[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo]←NIEUW! [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Zienswijzeprocedure Woo-verzoeken emissiegegevens

Brief regering

Nummer: 2026D17970, datum: 2026-04-15, bijgewerkt: 2026-04-15 16:45, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van zaak 2026Z07968:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Geachte Voorzitter,

Op 4 februari 2026 is uw Kamer geïnformeerd over het staande beleid bij Woo-verzoeken over emissiegegevens in de landbouw met veel belanghebbenden. In deze brief licht ik, mede namens de staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, de ontwikkelingen op dit onderwerp toe.

Openbaarmaking van overheidsinformatie is een groot goed. Het is belangrijk dat burgers, journalisten en wetenschappers toegang hebben tot overheidsinformatie, zodat zij goed geïnformeerd zijn en van daaruit de overheid kritisch kunnen volgen, kunnen participeren en onderzoek kunnen uitvoeren. Daarnaast kan de toegang tot overheidsinformatie, bijvoorbeeld als het gaat om milieu-informatie en emissiegegevens, van belang zijn om kennis te nemen over de gezondheid van de eigen leefomgeving. Bij de openbaarmaking van informatie kan echter ook sprake zijn van andere belangen, zoals publicatie van informatie die raakt aan de persoonlijke levenssfeer. Het kabinet vindt het daarom van belangrijk om op zoek te gaan naar een goede balans tussen de verschillende belangen.

Emissiegegevens moeten openbaar worden gemaakt, er zijn op grond van de Wet open overheid (Woo) geen uitzonderingsgronden om dit niet te doen. Ook als het hierbij gaat om gegevens die de persoonlijke levenssfeer raken, zoals bedrijfsadressen die tevens woonadressen zijn. Dit laatste is een verplichting die direct voortvloeit uit de Europese milieu-informatierichtlijn (Richtlijn 2003/4/EG).

Tegelijkertijd begrijp ik dat dit veel impact kan hebben op ondernemers en hun gezinnen en maak ik mij zorgen over de sociale veiligheid van agrarische ondernemers. Daarom werk ik ook met het ministerie van Justitie en Veiligheid aan een onderzoek naar de sociale veiligheid van agrarisch ondernemers. Dit was een aanbeveling van het adviescollege openbaarheid en informatiehuishouding (ACOI). Op basis van de uitkomsten van het onderzoek kunnen vervolgstappen worden gezet.

Hiernaast staat dit jaar een wetsevaluatie van de Woo op de planning. Het streven is om de Woo beter toepasbaar te maken. In deze wetsevaluatie wordt ook expliciet gekeken naar de openbaarmaking van emissiegegevens (zoals bijvoorbeeld bedrijfsadressen van agrarische ondernemers die tevens een woonadres zijn) in relatie tot de uitzonderingsgronden, de zienswijzeprocedure en relevante EU-richtlijnen.

In eerder genoemde Kamerbrief is benadrukt dat bij besluiten die direct gevolgen kunnen hebben voor agrarisch ondernemers, een zorgvuldige en transparante zienswijzeprocedure van groot belang is. Ik onderschrijf het belang van het vooraf informeren van agrarisch ondernemers over het feit dat informatie over hun bedrijf openbaar wordt gemaakt. Daarnaast onderschrijf ik ook het bieden van de gelegenheid om hun zienswijze te geven. In de vorige kabinetsperiode is, bovenstaande punten indachtig, gekozen om alle belanghebbenden individueel aan te schrijven over de mogelijkheid tot een zienswijzeprocedure.

Na zorgvuldige afweging kom ik echter tot een andere conclusie ten aanzien van de wijze waarop die zienswijzen het meest effectief kunnen worden uitgevraagd. Als kabinet hebben we de ambitie te werken aan een meer slagvaardige overheid. Bij Woo-verzoeken met veel belanghebbenden willen we zienswijzen effectief uitvragen zonder afbreuk te doen aan de positie van agrarisch ondernemers. Ik realiseer mij dat het actief verzenden van brieven naar individuele agrarisch ondernemers in potentie meer belanghebbenden bereikt. Daar staat tegenover dat een dergelijke aanpak ook zorgt voor hogere uitvoeringslasten en langere afhandeltermijnen, terwijl juridisch gezien de gevraagde emissiegegevens openbaar gemaakt moeten worden.

De zienswijzeprocedure uit de Algemene wet bestuursrecht stelt geen eisen aan de manier waarop ik zienswijzen uitvraag. Ik neem hierbij wel in aanmerking dat, volgend uit de Woo, informatie tijdig en snel openbaar moet worden gemaakt. Publicatie in de Staatscourant wordt door de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State als zorgvuldig en in overeenstemming met de Algemene wet bestuursrecht gezien. Via een publicatie in de Staatscourant hebben belanghebbenden zoals agrarisch ondernemers ook de gelegenheid hun zienswijze te geven. Daarnaast hebben zij na het besluit de mogelijkheid (als zij daar aanleiding toe zien) om rechtsmiddelen aan te wenden.

Mede met het oog op een doelmatige inzet van middelen en het tijdig bieden van transparantie kies ik daarom voor de procedure via de Staatscourant. Deze werkwijze wordt breder toegepast en biedt een goede balans tussen de belangen van verzoekers, van derden én (tijdige) openbaarheid van voor de samenleving essentiële informatie. Om te zorgen dat zoveel mogelijk belanghebbenden worden bereikt zal ik daarnaast diverse belangenorganisaties op de hoogte brengen van de voorgenomen openbaarmaking en daarbij verwijzen naar het bericht in de Staatscourant met het verzoek of zij dit onder de aandacht kunnen brengen bij hun achterban.

Tot slot: de brief van 4 februari 2026 benoemt het onderzoeken van de mogelijkheden om emissiegegevens actief openbaar te maken op een manier die recht doet aan de verschillende belangen. Om aan deze toezegging invulling te geven worden er gesprekken georganiseerd met vertegenwoordigers uit de agrarische sector, journalistiek en de wetenschap. Het doel van de gesprekken is het belichten van de verschillende perspectieven en een dialoog over wat de gemeenschappelijke delers zijn in plaats van waar de verschillen op dit onderwerp liggen.

Ik vertrouw erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd over de gewijzigde werkwijze en de overwegingen die daaraan ten grondslag liggen.

Hoogachtend,

Jaimi van Essen

Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur