gemaakt kan en mag worden. Dit is nooit een lichtzinnige beslissing en vrouwen/stellen worden desgewenst intensief begeleid bij het komen tot een keuze en het verder leven hiermee. In de begeleiding die door Fiom wordt geboden komen alle keuzeopties aan bod en worden alternatieven uitgebreid onderzocht. Dat neemt niet weg dat er inderdaad vrouwen zijn die, vanwege de omstandigheden waarin zij leven, moeten concluderen dat het doen van afstand voor hen de enige mogelijke keuze is.
Vraag 13
Wat gaat u doen om te voorkomen dat onbedoeld zwangere arbeidsmigranten geen reële keuzevrijheid ervaren en tegen hun wil afstand doen?
Antwoord op vraag 13
Er bestaan helaas geen snelle en makkelijke oplossingen voor de
complexe omstandigheden van deze groep vrouwen en stellen. Maar het
kabinet moet en wil hier wel heel goed naar kijken. De ministeries van
JenV, SZW en VWS zijn daarom al met elkaar en met betrokken veldpartijen
in contact om te verkennen wat nodig is om bestaande hulp en
ondersteuning beter te laten aansluiten op de behoeften van zwangere
arbeidsmigranten.
Het ministerie van SZW werkt aan een breed pakket aan maatregelen om de
positie van arbeidsmigranten te verbeteren, waaronder op het gebied van
huisvesting en huurbescherming.
Vraag 14
Welke rol speelt de Raad voor de Kinderbescherming bij de procedure wanneer vrouwen overwegen hun kind af te staan en op welke wijze wordt daarbij getoetst of de keuze van de moeder vrij en weloverwogen tot stand komt?
Antwoord op vraag 14
Elk kind in Nederland dient onder gezag te staan. Het gezag ligt bij de biologische ouders of bij één van de biologische ouders. Als het gezag niet door de biologische ouder(s) uitgeoefend wordt, omdat de ouder(s) afstand wil(len) doen dan is het de taak van de Raad voor de Kinderbescherming om in het gezag over de minderjarige te voorzien en/of, indien noodzakelijk, een kinderbeschermingsmaatregel te verzoeken.
De RvdK doet in de procedure waarbij een vrouw afstand ter adoptie overweegt onderzoek. Tijdens het raadsonderzoek spreekt de RvdK met de ouder(s). Als er een vermoeden bestaat dat de ouder(s) niet vrijwillig de keuze voor afstand maakt/maken, dan wordt dat besproken met ouder(s) en wordt dit opgenomen in het raadsrapport. De alternatieven voor afstand ter adoptie worden in die gevallen opnieuw met de ouder(s) doorgenomen. Zo worden de mogelijkheden besproken om zelf voor het kind te zorgen en de mogelijkheden tot ondersteuning daarbij. Soms kan (langdurige) pleegzorg een alternatieve oplossing bieden.
Als de ouder(s) bij het voornemen tot afstand blijft/blijven verzoekt
de RvdK aan de rechter om definitief in het gezag te voorzien. Bij de
behandeling van dit verzoek ter zitting wordt/worden de ouder(s) altijd
opgeroepen en heeft de rechter oog voor de wensen van de ouder(s). De
rechter heeft een zelfstandige toetsende taak en onafhankelijke
rechtsprekende rol in de procedures die betrekking hebben op afstand ter
adoptie.
Vraag 15
In hoeverre wordt bij de begeleiding van vrouwen die overwegen hun kind af te staan, expliciet gekeken naar hun sociaaleconomische omstandigheden, zoals verlies van werk, inkomen of huisvesting tijdens zwangerschap?
Antwoord op vraag 15
Huisvesting, werk en inkomen zijn zonder meer belangrijke
onderwerpen in de begeleiding aan alle vrouwen en stellen die afstand
ter adoptie overwegen. Als de vrouw dit wil, wordt samengewerkt met het
andere zorg- of hulpverleners om oplossingen te vinden voor problemen
met huisvesting of inkomsten. Voor een deel van de arbeidsmigranten die
zich voor begeleiding bij afstand ter adoptie aanmeldt, betekent deze
hulp ook dat zij er uiteindelijk voor kiezen om zelf voor het kind te
gaan zorgen.
Vraag 16
Kunt u deze vragen beantwoorden voor het aanstaande commissiedebat over personen- en familierecht op 16 april 2026?
Antwoord op vraag 16
Ja
1) NRC, 6 maart 2026
(https://www.nrc.nl/nieuws/2026/03/06/arbeidsmigrant-jagoda-stond-haar-eerste-kind-af-we-hadden-zelfs-geen-geld-voor-luiers-a4918411?gift_token=4918411~1773481042~1SLSQ72qTjayHlN4Px9Hrw~R9BIR7t-VuG4aap6YS3KqsBITf_fKreGCDEY_XQolRY).
2) Noordhollands Dagblad, 10 maart 2026
(https://www.noordhollandsdagblad.nl/uitgelicht/afstandsmoeders-boos-over-druk-op-arbeidsmigranten-om-baby-af-te-staan.-hebben-ze-dan-niets-geleerd-van-het-verleden/140382535.html).
Landelijk informatiepunt onbedoelde zwangerschap: https://www.infopuntonbedoeldzwanger.nl. En het landelijk dekkend netwerk keuzehulp: https://www.infopuntonbedoeldzwanger.nl/ik-zoek-hulp.↩︎
Het protocol is onlangs herzien en dient nog bestuurlijk te worden bekrachtigd, dit zal voor de zomer gebeuren. Daarom staat de versie 2023-2025 nog online.↩︎
De LATAR van 2025 worden in mei 2026 gepubliceerd↩︎
Anders/onbekend: o.a. de vrouw heeft het contact met de instelling verbroken, de vrouw heeft ervoor gekozen de zwangerschap af te breken of het kind is na de geboorte overleden.↩︎
Zelf opvoeden, (tijdelijke) pleegzorgplaatsing, afstand ter adoptie en een zwangerschapsafbreking.↩︎