[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [šŸ§‘mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo]←NIEUW! [šŸ” uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Debat over de situatie in het Midden-Oosten (ongecorrigeerd)

Stenogram

Nummer: 2026D18407, datum: 2026-04-16, bijgewerkt: 2026-04-17 09:17, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (šŸ”— origineel)


De situatie in het Midden-Oosten

De situatie in het Midden-Oosten

Aan de orde is het debat over de situatie in het Midden-Oosten.

De voorzitter:
Dan zijn we aanbeland bij het debat over de situatie in het Midden-Oosten. De minister was al in ons midden. Ik wil het woord geven aan mevrouw Piri, maar ik zie de heer van Baarle.

De heer Van Baarle (DENK):
Voorzitter, ik heb een punt van orde. Het kan zijn dat het mij ontgaan is — dan bied ik daar bij voorbaat mijn excuses voor aan — maar volgens mij heeft de commissie in meerderheid besloten om de regering te verzoeken om expliciet antwoord te geven op de vraag of zij bereid is de IsraĆ«lische ambassadeur op het matje te roepen. Het verzoek was om die reactie te krijgen voor aanvang van dit debat. Nogmaals, het kan aan mij liggen, maar ik heb geen brief gezien waarin de regering aangeeft of zij wel of niet bereid is de IsraĆ«lische ambassadeur op het matje te roepen. Ik zou dat toch graag willen weten, het liefst gewoon zo snel mogelijk.

De voorzitter:
Meneer Van Baarle, ik kan bevestigen wat u hier aangeeft. Ik kan ook bevestigen dat er geen brief is gestuurd aan de Kamer. Ik zou de minister willen vragen om zo snel mogelijk alsnog de Kamer hierover te informeren.

De heer Van Baarle (DENK):
Misschien kan het nu, want anders moet ik er in mijn bijdrage op ingaan, terwijl we juist van tevoren een brief hadden gevraagd.

De voorzitter:
Ik kijk of dat kan. Ik denk dat we het meenemen in de beantwoording van de zijde van de minister en dat u dat dan weer meeneemt in uw beoordeling. Tot slot, meneer Van Baarle.

De heer Van Baarle (DENK):
Tot slot, voorzitter. Dan wil ik wel gemarkeerd hebben dat dit gewoon een verzoek was in de commissie, van een meerderheid van de Kamer. Ik vind het gewoon niet netjes dat daar niet voor het debat een brief over komt, temeer nu ik het in mijn spreektijd moet vragen. Het was niet de bedoeling om het debat op die manier in te gaan.

De voorzitter:
Ik geef u daar volkomen gelijk in. Het woord is aan mevrouw Piri, voor haar inbreng in eerste termijn.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter. Met een gouden strop op hun borst en champagne drinkend vierden 62 extreemrechtse leden van de Israƫlische Knesset de aanname van de wet die de doodstraf voor Palestijnen invoert. Dat is apartheid in zijn ergste vorm. Moord van Israƫliƫrs op Palestijnen kan al jarenlang straffeloos. De Britse krant The Guardian zocht uit dat de afgelopen vijf jaar minstens 1.100 Palestijnen op de Westbank zijn gedood door kolonisten en het leger. Weet u hoeveel mensen er zijn vervolgd? Nul, niet ƩƩn. Dat is illustratief voor de straffeloosheid van Israƫlische misdaden tegen Palestijnen.

Afgelopen week nog zijn 34 nieuwe illegale nederzettingen goedgekeurd. De kolonistenterreur is het hoogste in twintig jaar tijd. Wat doet de internationale gemeenschap? Tot nu toe bleef het telkens bij woorden: "De regering is bezorgd, veroordeelt het besluit, roept op om het niet te doen." Deze woorden hebben noch Palestijns leven beschermd noch enige impact gemaakt — dat is wel duidelijk — op de IsraĆ«lische regering, die ongestoord doorgaat met etnische zuivering en annexatie. Het enige rechtvaardige is om eindelijk consequenties te verbinden aan deze grove mensenrechtenschending. Ik roep de minister dan ook op om zich hard te maken voor het opschorten van de handelsvoordelen voor IsraĆ«l. Daar hebben we het net over gehad. Eindelijk is deze stap waarschijnlijk mogelijk in Europa. We kunnen de 62 leden van de Knesset die voor de doodstraf hebben gestemd, op de Europese sanctielijst zetten. En waar blijft wetgeving over een verbod op handel met illegale nederzettingen? En wordt dat inclusief investeringen? Houdt het kabinet zich nog steeds aan een de-factowapenembargo inclusief dual-usegoederen? Graag een reactie van de minister op deze punten.

Voorzitter. De Israƫlische minister van Defensie wond er geen doekjes om: in Libanon wordt het model van Gaza gevolgd. 1,2 miljoen Libanezen zijn op de vlucht voor de Israƫlische agressie, met de duidelijke boodschap: jullie kunnen nooit meer terugkeren naar jullie huizen. EƩn dag na het bestand dat in Pakistan is bereikt, hebben de IDF in tien minuten tijd 160 bommen op Libanon gegooid, met honderden slachtoffers tot gevolg. Niemand begrijpt wat het 12-jarige meisje Zainab, wiens halve lichaam hierdoor is verbrand, dat nu alleen nog haar vingers kan bewegen, heeft misdaan. De rest van haar familie is omgekomen bij deze bombardementen. Ik vond het dan ook schokkend dat het CDA en de VVD gisteren tegen de motie hebben gestemd waarin de Israƫlische aanvallen op Libanon worden veroordeeld.

Voorzitter, tot slot de oorlog in Iran, die gestart is door Trump en Netanyahu. Ik kan me niet voorstellen dat het kabinet nog steeds begrip heeft voor deze illegale oorlog. De VVD-fractie, die zelfs steun uitsprak, heeft de consequenties duidelijk niet doordacht. Kan de minister de mensen in Nederland geruststellen dat de regering op geen enkele manier steun zal geven aan deze oorlog, noch aan de Amerikaanse blokkade die nu plaatsvindt? Kan de minister bevestigen dat de regering alleen een militaire missie naar de Straat van Hormuz overweegt als die voortvloeit uit een bestand en als alle strijdende partijen ermee instemmen, en het liefst ook als er een duidelijk mandaat ligt van de VN-Veiligheidsraad?

Voorzitter. Voor mijn fractie is het klip-en-klaar. Wij zullen ervoor waken om ons in een oorlog mee te laten slepen die de onze niet is. De miljarden euro's aan investering in onze defensie zijn wat ons betreft bedoeld om ons te wapenen tegen de Russische dreiging en niet om ons mee te laten slepen in Trumps onbezonnen oorlogen en avonturen.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. U heeft een interruptie van de heer Markuszower. We doen de interrupties maximaal in drieƫn, kort en bondig.

De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Een korte vraag. Het eindigt met de Russische dreiging, mocht die er zijn …

(Onrust op de publieke tribune.)

De voorzitter:
Mag ik de Kamerbewaarders verzoeken de rust op de publieke tribune te herstellen?

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:
De vergadering is heropend. Er was een kort moment van onrust op de publieke tribune, maar de rust is hersteld. Ik stel voor dat de heer Markuszower zijn vraag opnieuw stelt.

De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Misschien kunnen ze het lidmaatschap van de nieuwe partij PRO halen bij de uitgang.

De voorzitter:
Uw interruptie, meneer Markuszower.

De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Ja. Mijn interruptie. Mevrouw Piri …

(Onrust op de publieke tribune.)

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:
Ik wil de mensen op de publieke tribune om rust vragen. We zitten hier in een debat in ons parlement en u heeft zich afzijdig te houden van opmerkingen dan wel instemming of protest vanaf de zijde van de publieke tribune. In deze zaal is het woord aan de volksvertegenwoordiging. Meneer Markuszower.

De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Mevrouw Piri eindigde haar inbreng met de woorden "de Russische dreiging".

(Onrust op de publieke tribune.)

De voorzitter:
Ik schors de vergadering opnieuw.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:
Ik zou willen voorstellen de publieke tribune te evacueren en mensen de gelegenheid te geven het debat te volgen op afstand, vanaf een andere plek, anders kan dit debat geen doorgang vinden. Ik schors totdat de publieke tribune leeg is.

(Onrust op de publieke tribune.)

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Er was tot drie keer toe onrust op de publieke tribune. Hoe jammer ik dat ook vind, denk ik dat het belangrijker is dat dit debat doorgang kan vinden. De journalistiek, de geaccrediteerde pers, zit nog wel op de publieke tribune. Vanzelfsprekend doen we er alles aan om ervoor te zorgen dat dit debat op afstand toch kan worden gevolgd. Het belangrijkste is dat dit debat doorgang kan vinden. Dat is wat we nu gaan doen.

Er is een interruptie van de heer Markuszower.

De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Voordat ik interrumpeer, wil ik namens iedereen steun en waardering uitspreken voor de bodes en de handhavers boven. Die hadden toch wat te verduren net, zag ik. Ik heb veel waardering daarvoor.

Ik had een vraag aan mevrouw Piri. Ze eindigde haar inbreng met een analyse van de Russische dreiging, maar tegelijkertijd viel mevrouw Piri ook de president van Amerika aan. Ik wil mevrouw Piri vragen hoe zij denkt de Russische dreiging … Ik zeg het anders: hoe denkt zij de veiligheid van Nederland, de veiligheid van ons continent, te waarborgen zonder de veiligheidsparaplu die Amerika ons continent nu al heel lang biedt?

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Laat ik het zo zeggen: mijn partij pleit er niet voor om uit de NAVO te stappen.

De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Nee, dat begrijp ik.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Dat wist u al.

De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Maar als het geluid van mevrouw Piri de overhand krijgt, kan het zo zijn dat de president van Amerika helemaal niet zo veel zin meer heeft om ons continent de veiligheidsgaranties te blijven geven die wij wel nodig hebben. Ik wil eigenlijk aan mevrouw Piri vragen hoe zij die twee zaken rijmt. Aan de ene kant heeft ze het over een Russische dreiging. Die Russen zijn relatief best dichtbij en Amerika is wat verder weg. Maar Amerika biedt wel die veiligheidsgaranties. Als zij Amerika van ons verwijdert, dan zegt Amerika misschien wel: als iedereen daar lijkt op mevrouw Piri, dan gaan we misschien niet meer zo ons best doen voor de veiligheid van het continent.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Je mag er bij een Nederlands kabinet altijd van uitgaan dat het gewoon respect heeft voor de internationale rechtsorde, acteert op basis van het internationaal recht en dat het opkomt voor de mensenrechten, ongeacht om welk kabinet het gaat, wie er precies in vak K zit, los van signatuur. De gedachte dat wij ons zouden moeten laten meeslepen in een soort chantagepolitiek van Trump en dan maar mee moeten gaan in een totaal illegale en roekeloze oorlog …

Mag ik dan ook nog even dit zeggen tegen de heer Markuszower. Laten we kijken naar de consequenties voor Nederland. Dan heb ik het trouwens nog niet eens over onze gezamenlijke zorgen over wat de mensen nu aan de pomp moeten betalen. Laten we even kijken wat er is gebeurd: Trump heeft de sancties op Russische olie opgeheven en openlijk oorlog gezocht met NAVO-bondgenoten en vanwege deze oorlog wordt de oorlogskas van Poetin gespekt met 150 miljoen euro per dag aan extra inkomsten.

Tot slot. We hebben inmiddels al een fregat moeten sturen naar Cyprus; dat was overigens met steun van mijn fractie. Misschien wil het kabinet binnenkort ook een fregat sturen richting de Rode Zee en wie weet nog verder, terwijl al onze fregatten nu juist nodig zijn op de Noordzee en de Baltische Zee, want dat is waar de dreiging voor Nederland vandaan komt.

De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Dobbe, voor haar inbreng in de eerste termijn namens de SP. Gaat uw gang.

Mevrouw Dobbe (SP):
Dank u wel, voorzitter. Trump startte met Netanyahu een oorlog in Iran, met als gevolg dat miljoenen Iraniƫrs op de vlucht zijn en dat een meisjesschool is gebombardeerd. Ook hebben Iraniƫrs minder vrijheid in plaats van meer, is er een wereldwijde economische crisis en raken mensen in voedselnood. Israƫl vernietigt grote stukken van Libanon en ook daar zijn miljoenen mensen op de vlucht. Voor Nederland stijgen de prijzen van de energie en de brandstof enorm, terwijl een half miljoen mensen hier de energierekening al niet konden betalen. De wereld is onveiliger en lelijker geworden door de oorlog van Trump en Netanyahu. Als je dan met Trump gaat praten, dan ga je dus maar met ƩƩn boodschap: Trump oproepen om te stoppen met deze oorlog, ervoor zorgen dat hij Netanyahu oproept om te stoppen met het kapotmaken van de Libanezen en zeggen dat er onderhandeld moet worden om tot vrede te komen. Dat is het enige gesprek dat je nu met Trump zou moeten voeren. Dit is namelijk wat je krijgt als je aan de leiband blijft lopen van Trump, als je begrip uitspreekt voor dingen waar je geen begrip voor zou moeten hebben. Het zorgt ervoor dat Trump alleen maar doorgaat met het onveiliger maken van de wereld en het afbreken van het internationaal recht. Allemaal enkel en alleen voor de belangen van de elite in de VS, de belangen van olie en de belangen van de wapenindustrie. Net maakte het CPB bekend dat mensen tot 8% van hun inkomen in Nederland kunnen verliezen door deze oorlog. Wie Trump nu steunt of begrip toont, laat gewone mensen dus de prijs betalen.

Daarom hebben wij de volgende vragen. Welke boodschap heeft onze premier de afgelopen dagen daadwerkelijk afgegeven aan Trump? Gaat deze minister met onze premier en gelijkgezinde landen Trump oproepen om te stoppen met deze oorlog? Gaat deze minister heel duidelijk maken dat Nederland niet mee gaat doen aan deze oorlog, ook niet in de Straat van Hormuz, omdat Nederland niet in deze oorlog betrokken wil worden? Welke toezeggingen zijn daarover gedaan aan de VS en welke voorwaarden zijn daaraan gesteld? Kan de voorwaarde dan alleen maar zijn dat het in een vredesbestand, met deelname van alle partijen, is geborgd?

Voorzitter. Ondanks het staakt-het-vuren in Gaza gaat het vuren door. Honderden Palestijnen zijn gedood, ook kinderen. Er is niet genoeg humanitaire hulp, niet genoeg onderdak, niet genoeg medische zorg. Gezinnen leven in ziekmakende, erbarmelijke omstandigheden. Het is echt schrijnend. Een stille genocide, waarbij mensen nog steeds doodgaan, alleen nu langzamer. Kijk ook naar wat er gebeurt op de Westelijke Jordaanoever. Het brute geweld tegen de gemeenschappen daar gaat maar door. De strop als doodstraf voor Palestijnen? Het is bruut en barbaars. In Libanon worden woonwijken platgebombardeerd en wordt zelfs witte fosfor ingezet. We waren vorig jaar met de commissie in Libanon. We hebben daar gezien dat gebieden helemaal plat en onleefbaar zijn gemaakt, toen al, door aanvallen van Israƫl. Het is nu nog vele malen erger. Het is echt onmenselijk wat daar gebeurt. Jetten heeft meegelopen met de Rode Lijndemonstratie in Nederland, samen met een kwart miljoen mensen. Wat gaat het kabinet-Jetten dan mƩƩr doen dan het vorige kabinet al deed?

Dan de vragen daarover. Het voorstel om het handelsdeel van het EU-associatieverdrag op te schorten ligt op de plank; we hebben het er vanochtend al over gehad. We hebben samen met mevrouw Piri een voorstel ingediend, want we willen dat dit nu eindelijk van de plank wordt gehaald. Italiƫ heeft de defensiesamenwerking met Israƫl opgeschort. Gaat Nederland dat ook doen? Gaat deze minister zorgen dat het belastingverdrag met Israƫl wordt opgeschort? Gaat deze minister de Israƫlische ambassadeur ontbieden? Gaat deze minister met spoed medische evacuaties van Gazaanse kinderen mogelijk maken en daarbij geen Gazaanse kinderen uitsluiten die net over de grens zitten maar die alsnog in groot gevaar zijn omdat daar nog steeds geen medische hulp is? De Wereldgezondheidsorganisatie roept er ook toe op om medische evacuatie mogelijk te maken. Wat gaat deze minister heel concreet doen? Want toekijken kan niet meer.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Maes namens de VVD in eerste termijn. Gaat uw gang.

Mevrouw Maes (VVD):
Voorzitter. De ontwikkelingen in het Midden-Oosten volgen elkaar zo snel op dat het onmogelijk is om op elke gebeurtenis te reageren. Of het nou gaat om de aanval op Iran of om de sluiting van de Straat van Hormuz, geopolitieke spanningen overkomen ons, terwijl onze welvaart en veiligheid direct worden geraakt. Het recenseren van gebeurtenissen en wereldleiders is volgens mij niet wat wij hier zouden moeten doen. Liever zou ik het met de minister willen hebben over wat wij als Nederland of gezamenlijk binnen de EU kunnen doen. Het is duidelijk dat we als Nederland en EU op tal van terreinen afhankelijk zijn van andere landen. De crisis in het Midden-Oosten en de sluiting van de Straat van Hormuz maken dat pijnlijk duidelijk. Mijn partij vindt het logisch dat het kabinet bekijkt op welke manier we als Nederland kunnen bijdragen om de doorvaart weer mogelijk te maken. Wat men in deze zaal ook vindt van het conflict met Iran, geopolitiek bewustzijn begint bij erkennen dat vrije doorvaart en ongehinderde energietoevoer van belang zijn, vanwege onze economie, voor onze welvaart en onze veiligheid.

Hoewel het staakt-het-vuren een adempauze biedt, die potentieel gunstig is, mogen we de ogen niet sluiten voor de harde realiteit dat Iran geen enkele intentie heeft getoond om zijn nucleaire ambities op te geven, niet ten tijde van de vorige nucleaire deal en ook niet tijdens de recente onderhandelingen met de VS. Voor de Iraniƫrs die hunkeren naar vrijheid is consolidatie van de macht van de ayatollahs een bittere teleurstelling. Uiteraard is het aan het Iraanse volk om te bepalen door wie het geregeerd wil worden, maar wij zouden het moeten helpen de voorwaarden te scheppen om dit te doen op een manier die recht doet aan onze Europese belangen en waarden, die door veel Iraniƫrs worden gedeeld.

De heer Dassen (Volt):
Ik hoor mevrouw Maes net zeggen dat Nederland welwillend moet kijken naar een missie in de Straat van Hormuz. Is het niet zo dat Nederland de Verenigde Staten nu juist zou moeten aanspreken op het feit dat zij een blokkade opgooien, wat een oorlogsmisdaad is, tijdens een staakt-het-vuren? Zouden we daar niet een stap ƩƩn in moeten krijgen, in ieder geval dat die blokkade weg zou moeten?

Mevrouw Maes (VVD):
Volgens mij vinden wij elkaar als het gaat om het weghalen van de blokkade, maar je ziet natuurlijk in die blokkade dat echt twee partijen bezig zijn om die in stand te houden; ƩƩn daarvan is Iran zelf. Ik denk dat het belangrijk is voor ons allen dat die blokkade er zo snel mogelijk af gaat.

De heer Dassen (Volt):
Maar is mevrouw Maes dan met mij van mening dat we de Verenigde Staten hierop aan moeten spreken en dat ze er zo snel mogelijk voor moeten zorgen dat ze die blokkade opheffen? De straat was namelijk open voordat Israƫl en Amerika Iran binnenvielen.

Mevrouw Maes (VVD):
Volgens mij zijn er vanochtend, overigens vanmiddag ook, al wat vragen gesteld over wat de premier met president Trump heeft besproken. Ik denk dat we die antwoorden even af moeten wachten. Kijk, aanspreken is ƩƩn ding, maar mij gaat het er natuurlijk vooral om dat we gewoon goede relaties met de VS houden — dat moge duidelijk zijn — en dat de Straat van Hormuz gewoon zo snel mogelijk open is.

De voorzitter:
Afrondend.

De heer Dassen (Volt):
Ik vind het een ongelofelijk slap antwoord. Ik weet niet precies naar welke vragen nu verwezen wordt, maar ik stel volgens mij een hele duidelijke vraag. Mevrouw Maes heeft inderdaad betoogd dat we mee moeten gaan doen aan een missie om de Straat van Hormuz vrij te maken. De Amerikanen zijn ƩƩn van de partijen die op dit moment een blokkade opwerpen. Dan is de VVD blijkbaar niet bereid om de Verenigde Staten daarop aan te spreken om ervoor te zorgen dat die blokkade wordt opgeheven. Dat vind ik een apart verhaal.

Mevrouw Maes (VVD):
Dat mag uiteraard. Wij hebben gezegd dat wij er welwillend naar willen kijken. We weten uit de krant, geloof ik, dat het kabinet ernaar kijkt. Daar laat ik het even bij.

Mevrouw Dobbe (SP):
Dat vind ik ook te makkelijk, om heel eerlijk te zijn. We zien ook de aanleiding voor deze blokkade. We hebben de aanvallen gezien van de VS op Iran. We hebben de enorme gevolgen daarvan gezien. Vervolgens zitten we nu met de situatie dat zelfs de VS, een bondgenoot van ons, de Straat van Hormuz aan het blokkeren is en de VVD zegt: we kijken het nog even aan, want … Het kan toch niet zo zijn dat de VVD er niks van vindt op het moment dat een bondgenoot zoiets doet?

Mevrouw Maes (VVD):
Er zijn natuurlijk al een aantal debatten geweest, onder andere een heel debat over wat er in Iran aan de hand is en ook over de aanleiding daarvoor. Daarin hebben wij volgens mij een heel duidelijk standpunt uitgedragen, namelijk dat we begrip hebben voor de situatie en dat dat met name ook voortkomt uit het feit dat we vinden dat er in Iran een behoorlijk verderfelijk regime zit; volgens mij zijn we het daar niet over oneens.

Mevrouw Dobbe (SP):
Dat klopt. Dat is natuurlijk ook geen antwoord op de vraag, want die vraag stelde ik niet. Iedereen hier is het erover eens dat het regime dat in Iran zat en zit, en dat nu misschien nog steviger in het zadel zit door die aanvallen, verwerpelijk is; daar is niemand het hier over oneens. We zien dat het hele Midden-Oosten in een oorlog is gestort, dat er 3 miljoen Iraniƫrs, geloof ik, op de vlucht zijn en dat de energierekening van mensen hier stijgt; zo meteen zijn ze misschien wel 8% van hun inkomen, misschien wel meer, kwijt door deze oorlog. De VVD komt niet verder dan begrip. Ik snap niet waarom de VVD hier niet verder kan komen met een bondgenoot die nu dit gedrag vertoont. Kan de VVD dat niet veroordelen?

Mevrouw Maes (VVD):
Wij hebben geen enkele behoefte om dit te veroordelen op dit moment.

De voorzitter:
Afrondend.

Mevrouw Dobbe (SP):
Sorry, maar dit is toch geen serieus antwoord van een grote serieuze coalitiepartij?

Mevrouw Maes (VVD):
Volgens mij was dat uw vraag.

Mevrouw Dobbe (SP):
Ja, dat was mijn vraag en het is geen serieus antwoord. Het is in ieder geval niet een heel geloofwaardig en goed antwoord, als ik heel eerlijk mag zijn. Op het moment dat je nu zegt "we hebben begrip voor deze situatie", heeft de VVD dus ook begrip voor het feit dat Nederlanders straks 8% van hun inkomen meer kwijt zijn door de als gevolg van deze oorlog gestegen rekeningen. Heeft de VVD daar begrip voor? Heeft de VVD begrip voor de 3 miljoen Iraniƫrs die nu op de vlucht zijn voor hun leven vanwege deze oorlog? Heeft de VVD begrip voor de meisjesschool die is gebombardeerd tijdens aanvallen van de VS? Waar heeft de VVD nu precies begrip voor als ze zelfs zover wil gaan om Trump te helpen met deze oorlog in de Straat van Hormuz?

Mevrouw Maes (VVD):
Ik wacht even af waar het kabinet mee komt. Ik heb begrepen dat er morgen in de ministerraad wordt gekeken naar een pakket van maatregelen. Dat gaat natuurlijk vooral over de situatie hier in Nederland. Wat betreft de situatie in Iran: ik heb gezegd dat wij vinden dat er daar absoluut sprake is van een verderfelijk regime. Ik heb in mijn inbreng ook al gezegd dat het heel duidelijk is dat de nucleaire ambities van Iran niet weg zijn. Die zijn niet weggegaan toen er een nucleaire deal was, waar de EU bij betrokken was. Die zijn ook niet weggegaan nadat er recentelijk over onderhandeld is. Dan vind ik het logisch dat we steun blijven uitspreken voor landen waar wij al heel lang een heel prettig bondgenootschap mee hebben, zoals de VS.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Ik denk dat het toch goed is om nog even te checken of dit wel klopt. Volgens mij had het kabinet begrip voor de aanval. De VVD ging zelfs zover om een motie te steunen — ik meen dat die ergens uit de rechterhoek hier kwam — om steun uit te spreken aan Trump en Netanyahu, die deze oorlog begonnen zijn. Ik had het er net al over dat we inmiddels zien dat de consequenties duidelijk niet zijn doordacht door de VVD. In plaats van de oude Khamenei hebben we nu de jonge Khamenei. Hier in Nederland merkt iedereen de gevolgen van de oorlog, denk ik. Het hele Midden-Oosten staat in de fik. En alsnog zal aan de onderhandelingstafel een nucleair akkoord moeten worden bereikt. Mijn vraag aan mevrouw Maes is: heeft de VVD eigenlijk niet gewoon spijt dat ze die woorden heeft gebruikt?

Mevrouw Maes (VVD):
Dank u voor uw vraag. Ik blijf bij mijn standpunt. Dat betekent dat wij onze bondgenoten, de VS maar ook Israƫl, toch echt blijven steunen.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Dat is zeer pijnlijk, want dan staat u eigenlijk gewoon niet voor het Nederlands belang. Laat dat duidelijk zijn. Mag ik dan vragen wat voor positiefs er volgens de VVD tot nu toe uit deze oorlog en de steun aan Netanyahu en Trump gekomen is? Noem er drie.

Mevrouw Maes (VVD):
Nou, u vroeg er naar ƩƩn. Het enige hele kleine positieve puntje — maar dat wil ik ook niet al te groot maken — is dat er nu in ieder geval gesprekken tussen IsraĆ«l en Libanon zijn. Die zijn er heel lang niet geweest. Ik denk niet dat dat rechtstreeks voortkomt uit de aanval op Iran, maar ik denk wel dat dat een heel klein lichtpuntje is in een hele vervelende situatie.

De voorzitter:
Afrondend.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Dus we moeten Trump en Netanyahu bedanken voor het feit dat er duizenden doden zijn gevallen in Libanon en Iran, dat er een nog vreselijker regime waarschijnlijk nog steviger in het zadel zit en dat de hele regio in de fik staat? In Libanon heeft Israƫl het staakt-het-vuren in de vijftien maanden dat het er was meer dan 10.000 keer geschonden. En dan is dit het lichtpuntje? Ik zou toch overwegen om gewoon spijt te betuigen voor de steun die de VVD heeft uitgesproken.

Mevrouw Maes (VVD):
Wat u voor het gemak vergeet, is natuurlijk Hezbollah en Hamas ...

De voorzitter:
Ik vergeet niks, maar u doelt waarschijnlijk op mevrouw Piri.

Mevrouw Maes (VVD):
O, sorry, voorzitter. Wat mevrouw Piri vergeet, is Hezbollah en Hamas, die in Zuid-Libanon natuurlijk ook de nodige ellende hebben aangericht.

De heer Stoffer (SGP):
Ik wil de VVD een compliment maken voor haar standvastigheid en voor het feit dat ze blijft staan voor een vrij Iran, waar ook vele Iraanse burgers, zowel daar als hier, om vragen. Er is van alles langsgekomen, maar is mevrouw Maes het met me eens dat de lange arm van het Iraanse regime zich ook hier in Nederland nadrukkelijk laat gelden en ook hier zorgt voor onveiligheid voor de Iraanse burgers die in Nederland wonen, Iraanse Nederlanders die hier wonen, en ons ook raakt? Denk aan synagoges, de school in Amsterdam en politieagenten die worden aangevallen. Dat gevaar is gewoon heel direct op onze straten aanwezig. Is dat ook een van de redenen dat de VVD standvastig blijft?

Mevrouw Maes (VVD):
Het is in ieder geval iets dat wij ook waarnemen. We moeten natuurlijk nog even heel goed kijken of dit inderdaad vanuit de lange arm van Teheran komt, maar alles wijst daar in mijn beleving wel op, ja.

Mevrouw Teunissen (PvdD):
Ik vind het echt weerzinwekkend dat de VVD de aanval op Libanon een lichtpuntje in deze oorlog noemt. Dat vind ik weerzinwekkend. Er zijn meer dan 1.000 doden gevallen. De ontheemding in Libanon vindt plaats op dezelfde wijze als de ontheemding die heeft plaatsgevonden in Gaza. Ik vraag de VVD hier dus: wil de VVD de mensenrechtenschendingen en de schendingen van het internationaal recht die Israƫl in Libanon pleegt, alstublieft veroordelen?

Mevrouw Maes (VVD):
Volgens mij heb ik op deze vraag al een aantal keren antwoord gegeven. Het antwoord is: op dit moment voelen wij daar niet voor.

Mevrouw Teunissen (PvdD):
De VVD voelt daar niet voor. Op welke manier interpreteert de VVD de acties van Israƫl dan? Als ik "lichtpuntje" hoor ... Kan mevrouw Maes dat toelichten? Waarom is het een lichtpuntje dat er in Libanon meer dan 1.000 burgers worden vermoord, dat er duizenden mensen zijn ontheemd en dat 20% van de Libanese bevolking nu op de vlucht is? Kan mevrouw Maes zeggen waar zij een lichtpuntje ziet?

Mevrouw Maes (VVD):
Volgens mij heb ik dit ook al gezegd, maar het lichtpuntje zit 'm natuurlijk niet in de situatie in Zuid-Libanon. Het lichtpuntje zit 'm in het feit dat er gesprekken worden gevoerd. Het lichtpuntje zit 'm ook in het feit dat ook de Libanese regering vindt dat Hezbollah ontwapend moet worden. Volgens mij is dat hard nodig.

De voorzitter:
Afrondend.

Mevrouw Teunissen (PvdD):
Ik constateer dat de VVD totaal de weg kwijt is als het gaat om het morele kompas en het internationaal recht. Mijn vraag is dus wat de woorden "we willen het internationaal recht bevorderen" in het coalitieakkoord waard zijn. Wat doet de VVD in het geval van een illegale oorlog van de VS en Israƫl? Die is niet veroordeeld. De aanval op Libanon veroordeelt de VVD nu ook niet. Op welke manier staat de VVD nog voor het internationaal recht?

Mevrouw Maes (VVD):
Volgens mij staat in het regeerakkoord heel duidelijk dat wij daarachter staan. Ik heb het een en ander gezegd over wat ik belangrijk vind. Maar ik kan me heel goed voorstellen dat u het daar niet mee eens bent.

De voorzitter:
U bedoelt "mevrouw Teunissen".

De heer Ceder (ChristenUnie):
Goed dat we dit debat met elkaar voeren. Je merkt dat bepaalde invalshoeken belicht worden, maar dat de hele context belangrijk is. Het is gewoon ingewikkeld met elkaar. De aanval op Zuid-Libanon baart ons enorme zorgen. Wij krijgen berichten uit Libanon van burgers die in dorpen zitten en denken: het is niet proportioneel; we weten niet of we veilig zijn of niet. Daar ga ik zo wat over zeggen. Maar het is natuurlijk wel waar dat Hezbollah de reden is waarom dat plaatsvindt. Daar heeft mevrouw Mees gelijk in.

De voorzitter:
Uw vraag.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Mijn vraag is de volgende. Ik heb al meerdere keren aandacht gevraagd voor een VN-resolutie om Hezbollah te laten ontwapenen die Nederland steunt, maar het is gewoon niet gebeurd. Daardoor voelt IsraĆ«l zich genoodzaakt, omdat Noord-IsraĆ«l anders onbewoonbaar blijft. Mijn vraag is als volgt. Mochten de vredesgesprekken tot een succes leiden — een historisch akkoord zou dat zijn — is mevrouw Mees dan bereid om na te denken of Nederland, naast de VN-missie, kan bijdragen aan het bewaren van de vrede? Gelet op wat we IsraĆ«l niet willen laten doen, kunnen we dan zelf, en ook als EU, stappen zetten om het op een manier vorm te geven die we wĆ©l goed vinden.

De voorzitter:
U stelt deze vraag aan mevrouw MƔƩs.

Mevrouw Maes (VVD):
Dank u, voorzitter. Ik weet niet zeker of ik uw vraag goed begrijp, meneer Ceder. Er is natuurlijk de VN-Veiligheidsraadresolutie 1701. Daar staan wij achter. Misschien is dat ook weer een klein puntje waarmee we laten zien dat we wel degelijk hart hebben voor het internationaal recht. Is dat wat u bedoelt?

De heer Ceder (ChristenUnie):
Die resolutie is belangrijk, maar kan de facto niet uitgevoerd worden door de VN-missie. Dat kunnen we nu concluderen. Dat is ook de reden waarom IsraĆ«l — de vraag is of het proportioneel is of niet — zelf de aanval richting Hezbollah is begonnen. Ik merk wel op dat Hezbollah begon met schieten, voordat IsraĆ«l daarop reageerde, maar goed.

De voorzitter:
Uw vraag.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Mijn vraag is als volgt. Mochten de gesprekken tussen Israƫl en Libanon leiden tot een akkoord, wat historisch zou zijn, en mocht daarmee een beroep worden gedaan op de EU en op Nederland om in Zuid-Libanon bij te dragen aan de veiligheid, de handhaving en misschien ook wel de ontwapening van Hezbollah, zou de VVD dan openstaan voor een dergelijk verzoek?

Mevrouw Maes (VVD):
Dank voor uw vraag en voor de verheldering. Ik denk dat het heel goed is als we daarnaar kijken op het moment dat dat inderdaad aan de orde is.

De heer Van Baarle (DENK):
Ik hoorde mevrouw Maes namens de VVD net zeggen dat de VVD achter de bondgenoot IsraĆ«l staat en dat de VVD weigert om de daden van IsraĆ«l te veroordelen. Heeft mevrouw Maes in de afgelopen tijd wel gezien wat er gebeurt? Een illegale aanval die wordt uitgevoerd op Iran, de berichten dat kinderen in detentiecentra door IsraĆ«l gemarteld worden — er worden gewoon sigaretten op hen uitgedrukt — en IsraĆ«lische bewindspersonen lopen trots rond met een gouden strop omdat de doodstraf wordt ingevoerd. Hoe kan de VVD zo'n schurkenstaat "een bondgenoot" noemen en dan geloofwaardig zeggen dat ze achter het internationaal recht staat?

Mevrouw Maes (VVD):
Het is natuurlijk een land dat wij al heel lang zien als bondgenoot. Het is ook zo ongeveer de enige democratische rechtsstaat in de regio. Ik weet dat hier in de Kamer al heel veel gewisseld is over de situatie in Gaza en hoe Israƫl zich daar heeft opgesteld, maar voor mij staat nog steeds als een paal boven water dat Israƫl een belangrijke bondgenoot is. Ik zou dat graag nog even volhouden.

De heer Van Baarle (DENK):
"Democratische rechtsstaat"? Echt, een staat die meer dan 100.000 mensen in Gaza over de kling jaagt, de doodstraf invoert, alleen maar voor Palestijnen, Palestijnen met duizenden zonder eerlijk proces in detentiecentra gooit, gevangenen martelt, kinderen zonder proces in gevangenissen stopt. Gewoon een kind … We hebben de foto's gezien: er worden sigaretten op uitgedrukt. Is dat een rechtsstaat, vraag ik aan mevrouw Maes. Is dat volgens de VVD echt een rechtsstaat?

Mevrouw Maes (VVD):
Het is een staat met een parlement. Het is een staat met een rechter. Het is een staat met een hooggerechtshof.

De voorzitter:
Tot slot.

De heer Van Baarle (DENK):
Wat ik zie, is dat de VVD het besef van een rechtsstaat, het besef van het internationaal recht, totaal maar dan ook totaal niet op orde heeft. Als je ziet dat 100.000 mensen — volgens schattingen zijn het er zelfs meer — zijn afgeslacht in Gaza, dat al die dingen gebeuren, dat kinderen gemarteld worden, dat mensen zonder proces vastgezet worden en als je dan hier zegt dat dat een rechtsstaat is, dan is dat krankjorum. Ik heb daar echt geen ander woord voor. Het is gewoon krankjorum.

Mevrouw Maes (VVD):
Waarvan akte.

Mevrouw Dobbe (SP):
De NOS berichtte dat bij drie gerichte Israƫlische aanvallen in Zuid-Libanon drie Libanese hulpverleners zijn gedood. Dat was te verwachten, want het waren gerichte aanvallen op ambulances door Israƫl. Wat vindt de VVD daarvan?

Mevrouw Maes (VVD):
Volgens mij hebben wij recent nog een motie gesteund die ging over geweld tegen hulpverleners.

Mevrouw Dobbe (SP):
Weet u nog wat daarin stond? Wat vindt de VVD nu van dit bericht dat gisteren drie hulpverleners zijn gedood omdat Israƫl gericht op ambulances schiet in Zuid-Libanon?

Mevrouw Maes (VVD):
Ik heb niet de behoefte om op elk bericht in het nieuws te gaan reageren.

De voorzitter:
Afrondend.

Mevrouw Dobbe (SP):
Hoe verhoudt dit zich dan tot de basis van het internationaal recht, waarvoor de VVD zegt op te komen, dat je in ieder geval niet op hulpverleners schiet en dat een rood kruis geen schietschijf wordt? We zien nu ook een enorme toename van het aantal doden bij hulpverleners, omdat het blijkbaar de norm wordt om het internationaal recht zo te schenden dat je op hulpverleners kan schieten en daarmee alle humanitaire hulp en ook alles rondom ons humanitaire recht onderuit schiet. Dan moet de VVD, als zij zegt op te komen voor het internationaal recht, toch meer doen dan zeggen: ik heb geen zin om erop te reageren dat ambulances gericht worden beschoten door Israƫl?

Mevrouw Maes (VVD):
Volgens mij heb ik aan het begin, bij uw eerste vraag, al gezegd dat wij een motie hierover hebben gesteund en ik heb gezegd dat ik hier niet op elk nieuwsbericht ga reageren, maar u weet wat ons standpunt is: als hulpverleners worden geraakt, vinden wij dat geen goede ontwikkeling.

De voorzitter:
U vervolgt uw betoog.

Mevrouw Maes (VVD):
Voorzitter. Nederland heeft andere middelen dan bijvoorbeeld de VS of Israƫl: meer soft power en economische macht, minder militaire macht. Maar met name onze Europese economische macht moeten we niet onderschatten. Kan de minister aangeven wat ten aanzien van de gebeurtenissen in het Midden-Oosten zijn opstelling gaat zijn in de EU? Is de minister het met mij eens dat het tijd wordt dat de EU zich meer proactief gaat opstellen in plaats van reactief? Ik denk bijvoorbeeld aan het aanhalen van de banden met de Golfstaten. Ziet de minister mogelijkheden om de Golfstaten te ondersteunen, zodat zij hun rol als energieleverancier kunnen blijven vervullen? Mijn fractie vindt het van belang de banden met gelijkgezinde landen in de regio aan te halen. Ik denk dan aan Qatar, de VAE, Jordaniƫ en wellicht ook Irak. Is de minister dat met mij eens? Wat is hij van plan daaraan te gaan doen de komende maanden? Overweegt de minister in dat kader de ambassade in Damascus te heropenen? En wordt er binnen het ministerie nog gedacht aan het geven van aandacht aan de situatie van de jezidi's?

Voorzitter. De VVD is zeer bezorgd over de bombardementen over en weer tussen Israƫl en Libanon en de retoriek die daar onderdeel van is. Het is Hezbollah die direct verantwoordelijk is voor deze escalatie. Daarmee wijst de vinger onherroepelijk naar Teheran. Als Iraanse proxy is Hezbollah immers al jarenlang getraind en bewapend door Iran. Hezbollah is net als Hamas een terreurorganisatie, waarvan we graag zien dat die volledig wordt ontwapend. Voor een duurzame oplossing ziet de VVD-fractie de volledige implementatie van VN-resolutie 1701 als cruciaal. Dat Iran na elke aanval van Israƫl zowel de wapenvoorraad als de huizen in het zuiden van Libanon weer helpt opbouwen, maakt dat dit conflict nog jarenlang kan duren.

Tot slot … Ik zie een interruptie.

De heer Hoogeveen (JA21):
Ik denk dat dit een realistisch betoog is van collega Maes. Ik denk dat we inderdaad moeten kijken naar waar onze belangen liggen. Het is ook goed dat de relatie met de Golfstaten wordt aangehaald. Nu zijn er vanuit de EU al een tijd lang onderhandelingen geweest over bijvoorbeeld een handelsverdrag. Dan zeiden de Golfstaten uiteindelijk weer: ja, goed, maar als we met Europa in gesprek zijn over handel, krijgen we er ook nog allerlei andere paragrafen, over sociale zaken en politieke zaken, bij. Is de VVD dan ook bereid om in Europees verband te zeggen: dat gaan we even loslaten en we gaan nu realistischer kijken en echt puur inzetten op het verbeteren van de handelsrelaties?

Mevrouw Maes (VVD):
Dank voor deze vraag. Het zou wat ons betreft zeker interessant zijn om daarnaar te kijken. Ik denk dat je als EU beter alleen maar meer handelsblokken kan hebben dan wat je op dit moment hebt.

De voorzitter:
U komt tot een afronding.

Mevrouw Maes (VVD):
Ja. Tot slot, voorzitter: de wetgeving in de Knesset over de invoering van de doodstraf. De VVD is principieel tegen de doodstraf, overal ter wereld en onder alle omstandigheden. Het past niet bij de waarden van de moderne rechtsstaat en draagt niet bij aan een oplossing voor de complexe veiligheidssituatie waarin Israƫl zich bevindt. Israƫl is een volwaardige democratie en een robuuste en onafhankelijke rechtsstaat. Wij hopen dat het Israƫlische hooggerechtshof deze wetgeving uiteindelijk zal blokkeren.

Ik dank u.

De voorzitter:
Dank u wel.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter, ik zal het maar tot ƩƩn onderwerp beperken, want mijn handen jeuken als ik mevrouw Maes hoor, zeg ik u heel eerlijk. Het is een zeer eenzijdig verhaal. Maar dat terzijde. Ik heb de VVD niet gehoord over een punt, over het enige punt waarbij ik de VVD altijd hoorde opkomen voor de Palestijnen: de Westbank. Over Gaza wilde men het liever niet hebben, maar als het ging over de Westbank, dan moesten we kijken wat we kunnen doen tegen de gewelddadige kolonisten. Nu zit er een IsraĆ«lische minister — Smotrich; we weten wat hij aanricht op de Westbank — wiens leuze is: "maximum territory, minimum Arabs".

De voorzitter:
Uw vraag.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
We zien ook dat ze dat uitvoeren. Veroordeelt de VVD nou wat er ook de afgelopen weken weer is gebeurd op de Westbank, met de grootste aankondiging ooit, over 34 illegale nederzettingen?

Mevrouw Maes (VVD):
Wij zijn zeer bezorgd over deze situatie; dat mag duidelijk zijn. Het zat wellicht niet in mijn verhaal, maar dit is echt iets wat wij goed volgen en waar wij best heel bezorgd over zijn. Maar veroordelen vind ik op dit moment nog niet aan de orde.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Jeetjemina. Ik weet niet wat ik hier meemaak: "We volgen het. Ik vind het ook best wel problematisch. Maar het gaat te ver om te veroordelen." Wat gaat te ver om te veroordelen? Ik dacht dat ook de VVD … Ten minste dit was altijd klip-en-klaar: de grenzen van '67. Het maakt niet uit hoeveel woordvoerders we teruggaan, hoor. Laten we bijvoorbeeld de E1-regio nemen. Daarover heeft Han ten Broeke nog in deze Kamer gezegd: dat is een absolute rode lijn voor de VVD. En nu? "Ik ga het niet veroordelen, hoor."

De voorzitter:
Uw vraag.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Die E1-regio, waar nu 5.000 huizen worden geplaatst door kolonisten, zorgt ervoor dat een tweestatenoplossing niet meer mogelijk is. Hoe kan dit? Welke consequentie verbindt de VVD aan die rode lijn die zijzelf al jarenlang heeft als het gaat over die grenzen van '67 en de kolonistenterreur? Wat is de consequentie?

Mevrouw Maes (VVD):
Kijk, in het regeerakkoord hebben we natuurlijk afgesproken dat er een tweestatenoplossing moet komen en dat er dan ook een zekere mate van een tweestatenoplossing moet kunnen zijn. Dat kan ik u geven. Dat betekent natuurlijk dat je dan dus niet nog meer gebied kan afsnoepen van wat er in '67 is afgesproken.

De voorzitter:
Afrondend.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Ja. Snapt mevrouw Maes dat het dan zeer teleurstellend is dat ze zelf zegt dat dit zelfs in het regeerakkoord is afgesproken, samen met de zin: we houden ons aan het internationaal recht? Dan kan het antwoord van de VVD toch niet zijn dat ze het best wel zorgelijk vinden, maar dat ze het niet veroordelen? Ik stel vast dat er twintig sanctiepakketten tegen Rusland gesteund zijn door de VVD vanwege de agressie in Oekraïne. Dat is terecht! Er zijn moties ingediend door de VVD tegen China vanwege wat de VVD noemt "de genocide op de Oeigoeren". Dat is terecht! Maar wanneer Israël op allerlei manieren het leven van Palestijnen niet alleen onmogelijk maakt, maar ze gewoon straffeloos vermoordt, dan blijft het bij: nou, we volgen de situatie.

Mevrouw Maes (VVD):
Ja, dat was het. Ik heb daar verder niets over te zeggen.

De heer Van Baarle (DENK):
Ik ben echt met stijgende verbazing aan het luisteren naar mevrouw Maes. Maar om hier even op door te gaan, vraag ik het volgende. Waarom is de VVD nou wel in staat om illegale annexatie van Oekraïens land door Poetin te veroordelen, maar weigert mevrouw Maes hier om illegale annexatie van Palestijns land door Israël te veroordelen?

Mevrouw Maes (VVD):
Ik geef even een antwoord op beide vragen, denk ik. Ik heb het volgens mij al een paar keer gezegd in dit debat. Voor ons is er een verschil tussen een land waar wij al heel lang een moeilijke relatie mee hebben, te weten Rusland, en een land waar wij al heel lang een bondgenootschappelijke relatie mee hebben, te weten Israƫl. Dus u kan mij wel uitlokken en proberen mij te laten zeggen dat ik dit allemaal verschrikkelijk vind, maar ik wil graag dat de minister hier gewoon met de Israƫlische counterpart over spreekt en dat het op die manier aan de orde komt. Ik wil niet dat wij hierover in dit parlement verongelijkt uitspraken doen die de minister ook nog eens in de problemen kunnen brengen.

De heer Van Baarle (DENK):
Volgens mij moeten wij als parlement pas als laatste overweging hebben of we de minister al dan niet in de problemen brengen. We moeten vooral gewoon met elkaar het debat voeren op de inhoud. Hier komt gewoon de aap uit de mouw bij de VVD. De VVD zegt namelijk: Rusland is een land waar we een problematische relatie mee hebben en Israël is een bondgenoot voor ons, dus daar kijken we anders naar. Dus de VVD kijkt gewoon weg van de Israëlische misdaden, omdat de VVD een pro-Israëlagenda heeft. De VVD weigert hier gewoon twee dingen die hetzelfde zijn hetzelfde te beoordelen. Poetin doet het in de Oekraïne en dat veroordeelt de VVD en Netanyahu, de schoft, doet het met Palestijns land, maar dat veroordeelt de VVD niet. Dit gebeurt alleen maar omdat jullie Israël zo tof vinden. Dat is toch een keiharde dubbele maat, vraag ik mevrouw Maes.

Mevrouw Maes (VVD):
Ik denk dat een land dat bijvoorbeeld de MH17 heeft veroorzaakt toch een wat andere beoordeling verdient dan een land waar wij al meerdere jaren een heel goede relatie mee hebben. En ja, op een kritische manier moet je het gesprek met hen aangaan, maar zo ver als u gaat, gaan wij wat mij betreft niet.

De voorzitter:
Afrondend.

De heer Van Baarle (DENK):
Ja, de MH17 is verschrikkelijk. Dat is een enorm diepe wond voor ons allemaal, voor alle Nederlanders. De genocide in Gaza is ook verschrikkelijk. Het feit dat al tientallen jaren het land van Palestijnen wordt afgepakt, is ook verschrikkelijk. Als de VVD weigert om iets wat niet deugt te veroordelen — ik heb het dan over elke keer maar weer meer Palestijns land afpakken, waardoor de Palestijnen dadelijk gewoon helemaal geen land meer hebben — dan is de VVD gewoon misdaden aan het goedpraten en aan het wegkijken. Ik zou tegen mevrouw Maes willen zeggen: doe dat niet! Deze houding van de VVD vind ik echt schandalig.

Mevrouw Maes (VVD):
Dit oordeel laat ik graag aan de heer Van Baarle.

De heer Dassen (Volt):
Ik luister niet alleen met stijgende verbazing, maar ik vind het schokkend en ontzettend pijnlijk dat de woordvoerder van de VVD ons net voorschotelde dat het internationaal recht voor de VVD inmiddels niet meer is dan een keuzemenu dat voor de ene oorlogsmisdadiger anders is dan voor de andere oorlogsmisdadiger. Hoe kan de VVD, nu mevrouw Maes dit zegt, nog verkopen dat in het coalitieakkoord staat dat het internationaal recht hoog wordt gehouden? Ik kijk daarvoor ook naar het CDA en naar D66.

Mevrouw Maes (VVD):
Het internationale recht kent vele kamers. Ik denk dat het echt heel belangrijk is om hier zo goed mogelijk aan te hechten, maar dat zal niet altijd precies zo kunnen gebeuren zoals de heer Dassen wenst.

De heer Dassen (Volt):
Maar de VVD zegt hier gewoon dat het internationale recht voor de een wel geldt en voor de ander niet. Als we vrienden zijn met een van de partijen, moet die volgens de VVD gewoon zijn gang kunnen gaan. Dan moeten ze land kunnen inpikken. Dan moeten ze mensen hun huis uit kunnen drijven. Dat is toch ongekend? Kan mevrouw Maes mij dus uitleggen wat nog de gedachte van de VVD over internationaal recht is als zij toelaat dat het internationale recht voor Netanyahu en consorten niet meer geldt?

Mevrouw Maes (VVD):
Nou, volgens mij is heel duidelijk dat wij wel degelijk problemen hebben met de regering van de staat Israƫl, maar dat wil niet zeggen dat we onmiddellijk volledig doen wat de heer Dassen van ons wenst.

De voorzitter:
Afrondend.

De heer Dassen (Volt):
Ik heb nog helemaal niks gewenst van de VVD. Ik heb slechts gevraagd hoe de VVD inmiddels kijkt naar het internationale recht. In alle debatten die wij de afgelopen twee jaar hebben gevoerd, was de VVD namelijk in ieder geval nog van mening dat het internationale recht een van de uitgangspunten moet zijn. Zo hard als mevrouw Maes nu zegt dat het internationale recht wel toegepast wordt op Poetin maar niet op de regering-Netanyahu, omdat die blijkbaar zo'n fijne bondgenoot is, waar we volgens mij allemaal wel bedenkingen bij kunnen hebben, is door het ijs zakken van jewelste. Ik vind het zeer pijnlijk wat mevrouw Maes hier te berde brengt. Ik hoop dat zij teruggaat naar de fractie en daar nog eens een goed gesprek gaat voeren over wat de VVD verstaat onder internationaal recht.

Mevrouw Maes (VVD):
Ik heb uw betoog gehoord.

Mevrouw Dobbe (SP):
Ik heb een vraag over de Westelijke Jordaanoever. De VVD sprak voorheen altijd over "illegale nederzettingen" en "annexatie". Sinds wanneer heeft de VVD de draai gemaakt en zijn dat blijkbaar gewone nederzettingen geworden?

Mevrouw Maes (VVD):
Ik heb in mijn verhaal niks gezegd over de nederzettingen, zoals mevrouw Piri constateerde. Er is geen sprake van een draai.

Mevrouw Dobbe (SP):
Maar zijn het volgens de VVD dan nog steeds illegale nederzettingen?

Mevrouw Maes (VVD):
Ik zeg dat er geen draai is, dus dan zijn het illegale nederzettingen.

De voorzitter:
Afrondend.

Mevrouw Dobbe (SP):
Als het illegale nederzettingen zijn en je ziet dat er meer illegale annexatie plaatsvindt — dat is illegaal; dat erkent de VVD — waarom kan de VVD het dan niet veroordelen op het moment dat er iets gebeurt wat zij zelf duidt als illegaal?

Mevrouw Maes (VVD):
Omdat wij niet de behoefte hebben om nu publiekelijk een land te veroordelen dat wij zien als een belangrijke bondgenoot.

Mevrouw Teunissen (PvdD):
Vooropgesteld staat dat dit natuurlijk twee totaal onverenigbare standpunten zijn. Je kunt niet, in navolging van het Internationaal Gerechtshof en de VN-resolutie, zeggen "we erkennen dat die nederzettingen illegaal zijn", en tegelijkertijd de uitbreiding van die illegale nederzettingen niet veroordelen, maar goed. Het lijkt nu alsof we jaren teruggaan in het debat. Destijds, vanaf 2025, heeft de VVD altijd een nationaal verbod op handel met illegale nederzettingen gesteund. Ik zou heel graag van mevrouw Maes horen of de VVD dat verbod nog steeds steunt.

Mevrouw Maes (VVD):
Volgens mij wordt daar op dit moment wetgeving over voorbereid door het ministerie. Dat wachten we dus even af. Ik zie geen reden waarom wij hierover op een ander standpunt zullen uitkomen.

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Maes. Het woord is aan de heer Dassen voor zijn inbreng in de eerste termijn namens Volt. Gaat uw gang.

De heer Dassen (Volt):
Dank, voorzitter. De situatie in het Midden-Oosten is allang voorbij alarmerend. We hebben escalatie na escalatie gezien en het kabinet heeft er nog steeds begrip voor. Maar is dat begrip een bewuste keuze? Nu ik lees wat ik net heb opgeschreven tijdens het betoog van mevrouw Maes, denk ik van wel, maar het kan ook een gevolg van zwakte zijn, omdat we als Europa te verdeeld zijn om een alternatief te bieden.

Stel je voor dat we wƩl verenigd zijn: een sterk en waardegedreven Europa dat internationaal recht niet alleen predikt, maar ook handhaaft. Dat is namelijk waar we als continent, als Europa, het verschil kunnen maken en een alternatief kunnen bieden voor een wereld die steeds meer wordt gedreven door de waanzin van de wolven. We haalden opgelucht adem bij het staakt-het-vuren. Een week later zagen we een zeeblokkade: een oorlogsmisdaad tijdens het staakt-het-vuren. Trump wil ons meesleuren in zijn epic failure. De VVD laat zich graag voor het karretje van Trump spannen, horen we net. Hoe verhoudt de aangenomen motie die verzoekt om maximale diplomatieke druk zich tot dat begrip? Welke concrete druk is er uitgeoefend, met wie, wanneer, en met welk resultaat, vraag ik aan de minister. Kan de minister mij verzekeren dat Nederland zich onder geen beding laat meezuigen in deze oorlog?

Voorzitter. Er is namelijk nog geen volledig staakt-het-vuren. Nog geen dag na het bestand met Iran voerde Netanyahu een van de grootste luchtaanvallen ooit uit op Libanon. Meer dan 1,2 miljoen mensen zijn gevlucht. Israƫlische functionarissen zeggen het zelf: Libanon wordt het nieuwe Gaza. Smotrich had het over het nieuwe Khan Younis. Wat gaat de minister doen om te voorkomen dat dit het nieuwe Gaza wordt? Of vertrouwt de minister erop dat de woorden van afkeuring zullen landen? Wanneer komt er een verbod op dual-usegoederen? Wanneer gaan we over op een wapenembargo en sancties, zoals het opschorten van het handelsdeel?

Voorzitter. Ik had verwacht dat het kabinet zou laten zien wat het betekent om op te komen voor de Europese waarden en het internationaal recht. Dan is het extra wrang dat er onder dit kabinet nog geen enkele extra maatregel is genomen om de druk op Israƫl op te voeren. Graag een reactie daarop van de minister. Zelfs de stap om te pleiten voor het opschorten van het handelsgedeelte van het associatieverdrag leek afgezwakt te worden, terwijl er alleen al in de recente weken zo veel redenen zijn om tot sancties over te gaan.

Vorige week nam de Knesset de doodstraf aan, waar Netanyahu persoonlijk voorstemde. Ook verscheen er een rapport van Save the Children, waaruit blijkt dat 350.000 Palestijnse kinderen zijn misbruikt, gemarteld en uitgehongerd in Israƫlische detentie. Nog eens 4.000 kinderen wachten op medische evacuatie. Dit is geen nevenschade. Dit is structureel inhumaan beleid. De minister heeft verklaard dat Nederland de doodstraf en de kinderen in detentie veroordeelt. OkƩ, maar veroordelen zonder consequentie is een verklaring, geen beleid. Wordt het niet tijd om Netanyahu op de sanctielijst te zetten? De VN spreekt zelfs van een mogelijke oorlogsmisdaad. Ik ben benieuwd of de minister deze mening deelt.

Voorzitter. Ondertussen gaat het illegale nederzettingenbeleid maar door. In het geheim zijn weer vele nieuwe nederzettingen goedgekeurd. En terwijl Booking.com woningen verhuurt op de Westelijke Jordaanoever, krijgen zij al jaren miljarden aan belastingvoordeel via Nederland, via de Innovatiebox. Is de minister het met mij eens dat een bedrijf dat accommodaties verhuurt in Israƫlische nederzettingen, nederzettingen die in strijd zijn met het internationaal recht en dus illegaal, niet gesubsidieerd dienen te worden met Nederlands belastinggeld? Een bedrijf dat op de VN-zwarte lijst staat, mag geen extra belastinggeld ontvangen. Graag een reactie. En wanneer komt de wetgeving die handel met bezet gebied verbiedt?

Voorzitter, tot slot. Deze debatten beginnen een ritueel te worden. We schrijven brieven, we komen met verklaringen, spreken onze ernstige bezorgdheid uit. Op een gegeven moment is bezorgd zijn geen positie meer. Dan is het een excuus. Ik hoop en ik verwacht dat dit kabinet meer zal doen.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Van Baarle voor zijn inbreng namens DENK in de eerste termijn.

De heer Van Baarle (DENK):
Voorzitter. De grootste bron van destabilisatie in het Midden-Oosten, van geweld en vernietiging, van misdaden, zijn Israƫl en de Verenigde Staten. Israƫl heeft een criminele regering die misdaad op misdaad pleegt, toewerkt naar Groot-Israƫl en etnische zuivering en genocide pleegt. De Verenigde Staten steunen en faciliteren deze misdaden. Die genocide in Gaza is een schandvlek in de menselijke geschiedenis, want al die tijd keek onze regering en keek Europa willens en wetens toe hoe Israƫl Gaza totaal vernietigde en de Palestijnen uitmoordde. Er zijn meer dan 70.000 vermoorde Palestijnen, onder wie heel veel vrouwen en kinderen, waarschijnlijk meer dan 100.000. En Nederland? Nederland deed en doet nog steeds niet wat het moet doen, namelijk alles om die genocide te stoppen. Waarom niet? Vandaag de dag wordt hulpverlening nog steeds door Israƫl belemmerd en blijven de grenzen naar Gaza gesloten. Deelt de minister dat dit gewoon een verschrikkelijke misdaad is?

De etnische zuivering van bezet gebied door Israƫl gaat ook onverminderd door. Afgelopen week lazen we dat het Israƫlische kabinet in het geheim weer de bouw van 34 nieuwe nederzettingen op de bezette Westelijke Jordaanoever heeft goedgekeurd. Israƫlische kolonisten, zionistisch tuig dat geweld pleegt tegen Palestijnen, worden niet vervolgd, geen enkele. En in die doodstrafwet, die de facto alleen op Palestijnen wordt toegepast, zien we ook hoe Israƫl toewerkt naar de vernietiging van het Palestijnse volk. We zien de juichende Israƫlische ministers, met die gouden strop op hun borst. We zien dat Palestijnse gevangenen gemarteld en misbruikt worden, en zonder proces vastzitten. In een rapport valt te lezen dat er een brandblusser bij een Palestijnse gevangene in de anus is gestoken en dat de inhoud daarvan in die gevangene werd geleegd. In een rapport van Save the Children wordt opgemerkt dat er sprake is van marteling, vernedering en verkrachting van Palestijnse kinderen. Kin-de-ren! Er worden sigaretten op kinderen uitgedrukt. Kinderen worden vastgebonden, geblinddoekt, geslagen, geschopt en urenlang ondervraagd. Er werd een hond losgelaten op kinderen. Er werd traangas in cellen gespoten.

Voorzitter. Israƫl heeft geen normale regering. Israƫl heeft een criminele, misdadige regering. Met een criminele, misdadige regering ga je niet om zoals Nederland nu omgaat met die criminele, misdadige regering. Wanneer is deze regering nu eindelijk bereid om de zwaarste internationale en nationale sancties tegen Israƫl in te voeren, Palestina te erkennen, handelsmaatregelen te treffen, een totaal wapenembargo in te voeren en te doen wat het moet doen om een genocide te stoppen?

Voorzitter. Wat betreft de oorlog in Iran zien we de misdaden zich opstapelen. We hebben het uitgebreid gehad over de meisjesschool die is gebombardeerd. Deze regering gaat lekker met Trump dineren. Wat DENK betreft is het de hoogste tijd dat de pleger, agressor en facilitator van misdaden in het Midden-Oosten, namelijk Trump, nu eindelijk een keer keihard wordt veroordeeld door deze regering. Is deze minister bereid dat te doen?

Dank, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel. U heeft nog een interruptie van de heer Stoffer.

De heer Stoffer (SGP):
Een hoop woorden over de Israƫlische regering en over Trump. Heeft de heer Van Baarle misschien ook nog een aantal kwalificaties voor het regime in Iran?

De heer Van Baarle (DENK):
U weet dat de heer Van Baarle die tegenover u staat, in de afgelopen debatten tot twee keer toe een motie heeft ingediend — die is zelfs aangenomen door de Tweede Kamer — waarin ik, ƩƩn, de regering vraag om de mensenrechtensituatie in Iran consequent in Europees verband bespreekbaar te maken en, twee, vraag om gerichte sancties te treffen tegen plegers van mensenrechtenschendingen in Iran. De heer Stoffer vraagt naar iets waarvan hij wel degelijk ziet dat de fractie van DENK zich er hard voor maakt. De rechten van de IraniĆ«rs gaan ons aan het hart. Ik ben klaar met de "ja, maar"-retoriek van rechtse politieke partijen in dit huis. Als je een betoog houdt over de misdaden van IsraĆ«l, die gewoon veroordeeld moeten worden, wordt er elke keer gewezen op iets anders. Ik zou aan de heer Stoffer willen vragen: wanneer is de SGP nou eens bereid om de misdaden van IsraĆ«l te veroordelen? Wanneer is de heer Stoffer nou eens bereid om te stoppen met wegkijken van de misdaden die tegen de Palestijnen worden gepleegd en met elke keer weer een balletje in de lucht gooien om af te leiden van de zionistische misdaden die door IsraĆ«l worden gepleegd?

De heer Stoffer (SGP):
Voorzitter, volgens mij is de orde van de vergadering dat de interrumpant vragen stelt en de woordvoerder de vragen beantwoordt. Als de heer Van Baarle op dat laatste een antwoord wil, komt hij straks maar een vraag aan mij stellen. Nogmaals: veroordeelt de heer Van Baarle het Iraanse regime? Zou hij daarbij bijvoorbeeld ook de daad willen stellen dat de Iraanse ambassadeur, die de lange arm vanuit Teheran hier bevordert, Nederland wordt uitgezet?

De heer Van Baarle (DENK):
Dat veroordelen heb ik gedaan. Ik heb telkenmale de misdaden veroordeeld die in Iran gepleegd worden tegen weerloze burgers die demonstreren voor hun rechten. De heer Stoffer weet dat mijn fractie tegen het uitzetten van ambassadeurs stemt, omdat de consequentie daarvan zou zijn dat je geen diplomatieke vertegenwoordiging in Iran meer hebt en dus geen mogelijkheid meer hebt om mensen in Iran en Nederlandse burgers daar bij te staan.

Voorzitter. Het volgende moet mij toch echt van het hart. De heer Stoffer heeft het hier over het veroordelen van regimes. De heer Stoffer heeft het hier over het je uitspreken tegen mensenrechtenschendingen en misdaden. Ik vind echt dat de heer Stoffer dit niet geloofwaardig naar voren kan brengen terwijl we zien dat de SGP in de afgelopen tijd weigerde om ook maar ƩƩn kritisch punt te uiten over de genocide die Israƫl pleegt in Gaza, of ƩƩn kritisch punt over de nederzettingenpolitiek van Israƫl. Het is elke keer wegkijken door de SGP. Het is meer nog dan wegkijken, want de SGP ondersteunt het gewoon. Zij hebben het namelijk over "Judea en Samaria". Zij zeggen eigenlijk al dat de Westbank de facto gewoon het land van Israƫl is. Dat betekent dat de heer Stoffer met zijn politieke partij de Israƫlische misdaden actief ondersteunt en faciliteert en dat hij wegkijkt van het leed van het Palestijnse volk.

De voorzitter:
Afrondend.

De heer Van Baarle (DENK):
Dat geeft hem niet het recht om hier op hoge poten, of niet op hoge poten, een vraag over mensenrechten in andere landen te stellen aan mij.

De voorzitter:
Afrondend.

De heer Stoffer (SGP):
De heer Van Baarle en ik zullen het over weinig eens worden. EƩn compliment wil ik hem geven: het doet mij goed dat hij dat gebied daar rond de Jordaan "Judea en Samaria" noemt.

De heer Van Baarle (DENK):
Dat doe ik niet; ik zei dat de SGP het zo noemt. Ik noem het niet zo. U weet hoe de fractie van DENK dat gebied noemt. De fractie van DENK noemt dat gebied "Palestina", met gelijke rechten voor iedereen. Daar zijn wij trots op. De annexatiepolitiek en de verdrijvingspolitiek die de SGP steunt, willen wij een halt toeroepen.

De heer Ceder (ChristenUnie):
De heer Van Baarle en ik, en andere collega's, voeren vaker het debat over hoe je naar het Midden-Oosten moet kijken. Daarover verschillen we van mening. Dat hebben we natuurlijk vaker uitgewisseld. Ik vind het wel ingewikkeld als wij — met "wij" bedoel ik ook andere partijen — de heer Van Baarle bevragen op bijvoorbeeld zijn positie ten aanzien van andere actoren in het Midden-Oosten. Denk aan Iran. Er is een motie ingediend over geannexeerd gebied in SyriĆ«. Turkije wordt weggelaten, dat dat ook heeft gedaan. De heer Van Baarle lijkt een bepaalde eenzijdigheid te tonen. Ik denk dat dat in het geheel der dingen het verhaal en het punt dat de heer Van Baarle probeert over te brengen, geen goed doet. Mijn vraag is als volgt. Eerder heeft Van Baarle aangegeven dat de staat IsraĆ«l, die volgens mij consequent tussen haakjes wordt geplaatst in moties, geen recht meer heeft om te bestaan. Er worden vandaag ook moties over sancties ingediend. Mijn vraag is of die staat volgens de heer Van Baarle wel bestaansrecht heeft als die sancties leiden tot de verbeteringen die de heer Van Baarle zou willen zien wat betreft de settlements en de doodstrafwetgeving.

De heer Van Baarle (DENK):
Allereerst: er wordt gezegd dat Turkije land in Syriƫ zou hebben geannexeerd. Dat is feitelijk niet het geval. Dat kan de heer Ceder gewoon lezen in internationale media en zien op de kaarten die van Syriƫ worden bijgehouden. De heer Ceder kan zien welke landen daar op dit moment actief zijn en hij kan zien dat Turkije daar op dit moment niet actief is. Dit punt was dus feitelijk onjuist.

De heer Ceder zegt ook dat ik eenzijdig zou zijn omdat ik het niet zou hebben over de mensenrechtensituatie in Iran. Ik heb net het voorbeeld genoemd van twee moties die de fractie van DENK nota bene zelf heeft ingediend om op te komen voor de mensenrechten in Iran. Dit punt was dus feitelijk onjuist.

Ik vind het sowieso best heel erg knap dat de heer Ceder het woord "eenzijdigheid" durft uit te spreken, met ook zijn wegkijken namens de ChristenUnie, wat hij in de afgelopen tijd heeft gedaan. Dat was bij de misdaden in Gaza, het verdrijven van Palestijnen van de Westbank, het goedkeuren van de daden van Israƫl in Libanon en het goedkeuren van de daden van Israƫl in Syriƫ. Zo kan ik nog even doorgaan. De heer Ceder weet dat wij vinden dat de vestiging van de staat Israƫl is gebeurd op basis van misdaden, namelijk de Nakba, het verdrijven van het Palestijnse volk. De heer Ceder weet ook dat wij vinden dat het Israƫlische staatsbestel is gebaseerd op apartheid en op rechteloosheid. Dat behandelt Palestijnen ongelijk. Dat biedt Palestijnen niet de rechtsstaat die iedere burger zou moeten hebben. Wij vinden dat zo'n staatsbestel plaats zou moeten maken voor een staatsbestel met gelijke rechten voor iedereen, of je nou joods, moslim of christen bent. Wie je ook bent, het maakt niet uit. Iedereen moet gelijke rechten hebben. Die staat heet wat ons betreft "Palestina".

De voorzitter:
Vragen en antwoorden mogen echt wel wat korter.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Dit verhaal ken ik. Dat van die eenzijdigheid had ik ook wel verwacht. Ik zal u zo moties noemen die we samen hebben ingediend, of die we over en weer hebben gesteund. Daarmee is dit gewoon niet waar.

Mijn vraag, die ik korter zal stellen, zat 'm op het punt dat de verwachting van DENK ten aanzien van sancties ... Laat ik het anders stellen. Ziet de heer Van Baarle mogelijkheden om van standpunt te veranderen als die sancties gehanteerd en nageleefd worden? Als dat niet zo is, dan steunt u eigenlijk sancties terwijl u nooit van plan bent om uw standpunt op dat punt te wijzigen, in tegenstelling tot andere collega's. Dat dient dan niet datgene wat andere partijen wel tot doel stellen.

De heer Van Baarle (DENK):
Wij waren al voor de eenstaatoplossing vóór die verschrikkelijke genocide in Gaza. Wij hebben namelijk gezien dat de Israëlische regering al tientallen jaren laat zien dat ze de tweestatenoplossing onmogelijk maakt door elke keer Palestijns land te annexeren op een illegale manier, door apartheidspolitiek te voeren. Daarbij zie je dat Palestijnen in de praktijk niet de rechten en de mogelijkheden hebben die Israëlische burgers hebben. Ik noem de illegale blokkade van Gaza die werd doorgevoerd door Israël. Die misdaden stapelen zich alleen maar op. Daar komt bij dat de staat Israël historisch gezien is gevestigd zonder het de Palestijnen te vragen, door een misdaad die is gepleegd op de Palestijnen, namelijk de Nakba, die voor ontelbare slachtoffers heeft gezorgd. Zo'n staatsbestel dient plaats te maken voor iets anders, zoals we dat gezien hebben met het apartheidsregime van Zuid-Afrika, namelijk: één staat met gelijke rechten voor iedereen, Palestina.

De voorzitter:
Afrondend.

De heer Ceder (ChristenUnie):
We kijken hier verschillend naar en er zijn verschillende invalshoeken. De laatste vraag is: weet de heer Van Baarle wat de betekenis is van de oorsprong van het woord "Jeruzalem"?

De heer Van Baarle (DENK):
Vertelt u maar waar u naartoe wil, meneer Ceder.

De voorzitter:
Nou, voor meneer Ceder was dit het. Mevrouw Keijzer.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
De heer Van Baarle vertelt hier allerlei dingen alsof het feiten zijn, waarvan ik vind dat het niet zo is. Ik vind dat er vele kanten zitten aan allerlei onderdelen in de geschiedenis. Ik heb ƩƩn vraag aan de heer Van Baarle. Hij zegt dat hij toe wil naar een staat waar gelijke rechten zijn voor iedereen. Zijn die gelijke rechten er dan ook voor vrouwen, homo's en christenen? Hoe ziet de heer Van Baarle dat? Ik ken namelijk weinig landen in het Midden-Oosten waar er dusdanig gelijke rechten zijn als ze nu in Jeruzalem en Israƫl aanwezig zijn.

De heer Van Baarle (DENK):
Als mevrouw Keijzer oprecht zou willen pleiten voor gelijke rechten, dan zou ik haar allereerst willen aanraden om hier in Nederland te stoppen met haar vunzige anti-islamretoriek, waarbij ze altijd weer moslims in een kwaad daglicht probeert te stellen. Elke keer als er weer iets in het nieuws komt of als er een kop van De Telegraaf is, is mevrouw Keijzer er weer als de kippen bij om de hele islam er bij de haren bij te slepen en moslims er de schuld van te geven. Daarmee zaait zij in Nederland een klimaat waarbij gelijke rechten tussen bevolkingsgroepen steeds moeilijker worden. Ik zou wensen dat mevrouw Keijzer daarmee stopt, want dat zou haar pleidooi voor gelijke rechten wat geloofwaardiger maken.

DENK is opgericht tegen discriminatie. Als wij het hebben over gelijke rechten voor iedereen, dan betekent dat dat wij het hebben over gelijke rechten voor ieder mens. Dat betekent dat wij dus ook niet meedoen aan die verdachtmakingspolitiek van mevrouw Keijzer. In deze interruptie wil zij namelijk weer het beeld scheppen dat het blijkbaar iets is van islamitische landen om het minder op te hebben met de rechten van wie dan ook. Ik vind dat een valse tegenstelling. Ik vind dat het zaaien van verdeeldheid. Ik vind dat het zaaien van vijandschap. Ik zou mevrouw Keijzer echt willen oproepen: kap daarmee.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Voorzitter, ik wil van u vragen of u mijn eerste vraag niet wil zien als een interruptie. Ik heb namelijk een vraag gesteld aan de heer Van Baarle …

De voorzitter:
Nee, we gaan geen hele …

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
… maar hij geeft niets wat ook maar lijkt op een antwoord op mijn vraag. Dus nogmaals, hoe ziet dat land van de heer Van Baarle er uit, waarin er gelijke rechten zijn voor mannen, vrouwen, homo's, lesbiennes, Joden en christenen? Hoe ziet hij dat? Nu graag een antwoord op deze vraag.

De heer Van Baarle (DENK):
Op het moment dat mevrouw Keijzer hulp nodig heeft van de voorzitter van dit debat, wordt het toch wel heel erg treurig. Als ik zeg dat die staat, Palestina … Die staat gaan wij vestigen, want ik geloof erin dat Palestina vrij zal zijn. Ik geloof erin dat het juk van de IsraĆ«lische regering, waardoor de Palestijnen zijn verdreven en tot op de dag van vandaag worden uitgemoord, zal stoppen. Die staat Palestina zal een staat zijn met gelijke rechten voor iedereen, voor ieder mens. Als mevrouw Keijzer niet in staat is om daarnaar te luisteren — ik zei: gelijke rechten voor ieder mens — heeft zij blijkbaar iets aan haar oren. Ik vind het zeer spijtig dat mevrouw Keijzer mij verwijt selectief te antwoorden, terwijl zij in dit debat selectief luistert.

De voorzitter:
Afrondend.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
In het land van de heer Van Baarle dat hij "Palestina" noemt, is er dus geen vrijheid voor mannen, vrouwen, homo's, Joden en christenen. Als dat wel zo zou zijn, zou hij "ja" zeggen op deze vraag, maar dat doet hij niet. Dat heb ik geconstateerd.

De heer Van Baarle (DENK):
We kunnen in ieder geval constateren dat er op dit moment sprake is van onvrijheid. Die onvrijheid wordt gecreƫerd door de misdadige regering van Israƫl, die Palestijnen zonder proces in detentie zet, die Palestijnse kinderen mishandelt, die Palestijnse kinderen vernedert en sigaretten uitdrukt op Palestijnse kinderen. Ik hoor mevrouw Keijzer daar nooit over. Ik hoor mevrouw Keijzer nooit over die onvrijheid, over die misdaden. Ik vind dat het toonbeeld van selectiviteit. Het feit dat mevrouw Keijzer hier alleen maar naar voren komt om een nummertje te maken en om weer een punt over de islam of islamitische landen te kunnen scoren, zegt heel veel over haar agenda. Ik doe daar in ieder geval niet aan mee.

De voorzitter:
Meneer Ceder, kort en bondig.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Meneer Van Baarle, uw standpunt over Palestina, dat ook de Israëlische staat zou moeten omvatten, is helder. U en andere partijen zijn voor het erkennen van die staat. De ChristenUnie vindt dat in ieder geval in deze fase onverstandig. Wij zijn wel officieel voor de tweestatenoplossing, maar dat nú doen, vinden wij onverstandig. Abbas heeft een potentiële grondwet ontworpen voor hoe die staat eruit zou moeten zien.

De voorzitter:
Uw vraag.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Die heb ik hier. In die staat, die u, maar ook D66, GroenLinks-PvdA en andere partijen onderschrijven, staat in artikel 4 dat de principes van de islamitische sharia de primaire bron zijn van wetgeving. Mijn vraag is of dit ook de staat is zoals de heer Van Baarle die voor zich ziet, met de implicaties die daaruit voortvloeien. We hebben een paar dagen geleden een debat gehad over vervolgde christenen et cetera. Onderschrijft u dat en ziet u die staat zo voor zich?

De heer Van Baarle (DENK):
Laat ik het zo zeggen: hoe die staat Palestina wordt vormgegeven, is aan de burgers van die staat in gezamenlijkheid. Het is dus niet aan de heer Ceder om hier vanuit een koloniale houding maar een beetje te wijzen. In deze interruptie zitten namelijk twee dingen. Op het moment dat ik zeg dat ik sta voor de gelijke rechten van iedereen, iedere burger, dan zeg ik dat ik daarvoor sta en dan is dat ook zo. Tegelijkertijd wordt hier een beeld geschetst alsof wetgevingsvormen die gebaseerd zijn op de islam dat per definitie zouden uitsluiten en dat mensen er niet voor zouden mogen kiezen om dat te expliciteren in een grondwet. Dat is een totaal andere discussie. De heer Ceder probeert hier weer een soort "islam/sharia of niet-islam/sharia"-debat van te maken. Ik heb u net gezegd dat ik niet meega in die valse tegenstelling. Ik wil zien dat de mensen daar gelijke rechten hebben. Hoe de grondwet vervolgens gevormd wordt en wat daarin staat, is aan de mensen daar. We zien juist te veel dat er over de rug van de Palestijnen bepaald wordt hoe dingen moeten luiden. Daar moeten we met elkaar nou eindelijk eens mee stoppen.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Over de interpretatie van sharia in wetgeving en waar dat toe leidt, moeten we op een ander moment wat langer praten.

De heer Van Baarle (DENK):
Zeker.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Mijn vraag is of u concludeert dat de sharia als primaire bron in de Palestijnse Staat in ieder geval volgens Abbas, de leider van de PA, is opgeschreven, en dat dat dus voor de heer Van Baarle ook geen enkel probleem is. Kan ik dat concluderen?

De heer Van Baarle (DENK):
Ik ga in ieder geval niet zeggen dat een grondwetsartikel waarin of de islam of de sharia wordt aangehaald, zonder dat men de praktische implicaties daarvan kent, per definitie problematisch zou moeten zijn. Kijk, waar ik … Wil mevrouw Keijzer alstublieft niet door mijn betoog heen lachen? Waar ik een beetje klaar mee ben in dit huis, is het volgende. Overal waar de islam in zit, of een term die gerelateerd is aan de islam, daar gaat dit vak gelijk … Het was eerst voornamelijk het PVV-vak, maar die angst voor de islam en de islam gebruiken als boksbal om stemmen mee te winnen in Nederland, is blijkbaar besmettelijk. Steeds meer mensen aan die kant van de Kamer gaan eraan lijden. Elke keer als er woorden zijn die gerelateerd zijn aan de islam, ontstaat hier een soort politieke paniek. Ik zou willen zeggen: calm down. We zijn allemaal mensen. We kunnen gewoon met elkaar over de dingen spreken. We hoeven niet de hele tijd mensen vast te pinnen op hun geloof of angstig of paniekerig te worden omdat ergens het woord "islam" in vermeld staat. Stop daar nou eens mee. Alsjeblieft, stop nou eens met die flauwe politiek.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
In welk universum gaat de sharia samen op met homoseksualiteit en afvalligheid van het islamitisch geloof?

De heer Van Baarle (DENK):
U weet in welk universum ik leef. Binnen dat universum gaan wij niet mensen over ƩƩn kam scheren. Ik heb veel debatten gevoerd in de commissie Buitenlandse Zaken. Mevrouw Keijzer weet dondersgoed waar ik voor sta. Ik heb in de afgelopen tijd meer debatten gedaan over buitenlandse zaken waar mevrouw Keijzer niet bij was dan waar ze wel bij was. Ik zou tegen mevrouw Keijzer willen zeggen: kijk vooral de dingen terug. Ik sta voor mensenrechten. Ik ga die strijd voor gelijke rechten en mensenrechten niet koppelen aan religie, aan de islam of aan de sharia. Ik kijk of toestanden goed of verkeerd zijn. Ik spreek die regeringen of landen erop aan op het moment dat dingen verkeerd zijn. Wat mevrouw Keijzer doet, is dat koppelen aan geloof. Daar moeten we mee stoppen.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Nee. De heer Van Baarle zegt hier dat hij vindt dat er een land moet komen met gelijke rechten voor iedereen. Ik vraag aan hem of die gelijke rechten er dan ook zijn voor vrouwen, homo's, joden en christenen, maar dan geeft hij geen antwoord en krijg ik een jij-bak. Vervolgens confronteert de heer Ceder hem met een proeve van een grondwet waarin er verwezen wordt naar de shariawetgeving. Vervolgens vraag ik hem: okƩ, hoe verhoudt dat zich dan tot die vrije rechten voor iedereen? Dan komt er weer geen antwoord en weer een jij-bak. Ik kan het eigenlijk niet anders zeggen: dan gedraag je je als de rattenvanger van Hamelen. Dan doe je net alsof je hier een prachtig mooi betoog houdt voor een vrij land, maar feitelijk is dat niet wat je betoogt en beoogt. Wees daar dan eerlijk in.

De heer Van Baarle (DENK):
Mevrouw Keijzer gedraagt zich in ieder geval als iemand die niet in staat is om te luisteren of niet wil luisteren. Het begint nu echt wel hele treurige proporties aan te nemen, zeg ik in de richting van mevrouw Keijzer. Als ik tot drie, vier keer toe zeg dat ik sta voor gelijke rechten van iedereen en mevrouw Keijzer is niet in staat om dat aan te nemen en te horen, dan is er echt iets mis met haar vermogen om de inhoud van dit debat tot zich te nemen. Hoe duidelijker kan ik nog tegen mevrouw Keijzer zijn? Nogmaals, ik hekel in de politiek van mevrouw Keijzer dat het in de discussie over gelijke rechten en internationale politiek elke keer maar weer wordt versmald tot: islam of niet-islam, sharia of niet-sharia. DƔt hekel ik. Dat vind ik zo'n oversimplificatie van de werkelijkheid. Dat moet mevrouw Keijzer gewoon niet doen.

De voorzitter:
Afrondend.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Ik heb een hele simpele vraag. Mogen in die Palestijnse Staat van u mannen met mannen trouwen? Mag je daar scheiden? Mag je daar van je geloof afvallen? Mag je daar joods zijn? Mag je daar christen zijn? Vertel het me maar. Ik neem aan dat het antwoord op deze vragen een heel simpel "ja" is.

De heer Van Baarle (DENK):
Alle mensenrechten waar mevrouw Keijzer het net over had, onderschrijf ik. Ik zou tegen mevrouw Keijzer vooral het volgende willen zeggen. In de vraag die zij stelt, somt zij allemaal mensenrechten op die in heel veel landen waar mevrouw Keijzer zulke warme bewoordingen over uit, zoals IsraĆ«l, in de praktijk niet bestaan voor bijvoorbeeld Palestijnen. Die wordt het gewoon onmogelijk gemaakt om überhaupt te leven — überhaupt te leven! — omdat ze óf vermoord worden óf verdreven worden óf mishandeld worden óf zonder proces in een detentiecentrum gezet worden. Ik vind dat hooghartige toontje van mevrouw Keijzer, waarbij ze denkt dat zij een soort hoeder van de rechtsstaat en van de internationale rechtsorde is, eerlijk gezegd misselijkmakend. Ik vind het misselijkmakend en hypocriet als we zien hoe mevrouw Keijzer in de afgelopen tijd stond te klappen voor misdadigers zoals Netanyahu. Het is volstrekt ongeloofwaardig.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Van Baarle. Het woord is aan mevrouw Van der Werf voor haar inbreng namens D66. Nee, u heeft drie interrupties gehad, mevrouw Keijzer. U heeft ook nog een eigen termijn, dus ik stel voor dat u er dan op terugkomt.

De heer Van Baarle (DENK):
Mevrouw Keijzer heeft veel hulp van de voorzitter nodig.

De voorzitter:
Het woord is aan mevrouw Van der Werf namens D66.

Mevrouw Van der Werf (D66):
Dank, voorzitter. Laat ik openen met een positieve noot. Er is een staakt-het-vuren rond Iran. Er wordt weer onderhandeld. De Verenigde Staten lijken in te zien dat de militaire route doodloopt. Schrik niet, maar deze D66'er citeert vandaag opnieuw de paus. Zijn waarschuwing voor "de waan van almacht" is namelijk treffend. "De waan van almacht is het gevaarlijke geloof van wereldleiders dat ze alles kunnen controleren en dat geweld geen laatste redmiddel is, maar het eerste instrument. Die waan gaat gepaard met een gevaarlijk ongeduld met diplomatie."

Toch zijn we daar opnieuw aanbeland. Na een heilloze oorlog, waar we allemaal voor betalen en die de regio instabieler maakt, moeten we terug naar de tekentafel. Alleen daar is ruimte voor de-escalatie. Alleen daar ligt de langetermijnoplossing om Iran van nucleaire bewapening te weerhouden. Alleen daar kan de Straat van Hormuz weer openen, met gedegen afspraken over veilige doorvaart. En nu er weer wordt gesproken, mogen we de dappere Iraniƫrs niet vergeten, want zij stonden niet in het tienpuntenplan waar Trump voor tekende. Laat Europa ervoor zorgen dat zij niet opnieuw van tafel worden geveegd. Zorg dat de golf van executies stopt, dat het internet wordt hersteld en dat er garanties komen voor de veiligheid van vrouwen.

Voorzitter. Die waan van almacht zit ook diep in Netanyahu. In strijd met het staakt-het-vuren en met totale minachting voor onschuldige levens ging Israƫl afgelopen week opnieuw tekeer in Libanon. In tien minuten kwamen meer dan 300 mensen om bij aanvallen op woontorens in Beiroet. Goed om daar eergisteren van deze minister een duidelijke veroordeling van te horen. Ik spoor hem aan om deze regering te houden aan de onderhandelingen in de Verenigde Staten en die ook te goeder trouw te voeren. Tegelijkertijd spoor ik hem ook aan om de Libanese autoriteiten te helpen om Hezbollah keihard aan te pakken en te ontwapenen, want dat is nodig.

De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Mevrouw Van der Werf had het net over "totale minachting van premier Netanyahu voor onschuldige levens". Hoe weet mevrouw Van der Werf wat er in het hoofd van de premier van Israƫl omgaat? Hoe weet zij dat daar totale minachting voor onschuldige levens zou zijn?

Mevrouw Van der Werf (D66):
Ik weet niet of ik serieus moet reageren op deze vraag, maar ik ga een poging doen. Als ik kijk naar de doden die de afgelopen jaren zijn gevallen, de onschuldige levens die het hebben moeten bekopen, dan kan je niet anders dan de conclusie trekken dat de honden geen brood lusten van de manier waarop de regering-Netanyahu huis heeft gehouden, en niet alleen in de Gazastrook.

De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Dat is een interessant antwoord, maar ik taxeer dat inderdaad anders. Weet mevrouw Van der Werf dat juist in de oorlogen die Israƫl de afgelopen paar jaar op verschillende fronten heeft moeten voeren, het aantal burgerslachtoffers afgezet tegen het aantal gedode combattants, de ratio onschuldige burgers versus combattants, extreem laag is en lager dan in elke oorlog die elk ander westers land, inclusief Nederland, heeft gevoerd?

Mevrouw Van der Werf (D66):
Ik zou dit echt willen bestempelen als totaal nepnieuws. Die ratio is totaal disproportioneel. Er zijn ongelooflijk veel mensen onnodig omgekomen bij de aanvallen van deze regering.

De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Natuurlijk is elk onschuldig mensenleven er een te veel. Een oorlog is verschrikkelijk. Dat deel ik met mevrouw Van der Werf, maar de feiten spreken voor zich. Als Amerika een oorlog voert, is de ratio van combattants/soldaten versus onschuldigen veel hoger dan als Israƫl dat doet. Ook bij de oorlogen die Nederland heeft gesteund, is die ratio veel hoger. Kan mevrouw Van der Werf dus aangeven hoe ze daarnaar kijkt? Ze heeft het over minachting, maar juist Israƫl heeft in deze oorlog bewezen hoe je zo voorzichtig mogelijk oorlog voert, vergeleken met andere westerse landen.

Mevrouw Van der Werf (D66):
Israƫl heeft de middelen om heel precies te kunnen aanvallen en als dat waar was, dan had Israƫl het niet nodig gevonden om die woontorens vorige week te bombarderen. Ik denk dat ik het daar maar even bij laat, voorzitter.

De voorzitter:
U vervolgt uw bijdrage.

Mevrouw Van der Werf (D66):
Dan Gaza, waar de bommen blijven vallen. Wie denkt dat Israƫl zich aan het staakt-het-vuren houdt, kijkt weg. En ook op de Westbank gaan kolonisten onverminderd tekeer. Vorige week werden er weer 34 nederzettingen goedgekeurd. De aangekondigde doodstraf zal alleen gelden voor Palestijnen. Maar in tien jaar tijd is er nog geen enkele kolonist veroordeeld voor geweld tegen zijn buren. Een plan uit de koker van Ben-Gvir, die deze morele ondergang ook nog eens vierde als een overwinning. Is de minister het met mij eens dat de indieners van deze wet geen toegang zouden moeten krijgen tot ons land? En is hij bereid om werk te maken van inreisverboden voor Knesset- en regeringsleden van deze partij?

Voorzitter. En dan heb ik het nog niet gehad over de omstandigheden van kinderen. Kinderen in detentie! Het is te gruwelijk voor woorden en ik wil graag snel een beantwoording van dit kabinet van onze Kamervragen hierover.

Voorzitter. De regering-Netanyahu wekt niet eens meer de schijn zich te houden aan het internationaal recht of aan afspraken met de Europese Unie. Het is dan ook tijd om het handelsdeel van het associatieverdrag op te schorten. Dat vindt mijn fractie niet alleen. De wind in Europa begint te draaien; na Spanje, Sloveniƫ en Ierland bewegen ook Frankrijk, Italiƫ en Belgiƫ. Dit is het moment. Is Nederland bereid om zich proactief uit te spreken voor het opheffen van dit hoofdstuk en een kopgroep te vormen met landen die dit ook willen?

De heer Van Baarle (DENK):
Zeer eens met dit gedeelte van het betoog van mevrouw Van der Werf. Het associatieakkoord moet inderdaad worden opgeschort, ten minste het handelsdeel. Het is natuurlijk onderdeel van een pakket aan voorstellen gericht op sancties tegen Israƫl die eerder zijn gedaan door mevrouw Kallas. Daar waren toen meer punten onderdeel van. Nederland heeft er altijd van gezegd dat het in stand moest worden gehouden. Voorbeelden zijn het opschorten van Horizon en het opzeggen van het luchtvaartverdrag met Israƫl. Staat D66 er ook achter dat we ervoor moeten zorgen dat er ook onverkort een Europese meerderheid komt voor die punten?

Mevrouw Van der Werf (D66):
Ja. Ik geloof dat u daar al vaker moties over heeft ingediend en dat wij die ook gesteund hebben.

De heer Van Baarle (DENK):
We kunnen er dus van uitgaan dat op het moment dat er een motie ingediend wordt waarin gezegd wordt dat Israƫl geen onderdeel meer moet zijn van Horizon of dat het luchtvaartverdrag met Israƫl moet worden opgeschort of dat er geen bilaterale fondsen meer vanuit Europa naar Israƫl mogen gaan, D66 die motie in ieder geval zal steunen.

Mevrouw Van der Werf (D66):
Ik ga hier niet op voorhand moties steunen die ik niet heb gezien. De heer Van Baarle weet dat wij vaak voor zijn voorstellen stemmen, maar we zijn het niet over alles op dit dossier honderd procent eens. Ik wil dus ruimte laten om de motie te kunnen lezen.

De voorzitter:
Tot slot.

De heer Van Baarle (DENK):
Mevrouw Van der Werf gaat het voorstel tegemoetzien. Het was best wel een basislijn waarmee mevrouw Kallas op een bepaald moment probeerde om in Europa de handen op elkaar te krijgen voor sancties tegen Israƫl. Het associatieakkoord was een onderdeel van die sancties. Ik zou zeggen: laten we niet het zicht verliezen op de negen andere punten; laten we met elkaar gaan knokken dat die maatregelen tegen Israƫl ook ingevoerd gaan worden.

Mevrouw Van der Werf (D66):
Ik ben het met de heer Van Baarle eens dat wat we de afgelopen maand hebben gezien, alle perken te buiten gaat. Mijn fractie heeft de keuze gemaakt om die maatregel uit te kiezen waarvan wij denken dat die nu het meeste effect heeft, ook al omdat die de meeste kans van slagen heeft, gezien de positie die andere landen in Europa innemen.

De heer Dassen (Volt):
In het betoog van mevrouw Van der Werf noemde zij heel terecht de doodstraf. Zij vroeg het kabinet of we de indieners van die wet de toegang tot Nederland niet zouden moeten ontzeggen en op de sanctielijst zouden moeten plaatsen. Moeten we ook niet de mensen die voor deze wet hebben gestemd hetzelfde ontzeggen en hen ook op de sanctielijst plaatsen?

Mevrouw Van der Werf (D66):
Ja, dat zou kunnen. Ik heb gekeken naar een voorstel waarvan ik dacht dat het hier misschien op een meerderheid zou kunnen leunen. Als de heer Dassen een ander voorstel heeft, is dat aan hem.

De heer Dassen (Volt):
Goed om te horen dat mevrouw Van der Werf daar ook voorstander van is; dat lijkt me belangrijk. Dan nog een volgende vraag. We hebben het veel over de illegale nederzettingen en het geweld dat daar nog steeds plaatsvindt. Ik weet dat D66 er ook altijd voorstander van is geweest om daar maatregelen tegen te nemen. Nou is het zo dat wij Nederlands belastinggeld geven aan een bedrijf dat daar nog steeds zeer actief is, Booking.com. Het gaat om wel 600 miljoen per jaar. Is mevrouw Van der Werf het met mij eens dat het niet zo kan zijn dat we belastingvoordelen geven aan een bedrijf dat eigenlijk die illegale nederzettingen in stand houdt?

Mevrouw Van der Werf (D66):
Ja, dat ben ik zeker met de heer Dassen eens. Ja. Ik geloof ook dat het kabinet werkt aan die handelsmaatregelen op de nederzettingen. Dat is dus onderweg.

De voorzitter:
Tot slot.

De heer Dassen (Volt):
Dat is dus een verschil, dus …

Mevrouw Van der Werf (D66):
Dat klopt.

De heer Dassen (Volt):
Wat het kabinet nu aan het doen is, is hartstikke goed, maar daar valt dit niet onder. We kunnen dit nu al meteen inzetten. Daarom wil ik eigenlijk het kabinet vragen om te stoppen met het geven van belastingvoordelen, subsidies aan Booking.com, omdat zij op de zwarte lijst van de Verenigde Naties staan. Ik vind het onverteerbaar. Dat staat los van de wet waar het kabinet nu mee bezig is.

Mevrouw Van der Werf (D66):
Ik heb net al een reactie gegeven op de heer Dassen.

De heer Stoffer (SGP):
Tot mijn grote ontsteltenis zag ik vandaag dat D66 samen met het CDA ook een motie heeft ingediend om het handelsdeel van het associatieverdrag met Israƫl teniet te doen. Mijn vraag is: wat beoogt D66 daarmee? Wat moet het resultaat worden als dit in gang wordt gezet? Wat moet Israƫl doen om dit te voorkomen? Wanneer wordt die blokkade, die opheffing weer tenietgedaan? Zou D66 daar misschien helderheid over kunnen geven?

Mevrouw Van der Werf (D66):
De reden voor dit voorstel is een optelsom van een aantal zaken. Enerzijds is dat wat er de afgelopen weken is gebeurd, namelijk die 34 nieuwe nederzettingen, het instellen van de doodstraf en de manier waarop de regering-Netanyahu tekeer is gegaan in Libanon. Wij vinden dat dat steeds verder weg beweegt van de tweestatenoplossing. Daar hebben we het eerder vandaag ook al over gehad. Ik denk dat dat de enige route is naar een duurzame vrede. Ik denk dat we dat ook zullen moeten nastreven. Als deze maatregelen nodig zijn om de regering tot een andere route te bewegen, dan nemen wij die graag.

De heer Stoffer (SGP):
Qua inhoud is het op zich helder. Gezien de hele constellatie waarin Israƫl nu zit, met oorlog enzovoorts, vraag ik mij af of het reƫel is om dit nu te vragen. Maar goed, daar kunnen we een andere beoordeling van hebben. Dan heb ik toch de vraag: heeft D66 nog wel de kwalificatie dat Nederland een bondgenoot is van Israƫl?

Mevrouw Van der Werf (D66):
Ik denk dat het zeer reƫel is om dit nu op tafel te leggen. Ik gaf net in mijn spreektekst al aan dat andere landen nu ook beginnen te schuiven. Daarom denk ik dat je heel nadrukkelijk dit moment moet kiezen om dit nogmaals in Europa met elkaar te bespreken.

De voorzitter:
Tot slot.

De heer Stoffer (SGP):
Dat was geen antwoord op mijn vraag. Ik vroeg of D66 vindt dat er nog steeds sprake is van een bondgenootschap tussen Israƫl en Nederland. Dat was mijn concrete vraag.

Mevrouw Van der Werf (D66):
Als je als landen onderling bondgenoten bent, moet je ook bereid zijn om maatregelen te nemen wanneer het andere land zo ver gaat dat je je daar niet op die manier meer toe wilt verhouden. Dat is de reden voor dit voorstel.

De heer Stoffer (SGP):
Voorzitter. Ik kreeg op mijn tweede vraag geen antwoord.

De voorzitter:
Ik was ook heel streng voor mevrouw Keijzer, dus dat ben ik ook voor u, meneer Stoffer. Het woord is aan meneer Ceder.

De heer Ceder (ChristenUnie):
We gaan binnenkort in de Kamer de vernieuwde sanctiewetgeving behandelen. Dit raakt wel aan de kern van de vraag of wij in de Kamer dit middel nog goed gebruiken. Eigenlijk misbruiken we het om interne, nationale behoeftes te bevredigen en leidt het niet per se tot het resultaat dat we willen. Mevrouw Van der Werf en ik staan aan dezelfde kant als het gaat om het bewerkstelligen van vrede in het Midden-Oosten. In de optelsom van de afgelopen twee jaar in de EU taxeren we de stappen anders. Er zijn vele moties aangenomen. Nationaal zijn er sancties ingesteld. Er zijn afspraken gemaakt ten aanzien van humanitaire hulp aan Gaza. Een aantal staten hebben het besluit genomen om Palestina te erkennen; ik weet dat D66 dat ook wil. Al die stappen hebben juist gezorgd voor vervreemding en een EU die aan de zijlijn staat van een oplossing. Mijn vraag is, in navolging van de heer Stoffer, wanneer die sancties opgeheven kunnen worden. Dat vraag ik omdat er een juridische toets achter zit. Die moet minister Berendsen maandag gaan verdedigen. Ook D66 moet klip-en-klaar kunnen aangeven wanneer het doel is bereikt waardoor opheffing kan worden verleend.

Mevrouw Van der Werf (D66):
Wanneer er betekenisvolle stappen de andere kant op zullen worden ondernomen.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Dit is vrij ingewikkeld. De grootste partij van het land stuurt de minister van Buitenlandse Zaken naar andere ministers van de EU toe en zegt: wanneer er betekenisvolle stappen gezet worden, zijn wij bereid het standpunt te hervatten. Wat zijn "betekenisvolle stappen"? Mijn conclusie is dat sanctiewetgeving daarmee gepolitiseerd wordt. Die wordt daardoor niet alleen ineffectief, maar heeft ook het tegenovergestelde effect. Een voorbeeld is dat toen een aantal landen en een aantal fracties zeiden het voornemen te hebben om de staat Palestina te erkennen, de heer Smotrich, waar ik geen fan van ben, kort daarna als reactie de sancties op het gebied van nederzettingen, waar daarvoor een status-quo was, juist heeft versneld.

De voorzitter:
Wat is uw vraag?

De heer Ceder (ChristenUnie):
Mijn vraag is of D66 wel realistisch genoeg kijkt naar de geopolitieke samenstelling. Als we dit maandag doen, is D66 er dan echt van overtuigd dat de-escalatie en vrede dichterbij zijn? Gelooft u dat?

Mevrouw Van der Werf (D66):
Ik denk dat je juist kan constateren dat de stappen die hiervoor zijn gezet niet het gewenste effect hebben gehad. De heer Ceder moet ook niet doen alsof deze discussie helemaal nieuw is. Ook minister Van Weel van het vorige kabinet heeft dit geregeld op tafel gelegd. Mijn punt is dat het, vanwege de gebeurtenissen van de afgelopen maand — dat heb ik net ook al tegen de heer Stoffer gezegd — en het feit dat een aantal landen hierop lijken te bewegen, een goed moment is om dat nogmaals met Europese partners te bespreken.

De voorzitter:
Afrondend.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Ja, afrondend. De kwalificatie "betekenisvolle stap" is geen juridische term. Sancties kunnen aangevochten worden. We sturen minister Berendsen met een rare, misschien wel amateuristische, opdracht naar zijn collega's. Als ik mevrouw Van der Werf in haar eerdere interruptiedebat met de heer Stoffer goed begrijp, zouden dit betekenisvolle stappen richting een tweestatusstelsel moeten zijn. D66 heeft er al eerder voor gepleit om de staat Palestina te erkennen. Ik heb aangegeven dat daar een concept voor ligt, gemaakt door de PA, waarbij shariawetgeving onderdeel zou moeten zijn van de grondwet en van die staat ...

De voorzitter:
Uw vraag.

De heer Ceder (ChristenUnie):
... of dat nou ƩƩn grote staat is of dat het twee staten zijn. Is dat volgens mevrouw Van der Werf ook het pad waar die tweestatenoplossing en de rol van PA in Palestina naartoe zou moeten gaan, met de shariawetgeving als een van de primaire bronnen?

Mevrouw Van der Werf (D66):
Ik heb het stuk van de heer Ceder niet gelezen, maar met alle excuus daarvoor: daar ga ik niet op reageren.

De heer Hoogeveen (JA21):
Ik wilde toch even doorgaan op de reden waarom D66 vindt dat we het associatieakkoord met Israƫl moeten opschorten, in ieder geval het handelsdeel. Is D66 ook niet van mening dat als we dat opschorten, we juist alle vormen van dialoog en van leverage verliezen als we met de Israƫlische regering in gesprek willen gaan over precies de punten waar mevrouw Van der Werf zojuist zei tegen te zijn?

Mevrouw Van der Werf (D66):
Dat zou waar zijn, als dat gesprek niet al vaker was gevoerd, als die pogingen niet al waren gedaan. Als ik kijk naar de huidige opstelling van de regering-Netanyahu — in Libanon totaal disproportioneel geweld, 34 nieuwe nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever, nog altijd onvoldoende humanitaire toegang tot Gaza en dan heb ik het nog niet over die discriminerende doodstrafwet — dan denk ik dat je de conclusie moet trekken dat er blijkbaar nog geen middel is geweest waar deze regering gevoelig voor is. Wij hebben ons hierover al vaker uitgesproken. Ik vind dat je dan nogmaals een ronde zou moeten maken om te kijken: kan ik nu wel wat bereiken?

De heer Hoogeveen (JA21):
Op zich helder. Alleen, ik vind dat moeilijk te rijmen met een debat dat we een aantal maanden geleden hebben gehad. Ik weet nog dat het daarin ging over het handelsakkoord met de Verenigde Arabische Emiraten. U kreeg toen de hele linkse Kamer over zich heen, juist omdat u zei: we moeten in gesprek blijven met de Emiraten, we moeten ervoor zorgen dat als we al iets willen veranderen in dat land of als we de regering, het regime of wat dan ook dat daar zit, richting onze kant willen krijgen, we juist in gesprek moeten blijven en het handelscomponent, ook gezien onze geopolitieke belangen, daarvan los moeten zien.

Mevrouw Van der Werf (D66):
Ik zie de handelscomponent daar niet los van.

De voorzitter:
Afrondend.

De heer Hoogeveen (JA21):
Dat was juist precies de discussie toentertijd. De discussie was: de Verenigde Arabische Emiraten hebben ook de doodstraf, de Verenigde Arabische Emiraten zijn naar verluidt ook bezig in Sudan. Toen kreeg u de hele linkse Kamer over zich heen en zei u: nee, we moeten juist gesprekken voeren, we moeten juist ervoor zorgen dat het land via de handelscomponent binnen onze invloedsfeer blijft. Maar nu bij Israƫl zegt u eigenlijk het tegenovergestelde.

Mevrouw Van der Werf (D66):
Ik denk dat de heer Hoogeveen hier echt appels en peren met elkaar aan het vergelijken is. Daarbij zeg ik nog dit. Het feit dat je het handelshoofdstuk zou opschorten, betekent natuurlijk niet dat je dat niet ooit zou kunnen terugdraaien of dat je daarnaast geen diplomatieke relatie met een land kunt hebben.

De voorzitter:
Was u aan het einde gekomen van uw bijdrage? Nog niet? Wilt u dan afronden?

Mevrouw Van der Werf (D66):
Voorzitter, tot slot. Wij hebben de plicht om iedereen in de regio te beschermen tegen de waan van de almacht, ook de Koerden, de jezidi's en andere minderheden wier veiligheid en vrijheid onder druk staan. Dat moet de inzet zijn van dit kabinet om de mensenrechten van iedereen te verdedigen en te beschermen.

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Van der Werf. Het woord is aan mevrouw Teunissen voor haar inbreng namens de Partij voor de Dieren. Voor het spoorboekje van de avond: ik stel voor om na de eerste termijn van de Kamer te schorsen voor het diner en na die pauze de beantwoording door de minister van Buitenlandse Zaken te laten plaatsvinden. Ga uw gang, mevrouw Teunissen.

Mevrouw Teunissen (PvdD):
Dank u wel, voorzitter. De genocide tegen de Palestijnse bevolking gaat door. Sinds het zogenaamde staakt-het-vuren zijn meer dan 730 Palestijnen door het Israƫlische leger vermoord, waaronder Ritaj Rihan, een 9-jarig meisje. Ze werd gedood terwijl ze in een klaslokaal zat. Israƫl blokkeert de toegang voor hulporganisaties tot Gaza en maakt hulporganisaties verdacht. Israƫl komt straffeloos weg met het doden van journalisten en hulpverleners. De illegale bezetting van land en het geweld tegen Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever zijn het ergst in twintig jaar. Israƫl heeft een racistische doodstrafwet ingevoerd waardoor alleen Palestijnen zonder eerlijk proces en zonder mogelijkheid tot hoger beroep kunnen worden opgehangen. Ben-Gvir heeft zijn apartheidssysteem tegen de Palestijnen verder geperfectioneerd en met trots draagt hij het gouden speldje met een strop.

Voorzitter. Sinds het rapport van Save the Children is uitgekomen, weten we nog duidelijker dat het Israëlische leger Palestijnse kinderen martelt, seksueel mishandelt en uithongert. Israël weigert onafhankelijke waarnemers in de gevangenissen toe te laten. De kinderen zitten daar volledig geïsoleerd en worden blootgesteld aan extreem geweld: geschopt, bedreigd, uitgehongerd, vernederd. Laat dit even tot u doordringen. Het is afschuwelijk en verwerpelijk. Nederland heeft de plicht om direct in te grijpen, om maximale druk uit te oefenen op Israël en om zo een einde te maken aan de schendingen van het internationaal recht en de straffeloosheid. Maar het kabinet wacht keer op keer af; het wacht af en kijkt toe. Het is schaamteloos. Het is tot nu toe allemaal vruchteloos gebleken om Israël te blijven aanspreken en diplomatieke inspanningen te plegen. Er is nog geen enkele extra maatregel genomen door het nieuwe kabinet. Dit kabinet worstelt zelfs al met het bestaande standpunt van het vorige kabinet om het EU-associatieverdrag op te schorten.

Voorzitter. Gaat het kabinet nu eindelijk die rode lijn trekken of blijft het afwachten? Gaat de minister de Israƫlische ambassadeur ontbieden vanwege de doodstrafwet voor Palestijnen? Wanneer komt het verbod op handel met illegale nederzettingen? Is dat verbod inclusief investeringen van financiƫle instellingen?

Voorzitter. We gaan ervan uit dat Nederland zich inzet om artikel 2 van het EU-associatieverdrag met Israƫl op te schorten. Nederland is namelijk de grootste investeerder in Israƫl van heel Europa. En ja: de Partij voor de Dieren zou liever nationale economische sancties willen, want dat is het drukmiddel waarmee je kunt zeggen dat die doodstraf nu van tafel moet en moet worden ingetrokken. Maar dat is niet zo eenvoudig, want daarvoor zijn we afhankelijk van de EU. Het is daarom des te belangrijker dat we nu een meerderheid voor elkaar krijgen om inderdaad dat EU-associatieverdrag op te schorten, of in ieder geval artikel 2.

Voorzitter. Dan kom ik op het afbouwen van de defensie-afhankelijkheid van Israƫl. Italiƫ heeft nu het defensieverdrag opgezegd. Hoe staat het met de uitvoering van onze aangenomen motie om de Nederlandse afhankelijkheid van Israƫlische wapens en ander defensiematerieel af te bouwen? Welke stappen gaat het kabinet zetten om maximale druk uit te oefenen om de toegang van het internationale Rode Kruis tot gevangenissen van het Israƫlische leger te forceren? Is de minister bereid om eindelijk de Palestijnse Staat te erkennen, omdat er, in de woorden van de heer Jetten, anders niets meer te erkennen valt? Die urgentie is alleen maar toegenomen door de 34 extra illegale nederzettingen. Welke stappen gaat Nederland zetten om Israƫl voor het Internationaal Gerechtshof te dagen voor het niet-naleven van het VN-antifolterverdrag? Er worden immers kinderen gemarteld. Daar moet actie op komen.

Voorzitter, tot slot. Het enige wat wij aan het kabinet vragen, is om nou eens te laten zien dat Nederland het internationaal recht respecteert, bevordert en implementeert.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Teunissen. Het woord is aan de heer Dekker namens Forum voor Democratie in de eerste termijn.

De heer Dekker (FVD):
Voorzitter. Lange tijd heb ik in de veronderstelling verkeerd dat de instabiliteit in het Midden-Oosten, die op diverse terreinen ongunstig is voor Nederland, uiteindelijk wordt veroorzaakt door autocratische, overwegend islamitische staten, met daar middenin Israƫl als democratische oase en als enige bruggenhoofd van het moderne Westen, dat zich met steun van de Verenigde Staten en de rest van het Westen manmoedig teweerstelt tegen een irrationale en agressieve omgeving. Het is dus onze heilige plicht, zo was mijn overtuiging, om Israƫl te steunen en te beschermen, ook om uiteindelijk niet zelf te worden overlopen door islamitische migranten met dezelfde ongegronde haat. Dit is mij met de paplepel ingegoten.

Voorzitter. Dit wereldbeeld is geleidelijk gekanteld. De gebeurtenissen van 7 oktober, waarbij Palestijnen vanuit Gaza ongezien door de grens met Israƫl braken en ter plaatse dood en verderf zaaiden, waren schokkend, maar leken juist benut te worden als rechtvaardiging voor ongekend grootschalige Israƫlische wreedheden en vernietiging in Gaza, met tienduizenden burgerslachtoffers en totale verwoesting van de civiele infrastructuur tot gevolg. Dat terwijl deze schokkende gebeurtenis ook het begin had kunnen vormen van echte, fundamentele besprekingen. De initiƫle sympathie voor Israƫl als slachtoffer op 7 oktober is wereldwijd omgeslagen in ontzetting en woede over de schaal van het Israƫlisch daderschap. De situatie in Libanon vandaag lijkt hier helaas veel op. Ook hier ongekend wrede vernietiging van burgerdoelen, omdat het Hezbollahschuilplaatsen zouden zijn. Zelfs het gebruik van mensonterende fosforbommen wordt niet geschuwd.

Dan Iran. Dit land wordt al lange tijd door het Westen op alle denkbare manieren gesanctioneerd, geboycot en bestreden, met als belangrijkste reden dat Iran op het punt zou staan om een atoombom te vervaardigen. Dat zou ook voor Nederland bedreigend zijn. Maar de aantijging dat een Iraanse atoombom een kwestie van weken is, bestaat al sinds de jaren negentig en wordt door Iran steevast ontkend. De belangrijkste principiƫle opponent tegen een atoombom was hierbij de supreme leader Khamenei zelf. Die is nota bene als eerste in de oorlog gericht door Israƫl vermoord.

De nucleaire site zou bovendien in 2025 succesvol zijn obliterated, volgens de Amerikanen. Ook hoge Amerikaanse functionarissen zoals Tulsi Gabbard en Joe Kent hebben verklaard dat er geen aanwijzingen zijn voor het bestaan van een Iraans nucleair militair programma. Denkt de minister niettemin dat Iran een nucleair gevaar vormt voor Nederland? Of worden de Verenigde Staten, en wij in hun kielzog, voor het Israƫlische karretje gespannen? De uitspraak van de minister van Buitenlandse Zaken Marco Rubio dat de Israƫlische aanval op Iran de aanleiding vormde voor Amerikaans optreden toont dat aan.

Daarbij lijkt het dus het uiteindelijke doel om, evenals dat met onder andere Syriƫ en Irak is gebeurd, een potentiƫle tegenstrever van Israƫl in de regio definitief uit te schakelen, te vernietigen. Het principe van het recht om als eerste aan te vallen en dat verdediging te noemen is een Israƫlisch-Amerikaans handelsmerk geworden: pre-emptive strike. Een simpele benaming voor dat gedrag is agressie. Het lijkt er sterk op dat Israƫl, in ieder geval de regering-Netanyahu, helemaal niet op zoek is naar vrede in de regio, maar naar overheersing daarvan. De droom van Groot-Israƫl: van de Nijl tot de Eufraat.

Voorzitter. Wij zijn er inmiddels van overtuigd dat de bedreiging die Israƫl voelt, grotendeels het gevolg is van zijn eigen handelen, met in zijn kielzog dat van de Verenigde Staten. Nederland moet de huidige Amerikaans-Israƫlische politiek van geweld en onderhandelingen te kwader trouw niet steunen. Iran vormt voor Nederland geen gevaar.

De voorzitter:
Was u daarmee aan het einde gekomen van uw inbreng?

De heer Dekker (FVD):
Ik heb nog een klein beetje.

De voorzitter:
Ik stel voor dat u dat afrondt. Daarna geef ik ruimte voor interrupties.

De heer Dekker (FVD):
De weg naar vrede in het Midden-Oosten en daarmee naar het creƫren van een stabiliteit die in het Nederlandse belang is, zal moeten verlopen via diplomatie. Een radicale verandering en inperking van de Israƫlische ambities en aanpak en een volwassen tweestatenoplossing zijn daarvoor onontbeerlijk. De huidige explosieve patstelling waaraan geen van de partijen zich kan onttrekken, biedt de unieke gelegenheid voor radicale oplossingen.

Dank u wel.

De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Ik moet even denken hoe ik dit nou ga aanpakken. Ik begrijp het nooit helemaal goed. Forum voor Democratie zegt altijd aan de ene kant een beetje "laisser-faire": wat betreft ons buitenland kijken we vooral naar het Nederlandse belang; we doen aan realpolitik. Met Israƫl lijkt het echter wel, ook weer in dit debat, alsof Forum en de heer Dekker en heel andere afslag nemen. Op dat gebied zeggen ze eigenlijk: er moet een tweestatenoplossing komen. Ik heb Forum nog nooit gehoord over oplossingen voor hoe je de problemen in Syriƫ, Iran of Irak moet oplossen, maar voor Israƫl weet Forum precies wat er moet gebeuren. Kan de heer Dekker dus aangeven waarom Forum het wat sommige landen in het Midden-Oosten betreft heeft over realpolitik, laisser-faire en fiere Houthi's, maar wat Israƫl betreft een heel andere afslag neemt?

De heer Dekker (FVD):
Dat is een goede vraag. Israƫl heeft voor ons toch een hele andere betekenis dan landen van een andere orde. Zoals ik beschreef, zagen wij Israƫl eigenlijk altijd als onze dependance in het Midden-Oosten, als ik het zo mag zeggen, waar de westerse waarden en normen per saldo werden vertegenwoordigd in een zee van autocratische islamitische staten. Onze behandeling of beoordeling van de situatie in Israƫl is daarmee dus anders dan van die in Irak, Iran, Kazachstan of waar dan ook. Het is eigenlijk de vriendschap met Israƫl die ons motiveert om daar toch wat meer van te vinden dan in het geval van China.

De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Dank voor het antwoord. Ik zou ook graag aan de heer Dekker willen vragen: is het ook een optie in het denken van de heer Dekker en van Forum dat Israƫl misschien vecht voor zijn bestaan en zich verdedigt tegen barbaarse terroristen die elke dag onschuldige vrouwen en kinderen die in Israƫl woonachtig zijn, willen vermoorden, dat Israƫl zich daar zo goed en zo kwaad als dat kan, tegen probeert te verdedigen en dat het net als elk volwassen democratisch land de eigen burger probeert te beschermen tegen barbaren?

De heer Dekker (FVD):
Dat was natuurlijk jarenlang het standpunt dat wij ook innamen, maar in toenemende mate zien we dat er wordt gehandeld met de logica: iedere partij die op termijn een bedreiging zou kunnen zijn voor Israƫl, kunnen we beter bij voorbaat al aanvallen. Dat noemde ik ook even. Dat is dus de pre-emptivestrikegedachte. Dan wordt het wel heel erg opgerekt om te zeggen: ik wil mij veilig voelen; iedereen die mij op termijn potentieel misschien onveilig zou kunnen maken, ga ik nu maar vast beetpakken. Dat is niet de manier van doen. Dat is waar wij een grens trekken.

De heer Stoffer (SGP):
Ik hoorde de heer Dekker spreken over een Groot-Israƫlgedachte. Ik meen dat hij zei: van de Nijl tot de Eufraat. Waar haalt hij die inzichten vandaan? Ik heb ze namelijk nog nooit ergens gezien.

De heer Dekker (FVD):
Deze uitspraak is een aantal keer, in meerdere toespraken, gedaan door de heer Smotrich, die toch een van de exponenten is in de staat Israƫl. Er bestaan zelfs ook van die patches voor op je schouders voor Israƫlische soldaten waarop die kaart getekend wordt. Maar van de uitspraken van de heer Smotrich heeft Netanyahu gezegd dat hij daar wel enige sympathie voor heeft. Met andere woorden: het Groot-Israƫldenken, dat onlangs ook uitgebreid in het interview met Huckabee en Tucker Carlson voorbijkwam, bestaat. Het is weliswaar geen formeel overheidsbeleid, maar het zit er wel dicht tegenaan.

De heer Stoffer (SGP):
Ik begrijp dat de heer Dekker daar op basis van allerlei geruchten wat van maakt en dat dat ook aanleiding geeft om een totaal andere visie op IsraĆ«l te ontwikkelen. Hij heeft het telkens over "potentiĆ«le vijanden", maar heeft de heer Dekker wel in de gaten dat als die Iron Dome er niet was geweest boven IsraĆ«l, IsraĆ«l ook voor 7 oktober 2023 gewoon iedere dag ongeveer kapotgebombardeerd zou zijn? De granaten vanuit de Gazastrook kwamen iedere dag volop op IsraĆ«l af. Vanuit de kant van Hezbollah kwam er iedere week van alles op IsraĆ«l af. Ook nu is dat nog het geval. Zonder Iron Dome zou IsraĆ«l … Groot-IsraĆ«l … Nou, het is een heel klein IsraĆ«l. Het past geloof ik wel twee keer in Nederland, als je de kaart erbij pakt. IsraĆ«l wordt niet in de toekomst een beetje belaagd; IsraĆ«l wordt al zolang het bestaat belaagd, en nu nog steeds. In de toekomst wordt het niet minder. Als dit bij ons zou spelen met de Duitsers en de Belgen, dan zou ik het wel weten. Heeft de heer Dekker die inzichten niet?

De heer Dekker (FVD):
Dit is natuurlijk een beetje een kip-eiprobleem. Er zijn allerlei gevechtshandelingen en allerlei schermutselingen aan de grens. Die vinden al jaren plaats. Je kunt helemaal teruggaan naar de start van Israƫl en wat er gebeurde in de verschillende oorlogen die er gestart zijn, zowel door de buren als door Israƫl zelf. Dat geeft spanning. Die spanning is voortdurend aan de orde. Ik stel alleen vast dat de mate waarin Israƫl zeker de laatste tijd hierop reageert, buitenproportioneel is.

De voorzitter:
Afrondend, kort en bondig.

De heer Stoffer (SGP):
Ik zou dan toch graag van de heer Dekker willen weten wat hij dan een proportionele reactie van Israƫl zou vinden. Wat zouden ze dan nu moeten doen, met Hamas, Hezbollah en Iran, die aan alle kanten maar ƩƩn ding voor ogen hebben, namelijk Israƫl vernietigen? Wat zou dan proportioneel zijn?

De heer Dekker (FVD):
Als je aan het onderhandelen bent en je tijdens de onderhandelingen de belangrijkste onderhandelaar vermoordt, dan ben je wat mij betreft niet te goeder trouw aan het onderhandelen. Dat is wel wat Israƫl doet, in dit geval dan met Hamas. Ik vind dat buitenproportioneel. Ik vind dat niet in overeenstemming met de waarden die we volgens mij vanuit Europa in Israƫl dachten te zien. Dat is de reden dat wij wat feller op deze onderwerpen zijn gaan zitten.

De voorzitter:
Ik dank de heer Dekker en geef het woord aan de heer Ceder … O, de heer Ceder heeft een interruptie. Ik wilde u het woord geven voor uw spreektijd, maar u heeft nog een interruptie.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Als het mag, voorzitter.

De voorzitter:
Nou, vooruit, als u het kort houdt.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik zat te luisteren en ik dacht: waarom vind ik deze toespraak zo bijzonder? Dat komt omdat dit volgens mij de eerste keer is dat ik in ieder geval de heer Dekker zo goed de kaarten hoor neerleggen ten aanzien van hoe zij naar het Midden-Oosten kijken. Vandaar even een aantal verhelderende vragen. Wat het Iraanse regime betreft: er is een diaspora in Nederland, maar ook internationaal en in het land zelf, die echt het gewicht, het juk, van het ayatollahregime ervaart. Ik begrijp dat de heer Dekker zich afzijdig wil houden vanuit het Nederlandse belang, maar is de heer Dekker wel van mening dat dat ayatollahregime eigenlijk onwenselijk is en het voor de stabilisatie goed zou zijn als diezelfde mensen niet meer aan de macht zouden zijn? Ik ben even benieuwd hoe u dat ziet.

De heer Dekker (FVD):
Dan kom je op het de maat nemen van andere landen. De omgeving van Iran is, denk ik, niet een land waar ik in zou willen wonen, want er gelden hele andere normen en waarden dan ik gewend ben. Er zijn overigens ook hele andere spanningsvelden, waar je dan weer anders op reageert. Hiervoor hadden we de sjah, de Pahlavi-vader, zal ik maar zeggen. Toen was Iran een politiestaat. Na de revolutie is het nu een ander soort staat geworden, met een zwaardere religieuze inslag. Ik heb daar niet echt een mening over. Ik ben daar eigenlijk neutraal in. Er zijn ongetwijfeld allerlei dingen op aan te merken, maar dat is er op alle landen.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Dank voor de verheldering van het standpunt. Ik heb nog even een vraag over de tweestatenoplossing voor IsraĆ«l en Palestina, waar Forum voor Democratie voor staat. Mijn vraag is — dat heb ik ook aan andere partijen gevraagd; ik probeer even te kijken hoe Forum erin staat — of het nog uitmaakt hoe de staatvorm van Palestina eruitziet. Er ligt een conceptwet waarin staat dat shariawetgeving als primaire bron ingevoerd zou moeten worden. Christenen komen voor in de conceptwet, net als Arabieren en moslims, maar Joden worden in het document helemaal niet genoemd. Zegt u ook "wij willen een tweestatenoplossing; als dat zo is, het zij zo"? Of heeft u daar nog opvattingen over?

De heer Dekker (FVD):
Ik zeg inderdaad in hoge mate "het zij zo". Wat ik wel wil benadrukken, is dat de onoplosbaarheid van de huidige situatie in het Midden-Oosten uniek is. Geen enkele partij kan zich daarvan terugtrekken. Als er een gelegenheid is waarbij alles vloeibaar wordt, zal ik maar zeggen, omdat de druk gigantisch is en niemand, ook niet de Verenigde Staten, zich zomaar kan terugtrekken, dan is dat nu. Dan kun je in de meest denkbare vrijheid tot een design van de ideale statelijke omgeving komen.

De voorzitter:
Afrondend.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Tot slot, voorzitter. Oost-Jeruzalem wordt tot de staat Palestina gerekend. Dat is de oude stad, de Klaagmuur, de stad van David. Ik weet niet of u er ooit bent geweest. Als ik die grondwet goed lees — maar ik weet niet of ik het goed gelezen heb — is Oost-Jeruzalem in ieder geval voor Joodse inwoners niet bewoonbaar en niet meer toegankelijk. Is dit voor Forum dan nog een punt waarvoor zij opkomt? Of zegt u: nou ja, het zij zo?

De heer Dekker (FVD):
Ik heb die grondwet niet gelezen. In mijn oren klinkt dit als ongewenst, maar ik vind het nogal ver gaan om daarin te treden.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Dekker. Ik nodig de heer Ceder uit voor zijn eerste termijn namens de fractie van de ChristenUnie.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Voorzitter. De crisis in het Midden-Oosten gaat in de kern over onrechtvaardig en gemankeerd leiderschap en de gevolgen daarvan. Aan meerdere kanten worden door leiders al lang keuzes gemaakt die het conflict verergeren in plaats van oplossen. Ik licht er een aantal uit.

Laat ik beginnen bij Israƫl, een land dat al sinds zijn bestaan omringd is door vijanden en zich dus altijd moet kunnen blijven verdedigen. De regering-Netanyahu vertoont echter gemankeerd leiderschap. Premier Netanyahu is, om politiek in het zadel te blijven, politieke allianties aangegaan met uiterst radicale partijen. Dat heeft bijgedragen aan het klimaat waarin onrecht onvoldoende wordt begrensd. De regering is verhard. Het geweld door extremistische kolonisten neemt toe, de humanitaire situatie in Gaza is nog steeds erbarmelijk en de coalitie wist de verschrikkelijke doodstrafwet erdoorheen te jassen met een galgenspeldje op het shirt gepind en een champagnefles die klaarstond om opengetrokken te worden. Het is beschamend.

De Israƫlische oppositieparlementariƫr en voormalig premier Lapid zei het naar mijn mening treffend tijdens de behandeling van die doodstrafwet. "De regering blijft ons maar vertellen dat we de machtigste natie in het Midden-Oosten zijn. Daar ben ik het mee eens, maar waardoor zijn we zo geworden? Door een cultuur van dood of door ons geloof in het leven? Door de rituelen ter ere van de dood of door ons geloof in het leven? 'Ik heb u leven en dood gegeven, zegen en vloek voorgehouden en u zult het lieven kiezen'." Daarmee werd gerefereerd aan de Bijbel, Deuteronomium 30 vers 19.

Voorzitter. Men weet dat de ChristenUnie staat voor het bestaansrecht van IsraĆ«l. Dat zullen we ook blijven doen, maar dit roer moet om. De IsraĆ«lische regering moet voor leven blijven kiezen. Uit Zuid-Libanon bereiken ons signalen van doodsangsten onder burgers in dorpen. Laat helder zijn: Hezbollah, gesteund door Iran, vormt al decennialang een ernstige dreiging voor IsraĆ«l en heeft de Libanese bevolking willens en wetens in het conflict meegetrokken. Tegelijkertijd moeten we constateren dat de schaal waarop IsraĆ«l militair optreedt, steeds moeilijker te rijmen is met het beginsel van proportionaliteit. Daarom heb ik de volgende vragen aan het kabinet. Welke rol gaan Nederland en de EU spelen bij de huidige gesprekken die, hoop ik, tot vrede leiden tussen IsraĆ«l en Libanon? Daarnaast slaagt de internationale gemeenschap er al bijna twintig jaar niet in om uitvoering te geven aan de VN-resolutie en Hezbollah effectief te ontwapenen — een deel van het probleem. Hoe reflecteert de minister daarop?

Voorzitter, dan een ander gemankeerd leiderschap, dat van Iran. Het Iraanse regime draagt direct en via proxy's al decennialang bij aan instabiliteit en geweld in de regio. Tegelijkertijd zijn tienduizenden eigen burgers in een paar dagen op brute wijze vermoord. Dit regime kiest niet voor leven, maar voor dood en verderf in de regio en heeft al vele doden meegetrokken in zijn verwoestende dorst naar destabilisatie. Wat is de inzet van de minister om te voorkomen dat dit verschrikkelijke regime straks in ieder geval sterker uit de strijd zal komen? Is het kabinet nog steeds van mening dat de huidige regering, het ayatollahregime, onwenselijk is?

Voorzitter. Dan het leiderschap van de Europese Unie. Dat is ook gemankeerd. Na drie jaar van woorden, moties, stappen en sancties moeten we constateren dat die niet het gewenste effect hebben gehad. Sterker nog: laten we eerlijk zijn, de EU staat aan de zijlijn, en niet voor de eerste keer. We zijn niet betrokken bij vredesonderhandelingen en dat roept fundamentele vragen op. Is de huidige EU-aanpak effectief genoeg? Zijn sancties nog wel een middel om een doel te bereiken of dreigen ze een doel op zich te worden? Graag een reflectie.

Volgens mij moeten we kritisch zijn en druk uitoefenen waar nodig, in EU-verband gezamenlijk optrekken, maar ook kijken waar je het diplomatieke gesprek kan blijven voeren wanneer dit nodig is om onze doelen te bereiken. Is de minister het met me eens dat dat diplomatieke gesprek de bron zou moeten zijn voor onze omgang met Israƫl?

Voorzitter. De leiders van de Palestijnen. Opnieuw bereikte ons het bericht dat Hamas, in strijd met de afspraken voor het vredesplan, ontwapening afwijst. Wat betekent dit voor de inzet van de minister ten aanzien van het vredesplan voor Gaza?

Tot slot. De ChristenUnie streeft naar vrede in het Midden-Oosten. Daar hoort bij dat we de wereld zien zoals ze is en niet zoals we willen dat ze is. Ik sluit af met diezelfde woorden: "Ik heb u leven en dood, zegen en vloek voorgehouden; kies dan voor het leven". Ik hoop dat elke leider zich dat de komende tijd aantrekt. Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Ceder. Het woord is aan de heer Van Lanschot, namens het CDA in de eerste termijn.

De heer Van Lanschot (CDA):
Dank, voorzitter. Het Midden-Oosten staat opnieuw in brand, en gewone mensen betalen de hoogste prijs in Iran, in Libanon, in Israƫl en in de Palestijnse gebieden. Voor het CDA staat vast dat we niet aan de zijlijn moeten blijven staan, maar moeten blijven werken aan een politiek van macht en moraal.

Laat ik beginnen met Iran. Het Iraanse regime is geen onschuldige speler. Het is een regime van onderdrukking, terreur en destabilisatie. De wereld zou beter af zijn zonder dit regime, dat ondanks de oorlog toch nog in het zadel zit. De route naar humanitaire hulp, vrede en stabiliteit begint met een staakt-het-vuren. Daarom is de gevechtspauze een stap in de goede richting. Welke rol, zo vraag ik de minister, kan de EU spelen in het vredesproces? Het is ook positief dat Nederland met bondgenoten wil bijdragen aan een vrije doorvaart in de Straat van Hormuz. Kan de minister inzicht geven in waar hij aan denkt en wat de randvoorwaarden daarvoor zijn?

De Golfstaten kunnen niet meer onvoorwaardelijk rekenen op de bescherming van de VS en beginnen afstand te nemen van Rusland. Dat biedt kansen voor middenmachten. OekraĆÆne levert al antidronebescherming. Ziet de minister mogelijkheden om met de EU, het Verenigd Koninkrijk en OekraĆÆne samen de banden met de Golfstaten aan te halen en daarmee onze diplomatieke positie in de regio te versterken?

Dan Libanon. Hezbollah heeft Libanon te lang gegijzeld, en het land opnieuw een oorlog in gesleept. De raketaanvallen op Israƫl zijn onverantwoord. Het is namelijk goed dat de Libanese regering heeft uitgesproken dat beslissingen over oorlog en vrede bij de staat horen, en niet bij een militie. Dat is een belangrijke stap. Welke mogelijkheden ziet de minister om in Europees verband de Libanese staat te helpen zich te versterken op het gebied van politiek, defensie en financiƫn?

Voorzitter. Israƫl heeft het recht om zich te verdedigen, maar dat recht is niet onbegrensd. De oorlog in Libanon heeft inmiddels meer dan 1.000 doden geƫist en meer dan een miljoen mensen van huis verdreven. Dat is een humanitaire ramp. De laatste persoon die in Israƫl op grond van de doodstraf werd geƫxecuteerd, is Adolf Eichmann, architect van de Holocaust. Politiek filosofe Hannah Arendt ondersteunde zijn vonnis, niet zozeer op juridische maar wel op morele gronden. Samengevat zei ze: omdat jij de aarde niet met ons wilde delen, willen wij die ook niet delen met jou. Tegelijkertijd was Arendt, voorstander van een Joods thuisland, kritisch op de jonge staat Israƫl. Al in 1948 veroordeelde ze met onder meer Einstein in The New York Times in ongemeen scherpe termen het geweld tegen Palestijnen. Ze waarschuwde voor een morele catastrofe, maar stelde ook dat het nog niet te laat was.

Inmiddels lijkt de tweestatenoplossing verder weg dan ooit. De invoering van de discriminerende doodstraf, de uitbreiding van illegale nederzettingen zoals E1 en het toenemende geweld van kolonisten blokkeren het pad naar vrede. Daarom vraagt het CDA aan de minister — en ik ben bijna klaar, voorzitter — welke aanvullende stappen Nederland overweegt te zetten tegen de regering-Netanyahu. Waar staan we ten aanzien van eerder aangenomen moties, zoals over het boycotten van producten uit illegale nederzettingen? Over het associatieverdrag hebben we het al gehad. Hoe denkt de minister over het in EU-verband opleggen van inreisverboden aan toekomstige bewoners van de strategische nederzetting E1? Juist een bondgenoot moet je namelijk ook aanspreken als het optreden disproportioneel wordt of averechts werkt.

Voorzitter. Ik rond af. Voor het CDA geldt: waarden zonder macht zijn leeg, maar macht zonder moreel kompas is gevaarlijk. Dank u wel.

De heer Markuszower (Groep Markuszower):
We verschillen van mening over waar het morele kompas van het CDA nog is, maar dat laat ik even buiten beschouwing. Ik vroeg me gewoon wat af. Ik hoorde allemaal namen, Hannah Arendt, allemaal interessant. Toen kwam ineens Eichmann ter sprake, de massamoordenaar. Wat heeft Eichmann met dit debat te maken? De doodstraf, dat begreep ik wel, maar kan de heer Van Lanschot dit aan mij toelichten? Het enige dat ik kan bedenken, is dat Eichmann een massamoordenaar was en dat die terroristen die Israƫl nu de doodstraf wil geven, ook massamoordenaars zijn. Dat is dus de vergelijking, maar ik snap niet goed welk punt Van Lanschot wilde maken.

De voorzitter:
Ik snap de vraag. Meneer Van Lanschot, u krijgt het woord.

De heer Van Lanschot (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Ik weet dat de heer Markuszower een drukbezet man is. In zijn spaarzame vrije tijd kan ik hem het boek Eichmann in Jeruzalem van Hannah Arendt aanraden. Zij versloeg toen zijn proces. Waarom noemde ik nou net Eichmann? Omdat hij dus de laatste op basis van de doodstraf geƫxecuteerde was in Israƫl. Dat laat ook het historisch gewicht van dit besluit zien. Omdat Hannah Arendt toevallig een denker is die we vanuit het CDA zeer inspirerend vinden, is het natuurlijk ook interessant om na te denken over wat zij nou eigenlijk van deze doodstraf zou hebben gevonden. Met die citaten uit onder meer The New York Times, uit dat ingezonden stuk met Einstein, wilde ik dat verband wat verbreden.

De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Ik kan alleen maar constateren dat we het Hannah Arendt niet meer kunnen vragen. Eichmann was een massamoordenaar; hartstikke goed dat die ter dood is veroordeeld. Ik neem aan dat de heer Van Lanschot het daarmee eens is. Voor de rest zal ik er straks in mijn eigen bijdrage iets over zeggen dat we ons niet zo moeten bemoeien met wat er in andere rechtsstaten gebeurt. We hebben hier in Nederland zo onze eigen problemen, bijvoorbeeld de koopkracht van de mensen die hollend achteruitgaat en de hoge benzineprijzen. Laten we het daar eens over hebben. Het CDA is een regeringspartij; misschien kunnen ze daar wat aan doen.

De heer Van Lanschot (CDA):
Drie hele korte punten ter reactie. Inderdaad, helaas kunnen we het Arendt niet meer vragen. Ten tweede denk ik dat iedereen het eens is met het vonnis over Eichmann destijds. Ten derde begrijp ik dat het kabinet komt met een reactie op de gestegen energieprijzen.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
We kunnen Hannah Ahrend niet genoeg quoten in deze Kamer; dat vind ik een zeer inspirerende persoon. Ik was ook blij om van het CDA te horen dat ze inderdaad vinden dat er schendingen plaatsvinden op de West Bank — zo ben ik het ook van het CDA gewend — en dat daar dan ook consequenties aan moeten worden verbonden. Ik zou zeggen: hou vast, jullie zijn met twee in de coalitie die dit vinden. Jullie hebben een meerderheid.

Voorzitter. Dan mijn vraag, want ik hoorde ook wat over een missie naar de Straat van Hormuz. Onder wat voor voorwaarden ziet het CDA dat voor zich?

De heer Van Lanschot (CDA):
Dank voor deze vraag. Wij denken aan drie elementen. Allereerst dat er niet actief meer gevochten wordt, ten tweede dat het mandaat defensief is en ten derde dat er multinationaal wordt opgetreden. Ik hoorde mevrouw Piri ook al iets zeggen over een VN-mandaat. Dat lijkt een logische route. Ik ben benieuwd hoe de minister daarover denkt.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Ik ben ten eerste benieuwd hoe de CDA-fractie naar zaken kijkt. Je kunt namelijk ook een staakt-het-vuren hebben en nog steeds een defensieve missie zonder instemming van alle strijdende partijen. Is dat serieus een optie voor het CDA?

De heer Van Lanschot (CDA):
Ik denk dat het een risico is als er geen instemming is van alle strijdende partijen. We zouden ernaar moeten streven dat die er wel is. Ik kan mij tegelijkertijd voorstellen dat dit niet makkelijk is, ook gezien de gedecentraliseerde organisatie van de Iraanse krijgsmacht. Dus het is een terechte vraag van collega Piri.

De voorzitter:
Afrondend.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Dat denk ik ook. Daarom zeggen wij: je hebt een akkoord en op verzoek van alle strijdende partijen doe je dit, of je hebt gewoon een VN-Veiligheidsraadresolutie, waarin dat wordt opgedragen. Volgens mij zijn dat de twee routes; in ieder geval voor mijn fractie. Volgens mij komen morgen de Britten, de Fransen en een aantal andere landen bijeen om te praten. Ik begrijp dat de Fransen vinden dat de Amerikanen geen deel moeten nemen aan de missie. Hoe kijkt de CDA-fractie daarnaar?

De heer Van Lanschot (CDA):
Ik ken dit aankomende statement nog niet. Als we kijken naar de capaciteiten die de VS hebben, dan lijkt het me toch in hoge mate risicovol om zo'n operatie helemaal zonder de VS te doen. Dat is even mijn eerste gedachte.

De voorzitter:
De heer Van Baarle? Nee, meneer Dassen.

De heer Dassen (Volt):
Ik wil hier nog even op doorgaan. Ik ben namelijk benieuwd hoe het CDA kijkt naar de huidige actie van Trump, die zelf een blokkade heeft opgevoerd. Is het CDA van mening dat we ons er nu dan ook hard voor moeten maken om ons uit te spreken tegen hetgeen Trump nu aan het doen is, voordat we er zelf over gaan praten of we überhaupt willen meedoen aan een missie?

De heer Van Lanschot (CDA):
Goede vraag van de heer Dassen. Het positieve is nu natuurlijk dat de strijdende partijen aan het praten zijn. Ik zie dit ook als een poging van de VS om de onderhandelingspositie meer kracht bij te zetten. Het lijkt aannemelijk dat je pas gaat meedoen aan een missie in de Straat van Hormuz, onder een aantal van de voorwaarden die ik net noemde, als ook zo'n blokkade er niet meer is. Als die blokkade er is, heeft het weinig zin om daar überhaupt iets te verdedigen.

De heer Dassen (Volt):
Eens. De heer Van Lanschot had het net over macht en moraal. Dit is in mijn ogen voornamelijk macht. Het is een oorlogsmisdaad om een algemene blokkade op te werpen richting een heel land, niet richting alleen maar defensieve capaciteiten. Dat is iets waar ik me zorgen over maak, ook vanwege het gemak waarmee nu weer wordt gesproken over dat de EU onderdeel moet gaan worden van de missie naar de Straat van Hormuz. Het is mijn zorg dat we ons uiteindelijk laten meezuigen in de oorlog die door Israƫl en de Verenigde Staten is gestart. Ik ben benieuwd hoe het CDA daarnaar kijkt en de afweging maakt door daar nu al op deze manier over te spreken.

De heer Van Lanschot (CDA):
De heer Dassen snijdt denk ik een terecht risico aan. Ook veel mensen in Nederland vragen zich af of we zomaar daarin worden gesleept. Onze Commandant der Strijdkrachten was bij Buitenhof en kreeg daar een soortgelijke vraag. Stel je nou voor dat we daar meedoen aan een militaire missie en we toch beschoten worden door een partij. Wat doe je dan? Hij gaf denk ik terecht aan dat je dan allereerst defensief wilt optreden, maar daarna je zeer waarschijnlijk zult willen terugtrekken om exact niet meegesleept te worden in zo'n oorlog.

De voorzitter:
Afrondend.

De heer Dassen (Volt):
Dat is natuurlijk heel lastig als je daar al bent en ziet dat bijvoorbeeld Israƫl van mening is dat er toch weer ingegrepen moet worden. Dan escaleert het vrij snel. Voordat Iran aangevallen werd door de Verenigde Staten en Israƫl, was de Straat van Hormuz open. Zou de inzet op dit moment niet moeten zijn dat de Straat van Hormuz weer opengaat en dat er druk op de Verenigde Staten wordt gelegd, alsook op Iran, om ervoor te zorgen dat die straat weer opengaat, in plaats van nu nadenken over een militaire missie naar dat gebied?

De heer Van Lanschot (CDA):
Wat het CDA betreft is dit geen of-of, maar en-en. Als het op een diplomatieke wijze kan worden opgelost, des te beter.

De heer Van Baarle (DENK):
Wat ik in ieder geval goed nieuws vind, is dat de heer Van Lanschot constateert dat Israƫl schendingen van het internationaal recht pleegt, niet alleen met de annexatiepolitiek, maar ook in Gaza. Al langere tijd zien we in dit huis dat als je op de een of andere manier doorbraken wilt hebben, het CDA in sommige stemverhoudingen nog weleens de doorslag kan geven. Ik heb een vraag aan de heer Van Lanschot. De constatering van de schendingen doen we gezamenlijk met elkaar. We weten dat er wat zit aan te komen met het EU-associatieakkoord, maar wat moeten we nou volgens het CDA in nationaal en Europees verband daarbovenop doen richting Israƫl om de druk op te voeren?

De heer Van Lanschot (CDA):
We zullen twee moties indienen in tweede termijn; ik had te weinig spreektijd om dit nog te kunnen zeggen. Een gaat over de Libanese overheid helpen om het gevaar van Hezbollah in te dammen. De tweede vraagt de regering aanvullende sancties voor de regering Netanyahu en de illegale nederzettingen te onderzoeken.

De heer Van Baarle (DENK):
Dat is niet direct een antwoord op de vraag. Op dit moment kan je al met elkaar vaststellen — die voorstellen worden al een tijdje gedaan in dit huis — dat er al een aantal bekende stappen zijn. In nationaal verband kan je het ontmoedigingsbeleid aanscherpen, zodat je verhindert dat bedrijven actief worden in illegaal bezet gebied en daar geld aan verdienen. In nationaal verband zou je meer mensen op een inreislijst kunnen zetten. En in Europees verband zou je ook nog heel veel aanvullende dingen kunnen bepleiten. Welk van die zaken is het CDA bereid te steunen?

De heer Van Lanschot (CDA):
Ik begrijp de vraag en ik heb ook in eerdere bijdrages van de heer Van Baarle gelezen dat hij een hele lijst aan ideeƫn en suggesties heeft. Wij zouden het kabinet de ruimte willen geven. Als we een stap terugzetten en kijken naar de criteria waaraan dit zou moeten voldoen, denken wij aan vier elementen: de juridische haalbaarheid, uitvoerbaarheid, effectiviteit, en, aangezien samen optrekken altijd het krachtigst is, ook draagvlak in Europa.

De voorzitter:
Afrondend.

De heer Van Baarle (DENK):
Ik hoor in ieder geval van het CDA geen categorisch nee, zoals we dat van de VVD bijvoorbeeld wel horen. Houd dat dus vast, zou ik willen zeggen. Laten we er dan ƩƩn concreet nemen, het ontmoedigingsbeleid. In Europees verband is er nog onvoldoende meerderheid om daar heel actief in te zijn. Is het juridisch houdbaar? Ja, want op basis van het internationaal recht kun je zeggen dat ondernemen daar niet voldoet aan de standaarden van maatschappelijk verantwoord ondernemen. Is het uitvoerbaar? Ja. Je kan veel actiever zijn met het ontmoedigingsbeleid. Zou het CDA dan een motie kunnen ondersteunen waarin we stappen gaan zetten om te verhinderen dat bedrijven actief worden in illegaal bezet gebied?

De heer Van Lanschot (CDA):
Ik kan me daar, zonder de motietekst gezien te hebben, niet aan committeren. Dat soort zaken stemmen we altijd in onze fractie af, zoals de heer Van Baarle zal begrijpen. Inderdaad constateerde hij zojuist terecht dat we nu niet per se iets uitsluiten. We vragen de regering daar goed naar te kijken op basis van de criteria waarvan wij denken dat ze verstandig zijn.

Mevrouw Dobbe (SP):
In mijn vorige periode als Kamerlid, en dat gaat door in deze periode, hebben wij best veel debatten gehad over wat Nederland kan doen en wat Nederland zou moeten doen tegen oorlogsmisdaden en genocide, en over hoe wij ons moeten opstellen tegenover de Israƫlische regering. Er zijn inderdaad veel maatregelen vanuit de Kamer voorgesteld waarbij onduidelijk blijft waarom die niet worden ingezet. Ik hoor nu van het CDA dat het wil weten onder welke criteria en onder welke voorwaarden de maatregelen die wij vanuit de Kamer voorstellen zouden kunnen worden ingezet. Het zou wel helpen als we dat weten, want dan hoeven wij hier niet telkens hetzelfde debat te herhalen.

De heer Van Lanschot (CDA):
Ik heb net ook in mijn bijdrage aan het kabinet gevraagd waar het staat ten opzichte van de eerder aangenomen moties. Ik hoor het antwoord graag van het kabinet.

Mevrouw Dobbe (SP):
OkƩ. We gaan met een motie komen, ook om inzichtelijk te krijgen hoe het kabinet tegen de verschillende maatregelen aankijkt en wanneer het kabinet, onder welke voorwaarden en met welke criteria, bereid is om deze te gaan inzetten. Het blijft voor ons onduidelijk wanneer er wel iets wordt gedaan en wanneer iets anders niet wordt gedaan. Dan hoop ik ook op de steun van het CDA.

Ik heb nog een andere vraag voor het CDA. Vindt het CDA nog steeds dat Nederland de Palestijnse staat moet erkennen?

De heer Van Lanschot (CDA):
Op dat punt hebben we een duidelijke positie ingenomen: dat willen we doen onder voorwaarden.

Mevrouw Dobbe (SP):
Welke voorwaarden waren dat ook alweer? Kunt u dat met ons delen? Voldoen wij nu al aan die voorwaarden? Daar ben ik dan wel benieuwd naar. Zo ja, wanneer is het CDA dan bereid om samen met ons op te trekken om het kabinet op te roepen om de Palestijnse staat te erkennen?

De heer Van Lanschot (CDA):
We hebben daar een uitgebreide notitie over geschreven. Gelet op de tijd zal ik mij in deze vergadering beperken. We hebben zes voorwaarden genoemd. Ik zal er een paar noemen. Ten eerste de erkenning van het bestaansrecht van Israƫl. Ten tweede de ontwapening van Hamas en het uitsluiten van Hamas in iedere vorm van bestuur van de Palestijnse staat. Verder gaat het om democratische hervormingen en het terugdringen van corruptie en nepotisme. Zo kan ik nog even doorgaan.

Mevrouw Teunissen (PvdD):
Ik vind het goed dat het CDA zegt dat er aanvullende maatregelen moeten komen tegen het geweld op de Westelijke Jordaanoever. Er is een motie van de Kamer aangenomen waarin wordt uitgesproken dat we de afhankelijkheid van Israƫlische wapens en ander defensiematerieel afbouwen. Italiƫ heeft nu het defensieverdrag met Israƫl opgezegd. De vraag is of het CDA voor zich ziet dat een van die maatregelen zou kunnen zijn dat we de wapeninkoop uit Israƫl versneld gaan afbouwen.

De heer Van Lanschot (CDA):
In het algemeen is het CDA van mening dat het verstandig is om als EU en ook als Nederland autonomer te zijn ten opzichte van wapenleveranciers. Dat geldt dus ook voor Israƫl.

Mevrouw Teunissen (PvdD):
Dat is goed om te horen. Wij zullen een voorstel doen om dat te versnellen. Ik hoop dat het CDA dat voorstel kan steunen.

Daarnaast kom ik toch nog even terug op het punt van de erkenning van de Palestijnse staat. Het standpunt van het CDA daarover is duidelijk. Alleen zien we nu wel dat het belang om de Palestijnse staat te erkennen erg toeneemt vanwege de uitbreiding van de illegale nederzettingen. We zien ook dat een meerderheid van de Europese landen dat al heeft gedaan. Het is meer dan een symbolische stap. Als Nederland zeggen we eigenlijk dat we het zelfbeschikkingsrecht van de Palestijnen erkennen, evenals de tweestatenoplossing. Zegt het CDA nu: gezien de ernst van de situatie en gezien de escalatie op de Westelijke Jordaanoever kan het CDA de Palestijnse staat erkennen?

De heer Van Lanschot (CDA):
Heel kort. Dat heb ik net toegelicht. De positie die we hebben beschreven, met de bijbehorende voorwaarden, is niet veranderd. Wat ons betreft is daar nog niet aan voldaan. Nog even een korte toevoeging bij de conclusie die net werd getrokken. Het is natuurlijk ook belangrijk dat de wapens waarmee we onze jongens en meisjes het veld in sturen op-en-top zijn. We hebben ook een afweging te maken wat betreft hun veiligheid en hun slagkracht.

De voorzitter:
Afrondend.

Mevrouw Teunissen (PvdD):
Het punt is dat we het kabinet nu geen versnelde acties zien nemen om die afhankelijkheid af te bouwen. Daar doelde ik dus op. Ik hoop dat het CDA het ermee eens is dat we daarvoor extra inzet moeten plegen.

Dan wat betreft de erkenning. Het is natuurlijk heel makkelijk om te zeggen: er moeten voorwaarden komen voor de erkenning van de Palestijnse Staat. De vraag is: hoe kan er ooit aan die voorwaarden worden voldaan, gezien de situatie? Is het CDA het ermee eens dat het onmogelijk is om nu een bevestiging te krijgen, omdat er op dit moment geen sprake is van een autoriteit — er is alleen de Palestijnse Autoriteit — om echt hard aan die voorwaarden te voldoen?

De heer Van Lanschot (CDA):
Ik erken dat dat bijzonder moeilijk is, maar dat betekent niet dat het onhaalbaar is.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik zou graag het standpunt van het CDA wat beter willen begrijpen, omdat het volgens mij heel cruciaal is hoe het CDA zich de komende jaren opstelt. In een eerder debat vandaag vroeg ik naar de strekking van de motie die de heer Van Lanschot heeft ingediend om sancties te bepleiten. Mijn vraag was: wanneer houden die op volgens het CDA? Het antwoord daarop was: zodra er een geloofwaardig pad voor de tweestatenoplossing is. De andere indiener, mevrouw Van der Werf, zei: zodra er betekenisvolle stappen zijn gezet. Dat is allemaal best wollig. In het interruptiedebat hoorde ik net dat het CDA voor oneindig lange sancties tegen de staat Israƫl is.

De voorzitter:
Uw vraag?

De heer Ceder (ChristenUnie):
Die tweestatenoplossing komt er alleen als je iets met de nederzettingen doet. Dat betekent dat je 500.000 mensen zou moeten verplaatsen. Ik hoef de heer Van Lanschot niet uit te leggen dat dat best ingewikkeld wordt. Zolang dat niet gebeurt, stoppen die sancties niet volgens de heer Van Lanschot.

De voorzitter:
Uw vraag, meneer Ceder.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Mijn vraag is of hij dit alsnog kan toelichten, want vanavond moet ik hierover stemmen. Dit heeft best grote geopolitieke consequenties in de komende week. Wanneer kunnen die sancties volgens het CDA opgeheven worden?

De voorzitter:
Meneer Van Lanschot.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Kunt u heel concreet zijn, zodat ik het kan wegen?

De heer Van Lanschot (CDA):
Dank aan de heer Ceder voor het stellen van deze vraag. Ik begrijp ook dat hij als jurist deze vraag stelt. Dit stelt mij in de gelegenheid om hier ƩƩn precisering aan toe te voegen. Dat is dat lid 2 van het associatieverdrag specifiek zegt dat er aan het internationaal recht moet worden voldaan. De directe juridische toets is natuurlijk of daaraan wordt voldaan.

Dan de vraag over de tijdsduur. Als je er geen tijdsduur of evaluatiemoment aan verbindt, dan is het theoretisch gezien oneindig. Daarmee verlies je ook leverage, zoals JA21 terecht opmerkte. Wat ons betreft zou het een idee kunnen zijn om eraan te koppelen dat je het regelmatig evalueert. Dat vind ik echter ook een uitvoeringsvraag voor het kabinet.

De voorzitter:
Kort en bondig, meneer Ceder.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik denk dat de heer Van Lanschot mijn punt niet begrijpt. Dat vind ik best zorgelijk, want het is de opdracht om de minister op pad te sturen met een verstrekkende motie. Volgens mij doet die motie niet wat de heer Van Lanschot en ik hopen. Dat is namelijk de-escaleren. Het punt dat je het tijdig moet evalueren: prima. Maar mijn vraag blijft als volgt. Een sanctie leg je op om een bepaalde situatie te veranderen. Zodra de nieuwe situatie bereikt is, ontstaat er een situatie waarin je die sanctie niet meer nodig hebt. Ik vraag al een aantal keer aan de heer Van Lanschot: wat moet er gebeuren? Moeten alle mensen met een Israƫlisch paspoort verplaatst worden uit de Westbank? Moet er vrede komen in Zuid-Libanon? Dat zijn harde voorwaarden. Als u dat niet doet, dan stuurt u de minister met een onmogelijke taak op pad. Ik vermoed dat die motie dan het politiseren van sanctiewetgeving betekent, wat we niet moeten doen, ook niet volgens meneer Van Lanschot van het CDA.

De heer Van Lanschot (CDA):
Het hogere doel is dat er vreedzaam samengeleefd kan worden in het Midden-Oosten. Het meest realistische pad daarvoor lijkt een tweestatenoplossing. Die wordt nu door tal van ontwikkelingen geblokkeerd, voornamelijk door de regering-Netanyahu, de laatste weken. Een instrument om dat te veranderen, is het associatieverdrag. In lid 2 daarvan staat dat je voldoet aan internationaal recht. Dat is niet het geval, dus daar kunnen we Israƫl nu op aanspreken. Een goede vriend spreek je daarop aan. Zodra ze daar weer aan voldoen, lijkt het heel logisch om dat weer terug te draaien. Tussendoor is het verstandig om evaluatiemomenten te hebben.

De voorzitter:
Afrondend.

De heer Ceder (ChristenUnie):
De heer Van Lanschot schetst een kleuterkleurplaat van de complexiteit van wat er in het Midden-Oosten gebeurt. Een tweestatenoplossing betekent dat je een oplossing moet vinden voor een half miljoen Israƫliƫrs die daar wonen. De heer Van Lanschot durft niet te zeggen: het CDA vindt dat ze allemaal verplaatst moeten worden. Dan heb je namelijk pas een tweestatenoplossing, want de PA gaat niet akkoord zolang die nederzettingen daar zijn. Dat durft het CDA niet te zeggen. Het CDA zegt dat er een geloofwaardig pad moet zijn, zonder dat het concreet aangeeft dat dat in ieder geval nu voor de PA een Jodenvrije Westbank betekent, en dus ook voor het CDA, want dat wil een tweestatenoplossing. Of u wil dat niet, maar dan moet u dat ook zeggen. Dan is mijn vraag of u er akkoord mee bent dat shariawetgeving in een van de staten van de tweestatenoplossing een onderdeel mag zijn. Dat is namelijk wat de PA wil.

De heer Van Lanschot (CDA):
Ik denk dat het goed is om een keer een apart debat over de tweestatenoplossing te voeren. Om even inhoudelijk te reageren: een van de oplossingen die ook door experts wordt aangedragen voor het specifieke vraagstuk van de settlements is land swaps. Dat moet je hierin dus ook niet uitsluiten, maar daar moeten we nu in dit staartje van het debat niet uitgebreid op ingaan. Dat moeten we een andere keer doen.

De heer Dassen (Volt):
De heer Van Lanschot had het net over vier criteria waar hij aan toetst: juridische haalbaarheid, effectiviteit, uitvoerbaarheid en draagvlak. In Nederland geven we belastingvoordelen aan bedrijven. Er is ƩƩn bedrijf, Booking.com, dat actief is in de Israƫlische nederzettingen om kamers te verhuren et cetera. Is het niet heel makkelijk om nu als Nederland te zeggen: aan een bedrijf dat op de zwarte lijst van de Verenigde Naties staat zijn we niet meer bereid om deze belastingsubsidie te geven?

De heer Van Lanschot (CDA):
Ik vind dat een terechte vraag van de heer Dassen. Bedrijven hebben zoals we weten allemaal prachtige CSR-policy's. Allereerst zou ik hun willen vragen om er zelf naar te kijken. Ik vind dat je ook deze optie niet moet uitsluiten. Ik zeg daar wel meteen bij dat ik geen sanctie-expert ben. Ik vind het ook belangrijk dat het kabinet de ruimte heeft om zelf aan de hand van criteria te onderzoeken wat wel en niet gaat werken. Ik wil daarin dus echt ruimte laten voor het kabinet.

De heer Dassen (Volt):
De heer Van Lanschot is geen sanctie-expert. Dat ben ik ook niet, maar we zijn wel allebei politicus. We maken uiteindelijk belangenafwegingen. We bepalen onze inzet om ervoor te zorgen dat we proberen te stoppen wat daar gebeurt. We kijken wat we een gerechtvaardigde Nederlandse bijdrage vinden. Dit is een heel duidelijk punt. We hebben een bedrijf in Nederland dat het enige Nederlandse bedrijf is dat op de zwarte lijst van de Verenigde Naties staat, omdat het actief is binnen de illegale nederzettingen in Israƫl. Daar geven we subsidie aan, belastingvoordelen.

De voorzitter:
Wat is uw vraag?

De heer Dassen (Volt):
Is de heer Van Lanschot het met mij eens dat dat eigenlijk niet zou moeten kunnen en dat we dat moeten stoppen?

De heer Van Lanschot (CDA):
Ik ga toch echt hetzelfde antwoord geven als net. Dit valt voor mij in de categorie: een mogelijke aanvullende sanctie waarvan ik vind dat het kabinet zich erover moet buigen en waarvan ik vind dat het kabinet met een aanpak moet komen.

De voorzitter:
Afrondend.

De heer Dassen (Volt):
Ik merk dat ik het lastig vind. Dan gaat namelijk enkel en alleen het kabinet bepalen of er extra maatregelen genomen worden, ja of nee. Uiteindelijk hebben wij als Kamer, en dus ook het CDA, ook zelf een verantwoordelijkheid om te bepalen hoever wij vinden dat schendingen van het internationaal recht kunnen gaan en of wij bereid zijn om bedrijven te subsidiƫren die daaraan bijdragen. Ik wil de heer Van Lanschot er dus ook toe oproepen om naar een debat te komen, soms ook stelling te nemen en zich niet alleen maar te verschuilen achter de dingen die het kabinet kan doen. Wij hebben daar namelijk zelf ook een verantwoordelijkheid in, ook al zijn we geen sanctie-expert.

De heer Van Lanschot (CDA):
Het aardige van parlementslid zijn, is dat je altijd weer aan zet komt. Wij zien het dus ook niet als een carte blanche voor het kabinet. Wij verwachten hierover gewoon geĆÆnformeerd te worden. Dan kunnen we opnieuw onze mening vormen over wat er ligt.

De heer Stoffer (SGP):
Het CDA diende samen met D66 een zwaarwegende motie in over sancties tegen Israƫl. Die komt vanavond in stemming. In het interruptiedebat dat de heer Ceder zojuist had met de heer Van Lanschot kwam het niet tot een antwoord op de vraag wanneer die sancties dan opgeheven zouden moeten worden. Ergens tegen het eind van dat debatje kwam er iets over land swaps, oftewel uitruil van stukken land. Dat is al geprobeerd rond de eeuwwisseling. Degene die dat niet wilde, was de Palestijnse Autoriteit.

De voorzitter:
Wat is uw vraag?

De heer Stoffer (SGP):
Mijn vraag is: heeft de heer Van Lanschot echt voor ogen dat dit het zou moeten zijn? Als de Palestijnse Autoriteit dan uiteindelijk na hele lange onderhandelingen weer zegt het niet te doen, worden die sancties dan nog niet opgeheven?

De heer Van Lanschot (CDA):
De sancties en het opschorten van het handelsdeel in het associatieverdrag zijn concreet gelinkt aan artikel 2 van dat verdrag. Dat is het voldoen aan internationaal recht en regelgeving. Op het moment dat dat weer gebeurt, zou je het terug kunnen draaien. Dat een bepaalde manier om tot een tweestatenoplossing te komen historisch niet gelukt is, is natuurlijk geen enkele reden om het in de toekomst niet te proberen. Dus we moeten daar echt open voor blijven staan.

De heer Stoffer (SGP):
Als ik de heer Van Lanschot was, zou ik nog maar eens heel goed nadenken of je dit vanavond hier wel in stemming wilt brengen. Maar ik heb ook nog een concrete vraag: noemt het CDA zich een vriend van Israƫl?

De heer Van Lanschot (CDA):
Ja.

De voorzitter:
Tot slot.

De heer Stoffer (SGP):
Ik denk dat daar in Israƫl heel anders over wordt gedacht. Maar laat ik er dit bij zeggen: als je dit soort vrienden hebt, heb je geen vijanden meer nodig.

De heer Van Lanschot (CDA):
Echte vrienden durven elkaar ook de waarheid te vertellen.

De heer Struijs (50PLUS):
Hier staat een 50PLUS-vriend. Even een vraag aan het CDA: vindt u niet dat u met de moties die eraan komen, de regering te weinig ruimte geeft om de komende twee weken volle kracht door te gaan met het diplomatieke spel? Er worden heel veel gesprekken gevoerd. As we speak is net bekend geworden dat er waarschijnlijk een tiendaagse wapenstilstand komt tussen Libanon en Israƫl. Verstoren wij met al onze voornemens in moties niet enorm het diplomatieke verkeer? Moeten we het niet even een paar weken de tijd geven, is mijn vraag aan het CDA.

De heer Van Lanschot (CDA):
Nee, dat idee heb ik eigenlijk niet. Deze thematiek speelt al langer en is de afgelopen weken verhevigd. Ik verwacht niet dat het materiƫle impact zal hebben op die vredesbesprekingen.

De heer Struijs (50PLUS):
Daar verschillen we van mening over. Laat ik het daar maar even bij houden.

De voorzitter:
Ik dank de heer Van Lanschot voor zijn bijdrage. O, er zijn nog interrupties! Ik ga naar mevrouw Piri en daarna gaan we luisteren naar de bijdrage van de heer Hoogeveen.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Excuus, voorzitter. Ik was even in gesprek met een collega.

Ik heb toch nog een vraag over Libanon. Ik dacht "goed nieuws", want volgens mij zijn we er allemaal blij mee als het vuren stopt en er weer iets van een akkoord is. Maar toch ook een vraag aan de heer Van Lanschot: erkent hij het bestaansrecht van Libanon en, zo ja, waarom heeft het CDA dan gisteren tegen een motie gestemd waarin de aanval van Israƫl op Libanon wordt veroordeeld?

De heer Van Lanschot (CDA):
Dank aan het lid Piri voor deze vraag. Het was heel fijn geweest als deze motie in dit debat ter tafel zou zijn gekomen, want dan hadden we er het debat over kunnen voeren. Het is nu bij een ander debat medegedeeld.

Waarom hebben wij tegengestemd? Dat is omdat wij altijd heel keurig kijken naar de tekst van iedere motie. En in deze motie ontbreekt de rol van Hezbollah. Hezbollah is natuurlijk dit nieuwe conflict gestart met haar raketaanval op Israƫl. Doordat dat volledig ontbreekt, is het wat ons betreft een onevenwichtige motie. We sluiten ons wel aan bij de verklaring die Nederland samen met negen andere landen plus de High Representative van de EU heeft gedeeld op 31 maart.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Laten we dan de woorden van de heer Van Lanschot gewoon even serieus nemen. Hij zegt het een te eenzijdige motie te vinden. Ik hoor hem trouwens wel aankondigen dat hij nu met een motie gaat komen waarin hij alleen Hezbollah veroordeelt. Maar laten we ook eens kijken naar het vorige staakt-het-vuren. Na duizenden doden en onder druk van de Amerikanen is in november 2024 een staakt-het-vuren bereikt tussen Israƫl en Libanon. UNIFIL, de VN, kon alleen maar toezien bij alle schendingen van dat staakt-het-vuren. Weet de heer Van Lanschot hoeveel schendingen er waren van Israƫlische zijde en van de kant van Hezbollah, gedurende die vijftien maanden?

De heer Van Lanschot (CDA):
Nee, maar het lid Piri weet dat ongetwijfeld wel.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Zeker. Er waren 10.000 schendingen. 10.000 schendingen van Israƫlische kant! Ik heb het niet verzonnen, want de vredestroepen van UNIFIL, waar ook Nederlandse soldaten bij zaten, hebben dat vastgelegd. En er waren vier schendingen door Hezbollah! En daar zijn geen slachtoffers door gevallen. Voor de duidelijkheid: wel honderden slachtoffers aan Libanese kant. Mijn vraag is dan: op welke manier hoopt de heer Van Lanschot dat staakt-het-vuren te handhaven als Israƫl zich van dat eerdere staakt-het-vuren in ieder geval de afgelopen twee jaar niks heeft aangetrokken? Sterker nog, Israƫl heeft zelfs VN-waarnemers doodgeschoten en aangevallen!

De heer Van Lanschot (CDA):
Uitstekende vraag van collega Piri. Misschien allereerst het volgende. Het CDA gaat geen motie indienen die Hezbollah veroordeelt. We gaan een motie indienen die de regering oproept om de regering van Libanon in EU-verband te helpen om Hezbollah af te zwakken in dat land, zodat de regering van Libanon weer de macht in het land terugkrijgt. En ja, ik zou zeggen dat Israƫl ook de territoriale grenzen van Libanon heeft te respecteren. Absoluut.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Van Lanschot. Het woord is aan de heer Hoogeveen voor zijn bijdrage namens JA21 in de eerste termijn.

De heer Hoogeveen (JA21):
Dank u, voorzitter. We spreken vandaag over de situatie in het Midden-Oosten. De onrust houdt aan. Hoe volatiel de situatie daar is, blijkt ook wel uit het feit dat tijdens dit debat, vers van de pers, een tiendaags staakt-het-vuren tussen Israƫl en Libanon is aangekondigd door president Trump. We kennen de minister ondertussen als iemand die aandachtig naar debatten luistert en dan weinig op zijn telefoon zit, maar ik zag hem net toch echt op zijn telefoon zitten. Ik wil de minister niet overvragen, maar misschien kan hij straks in zijn beantwoording al even reflecteren op deze aankondiging en het Nederlandse standpunt daarover.

De gesprekken in Pakistan tussen de VS en Iran zijn na een dag onderhandelen wƩl spaak gelopen. President Trump heeft daarop aangekondigd een zeeblokkade op te werpen tegen schepen die Iraanse havens verlaten. Kan het kabinet de actuele situatie in de Straat van Hormuz schetsen, inclusief mogelijke zeemijnen en het aantal passerende schepen? Klopt het dat een Chinees schip ongehinderd is uitgevaren vanuit Iran?

Voorzitter. De Iranoorlog is dan wel niet onze oorlog, hij raakt wel direct onze belangen, namelijk vrije doorvaart in de Straat van Hormuz. De vraag voor Europa is niet alleen hoe we reageren op deze crisis, maar vooral ook hoe we onze eigen positie in deze snel veranderende regio versterken. In deze geopolitieke wereld moeten wij in Europa namelijk leren om onze eigen verantwoordelijkheid te nemen en is het onze absolute topprioriteit om onze belangen te beschermen. In dat licht is het belangrijk om te weten of de coalitie van naar verluidt 30 landen een stap gaat zetten om de veiligheid daar te garanderen. Kan het kabinet de allerlaatste ontwikkelingen geven? Wanneer acht het kabinet de situatie in de Straat van Hormuz stabiel genoeg om een eventuele bijdrage te overwegen?

Voorzitter. Er wordt ook gesproken over EU-steun aan Golfstaten. Waaraan wordt hierbij gedacht? In het licht van de al lopende onderhandelingen met de Emiraten over een handelsverdrag kan dit wellicht een impuls geven. Misschien dat er zowaar momentum gevonden kan worden voor onderhandelingen over een bredere handelsovereenkomst met de Gulf Cooperation Council. Zowel vanuit de Europese Unie als vanuit de Golfregio werd gesproken over 2026 als een "window of opportunity", juist door de mondiaal verschuivende handelsstromen en de toenemende geopolitieke spanningen. Hoe kijkt het kabinet naar deze kans?

Voorzitter. In EW Magazine werd het bezoek van ons gewaardeerde koningspaar aan het Witte Huis deze week passend "koninklijke smeerolie" genoemd. Hopelijk heeft het bezoek een steentje bij kunnen dragen aan het gladstrijken van de trans-Atlantische plooien, want het feit dat het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Italiƫ en Spanje hebben geweigerd om hun luchtruim en militaire bases open te stellen voor het Amerikaanse leger, waardoor dat soms zelfs via de Straat van Gibraltar om heeft moeten vliegen, is ongekend. Nogmaals, het is niet onze oorlog. Maar we zitten wel samen in het NAVO-bondgenootschap en de NAVO ligt in de VS al onder een vergrootglas. Wij profiteren van de Amerikaanse militaire aanwezigheid in Europa. En ook al doet een Amerikaanse president iets waarbij wij niet betrokken willen worden, dan nog is het niet vreemd dat in Washington nu de vraag opkomt hoe wederkerig onze relatie is. Heeft de Nederlandse regering ook op een bepaalde manier beperkingen opgelegd aan het Amerikaanse leger? Hoe waardeert het kabinet deze balans tussen aan de ene kant onze belangrijkste bondgenoot faciliteren en aan de andere kant onpartijdig blijven in het conflict?

Voorzitter. Ik rond af. We moeten ook het Iraanse volk niet vergeten. Collega Ellian van de VVD vreesde laatst op televisie dat de Iraniƫrs weleens een heel duistere periode tegemoet zouden kunnen gaan. Dat gaat ook JA21 aan het hart. De Amerikaans-Israƫlische aanval was een keuze uit twee kwaden; niets doen aan het kernwapen- en ballistische raketprogramma en de lokale Iraanse proxy's zou op termijn ook tot grote risico's hebben geleid. Tegelijkertijd ondervinden we nu ook de gevolgen van een militaire interventie waarbij altijd al een eenduidig plan of einddoel leek te ontbreken. De vraag die nu voor ons ligt, is: kiezen wij ervoor om onze belangen, vrije doorvaart, energiezekerheid en handel, actief te beschermen of laten we dat wederom door anderen bepalen?

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Struijs voor zijn inbreng namens 50PLUS in de eerste termijn.

De heer Struijs (50PLUS):
Dank, voorzitter. Daar staan we dan als 50PLUS, net in de Kamer. Velen hebben het Midden-Oosten jarenlang kunnen volgen vanuit het parlement. Ik heb het gevolgd vanuit diverse andere functies. Er is nu een opeenstapeling van leed, dat maar door lijkt te cumuleren. Wij steunen het standpunt: de kleine mens tegen het grote onrecht. Je zal momenteel maar in het Midden-Oosten wonen. Waar je ook woont, ben je de klos. Je verliest veel dierbaren. Elke dag vliegen de bommen je om de oren. Er zitten regeringen die niet te vertrouwen zijn. Je bent echt afhankelijk geworden van het Westen. Laten we het grote leed bij die kleine mens in het oog houden, want dƔƔr richt 50PLUS zich op. 50PLUS wil bereiken dat er zo snel mogelijk vrede en humanitaire hulp komt, het liefst gisteren nog. Het leed is niet te overzien, waar je ook zit. Ik zeg "waar je ook zit", want ook in Tel Aviv moet je vijf keer per dag de schuilkelders in. In Beiroet verlies je elke dag wel een goede bekende of een familielid. Kortom: de gewone, kleine mens is hier de dupe van. Daar richt onze inzet zich op.

Ik dank alle collega's in deze zaal, want ik heb ze eindeloos bevraagd om tot standpunten te komen. Ook heb ik mijn diplomatieke achtergrond gebruikt en de vraag gesteld: waar staan we nu? Ik beaam al het leed dat door de collega's is benoemd, of het nu gaat om de doodstraf in Israƫl of om het martelen van kinderen. Ook dat moeten we niet onbesproken laten. Maar het Iraanse regime, dat er nu nog zit, is gewoon een afschuwelijk regime. Het is tegen gelijkwaardigheid en martelt tot op de dag van vandaag studenten, vrouwen en anderen in ondergrondse kelders. De rapporten van de inlichtingendiensten liegen er niet om. De ellende is dus groot.

Voor ons is humanitaire hulp en vrede dus belangrijk, maar hoe bereiken we die? Ik zie dan toch wel wat verschillen ontstaan. Het gaat me niet om wat we allemaal willen; het gaat me om de hoevraag. De komende weken worden cruciaal. Ik ben erg onder de indruk van alle diplomatieke acties die nu op allerlei terreinen worden uitgevoerd. Net hadden we daar zelfs nieuws over. Mijn vraag aan de minister is de volgende. Lopen we door soms een beetje vooruit te lopen met allerlei sancties en maatregelen, die ik op termijn zeker niet uitsluit, niet iedereen in de weg? Hebben we deze twee, drie weken niet nodig voor de doorbraken die aanstaande zijn? Het opschorten van handelsverdragen in het EU-associatieverdrag met Israƫl is voor ons best een middel, maar het is zo stroperig. De vorige keer heeft die aanpak het ook al niet gehaald. Ik vind dat we de komende weken eerst tot vrede en humanitaire hulp moeten komen, voordat we nu allerlei dingen gaan doen. Ik snap het ongeduld, maar voordat wij ons standpunt kunnen bepalen wil ik precies weten hoe het er nu voor staat met die diplomatieke onderhandelingen. Wat kan de minister ons daarover meegeven? Hoe kunnen we als parlement komen tot waar we willen komen? Dat is cruciaal voor ons.

Wij hebben een unieke positie ten opzichte van Israƫl. Ik verzoek de Nederlandse regering om alle diplomatieke kanalen ten volste te benutten om alle afschuwelijke dingen die nu gebeuren, tegen te gaan. Ik begrijp dat de regering in Israƫl heel erg bereid is om in gesprek te gaan met de Nederlandse regering. Uiteraard moeten we dat zo veel mogelijk in EU-verband doen. Deze unieke positie kan ons echter mogelijk helpen. Gaarne een reflectie.

Dank u wel.

De heer Van Baarle (DENK):
De heer Struijs en ik willen allebei dat er zo snel mogelijk vrede en humanitaire hulp komt. Wat ik niet deel met de heer Struijs en met 50PLUS is dat we geen maatregelen tegen Israƫl zouden treffen, zoals het opschorten van het handelsdeel van het EU-associatieakkoord, omdat we willen dat er vrede en humanitaire hulp komt. In het EU-associatieakkoord staat de bepaling dat je respect voor de mensenrechten hebt. Ook al zou er vrede zijn en zou er humanitaire hulp komen, Israƫl heeft geen respect voor de mensenrechten ...

De voorzitter:
Uw vraag.

De heer Van Baarle (DENK):
... vanwege de nederzettingenpolitiek en de illegale detentie. Ik vraag de heer Struijs: als je die bepaling serieus neemt, dan moet je het handelsdeel toch sowieso willen opschorten?

De heer Struijs (50PLUS):
Nee, in deze fase niet. Wij zijn van mening dat we nu vol gas moeten geven op het diplomatieke verkeer. Als we niet in gesprek gaan met wie dan ook, dan bereiken we gewoon niks. Als we vooraf al dit soort standpunten innemen, dan is mijn informatieniveau dat die het proces juist in de weg gaan zitten. Wij zouden hier dus primair onze energie op inzetten.

De heer Van Baarle (DENK):
We hebben inmiddels al jarenlang te maken met misdaden door de Israƫlische regering. Volgens schattingen zijn er meer dan 100.000 doden in Gaza, waarvan het merendeel vrouwen en kinderen is. De afgelopen tijd hebben we gezien dat er weer plannen zijn voor nieuwe illegale nederzettingen. Er is ongelimiteerd geweld van kolonisten tegen Palestijnen. De Nederlandse regering zegt elke keer weer: je moet het diplomatieke verkeer in stand houden en niet te hard zijn. We hebben de afgelopen jaren toch gezien dat dit niet werkt? Waarom stelt de heer Struijs iets voor wat gewoon niet werkt?

De heer Struijs (50PLUS):
Ik denk dat het wƩl werkt, zeker in deze bizarre, unieke situatie. Ik leg hierbij de nadruk op het woord "bizar", want het is verschrikkelijk wat er gebeurt. Weet u, ik kom uit Vlaardingen. Vlaardingen heeft de grootste Palestijnse gemeenschap in Nederland. Ik heb met mijn Palestijnse en Israƫlische vrienden gesproken en dat zijn hardwerkende, eenvoudige mensen met familie daar, zowel in Israƫl als in Palestina. Die zeggen: "Jan, het allereerste wat er moet gebeuren, is die humanitaire hulp, in godsnaam, en die wapenstilstand. Richt je daarop." Alle andere dingen zullen ongetwijfeld ook belangrijk worden, maar nogmaals, daar zetten wij onze energie op. De inzichten delen we, maar de oplossingsrichting en de timing ervan niet.

De voorzitter:
Afrondend.

De heer Van Baarle (DENK):
Die humanitaire hulp kan alleen maar plaatsvinden als Israƫl de grenzen opent naar Gaza, Israƫl ook voldoende humanitaire hulp toelaat en die niet belet met allerlei regels. Respect voor mensenrechten kan alleen maar inhouden dat er niet weer nieuwe nederzettingsplannen worden goedgekeurd en dat het geweld van kolonisten eindelijk wordt bestreden. Daarvoor is het nodig dat de druk op Israƫl wordt opgevoerd. Dat kan alleen maar door ook aan knoppen zoals het associatieakkoord te draaien. De weg van praten die de afgelopen tijd is bewandeld door de opeenvolgende Nederlandse regeringen heeft laten zien dat het niet werkt. Nogmaals, waarom blijft de heer Struijs iets bepleiten wat de afgelopen tijd bewezen heeft volstrekt ineffectief te zijn en wat de Palestijnen in de kou laat staan?

De heer Struijs (50PLUS):
Nogmaals, omdat de mensen die wij hebben gesproken met ons team in het diplomatieke verkeer unieke kansen zien om de komende twee weken de volgende stap te nemen. Dan gaan die grenzen zo snel mogelijk open en dan gaat de humanitaire hulp veel beter op gang komen. Wij geloven in deze weg om het nog drie weken een kans te geven. Kennelijk zijn er doorbraken. We hebben er net een gezien: een tiendaagse wapenstilstand. Wij willen deze unieke situatie niet voorbij laten gaan. Timing is een groot goed in dezen.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Daar ben ik het van harte mee eens, timing is essentieel. Alleen, ik denk dat de heer Struijs hier net verkeerd zit met zijn timing. Ook ik heb gesprekken, zowel met Palestijnse als Israƫlische mensenrechtenorganisaties; gisteren nog langs geweest. Palestijnen en Israƫliƫrs zeggen gezamenlijk: er moet nu iets gebeuren, er moet nu iets gebeuren, zowel voor de democratische Israƫliƫrs en voor hun toekomst in hun land, als voor de Palestijnen. Ik vraag me toch dit af. Als we het hebben over bijvoorbeeld die diplomatieke gesprekken waar de heer Struijs aan refereert: hoe helpen die de Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever?

De heer Struijs (50PLUS):
Het helpt in ieder geval omdat we nu net een eerste resultaat zien: een tiendaagse wapenstilstand. Nogmaals, dat is niet de holy grail, dat ben ik ook met u eens. Ik weet dat u hele goede contacten hebt, waardevolle contacten, in beide gemeenschappen. Aan de hand van de gesprekken die ik heb gevoerd, is mijn overtuiging, is onze overtuiging dat de komende twee Ć  drie weken echt cruciaal zijn, omdat er van meerdere kanten druk wordt uitgeoefend. Dat is niet altijd zichtbaar. Ik hoop dat we dadelijk van de minister een inkijkje kunnen krijgen: hoe ziet dat eruit, hoe komt dat tot stand? En ja, je zit weleens met mensen aan tafel waarvan je denkt: o jee, moet dat nu? Voor de lange termijn liever niet, maar voor de korte termijn ... De grenzen moeten open voor humanitaire hulp et cetera. Dat willen we allemaal. De hoe-vraag, daar zullen wij in deze fase misschien niet helemaal uitkomen. In wat we op de langere termijn moeten gaan doen, denk ik dat we heel dicht bij elkaar zitten. Nogmaals, wij willen dat het diplomatieke verkeer, dat van alle kanten heel druk is ... Gisteren zeiden de mensen tegen mij: let op, er komt een wapenstilstand aan, laat je maar niks wijsmaken. Nu blijkt dat die nu al komt! Dan heb ik toch wel hoop. Ik hoop dat ik niet naĆÆef ben. Dan kom ik daar in een volgend debat zeker op terug. Ik wil dit oprecht een kans geven.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Even voor de duidelijkheid: ik zou nooit zeggen dat de heer Struijs naïef is. Ik denk wel dat we het over andere zaken hebben. De heer Struijs heeft het over een staakt-het-vuren tussen Israël en Libanon. We zien allemaal dat daar enorme druk is vanuit de Amerikanen. Zonder de Amerikanen kan Israël helemaal niks. Ik denk dat Netanyahu er eigenlijk helemaal geen zin in heeft. We moeten ook maar zien of Israël zich dit keer wel gaat houden aan een staakt-het-vuren. Maar het klopt, die druk is er. Maar wat hebben de mensen in Palestina daaraan? Wat hebben de mensen op de Westelijke Jordaanoever daaraan? Er is nu een doodstrafwet gekomen. De Westbank wordt in tweeën gedeeld met die nieuwe nederzettingen; 34 nieuwe nederzettingen zijn er aangekondigd. Er zijn in de afgelopen vijf jaar 1.100 mensen gedood, maar er is niet één iemand veroordeeld. Zíj hebben hier toch niks aan?

De heer Struijs (50PLUS):
Ik deel de analyse — ik wilde bijna diagnose zeggen, excuus — van mevrouw Piri. Wat hebben ze eraan? Nu nog niets, maar morgen wel. Je ziet dat er nu bijvoorbeeld in Libanon even een beetje hoop is, maar laat ik vooropstellen: voor hoop koop je nooit brood. En ja, het kon onder druk van de Amerikanen, maar er is meer druk; er is absoluut meer druk. Ik wil dat gewoon een kans geven. Laat ik een voorbeeld geven. Ik heb een beetje, maar helaas niet alles, kunnen begrijpen van wat het United Kingdom en de Fransen momenteel vanuit hun invloedssferen doen. Ik ben daar misschien iets te optimistisch en sceptisch over — dat geef ik gelijk toe — maar er komt langzaam maar zeker hoop. Ik hoop echt dat het de komende tijd gaat lukken dat de grenzen opengaan en dat de humanitaire hulptroepen eindelijk een eerste serieuze start kunnen maken. Dat baseer ik niet alleen op hoop, maar ook op de signalen uit het diplomatieke verkeer. Mijn vraag aan de minister is dan ook of mijn beeld een beetje klopt. Moeten we deze twee weken niet juist gaan benutten om daar maximaal druk op te houden vanuit het diplomatieke verkeer?

De voorzitter:
Niet alleen de vragen, maar ook de antwoorden mogen wat korter.

De heer Struijs (50PLUS):
Ja, sorry. Excuus. Dat is de betrokkenheid van 50PLUS.

De voorzitter:
Tot slot, mevrouw Piri.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Tot slot. Wij hebben als Europese Unie handelsvoordelen gegeven aan een aantal landen. IsraĆ«l is een van die landen. We hebben het hier niet over een handelsboycot, maar over het geven van handelsvoordelen. Daar zit een hele duidelijke voorwaarde aan, namelijk het respecteren van mensenrechten. In tegenstelling tot wat de heer Struijs … Ik heb het hier niet eens over het buitenlandbeleid van IsraĆ«l, maar over de in de Knesset aangenomen doodstrafwet en over wat er gebeurt op de Westelijke Jordaanoever, waar zij als bezettende staat juridisch verantwoordelijk voor zijn. Komt u dan in antwoord op mijn vraag alstublieft niet de hele tijd met Libanon, want daar hebben de Palestijnen niks aan.

De heer Struijs (50PLUS):
Nee, dat klopt. De Palestijnen hebben daar momenteel niks aan; dat deel ik. Uiteraard zijn wij tegen de doodstraf en wat daar allemaal gebeurt. Nogmaals, er zijn diplomatieke wegen opengegooid, ook richting Israƫl, om versneld met humanitaire hulp te komen voor de Palestijnen en om te komen tot een serieuze wapenstilstand. We weten beiden dat die wapenstilstand veel te fragiel is en dat er nog van alles gebeurt. Ik wil dat een kans geven. Lukt het de komende twee, drie weken niet om echt tot die doorbraak te komen, dan vindt u mij op uw weg. Maar ik wil deze twee weken, die cruciaal lijken te zijn, hier toch echt voor benutten.

De heer Dassen (Volt):
Het gedeelte over de toegang tot hulp gaat voornamelijk over Gaza, niet zozeer over de Westbank. Mijn vraag gaat daar wel over. Ik hoor heel goed dat de heer Struijs zegt dat hij dat proces niet wil verstoren. Ik heb daar een andere mening over, maar goed, dat laat ik even. Er zijn namelijk ook acties die we wel direct kunnen doen, zonder dat, in de analogie van de heer Struijs, te verstoren. Er is ƩƩn Nederlands bedrijf dat op de zwarte lijst van de Verenigde Naties staat, omdat dat bedrijf nog steeds actief is in de Westbank, namelijk Booking.com. Booking.com krijgt elk jaar een enorme belastingsubsidie vanuit Nederland. Moeten wij als land niet zeggen dat we geen belastingvoordeel meer geven aan een bedrijf dat op de zwarte lijst van de Verenigde Naties staat en in illegaal gebied opereert?

De heer Struijs (50PLUS):
Natuurlijk. Op het moment dat dat uitgesproken is en er reguliere sancties op staan, moet je dat gewoon doen. Het is eigenlijk schandalig hoe Booking.com zich gedraagt, maar ik kijk in deze fase even naar het grotere geheel. Ik herhaal mezelf veel te veel, maar laten we de diplomatie even haar gang laten gaan. Bij dit soort dingen vindt u mij zeker op uw weg.

De heer Dassen (Volt):
Het is goed om te horen wat de heer Struijs nu zegt, want dit verstoort namelijk niks aan de diplomatie. Dit gaat over een individueel Nederlands bedrijf dat op de zwarte lijst staat en waar wij belastingvoordelen aan geven. Daarvan zeg ik: moet je niet als je op de zwarte lijst staat en je niet houdt aan het internationaal recht, in ieder geval die belastingvoordelen niet meer krijgen? Daar verstoren we niks mee, volgens de heer Struijs, maar dan zorgen we in ieder geval wel dat we niet actief een bedrijf ondersteunen dat precies tegen dat internationaal recht ingaat. Kan ik de heer Struijs ertoe bewegen om daar positief naar te kijken?

De heer Struijs (50PLUS):
We staan zeker schouder aan schouder om de regering ertoe te bewegen dat wanneer dit soort bedrijven op die lijst staan — en Booking.com staat daarop — we daar de gerechtvaardigde sancties op doen. Dat ben ik helemaal met u eens.

De heer Dassen (Volt):
Ik ben blij dat te horen. Ik zal er ook een motie over indienen en hoop dan op steun van 50PLUS.

Mevrouw Dobbe (SP):
Ik snap de oproep van de heer Struijs wel om nu vooral diplomatie te proberen en om niet vooraf positie in te nemen, maar diplomatie een kans te geven. Ik snap dat echt. Maar het is wel iets wat we al twee jaar proberen, dus ik zou graag de heer Struijs willen uitnodigen om terug te kijken naar bijvoorbeeld de adviezen die nog heel recent zijn uitgebracht door de AIV en CAVV, en daarvoor ook door de volkenrechtelijk adviseur van dit kabinet. Die hebben gezegd: op het moment dat stille diplomatie niet werkt, moet je opschalen. Wij zitten al een jaar of twee in dit debat, dus het is nu wel tijd om op te schalen, ook volgens al die adviezen. Misschien heeft de heer Struijs die nog niet gelezen, maar misschien kan hij er al wel op reflecteren of is hij in ieder geval bereid om daar nog even serieus naar te kijken.

De heer Struijs (50PLUS):
Ik heb er serieus naar gekeken. Maar nogmaals, dit is een unieke, bizarre situatie. Ik heb ook veel met collega's gesproken, om me hier aan te laven. Maar er is nu een bizarre, unieke situatie ontstaan de laatste dagen. Die wil ik ten volle benutten de komende weken. Natuurlijk, alle goede adviezen en debatten die hier zijn geweest zullen leiden tot langetermijnoplossingen. Maar nogmaals, wij gaan ons nu echt richten op deze diplomatie. Er is namelijk wel een kentering. Ik heb begrepen dat de Israƫlische regering wat sluizen opengooit en dat er andere druk is enzovoort, enzovoort. Daarmee herhaal ik mijzelf. Ik wil die unieke kans niet laten lopen.

De voorzitter:
Mevrouw Dobbe, kort en bondig.

Mevrouw Dobbe (SP):
Als we het hebben over Gaza, verschilt die situatie met die in bijvoorbeeld Libanon en op de Westelijke Jordaanoever. Ik vraag me dan toch wel af welke unieke kans zich op dit moment voordoet op de Westelijke Jordaanoever, als je nu kijkt naar de situatie daar en het recente besluit om juist het aantal illegale nederzettingen daar zo ontzettend uit te breiden. Welke unieke kans voor diplomatie doet zich daar dan op dit moment voor? Volgens mij is die er voor de Westelijke Jordaanoever op dit moment namelijk niet.

De heer Struijs (50PLUS):
Een enorme uitbreiding van humanitaire hulp. Dat is het kortste antwoord dat ik kan geven.

De voorzitter:
Afrondend.

Mevrouw Dobbe (SP):
Maar dat is nu dus niet het grote probleem op de Westelijke Jordaanoever. Natuurlijk moet daar humanitaire hulp komen — ongetwijfeld! — omdat daar hele gemeenschappen worden ontmanteld en plat worden gebulldozerd. Maar de humanitairehulpdiscussie richt zich op dit moment voornamelijk op Gaza en ook op Libanon, omdat dat ook helemaal plat wordt gebombardeerd. Op de Westelijke Jordaanoever is iets anders aan de hand. Daar worden namelijk illegale nederzettingen uitgebreid. De hele Westelijke Jordaanoever wordt eigenlijk onbewoonbaar gemaakt voor Palestijnen. Dat is op dit moment niet zozeer een debat over de toegang tot humanitaire hulp; dat is een debat over het respecteren van mensenrechten en over het stoppen met de uitbreiding van illegale nederzettingen. Welke diplomatieke kans is daar dan? Die is er volgens mij op dit moment voor dit probleem namelijk niet.

De heer Struijs (50PLUS):
De humanitaire hulp is een klein onderdeel, maar de mensen zijn zo geïsoleerd en economisch zo in het slop geraakt dat er wel degelijk het een en ander te doen is. Dat kan een eerste stap zijn tot verbetering voor de hele Westbank. De langetermijndiscussie over de vraag aan wie het land behoort, de vraag hoe de kolonisten daar zich gedragen of misdragen en de vraag of de Israëlische regering daar ook wel wat aan wil doen, is een vervolgstap. Ik denk dat ook daar op lange termijn doorbraken zijn te realiseren.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Hoorde ik nou net, in het interruptiedebat tussen de heer Dassen en de heer Struijs, de heer Struijs zeggen dat hij van mening is dat er maatregelen moeten worden genomen tegen bol.com? Heb ik dat nou goed gehoord?

De heer Struijs (50PLUS):
Nee, excuus. Het gaat om Booking.com. Dat heeft trouwens wel wat meer sancties aan de fiets hangen. Booking.com gedraagt zich niet in Nederland; dat is nu erkend. De volgende stap is nu: wat voor sancties worden het? Ik vind: als je sancties oplegt, moet je die ook gaan handhaven.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Dan is het Booking.com; dat maakt me eigenlijk niet zo veel uit. Waarom is de heer Struijs van mening dat wij hier maatregelen op moeten leggen aan Booking.com of welk internationaal bedrijf dan ook?

De heer Struijs (50PLUS):
Omdat Booking.com nu meerdere keren is aangesproken op dit feit en elke keer beterschap belooft, maar dat in feite niet doet. Je hebt van dat gedrag, van "ik ben het er niet mee eens, dus ik blijf procederen". Booking.com heeft nu duidelijk aangegeven: wij respecteren na een lange juridische weg dat we dit niet meer moeten doen, dat we onder andere op de Westbank geen woningen en andere dingen meer beschikbaar moeten stellen. Als ze dat erkennen, maar toch doorgaan, dan hadden ze dat niet moeten erkennen. Daarom zeg ik: kijk nog eens eventjes heel streng naar Booking.com en sanctioneer het.

De voorzitter:
Tot slot.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Tot slot, ja. Ik ben toch nog steeds op zoek. Waarom vindt de heer Struijs dan dat hij dat moet doen? Als een bedrijf zelf iets zegt ...

De heer Struijs (50PLUS):
Nee, nee ...

De voorzitter:
Wacht even, wacht even, meneer Struijs.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Hoe zit dit? Ik ben echt ...

De heer Struijs (50PLUS):
Nee, voorzitter ...

De voorzitter:
Meneer Struijs, wacht even. Ho!

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Echt waar, ik weet dat het linkerdeel van de Kamer vanaf hier de wereld en het bedrijfsleven wil besturen, maar waarom zegt de heer Struijs dat nu?

De heer Struijs (50PLUS):
Nee, hoor; ik wil dat persoonlijk zeker niet. Het gaat mij om het internationale proces en het rechtsproces. Wij hebben met z'n allen spelregels afgesproken. Mijn antwoord gaat niet over de vraag of ik ze leuk vind of niet. Mijn antwoord gaat erover dat als je dan gesanctioneerd wordt en zegt "ik ga het niet meer doen", maar je doet het toch, je ook sancties moet verwachten. Het gaat meer om het proces dan dat Jan Struijs zegt: nou, dat Booking.com ben ik even zat. Het gaat mij echt om het proces: als je afspraken maakt, ga die dan ook handhaven.

De voorzitter:
U bent het niet met elkaar eens, maar dat mag. Dank u wel, meneer Struijs. Mevrouw Keijzer komt zelf ook nog aan het woord, dus wie weet heeft ze nog wat in petto.

De heer Struijs (50PLUS):
Graag. Dank u wel.

De voorzitter:
Het woord is aan de heer Markuszower voor zijn inbreng namens de Groep Markuszower.

De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Ik zal maar snel beginnen, want ik wil op Booking.com nog een prachtige villa op de Westbank huren, dus dat ga ik snel doen.

Voorzitter. Wederom hebben we een debat over de situatie in het Midden-Oosten. Als een van de laatste sprekers van vandaag wil ik hier slechts kort iets zeggen over dat Midden-Oosten. Inmiddels acht iedereen in dit huis zichzelf een groot deskundige en geopolitiek genie, maar onze fractie doet niet mee aan het veinzen van quasi-expertise op dit gebied. Wij kennen slechts twee waarheden. Eén: tussen landen bestaan geen vriendschappen, maar slechts belangen. Twee: het woord "oplossing" bestaat niet in het Midden-Oosten. Oplossingen zijn een westers concept en het getuigt van totale naïviteit om zulke concepten toe te passen op de rauwe realiteit van het Midden-Oosten. Godsdienstwaanzinnigen denken in termen van "hel en verdoemenis". "Vredespijpen roken" komt niet voor in hun vocabulaire. Voor onze fractie is het belangrijk om over de situatie in Nederland te spreken. Wij moeten oplossingen aandragen voor de problemen die hier in ons eigen land spelen. Ja, de volatiele situatie waarin de wereld zich bevindt, heeft natuurlijk invloed op ons land, op onze economie, op onze koopkracht, op onze veiligheid.

Voorzitter. Daarom het volgende. Hoe kan het, vraag ik aan de minister, dat bijna alle EU-landen wel iets doen voor hun inwoners, op een miezerige vijf na, waaronder dus Nederland, dat niks tot bijna niks doet om de pijn aan de pomp te verzachten die zo veel Nederlanders nu voelen? Ze voelen het in de supermarkt en op hun energierekening. Het is de pijn van te hoge prijzen, te hoge belastingen. Het is de pijn van een inhalige en ronduit onbarmhartige overheid. Waarom compenseert onze regering de Nederlanders niet op dezelfde manier als bijvoorbeeld buurland Duitsland? Duitsland haalt €0,17 van de benzineaccijnzen af en ItaliĆ« zelfs €0,25. Maar onze graaiende ministers doen helemaal niks met de accijnzen. Ik roep het kabinet ertoe op om alsnog deze broodnodige maatregel vandaag nog te nemen.

Voorzitter. Ik heb een aangenomen motie liggen waarin staat dat de vluchtelingenstromen die ontstaan door de spanningen in het Midden-Oosten niet in Nederland, maar in de regio moeten worden opgenomen. Ondertussen overheersen juist mensen uit die regio de instroomcijfers. Hoe kan dit, vraag ik de minister. Wat gaat de minister hieraan doen?

Dan mijn laatste punt. Nederland heeft vorige week voor de toelating van Iran en nog een aantal andere schurkenstaten tot het VN-orgaan ECOSOC gestemd. Dat is een orgaan dat toezicht houdt op mensenrechten. Oftewel: terwijl wij hier ons hele land plat laten leggen omwille van mensenrechten, stemt dit kabinet doodleuk voor de toetreding van een massamoordend regime tot een mensenrechtencollege. Zolang deze regering, onze regering, dit soort barbaarse regimes in een mensenrechtenorgaan kiest, kunnen we deze regering — ik heb het over uw regering, minister — natuurlijk niet serieus nemen op het vlak van mensenrechten. Graag een toezegging van de minister dat we de gegeven steun aan Iran in dat orgaan alsnog intrekken.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Markuszower. Het woord is aan mevrouw Keijzer voor haar bijdrage in eerste termijn.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Dank, voorzitter. Als eerste vraag ik mij af of er aangifte gedaan wordt van het verstoren van een vergadering van de Tweede Kamer. Dat is een vraag aan u. Die hoeft nu niet beantwoord te worden, maar ik vind het een hele bijzondere gang van zaken.

Voorzitter. Vandaag hebben we het debat over de situatie in het Midden-Oosten. Ik ben trouwens blij dat we nog "Midden-Oosten" zeggen, want op grond van de taalgids zou dat een andere naam moeten hebben. Ik wil het vandaag over twee dingen hebben: de economische gevolgen hier in Nederland — wij zijn hier namelijk de volksvertegenwoordiging in Nederland — en het effect van wat daar gaande is op de brandstofprijzen. Ik hoorde de heer Markuszower daar net al het een en ander over zeggen.

Ik weet dat we volgende week een debat hierover hebben, maar toch zou ik aan de minister van Buitenlandse Zaken willen vragen wat wij nou kunnen verwachten morgen. Waarom brengt Nederland niet net als Duitsland de brandstofaccijns naar beneden? Waarom zegt het CPB dat je er dekking voor moet hebben, ook als je de opbrengsten allang realiseert, omdat mensen tanken over de grens? Waarom zegt het PBL dat in dat systeem is opgenomen dat als de accijnzen dalen, de emissie automatisch omhooggaat en we ons dan niet meer aan de Klimaatwet houden? Waarom gaan die modellen voor op de belangen van de Nederlandse bevolking?

Voorzitter. Dan de veiligheid van Nederland. Ik heb echt wel met stijgende verbazing naar de discussie over dit conflict in het Midden-Oosten zitten kijken. Je hoeft de televisie maar aan te zetten en er zit een hele rits aan duiders die vooral Israƫl en de Verenigde Staten de maat nemen. Maar over het terroristische regime van Iran en alle terroristische organisaties in de regio die het steunt, hoor je ze bijna niet. Geen woord over vrouwen, geen woord over homo's, geen woord over de executies in Iran. En dat is alleen nog maar Iran. Zondag nog bij Buitenhof: oud-minister van Defensie, Ollongren, en daarna een advocate die zonder blikken of blozen stelt dat Trump en zijn hele regering oorlogsmisdadigers zijn die moeten worden gearresteerd als ze op de Nederlandse bodem landen. En dit alles zonder enige kanttekening ten aanzien van de ellende die Iran in de regio veroorzaakt.

Voorzitter. De Amerikanen en de Israƫliƫrs worden voortdurend weggezet als de badguys, terwijl wij hier in Nederland van hen niets te vrezen hebben. Dat geldt allerminst voor Iran en de door Iran gefinancierde terreurorganisaties zoals de Houthi's, Hezbollah en Hamas. Dƭe vormen een directe bedreiging voor onze veiligheid en voor alle mensen van goede wil in de regio. Daar mag het weleens wat vaker over gaan.

De voorzitter:
Komt u tot een afronding?

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Daarom vraag ik aan de minister of hij bereid is om dit samen met mij te erkennen.

Dank u wel.

Mevrouw Van der Werf (D66):
We leven niet in een twitterdemocratie, dus ik dacht: ik kom nog even naar mevrouw Keijzer toe. Zij verweet mij dit weekend in een bericht op X dat ik antisemitisme in Nederland nog een zetje zou geven met een set schriftelijke vragen over gemartelde Palestijnse kinderen in gevangenissen. Ik vroeg mij af wat daar antisemitisch aan is.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Ook vandaag, in dit debat, hoor ik mensen zaken zeggen over ellende, maar dat doen zij op een manier die ik op geen enkele manier kan baseren op de rapporten die ik voorbij zie komen. Natuurlijk is het ellendig als kinderen in een gevangenis terechtkomen. Inmiddels is in Nederland echter een sfeer ontstaan alsof het niet zou moeten gaan over Iran of over Hezbollah, maar over de regering van Israƫl, de enige democratische rechtsstaat in de regio. Dan kom je op een gegeven moment terecht in een discussie waarin al het foute vanuit Israƫl komt. Dat is volgens mij niet de juiste manier om deze discussie te voeren. Dan wordt antizionisme op een gegeven moment antisemitisme. Dat was wat ik daarmee bedoelde.

Mevrouw Van der Werf (D66):
Ik ben blij dat mevrouw Keijzer in ieder geval haar oordeel dat ze online durfde te vellen hier terugneemt. Laat ik allereerst zeggen dat het verschrikkelijk is dat in Nederland antisemitisme plaatsvindt en toeneemt. Ik vind dat dit kabinet er alles aan moet doen, samen met mevrouw Keijzer, om dat tegen te gaan. Er is geen enkele aanleiding om te twijfelen aan dit rapport …

De voorzitter:
Uw vraag.

Mevrouw Van der Werf (D66):
… of om te twijfelen aan de bekentenissen van kinderen, maar de regering-Netanyahu is daarvoor verantwoordelijk, niet Nederlandse joden. Ik vraag mij af waarom mevrouw Keijzer dat er dan wel bij haalt.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Wat ik in die tweet gezegd heb, neem ik helemaal niet terug. Ik weet niet waar mevrouw Van der Werf dat op baseert.

De voorzitter:
Tot slot.

Mevrouw Van der Werf (D66):
Dat is heel interessant, want mevrouw Keijzer zei: antisemitisme in Nederland krijgt een zetje. Zij haalt dat er dus wel degelijk bij.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Dat zeg ik. Dat is precies wat ik daarmee zei. Door zonder kritiek zo'n rapport aan te nemen als waarheid, veroorzaakt door de Israƫlische regering, voed je de discussie hier in Nederland, alsof dat zo'n beetje het allerergste is wat daar in die regio regeert. Zo kijk ik daar niet naar. Iran, Hezbollah, Hamas: dƔt is het kwaad.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan is het woord aan de heer De Roon voor zijn bijdrage namens de PVV in de eerste termijn.

De heer De Roon (PVV):
Voorzitter. Vandaag hebben we dus een debat over de situatie in het Midden-Oosten, een regio die we volgens de taalgids van het ministerie van OCW beter "Zuidwest-Aziƫ" kunnen noemen. Mevrouw Keijzer verwees daar al naar. Ik vind dat dat voorstel verwarrend is en ook afwijkt van de terminologie die de rest van de wereld hanteert. Ik geef de minister en ook deze Kamer in overweging om dat idee uit de ivoren toren van OCW maar niet uit te voeren.

Voorzitter. Het Iraanse regime en de proxy's Hamas en Hezbollah zorgen voor immens veel menselijk leed, al decennialang, met als dieptepunt de terreuraanval van Hamas op 7 oktober van tweeƫnhalf jaar geleden. Dat het Iraanse regime er de afgelopen weken flink van langs heeft gekregen, vinden wij daarom terecht. Laten we daarbij ook niet vergeten dat de Amerikanen en Israƫli's tijdens deze antiterreuroperatie hun nek hebben uitgestoken, en dat wij daar in Europa ook van profiteren voor wat betreft onze veiligheid en vrijheid. Het uiteindelijke succes van de hele operatie hangt nu onder meer af van de onderhandelingen die nog gaande zijn. En als het gewenste resultaat met onderhandelen kan worden bereikt, is dat beter dan oorlog voeren. Wat dat betreft voel ik dus heel erg mee met de benadering van de heer Struijs: geef dat onderhandelen nu een kans. In ieder geval wensen wij de Amerikanen bij het onderhandelen veel succes.

Maar bij de PVV gaat de vlag straks pas echt uit als het Iraanse regime compleet in elkaar is gedonderd en de Iraanse bevolking is bevrijd. Ondertussen stilzitten is, gezien de zware nadelige economische effecten en schendingen van grote belangen van ons, geen optie. Een coalitie onder leiding van de Britten en Fransen gaat morgen over een missie in de Straat van Hormuz praten. Wat biedt Nederland aan voor die coalitie? Kan de minister ons daar iets over vertellen? We zijn tenslotte het land van Hugo de Groot en van het wezenlijke principe van mare liberum. Als Nederland kan bijdragen aan een vrije doorvaart en tegelijkertijd ook nog het Nederlandse belang kan dienen, moeten we dat dus serieus overwegen.

Voorzitter. Dat Trump bij vlagen escaleert op sociale media en tijdens interviews plaatsen wij binnen het kader van de onderhandelingen en het druk zetten op Iran. Soms moet je escaleren om weer te kunnen de-escaleren en dus iets in beweging te krijgen. Wat Trump doet is eigenlijk het tegenovergestelde van wat Nederland nogal eens doet met zoetsappige pleidooien en gedoogpolitiek, zoals het openhouden van de Iraanse ambassade in Nederland. Het kabinet heeft er laatst zelfs voor gezorgd dat Iran mag toetreden tot een belangrijke VN-commissie, te weten de Commissie voor Programma en Coƶrdinatie, die onder meer mede vorm gaat geven aan beleid inzake vrouwenrechten, mensenrechten, ontwapening en het voorkomen van terrorisme. Het Iran dat wij kennen, gaat dus mede door Nederlandse steun zich daarmee bezighouden. Wat kun je daarvan verwachten? Het mensenrechten schendende en onderdrukkende terreurregime van Iran werd op deze wijze in wezen beloond en genormaliseerd in de VN. Wij vinden dat, werkelijk waar, absurd. Daarom de vraag: waarom is dit zo grandioos misgegaan en waarom heeft Nederland Iran op deze manier geholpen, of is het Iran in ieder geval ter wille geweest?

Nederland erkent de legitieme veiligheidsbelangen van Israƫl, maar staat het Israƫl wonderbaarlijk genoeg niet toe om door te vechten tegen Hezbollah. Waarom wordt dat zelfverdedigingsrecht van Israƫl hier zo veel geweld aangedaan? We zouden Israƫl juist meer moeten steunen, juist ook omdat het Israƫlische optreden de verzwakking en ontwapening van Hezbollah dichterbij brengt. Graag een reactie.

Ik zie dat mijn termijn is verlopen, voorzitter. Dank u.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer De Roon. Dan is het woord aan de heer Stoffer, als laatste spreker van de zijde van de Kamer. Hij doet dat namens de Staatkundig Gereformeerde Partij.

De heer Stoffer (SGP):
Ja, voorzitter. Ik ben het voorgerecht geloof ik, hĆØ. Iraanse Nederlanders dragen een dubbele last. Ze maken zich dagelijks zorgen om familie en vrienden in Iran. Een zorg die nooit verdwijnt, omdat de band blijft en de lange arm van Teheran gevoeld wordt. Het is alsof je altijd over je schouder moet kijken en dat dan nog niet genoeg is. Mensen moeten steeds weer uitleggen dat er heel veel op het spel staat, zeker ook aan mensen zonder directe band met Iran die er wel heel gemakzuchtig een mening over op na houden. Ik noem Ilja Leonard Pfeijffer, die het uit zijn pen kreeg dat hij stiekem voor Iran was. Het vreedzame dictatuurtje van de ayatollahs kon Ilja zijn sympathie wel wegdragen.

Geopolitiek analist Rob de Wijk ging niet zo ver om de VS en Israƫl redeloze en wrede agressors te noemen, maar opperde wel dat een Iraans kernwapen stabiliserend kan werken. Alleen al die suggestie getuigt van een onvoorstelbare wereldvreemdheid. Het Midden-Oosten is nu al een enorme chaos, en een sjiitisch Noord-Korea is wel het laatste wat de wereld kan gebruiken. Een nucleair bewapend Iran verstoort niet alleen de regionale machtsbalans, maar zal daarnaast een bredere wapenwedloop op gang brengen, waarbij in ieder geval Saudi-Arabiƫ, maar wellicht ook Egypte en Turkije hun nucleaire opties op een rij zetten. Dan zitten we pas echt met de gebakken peren.

Zelfs als de ayatollahs overleven, geldt ƩƩn ding: dit regime mag nooit beloond worden voor agressie en chantage. Iedereen heeft toegang tot de Straat van Hormuz, of niemand heeft dat. De Revolutionaire Garde moet tot maximale concessies worden gedwongen. Dat vraagt om een druk die werkt. De Amerikaanse zeeblokkade is precies dat: een serieuze poging om het regime economisch en strategisch onder druk te zetten. Alleen zo voorkomen we dat Chinese en Indiase schepen de oorlogskas van de Revolutionaire Garde en hun proxy's blijven spekken. Daarom vraag ik aan de minister of het kabinet politieke steun kan uitspreken voor de Amerikaanse zeeblokkade. Zo niet, kan de minister dan toezeggen dat Nederland deze niet zal veroordelen? Het beroep op de vrijheid van navigatie gaat hier niet op. Deze maatregel volgt immers op het illegale besluit van Iran om tol te heffen en schepen selectief door te laten.

De Europese intentieverklaring van 19 maart met Japan en Canada is wat de SGP betreft alleen geloofwaardig als we een positieve grondhouding aannemen ten aanzien van de Amerikaanse blokkade. Laten we er niet omheen draaien: hoewel de NAVO niet direct betrokken is en dat ook niet zou moeten zijn, gaat dit ook om het aan boord houden van de Amerikanen. De bereidheid van de VS om verantwoordelijkheid te blijven nemen voor de veiligheid op ons continent moet dit kabinet heel zwaar wegen.

Voorzitter. De humanitaire gevolgen van de oorlog in Zuid-Libanon laten niemand onberoerd. Maar laten we wel bij de feiten blijven. Dit is een oorlog tegen Hezbollah, dat ervoor koos om zich na 7 oktober 2023 aan te sluiten bij Hamas. Sinds 2006 heeft Hezbollah zich met steun van Iran steeds verder bewapend, onder toeziend oog van UNIFIL. Daarbij heeft Israƫl lering getrokken uit het bestand van 2024. Die adempauze heeft Hezbollah benut om zijn raketarsenaal en de militaire basissen weer op te bouwen. Is de minister het met ons eens dat zowel het mandaat als de uitvoering van UNIFIL al 20 jaar tekortschiet om Hezbollah effectief te ontwapenen? Wordt er nagedacht over een geloofwaardig alternatief dat Hezbollah wel kan ontwapenen na een eventueel staakt-het-vuren? Als dat staakt-het-vuren er komt, zou dat wellicht een goede eerste stap zijn.

Voorzitter. De beste garantie voor vrede in het Midden-Oosten is een einde aan de Islamitische Republiek. Dat zou niet alleen goed zijn voor Iran, maar voor de hele regio. Dan kunnen joden en christenen weer in vrijheid samenleven met moslims. Dat is geen naïef ideaal, maar een realiteit die in Israël al bestaat en die we de rest van het Midden-Oosten wat ons betreft niet mogen ontzeggen.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Stoffer. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de eerste termijn van de zijde van de Kamer. Ik schors tot 19.20 uur en daarna volgt de beantwoording van de regering.

De vergadering wordt van 18.35 uur tot 19.20 uur geschorst.

De voorzitter:
Ik heropen de vergadering.

Ik geef het woord aan de minister van Buitenlandse Zaken voor de beantwoording van de gestelde vragen in de eerste termijn van de Kamer. Het woord is aan de minister.

Minister Berendsen:
Dank u wel, voorzitter. Ik begin met de vraag waar uw Kamer als eerste mee begon, de vraag van de heer Van Baarle over de doodstraf en de brief die is gevraagd over het ontbieden van de Israƫlische ambassadeur daarover. Vanmorgen heeft de Kamer een brief ontvangen waarin de positie van het kabinet over de doodstraf is benoemd. Zowel ik, in mijn gesprekken met collega Gideon Sa'ar, als de mp, in zijn gesprekken met president Herzog, hebben dit benoemd. We hebben onze zorgen over de doodstraf vrij nadrukkelijk genoemd, kan ik zeggen. Dit betekent dat we nu geen aanleiding zien om de ambassadeur te ontbieden, omdat we op het hoogste niveau die boodschap hebben overgebracht. Ik wilde beginnen om u dat te laten weten. En excuses dat we dat feit niet hebben benoemd in de brief.

De voorzitter:
De heer Van Baarle.

De heer Van Baarle (DENK):
Laat ik met een positieve noot beginnen: excuses aanvaard. Maar, als het aanvaarden van een doodstrafwet, nota bene in de vorm van een voorstem van de zittende premier van Israƫl, namelijk Netanyahu, geen aanleiding vormt om de Israƫlische ambassadeur te ontbieden, is het feit dat in de afgelopen tijd een illegaal annexatieplan van 34 nederzettingen door de Israƫlische regering is gepubliceerd dat dan bijvoorbeeld wel? Of het feit dat de Israƫlische regering tot op de dag van vandaag de grenzen van Gaza gesloten houdt, tegen alle afspraken en het internationaal recht in? Kan de minister op basis van deze feiten aangeven dat er wel degelijk reden is om de Israƫlische ambassadeur te ontbieden?

Minister Berendsen:
Er zijn meer dan genoeg redenen om Israƫl aan te spreken op bepaalde acties, waaronder deze ontwikkelingen rondom de doodstraf. Nederland heeft dat op het allerhoogste niveau gedaan. Dit betekent dat we de boodschap op het allerhoogste niveau hebben overgebracht en nu geen aanleiding zien om de Israƫlische ambassadeur te ontbieden om die boodschap over te brengen.

De heer Van Baarle (DENK):
Dat zaken op verschillende niveaus naar voren gebracht worden, begrijp ik. Tegelijkertijd is het ontbieden van een ambassadeur, c.q. een ambassadeur op het matje roepen, een duidelijk diplomatiek signaal. Ik kan me niet voorstellen waarom een van de diplomatieke signalen dat vrij gemakkelijk in te zetten is om ongenoegen te uiten in de richting van het beleid van de Israƫlische regering, door deze minister niet wordt uitgezonden. Wat weerhoudt deze minister om die man op het matje te roepen?

Minister Berendsen:
Omdat dit kabinet heeft besloten dit dusdanig serieus te nemen en het op het allerhoogste niveau aan de orde te stellen. In die zin verschillen wij misschien van mening over de gradatie van mogelijkheden die je hebt. We hebben onze zorgen daarover bij president Herzog en bij mijn collega Gideon Sa'ar in duidelijke bewoordingen aangegeven. En daarmee hebben we volgens mij het signaal afgegeven dat wellicht ook de heer Van Baarle beoogt, of wellicht ook niet, gezien zijn hoofdschudden.

De voorzitter:
Tot slot.

De heer Van Baarle (DENK):
Dan verschillen we toch echt serieus met elkaar van mening over de zwaarte van aan de ene kant in een telefoongesprek zorgen overbrengen en aan de andere kant publiekelijk kenbaar maken dat de Nederlandse regering de ambassadeur op het matje roept. Het is een van de tools in de diplomatieke gereedschapskist om ook publiekelijk te laten zien dat je iets niet goed vindt. Als we nou zien wat er in de afgelopen tijd is gebeurd, is dit het lichtste wat de Nederlandse regering zou kunnen doen. Maar dan ga ik er een motie van maken.

Minister Berendsen:
In de gereedschapskist die de heer Van Baarle benoemt, zitten inderdaad meerdere instrumenten. Het kabinet heeft ervoor gekozen om het instrument "overbrengen van onze zorgen op het allerhoogste niveau" te gebruiken.

Mevrouw Teunissen (PvdD):
Dit patroon zien we nou al twee jaar. Als Israƫl mensenrechtenschendingen pleegt, gaat de Nederlandse regering op de koffie om de Israƫlische regering aan te spreken. We hebben gezien dat dat geen vruchten afwerpt. Deze wet staat niet op zichzelf. Dit is een racistische wet, met de doodstraf voor Palestijnen, zonder eerlijk proces, via ophanging. Het is een discriminerende wet, een wet die het apartheidsregime van Israƫl verder brengt. Dit is een onderdeel van de heel systematische genocide die gaande is op de Palestijnen. Dan moet je toch als kabinet zeggen: op een gegeven moment trekken we een rode lijn? Als dit, een doodstrafwet voor Palestijnen, geen rode lijn is, vraag ik de minister: wat is het dan wel?

Minister Berendsen:
Een groot deel van de kwalificaties die mevrouw Teunissen geeft over die doodstrafwet wordt door het kabinet gedeeld. Wij hebben ook aangegeven dat dit onacceptabel is en dat dit ook nog eens discriminerend is in de uitwerking. Wij hebben onze zorgen overgebracht op het allerhoogste niveau dat mogelijk was. Ik kom straks nog op de eventuele andere inzet die wij als kabinet plegen. Daar heeft de Kamer ook om gevraagd. De invoering van de doodstraf is een van de redenen voor het kabinet om te vinden dat aanvullende stappen noodzakelijk zijn.

Mevrouw Teunissen (PvdD):
Het is op zich goed dat de minister nu zegt dat aanvullende stappen noodzakelijk zijn. Maar natuurlijk is het antwoord: we hebben onze boodschap overgebracht op het hoogste niveau. Dat is gewoon koffiedrinken met de Israƫlische regering. Snapt de minister dat wij na twee jaar denken: is die doodstrafwet nog niet voldoende? Moet er nu echt geen rode lijn worden getrokken naar aanleiding van die doodstrafwet?

Minister Berendsen:
Als dit nog steeds gaat om het op het matje noemen van de ambassadeur, dan denk ik: in dit geval is het aan de orde stellen op het allerhoogste niveau van een hogere gradatie dan het op het matje roepen van de ambassadeur om dezelfde boodschap over te brengen, die de ambassadeur vervolgens over moet brengen aan het hoogste niveau in Israƫl.

Mevrouw Teunissen (PvdD):
Door de ambassadeur op het matje te roepen, wordt er in ieder geval iets gedaan. Dat is meer dan de Nederlandse regering nu doet. Die zegt alleen maar: we brengen onze zorgen over. Daar trekt de Israƫlische regering zich helemaal niets van aan. Die lachen Nederland uit. Ze dragen een gouden strop en drinken champagne bij het invoeren van de doodstrafwet. Israƫl trekt zich helemaal niets aan van Nederland als we alleen maar zorgen overbrengen. Dat is precies wat wij al twee jaar proberen duidelijk te maken aan het kabinet. De vraag is: welke extra stap wordt er gezet als het niet het ontbieden van de ambassadeur is? Welke extra stap gaat het kabinet zetten naar aanleiding van die doodstrafwet?

Minister Berendsen:
Ik kom straks op de inzet van Nederland in brede zin, dus ik stel voor om op dat moment het debat hierover te voeren. Dat lijkt me beter dan nu mijn opmerkingen over de inzet van Nederland helemaal naar voren te halen en specifiek deze vraag te beantwoorden.

De voorzitter:
Ik vraag ook aan de heer Ceder of dat kan.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Nee.

De voorzitter:
Als u het dan echt kort houdt, meneer Ceder, want u bent vrij lang van stof.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik zal mijn best doen. Ik denk dat het goed is dat dit geadresseerd is. Ik heb wel een vraag over de brief. Daarin wordt aangegeven dat dit juridisch bij het Israƫlische hooggerechtshof zou lopen. Kunt u daar iets meer over vertellen? Ik ken de wetgeving in Israƫl niet goed genoeg. Is er momenteel al een procedure bezig? Vindt die plaats op het moment dat iemand de doodstraf uitgesproken krijgt? Ik probeer te kijken waar we nu staan in het proces, om ook even te kunnen wegen wat Nederland zou moeten doen om dit teruggedraaid te krijgen, wat we volgens mij allemaal willen.

Minister Berendsen:
Ik vind dat een goede vraag. Ik hoop dat ik daar straks, als ik bij de opmerkingen over de doodstraf aangekomen ben, iets concreets over kan zeggen. Als ik die vraag nu wil beantwoorden, moet ik snel gaan bladeren en dat doet wellicht geen recht aan de vraag. Als ik daar dadelijk niet voldoende op terugkom, hoor ik dat.

De voorzitter:
Kan de minister aangeven hoe hij zijn beantwoording heeft gestructureerd?

Minister Berendsen:
Jazeker. Eerst de opening. Vervolgens het gewapend conflict in het Midden-Oosten. Dat gaat over de diplomatieke inspanningen, de Straat van Hormuz, et cetera; dat hoort allemaal bij elkaar. Dan waren er een paar specifieke vragen over de situatie in Iran. Daarna ga ik in op Israƫl en de Palestijnse gebieden. Dan zeg ik iets over Libanon en ten slotte nog een klein kopje overig.

De voorzitter:
Ik stel voor interrupties zo veel mogelijk na clusters toe te staan, zodat we enige structuur houden, ook in het debat. Minister, gaat uw gang.

Minister Berendsen:
Dank u, voorzitter. Het gewapende conflict en de aanval op Iran, de escalatie van Iran in de regio en het geweld in Libanon; dat is inmiddels bijna zeven weken geleden begonnen. Hoewel een fragiel staakt-het-vuren voorlopig nog standhoudt als het gaat om Iran, moeten we er rekening mee houden dat dit conflict nog lange tijd kan duren en zich verder verdiept. Het conflict kenmerkt zich door een hoge mate van complexiteit. Daarnaast is de onzekerheid over het toekomstig geopolitiek evenwicht in de regio groot. Na het stuklopen van de eerste onderhandelingen tussen de VS en Iran is de basis voor verdere gesprekken wankel. Het conflict heeft serieuze effecten op de wereldeconomie en op de stabiliteit. De economische gevolgen worden wereldwijd en bij mensen thuis stevig gevoeld. We zien daarnaast miljoenen ontheemden in de regio en toenemende humanitaire noden. Het conflict heeft ook invloed op de Russische agressieoorlog in OekraĆÆne. Terwijl de ogen vooral op Iran en de Straat van Hormuz zijn gericht, moeten we natuurlijk aandacht blijven houden voor de schrijnende situaties in Gaza, op de Westelijke Jordaanoever en in Libanon. De zorgen over al deze ontwikkelingen zijn groot, evenals die over de gevolgen van het huidige conflict.

Tegelijkertijd zijn de handelingsopties en de invloed die Nederland kan uitoefenen beperkt, al dragen we bij waar we kunnen en kunt u verzekerd zijn van de voortdurende inzet van het kabinet om de situatie ten goede te keren. Nogmaals, ik wil ook realistisch zijn in de invloed die wij als Nederland kunnen hebben. Ik ben overigens ook optimistisch over wat we als klein land met internationale samenwerking toch voor elkaar kunnen krijgen op heel veel onderwerpen. Al deze onderwerpen zijn in uw eerste termijn in de Kamer aan bod gekomen. Ik heb zojuist de kopjes genoemd.

Ik begin met het conflict tussen de VS en Iran, en de Straat van Hormuz. Het is absoluut positief en historisch dat er afgelopen weekend directe onderhandelingen op hoog niveau tussen de VS en Iran hebben plaatsgevonden, in Pakistan, en dat het staakt-het-vuren vooralsnog grotendeels standhoudt. Iran is militair en economisch zwaar geraakt door de aanvallen van Israƫl en de VS. Het doel van het regime is echter deze oorlog te overleven en dat is vooralsnog gelukt. Ondanks de enorme schade is Iran in staat de aanvallen op Israƫl en andere landen in de regio nog weken, zo niet maanden, vol te houden. De verwachting is dan ook dat Iran niet snel bereid zal zijn de gevraagde concessies te doen op grote twistpunten zoals het nucleaire dossier. Iran streeft naar een allesomvattende overeenkomst die de betrekkingen tussen de VS en Iran fundamenteel zal veranderen. Om die kloof te helpen overbruggen, vindt er deze week intensief diplomatiek verkeer plaats tussen Europese hoofdsteden, Washington en landen in het Midden-Oosten. Vanuit de EU ondersteunen we de positie van bemiddelaars zoals Pakistan, Turkije, Egypte en de Golfstaten.

Dat geeft mij meteen aanleiding om heel specifiek in te gaan op de vraag die de heer Struijs ook stelde. Hij vroeg: wat is er nou effectief? Wij hebben als Nederland een vrij unieke positie. Dat betekent dat we contacten onderhouden met alle landen die hierbij betrokken zijn. Al mijn collega's in de zojuist genoemde landen, in Pakistan, Turkije, Egypte en de Golfstaten, heb ik de afgelopen dagen en weken over dit conflict gesproken. Over het staakt-het-vuren dat nu voor Libanon bereikt is, heb ik in de laatste 48 uur zowel met Rubio gesproken als met mijn Israƫlische en mijn Libanese collega. Dat is een unieke positie voor Nederland.

Wat is dan effectief? Uiteindelijk is het effectief dat wij die gesprekken kunnen voeren en dat wij die contacten hebben. Dat zijn geen gemakkelijke gesprekken. Daar worden over en weer hele harde waarheden uitgesproken. De waarde is wel dat wij als Nederland die gesprekken hebben. De interne harde woorden zijn soms inderdaad effectiever. Ik zal echt niet zeggen dat alle geopolitieke lijnen uitkomen in de Rijnstraat, maar het feit dat we kunnen luisteren en onze boodschap kunnen overbrengen, kan impactvol zijn. Soms is dat impactvoller dan hele grote beslissingen nemen die er vervolgens voor zorgen dat de telefoon niet meer opgenomen wordt op het moment dat we bellen of een afspraak proberen te maken.

Juist de landen die ik net noemde, Pakistan, Turkije, Egypte en de Golfstaten, kunnen Iran en de VS helpen bij de diplomatieke vertaalslag, om kostbare misverstanden te voorkomen in de zoektocht naar een werkbaar compromis. Naast bilaterale contacten hebben we ook vanuit de EU direct contact met Washington, om te onderstrepen hoe belangrijk een diplomatieke oplossing is en om onze bereidwilligheid te laten zien en concreet op de inhoud mee te denken en te werken, bijvoorbeeld rond de Straat van Hormuz. Daar kom ik zo nog even op terug. We moeten ons geen illusies maken over de weg voorwaarts. Een hernieuwde ronde van aanvallen is een reƫle optie. Tegelijkertijd ontslaat dat ons niet van de plicht om te blijven streven naar een diplomatieke oplossing.

Ook is het van groot belang om oog te houden voor de positie van onze regionale partners, die zwaar getroffen zijn door de Iraanse aanvallen. Ook daar zijn een aantal vragen over gesteld. Als kabinet bekijken we, binnen de beperkingen ten aanzien van onze eigen capaciteiten en onze bestaande verplichtingen, de mogelijkheden om de Golfstaten te ondersteunen, onder andere wat betreft luchtafweercapaciteiten en hen in contact brengen met ons bedrijfsleven. Volgende week zal ik afreizen naar enkele Golfstaten om die boodschap nogmaals over te brengen.

Het is cruciaal dat de Straat van Hormuz opengaat en openblijft voor de internationale scheepvaart. Ik kan me voorstellen dat de VS de druk op Iran proberen te vergroten om de Straat van Hormuz open te krijgen. We denken dat er verschillende manieren zijn om dat te doen. Diplomatieke onderhandelingen, zoals die in Islamabad, maar ook drukmiddelen als sancties kunnen een rol spelen.

Nederland draagt niet bij aan de Amerikaanse sluiting. We zijn daar ook niet om verzocht. Wel staan we met bondgenoten klaar om de scheepvaart weer op gang te krijgen zodra de situatie dat zou toelaten en de vijandelijkheden zijn gestaakt. Onder leiding van het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk wordt in coalitieverband gesproken over de voorbereiding van eventuele militaire inzet. Morgen spreekt onze premier met partners op een door Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk georganiseerde bijeenkomst van deze coalitie. Belangrijke afwegingen voor ons bij een eventuele inzet zijn: een scherpe doelstelling, een duidelijke toegevoegde waarde, een stevige internationale coalitie, een internationale rechtsbasis en bovenal een duurzaam einde van de vijandelijkheden. Zodra daartoe aanleiding is, wordt uw Kamer conform de artikel 100-procedure geĆÆnformeerd.

Ik heb nog ƩƩn paragraafje, voorzitter. Los van de militaire inzet heeft Nederland een voortrekkersrol op zich genomen ten aanzien van de inzet van sancties en andere economische maatregelen tegen Iran vanwege de belemmeringen in de Straat van Hormuz. Nederland is binnen die grote coalitie gevraagd om voorzitter te zijn van de werkgroep op dit onderwerp, met brede deelname uit de Golfregio en Aziƫ, omdat wij allen economisch geraakt worden door de Iraanse sancties en samen sneller gehoord zullen worden in Teheran.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Deze week zat ik Question Time te kijken. Dat is altijd leuk, met iemand uit het Britse Lagerhuis. Het ging natuurlijk over hetzelfde onderwerp. Er zit een gigantisch verschil tussen de woorden die ons kabinet kiest en de woorden die in Engeland door de premier worden gekozen. Ik heb het even genoteerd. De minister heeft het over "de aanval op Iran", "het geweld in Libanon" en "onze regionale partners, zwaar getroffen door Iran". De meeste landen in Europa erkennen dat er ook iets was van agressie van de kant van de VS en Israƫl. Hoe kijkt deze minister daarnaar?

Minister Berendsen:
De kijk van het kabinet daarop is niet anders dan ik al meerdere keren in deze Kamer heb aangegeven. Wij hebben begrip voor het feit dat de VS en Israël zich genoodzaakt voelden om aan te vallen, gezien de enorme dreiging die er uitging van het Iraanse regime voor de regio en voor de Iraanse bevolking, de lange arm van Teheran in Nederland, de steun van Iran aan proxy's en de steun van Iran aan Rusland bij de invasie in Oekraïne. Tegelijkertijd hebben we aangegeven dat op basis van de informatie die wij hebben de juridische basis in het internationaal recht om deze aanval uit te voeren, lijkt te ontbreken. Daar kan nu aan toegevoegd worden dat wij op dit moment ook zien dat een diplomatieke oplossing de enige manier is om daar uiteindelijk tot een duurzame oplossing te komen. Daar zijn onze acties ook op gericht en daarom heeft dit kabinet vanaf het begin gezegd: ga aan tafel en de-escaleer. Zo kijken wij als kabinet daartegen aan.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Ik wil echt niet de hele discussie overdoen. Ik vind het zeer pijnlijk dat het kabinet dat nog steeds hanteert. We moeten toch gewoon de feiten kunnen noemen? Volgens mij veroordeelt iedereen hier Iran om hoe het om zich heen heeft geslagen en om alles wat het daar doet. Niemand hier heeft een goed woord over voor dat regime. Als ik de minister hoor zeggen dat onze bondgenoten zwaar getroffen zijn in de Golfregio door Iran, waarom hoor ik hem dan niet ook zeggen: we veroordelen ook onze bondgenoot in Libanon? Daar heeft een op de vijf mensen voor het Israƫlische geweld moeten vluchten en zijn 2.200 mensen omgekomen. Waarom is het zo'n eenzijdig verhaal?

Minister Berendsen:
De eenzijdigheid in dit verhaal zit wellicht in het feit dat ik zo dadelijk nog bij het blokje Libanon kom. Daarin zal ik zeker soortgelijke woorden gebruiken als mevrouw Piri doet. Ook daar vinden we als kabinet wat van. Dat hebben we al eerder uitgesproken en dat zal ik zo dadelijk ook doen.

De voorzitter:
Afrondend.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Dat is fijn. Ik kijk daarnaar uit. Tot slot op dit punt heb ik de volgende vraag. Hoe kijkt het kabinet naar wat de Amerikanen nu doen met die blokkade, even los van het feit dat het me logisch lijkt dat Nederland daar niet aan mee wil doen? Erkent het kabinet dat dat ook gewoon een schending van het internationaal recht is?

Minister Berendsen:
De blokkade door de VS is, zoals ik het begrijp, niet bedoeld om de internationale scheepvaart te blokkeren in de Straat van Hormuz, maar om te zorgen dat Iraanse schepen, die dus profiteren van de blokkade door Iran van de Straat van Hormuz, er niet doorheen kunnen varen. Dat betekent dat het internationaalrechtelijk net iets anders ligt. Zoals ik al heb aangegeven, begrijp ik dat de VS redenen zoeken om Iran onder druk te zetten, maar wij vragen ons wel af of dit de juiste manier is. Maar dat is dus zoals we ertegen aankijken.

Mevrouw Dobbe (SP):
Ik hoor de minister "begrip voor de aanval" zeggen en hij begrijpt ook dat de VS ervoor kiezen om de Straat van Hormuz te blokkeren. Waarom is de Straat van Hormuz geblokkeerd? Wat is de analyse van de minister? Waarom zitten wij daar in de penarie?

Minister Berendsen:
Feitelijk is de Straat van Hormuz natuurlijk geblokkeerd, omdat Iran als gevolg van de aanvallen op Iran de Straat van Hormuz geblokkeerd heeft als drukmiddel.

Mevrouw Dobbe (SP):
Als gevolg van de aanval op Iran, de aanval van de Verenigde Staten en Israƫl op Iran.

Ik hoor de minister weer "begrip" zeggen, overal alleen maar "begrip" voor, maar we zien ook de ellende waar we nu in zitten. Het hele Midden-Oosten staat in de fik. Er zijn miljoenen Iraniƫrs op de vlucht. Die worden nu alleen maar harder onderdrukt en ze zijn verder van vrijheid dan ooit, terwijl dit een bevrijdingsactie voor Iran had moeten zijn.

De voorzitter:
Uw vraag.

Mevrouw Dobbe (SP):
De energieprijs gaat hier omhoog en in mijn inbreng zei ik daarom dat wie nu begrip heeft, de gewone mensen daar en hier de rekening laat betalen. Ziet de minister dat ook en erkent hij dat ook?

Minister Berendsen:
Ons begrip zit in het feit hoe groot de dreiging en het risico van het Iraanse regime was. De inzet van het kabinet was er steeds op gericht om de Straat van Hormuz zo snel mogelijk weer open te laten gaan. Hoe komen we tot de-escalatie in de regio? Het betekent dat onze boodschap aan alle partijen is dat ze ervoor moeten zorgen dat ze weer aan tafel gaan en tot een diplomatieke oplossing komen. Een diplomatieke oplossing is uiteindelijk de enige weg uit dit conflict.

De voorzitter:
Tot slot.

Mevrouw Dobbe (SP):
Daar zijn we het over eens en daar hadden we ook mee moeten beginnen. "Begrip voor die aanval" is verrassend, want iedereen vindt het regime in Iran verwerpelijk. Maar we wisten ook dat het in strijd is met het internationaal recht. Dat erkende het kabinet ook, maar toch had het begrip. Maar het was natuurlijk te voorspellen dat dit zou gebeuren, want we weten dat bommen geen vrijheid brengen. We weten dat het alleen maar ellende brengt en dat je een volk niet naar vrijheid kan bombarderen. En nu zitten wij met de problemen, want ook de gewone mensen hier moeten de rekening betalen. Mijn vraag aan de minister is dan ook of die hele coalition of the willing zich moet gaan focussen op een militaire missie in de Straat van Hormuz om pleisters te plakken op de wonden die Trump heeft geslagen. Of moet die coalition of the willing zich nu inzetten om als voorloper onderhandelingen tot stand te brengen en om te zorgen dat er daar vrede komt? Dat is namelijk de oorzaak van de problemen en daarmee los je dus ook veel problemen op.

Minister Berendsen:
Mevrouw Dobbe heeft vaak de strategie om naast het bestaande onderhandelingsspoor een nieuw onderhandelingsspoor te openen. In dit geval wordt er onderhandeld tussen de VS en Iran onder leiding van Pakistan. Daar is volle steun voor en dat is dan ook de plek en de tafel waar er op dit moment met elkaar gesproken wordt. Die coalition of the willing is bedoeld om te kijken hoe we op het moment dat de vijandelijkheden gestaakt zijn, kunnen bijdragen aan het zo snel mogelijk openen van de Straat van Hormuz. Onze eventuele bijdrage daaraan wegen we langs die lijn.

De heer Dassen (Volt):
Ik wil even doorgaan op de blokkade door de Verenigde Staten. Ik vind namelijk dat het kabinet best wel voortvarend zegt bereid te zijn om mee te gaan helpen aan een militaire missie in de Straat van Hormuz. We zien dat Iran de Straat inmiddels gebruikt voor eigen leverage, maar we zien tegelijkertijd ook dat de Verenigde Staten een blokkade hebben opgeworpen. Er is eerder een motie aangenomen om maximale diplomatieke druk op alle strijdende partijen uit te oefenen. Ik ben benieuwd welke diplomatieke druk het kabinet op de Verenigde Staten zet, omdat ik in de beantwoording net alleen maar hoorde dat er diplomatieke druk op Iran wordt gezet.

Minister Berendsen:
Zoals ik al aan heb gegeven, is diplomatie uiteindelijk de oplossing. Alleen een politiek akkoord tussen Iran en de VS kan de vrije doorvaart duurzaam herstellen. Ik heb net verder al aangegeven dat wij in gesprek zijn met alle partijen en dat betekent dat ik die boodschap ook aan alle partijen heb overgebracht. Of het impact heeft als Nederland dat doet, gaan we zien, maar dat is in ieder geval wel het spoor dat wij kunnen bewandelen.

Sanctiedruk is het tweede spoor. Nederland heeft in de EU een voorstel ingediend voor sancties tegen het belemmeren van de vrije doorvaart. We zijn ook gevraagd door partners om die rol te vervullen. Die sancties zijn in eerste instantie natuurlijk gericht op Iran. Ik heb net al aangegeven wat we eventueel bij het staken van de vijandigheden kunnen doen met die coalitie om zo snel mogelijk vrije doorvaart mogelijk te maken. Dit is een indirect antwoord op de vraag van de heer … Dassen — ik zat even met de naam Van Lanschot in mijn hoofd, maar dan niet collega Van Lanschot, maar de heer Van Lanschot in het Europees Parlement van dezelfde zeer gewaardeerde partij. Het directe antwoord is dat wij het diplomatieke spoor richting de VS benutten om ook hen te bewegen aan tafel te gaan en een politieke oplossing te vinden.

De heer Dassen (Volt):
Mijn zorg zit erin dat we uiteindelijk toch in deze oorlog gezogen gaan worden op het moment dat we mee gaan doen aan die militaire missie. Trump is niet te vertrouwen, Netanyahu is niet te vertrouwen, het Iraanse regime is niet te vertrouwen. Hoe is de minister van plan om in die explosieve omgeving hiermee om te gaan? We hebben gezien dat Netanyahu zich nergens wat van aantrekt en van plan is om weer met bommen te gooien en Trump kan met ƩƩn tweet de hele boel weer in vlammen doen opgaan.

Minister Berendsen:
Dat doen we dus in internationale samenwerking; we doen het niet alleen. Ten tweede doen we dat eventueel als de vijandelijkheden gestaakt zijn. Maar ik wil er wel op wijzen dat onze belangen daar dusdanig groot zijn dat dit kabinet altijd bereid is om met de internationale partners het gesprek aan te gaan over welke bijdrage we kunnen leveren om onze belangen te verdedigen. Ons economisch belang in de Straat van Hormuz, nog afgezien van de ellende die er in de hele regio is, is dermate groot dat wij altijd bereid zijn om met de partners na te denken over de bijdrage die wij kunnen leveren.

De voorzitter:
Tot slot.

De heer Dassen (Volt):
Ik begrijp heel goed dat erover nagedacht wordt. Ik hoop alleen dat de minister ook de zorg begrijpt die ik hier probeer te uiten. De Straat van Hormuz was open totdat Netanyahu en Trump besloten om Iran aan te vallen. Nu heeft Iran dit megagrote geopolitieke wapen ontdekt en hebben we een groot probleem. Ondertussen zijn de Verenigde Staten ook met een blokkade bezig, wat ook getypeerd wordt als een oorlogsmisdaad. In die context probeer ik wat meer houvast te krijgen hoe we voorkomen dat we in Nederland hierin meegezogen gaan worden. Ik krijg te weinig terug van de minister hoe hij dat weegt. Ik hoop daar wat meer over te horen.

Minister Berendsen:
Ik heb net aangegeven wat de belangrijke afwegingen zijn bij onze eventuele actie in de Straat van Hormuz: een scherpe doelstelling, duidelijke toegevoegde waarde, stevige internationale coalitie, internationale rechtsbasis en bovenal een duurzaam einde aan de vijandelijkheden. Dat is de context die wij schetsen voor een eventuele bijdrage van Nederland richting die Straat van Hormuz. Ik hoop dat dit enigszins de zorgen van de heer Dassen beantwoordt.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Toch even over deze missie. De minister weet dat mijn fractie hier best terughoudend in is. Ik ben namelijk ook bang dat als we niet heel duidelijk zijn over de voorwaarden, we toch een oorlog ingezogen worden. Ik las net — volgens mij is dat al bekend; het is de afgelopen dagen meerdere keren gezegd — dat de bondskanselier van Duitsland heel duidelijk is: er moet een VN-mandaat zijn wil Duitsland meedoen. Wat vindt Nederland daarvan?

Minister Berendsen:
Ik ben helaas niet op de hoogte van alle laatste berichten; ik kwam gisteren terug uit de VS en ben sinds gisteravond 18.00 uur met uw Kamer in debat over al deze belangrijke zaken. Maar uiteindelijk is het zo — ik gaf dit net al aan — dat een internationale rechtsbasis wel een belangrijke voorwaarde is voor ons om dat te overwegen. Het kan eventueel in verschillende vormen; de VN is daar natuurlijk een belangrijk middel in. We wegen dit dus mee. Ik wil wel uitkijken met nu al heel harde voorwaarden te schetsen, want uiteindelijk doen we het in gesprek met een heel grote internationale coalitie.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Dat begrijp ik en ik begrijp ook dat de minister niet alles mee kan krijgen. Maar volgens mij heeft de bondskanselier die opmerking vorige week al openlijk in het parlement in Duitsland gemaakt. Het is geen nieuw standpunt; hij blijft nog steeds bij dat standpunt. Wat zijn dan de opties, als Nederland zegt: voor ons is ook de internationale rechtsorde heel belangrijk? EƩn van de opties is een VN-veiligheidsmandaat. Wat zijn dan de andere opties?

Minister Berendsen:
Op dit moment is dat gewoon onderdeel van gesprek. Ik wil ook niet vooruitlopen op het gesprek dat morgen gevoerd gaat worden door onze premier en waarin we heel veel informatie zullen halen over hoe onze partners ertegen aankijken en of we een afweging kunnen maken. Naast een eventuele VN-resolutie meen ik dat dat bijvoorbeeld kan met een juridische basis op het moment dat wij om hulp worden gevraagd door de Golfstaten. Dat is er volgens mij een. Hier verkennen we een beetje de grenzen van mijn parate kennis, maar het is wel onderdeel van het gesprek.

De voorzitter:
Tot slot.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Tot slot dan, voorzitter. Ik denk dat we altijd serieus naar de uitspraak van de VN-Veiligheidsraad moeten kijken. De uitkomst van een bestand tussen de strijdende partijen moeten we ook serieus bekijken. Op het moment dat er een verzoek van anderen uit de regio komt en er ƩƩn strijdende partij is die zich daar niets van aantrekt, dan is mijn fractie zeer terughoudend. Het is voor ons uitgesloten dat je dit gaat doen met een NAVO-mandaat, terwijl een van de agressors gewoon in de NAVO zit.

Minister Berendsen:
Ik heb net al aangegeven dat een duurzaam einde van de vijandelijkheden voor ons ook een belangrijke is. Als ƩƩn van de strijdende partijen zich daar niet aan houdt, is er geen einde aan de vijandelijkheden. Dat zou voor ons in de afweging meetellen.

De voorzitter:
U continueert uw beantwoording op het punt van Iran.

Minister Berendsen:
Voorzitter. Ik ga even kijken wat ik nog niet besproken heb. Wat hier op mijn papier staat, gaat allemaal over de Straat van Hormuz. Die vragen heb ik net grotendeels tijdens de interrupties beantwoord. De randvoorwaarden en de vrije doorvaart heb ik net ook al besproken.

Voorzitter. De heer Hoogeveen vroeg nog of de Nederlandse regering beperkingen heeft opgelegd aan het Amerikaanse leger. Nederland heeft niet bijgedragen aan dit conflict. Het kabinet zet in op de-escalatie en een diplomatieke oplossing, omdat we geen realistisch alternatief zien. Het opleggen van beperkingen is ook niet aan de orde geweest. Nu is dat ook niet aan de orde. Er is immers een staakt-het-vuren.

De heer Dekker vroeg of Iran een nucleair gevaar vormt voor Nederland. Het Iraanse nucleaire programma is al jarenlang zorgelijk, zeer zorgelijk. Verschillende onderdelen van dat programma kunnen behalve voor civiele toepassingen ook voor militaire doeleinden worden gebruikt. Het tot 6% verrijkte uranium van Iran had geen enkele legitieme civiele reden. Er zijn al langere tijd grote zorgen over het gebrek aan samenwerking van Iran met de verschillende toezichtsorganen. Dat betekent dat daar zeker zorgen over waren, in combinatie met zorgen over het bereik van de ballistische rakketten van Iran — die komen steeds verder en kunnen ook Europa raken — het steunen van de proxy's, de steun aan de Russische invasie van OekraĆÆne en de lange arm van Teheran tot in Nederland.

De Golfstaten heb ik besproken. Die bezoek ik volgende week. De heer Van Lanschot vroeg naar het aanhalen van de banden met de Golfstaten. In het verlengde daarvan vroeg de heer Hoogeveen naar de handelsovereenkomsten. We zien inderdaad dat de verhoudingen geopolitiek echt in beweging zijn. Er liggen ook echt kansen om in tijden van nood elkaar bij te staan. Natuurlijk bouw je daarmee ook aan een duurzame relatie. We zien bijvoorbeeld dat OekraĆÆne zelf heel nadrukkelijk mogelijkheden pakt om zich daar te melden. Wij doen dat ook en proberen waar mogelijk onze positie ten opzichte van die landen te versterken.

De heer Hoogeveen vroeg naar het momentum om de FTA-GCC weer in gang te zetten. In 2024 zijn door de Europese Commissie verkennende gesprekken gevoerd over het hervatten van dat akkoord. Daarbij is gebleken dat de ambities van enerzijds de EU en anderzijds de Golfstaten nogal uit elkaar lagen. Wij houden die ontwikkelingen natuurlijk wel in de gaten. Het kan namelijk best zijn dat doordat die ontwikkelingen nu snel gaan en de positie vanuit hun kant ook verandert, er eventueel mogelijkheden zijn. Dan moeten we daar het gesprek over aangaan. Op dit moment is dat echter nog niet het geval.

De heer Markuszower en mevrouw Keijzer vroegen nog naar de economische effecten van het conflict in Nederland. Zij vroegen: hoe kan het nou dat andere Europese landen wel iets doen aan de prijzen aan de pomp en Nederland niet? Uw Kamer heeft eerder een brief ontvangen van en gedebatteerd met collega-ministers over de economische effecten van dit conflict. De komende dagen zal uw Kamer middels een uitgebreide brief opnieuw geĆÆnformeerd worden over de economische impact, waaronder energieprijzen, verschillende scenario's en mogelijke maatregelen. Daar kan ik als minister van Buitenlandse Zaken op dit moment nog niet op vooruitlopen. Uiteraard begrijpt het kabinet wel de wens om acute steun te bieden, zeker aan de huishoudens die het financieel moeilijk hebben en de bedrijven die in hun omzet stevig geraakt worden door de huidige ontwikkelingen. Daarbij is het ook belangrijk om er rekening mee te houden dat elke vorm van steun ergens van betaald moet worden en dus allerlei keuzes met zich meebrengt, die de komende dagen verder met de Kamer gedeeld worden in die uitgebreide brief.

Dan ben ik aan het einde gekomen van dit blokje.

De voorzitter:
Dat betreft het blokje Iran?

Minister Berendsen:
Het blokje Iran/Straat van Hormuz.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
De minister van Buitenlandse Zaken gaf net een hele mooie opsomming van alle ellende die vanuit Iran via de proxy's ook effecten heeft op de veiligheid hier in Nederland. Is daarmee mijn vraag beantwoord dat wij op het gebied van vrijheid veel meer te vrezen hebben van Iran en de proxy's dan van de Verenigde Staten en Israƫl? Je zou namelijk af en toe, in het debat vandaag, maar zeker ook in discussies in de media, iets anders vermoeden.

Minister Berendsen:
Voor onze vrijheid hier hebben wij niets te vrezen van de VS en Israƫl. Bij Iran zien we de dreiging die van het regime uitging. Niet alleen daar in de regio maar ook richting Nederland zien we natuurlijk een grotere dreiging van Iran.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
De vrijheid, dat ben ik met de minister eens, maar geldt dat ook voor de veiligheid?

Minister Berendsen:
Ook op het gebied van veiligheid geldt dat. Dat neemt niet weg dat er zeker wat betreft IsraĆ«l — ik kom daar zo nog op als het gaat over Libanon en het hele kopje van IsraĆ«l en Gaza — grote zorgen zijn over andere waarden die wij natuurlijk ook hebben, maar die komen zo dadelijk nog langs.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Dat begrijp ik, maar voor het onderdeel vrijheid en veiligheid hebben wij dus meer te vrezen van Iran en de proxy's dan van de Verenigde Staten en Israƫl. Het is weleens goed om dat hier vast te stellen, want het debat geeft af en toe een ander idee.

De voorzitter:
Mevrouw Dobbe.

Mevrouw Dobbe (SP):
Dat komt natuurlijk ook, zeg ik ook tegen de minister, omdat door de aanvallen van de VS en Israƫl de wereld een stuk onveiliger is geworden, dus me dunkt dat dit ook invloed heeft op onze veiligheid, het gedrag van Trump en de VS en Israƫl.

De voorzitter:
Uw vraag.

Mevrouw Dobbe (SP):
Eerder heb ik gevraagd ... Eigenlijk is de enige boodschap die je nu kunt afgeven aan Trump: stop met deze oorlog. We weten nu alles van het bezoek van Jetten. We weten dat hij cola light heeft gedronken, dat hij spinaziesoep heeft gegeten, maar heeft hij daar ook gezegd "stop met deze oorlog"? Hoe is dat gesprek gegaan?

Minister Berendsen:
Over dat gesprek kan ik niet uitweiden. Dat is een gesprek geweest op het Witte Huis tussen onze premier, ons koningspaar en de president en de first lady. U heeft daarna door wat er door niet alleen onze premier maar ook onze koning in het openbaar is gezegd, kunnen horen dat dit soort onderwerpen wel degelijk onderwerp van gesprek waren en dat in Washington de boodschap is uitgedragen dat dit kabinet voor de-escalatie en de diplomatieke oplossing is en dat we er groot belang hechten dat de Straat van Hormuz zo snel mogelijk opengaat. Ik wil wel heel terughoudend zijn als het gaat om gesprekken die ons koningspaar heeft gevoerd.

Mevrouw Dobbe (SP):
Het gaat mij meer om het gesprek dat onze premier Jetten heeft gevoerd. We weten wel wat hij heeft gegeten, maar we weten niet wat hij heeft gezegd tegen meneer Trump. Mijn vraag is: heeft hij tijdens dat gesprek of op een ander moment, of heeft deze minister dat gedaan, Trump opgeroepen om met deze oorlog te stoppen?

Minister Berendsen:
Over dat gesprek kan ik geen verdere uitspraken doen. Wat publiek gemeld is over welke boodschappen er zijn overgebracht ... Volgens mij hebben zowel de koning als de premier gezegd dat er allerlei boodschappen zijn overgebracht. Ik kan wel iets zeggen over het gesprek dat ik heb gevoerd met mijn counterpart, dus met Secretary of State Rubio. Daarin hebben we aangegeven dat we echt willen dat er zo snel mogelijk een diplomatieke oplossing komt en dat dit ook iets vraagt van de VS, namelijk om de onderhandelingen serieus te nemen en een akkoord te bereiken.

De voorzitter:
Afrondend.

Mevrouw Dobbe (SP):
Maar dat is echt iets anders dan zeggen tegen de Verenigde Staten "stop met deze oorlog". Natuurlijk, iedereen zal zeggen "we willen een diplomatieke oplossing, we willen dit niet met geweld oplossen", maar ondertussen gebeurt dat wel. Ondertussen gaan de aanvallen wel door. Ondertussen zien we wel de ellende, al die mensen op de vlucht, een meisjesschool die wordt gebombardeerd, een hele regio die in de fik staat en een energierekening die hier omhooggaat. Dat zien we wel gebeuren, want die aanvallen gaan gewoon door. Heeft deze minister of de premier opgeroepen om te stoppen met deze aanvallen, om te stoppen met deze oorlog?

Minister Berendsen:
Zoals ik net meldde, hebben wij opgeroepen tot een diplomatieke oplossing. Uiteindelijk stopt een diplomatieke oplossing de oorlog ook.

De heer Stoffer (SGP):
Misschien heb ik het niet goed gehoord, maar ik had nog gevraagd of het kabinet politieke steun kan uitspreken voor de Amerikaanse zeeblokkade. Ik meen dat ik geen antwoord op die vraag heb gekregen, maar het kan ook zijn dat ik niet goed heb opgelet.

De voorzitter:
Dat gaan we checken.

Minister Berendsen:
Dat zat wel ergens in een zin. In ieder geval is de conclusie dat wij geen politieke steun uitspreken voor die zeeblokkade en daar ook niet aan bijdragen.

De heer Stoffer (SGP):
Mijn vervolgvraag was of de minister kan toezeggen dat Nederland het in ieder geval niet zal veroordelen.

Minister Berendsen:
Dat doe ik, en met mij het kabinet, rond dit thema vaker: uiteindelijk is onze conclusie dat wij er wel begrip voor hebben dat de VS naar manieren zoeken om Iran verder onder druk te zetten, maar dat wij ons wel afvragen of dit de juiste manier is.

De voorzitter:
Tot slot.

De heer Stoffer (SGP):
Dat laatste zat dus niet in die zin verstopt, maar ik begrijp dat het antwoord op mijn laatste vraag wel bevestigend is. Dank daarvoor.

De voorzitter:
De minister vervolgt zijn beantwoording.

Minister Berendsen:
Voorzitter. Ik ben aangekomen bij het vrij dunne mapje over Iran. Daar waren twee specifieke vragen over. De eerste vraag was van de heer Ceder: wat is de inzet van de minister om in ieder geval te voorkomen dat het Iraanse regime straks sterker uit de strijd zal komen? Het kabinet heeft geen illusies ten aanzien van het Iraanse regime, mede gezien de grove mensenrechtenschendingen in januari. Het Iraanse regime en de Revolutionaire Garde hebben hele zware klappen gehad in de afgelopen weken. Het regime lijkt het conflict echter wel doorstaan te hebben. We hebben ons dus ook nog steeds te verhouden tot dat regime, hoe verschrikkelijk dat ook is. Binnen de EU zal Nederland zich ervoor inzetten dat de druk op het Iraanse regime wordt verhoogd, binnen de kaders van het internationaal recht. Daarnaast blijft Nederland zich uiteraard inzetten voor de rechten van gewone Iraniƫrs.

De heer Markuszower en de heer De Roon stelden een vraag over de steun die wij in de ECOSOC gegeven zouden hebben aan Iran. Ik ben blij dat deze vraag gesteld wordt, want dan kan ik daar vanuit hier uitleg over geven. Dit klopt namelijk niet. Het ging over nominaties voor een VN-verkiezing later dit jaar. Dat is een technische handeling, waarbij landen zich verkiesbaar stellen. Iran is daarbij bekrachtigd door hun regionale kiesgroep binnen de VN. Wij zitten niet in die regionale kiesgroep en hebben daar dus ook geen invloed op. Er is dus geen sprake van steun van Nederland. Er valt dan ook geen steun in te trekken. De stemming daarover vindt later dit jaar plaats. Wij doen nooit uitspraken over hoe we wel of niet gaan stemmen in dat soort verbanden, maar gezien de situatie kunt u ervan uitgaan dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat wij in dat geval op Iran zouden stemmen.

De voorzitter:
Was dat het blokje Iran?

Minister Berendsen:
Dat was het blokje Iran.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Wij hebben Kamervragen gesteld over dit punt die gisteren of vanochtend zijn verwerkt. Deze opheldering is fijn. Ik ben het niet eens met het punt dat Nederland hier eigenlijk niets had kunnen doen. Ik ken de situatie dat er later definitief gestemd wordt, maar Nederland had zich ook kunnen onthouden van de consensus. Een aantal landen heeft dat wel gedaan, waaronder de Verenigde Staten. Dit is volgens mij een bredere discussie, waarbij de vraag is hoe Nederland zich in de VN opstelt, mede om de geloofwaardigheid van die institutie te waarborgen. Die discussie hebben we ook al eerder gehad met de minister.

De voorzitter:
Uw vraag?

De heer Ceder (ChristenUnie):
Mijn vraag is of de minister erkent dat dit soort signalen, dit soort benoemingen van dit soort landen en zich daar niet van onthouden, kunnen bijdragen aan de ongeloofwaardigheid van de VN. Vindt de minister niet dat Nederland daar een proactieve rol in zou moeten nemen door zich daar wel van te onthouden, zoals de VS ook gedaan hebben?

Minister Berendsen:
Ik erken dat de beeldvorming die rond deze situatie is ontstaan op social media niet bijdraagt aan hoe er naar ons en naar de VN gekeken wordt. Dat erken ik zeker. Als wij met ons stemgedrag of met de communicatie daaromheen een bijdrage kunnen leveren om het vertrouwen in instituties sterker te maken, dan zullen we dat altijd overwegen.

De heer Stoffer (SGP):
Het is helder zoals de minister dit punt maakt en uitlegt. Er is inderdaad best veel commotie over ontstaan. Het is nu gebeurd en er komt straks natuurlijk een stemming. Ik hoorde de minister zeggen dat Nederland de nominatie van Iran hoogstwaarschijnlijk niet zal steunen; daar gaan we van uit. Maar in de toekomst komen er natuurlijk meer van dit soort gevallen. Zou het niet goed zijn als het kabinet dan zou overwegen om als Nederland — of voor mijn part doen we dat als complete EU of een bepaald deel van de EU — publiekelijk te laten merken hoe we hierin staan, net zoals de Verenigde Staten nu hebben gedaan?

Minister Berendsen:
Zoals ik net aangaf, heb ik die beeldvorming ook gezien. Ik denk dat wij op allerlei manieren laten blijken hoe wij aankijken tegen het Iraanse regime. Dit helpt daar niet bij. Dat zie ik ook. Tegelijkertijd gaat het ook om de systematiek. Een kiesgroep stelt de kandidaten voor, waar wij dus niet over gaan, en in de technische handeling moeten die kandidaten vervolgens toegelaten worden tot de verkiezing. Zelfs als wij ons stemgedrag daarin zouden veranderen en daarmee heel veel anderen inspireren hetzelfde te doen, krijg je over en weer van die kiesgroepen die de eigen kandidaten voordragen en dan krijg je daar een ingewikkelde situatie. Ik wil daarom niet heel ver gaan in de systematiek, maar ik ben het absoluut eens met de heer Stoffer dat dit in de beeldvorming zeker beter had gekund en dat het dus helpt als wij hier ook beter over communiceren.

De heer Stoffer (SGP):
Ik begrijp heel goed wat de minister zegt over die bepaalde terughoudendheid. Zeker, in de meeste gevallen zal dat ook heel wijs zijn. Het is natuurlijk een heel uitgesproken situatie. Dan zou het soms zo kunnen zijn. Maar ik denk dat we elkaar hier redelijk in verstaan en dat het ministerie hier vast wel weer lessen uit trekt.

Minister Berendsen:
Dat doen wij continu.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Ik vroeg het net aan de VVD, en ik ben ook wel benieuwd wat het kabinet vindt: is er nou iets positiefs gekomen uit deze zes weken illegale oorlog?

Minister Berendsen:
Ik zie in de gehele oorlog weinig positiefs. Ik denk dat als er iets positiefs uit zou kunnen komen, we dat eventueel in de volgende weken en maanden kunnen gaan zien. Op dit moment zien we weinig verandering in de actuele situatie. Maar als blijkt dat het Iraanse regime dusdanig verzwakt is geraakt, technisch gezien en ook als regime, dat we daar de komende maanden het effect van gaan zien, dan zou het kunnen zijn dat Iran zwakker staat en er minder dreiging is voor de regio. Het eventuele positieve effect van die acties moeten we op een later moment beoordelen. Op dit moment zien we de escalatie van Iran in de regio, die veel gevaar met zich meebrengt. We zien dat de Straat van Hormuz afgesloten is, wat een enorme economische schade met zich meebrengt. Ook maak ik me er zorgen over — daar pleit ik ook voor in de bilaterale gesprekken die ik heb met de verschillende betrokken partijen — dat ik nog geen enkel puntenplan zie dat uiteindelijk ook de veiligheid van de IraniĆ«rs zelf in hun eigen land garandeert. Daar maak ik me wel zorgen over.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Ik ook. Deze analyse deel ik met de minister. Maar kijk naar wat er afgelopen maand is gebeurd. De Amerikaanse inlichtingendiensten hebben on the record voor de Amerikaanse Senaat gezegd: "Er was een imminente dreiging. Wij wisten dat de Straat van Hormuz zou worden afgesloten." Niemand dacht Ć  la Netanyahu ... Het leek een beetje hetzelfde trucje als dat van Poetin, die dacht dat Kiev binnen vier dagen zou vallen. Dezelfde miskleun zien we Trump nu begaan in Iran. Dit was toch eigenlijk best wel voorspelbaar, ook voor de minister?

Minister Berendsen:
Er spelen nu natuurlijk zeker zaken die eventueel voorspelbaar waren, maar het is op dit moment niet voorspelbaar in hoeverre het Iraanse regime verzwakt is en wat dat betekent voor de komende weken, maanden en jaren. Dat kan ik nu nog niet voorspellen.

De voorzitter:
Afrondend.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Volgens mij kunnen we echter wel een redelijke aanname doen. Er was een wrede leider van 86. Die is vervangen door zijn zoon, dus we hebben een jongere ayatollah. Volgens mij is de Iraanse nationale garde er nu van overtuigd dat ze in Iran sowieso een kernwapen moeten hebben, want anders blijven ze in de toekomst aangevallen worden. De Straat van Hormuz was niet geblokkeerd, maar is nu wel geblokkeerd. De hele regio staat in de fik. Ik had nog niet eens gesproken over de duizenden doden die er gevallen zijn bij deze oorlog. Ik vraag me dus toch iets af. Ik snap dat u geen excuses aan gaat bieden voor de kwalificaties die het kabinet zes weken geleden deed, maar is er met alle kennis van nu, gewoon nu, echt serieus nog steeds begrip et cetera? Is dat het riedeltje dat we moeten doen, nu we zien wat de catastrofale gevolgen zijn?

Minister Berendsen:
Het kabinet blijft bij zijn standpunt, dat ik ook nu weer herhaald heb. Wij zien inderdaad de enorme impact. Dat is de reden dat wij de partijen dwingen ... "Dwingen" is een groot woord, maar we motiveren ze om aan de onderhandelingstafel een oplossing te bieden. Tegelijkertijd kunnen wij nu nog niet inschatten hoezeer het Iraanse regime geraakt is en wat dat in de komende weken, maanden of jaren gaat betekenen voor een eventuele duurzame oplossing in de regio.

De voorzitter:
U vervolgt uw beantwoording.

Minister Berendsen:
Voorzitter. Ik ga naar het blokje Israƫl en Palestijnse gebieden. Daar is veel aandacht voor in uw Kamer. Dat lijkt me ook terecht. De ontwikkelingen daar gaan ook snel. Het geldt natuurlijk zeker voor de mensen daar, maar we zijn allemaal gebaat bij regionale stabiliteit. Die is hard nodig. Zo ondervindt Nederland vandaag de dag de consequenties van wat er in de brede regio speelt. Israƫl speelt voor de regionale stabiliteit een centrale en bepalende rol. Dat doet het vanuit het eigen perspectief van veiligheid. Dat is voor de Israƫlische veiligheid begrijpelijk, gezien de dreiging van Iran en de proxy's van Iran, dus Hezbollah, Hamas en de Houthi's, en dus ook gezien de existentiƫle dreiging die Israƫl ervaart in een vijandige omgeving. Tegelijkertijd is het kabinet niet blind voor het militaire optreden van Israƫl, dat sterke vraagtekens oproept: past dit binnen de kaders van het internationale recht? We zien situaties ontstaan die ons grote zorgen baren.

Het is van belang om te midden van deze ontwikkelingen Gaza niet uit het oog te verliezen. De humanitaire situatie is nog altijd zeer schrijnend. Dagelijks blijven er slachtoffers vallen. De toegang voor professionele hulporganisaties is onvoldoende en dreigt nog verder te verslechteren. Het kabinet blijft Israƫl oproepen ongehinderde humanitaire hulp te faciliteren, zich aan het bestand te houden en het Palestijnse interim-bestuur te steunen. Een belangrijk punt blijft de ontwapening van Hamas, dat geen rol in de toekomst van Gaza kan spelen. Als dit niet lukt, kan het hervatten van de strijd niet uitgesloten worden.

De situatie op de Westelijke Jordaanoever verslechtert in hoog tempo. er zijn gewelddadige kolonisten actief; we zien dat kolonistengeweld. In januari werden besluiten over verder Israƫlisch zeggenschap op de Westelijke Jordaanoever publiek. Vorige week werd de stichting van een recordaantal nederzettingen aangekondigd. Het Internationaal Gerechtshof constateerde al dat delen van de Westelijke Jordaanoever zijn geannexeerd. De recent aangekondigde stappen kunnen leiden tot volledige annexatie.

Tot slot zijn enkele ontwikkelingen in Israƫl zelf zeer zorgwekkend, zoals de recente aanname van doodstrafwetgeving door de Knesset en berichten over het martelen van kinderen in detentie. Ik kom zo dadelijk op detailvragen die de Kamerleden daarover gesteld hebben.

Er werd ook gevraagd naar de algemene inzet van Nederland op dit gebied. Onze aanpak is altijd een combinatie van druk en dialoog geweest. Daar blijven we nog steeds op inzetten. Alleen praten werkt niet en alleen maatregelen nemen ook niet. We bewegen continu tussen deze sporen in. Dat is ook wat ik zojuist in antwoord op de vraag van de heer Struijs zei over wanneer je nou effectief bent. Het uitgangspunt is dat de kans groter is dat we effectief kunnen zijn als we handelen als EU en niet nationaal of bilateraal.

We zijn vorig jaar initiatiefnemer geweest van artikel 2. Dat was in een periode waarin er sprake was van een volledige blokkade van humanitaire hulp. Er waren intensieve gevechten gaande in Gaza. Nu is er een staakt-het-vuren in Gaza, maar hebben we ons tussentijds ook moeten verhouden tot het gewapende conflict in Iran, met alle consequenties van dien, en de escalatie in Libanon. Dat heeft grote gevolgen voor de positiebepaling van landen in de regio en ver daarbuiten. We moeten kijken hoe we dat een plek kunnen geven. De situatie waar we destijds over spraken, is nu anders. Dat betekent niet dat de zorgen weg zijn, maar dat betekent wel dat we een discussie moeten hebben over waar we nu staan, geredeneerd vanuit onze belangen, de eigen veiligheid, economische stabiliteit en naleving van het internationaal recht. Het is evident dat de situatie nog steeds buitengewoon ernstig is. Ik hoor de oproep van uw Kamer en ik deel de noodzaak om hierover in Europees verband weer actief in gesprek te gaan. Artikel 2 is een van de instrumenten geweest die Nederland heeft gebruikt om de druk op Israël op te voeren om van koers te gaan veranderen. Daar kunnen we op voortbouwen. Het is een middel tot een doel. Dat is de beïnvloeding van gedrag. Het doel is nooit het instrument zelf. Het doel is beïnvloeding van gedrag.

Ik onderstreep ook graag, net als vanochtend, dat realisme gepast is. Afgelopen zomer, tegen de achtergrond van een catastrofale humanitaire situatie en aanhoudend geweld in Gaza, lukte het de EU niet om de nodige meerderheid te krijgen achter de voorstellen van de Commissie. Om een effectieve discussie te hebben in de Raad is het noodzakelijk dat we spreken over de huidige context en dat er draagvlak is onder de lidstaten. Als dat niet het geval is, is de kans van slagen namelijk miniem en ondermijnen we ook onze eigen positie en invloed. Zoals toegezegd aan uw Kamer zal ik de komende RBZ vragen om een update van de evaluatie van artikel 2, om te zorgen dat we de discussie voeren vanuit de huidige context. Daarbij zal ik ook blijven spreken met de relevante partners, ook met degenen die juist nog niet overtuigd zijn, om te bespreken welke inzet het meest effectief is en het draagvlak daarvoor te creĆ«ren. Ik denk dat het ook in de context van het goede nieuws van de wapenstilstand van tien dagen belangrijk is dat er al geen meerderheid was voor het opschorten van het handelsdeel in de associatieovereenkomst. De kans dat landen in deze situatie, terwijl het diplomatieke spoor bewandeld wordt, bereid zijn om een extra stap te zetten … Ik heb op dit moment geen indicatie dat landen op basis van deze situatie van positie veranderen of van positie gaan veranderen.

Artikel 2 is ƩƩn instrument. We spreken ons consistent uit tegen de bezetting en specifiek tegen de uitbreiding van nederzettingen. In dat kader veroordeel ik ook het recente IsraĆ«lische besluit om een recordaantal nederzettingen goed te keuren. Het kabinet blijft werken aan nationale maatregelen tegen de invoer van producten afkomstig uit de onrechtmatige nederzettingen in door IsraĆ«l bezette gebieden. Die komen ook zo snel mogelijk naar uw Kamer toe. Tegelijkertijd meld ik daar ook bij — dat weet de Kamer, want dat is in de overwegingen overgenomen — dat er vraagtekens te zetten zijn bij de uitvoerbaarheid daarvan, maar die informatie komt allemaal naar u toe.

Het kolonistengeweld is onacceptabel en moet stoppen. Nederland heeft een voortrekkersrol in sancties tegen gewelddadige kolonisten en kolonistenorganisaties, maar ook als het gaat om sancties tegen Hamas. Het is frustrerend dat het derde pakket aan kolonistensancties niet wordt aangenomen. Ik zet me hiervoor in. Ik blijf me hiervoor inzetten. Ook zal het kabinet zich inzetten voor een vierde pakket aan sancties tegen gewelddadige kolonisten en organisaties. Relevante moties van de Kamer nemen we hier natuurlijk in mee.

Ik heb nog een aantal detailvragen. Er werden vragen gesteld over het sanctioneren van Knessetleden die voor de doodstraf hebben gestemd. Uw Kamer ontving vanochtend de Kamerbrief over de aanname van de doodstrafwet in Israƫl. We hebben daarmee aan het verzoek van de Kamer voldaan. In die brief is de inzet van het kabinet uiteengezet. Het ging over ontbieding en sanctioneren. Ontbieding heb ik net besproken. Het sanctioneren van Knessetleden is in de voorziene aanpak nu niet aan de orde.

Mevrouw Dobbe en mevrouw Teunissen vroegen wat de inzet is van het kabinet. Die vraag heb ik zojuist deels beantwoord. Ik ga door op de Defensiesamenwerking. Daar werd specifiek naar gevraagd. Elke vorm van Defensiesamenwerking met Israƫl wordt zorgvuldig en afzonderlijk afgewogen. Vanwege de huidige ontwikkelingen en zorgen over het militair optreden van Israƫl leidt deze weging in de praktijk tot een minimale samenwerking, beperkt tot materieel. In de huidige geopolitieke omstandigheden wordt zwaar meegewogen dat Nederland op tijd beschikt over het beste materieel. Israƫlische bedrijven leveren essentiƫle militaire systemen. Dat is een realiteit die we moeten meewegen. Nieuwe materiƫle aankopen uit Israƫl worden steeds per geval gewogen, waarbij onderzocht wordt of dat materiaal essentieel is, of er geschikte alternatieven zijn en of deze alternatieven tijdig leverbaar zijn.

Moeten we het belastingverdrag opschorten? Dat zie ik op dit moment niet als een geschikte maatregel. Belastingverdragen zijn bedoeld om fiscale belemmeringen weg te nemen bij grensoverschrijdend ondernemen en werken. Dat zien we op dit moment niet als een geschikte maatregel.

Mevrouw Piri en de heer Dassen vroegen of het kabinet zich nog steeds houdt aan het de facto wapenembargo, inclusief dual use. Vergunningen worden zorgvuldig getoetst aan de daarvoor geldende exportcontrolekaders. Gezien de situatie verleent Nederland op dit moment geen vergunningen voor de uitvoer van militaire goederen die kunnen bijdragen aan activiteiten van de Israƫlische krijgsmacht in de Gazastrook of op de Westelijke Jordaanoever. Voor dual-usegoederen geldt dat bij een geconstateerd risico op ongewenst eindgebruik de vergunningsaanvraag wordt afgewezen.

De heer Dassen vroeg ook of het niet tijd wordt om Netanyahu op de sanctielijst te zetten. Zoals u weet, loopt er een onderzoek bij het Internationaal Strafhof. Het is echt aan de rechters van het Internationaal Strafhof om te oordelen of iemand een oorlogsmisdadiger is. Wij respecteren de onafhankelijkheid van dit hof. Sancties in aanvulling hierop overwegen wij nu dus niet.

De heer Van Lanschot vroeg hoe de minister denkt over het opleggen van inreisverboden aan toekomstige bewoners van de strategische nederzetting E1. Het kabinet blijft pleiten voor het aannemen van het derde pakket van Europese sancties tegen gewelddadige kolonisten en organisaties. Het krachtenveld is vooralsnog niet gewijzigd. Nederland blijft dat toetsen. We blijven daar continu over in gesprek met onze partners. We zullen ons blijven inzetten voor een vierde pakket en relevante moties van de Kamer in acht nemen. Plaatsing op de EU-sanctielijst omvat naast een tegoedenbevriezing een transactieverbod en voor individuen een inreisverbod. Het blijkt dat Europese sancties uiteindelijk altijd effectiever zijn dan nationale stappen op dit gebied.

Mevrouw Teunissen vroeg nog welke stappen Nederland gaat zetten om Israël voor het Internationaal Gerechtshof te dagen voor schendingen van het VN-antifolterverdrag. Het kabinet wijst Israël consequent op naleving van het internationaal recht, waaronder dit verdrag. Nederland kan Israël niet voor het Internationaal Gerechtshof dagen voor de schending van dit verdrag. Daarover is de Kamer eind vorig jaar geïnformeerd in het verslag van de Raad Buitenlandse Zaken.

De heer Van Baarle zei dat Israƫl de hulpverlening in Gaza nog steeds belemmert en vroeg of de minister deelt dat dit een verschrikkelijke misdaad is. Er komt structureel te weinig hulp binnen. Hulpverleners worden door Israƫl in hun werk belemmerd. Dat is onacceptabel. Onder de huidige omstandigheden kan de humanitaire situatie ook niet substantieel worden verbeterd. We dringen er bij Israƫl op aan om meer grensovergangen te openen en onmiddellijk veilige, ongehinderde en onvoorwaardelijke toegang te faciliteren.

Mevrouw Teunissen vroeg nog welke stappen wij willen zetten om maximaal druk uit te oefenen voor de toegang van het Rode Kruis tot gevangenissen van het Israëlische leger. Nederland steunt het Internationaal Comité van het Rode Kruis als hoeder van de verdragen van Genève en hun kernmandaat om oorlogsgevangenen te bezoeken. Het kabinet blijft bij de Israëlische regering aandringen op het verlenen van toegang; dat deed het onder meer bij monde van de mensenrechtenambassadeur tijdens zijn bezoek aan Israël en de Palestijnse gebieden afgelopen november.

Mevrouw Dobbe vroeg naar de medische evacuaties. Daar is al over gecommuniceerd met de Kamer. Het kabinet onderzoekt welwillend onder welke voorwaarden een evacuatie mogelijk gemaakt kan worden. Dat is in lijn met de toezegging van de minister van Buitenlandse Handel aan uw Kamer dat deze mogelijkheid voor patiënten net buiten Gaza, die zij net noemde, daarbij meegenomen kan worden. Het betreft een groep kwetsbare patiënten. Het kabinet wil dit echt in alle zorgvuldigheid doen. U wordt hier zo snel mogelijk over geïnformeerd.

De heer Dassen vroeg nog naar het bedrijf Booking.com. Het kabinet doet geen uitspraken over individuele bedrijven. Het kabinet vindt economische banden met nederzettingen onwenselijk. Het ontmoedigt ook economische activiteiten van Nederlandse bedrijven die bijdragen aan de aanleg of instandhouding van die nederzettingen. Hier wordt actief over gecommuniceerd.

De laatste vraag die ik in mijn stapeltje heb: de heer Van Baarle en mevrouw Teunissen vroegen nog naar de bereidheid van de regering om Palestina te erkennen als staat. Conform het coalitieakkoord — en die positie is niet veranderd — zet het kabinet zich in voor een tweestatenoplossing: een onafhankelijke, democratische en levensvatbare Palestijnse Staat naast een veilig IsraĆ«l. De erkenning van de Palestijnse Staat is nu nog niet aan de orde. Erkenning moet dienstbaar zijn aan het politieke proces waarin beide partijen onderhandelen over hoe te komen tot dat veilige IsraĆ«l en een levensvatbare Palestijnse Staat.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik heb geprobeerd goed te luisteren naar de minister. Ik ben het voor een groot deel ook wel eens met de lijn die hij schetst. Tijdens dit debat kwam het bericht over het staakt-het-vuren. Ik hoop dat dat standhoudt. Ik hoorde de minister tussen neus en lippen aangeven dat daarmee de bereidheid van andere landen om nu juist extra maatregelen te nemen, dus het proces dat nu loopt, eventueel verstoord is, gedaald is.

De voorzitter:
Uw vraag?

De heer Ceder (ChristenUnie):
Mijn vraag is of in dat licht, met de ontwikkelingen die toen nog niet voorzien waren, de eerder positief door het kabinet geapprecieerde moties, nog steeds een positieve appreciatie hebben, dus dat wij alsnog de minister op pad sturen om maandag actief te gaan pleiten voor het opschorten van het associatieverdrag. Nou goed, dus in het licht van de ontwikkelingen van vandaag. Ik ben benieuwd naar zijn oordeel.

Minister Berendsen:
De appreciatie van de moties, ook in relatie tot het debat dat wij vanmorgen gevoerd hebben, betreft de opdracht aan het kabinet om actief te blijven spreken en een kopgroep in de EU te vormen van landen die bereid zijn om deze stap te zetten. Ik merk dat dit een van de elementen is die wel degelijk een druk leggen op Israƫl en tegelijkertijd ... Ik mis nu even de juiste bewoordingen, maar dat wij, op het moment dat wij zien dat er een meerderheid voor kan zijn, in de vergadering ervoor pleiten om dat te doen. Dat heeft alles te maken met het feit dat we hiermee de druk opvoeren. Maar tegelijkertijd, als we het op tafel leggen en er nog steeds geen meerderheid voor is, betekent het dat we als EU geen eenheid laten zien. Daar zal Israƫl alleen maar ontspannener van worden. Dan moeten we dus het juiste moment afwegen. In dat licht kijk ik naar deze moties.

De voorzitter:
Meneer Ceder, kort en bondig.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik zie een discrepantie tussen wat de minister van plan is maandag en de inhoud van de motie, als ik hem goed begrepen heb. De minister zegt — en daar ben ik het mee eens — artikel 2 opnieuw bespreekbaar te maken. Ik denk dat je dan moet toetsen of de mensenrechten worden nageleefd, en dat steun ik. De moties die voorliggen, vragen om dat aspect niet af te wachten of actief te bepleiten, en om het handelsdeel alvast op te schorten. Dat is dus een stap verder. We wachten artikel 2 niet af.

De voorzitter:
En uw vraag?

De heer Ceder (ChristenUnie):
Dat zijn twee verschillende dingen. Mijn vraag is: is de minister, als die motie wordt aangenomen, van plan om het eerste te doen — steun daarvoor — of gaat de minister, als die wordt aangenomen, dat dan niet doen, maar actief pleiten voor het handelsakkoord? Dit omdat de minister ook aangeeft dat dat eventueel averechts kan werken.

Minister Berendsen:
Mijn interpretatie is inderdaad dat we, ƩƩn, zoals ik zojuist heb toegezegd, dat in de vergadering zullen doen en, twee, dit actief in die EU-kopgroep vormgeven en kijken of we gesprekken kunnen voeren met landen die daar eventueel uiteindelijk ook toe bereid zijn, dus bekijken of we daarvoor een meerderheid kunnen vinden. Zo interpreteer ik beide moties. Dat heb ik ook aangegeven bij de appreciatie. Dat betekent dat we daarmee door blijven gaan, omdat het uiteindelijk wel het instrument is dat boven de markt blijft hangen, want we gaan daar komende maand, en wellicht ook de maand daarop, geen meerderheid voor vinden. Dat blijft dus boven de markt hangen. Daar blijven wij aan werken, ook om de druk op Israƫl te blijven uitoefenen en opvoeren.

De voorzitter:
Tot slot.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Dan kom ik toch tot de inhoud. De minister gaat maandag dit gesprek voeren met buitenlandse collega's. Hij gaat zeggen dat het noodzakelijk is om de sanctie op te leggen, namelijk het opschorten van het handelsdeel. Dan is mijn vraag wat de basis is op grond waarvan dat zou moeten en wanneer dit dan opgeheven zou moeten worden. Dit omdat hier ook een juridische grondslag onder zou moeten liggen. Het kan aangevochten worden, en als het verworpen wordt, staat de EU opnieuw voor schut. Ik probeer dus even te voorkomen dat we als Nederland een flater gaan slaan. Ik heb die vraag van de indieners niet concreet gekregen. Ik hoop dat de minister wel scherp kan formuleren wat dan de voorwaarde is die hij maandag gaat voorleggen aan zijn collega's.

Minister Berendsen:
Dit gesprek, dat vormen van de EU-kopgroep, vindt continu plaats. Dat vindt niet per se maandag rond de vergadering plaats; dat is een gesprek dat continu plaatsvindt. Wat betreft artikel 2: de afspraken die gemaakt zijn rond het verdrag hebben te maken met mensenrechten. Schending van mensenrechten kan in dit geval aanleiding geven om ook het handelsdeel op te schorten. Dat betekent dat dat de fundamentele, onderliggende basis is waarop we een aantal stappen die Israƫl gezet heeft, beoordelen. De tijdelijkheid daarvan, wanneer dat weer teruggenomen zou worden, hangt af van de stappen die Israƫl daarop zet.

De heer Dassen (Volt):
Vindt de minister het gerechtvaardigd dat wij als Nederland honderden miljoenen aan subsidie geven aan bedrijven die op de zwarte lijst van de Verenigde Naties staan omdat zij actief handel drijven in die illegale nederzettingen?

Minister Berendsen:
Ik heb zojuist gezegd wat we daarvan vinden. Ik kan niet ingaan op individuele bedrijven, maar met de vraagstelling van de heer Dassen ontwijkt hij dat ook. Ik heb aangegeven dat we economische banden inderdaad onwenselijk vinden als het gaat om economische activiteiten van Nederlandse bedrijven die bij de aanleg of de instandhouding van die nederzettingen plaatsvinden.

De heer Dassen (Volt):
Maar hoe rijmt de minister "onwenselijk" er dan wel mee dat Nederland aan de andere kant doorgaat met het geven van honderden miljoenen aan subsidie uit belastinggeld? Dat zijn voor mij twee dingen die moeilijk te rijmen zijn. Dat is niet echt ontmoedigend beleid, zou ik bijna willen zeggen. Hoe is dit nog te rechtvaardigen, zeker als de minister aangeeft dat het kolonistengeweld heel groot is, dat er een recordaantal nederzettingen is gesticht en dat volledige annexatie dreigt?

Minister Berendsen:
De zorgen over het kolonistengeweld in nederzettingen delen we, dat heb ik ook duidelijk gemaakt. De honderden miljoenen waar de heer Dassen naar verwijst, hebben te maken met de Innovatiebox, als ik het goed begrijp. Die heeft als doel het vestigingsklimaat en innovatief onderzoek in Nederland zelf fiscaal te stimuleren. Welke activiteiten een bedrijf al dan niet heeft in andere landen maakt daar geen onderdeel van uit. Het is beleidsmatig, wetstechnisch en uitvoeringstechnisch dan ook niet mogelijk om daar onderscheid in te maken.

De voorzitter:
Tot slot.

De heer Dassen (Volt):
Maar dit is toch een heel apart verhaal? Ik zie niet helemaal in hoe die twee dingen los van elkaar te zien zijn. Aan de ene kant zegt het kabinet: we hebben een ontmoedigingsbeleid, het is onwenselijk. Tegelijkertijd zeggen ze: nee, maar het is goed voor het vestigingsklimaat, dus we moeten dat geld blijven geven. Dit gaat om 662 miljoen, alleen al het afgelopen jaar. Sinds Booking.com op de zwarte lijst staat, hebben wij meer dan een miljard aan subsidie aan dit bedrijf gegeven. Ik kan dat voor mezelf heel moeilijk rijmen. De minister zegt: die twee dingen zien we los van elkaar. Dan ben je in mijn ogen het ontmoedigingsbeleid niet helemaal serieus aan het nemen.

Minister Berendsen:
Het bedrag dat de heer Dassen noemt, is natuurlijk niet het geld dat te maken heeft met de eventuele activiteiten van een bedrijf in de bezette gebieden of in nederzettingen. Dit is geld dat in die Innovatiebox wordt gebruikt, zoals ik al meldde. Die gaat heel breed om het stimuleren van bedrijven.

Mevrouw Van der Werf (D66):
Bij mijn weten spreekt Nederland zich altijd uit tegen zowel de doodstraf als ongelijke toepassing van het recht. Nu zien we bij het aannemen van die doodstrafwet dat niet alleen de heer Ben-Gvir een rol heeft gehad, maar zeker ook zijn partij Otsma Jehudit. De minister zei net: wij vinden het niet nodig om de leden van zijn partij te sanctioneren, maar waarom dan niet?

Minister Berendsen:
Ik heb net uitgebreid aangegeven wat onze inzet is op allerlei gebieden. Op dit moment zijn deze specifieke gevallen daar geen onderdeel van.

Mevrouw Van der Werf (D66):
Kan de minister daar een onderbouwing bij geven?

Minister Berendsen:
Dat is een hele goede vraag. Ik ben even aan het terugbladeren, maar ondertussen kan ik ook gewoon zeggen dat wij inzetten op vele gebieden. De stemming in een parlement en het voor of tegen zijn in een parlement is voor ons geen aanleiding om specifieke personen te sanctioneren. Wij plegen veel inzet als het gaat om kolonistengeweld en de sanctiepakketten waar wij heel hard aan werken. Daar zetten we op in.

De voorzitter:
Afrondend.

Mevrouw Van der Werf (D66):
Dan gebruik ik mijn afrondende vraag voor een ander punt. Ik heb collega's, onder anderen de heer Struijs, zich zorgen horen maken over de vraag of er nog wel ruimte overblijft voor diplomatie met Israƫl op het moment dat wij zouden pleiten voor het opschorten van het associatieakkoord. Laat helder zijn: dat kan natuurlijk niet de bedoeling zijn. Er moet altijd ruimte zijn om partners op betere ideeƫn te brengen. Laat ik het dan zo formuleren. Leest de minister in de voorgelegde moties daarvoor een blokkade?

Minister Berendsen:
In mijn contacten met Israƫl merk ik dat dit niet eenvoudig ligt voor Israƫl. Daarmee laat dit ook zien dat het een middel is dat druk zet, terwijl wij dit proces doorlopen. Zolang wij stappen zien vanuit Israƫl waardoor wij genoodzaakt worden om meer druk uit te oefenen, zullen wij dat doen. Zo is ook de relatie met mijn collega in Israƫl. Dat zeg ik ook in het gesprek. Tegelijkertijd zien wij ook dat bij landen die bepaalde unilaterale acties hebben ondernomen of heel eenzijdig hebben gepleit voor heel vergaande maatregelen, de telefoon minder wordt opgenomen.

Mevrouw Teunissen (PvdD):
De minister zegt dat hij in zijn brief de inzet beschrijft als het gaat om de marteling van kinderen in Israƫlische gevangenissen en als het gaat om de doodstraf. Ik ben, ook in zijn beantwoording, oprecht op zoek naar de inzet van het kabinet, maar het enige wat ik zie zijn oproepen aan de Israƫlische regering en het consequent uitspreken tegen detentieomstandigheden van Palestijnen in Israƫlische detentiecentra. Als je ziet dat alleen ergens toe oproepen niet werkt, is de minister het dan in ieder geval met mij eens dat je maatregelen zal moeten opschalen om de druk op te voeren?

Minister Berendsen:
Volgens mij hebben we het daar in het debat vanmorgen over gehad. En we hebben het er vanmiddag over gehad. Er zijn moties ingediend waarover ik een appreciatie heb gegeven. We kijken inderdaad naar andere stappen om de druk verder op te voeren. Tegelijkertijd, zoals ik ook heb gemeld, moet de inzet altijd een combinatie zijn van het diplomatieke spoor en maatregelen. Een van de twee alleen helpt niet. Dit betekent dat we aan de ene kant de druk opvoeren in de gesprekken en zorgen uitspreken en aan de andere kant, zoals ik net uitgebreid de inzet heb besproken, we ook andere zaken overwegen en al het mogelijke doen om de druk verder op te voeren. Ben ik op dit moment tevreden met het opgeleverde resultaat? Nee. Dus dat betekent dat we op beide sporen actief aan de slag blijven.

Mevrouw Teunissen (PvdD):
De minister kan wel zeggen "actief aan de slag blijven", maar Nederland is helemaal niet aan de slag met extra sporen van maatregelen. Tenminste, ik hoor geen enkele concrete maatregel. Al het concrete wat hier op tafel wordt gelegd, ook vanochtend en ook bij de moties, wordt door de minister ontraden. Waarom kan Nederland op zijn minst alle parlementsleden die in Israƫl voor de doodstraf hebben gestemd sanctioneren en als persona non grata verklaren in Nederland? Datzelfde geldt voor de hele Israƫlische regering. Dat zijn toch minimale stappen die je kunt zetten?

Minister Berendsen:
Ik heb meerdere malen aangegeven dat als we effectief willen zijn, we dat in internationaal verband moeten doen. Ik heb net uitgebreid aan de Kamer gemeld op welke manier Nederland zich in blijft zetten voor sanctiepakketten die we in Europa kunnen dragen, voor artikel 2, voor de Europese kopgroep om het handelsgedeelte op te schorten. Dat zijn allemaal zaken waar wij actief mee bezig zijn en waar wij tegelijkertijd Europees geen meerderheid voor hebben. Wil je uiteindelijk effectief zijn, zal je dat in groot internationaal verband moeten doen.

De voorzitter:
Afrondend.

Mevrouw Teunissen (PvdD):
Even ter herinnering: het gaat hier over kinderen in gevangenissen die worden gemarteld en seksueel misbruikt. Daartegen moet nu worden opgetreden. Al het mogelijke moet gedaan worden om dit te stoppen. Dit is niet het enige wat de Israƫlische regering heeft gedaan. Het is een heel patroon van genocide, en Gaza is verwoest. Elke keer, keer op keer, legt het kabinet rapporten van organisaties, ook van het CAVV, de volkenrechtelijke commissie, helemaal naast zich neer en zegt: we gaan niet over tot nationale maatregelen. Nu hoor ik het kabinet weer hetzelfde zeggen, tenzij de minister nu zegt dat hij echt iets extra's gaat doen, maar dat heb ik nog niet gehoord in de beantwoording. Op welke maatregelen doelt hij nou?

Minister Berendsen:
Zoals ik zojuist aangegeven heb, ... Laat ik vooropstellen dat de afschuwelijke berichten, rapporten en signalen die we ontvangen over kinderen in gevangenissen en over de situatie in Gaza aanleiding zijn om ons daar grote zorgen over te maken. Dat maakt ook dat we op allerlei manieren proberen druk te zetten. Maar ik geef ook aan dat we ook effectief willen zijn. Als wij nationale maatregelen nemen, zetten we ons buiten de discussie en wordt de effectiviteit veel lastiger. Het kan moreel gezien goed voelen, maar zal uiteindelijk de kinderen en de mensen in Gaza niet helpen. Daarom zet dit kabinet zich continu in om te zorgen dat we met de internationale partners zo veel mogelijk druk zetten op Israƫl om deze situatie te verbeteren. Geloof me, ik merk in de gesprekken die ik met mijn Israƫlische collega voer, dat dit wordt gezien en dat die druk als hoog wordt ervaren.

De voorzitter:
Ik stel voor dat mevrouw Dobbe, mevrouw Piri en de heer Van Baarle nog op dit punt interrumperen, en dat de minister dan zijn beantwoording vervolgt aangezien we nog een debat hebben om 21.30 uur. Mevrouw Dobbe.

Mevrouw Dobbe (SP):
Beseft deze minister dat hij bijna precies dezelfde woorden en redeneringen gebruikt als al zijn voorgangers en dat we hetzelfde verhaal letterlijk al twee jaar horen? Al twee jaar horen we dat we met elkaar in gesprek moeten blijven, anders wordt de telefoon niet opgenomen, dat er echt heel erg stevig achter gesloten deuren wordt gesproken, dat de boodschap echt wel aankomt, maar dat we niet zo tevreden zijn over het resultaat. Dat horen we al twee jaar. Dat is ook de reden waarom dit kabinet en de vorige kabinetten tot nu toe niks hebben gedaan.

Minister Berendsen:
Ik ga niet over de boodschappen van voorgaande kabinetten. Ik ga over de boodschap van dit kabinet.

Mevrouw Dobbe (SP):
Dat is natuurlijk interessant. Wij hadden meer verwacht van dit kabinet. Wij hadden meer verwacht van dit kabinet dan van het vorige kabinet, waarvan we twee jaar lang precies deze woorden hebben gehoord.

Ik heb net ook even meegeschreven, bijvoorbeeld over het opzeggen van de defensiesamenwerking met Israƫl. Als we het hebben over nationale maatregelen: de defensiemaatregelen opzeggen? "Daar is het nu nog niet de tijd voor". Iets doen met het belastingverdrag? "Daar is het nu nog niet de tijd voor". De Israƫlische ambassadeur ontbieden? "Daar is het nu nog niet de tijd voor". Als we het hebben over het sanctioneren van mensen uit het Israƫlische parlement of de regering: "Daar is het nu nog niet de tijd voor".

De voorzitter:
Uw vraag.

Mevrouw Dobbe (SP):
Wanneer is het dan wel de tijd voor dit kabinet om deze maatregelen te treffen? Wanneer is het daarvoor de tijd?

Minister Berendsen:
Ik heb net uitgebreid de inzet van dit kabinet besproken. Ik heb ook uitgebreid besproken op welke manieren wij druk zetten. Ook heb ik uitgebreid gesproken over de manier waarop je effectief kan zijn. Ik begrijp echt heel goed dat het moreel gezien goed kan voelen om bepaalde stappen te zetten. Maar op het moment dat je dat buiten de discussie plaatst, op het moment dat je daarmee niet de internationale druk vergroot, denk ik dat het niet effectief is. Tegelijkertijd zoeken wij — dat heb ik zojuist gezegd en daarom herhaal ik dat ook — naar manieren waarop wij de druk verder kunnen vergroten. Dat doen we in internationaal verband. Op het moment dat we daar nog geen meerderheden voor hebben, ga ik niet bilateraal roepen dat we stappen zetten, maar blijf ik werken aan het verkrijgen van meerderheden om uiteindelijk de druk op te voeren.

De voorzitter:
Afrondend.

Mevrouw Dobbe (SP):
Dit accepteer ik niet. Echt niet. Deze minister heeft weer, net zoals de voorgaande minister, het draaiboeken meegekregen waarin ons wordt verweten dat wij ons moreel goed willen voelen en het goede willen doen, maar dat we eigenlijk wel weten dat het niet effectief is. Dat is echt onzin. Dat is gewoon niet waar. Ik accepteer dat niet meer, niet van het vorige kabinet en ook niet van deze minister. Twee weken geleden zijn er nog rapporten verschenen van de AIV en van de CVV, daarvoor een rapport van de volkenrechtelijke adviseur en daarvoor weer andere rapporten die zeggen: op het moment dat stille diplomatie, wat ook deze minister weer gaat doen, niet werkt — en die werkt niet, want er is sinds die tijd geen stap gezet — moet je opschalen. Wat gaat deze minister doen om op te schalen? Neemt hij al die rapporten niet serieus?

Minister Berendsen:
Ik heb volgens mij net uitgebreid stap voor stap aangegeven op welke manier wij opschalen. Ik heb artikel 2 genoemd, de Europese kopgroep, de opschorting van het handelsverdrag, de nationale maatregelen. Ik ben daar allemaal langsgelopen. Het kan zo zijn dat mevrouw Dobbe dat niet genoeg vindt. Dat kan. Daar verschillen wij over van mening. Maar dit is de inzet van het kabinet. Ik werp ook verre van mij dat wij de druk niet aan het opvoeren zijn, want we doen volgens mij een hele hoop.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Toen CDA en D66 nog in de oppositie zaten, hebben ze, samen met heel veel partijen die hier net geĆÆnterrumpeerd hebben, heel veel druk gezet — trouwens vooral ook met veel druk vanuit de Nederlandse bevolking — om het vorige kabinet eindelijk iets te laten doen. Wij vonden het te weinig. Er is zelfs een minister om die reden opgestapt. Een van de dingen die klaarstaan, en waar we al tien maanden op wachten, is dat handelsverbod met illegale nederzettingen. Wanneer kunnen we dat verwachten? En is dat verbod inclusief investeringen?

Minister Berendsen:
Op de tweede vraag kan ik niet antwoorden. Dat weet ik op dit moment namelijk niet. Daar moet ik naar kijken.

Op de eerste vraag kan ik slechts gedeeltelijk antwoorden. Ik weet dat dat voorligt en dat ik daarnaar ga kijken. Ik kijk daarnaar met de experts binnen het ministerie. Op dit moment wordt dat handelsverbod getoetst. Het komt zo snel mogelijk naar de Kamer toe. Dit gaat er gewoon komen. Het komt zo snel mogelijk naar de Kamer.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Ik hoop dan echt dat het voor de zomer komt — dan heeft het een jaar geduurd — en dat het ook absoluut inclusief investeringen is. Ik zal de minister uitleggen waarom. Het plaatsen van E1-nederzettingen is altijd, decennialang, een rode lijn geweest voor partijen van links tot rechts in het kabinet. Nou weten we dat in IsraĆ«l op 1 juni de tender wordt uitgeschreven. Daarop kunnen ook Nederlandse bedrijven inschrijven. Wat gaat de minister doen om te garanderen dat Nederlandse bedrijven niet investeren in die E1-nederzettingen, die echt de strop zijn voor een tweestatenoplossing, en dat Nederlandse bouwbedrijven daar niet aan meehelpen?

Minister Berendsen:
Zoals ik net gezegd heb, komen die nationale maatregelen zo snel mogelijk naar de Kamer toe. Daarin zullen we ook dit soort elementen betrekken.

De voorzitter:
Tot slot.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Zelfs als het heel snel naar de Kamer toe komt ... Ik schetst nu een situatie van iets wat decennialang een rode lijn was voor elk Nederlands kabinet: nederzettingen in E1-gebied. Die tender wordt op 1 juni uitgeschreven. Wat nou als straks blijkt dat Nederlandse bedrijven daarop inschrijven? Dat lijkt me niet de bedoeling terwijl er in het coalitieakkoord staat: wij respecteren de tweestatenoplossing en dat is nog steeds ons doel. Kan ik ervan uitgaan dat deze minister meer gaat doen dan "ontmoedigen"?

Minister Berendsen:
Ik neem deze informatie tot mij en ik ga daarnaar kijken.

De heer Van Baarle (DENK):
Het Genocideverdrag verplicht ons om alles te doen wat we kunnen doen als er aanleiding is om te veronderstellen dat er genocide zou kunnen plaatsvinden. Dat is wat het Internationaal Strafhof heeft gezegd. Ik zou het volgende graag aan de minister willen vragen. Als je het hebt over "alles kunnen doen wat in je mogelijkheden ligt" ... Het is een tijd geleden dat mevrouw Kallas in Europees verband tien punten naar voren heeft gebracht waarvan ze heeft gezegd dat de Europese Unie die kan uitvoeren.

De voorzitter:
Uw vraag?

De heer Van Baarle (DENK):
Dat betreft inderdaad artikel 2, maar ook meer zaken. Dat is inderdaad ook stoppen met de samenwerking binnen Horizon en het stoppen van sommige innovatiesamenwerkingen. Is de minister ook bereid om al die punten in te brengen in Europees verband, om te proberen daar weer een meerderheid voor te arrangeren?

Minister Berendsen:
Ik heb net uitgebreid aangegeven wat onze inzet is. Daar zijn deze punten geen onderdeel van. Sommige punten zijn dat wel. Artikel 2, dat u zelf al noemde, is daar wel een onderdeel van. Dat is de inzet van het kabinet voor de komende weken.

De heer Van Baarle (DENK):
Dan gaan we naar de nationale maatregelen, want deze minister kan wel degelijk nationale maatregelen treffen. Deze minister weet dat het voorstel dat hij al heel erg lang doet, om gewelddadige kolonisten op lijsten te plaatsen, in Europa op dit moment geen meerderheid krijgt. Je kan die kolonisten nationaal op zo'n SIS-lijst zetten. Je kan ook ons ontmoedigingsbeleid aanscherpen, om activiteiten van bedrijven in illegaal bezet gebied sterker te ontmoedigen of te verhinderen. Is de minister bereid om dat te gaan doen?

Minister Berendsen:
Zoals gezegd zet dit kabinet zich in voor sancties tegen kolonisten in Europees verband. Dat is om dat sanctieregime samen voor elkaar te krijgen, want uiteindelijk ben je dan impactvol en niet als je dat nationaal doet. Nationaal werken we aan maatregelen tegen de invoer van producten die afkomstig zijn uit onrechtmatige nederzettingen in door Israƫl bezette gebieden. Dat is op dit moment de inzet van het kabinet en daar gaan we mee door.

De voorzitter:
Afrondend.

De heer Van Baarle (DENK):
Dit is toch wel heel erg teleurstellend, hoor. Het had volgens mij niet heel erg veel verschil gemaakt of het kabinet-Schoof hier had gezeten of het kabinet-Jetten. We luisteren weer naar een soort grijsgedraaide plaat van een minister die zegt: in Europees verband ben ik aan het praten en in de richting van Israƫl draag ik mijn zorgen over. Vervolgens gebeurt er al die tijd weer niks. Alle mogelijkheden die ik net opnoemde, worden gewoon niet benut. Daarmee doet deze regering niet wat ze kan doen. Ik vind dat gewoon heel erg teleurstellend. Ik zou tegen deze minister willen zeggen: als je ziet wat Israƫl allemaal doet, dan is de lijst die ik net heb opgenoemd echt het bare minimum van wat je zou moeten doen om die regering aan te pakken. Ik blijf aan deze minister vragen: waarom doet hij dat niet?

Minister Berendsen:
Ik heb net onze inzet benoemd en de keuzes die wij daarin maken. Dit kabinet zet zich wel degelijk internationaal in om de druk op Israƫl op te voeren. Dat doen we internationaal. Ook in bilaterale gesprekken brengen we onze zorgen over en voeren we de druk op. Dat is de inzet van dit kabinet.

De voorzitter:
De minister rondt zijn beantwoording af, want er is ook nog een tweede termijn. Daarin kunnen moties worden ingediend. U zal ongetwijfeld nog een vervolgvraag willen stellen aan de minister in de tweede termijn. Er is om 21.30 uur een debat over een artikel 100-brief. De minister rondt zijn beantwoording af.

Minister Berendsen:
Daar kijk ik naar uit, net als naar het volgende debat, waar ik weer met veel plezier aan ga deelnemen.

Ik heb nog het blokje Libanon. Natuurlijk verwelkomen we de directe onderhandelingen onder leiding van de VS, die geleid hebben tot het aangekondigde staakt-het-vuren tussen Israƫl en Libanon. Het is echt van belang dat alle partijen, ook Hezbollah, zich hieraan gaan houden. Laat ik vooropstellen dat het kabinet de legitieme veiligheidszorgen van Israƫl ten aanzien van Hezbollah erkent. Het is essentieel dat Hezbollah de wapens inlevert. Tegelijkertijd werpt het militaire handelen van Israƫl in Libanon vragen op over proportionaliteit. In het optreden moet het internationaal recht leidend zijn voor alle partijen. Nederland maakt zich in dit kader ernstige zorgen over aanvallen op medisch personeel, hulpverleners en journalisten.

Nederland roept zowel bilateraal, onder andere in gesprekken met Israƫlische en Libanese collega's, als in internationale verklaringen op tot het vinden van een duurzame, diplomatieke oplossing die het pad kan effenen voor normalisatie tussen Israƫl en Libanon. Om de Libanese autoriteiten te ondersteunen in het herstel van het geweldsmonopolie en het beteugelen van de invloed van Hezbollah heeft het kabinet dit jaar 7 miljoen euro extra vrijgemaakt voor steun aan de Lebanese Armed Forces, die tot taak hebben Hezbollah te ontwapenen.

De heer Dassen vroeg wat we gaan doen om te voorkomen dat Libanon het nieuwe Gaza wordt. De uitspraken van Israƫlische bewindspersonen, waarin parallellen worden getrokken tussen Gaza en Libanon, zijn verwerpelijk. Het kabinet roept op tot een onmiddellijk staakt-het-vuren. Ik ben heel blij dat dat staakt-het-vuren nu voor tien dagen bereikt is. Dat was ook onderdeel van de boodschap die ik de afgelopen dagen aan zowel Israƫlische als Libanese collega's heb overgebracht. Nederland is bereid, waar mogelijk samen met de Europese partners, om de gesprekken en de verdere uitvoering waar mogelijk te ondersteunen.

De heer Van Lanschot vroeg naar de mogelijkheden die we zien om in Europees verband bij te dragen aan de hulp aan de Libanese staat. We steunen de Libanese autoriteiten. Dat deden we ook in publieke verklaringen. We waarderen en erkennen de belangrijke maar ook moeilijke stap vanuit Libanon om in directe onderhandelingen met Israƫl te gaan over een bestand. We bespreken binnen de EU een nieuw pakket voor steun voor het Libanese leger, dat verantwoordelijk is voor de ontwapening van Hezbollah. Daarnaast blijven we vanuit de EU oproepen tot structurele economische hervormingen in Libanon, zodat het IMF-steunpakket beschikbaar wordt.

De heer Ceder vroeg nog naar mijn reflectie op het feit dat langdurige internationale inspanningen om Hezbollah te ontwapenen tot nu toe weinig effect hebben gehad. Het kabinet verwelkomt de inzet van de Libanese autoriteiten om Hezbollah te ontwapenen, maar het is helder dat de volledige ontwapening nog ver weg is. Voor het kabinet blijven de afspraken uit de resolutie, inclusief volledige ontwapening van Hezbollah, het uitgangspunt voor een duurzaam bestand tussen Israƫl en Libanon. Ik heb zojuist al aangegeven op welke manier we Libanon daarin proberen te ondersteunen.

De heer Stoffer vroeg nog of ik het met hem eens ben dat zowel het mandaat als de uitvoering van UNIFIL al twintig jaar tekortschieten. Het belang van het beschermen en respecteren van het mandaat van UNIFIL en zijn personeel is natuurlijk duidelijk. De recente aanvallen op UNIFIL zijn onacceptabel en worden door het kabinet veroordeeld. UNIFIL zelf is niet gemandateerd om Hezbollah te ontwapenen, dus dat mag ook niet verwacht worden. De realiteit is dat alle betrokken partijen de resolutie niet implementeren. Na het vertrek van UNIFIL aan het einde van het jaar ligt een nieuwe VN-missie niet in de lijn der verwachting gezien het krachtenveld in de VN-Veiligheidsraad. Binnen de EU wordt er gesproken over een EU-missie, maar het denken daarover zit nog in de beginfase.

Voorzitter. Dan heb ik nog een paar overige vragen te beantwoorden, maar dat zijn er niet veel. Mevrouw Maes vroeg of we overwegen om de ambassade in Damascus te heropenen. Gisteren sprak ik met mijn Syrische ambtgenoot. Ik heb in dat gesprek aangegeven dat we de diplomatieke contacten formeel hervatten. Daar hoort op termijn ook het openen van de vertegenwoordiging in Damascus bij. We onderzoeken die mogelijkheden. Daarbij zijn een aantal factoren van invloed, namelijk de politieke situatie, de veiligheidssituatie, de mogelijkheid van huisvesting en de financiƫn die daarvoor nodig zijn. Het is nu nog te vroeg om daar een besluit over te nemen, ook gezien de ontwikkelingen in Syriƫ zelf en de verwachtingen die we hebben van het Syrische regime. Een van de heel belangrijke elementen daarbij is natuurlijk de positie en de bescherming van minderheden in Syriƫ en hoe waakzaam het regime op dit punt is.

De laatste vraag was van mevrouw Maes. Zij vroeg om aandacht voor de positie van de jezidi's. Het kabinet erkent dat de positie van jezidi's nog steeds zeer kwetsbaar is. Concreet zetten we hier doorlopend op in via steun aan de Nonviolent Peaceforce, die zich inzet voor een veilige gemeenschap in Sinjar. Dit project richt zich onder andere op lokale verzoening en integratie van jezidi-vrouwen. Verder is er het PROSPECTS-partnerschap dat inzet op traumaverwerking en levensvaardigheden in kampen voor ontheemden in kampen waar veel jezidi's verblijven. Het kabinet houdt nauw contact met organisaties die de belangen van jezidi's behartigen en blijft de situatie van minderheden, waaronder die van de jezidi's, nauwlettend monitoren.

De voorzitter:
Is de minister daarmee aan het einde gekomen van zijn beantwoording?

Minister Berendsen:
Jazeker.

De voorzitter:
Dan nu eerst de interruptie van mevrouw Piri. Daarna gaan we naar de tweede termijn van de Kamer.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Ik mis eigenlijk nog wel een veroordeling door de minister van alle aanvallen op UNIFIL. Dat was namelijk de reden waarom zijn Italiaanse collega, misschien ook een oud-collega van de minister in het Europees Parlement, de Israƫlische ambassadeur heeft ontboden. Uit alle retoriek van de minister van Defensie en de minister van Buitenlandse van Israƫl blijkt dat ze gewoon van plan zijn om een deel van Libanon te bezetten. Ik mis niet alleen een veroordeling daarvan, maar ook van die massale beschieting vorige week. In tien minuten 130 bommen! Daarbij zijn meer dan 300 mensen omgekomen. Kan de minister daar misschien nog iets over zeggen?

Minister Berendsen:
Ik dank mevrouw Piri dat zij mij deze gelegenheid nog geeft. We veroordelen natuurlijk die massale aanvallen. Ik heb ook al iets gezegd over proportionaliteit, de massale aanvallen in Libanon en de vele doden die daarbij gevallen zijn. Ik wil ook de ontheemding noemen en de massa's mensen die op de vlucht zijn. De situatie was natuurlijk al zeer ernstig en het is alleen nog maar erger geworden. Vanzelfsprekend veroordelen we ook de aanvallen op UNIFIL. We hopen dat de situatie daar snel verbetert en daar zetten we ons ook voor in.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Dat hopen we denk ik allemaal. Maar kan de minister dan … Kijk, ik heb eerder in het debat ook al proberen aan te geven dat iedereen terreurgroepen veroordeelt, of het nou Hezbollah is of Hamas of het wrede regime in Iran. Daar gaat dit niet over. Maar we moeten soms ook gewoon echt, ook als het gaat om bondgenoten, kunnen benoemen wat voor schendingen er plaatsvinden. Kan de minister daar in het vervolg misschien wat meer rekening mee houden?

Minister Berendsen:
Ik neem de suggestie van mevrouw Piri ter harte. Ik kijk ook zeer uit naar de wapenstilstand van tien dagen, die hopelijk snel ingaat. Ik hoop dat we in het hele proces echt verbetering gaan zien.

De voorzitter:
Ik dank de minister voor de beantwoording en geef mevrouw Piri het woord voor haar tweede termijn.

Mevrouw Piri?

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter, geeft u mij twee of drie minuten om mijn motie af te maken.

De voorzitter:
Ik schors een kort ogenblik en daarna gaan we verder met de tweede termijn van de zijde van de Kamer.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:
Ik heropen de vergadering en geef het woord aan mevrouw Piri voor haar tweede termijn.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter, dank. Dank aan de minister voor de beantwoording. Het was een lange dag. Ik heb twee moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt het kabinet om een eventuele militaire missie naar de Straat van Hormuz alleen te overwegen als er sprake is van een internationale rechtsbasis en er een duurzaam bestand is,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Piri.

Zij krijgt nr. 722 (23432) (#1).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat 62 leden van de Knesset hebben gestemd voor de invoering van de doodstraf voor Palestijnen;

verzoekt het kabinet om te pleiten voor persoonsgerichte sancties tegen deze leden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Piri.

Zij krijgt nr. 723 (23432) (#2).

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter. Ik vraag tot slot om een reflectie van de minister. We hebben allebei een aantal jaren in Brussel gezeten. We weten dus dat het heel moeilijk is om meerderheden te zoeken en te vinden voor het onderwerp van het Midden-Oosten. Ik hoor van de minister dat hij inschat dat er volgende week of op korte termijn in de Europese Raad weer geen meerderheid lijkt te gaan zijn voor iets van — Ć­Ć©ts van — een minimale sanctie. De EU heeft de afgelopen tweeĆ«nhalf jaar geen enkele sanctie toegepast. Hoe denkt de minister dat dit overkomt op de rest van de wereld en vooral: hoe denkt hij dat dit overkomt op de Palestijnen die nog steeds geloven niet met geweld maar op basis van het internationaal recht hun rechten te kunnen halen?

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Dobbe namens de SP in tweede termijn.

Mevrouw Dobbe (SP):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb drie moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er ernstig zieke of zwaargewonde kinderen uit Gaza reeds medisch geƫvacueerd zijn naar de regio en wachten op zorg;

constaterende dat eerder vijf kinderen uit Gaza medisch zijn geƫvacueerd naar Nederlandse ziekenhuizen;

verzoekt de regering op korte termijn te verkennen onder welke voorwaarden medische evacuatie van ernstig zieke en gewonde kinderen naar Nederland mogelijk zou zijn voor kinderen in Gaza die al met toestemming van de Israƫlische regering medisch naar de regio zijn geƫvacueerd, in geval het gebrek aan zorg acuut levensbedreigend is en in geval de regionale medische capaciteit tekortschiet,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Dobbe, Piri, Teunissen, Van Baarle, Ceder en Dassen.

Zij krijgt nr. 724 (23432) (#3).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het internationaal recht toegepast dient te worden, ongeacht wie misdaden pleegt of dit recht overtreedt;

overwegende dat de volkenrechtelijk adviseur, de AIV en CAVV en andere experts hebben benadrukt dat indien stille diplomatie geen effect heeft, er opgeschaald moet worden;

constaterende dat onduidelijk is waar de rode lijn ligt voor dit kabinet als het gaat om oorlogsmisdaden of het overtreden van het internationaal recht door de Israƫlische regering;

verzoekt het kabinet om inzichtelijk te maken welke omstandigheden er moeten zijn voor dit kabinet om te besluiten over te gaan tot:

  • het opschorten van de defensiesamenwerking met IsraĆ«l;

  • het opschorten van het belastingverdrag met IsraĆ«l met als doel investeringen van bedrijven in IsraĆ«l en vanuit IsraĆ«l tegen te gaan;

  • het ontbieden van de IsraĆ«lische ambassadeur;

  • het erkennen van de Palestijnse Staat;

  • het sanctioneren van de leden van het kabinet-Netanyahu;

  • het instellen van een handelsembargo en van een wapenembargo,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Dobbe, Van Baarle en Teunissen.

Zij krijgt nr. 725 (23432) (#4).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er meer dan 1 miljoen Libanezen op de vlucht zijn door aanvallen van Israƫl;

constaterende dat in Zuid-Libanon meerdere journalisten en hulpverleners door Israƫlische luchtaanvallen zijn gedood;

constaterende dat Israƫl na het staakt-het-vuren met Iran de grootste luchtaanval sinds het begin van de oorlog uitvoerde;

verzoekt de regering de aanvallen van Israƫl op Libanon te veroordelen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Dobbe en Piri.

Zij krijgt nr. 726 (23432) (#5).

Mevrouw Dobbe (SP):
Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Maes namens de VVD.

Mevrouw Maes (VVD):
Dank u, voorzitter. Ik heb ƩƩn motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de vrije doorvaart door de Straat van Hormuz en een ongehinderde energietoevoer van essentieel belang zijn voor de Nederlandse economie en veiligheid;

overwegende dat landen als Qatar, de VAE en Oman essentieel zijn voor onze energiezekerheid;

verzoekt de regering om in Europees verband en bilateraal de banden met deze Golfstaten aan te halen en de samenwerking op het gebied van maritieme veiligheid en energie-infrastructuur te intensiveren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Maes, Hoogeveen en Van Lanschot.

Zij krijgt nr. 727 (23432) (#6).

Dank u wel. EƩn interruptie van mevrouw Piri. Kort, maximaal in tweeƫn.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Ik hou het bij ƩƩn, voorzitter. Ik vroeg mij af wat mevrouw Maes in deze motie specifiek vraagt aan het kabinet wat nu nog niet gebeurt.

Mevrouw Maes (VVD):
Op dit moment is het mijn beeld dat de minister zeker van plan is om uitvoering te geven aan deze motie. Misschien is dat ook waarom ik verwacht dat die oordeel Kamer zal krijgen. Maar volgens mij is het op dit moment nog niet zo. Dus hij is het van plan, maar het is nog niet zo. Ik hoop dus van harte op oordeel Kamer en op steun van de anderen.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Sorry, maar …

De voorzitter:
Ik had twee gezegd, dus gaat uw gang.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Ik volg het Twitteraccount van de minister. Ongetwijfeld doet mevrouw Maes dat ook. Volgens mij heeft hij ook nog in dit debat gezegd dat hij contacten heeft in de Golfstaten en dat dat ook voor de premier geldt. Die contacten zijn er dus. Mijn vraag is vooral: wat wil de VVD dat het kabinet extra doet, maar nu nog niet doet? Kan mevrouw Maes dat specificeren?

Mevrouw Maes (VVD):
Dat staat ook in de motie. Wij willen graag in de bilaterale contacten en in de EU heel specifiek aandacht voor de energiezekerheid.

De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Dassen voor zijn inbreng namens Volt in de tweede termijn.

De heer Dassen (Volt):
Dank voorzitter. Ik heb twee moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering om Netanyahu tot persona non grata te verklaren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Dassen.

Zij krijgt nr. 728 (23432) (#7).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Booking.com al jaren op de VN-zwarte lijst staat vanwege de verhuur van accommodaties in illegale Israƫlische nederzettingen;

constaterende dat Booking.com al jaren miljarden aan belastingvoordeel krijgt vanuit de Innovatiebox;

van mening dat Nederlands belastinggeld niet naar bedrijven mag gaan die op de VN-zwarte lijst staan vanwege hun handelingen in illegale Israƫlische nederzettingen;

verzoekt de regering de Innovatiebox niet beschikbaar te stellen voor bedrijven die op de VN-zwarte lijst staan en die profiteren van de illegale Israƫlische nederzettingen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Dassen, Piri, Dobbe en Teunissen.

Zij krijgt nr. 729 (23432) (#8).

De heer Dassen (Volt):
Voorzitter. Dan zou ik de resterende tijd graag nog willen gebruiken om toch iets aan de minister mee te geven. Ik moet eerlijk bekennen dat dit debat toch enigszins teleurstellend is geweest. Dat had deels te maken met de beantwoording van mevrouw Maes op de vraag hoe de VVD omgaat met het internationaal recht, maar ook met de beantwoording van de minister. Aan het begin van zijn betoog zei hij dat er aanvullende stappen noodzakelijk waren. Vervolgens is hij in het debat tot geen enkele aanvullende stap gekomen. Tegelijkertijd heeft hij zelf een hele opsomming van ellende aangegeven en komen we niet verder dan dat we het veroordelen en onacceptabel vinden. Ik hoop dat de minister dat in de toekomst mee wil wegen, omdat we dit debat inmiddels tweeƫnhalf jaar op deze manier voeren.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Van Baarle namens DENK in de tweede termijn.

De heer Van Baarle (DENK):
Dank, voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Hoge Vertegenwoordiger van de Unie voor Buitenlandse Zaken en Veiligheidsbeleid in 2025 heeft voorgesteld om de Israƫlische bewindspersonen Ben-Gvir en Smotrich te plaatsen op de EU-sanctielijst;

overwegende dat Nederland vanwege het uitblijven van een meerderheid nationale maatregelen tegen deze personen heeft getroffen door een inreisverbod;

constaterende dat de betreffende bewindspersonen een veelheid van opruiende en onrechtstatelijke opmerkingen en daden zijn aan te rekenen;

verzoekt de regering om zich binnen de Europese Unie actief in te zetten voor het vormen van een kopgroep van lidstaten die pleit voor het plaatsen van Ben-Gvir en Smotrich op de EU-sanctielijst,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Baarle.

Zij krijgt nr. 730 (23432) (#9).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Israƫlische nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever volgens het internationaal recht illegaal zijn;

verzoekt de regering het huidige ontmoedigingsbeleid om te vormen naar verhinderingsbeleid, waardoor het verdienen van geld door bedrijven in illegaal bezet gebied actief wordt verhinderd,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Baarle.

Zij krijgt nr. 731 (23432) (#10).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering om de Israƫlische ambassadeur te ontbieden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Baarle.

Zij krijgt nr. 732 (23432) (#11).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering om zich terug te trekken uit het verdrag tussen Nederland en Israƫl inzake de status van hun strijdkrachten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Baarle.

Zij krijgt nr. 733 (23432) (#12).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering om de volledige regering-Netanyahu tot persona non grata te verklaren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Baarle.

Zij krijgt nr. 734 (23432) (#13).

De heer Van Baarle (DENK):
Rest mij tegen deze minister te zeggen dat als hij het internationaal recht serieus neemt, hij er Ɣlles aan moet doen om Israƫl sancties op te leggen en niet dit slappe beleid moet voeren.

De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Van der Werf namens D66 in tweede termijn.

Mevrouw Van der Werf (D66):
Dank, voorzitter. Ik heb ƩƩn motie. Ik wil nog even heel kort terugkomen op het commissiedebat van vanochtend over de RBZ. Ik heb de minister toen gevraagd om toe te zeggen dat Nederland in de RBZ zal pleiten voor een update van de review van het bewuste artikel van het EU-associatieakkoord. Alleen, die toezegging is helaas niet als zodanig vastgelegd in de notulen. Daarom vraag ik hier nog even opnieuw of de minister bereid is om in de komende RBZ de Hoge Vertegenwoordiger voor Buitenlandse Zaken, mevrouw Kallas, te verzoeken om een update van de review. Dat is namelijk heel relevant, gezien de schuivende steun en die update tot een meerderheid kan leiden.

Voorzitter. Dan mijn motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de aangenomen Israƫlische wetgeving inzake de doodstraf zodanig is vormgegeven dat deze in de praktijk enkel Palestijnen zal treffen;

constaterende dat Nederland zich principieel uitspreekt tegen zowel de doodstraf als ongelijke toepassing van het recht;

constaterende dat minister Ben-Gvir reeds gesanctioneerd is, maar zijn partij Otzma Yehudit niettemin de drijvende kracht vormt achter dit wetsvoorstel;

verzoekt de regering zich op Europees en nationaal niveau in te spannen voor het instellen van een inreisverbod voor Knesset- en regeringsleden van Otzma Yehudit,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Werf.

Zij krijgt nr. 735 (23432) (#14).

Dank u wel.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Ik heb een vraag. We hebben het hier vanmorgen inderdaad ook over gehad. Vanmorgen bedacht ik dat wat mevrouw Van der Werf bedoelt met "de review" is om weer zes maanden te wachten, een paper te maken en te kijken naar de huidige situatie, maar later begreep ik dat dat niet is wat zij bedoelt. Mijn vraag is dus wat er precies wordt bedoeld met "de review".

Mevrouw Van der Werf (D66):
Ik denk dat het heel nuttig is als Nederland aan mevrouw Kallas vraagt wat nu de stand van zaken is en of zij nogmaals dat rondje langs de andere EU-landen kan maken, zodat zij kunnen aangeven hoe zij daar in zitten. Ons bereiken namelijk geluiden dat het aan het schuiven is. Ik denk dat dat een belangrijke vraag aan onze minister is: maakt u die inventarisatie na afgelopen maand nog eens.

De voorzitter:
Meneer Ceder, kort en bondig.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Kan mevrouw Van der Werf de logica uitleggen? Vragen om een update van artikel 2, dus actuele informatie over de mensenrechten, en nu al voorsorteren op het opschorten van het handelsdeel op basis van de uitkomsten die in de toekomst nog moeten volgen. Kunt u uitleggen wat er de logica van is om dat maandag te vragen, terwijl u vooruitlopend op de uitkomsten daarvan al pleit voor opschorting? Dus qua logica en ...

De voorzitter:
Ja. Mevrouw Van der Werf.

Mevrouw Van der Werf (D66):
Ik vind het volstrekt logisch dat deze minister vraagt wat de stand van zaken is, dat hij vraag hoe andere landen hier in staan.

De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Teunissen van de Partij voor de Dieren.

Mevrouw Teunissen (PvdD):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb drie moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat erkenning van de Palestijnse Staat een kleine, noodzakelijke stap is richting vrede, rechtvaardigheid en zelfbeschikking;

overwegende dat erkenning haast heeft om te voorkomen dat er niets meer te erkennen valt;

spreekt uit dat Nederland de Palestijnse Staat erkent,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Teunissen.

Zij krijgt nr. 736 (23432) (#15).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het Israƫlische parlement een doodstrafwet voor Palestijnen heeft goedgekeurd;

overwegende dat deze wet onderdeel is van de reeks van wreedheden die het Israƫlische regime al decennialang straffeloos pleegt tegen de Palestijnen;

verzoekt de regering om te eisen dat Israƫl de doodstrafwet tegen Palestijnen per direct intrekt en bij uitblijven hiervan overgaat tot nationale sancties tegen de Israƫlische regering en de Knessetleden die voor de doodstrafwet hebben gestemd,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Teunissen.

Zij krijgt nr. 737 (23432) (#16).

Mevrouw Teunissen (PvdD):
Tot slot.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat volgens rapportages van onder meer Save the Children en de Verenigde Naties Palestijnse kinderen worden vastgezet, gemarteld en seksueel mishandeld;

verzoekt de regering zich actief in te zetten voor onmiddellijke beƫindiging van onrechtmatige detentie en marteling van Palestijnse kinderen, en in internationaal verband te pleiten voor onafhankelijke monitoring en bescherming van deze kinderen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Teunissen.

Zij krijgt nr. 738 (23432) (#17).

Mevrouw Teunissen (PvdD):
Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Dekker namens Forum voor Democratie.

De heer Dekker (FVD):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb ƩƩn motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat verdere militaire escalatie in het Midden-Oosten leidt tot meer burgerslachtoffers en instabiliteit;

overwegende dat betrokkenheid bij dit conflict het risico op verdere escalatie en vergelding richting Europa vergroot en niet in het Nederlandse belang is;

verzoekt de regering om geen politieke of militaire steun te verlenen aan verdere escalatie in de regio en zich consequent in te zetten voor de-escalatie,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Dekker.

Zij krijgt nr. 739 (23432) (#18).

Dank u wel. Het woord is aan de heer Ceder namens de ChristenUnie.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Dank u wel, voorzitter. Ik moet aangeven dat ik in de antwoorden van de minister een aantal zinnige lijnen heb gehoord die ik ook wel onderschrijf: het realisme dat we ook in EU-verband het gesprek moeten aangaan, diplomatieke banden moeten proberen aan te halen en moeten kijken wat wel werkt en wat niet. Wij zijn kritisch op de situaties die vandaag in het debat uitvoerig zijn omschreven. De vraag is wel wat effectief is. Deze Kamer heeft de afgelopen twee jaar geregeld totempalen ontwikkeld, zoals de rode lijn bij Rafah; dat zou het verschil maken. Toen werden Ben-Gvir en Smotrich tot persona non grata verklaard; dat zou het verschil maken. Toen ging het om nationale maatregelen tegen kolonisten; dat zou het verschil maken. Toen ging het om artikel 2 van het associatieakkoord; dat zou het verschil maken. Nu is er weer een nieuwe totempaal: het handelsdeel opschorten. Volgens mij moeten we realistisch zijn en kijken wat wijsheid is.

Voorzitter. In dat kader heb ik nog ƩƩn motie. Verder wil ik de minister maandag wijsheid toewensen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de ontwerpgrondwet van de Palestijnse Autoriteit de sharia benoemt als een primaire bron van wetgeving en nergens enige vorm van co-existentie met Joden voorkomt in de stukken;

overwegende dat de internationale gemeenschap verdere hervormingen heeft geƫist van de PA en het gepresenteerde voornemen op meerdere onderdelen op gespannen voet staat met deze eis;

spreekt uit dat de conceptgrondwet waarin de sharia leidend is voor een Palestijns bestuur onwenselijk is;

verzoekt de regering in haar diplomatieke contacten expliciet te benadrukken dat Nederland een politieke richting waarbij de shariawetgeving zo wordt ingericht dat er onderdrukkende mechanismen voor minderheden ontstaan, niet kan steunen en tevens niet verenigbaar acht met de hervormingen zoals de internationale gemeenschap die van de PA verwacht,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Ceder.

Zij krijgt nr. 740 (23432) (#19).

Dank u wel. Het woord is aan de heer Van Lanschot namens het CDA.

De heer Van Lanschot (CDA):
Dank, voorzitter. Dit debat begon natuurlijk rumoerig. Daardoor heeft een klas, meen ik, helaas de publieke tribune moeten verlaten. Ik hoop van ganser harte dat ze hier nog een keer terugkomen, want we kunnen al het talent in en betrokkenheid bij de politiek gebruiken. Ik hoop dat zij het debat via de televisie verder hebben gekeken, want dan hebben ze een inhoudelijk en stevig debat gezien. Dank daarvoor aan de collega's. Dank daarvoor ook aan de minister. En dank aan de heer Struijs van 50PLUS, die ons met de volgende gedachte heenzendt: de kleine man tegen het grote onrecht.

Voorzitter. Twee moties van het CDA.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de regering van Libanon begin maart 2026 alle militaire activiteiten van Hezbollah als illegaal heeft bestempeld;

overwegende dat de positie van Hezbollah echter sterk blijft daar waar de Libanese staat zwak is;

overwegende dat gerichte steun aan de Libanese overheid ertoe kan bijdragen dat de Libanese staat sterker wordt en Hezbollah aan invloed verliest;

overwegende dat steun gekoppeld moet zijn aan hervormingen, corruptiebestrijding en aantoonbare stappen om Hezbollah te ontwapenen en terug te dringen;

verzoekt de regering om zich in Europees verband in te zetten voor politieke, financiƫle en praktische steun voor het versterken van de Libanese staat, met als doel de invloed van Hezbollah af te laten nemen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Lanschot, Maes, Van der Werf en Ceder.

Zij krijgt nr. 741 (23432) (#20).

De heer Van Lanschot (CDA):
Dan lees ik de volgende motie voor.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de regering-Netanyahu een discriminerende doodstrafwet invoert;

overwegende dat er een toename van geweld gepleegd wordt door kolonisten op de Westelijke Jordaanoever;

overwegende dat het aantal illegale nederzettingen, waaronder E1, sterk toeneemt;

constaterende dat deze ontwikkelingen in toenemende mate een pad naar vrede en een tweestatenoplossing blokkeren;

verzoekt de regering aanvullende sancties tegen de regering-Netanyahu en tegen illegale nederzettingen te onderzoeken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Lanschot en Van der Werf.

Zij krijgt nr. 742 (23432) (#21).

De heer Van Lanschot (CDA):
Excuus voor het snelle praten.

De voorzitter:
Het woord is aan de heer Hoogeveen namens JA21.

De heer Hoogeveen (JA21):
Voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de EU en de Golfregio in het licht van verschuivende handelsstromen en toenemende geopolitieke spanningen werken aan versterking van hun handelsrelaties;

overwegende dat naast de lopende onderhandelingen met de Verenigde Arabische Emiraten ook een bredere handelsovereenkomst met de Gulf Cooperation Council (GCC) kansen kan bieden voor Nederlandse en Europese economische en strategische belangen;

verzoekt de regering om zich binnen de Europese Unie blijvend in te zetten voor voortgang in de onderhandelingen met de Emiraten en voor het verkennen van een bredere handelsovereenkomst met de GCC,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Hoogeveen en Maes.

Zij krijgt nr. 743 (23432) (#22).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat NAVO-bondgenoten profiteren van de militaire bescherming en veiligheidsgaranties van de Verenigde Staten;

overwegende dat bondgenootschappen, solidariteit en wederkerigheid essentieel zijn voor het functioneren en de geloofwaardigheid van de NAVO en dat het weigeren van toegang tot luchtruim, militaire bases en andere faciliteiten aan bondgenoten deze wederkerigheid onder druk kan zetten;

verzoekt de regering om in NAVO-verband actief het belang te benadrukken van een consistente en wederkerige opstelling, waaronder het beschikbaar stellen van faciliteiten aan bondgenoten, en hierover het gesprek aan te gaan met terughoudende lidstaten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Hoogeveen.

Zij krijgt nr. 744 (23432) (#23).

De heer Hoogeveen (JA21):
Voorzitter. Ik wil de minister danken. Het was een lange dag. Ik heb geluisterd naar zijn beantwoording. Ik heb niet geĆÆnterrumpeerd, maar ik was wel verbaasd over dit debat. Het kon niet ver genoeg gaan: sancties, embargo's, handelsakkoorden opzetten. Ik heb nog een korte vraag aan de minister: heeft het kabinet nou eigenlijk inzichtelijk wat het Nederland allemaal kost als wij het handelsdeel van het associatieakkoord opzeggen? Wat kost dat het Nederlandse bedrijfsleven? Wat kost dat Nederland in leveringszekerheid ten aanzien van defensie en energie? Graag zou ik dat inzichtelijk willen. Als dat niet inzichtelijk is, zou ik dat graag willen zien door middel van een toezegging.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Struijs namens 50PLUS in de tweede termijn.

De heer Struijs (50PLUS):
Dank, voorzitter. Dank aan de minister voor de beantwoording. Ik ben het eens met de grote lijn. Ik wens u de komende drie weken veel professionele ruimte in het diplomatieke verkeer. Ik wens ons ook toe dat de onderhandelingen in Islamabad weer hervat worden; dat wens ik ons allen toe. Ik zou zelf niet consistent zijn als ik hier met allemaal moties ging gooien, omdat ik die drie weken enorm koester. Ik weet dat u veel vlieguren gaat maken en heel veel gesprekken aangaat. Ik ben blij met de werkgroep sancties Iran en dat Nederland daar het voortouw in neemt, als ik het goed begrepen heb.

Kortom, geen moties van mijn kant. Wel veel steun voor het diplomatieke verkeer. Hou in gedachten: u doet het voor de kleine mens tegen het grote onrecht.

Ik dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer De Roon namens de PVV.

De heer De Roon (PVV):
Ik heb twee moties, voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering om de Iraanse ambassade in Nederland per direct te sluiten en alle Iraanse diplomaten het land uit te sturen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden De Roon en Wilders.

Zij krijgt nr. 745 (23432) (#24).

De heer De Roon (PVV):
De tweede motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het Iraanse regime zich voortdurend schuldig maakt aan ernstige mensenrechtenschendingen, waaronder dit jaar het doden van tienduizenden demonstranten en vorig jaar het executeren van een recordaantal mensen;

verzoekt de regering om voortaan in de Verenigde Naties geen steun te verlenen aan de benoeming van Iran in commissies of andere organisaties,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid De Roon.

Zij krijgt nr. 746 (23432) (#25).

De heer De Roon (PVV):
Dank u.

De voorzitter:
Dank u wel. Tot slot is het woord aan de heer Stoffer namens de Staatkundig Geformeerde Partij in tweede termijn.

De heer Stoffer (SGP):
Voorzitter. EƩn motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering geen sancties op te leggen aan bondgenoten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Stoffer en Hoogeveen.

Zij krijgt nr. 747 (23432) (#26).

Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de tweede termijn van de zijde van de Kamer. Ik schors tien minuten voor de beantwoording van de minister. Ik wijs de leden erop dat we na de tweede termijn van het kabinet een heel kort ogenblik schorsen, waarna we zullen gaan stemmen over de ingediende moties bij het tweeminutendebat over de Raad Buitenlandse Zaken. De vergadering is tien minuten geschorst.

De vergadering wordt van 21.21 uur tot 21.34 uur geschorst.

De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Ik geef het woord aan de minister.

Minister Berendsen:
Dank u, voorzitter. Ik wil de Kamer danken voor het goede, inhoudelijke debat dat we hebben kunnen voeren. Ik kom bij de appreciatie van de moties.

De motie op stuk nr. 722, van mevrouw Piri, geven we oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 723, van mevrouw Piri, ontraden we. Ik heb uitgebreid aangegeven wat de inzet van het kabinet is. We zetten in op de derde en vierde sanctiepakketten voor kolonisten, maar op dit moment niet op persoonlijke sancties tegen Knessetleden.

De motie op stuk nr. 724, van mevrouw Dobbe, over de medische evacuaties, geven we oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 725, over die hele reeks maatregelen, ontraad ik. Dat heeft er ook mee te maken dat je in het diplomatieke verkeer soms moet aanvullen wanneer je iets wel en wanneer je iets niet doet. Dat heeft ook te maken met het contact, het moment en de situatie, niet alleen met objectieve criteria voor wanneer je wel of niet iets op een bepaald moment of in combinatie met andere dingen inzet.

De motie op stuk nr. 726 ontraden we. Dat heeft ermee te maken dat er in de motie "de aanvallen" staat en dat er niet gespecificeerd wordt dat het gaat om de aanvallen van Israƫl op Hezbollah.

De motie op stuk nr. 727: oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 728 ontraden we onder verwijzing naar het debat.

De motie op stuk nr. 729 ontraden we. Daarvoor verwijs ik ook naar het debat. Ik heb de Innovatiebox en het doel daarvan uitgebreid besproken.

De motie op stuk nr. 730 gaat over staand beleid, dus wat ons betreft is die overbodig.

De motie op stuk nr. 731: ontraden. Een verhinderingsbeleid is niet uit te voeren. We houden het bij een ontmoedigingsbeleid.

De motie op stuk nr. 732 ontraad ik onder verwijzing naar het debat.

De motie op stuk nr. 733 ontraden we, omdat we met veel landen SOFA's nastreven. Dat behelst geen militaire samenwerking; dat betreft personeelszorg voor de eigen militairen, dus ook onze militairen die daar eventueel zouden zijn.

De motie op stuk nr. 734 ontraad ik onder verwijzing naar het debat. Het Internationaal Gerechtshof is hier leidend.

De motie op stuk nr. 735 ontraad, ook onder verwijzing naar het debat. Ik heb uitgebreid stilgestaan bij de inzet die we op dit moment plegen en welke keuzes we daarin maken.

De motie op stuk nr. 736 is een spreekt-uitmotie.

De motie op stuk nr. 737 ontraden we, omdat we het in EU-verband willen opzetten. Dat is uiteindelijk effectiever. Ik kom zo nog met de reflectie die mevrouw Piri gevraagd heeft over hoe we kijken naar wat we doen in EU-verband.

De motie op stuk nr. 738 geef ik oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 739: oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 740 ontraad ik, maar ik geef wel aan dat we dit proces nauwkeurig blijven volgen.

De motie op stuk nr. 741: oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 742: oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 743: oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 744, van de heer Hoogeveen, over in NAVO-verband actief het belang benadrukken, ontraad ik. De NAVO is er voor collectieve afschrikking en de verdediging van het NAVO-grondgebied. In dat kader benadrukken we als kabinet steeds het belang van burden sharing, maar het is aan bondgenoten zelf om vervolgens keuzes te maken over het gebruik van hun grondgebied, ook conform het NAVO-verdrag.

De motie op stuk nr. 745 ontraden we. Dat is al vele malen besproken in deze Kamer en het standpunt blijft hetzelfde.

De motie op stuk nr. 746 ontraden we ook. Dat heeft ermee te maken, en dat wil ik er wel even bij vermelden, dat er in de motie staat "verzoekt de regering om voortaan in de Verenigde Naties geen steun te verlenen aan de benoeming van Iran in commissies of andere organisaties". Ik heb in het debat aangegeven dat ik het hoogstonwaarschijnlijk vind dat we dat met de huidige kennis in de toekomst gaan doen, maar ik wil ook niet uitsluiten dat er over vijftien tot twintig jaar misschien een regime zit waarbij we dat eventueel in nieuwe omstandigheden wel kunnen doen. Kijkend naar de tekst van de motie ontraad ik 'm.

De motie op stuk nr. 26 ontraden wij ook. Daarvoor verwijs ik naar het debat, waarin wij uitgebreid hebben gesproken over de inzet van het kabinet daarop.

Dan had ik nog een paar punten. Mevrouw Van der Werf vroeg naar de toezegging van vanmorgen die niet genoteerd was. Uiteraard staat die toezegging.

Mevrouw Piri vroeg: hoe komt het over op de wereld als we in EU-verband niet tot oplossingen komen? Niet alleen op dit onderwerp, maar ook op vele andere onderwerpen komt dat nooit sterk over. Het is natuurlijk ook zeer zorgelijk. Dat neemt niet weg dat we ons blijven inzetten, omdat we uiteindelijk in EU-verband, als we samen tot conclusies komen, samen sterker staan in de wereld.

Ik weet niet meer exact wat de heer Dassen mij vroeg aan reflectie, maar ik weet wel dat uiteindelijk alles wat ik hier aan voorstellen doe voor een groot deel van de ene kant van de Kamer altijd te ver zal gaan en voor een groot deel van de andere kant van de Kamer altijd te weinig zal zijn. Ik heb mij in mijn rol als minister in een minderheidskabinet uiteindelijk ook te verhouden tot alle partijen die in de Kamer zitten. Op basis daarvan probeer ik dingen te doen en de stappen te zetten die wij kunnen zetten.

De heer Hoogeveen vroeg nog of het kabinet inzichtelijk heeft wat het kost. Dat heb ik niet. Ik denk eerlijk gezegd ook dat het heel lastig gaat zijn om dat helemaal uit te gaan rekenen, maar ik wil in ieder geval wel even kijken of we daar informatie over kunnen geven.

De voorzitter:
Ik dank de minister voor zijn beantwoording in de tweede termijn.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
Over de ingediende moties zal dinsdag worden gestemd.

Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit debat over de situatie in het Midden-Oosten. Ik schors een enkel ogenblik, waarna we gaan stemmen over de moties ingediend bij het tweeminutendebat Raad Buitenlandse Zaken. De vergadering is een kort ogenblik geschorst.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.