[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo]←NIEUW! [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Inbreng verslag schriftelijk overleg over de Geannoteerde agenda voor de informele Europese Raad van 23 en 24 april 2026

Inbreng verslag schriftelijk overleg

Nummer: 2026D18330, datum: 2026-04-16, bijgewerkt: 2026-04-16 17:08, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen:

Onderdeel van zaak 2026Z07948:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


21501-20 Europese Raad

Nr. VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld d.d. .. 2026

Binnen de vaste commissie voor Europese Zaken heeft een aantal fracties de behoefte vragen en opmerkingen voor te leggen over de brief van de minister van Buitenlandse Zaken d.d. 15 april 2026 inzake de Geannoteerde agenda voor de informele Europese Raad van 23 en 24 april 2026 (nr. 2026Z07948), de brief van de minister van Buitenlandse Zaken d.d. 12 februari 2026 inzake het Verslag informele bijeenkomst van de Europese Raad van 12 februari 2026 (Kamerstuk 21501-20, nr. 2026Z03580), en de brief van de minister van Buitenlandse Zaken d.d. 12 februari 2026 inzake het Afschrift brief aan de Eerste Kamer inzake de antwoorden op de schriftelijke vragen gesteld door de Eerste Kamerleden van Hattem (PVV) en Hartog (Volt) over de voorstellen COM(2025)565 en COM(2025)552 (nr. 2026Z06544)

Bij brief van ... heeft de minister deze beantwoord. Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.

De voorzitter van de commissie,

Van Meetelen

De adjunct-griffier van de commissie,

Moonen

Inhoudsopgave

I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties

Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie

Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie

Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie

Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie

Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie


II Reactie van de minister van Buitenlandse Zaken

  1. Vragen en opmerkingen vanuit de fracties

Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie

De leden van de D66-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor de informele Europese raad van 23 en 24 april. Over de Nederlandse inzet hebben deze leden nog enkele vragen.

De leden van de D66-fractie vragen welke concrete inzet de minister zal plegen om, mede in het licht van de recente ontwikkelingen rondom de verkiezingen in Hongarije, zo spoedig mogelijk de € 90 miljard aan Europese steun voor Oekraïne te deblokkeren? Tevens vragen deze leden welke concrete stappen de minister zal zetten om voortgang te boeken in het toetredingsproces van Oekraïne tot de Europese Unie, in het bijzonder ten aanzien van het openen van de eerste onderhandelingsclusters. Ook vragen deze leden welke concrete inzet het kabinet zal plegen om te komen tot een nieuw Europees sanctiepakket tegen Rusland.

De leden van de D66-fractie vragen of de minister kan aangeven wat zijn concrete inbreng zal zijn over de schaduwvloot en wanneer de Kamer de nodige wetswijzingen zal ontvangen zodat Nederland harder kan optreden tegen de schaduwvloot op de Noordzee?

Midden-Oosten

De leden van de D66-fractie vragen welke inspanningen de minister gaat leveren om te komen tot een diplomatieke oplossing voor de situatie in het Midden-Oosten.

De leden van de D66-fractie vragen tevens of andere landen, zoals Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk, helder voor ogen hebben wat onze voorwaarden zijn voor een eventuele deelname aan een missie in de straat van Hormuz.

Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie

De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de stukken ter voorbereiding op de informele Europese Raad op 23-24 april 2026, hebben in dit kader enkele vragen en willen een aantal aandachtspunten onder de aandacht brengen.

De leden van de VVD-fractie constateren dat er tijdens deze Raad zal worden ingegaan op de actuele situatie in Oekraïne naar aanleiding van de Russische agressie-oorlog. Deze leden merken hierbij op dat een Europese lening van € 90 miljard wordt tegengehouden door Hongarije. Welke impact verwacht de minister dat de verkiezingsoverwinning van Tisza heeft op de opstelling van Hongarije? Is de minister bereid om in contact te treden met de aanstaande regering van Hongarije om hen aan te sporen om het Hongaars veto te laten varen? Welke strategie heeft het kabinet ten aanzien van de aanstaande regering van Hongarije en welke aanpak ten aanzien van Hongarije bepleit zij bij de Commissie?

De leden van de VVD-fractie merken op dat er tijdens deze Europese Raad terecht veel aandacht zal zijn voor het conflict in het Midden-Oosten. Ziet de minister ruimte om hierbij ook aan te stippen dat de strijd tegen terrorisme in het Midden-Oosten niet vergeten mag worden en het onderwerp van berechting van IS-strijders een plek op de Europese agenda blijft verdienen? Jezidi gemeenschappen vrezen het vrijkomen van IS-strijders die misdaden zijn begaan in Syrië, nu door het toenemende conflict het moeilijker wordt op sommige plekken in de regio de gevangenissen te bewaken en het risico toeneemt op het ontstaan van nieuwe broeinesten. Met welke lidstaten kan Nederland optrekken om de strijd tegen terrorisme in de regio op de agenda te houden en een framework voor de berechting van IS-strijders te realiseren?

Ook constateren de leden van de VVD-fractie dat de Europese Commissie naar alle waarschijnlijkheid op maandag 22 april een beleidsstuk naar buiten zal brengen waar onder andere in zal worden gegaan op de verlaging van de energiebelasting. Hoe kijkt de minister aan tegen het voorstel van de Commissie om de energiebelasting te verlagen? Vindt de minister dat dit een keuze is die primair is voorbehouden aan individuele lidstaten, of meent de minister dat een gecoördineerde gemeenschappelijke aanpak beter past bij de omvang van het probleem?

De leden van de VVD-fractie constateren tenslotte dat er aandacht zal zijn voor het volgende MFK. Hierbij willen de leden benadrukken dat wat hen betreft Nederland moet inzetten op een sterk MFK dat bijdraagt aan de strategische doelen van Europa, waaronder primair veiligheid, defensie en innovatie. Deelt de minister deze opvatting? Wat is de taxatie van de minister van de positie van het Europees Parlement over het MFK waar inmiddels in commissieverband over gestemd is en waarin staat dat de omvang van het MFK 10 procent hoger zou moeten zijn? Welk effect heeft dit op de algehele discussie over het MFK in Brussel?

Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie

De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de geannoteerde agenda van de informele Europese Raad van 23 en 24 april 2026. Zij hopen dat er met de verkiezingsuitslag in Hongarije in de toekomst een aantal doorbraken in de Europese Raad mogelijk zijn. Deze leden hebben nog enkele opmerkingen en vragen.

Tijdens de informele Europese Raad zal worden gesproken over het Meerjarig Financieel Kader (MFK). Ook in dit verband vinden de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie het hoopvol dat de opstelling van Hongarije wellicht zal veranderen aangezien dit kansen biedt om de rechtstaatssconditionaliteit in de EU-begroting te versterken. Op welke manier wordt dit de komende tijd onderzocht? Worden er voorstellen verwacht die verder gaan dan het voorstel van de Commissie?

De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat er tijdens de Europese Raad wordt gesproken over de inzet in de Straat van Hormuz. Op 19 maart 2026 stelden Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Italië, Japan en Nederland dat zij bereid zijn om bij te dragen aan ‘passende inspanningen’ om veilige doorvaart van de Straat van Hormuz te waarborgen. Wat zijn volgens de minister ‘passende inspanningen’? Is de minister het eens dat er zolang er geen duurzaam bestand is geen militaire inzet kan zijn in de Straat van Hormuz? Op welke manier gaat Zr.Ms. De Ruyter bijdragen aan ASPIDES?

De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie maken zich grote zorgen over de escalatie van geweld in Libanon. Is de minister bereid in EU-verband in te zetten op meer Europese humanitaire hulp, en politieke en diplomatieke maatregelen om te zorgen dat hulpverleners veilig kunnen bewegen en hun werk kunnen doen? Worden er verdere stappen en sancties voorbereid in EU-verband wanneer Israël doorgaat met grootschalige vernietiging in Libanon?

De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat de regering zich inzet om in EU-verband te komen tot een gezamenlijke aanpak van de secundaire effecten van de escalatie in Iran en de Straat van Hormuz. Gaat het kabinet de aanbevelingen overnemen om de overwinsten van energiebedrijven af te romen, gezien het feit dat grote energiebedrijven momenteel miljardenwinsten maken?

Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie

De leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de inzet van het kabinet op een ‘sterk en toekomstbestendig’ Meerjarig Financieel Kader. Kan de minister concreet aangeven welke totale omvang van het MFK het voor zich ziet en wat dit betekent voor de Nederlandse afdrachten, zowel in absolute zin als per inwoner? Tevens vragen deze leden welke maximale bijdrage het kabinet nog acceptabel acht. De leden constateren dat de Europese Commissie inzet op een aanzienlijke verhoging van de EU-begroting. Kan het kabinet toelichten waarom een dergelijke groei noodzakelijk zou zijn en welke concrete resultaten eerdere budgetverhogingen hebben opgeleverd? De leden verzoeken of de minister ook kan ingaan op de effectiviteit van het huidige MFK.

De leden van de PVV-fractie vragen hoe de minister de Kamer volledig en tijdig zal informeren over de onderhandelingen over het MFK. Welke mogelijkheden heeft de Kamer om daadwerkelijk invloed uit te oefenen op de Nederlandse inzet?

De leden van de PVV-fractie vragen welke financiële risico’s verbonden zijn aan langetermijnverplichtingen binnen het MFK. In hoeverre kan Nederland aansprakelijk worden gesteld voor verplichtingen van andere lidstaten?

De leden van de PVV-fractie vragen het kabinet om per grote uitgavencategorie aan te geven wat de concrete toegevoegde waarde is van EU-uitgaven ten opzichte van nationale besteding.

De leden constateren dat er bijzonder aandacht uitgaat naar het ECF. Hoe waarborgt het kabinet dat middelen uit het ECF daadwerkelijk terechtkomen bij innovatieve en productieve sectoren, en niet verzanden in bureaucratische processen of politieke verdelingsmechanismen?

De leden van de PVV-fractie vragen hoe de minister de huidige balans tussen nettobetalers en netto-ontvangers beoordeelt. In hoeverre is de minister van mening dat deze verdeling eerlijk is en welke inzet Nederland pleegt om deze balans te verbeteren?

De leden van de PVV-fractie vragen of de minister bereid is om het Nederlandse vetorecht in te zetten bij de onderhandelingen over het MFK indien de Nederlandse financiële belangen onvoldoende worden geborgd. Onder welke omstandigheden zal het kabinet daadwerkelijk gebruik zou maken van dit veto?

Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie

De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de beschikbare stukken over de informele Europese Raad van 23 en 24 april 2026. Deze leden hebben daarover nog enkele vragen.

Oekraïne

De leden van de CDA-fractie steunen onverminderd de brede Europese steun aan Oekraïne. Deze leden lezen dat Nederland blijft inzetten op spoedige implementatie van de steunlening aan Oekraïne, de aanname van het twintigste sanctiepakket en de aanpak van de schaduwvloot. Welke scenario’s heeft het kabinet in beeld als de Hongaarse blokkade op sancties toch blijft bestaan? Kan het kabinet bovendien toelichten hoe Nederland inzet op betere handhaving van sancties en op het anti-omzeilingsinstrument, zodat sancties niet via derde landen worden uitgehold?

Midden-Oosten

De leden van de CDA-fractie maken zich grote zorgen over de bredere instabiliteit in het Midden-Oosten. Deze leden lezen dat de Europese Raad zal spreken over Iran, de blokkade van de Straat van Hormuz en de gevolgen voor veiligheid, energie, economie, migratie en scheepvaart. Kan de minister aangeven welke concrete uitkomsten Nederland op deze punten nastreeft? Wat bedoelt de minister precies met een gezamenlijke EU-aanpak van de secundaire effecten van deze crisis?

De leden van de CDA-fractie vragen welke vormen van steun aan de Golfstaten in EU-verband worden besproken. Deze leden vragen daarnaast of het kabinet aan kan geven of er voldoende steun zou zijn voor het Nederlandse voorstel voor een nieuw EU-sanctieregime tegen verantwoordelijken voor het belemmeren van vrije doorvaart. Kan de minister ook verduidelijken wat onder “passende inspanningen” wordt verstaan om veilige doorvaart in de Straat van Hormuz te waarborgen, en wanneer volgens het kabinet aan de voorwaarden voor eventueel Nederlands optreden is voldaan?

Meerjarig Financieel Kader

De leden van de CDA-fractie vragen hoe de minister aankijkt tegen voorstellen van het Europees Parlement om terugbetaling van NextGenerationEU buiten het MFK te houden en via nieuwe eigen middelen te financieren, zoals een digitale heffing op grote technologiebedrijven.

Pact voor het Middellandse Zeegebied

De leden van de CDA-fractie zien het belang van nauwere samenwerking met de zuidelijke buurlanden van Europa, juist op het gebied van veiligheid, migratie, handel en stabiliteit. Kan de minister nader toelichten hoe het actieplan voor het Middellandse Zeegebied zich verhoudt tot bestaande initiatieven, zodat overlap en bestuurlijke drukte worden voorkomen? Welke onderdelen van het pact acht de minister voor Nederland het belangrijkst? Hoe worden nationale competenties en belangen voldoende beschermd bij nieuwe partnerschappen? En op welke punten heeft Nederland nog vragen bij de uitvoerbaarheid van het actieplan?

  1. Reactie van de minister van Buitenlandse Zaken