Stand van zaken van een aantal moties en toezeggingen met betrekking tot de dieren in de veehouderij en reactie op het rapport 'Het kalf in een dierwaardige veehouderij'
Brief regering
Nummer: 2026D18054, datum: 2026-04-16, bijgewerkt: 2026-04-16 11:04, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: S.P.A. Erkens, staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (Ooit VVD kamerlid)
Onderdeel van zaak 2026Z08016:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
- 2026-04-22 11:15: Procedurevergadering Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (Procedurevergadering), vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Preview document (š origineel)
Geachte Voorzitter,
Voorafgaand aan het debat dieren in de veehouderij en de NVWA van 23 april 2026, informeer ik de Tweede Kamer met deze brief over de stand van zaken van een aantal moties en toezeggingen. Daarnaast reageer ik op het rapport āHet kalf in een dierwaardige veehouderijā van de Dierencoalitie, Stichting Dier&Recht en Wakker Dier en informeer ik de Kamer over de verzending van de brochure hokverrijking voor varkens.
Moties en toezeggingen over transport:
Toezegging aan het lid Van der Plas over transport van varkens met staartbijtschade
Motie-Graus/Van Campen over karkasvervoer (28286-1345)
Motie-Vestering over in Europa actief pleiten voor het overnemen van de uitkomsten van de EFSA-onderzoeken over de maximale temperatuur voor diertransporten (21501-32-1526),
Motie-Ouwehand over zich sterk verzetten tegen het voorstel van de Europese Commissie over diertransporten (21501-32-1605),
Motie-Vestering over een plan voor een einde aan de import van kalfjes (28286-1309),
Motie-Ouwehand over verzetten tegen het voorstel van de Europese Commissie om de wrede methode om kippen ondersteboven aan hun poten te vangen weer toe te staan (Kamerstuk 21 501-32, nr. 1651)
Motie-De Groot over niet akkoord gaan met en zich uitspreken tegen wijzigingen die verslechtering van dierenwelzijn zullen veroorzaken in de herziening van de Transportverordening (21501-32-1629)
Motie-Bromet over diertransporten langer dan zes uur verbieden (36755-31)
Motie-Van Dekken over een wettelijke verplichting voor gps-apparatuur in veetransportwagens (28286-761)
Overige moties en toezeggingen:
De motie-Van Campen/Bromet over inzet voor verbetering in de veehouderij in de EU (35746-21)
Motie-Van der Plas over eenduidige regels voor dierenwelzijn en geen import van producten van buiten de EU die niet aan deze regels voldoen (28286-1281)
Gewijzigde motie-Beckerman/Grinwis over het beperken van de import van landbouwproducten met lagere dierenwelzijnseisen dan waaraan Nederlandse veehouders moeten voldoen (35746-39)
Toezegging aan het lid Graus over beschutting in de wei
Transport
Toezegging aan het lid van der Plas over transport van varkens met staartbijtschade
Zoals door mijn voorganger toegezegd in het Tweeminutendebat uitvoerbaarheid op het boerenerf van 20 februari 2025 informeer ik de Kamer over het transport van varkens met staartbijtschade. In datzelfde Tweeminutendebat werd al aangegeven dat staartbijten een multifactorieel probleem is dat soms moeilijk beheersbaar is. Zelfs onder geoptimaliseerde omstandigheden kan staartbijten nog voorkomen. De aanwezigheid van staartschade kan consequenties hebben voor de transportwaardigheid van deze dieren. Daarbij ontstaat een spanningsveld tussen voorschriften in de Europese Transportverordening ter bescherming van dieren tijdens het vervoer en het economische belang van een varkenshouder om zoveel mogelijk varkens met (lichte) staartbijtschade af te kunnen voeren naar het slachthuis. Varkens met staartbijtschade vormen naast een risico voor het dierenwelzijn en de diergezondheid ook een mogelijk risico voor de voedselveiligheid. In de Europese regelgeving is het voedselveiligheidsrisico van staartbijtschade geborgd via het uitvoeren van aanvullende keuringshandelingen in de slachthuizen. Bij een toename van het aantal varkens met staartbijtschade zal er meer vraag zijn naar NVWA-capaciteit en zal de slachtcapaciteit onder druk komen te staan.
In Nederland worden de Europese richtsnoeren voor het bepalen van de geschiktheid voor het vervoer van varkens en de indicator factsheets van het Europees Referentiecentrum voor Dierenwelzijn voor varkens (EURCAW Pigs) gebruikt om te beoordelen of voldaan wordt aan de norm met betrekking tot transportwaardigheid in de Europese Transportverordening. Beide geven aan dat varkens met staartbijtschade met zwelling, tekenen van ontsteking en gedeeltelijk of geheel verlies van de staart niet geschikt voor vervoer zijn en dat varkens met lichte staartbijtschade (genezen of lichte bijtwonden zonder zwelling) transportwaardig zijn. De Europese richtsnoeren geven aan dat vervoer van varkens met lichte staartbijtschade onder voorwaarden moet plaatsvinden. Een voorwaarde die nu onder andere toegepast wordt, is meer ruimte bij transport per varken. Niet alle varkens met staartschade mogen dus vervoerd worden naar het slachthuis. Transporteurs geven aan terughoudend te zijn om varkens met staartbijtschade te transporteren. Redenen die worden aangegeven zijn: 1) het risico dat de NVWA een boete oplegt, wanneer de NVWA een andere afweging maakt over een varken met staartbijtschade dan de vervoerder en 2) doordat varkens meer ruimte nodig hebben, kunnen er minder varkens met één vervoermiddel vervoerd worden. Ook blijken slachthuizen deze varkens niet altijd te accepteren, omdat het logistieke proces op het slachthuis negatief wordt beïnvloed wanneer veel varkens met (lichte) staartbijtschade worden aangevoerd, waardoor de slachtcapaciteit daalt. Dit creëert onzekerheid bij varkenshouders over de afvoermogelijkheden van varkens met staartbijtschade vanaf de varkenshouderij met als gevolg terughoudendheid om toe te werken naar het stoppen met staartcouperen.
Om deze situatie grondig en vanuit verschillende perspectieven te bekijken en te zoeken naar mogelijke oplossingen, werken verschillende sectorpartijen en de NVWA onder regie van mijn departement nauw samen aan oplossingsrichtingen voor het transport van varkens met (lichte) staartbijtschade en de logistieke uitdagingen van slachthuizen bij de verwerking van varkens met lichte staartbijtschade. Een belangrijk uitgangspunt is dat de oplossing resulteert in een borging van het dierenwelzijn en de voedselveiligheid die ten minste vergelijkbaar is met de huidige situatie. Dit jaar wordt een aantal oplossingsrichtingen verder uitgewerkt om het handelingsperspectief duidelijk te maken voor varkenshouders die te maken krijgen met uitbraken van staartbijten. Onderdeel hiervan is een pilot gericht op het optimaliseren van 1) een uniforme beoordeling van varkens met lichte staartbijtschade en 2) de transportvoorwaarden voor deze varkens. Tijdens de pilot wordt ook de impact van deze optimalisatie voor varkenshouders en slachthuizen in kaart gebracht. Eind dit jaar zal de Kamer geĆÆnformeerd worden over het verdere verloop van dit traject.
Motie-Graus/Van Campen over karkasvervoer (28286-1345)
De motie-Graus/van Campen, aangenomen tijdens het tweeminutendebat dieren in de veehouderij van 16 oktober 2024, verzoekt de regering een begin te maken met een pilot in de transitie naar karkasvervoer, in plaats van gesleep met levende dieren. Mijn voorganger heeft deze motie toentertijd zo geïnterpreteerd (Kamerstuk 2025D35658) dat deze gaat over de vraag hoe langeafstandstransport van levende dieren beëindigd kan worden en ik volg deze interpretatie. Mijn inzet in Europa bij de herziening van de Transportverordening ziet daar ook op. Daarbij is het algemene doel een verschuiving naar karkasvervoer in plaats van vervoer van levende dieren te creëren. Hiermee doe ik de motie-Graus/van Campen af.
De motie-Vestering over in Europa actief pleiten voor het overnemen van de uitkomsten van de EFSA-onderzoeken over de maximale temperatuur voor diertransporten (21501-32-1526), de motie-Ouwehand over zich sterk verzetten tegen het voorstel van de Europese Commissie over diertransporten (21501-32-1605), de motie-Vestering over een plan voor een einde aan de import van kalfjes (28286-1309), de motie-Ouwehand over verzetten tegen het voorstel van de Europese Commissie om de wrede methode om kippen ondersteboven aan hun poten te vangen weer toe te staan (Kamerstuk 21 501-32, nr. 1651) en de motie-De Groot over niet akkoord gaan met en zich uitspreken tegen wijzigingen die verslechtering van dierenwelzijn zullen veroorzaken in de herziening van de Transportverordening (21501-32-1629)
De Kamer heeft meerdere moties aangenomen in relatie tot diertransporten. Voor het transport van levende dieren over de weg of per trein geldt dat de Europese Transportverordening alleen strengere nationale regels toestaat voor transporten die volledig worden uitgevoerd op het eigen grondgebied. Daarnaast is er enkel ruimte voor een nationale aanpak als het een invulling van een open norm uit de Transportverordening betreft. Dit geldt bijvoorbeeld voor de beleidsregel voor maximumtemperatuur bij diertransporten, die ik conform wens van de Tweede Kamer aan ga passen van 35 graden naar 30 graden. Over dit voornemen informeer ik de Kamer gelijktijdig met deze brief.
Voor al deze moties geldt dat deze in Europees verband worden uitgevoerd en ingebracht worden in de Europese onderhandelingen. Er is echter sprake van een zeer uitdagend krachtenveld, waarmee strategisch moet worden omgegaan. Een ruime meerderheid van de lidstaten vindt het voorstel voor de herziening van de transportverordening van het Europese Commissie te ver gaan, en pleit voor minder vergaande regels. Slechts een beperkt aantal lidstaten, waaronder Nederland, steunt ambitieuzere transportregels. De uiteindelijke herziene verordening zal het resultaat zijn van onderhandelingen tussen de lidstaten, de Europese Commissie en het Europees Parlement. Nederland blijft zich daarbij inzetten voor een zo ambitieus mogelijk resultaat. Hiermee beschouw ik deze moties als afgedaan.
De motie-Bromet over diertransporten langer dan zes uur verbieden (36755-31)
De bovengenoemde inzet in de EU sluit ook aan op het verzoek van de motie van het lid Bromet die verzoekt om diertransporten langer dan 6 uur te verbieden. Voor deze motie geldt dat ik dit nog in zal brengen in de onderhandelingen zodra dit thema in de Raadswerkgroep aan de orde is. Zodra dit is gebeurd, wordt de Kamer hierover geĆÆnformeerd.
De motie-Van Dekken over een wettelijke verplichting voor gps-apparatuur in veetransportwagens (28286-761)
De recent gepubliceerde Publiek-Private Samenwerking (PPS) Toekomstbestendig Diertransport1 haakt in op de motie-Van Dekken (Kamerstuk 28 286, nr. 761) die om een wettelijke verplichting voor GPS-apparatuur in veetransportmiddelen vraagt. Deze verplichting is er al vanuit de Europese Transportverordening voor veetransportmiddelen voor lang transport (>8 uur). Uit het onderzoek blijkt dat de manier waarop GPS-data inzichtelijk gemaakt kan worden nogal verschilt. Daardoor is het lastig deze data te analyseren. Daarnaast is deze data niet direct inzichtelijk voor de chauffeur, waardoor die er niet direct op in kan spelen. Bij de tijdens het onderzoek gevolgde transporten is gebleken dat er geen sprake is geweest van dusdanig rijgedrag waardoor het comfort van dieren tijdens het transport is aangetast. Digitalisering en data-analyse zijn een belangrijk onderdeel van de herziening van de transportverordening. Daarbij neem ik de resultaten van dit onderzoek mee en zal ik pleiten voor uniforme en analyseerbare data van GPS-systemen op alle veetransportmiddelen. Hiermee voer ik de motie-Van Dekken (Kamerstuk 28 286, nr. 761) uit.
Houden van dieren in de veehouderij
Reactie op rapport dierwaardige kalverhouderij
Op 4 maart 2026 heeft de vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) mij verzocht om een reactie op het rapport āHet kalf in een dierwaardige veehouderijā van de Dierencoalitie, Stichting Dier&Recht en Wakker Dier (Kamerstuk 2026D08409). Met deze brief kom ik tegemoet aan dit verzoek. De kalversector is een belangrijke partner in het traject om te komen tot dierwaardige veehouderij. Het rapport āHet kalf in een dierwaardige veehouderijā richt zich op routes voor het dierwaardig houden van kalveren in de Nederlandse veehouderij. Het rapport bouwt voort op de scenariostudie Kalverketen (Kamerstuk 2021D17999) en verwijst voor de onderbouwing naar EFSA, de zes leidende principes voor een dierwaardige veehouderij (RDA), de Dierinhoudelijke toets en de Quickscan opgesteld door Universiteit Utrecht. Daarnaast worden er ervaringen beschreven van pionierende veehouders en ketenspelers die zich inzetten voor een dierwaardige kalverhouderij. Ook wordt in het rapport beschreven tegen welke regelgeving, vergunningen en financiĆ«le obstakels deze veehouders en ketenspelers aanlopen in hun route naar een dierwaardige kalverhouderij. De knelpunten en oplossingsrichtingen die in het rapport worden benoemd zijn herkenbaar en weeg ik samen met de hiervoor genoemde rapportages en de uitgevoerde impactanalyses mee in het kader van het traject dierwaardige veehouderij (zowel als onderdeel van de verdere uitwerking van het convenant als bij de ontwerp-AMvB waarin de commentaren vanuit de internetconsultatie momenteel verwerkt worden). De ontwerp-AMvB zal rond de zomer bij het parlement worden voorgehangen.
Nieuwe brochure hokverrijking en nestbouwmateriaal voor varkens
Wageningen UR heeft begin dit jaar in opdracht van het ministerie van LVVN en in overleg met de NVWA een nieuwe geactualiseerde brochure āhokverrijking en nestbouwmateriaal voor varkensā uitgebracht1. De brochure biedt varkenshouders praktische handvatten bij de keuze die ze op hun bedrijf kunnen maken bij het verstrekken van hokverrijking aan varkens en van nestbouwmateriaal aan kraamzeugen.
In de nieuwe brochure zijn nieuwe inzichten verwerkt over wat geschikt verrijkingsmateriaal en nestbouwmateriaal is. Een belangrijk nieuw inzicht volgt uit rechterlijke uitspraken. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) heeft voorjaar 2024 geoordeeld dat varkens permanent moeten kunnen beschikken over hokverrijkingsmateriaal dat zowel eetbaar als wroetbaar moet zijn. Bijvoorbeeld stro of luzerne dat op de vloer ligt zodat het voor de varkens wroetbaar is. Dat betekent onder andere dat kettingen niet meer worden beschouwd als hokverrijking binnen de wettelijke kaders (artikel 2.22 lid 1 Besluit houders van dieren). De nieuwe brochure is actief onder de aandacht van de varkenshouders gebracht.
Overig
De motie-Van Campen/Bromet over inzet voor verbetering in de veehouderij in de EU (35746-21)
In een gezamenlijke brief met de collega-ministers, verantwoordelijk voor dierenwelzijn van Denemarken, Zweden, Oostenrijk en Duitsland aan Eurocommissaris VƔrhelyi van februari 2025 (Kamerstuk 2025D35658) is het belang in herinnering gebracht van een ambitieuze benadering van dierenwelzijn bij het houden van dieren, inclusief de actualisatie van bestaande wetgeving en de introductie van nieuwe wetgeving op gebieden waar momenteel slechts zeer algemene of geen wetgeving bestaat. Hiermee beschouw ik de motie-Van Campen/Bromet die de regering verzoekt om zich in Europees verband hard te maken voor verbetering van dierenwelzijn in de veehouderij in de EU (Kamerstuk 35746 nr. 21) als afgedaan.
De motie-Van der Plas over eenduidige regels voor dierenwelzijn
en geen import van producten van buiten de EU die niet aan deze regels
voldoen (28286-1281) en de gewijzigde motie-Beckerman/Grinwis over het
beperken van de import van landbouwproducten met lagere
dierenwelzijnseisen dan waaraan Nederlandse veehouders moeten voldoen
(35746-39)
In Europees verband is inzet gepleegd om verbeteringen door te voeren
bij de voorgenomen herziening van de Europese dierenwelzijnswet- en
regelgeving en om tegelijkertijd duidelijke, geharmoniseerde regels vast
te stellen die zowel het welzijn van dieren als de concurrentiepositie
van onze veehouders ondersteunen. Hiermee beschouw ik de moties-Van der
Plas en Beckerman/Grinwis als afgedaan.
Toezegging aan het lid Graus over beschutting in de wei
Zoals toegezegd aan het lid Graus (PVV) in het debat dieren buiten de veehouderij en dierproeven van 2 oktober 2025, informeer ik de Kamer over de voortgang van het project Beschutting voor dieren in de weide binnen het programma Kennis op Maat. Het doel van dit project was om praktische en juridische kennis over beschutting te verspreiden onder dierhouders, gemeentes en andere betrokkenen. Het project is begin van dit jaar succesvol afgerond. De resultaten (een praktijkgids en stappenplan voor dierhouders, en een wegwijzer voor gemeentes en provincies), zijn te vinden op Groen Kennisnet6. Het project is bovendien via verschillende bijeenkomsten onder de aandacht gebracht bij relevante stakeholders, waaronder DierVizier (een samenwerkingsverband van gemeenten, LVVN, dierenwelzijnsorganisaties en kennisinstellingen). Hiermee is deze toezegging afgedaan.
Beschutting in de wei is een van de themaās binnen het plan van aanpak voor hittestress bij landbouwhuisdieren (Kamerstuk 28286, nr. 1296). Via dit plan werken LVVN, de NVWA en sectorpartijen samen aan verschillende initiatieven om hittestress te voorkomen of te beperken. Het afgelopen jaar hebben de betrokken partijen zich wederom ingezet voor de uitvoering van de verschillende acties in dit plan, zoals de evaluatie en doorontwikkeling van het nationaal plan voor veetransport bij extreme temperaturen. En in de zomerperiode hebben de betrokken partijen de risicoās van hittestress onder de aandacht gebracht via onder andere nieuwsberichten en sociale- mediakanalen. Op dit moment is er geen aanleiding om het plan van aanpak te actualiseren. Mocht hier in de toekomst reden voor zijn, dan wordt dit in gang gezet. In de tussenliggende periode wordt de Kamer geĆÆnformeerd over de voortgang van de lopende acties.
Hoogachtend,
Silvio P.A. Erkens
Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur