Debat over de Aanvullende artikel 100-brief over de verlenging van de Nederlandse inzet in de Middellandse Zee (plenaire afronding in 1 termijn) (ongecorrigeerd)
Stenogram
Nummer: 2026D18401, datum: 2026-04-16, bijgewerkt: 2026-04-17 09:14, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van activiteiten:- 2026-04-16 21:50: Debat over de Aanvullende artikel 100-brief over de verlenging van de Nederlandse inzet in de Middellandse Zee (plenaire afronding in 1 termijn) (Plenair debat (overig)), TK
Preview document (🔗 origineel)
De aanvullende artikel 100-brief over de verlenging van de Nederlandse inzet in de Middellandse Zee
De aanvullende artikel 100-brief over de verlenging van de
Nederlandse inzet in de Middellandse Zee
Aan de orde is het debat over de aanvullende
artikel 100-brief over de verlenging van de Nederlandse inzet in de
Middellandse Zee.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering en verzoek u allen uw plaatsen in te
nemen.
Ik heet, naast de minister van Buitenlandse Zaken die al in ons midden
was, nu ook de minister van Defensie van harte welkom in vak K.
Ik geef het woord aan mevrouw Dobbe, als eerste spreker van de zijde van
de Kamer bij het debat over de aanvullende artikel 100-brief over de
verlenging van de Nederlandse inzet in de Middellandse Zee. Het woord is
aan mevrouw Dobbe voor haar inbreng namens de SP.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dank u wel, voorzitter. We hebben eerder hier in de Kamer uitgebreid met
elkaar gesproken over de inzet van de Evertsen in de Middellandse Zee.
De context van deze missie is daarbij belangrijk, vinden wij. Het is
namelijk het gevolg van de aanvallen van de VS en Israël op Iran. Om
niet onderdeel te kunnen worden van deze oorlog is het belangrijk dat we
alle schendingen van het internationaal recht veroordelen. Vandaag is
weer duidelijk geworden dat het kabinet niet bereid is om dat te doen.
Dat is op zichzelf een uitholling door dit kabinet van de waarde van het
internationaal recht. Maar het sluit dus ook het risico niet uit dat
Nederland onderdeel wordt van deze oorlog, zeker als nog steeds niet kan
worden uitgesloten dat de Nederlandse bijdrage aan deze missie wordt
ingezet om Amerikaans materieel te verdedigen dat wordt ingezet in de
oorlog van de VS en Israël tegen Iran. Zolang die garantie er niet is,
vindt de SP het risico dat Nederland onderdeel wordt van deze oorlog, te
groot. Dus: is de minister — en ik heb het de vorige keer ook gevraagd,
dus wellicht dat er nu een ander antwoord komt — met de ervaringen die
er nu zijn, bereid om alsnog uit te sluiten dat de Nederlandse bijdrage
aan deze missie wordt ingezet om Amerikaans materieel te verdedigen? Dit
is en blijft voor ons een voorwaarde om deze missie te kunnen
steunen.
Omdat dit debat maar één termijn heeft, dien ik alvast een motie in om
dit te regelen.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat Nederland moet voorkomen onderdeel te worden van de
oorlog van de VS, Israël en Iran;
verzoekt de regering uit te sluiten dat de Nederlandse militaire
bijdrage ingezet wordt om Amerikaans militair materieel te verdedigen
dat wordt ingezet in de oorlog tegen Iran,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Dobbe.
Zij krijgt nr. 515 (29521) (#1).
Mevrouw Dobbe (SP):
Dan dit. De ministers kozen ervoor om in de artikel 100-brief over de
verlenging van de inzet van de Evertsen ook in te gaan op de
mogelijkheid van de militaire bijdrage van Nederland in de Straat van
Hormuz. Maar door dat zo in deze brief voor deze artikel 100-missie op
te nemen, roept dat wel de vraag op of het kabinet een mogelijke rol
voor de Evertsen voorbereidt in de Straat van Hormuz. Waarom is er
anders voor gekozen om daar in deze artikel 100-brief naar te verwijzen?
Dan wil ik tot slot natuurlijk wel de bemanning een behouden vaart
toewensen voor de resterende termijn van deze missie en ook hun familie
en hun naasten heel veel sterkte wensen met het missen van hun
dierbaren. Ik wens hen dat zij elkaar snel weer veilig in de armen
kunnen sluiten.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Vermeer namens de BBB. Ik heb hem
in huis gezien, maar nu niet. Dan is het woord aan mevrouw Teunissen
namens de Partij voor de Dieren.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Voorzitter. Allereerst hoopt ook de Partij voor de Dieren dat de
bemensing van de Zr.Ms. Evertsen in goede gezondheid verkeert. We wensen
hun naasten heel veel sterkte in het missen van hun dierbaren en we
hopen op een veilige thuiskomst.
Voorzitter. Ik wil de context niet vergeten. De aanvallen door Trump en
Netanyahu hebben inmiddels 2.000 Iraanse burgers het leven gekost. Het
Iraanse regime ís moorddadig en moet voor het Internationaal Strafhof
worden gesleept en de druk om het regime daar weg te krijgen, moet
worden opgevoerd. De aanval van de VS en Israël op Iran is echter een
illegale aanval, een schending van het internationaal recht, en heeft
vooralsnog niks bijgedragen aan de democratisering van Iran, voor zover
hij dat tot doel had. Dat het kabinet de aanvallen niet heeft
veroordeeld, maar er begrip voor heeft getoond, schept er ook weinig
vertrouwen in dat zo'n missie goed gaat. We vinden dat de veiligheid van
de Cyprioten erbij gebaat is dat Nederland in navolging van Spanje de
aanval van de VS en Israël ondubbelzinnig veroordeelt voor wat hij is,
namelijk in strijd met het internationaal recht.
Het kabinet heeft ook in de nieuwe brief nog steeds niet uitgesloten dat
de VS gebruikmaken van de militaire basis op Cyprus en dat het schip dus
ook kan worden gebruikt voor de verdediging van die militaire basis en
van militair materieel. We hebben onvoldoende garanties gekregen om dat
uit te sluiten, dus ik vraag de minister of zij dit kan
uitsluiten.
Voorzitter. Bovendien blijft ons bezwaar staan dat de motieven en het
mandaat van Frankrijk onduidelijk zijn. Dat overtuigt ons er niet van
dat er geen nauwere betrokkenheid bij die illegale oorlog is dan nu
wordt gezegd. Kan de minister uitsluiten dat het mandaat van Frankrijk
iets te maken heeft met het openhouden van de Straat van Hormuz?
Voorzitter. Een heldere veroordeling door Nederland van deze schending
van het internationaal recht, het ondernemen van acties tegen de
genocide op de Palestijnen en het veroordelen van de aanvallen in
Libanon en de uitbreiding van illegale nederzettingen zouden veel meer
vertrouwen scheppen dat dit kabinet vanuit heldere kaders zal handelen.
Ook daar zien wij een grote lacune.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Nanninga namens JA21.
Mevrouw Nanninga (JA21):
Dank u wel, voorzitter. Ik ga het niet spannend maken. JA21 steunt de
verlenging van de inzet van de Evertsen als onderdeel van de Carrier
Strike Group onder Franse leiding. Het blijft van belang om de Europese
veiligheid te waarborgen tegen raketten of drones van het regime in
Teheran. We hebben wel een aantal andere vragen over de eventuele
taakstelling van het fregat. In de brief naar de Kamer refereert de
minister aan de Straat van Hormuz. Daarmee neemt de minister een
voorschot op mogelijke deelname aan een missie in de straat, hetzij door
de Evertsen, hetzij door de De Ruyter. In dat geval wil JA21 de kwestie
van de niet werkende boordkanonnen van deze fregatten nadrukkelijk op de
agenda zetten. De minister gaf terecht aan dat het kanon niet
doorslaggevend is voor de taken in de Middellandse Zee, maar de dreiging
in de Straat van Hormuz is een andere. Daar moeten de fregatten in staat
zijn zich effectief te verdedigen. Een boordkanon is essentieel om terug
te kunnen vuren en doelen te kunnen raken, bijvoorbeeld bij aanvallen
vanaf land. Een werkend kanon heeft bovendien ook een afschrikkende
werking. Zou de minister het verantwoord vinden om de Evertsen ondanks
dit gebrek in te zetten als de carrier strike group daadwerkelijk naar
de Straat van Hormuz wordt getuurd en zo ja, op basis van welke
risicoafweging?
Dit probleem geldt niet alleen voor de Evertsen, maar ook voor de De
Ruyter, die momenteel onderweg is om bij te dragen aan de missie in de
Rode Zee, waar deze te maken kan krijgen met een vergelijkbare dreiging
van Houthi's, om vervolgens de reis naar de Indo-Pacific voort te
zetten. Kan de minister duidelijk maken of de De Ruyter wordt overwogen
voor inzet in de Straat van Hormuz en zo ja, hoe wordt dan voorkomen dat
onze strategische inzet bij belangen in de Indo-Pacific onder druk komt
te staan?
Dan over de bemanning van de Evertsen. Inzet en flexibiliteit horen
gewoon bij het werk van militairen. Daar maken wij ons op zichzelf niet
zo heel veel zorgen over. Tegelijkertijd zien wij wel dat hun oefening
in de Oostzee is overgegaan naar een missie in de Middellandse Zee, die
vervolgens opnieuw is verlengd en misschien wordt opgevolgd door nog een
inzet in de Straat van Hormuz. Kan de minister toelichten hoe deze
opeenstapeling van inzet wordt meegewogen en zijn er signalen vanuit de
bemanning zelf over de duur en intensiteit van deze inzet, waar de
minister rekening mee houdt?
Tot slot lijkt het JA21 van groot belang dat alle fregatten zo snel
mogelijk volledig operationeel worden gemaakt. Zolang essentiële
systemen niet functioneren, blijven dit soort vragen terecht op tafel
komen. Wanneer verwacht de minister dat de problemen met de
boordkanonnen zijn opgelost en de schepen weer volledig inzetbaar
zijn?
Tot zover, en namens JA21 Gods zegen voor deze missie.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Nanninga. Het woord is aan de heer Dassen namens
Volt.
De heer Dassen (Volt):
Dank, voorzitter. Mede namens de fractie van 50PLUS spreek ik namens
Volt de steun uit voor de verlenging van de inzet van de Evertsen in de
Middellandse Zee. Het is goed dat de Europese lidstaten gezamenlijk hun
verantwoordelijkheid hebben gepakt en die ook blijven pakken. De vorige
keer hebben we gesteld dat het goed is dat er een afgebakende inzet is
en dat het gaat om verdediging van Europees grondgebied en geen steun is
aan de illegale oorlog van de Verenigde Staten en Israël. Dat gezegd
hebbende, steun voor de verlenging. En ik wens de bemanning een behouden
vaart en natuurlijk veel sterkte aan de familie, de geliefden, en de
vrienden die wederom hun dierbare een tijd zullen moeten missen.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Dassen. Het woord is aan mevrouw Maes namens de
VVD.
Mevrouw Maes (VVD):
Voorzitter. We spreken hier vandaag over een belangrijke actualiteit in
de missie: de verlenging van de Zr.Ms. Evertsen. Waar we eerder
uitgingen van een andere planning, is de realiteit dat de
veiligheidssituatie vraagt om een langer verblijf in de Middellandse
Zee, in beginsel tot begin mei. Voor de VVD-fractie staat één ding
voorop: Nederland loopt niet weg voor zijn verantwoordelijkheid. Juist
in deze onzekere tijden is onze aanwezigheid in de Middellandse Zee
cruciaal. Het is een direct signaal aan onze bondgenoten in de regio dat
Nederland een betrouwbare partner is die niet alleen praat over
veiligheid, maar ook daadwerkelijk bijdraagt wanneer dat nodig is. We
laten zien dat we bereid zijn de stabiliteit aan de Europese buitengrens
te bewaken. In een gebied waar de spanningen snel kunnen oplopen, is de
aanwezigheid van een hoogwaardig platform als de Evertsen van
onschatbare waarde voor de collectieve verdediging en
afschrikking.
Voorzitter. Politieke besluitvorming gaat vaak over strategie en
mandaten, maar we mogen de menselijke kant nooit uit het oog verliezen.
Deze verlenging heeft een directe impact op de bemanningsleden en
misschien nog wel meer op hun families. Veel gezinnen rekenden op een
eerdere terugkeer van hun dierbare, van hun kinderen of van hun ouders.
Kinderen dus die een vader of moeder dachten te kunnen omhelzen op korte
termijn, partners die de dagen aan het aftellen waren. Dat deze datum nu
verschuift, vraagt opnieuw om enorme veerkracht en opofferingsgezindheid
van het thuisfront. De VVD wil hier expliciet waardering voor
uitspreken. Zonder de onvoorwaardelijke steun van het thuisfront kunnen
onze militairen dit werk niet doen. Wij realiseren ons dat wij een groot
beroep op hen doen. Maar wij doen dat in de overtuiging dat hun inzet
Nederland veiliger maakt.
Voorzitter. Tot slot. De mannen en vrouwen op de Evertsen laten zien
waar Nederland voor staat: betrokkenheid, professionaliteit, daadkracht.
Wij wensen hun veel sterkte in deze laatste fase van de missie en danken
hun voor de niet aflatende inzet voor onze vrijheid. Wij wensen de
gehele bemanning een succesvolle voortzetting van hun taken en wensen
hun een behouden vaart en veilige thuiskomst. De VVD-fractie steunt van
harte deze vervolgmissie.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Van Lanschot namens het CDA.
De heer Van Lanschot (CDA):
Voorzitter. Een debat over een artikel 100-brief is nooit routine. We
besluiten hier over de inzet van onze militairen en dat vraagt altijd om
onze zorgvuldigheid en duidelijkheid. We lezen dat Frankrijk de operatie
met een ongewijzigd defensief mandaat wil voortzetten en dat het
oorspronkelijke steunverzoek onverminderd van kracht is. Nederland
verlengt daarom de inzet van de Evertsen tot in beginsel begin mei.
Daarbij blijft het doel gelijk: defensieve ondersteuning van de Carrier
Strike Group, bescherming van Cyprus en bondgenootschappelijk
grondgebied. Het kabinet geeft aan dat er geen significante
verdringingseffecten zijn voor personeel of materieel.
Voor het CDA staat voorop dat defensief ook echt defensief moet blijven.
Er mag geen onduidelijkheid zijn over taakuitbreiding en geen
automatische doorgroei naar een andere inzet, juist nu de spanningen in
de regio hoog zijn. Het kabinet schrijft zelf dat er op dit moment nog
geen concreet verzoek ligt voor een militaire bijdrage in de Straat van
Hormuz en dat de Kamer bij zo'n verzoek opnieuw conform het
toetsingskader wordt geïnformeerd. Dat is voor ons essentieel. Tegelijk
zien wij dat de Evertsen haar taken sinds 11 maart conform planning
uitvoert en dat deze verlenging ook een signaal van Europese cohesie
is.
Wij steunen deze verlenging met als harde randvoorwaarden: veiligheid
van onze bemanning, een helder mandaat en volledige
informatievoorziening aan de Kamer.
Tot slot wensen wij de vrouwen en mannen aan boord, en hun thuisfront,
opnieuw wijsheid, kracht en zowel een behouden vaart als thuiskomst
toe.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer De Roon namens de PVV.
De heer De Roon (PVV):
Dank, voorzitter. De verlenging met een maand van het mandaat van de
Evertsen ter verdediging van de Carrier Strike Group en het
bondgenootschappelijk grondgebied en alles wat zich daarop bevindt,
steunen wij natuurlijk. Dat spreekt vanzelf. Dat moet gewoon gebeuren.
Een defensief mandaat, heel goed.
Ik lees "tot in beginsel mei 2026". Ik vraag mij af of dat handig is,
want het is al bijna mei. Uiteraard gaat de regering daar zelf over,
maar ik zou liever "medio mei" gelezen hebben. Dat gezegd zijnde, hoor
ik daar misschien nog een reactie op.
Dan de Straat van Hormuz. Als de regering overweegt om die kant op te
gaan met de Evertsen, zien wij graag een nieuwe artikel 100-brief
tegemoet.
Door een van de vorige sprekers is al iets gezegd over het kanon. Ik
denk dat niet alleen de Evertsen, maar al onze schepen volop schietklaar
moeten zijn. We hebben het gemerkt: we dachten dat we met de Evertsen
naar een oefening zouden gaan, maar ineens moest dit schip worden
ingezet. Eigenlijk geldt voor al onze schepen dat dit kan gebeuren. Alle
schepen moeten dan ook gewoon schietklaar zijn. Ik hoop dat dit ook een
prioriteit is van de minister van Defensie. Ik vraag haar om dat hier te
bevestigen.
Dank u, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer De Roon. Het woord is aan mevrouw Van der Werf namens
D66.
Mevrouw Van der Werf (D66):
Voorzitter. Wij hebben de verantwoordelijkheid om elkaar te beschermen
in onzekere tijden. Het is onze eerste plicht om burgers veilig te
houden en ons eigen continent te beschermen. Daarom staat mijn fractie
positief tegen het verlengen van de Nederlandse inzet in dit
vlootverband. Het is goed dat wordt vastgehouden aan een defensief en
geografisch beperkt mandaat. Ook is het mooi dat onze Europese
bondgenoten er nog steeds hetzelfde over denken.
Voorzitter. U hoort ook van mijn fractie steun voor het verlengen van
dit mandaat. Mijn complimenten aan onze dappere militairen die namens
Nederland deelnemen aan deze missie. Dankzij onze uitzonderlijke mensen
en uitstekende fregatten kan Nederland een cruciale bijdrage leveren aan
de verdediging van ons continent en het versterken van de Europese
luchtafweer. Met deze inzet voorkomen wij verdere escalatie.
Opnieuw wens ik onze Nederlandse militairen een behouden vaart, wijsheid
in hun handelen en een veilige terugkeer naar huis. Tegen hun families
zeg ik: sterkte in het gemis en een grootse dank voor jullie vertrouwen
in deze periode.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Stoffer voor zijn inbreng namens de
Staatkundig Gereformeerde Partij.
De heer Stoffer (SGP):
Ik dacht dat de heer Struijs nog voor mij was, maar die is er niet meer.
Ik zag hem wel op het lijstje staan.
De voorzitter:
De heer Dassen sprak mede namens de heer Struijs, die naar huis is.
De heer Stoffer (SGP):
Dan ben ik al een beetje in slaap gevallen; dat is het natuurlijk.
Bij monde van mevrouw Nanninga van JA21 heeft de SGP op 11 maart
jongstleden haar volste steun uitgesproken voor het inzetten van Zijner
Majesteits Evertsen in de Middellandse Zee. Ons standpunt toen was — en
dat is het nog altijd — dat als de NAVO-bondgenoten de steun van
Nederland inroepen, wij in principe aan dat verzoek tegemoetkomen. Deze
missie laat zien dat internationale samenwerking zelden zwart-wit is.
Net als bij de steun aan Oekraïne gaat het niet om of de NAVO of de EU.
Beide organisaties hebben elk hun eigen rol en toegevoegde waarde. Dat
geldt ook voor de inzet van het fregat binnen het bredere vlootverband.
Het verdedigt tegelijk het vliegdekschip Charles de Gaulle, Cyprus en
het NAVO-verdragsgebied, dit alles onder Frans nationaal bevel en in
nauwe afstemming met het gehele bondgenootschap.
Ik onderstreep dit graag, omdat we bij toekomstige crises vaker
aangewezen zullen zijn op dit soort flexibele coalities van
bereidwillige landen. Zulke gelegenheidscoalities combineren slagkracht
met snelheid en laten ook zien dat een Europees leger een oplossing op
zoek naar een probleem is. NAVO-bondgenoten weten elkaar echt wel te
vinden. De EU hoeft zich niet tot een soort militaire schaduwalliantie
te ontwikkelen om Europa toch effectief veilig te kunnen houden.
Voorzitter. Wij hebben verder geen vragen bij de verlenging van het
mandaat voor de Nederlandse inzet. Die steunen wij ten volste.
De SGP wenst de mannen en vrouwen van de Evertsen veel succes en een
behouden voortzetting van hun vaart toe, en zowel de mensen die op
uitzending gaan als hun thuisfront Gods onmisbare zegen.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan ... Er is nog een vraag van de heer De
Roon.
De heer De Roon (PVV):
Eerlijk gezegd heb ik geen vraag, maar een ordepuntje. Ik ben namelijk
vergeten te zeggen wat ik altijd zeg bij deze verlengingen, namelijk:
uiteraard steun voor de bemanning, een behouden vaart, een veilige
terugkeer en steun voor hun achterban. Dat wilde ik door de
interruptiemicrofoon toch nog even gezegd hebben.
De voorzitter:
Fijn dat u dat alsnog heeft kunnen doen, meneer De Roon.
De heer Stoffer (SGP):
Het was geen vraag aan mij, maar ik vind het wel ontzettend mooi dat de
heer De Roon dit toch nog doet.
De voorzitter:
Waarvan akte. Dank u wel, meneer Stoffer. Het woord is aan de heer Ceder
namens de ChristenUnie.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Dank u wel, voorzitter. Ik kan kort zijn. Dit is een continuering van
een missie die wij al eerder gesteund hebben. Ook deze continuering
kunnen wij steunen.
Ik heb wat zorgen gehad over het kanon dat opnieuw niet werkte.
Tegelijkertijd is dat aan de voorkant gecommuniceerd, zoals de Kamer ook
verzocht heeft. Daarmee denk ik dat er een bepaalde vorm van
transparantie is, die wij ook kunnen waarderen. Ik ga ervan uit dat de
veiligheid voldoende is gewaarborgd, zoals dat verder in de brief
uiteengezet is.
Daarmee willen wij de mensen die verdergaan met deze missie Gods zegen
toewensen en de mensen die thuisblijven veel sterkte.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Ceder. Dan is tot slot het woord aan mevrouw Piri
voor haar inbreng namens GroenLinks-Partij van de Arbeid.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter. Een aantal weken geleden hadden we het natuurlijk over de
oorspronkelijke artikel 100-missie. Daar heeft mijn fractie ook steun
aan gegeven. Dat was een duidelijk defensieve missie, samen met
betrouwbare bondgenoten, zou ik willen zeggen, op verzoek van een van
onze mede-EU-lidstaten. Het gaat nu niet om een verandering van het
mandaat, maar puur om een verlenging. Uiteraard kunnen wij die dus ook
steunen.
Dan rest mij uiteraard om namens mijn fractie de bemanning veel succes
te wensen met het voortgaan van deze missie. Uiteraard ook veel succes
voor hun families en geliefden, die hen een extra aantal weken moeten
missen.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik schors zeven minuten voor de beantwoording van het
kabinet.
De vergadering wordt van 22.10 uur tot 22.14 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Ik geef het woord aan de minister.
Minister Berendsen:
Dank u wel, voorzitter. Ik ben blij dat we met deze Kamer nog even stil
kunnen staan bij de verlenging van de inzet van het Nederlandse fregat
in de Middellandse Zee. Zoals reeds met uw Kamer gedeeld in de
aanvullende artikel 100-brief van 2 april is de inzet van het fregat
verlengd. Het fregat blijft in beginsel tot begin mei met eenzelfde
missie, eenzelfde mandaat, namelijk een defensieve operatie in de
Middellandse Zee ter verdediging van de Carrier Strike Group, Cyprus en
het NAVO-verdragsgebied. Met deze inzet toont Nederland
bondgenootschappelijke solidariteit en dragen we bij aan Europese
samenwerking in het kader van de bescherming van de internationale
rechtsorde. Voor Nederland is stabiliteit in de regio en bescherming van
onze en Europese belangen prioriteit. Om die reden wil Nederland zijn
verantwoordelijkheid blijven nemen en een bijdrage leveren aan de
Europese militaire inzet via de deelname aan de door Frankrijk geleide
Carrier Strike Group. Ik onderstreep graag nogmaals: indien de inzet van
de Carrier Strike Group zou wijzigen, maken wij een nieuwe afweging
conform het toetsingskader.
Mevrouw Dobbe vroeg of ik met de ervaringen die er nu zijn, bereid ben
om uit te sluiten dat we ondersteuning aan de VS verlenen. De vorige
keer hebben we het er uitgebreid over gehad dat dat niet aan de orde is.
Het mandaat van het fregat is het beschermen van de Carrier Strike
Group, Cyprus en het bondgenootschappelijk grondgebied. We maken daarin
geen onderscheid. Mocht het mandaat wijzigen, dan zal het kabinet dit
conform artikel 100 en het toetsingskader wegen.
Mevrouw Nanninga vroeg of het fregat De Ruyter naar de Straat van Hormuz
gaat. Het fregat is afgelopen zondag, 12 april, begonnen aan zijn reis,
zoals aangekondigd in de brief van 17 februari. Op dit moment volgt de
De Ruyter de reis zoals uiteengezet in deze Kamerbrief. Een bijdrage in
de Straat van Hormuz vormt geen onderdeel van deze reis. We brengen wat
betreft een mogelijke militaire bijdrage in de Straat van Hormuz de
verschillende mogelijkheden in kaart, ook in samenhang met de
diplomatieke en economische andere opties. Ik kan dus nog niet
vooruitlopen op hoe een eventuele Nederlandse bijdrage in de Straat van
Hormuz eruit zou kunnen zien. Mocht het vragen om een wijziging van de
reis van de De Ruyter, dan zullen we de Kamer hier uiteraard over
informeren. De minister van Defensie gaat zo dadelijk nog in op de
vragen over de schepen zelf.
Dan werd er ook nog gevraagd of ik kan uitsluiten dat de verlening iets
te maken heeft met het openhouden van de Straat van Hormuz. Eigenlijk
herhaal ik mezelf nu een beetje. Het mandaat voor het fregat is echt
duidelijk en ongewijzigd. Voor die defensieve operatie in de Straat van
Hormuz onderzoeken we apart de mogelijkheid, zoals vorige week ook
gemeld. Zodra we politieke besluitvorming over een eventuele Nederlandse
inzet moeten hebben, delen we het met de Kamer en dan doen we dat
conform artikel 100.
Als het mag, apprecieer ik in mijn stukje ook meteen de motie op stuk
nr. 515. Zoals ik net heb aangegeven, ontraad ik die. Dat doe ik met de
verwijzing naar de opmerking die ik daarover gemaakt heb in het zeer
beperkte debat dat we daarover gevoerd hebben.
Ik ga de minister van Defensie het woord geven. Ook namens het kabinet
dank ik natuurlijk de bemanning voor de inzet. Ook dank ik het
thuisfront voor de steun. Ik wens de bemanning natuurlijk een behouden
vaart toe en een veilige thuiskomst.
De voorzitter:
Maximaal twee kort en bondige vervolgvragen, mevrouw Dobbe. Gaat uw
gang.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dank u wel. Dat wil ik zelf ook graag. Ik wil graag een tip geven aan
het kabinet. Het kan verwarrend zijn als je verwijst naar bijvoorbeeld
de Straat van Hormuz in een artikel 100-brief die gaat over de Evertsen
in een andere missie. Dat levert bij ons verwarring op, maar misschien
ook bij de bemanning. Ik zou dat voortaan toch even splitsen als het
niets met elkaar te maken heeft. Als het wel iets met elkaar te maken
heeft, zet u het in een brief.
Ik heb een vraag over de motie op stuk nr. 515. Die wordt nu ontraden,
maar tegelijkertijd zegt de minister dat het niet aan orde is dat dit
gebeurt.
De voorzitter:
Wat is uw vraag?
Mevrouw Dobbe (SP):
Waarom wordt deze motie ontraden? Het zou dan namelijk logischer zijn om
de motie het oordeel "overbodig" te geven, omdat het al uitgesloten is
dat het gebeurt.
Minister Berendsen:
De appreciatie is in lijn met de vorige keer. Het is niet aan de orde
omdat het niet onderdeel is van het mandaat. Bij de bescherming van het
bondgenootschappelijk grondgebied ga je niet van tevoren kijken waar
eventuele raketten heen komen of wat überhaupt de activiteiten zijn op
bases. Het zijn gewoon NAVO-bondgenoten en die beschermen het
bondgenootschappelijk grondgebied.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dan is dus wel duidelijk dat deze regering nog steeds niet kan
uitsluiten dat deze bijdrage er mogelijk toe leidt dat wij met de
Evertsen Amerikaans materiaal gaan verdedigen dat ook wordt ingezet in
de oorlog met Iran. Want anders zou u 'm gewoon kunnen overnemen,
oordeel Kamer kunnen geven of wat dan ook.
Minister Berendsen:
Die specifieke situatie is niet aan de orde en wij beschermen vervolgens
bondgenootschappelijk grondgebied.
De voorzitter:
Ik dank de minister van Buitenlandse Zaken en geef het woord aan de
minister van Defensie.
Minister Yeşilgöz-Zegerius:
Dank u wel, voorzitter. Ook ik wil hier graag nogmaals benadrukken
hoeveel waardering ik heb voor de bemanning van Zr.Ms. Evertsen. Deze
mannen en vrouwen zouden eigenlijk al thuis moeten zijn, want ze zijn
inmiddels al ruim vier maanden op zee. Door deze verlenging zijn zij nog
langer weg van hun thuisfront. Zij tonen enorme veerkracht en laten zien
dat Nederland kan rekenen op de krijgsmacht. Ik ben de militairen en het
thuisfront dat hen ondersteunt, dan ook zeer dankbaar. Ik dank ook alle
Kamerleden die daar zo uitvoerig de tijd voor hebben genomen.
Voorzitter. De verlenging van deze inzet vindt zoals gezegd nog altijd
plaats op verzoek van Frankrijk en Cyprus. De Evertsen vaart binnen de
zogenaamde Carrier Strike Group. Dat is een vlootverband van op dit
moment in totaal acht schepen, inclusief het Franse vliegdekschip. De
inzet verloopt goed en de samenwerking binnen het vlootverband is
sterk.
Ik heb een vraag gekregen over het schip en het kanon. Het schip is
volledig geschikt om op een effectieve wijze een bijdrage te leveren aan
de luchtverdediging. Het schip is namelijk een platform met
verschillende wapensystemen. Ik zou de Kamerleden niet alleen gerust
willen stellen, maar ook willen uitnodigen om daar ook naar te kijken.
Ze zullen dan zien dat het schip zichzelf heel goed kan
verdedigen.
Het schip heeft de afgelopen weken samen met het vlootverband
gepatrouilleerd in het oostelijk deel van de Middellandse Zee. Het schip
heeft zijn radar daarbij optimaal kunnen inzetten voor zijn defensieve
taak ter bescherming van het vlootverband en Cyprus.
Zoals in het eerste debat toegezegd geef ik nu een korte update van de
ontwikkelingen die we wel kunnen delen. We kunnen heel veel details
natuurlijk niet delen, maar het is mooi, denk ik, om te kunnen melden
dat het schip eind maart een vliegende drone heeft uitgeschakeld tijdens
een luchtverdedigingsoefening in de buurt van Kreta, dus buiten het
operatiegebied. Als onze schepen op missie zijn of deelnemen aan een
operatie, dan oefenen ze ook. En dat is daar dus gebeurd. Het fregat
trainde tijdens de operatie tegen dreigingen vanuit de lucht. Bij de
oefening werden meerdere wapensystemen ingezet. Dergelijke oefeningen
tijdens een operatie zijn gebruikelijk en ontzettend belangrijk.
Voorzitter. Het fregat heeft op NAVO-verzoek, voorafgaand aan de
oefening, militaire post aan boord gehaald. Bij het sorteren van deze
post is een mobiel checking device aangetroffen. Dit gebeurde voordat
het een operationeel risico kon vormen, mede doordat het automatic
identification system van het schip bewust was ingeschakeld vanwege de
oefening. Daardoor was het schip in diezelfde periode te volgen via
openbare trackingwebsites. Later bleek dat het device is verzonden door
een journalist. Op zich is daarbij goed gehandeld, maar we zijn toch aan
het kijken of we onze processen nog scherper kunnen inrichten.
Voorzitter, ik heb eigenlijk, denk ik, best nog wel veel te zeggen over
de Straat van Hormuz. Maar ik weet ook dat het daar net al over gegaan
is en ik vond het een terecht punt van de SP: als het daar nu niet over
gaat, betrek het er dan ook niet bij. Wellicht is het nog wel goed om te
benadrukken dat zowel de bemanning van de Evertsen als die van de De
Ruyter, die ik zondag heb uitgezwaaid, heel goed de verwachtingen
kent.
De mensen van de De Ruyter en hun thuisfront weten dat het een optie zou
kunnen zijn dat men binnen de geplande route op een andere manier
ingezet zou kunnen worden bij de Straat van Hormuz. Nou, u hoort een
heleboel voorbehouden in mijn tekst! We zijn aan het plannen en bekijken
daarvoor of dat in een volgende fase met onze bondgenoten een optie zou
kunnen zijn. Maar om transparant te zijn, niet alleen naar u, maar
vooral ook naar het thuisfront en de bemanning, hebben we dat natuurlijk
ook met hen gedeeld. We hopen natuurlijk dat zij hun reeds geplande reis
en oefening mooi kunnen volbrengen.
Ik heb nog één vraag te beantwoorden en dan heb ik, denk ik, alles
gezegd. Dat is de vraag van mevrouw Nanninga: hoe werkt het nou met zo'n
kanon? Of in dit geval: hoe werkt het niet met zo'n kanon? Defensie
kijkt, zoals ik al zei, altijd op welke wijze verantwoord een invulling
gegeven kan worden aan de taak die van haar wordt gevraagd. Dat is de
weging. Het schip, maar dat geldt voor elk fregat van ons, is volledig
geschikt om op een effectieve wijze een bijdrage te leveren aan
luchtverdediging. Mevrouw Nanninga vroeg vanaf wanneer de kanons — zo
wordt dat in Defensietaal genoemd — gereed zijn. Vanaf medio 2027 wordt
het kanon van het eerste fregat tijdens het groot onderhoud volledig
geïmplementeerd, daarna, in volgorde, volgen de volgende
fregatten.
Ik vind het belangrijk om hier nogmaals te zeggen in de richting van de
bemanning maar vooral ook richting het thuisfront — en ik zou de
Kamerleden willen uitnodigen om er ook kennis van te nemen — dat het
schip heel veel verschillende wapensystemen aan boord heeft die ook de
functie van zo'n kanon kunnen aannemen. Het zijn bijzonder geavanceerde
schepen met apparatuur waar veel van onze bondgenoten zeer jaloers op
zijn. Het is echt zeer geavanceerd. Naast alle terechte vragen en zorgen
of het optimaal is toegerust om de taak te volbrengen — het antwoord is
"ja" — zou ik wel willen waken om het te verengen naar één kanon terwijl
we juist enorm geavanceerde apparatuur hebben en we onze mensen nooit
met half spul op pad zouden sturen.
Het militaire advies ligt er en het schip is geschikt. Ik heb daarover
nog op de De Ruyter met de bemanning kunnen spreken en heb dat ook
kunnen doen bij de Evertsen. Ik heb er alle vertrouwen in dat zij met al
hun expertise en deskundigheid hun taak zou goed mogelijk zullen
volbrengen. En nogmaals, ook vanuit mij dank aan hen.
De voorzitter:
Ik dank de minister van Defensie voor de beantwoording.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
Over de ingediende motie zal dinsdag worden gestemd. Daarmee zijn we aan
het einde gekomen van de beraadslaging.
Namens alle leden van de Tweede Kamer wens ik onze militairen die worden
uitgezonden een veilige missie, een behouden vaart en behouden
thuiskomst. Ook heel veel kracht en sterkte voor familie en geliefden
gewenst.
Ik sluit de vergadering van donderdag 16 april.