[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo]←NIEUW! [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Voorstel van wet zoals gewijzigd naar aanleiding van het Advies van de Afdeling advisering van de Raad van State

Voorstel van wet van het lid Bushoff tot wijziging van de Mededingingswet in verband met de uitbreiding van het concentratietoezicht (Wet inroepbevoegdheid ACM)

Voorstel van wet (initiatiefvoorstel)

Nummer: 2026D18183, datum: 2026-04-16, bijgewerkt: 2026-04-16 15:39, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Onderdeel van kamerstukdossier 36774 -5 Voorstel van wet van het lid Bushoff tot wijziging van de Mededingingswet in verband met de uitbreiding van het concentratietoezicht (Wet inroepbevoegdheid ACM).

Onderdeel van zaak 2025Z13247:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


36 774 Voorstel van wet van het lid Bushoff tot wijziging van de Mededingingswet in verband met de uitbreiding van het concentratietoezicht (Wet inroepbevoegdheid ACM)
Nr. 5 VOORSTEL VAN WET ZOALS GEWIJZIGD NAAR AANLEIDING VAN HET ADVIES VAN DE AFDELING ADVISERING VAN DE RAAD VAN STATE

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de Mededingingswet te wijzigen om het mogelijk te maken dat het toezicht op concentraties wordt versterkt om te voorkomen dat een concentratie de mededinging op significante wijze zou kunnen belemmeren;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Mededingingswet wordt als volgt gewijzigd:

A

Na artikel 49 wordt een paragraaf ingevoegd, luidende:

§ 5 Beoordeling van concentraties onder de omzetdrempels

Artikel 49a

In afwijking van artikel 29, eerste lid, zijn de bepalingen van deze paragraaf van toepassing op concentraties, niet zijnde concentraties als bedoeld in artikel 29, eerste lid, waarbij de in Nederland behaalde omzet in het voorafgaande kalenderjaar van ten minste een van de betrokken ondernemingen ten minste € 30.000.000 bedroeg. De artikelen 30 en 31 zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 49b

1. Een onderneming verstrekt de Autoriteit Consument en Markt op verzoek de gegevens of documenten die redelijkerwijs nodig zijn om te beoordelen of er aanleiding bestaat om aan te nemen dat een concentratie de daadwerkelijke mededinging op de Nederlandse markt of een deel daarvan op significante wijze zou kunnen belemmeren, met name als het resultaat van het in het leven roepen of versterken van een economische machtspositie.

2. Het verzoek, bedoeld in het eerste lid, wordt gedaan binnen vier weken na de vroegste van de volgende tijdstippen:

a. het tijdstip waarop een van de bij de concentratie betrokken ondernemingen het voornemen om de concentratie tot stand te brengen in Nederland publiek kenbaar heeft gemaakt;

b. het tijdstip waarop de Autoriteit Consument en Markt kennis verkrijgt van het voornemen om de concentratie tot stand te brengen;

c. zes maanden na het tijdstip waarop de overeenkomst waarmee de concentratie tot stand wordt gebracht van kracht wordt.

3. De Autoriteit Consument en Markt stelt een redelijke termijn waarbinnen de in het eerste lid bedoelde gegevens of documenten worden verstrekt.

4. Indien niet is voldaan aan het eerste lid of indien de verstrekte gegevens of documenten onvoldoende zijn voor de beoordeling van de concentratie, kan de Autoriteit Consument en Markt van de bij de concentratie betrokken partijen aanvulling van de gegevens of documenten verlangen.

Artikel 49c

1. Indien naar het oordeel van de Autoriteit Consument en Markt er aanleiding bestaat om aan te nemen dat een concentratie als bedoeld in artikel 49b de daadwerkelijke mededinging op de Nederlandse markt of een deel daarvan op significante wijze zou kunnen belemmeren, met name als het resultaat van het in het leven roepen of versterken van een economische machtspositie, legt de Autoriteit Consument en Markt aan de bij de concentratie betrokken ondernemingen op:

a. een verplichting om de concentratie bij haar te melden, en

b. een verbod op het tot stand brengen van de concentratie voordat het voornemen daartoe aan de Autoriteit Consument en Markt is gemeld en vervolgens vier weken zijn verstreken.

2. De verplichting en het verbod, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, worden opgelegd binnen vier weken na afloop van de termijn, bedoeld in artikel 49b, derde lid.

3. De termijn, bedoeld in het tweede lid, wordt opgeschort met ingang van de dag waarop de Autoriteit Consument en Markt op grond van artikel 49b, vierde lid, aanvulling van de gegevens of documenten verlangt tot de dag waarop de aanvulling door elk van de partijen van wie aanvulling is gevraagd, is gegeven.

4. De artikelen 34, tweede lid, 35, 36, 38 en 40 zijn van overeenkomstige toepassing op een melding die wordt gedaan ter nakoming van een verplichting als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a.

5. In geval de concentratie tot stand is gebracht op het moment dat de Autoriteit Consument en Markt een verplichting als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, oplegt, is:

a. het eerste lid, onderdeel b, niet van toepassing;

b. in afwijking van het vierde lid, artikel 40 niet van overeenkomstige toepassing.

6. Indien de Autoriteit Consument en Markt ter zake van een concentratie als bedoeld in het vijfde lid een verplichting als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, oplegt, dient de concentratie binnen dertien weken ongedaan te worden gemaakt, indien niet binnen vier weken na het opleggen van de verplichting de concentratie is gemeld bij de Autoriteit Consument en Markt.

Artikel 49d

1. De artikelen 37 en 41 tot en met 49 zijn van overeenkomstige toepassing op een concentratie ten aanzien waarvan de Autoriteit Consument en Markt een verplichting als bedoeld in artikel 49c, eerste lid, onderdeel a, heeft opgelegd.

2. In afwijking van het eerste lid zijn de artikelen 41, eerste lid, en 46 niet van overeenkomstige toepassing in geval de concentratie tot stand is gebracht op het moment dat de Autoriteit Consument en Markt een verplichting als bedoeld in artikel 49c, eerste lid, onderdeel a, heeft opgelegd.

3. Indien de Autoriteit Consument en Markt ter zake van een concentratie als bedoeld in het tweede lid mededeelt dat een vergunning is vereist, dient de concentratie:

a. indien niet binnen vier weken na die mededeling een vergunning is aangevraagd, dan wel de aanvraag om een vergunning wordt ingetrokken of de vergunning wordt geweigerd, binnen dertien weken ongedaan te worden gemaakt;

b. indien de vergunning onder beperkingen wordt verleend of daaraan voorschriften worden verbonden, binnen dertien weken na de verlening daarmee in overeenstemming te worden gebracht.

B

In artikel 73, eerste lid, wordt na “bij een melding van een concentratie op grond van artikel 34, eerste lid,” ingevoegd “of artikel 49c, eerste lid, onderdeel a,” en wordt na “een concentratie als bedoeld in artikel 41, eerste lid,” ingevoegd “of naar aanleiding van een verzoek op grond van artikel 49b, eerste lid,”.

C

Aan de opsomming in artikel 74, eerste lid, worden twee onderdelen toegevoegd, luidende:

6˚. 49b, eerste lid,

7˚. een krachtens artikel 49c, eerste lid, opgelegde verplichting of opgelegd verbod,.

ARTIKEL II

In bijlage 1 bij de Algemene wet bestuursrecht wordt in het onderdeel met betrekking tot de Mededingingswet “de artikelen 37, eerste lid, 44, eerste lid, en 47, eerste lid” vervangen door “de artikelen 37, eerste lid, 44, eerste lid, 47, eerste lid, en 49c, eerste lid”.

ARTIKEL III

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

ARTIKEL IV

Deze wet wordt aangehaald als: Wet inroepbevoegdheid ACM.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven

De minister van Economische Zaken en Klimaat,