Tweeminutendebat Raad Buitenlandse Zaken d.d. 21 april 2026 (CD 16/4) (ongecorrigeerd)
Stenogram
Nummer: 2026D18409, datum: 2026-04-16, bijgewerkt: 2026-04-17 09:19, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van activiteiten:- 2026-04-16 13:35: Tweeminutendebat Raad Buitenlandse Zaken d.d. 21 april 2026 (CD 16/4) (Plenair debat (tweeminutendebat)), TK
Preview document (🔗 origineel)
Raad Buitenlandse Zaken d.d. 21 april 2026
Raad Buitenlandse Zaken d.d. 21 april 2026
Aan de orde is het tweeminutendebat Raad Buitenlandse Zaken d.d.
21 april 2026 (CD d.d. 16/04).
De voorzitter:
Ik stel voor meteen door te gaan met het tweeminutendebat Raad
Buitenlandse Zaken. Er is allereerst een punt van orde van mevrouw
Piri.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter. We hebben nu dit tweeminutendebat en vanmiddag
hebben we nog een debat over het Midden-Oosten. Die stemmingen zijn pas
dinsdagmiddag. Dus we hebben een aantal moties voor de RBZ die specifiek
betrekking hebben op het Midden-Oosten en waar vandaag over gestemd
wordt. Maar het is denk ik netjes om eerst het Midden-Oostendebat af te
wachten, zodat we in dat debat ook gewoon vragen kunnen stellen aan de
minister. Dus vandaar dat ik het voorstel doe om natuurlijk nu gewoon
het tweeminutendebat door te laten gaan, maar de stemming fractiegewijs
pas na het Midden-Oostendebat te doen.
De voorzitter:
Ik ga kijken of u daar een meerderheid voor heeft.
Mevrouw Dobbe (SP):
Zeker.
De heer Van Baarle (DENK):
Dat kan ik steunen.
De heer Hoogeveen (JA21):
Steun.
De heer Van Lanschot (CDA):
Steun.
Mevrouw Van der Werf (D66):
Steun.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik kan dit alleen steunen als we hier een gentlemen's agreement kunnen
maken dat geen hoofdelijke stemmingen worden aangevraagd, anders moeten
we iedereen weer naar de Kamer slepen. Ik kijk even the gentle ladies
aan.
De voorzitter:
Ik zie daar geen bezwaar tegen, meneer Ceder. Dan gaan we het zo doen.
Er zal dan na het debat worden gestemd vanavond. Dan is nu het woord aan
mevrouw Dobbe voor haar inbreng tijdens het tweeminutendebat Raad
Buitenlandse Zaken van 21 april. Ik heet de minister van Buitenlandse
Zaken van harte welkom in vak K.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb een drietal moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de VS meerdere rechters en aanklagers van het ICC al
heeft gesanctioneerd en verschillende organisaties heeft gesanctioneerd
vanwege hun samenwerking met het Internationaal Strafhof;
overwegende dat het ICC een onafhankelijke rechterlijke instantie is die
een essentiële rol speelt in de handhaving van het internationaal recht
en Nederland gastland is van het ICC;
overwegende dat de EU beschikt over het blocking statute om Europese
instellingen en personen te beschermen tegen de werking van buitenlandse
sancties;
overwegende dat in oktober vorig jaar de motie-Paternotte is aangenomen
om dit blocking statute toe te passen;
verzoekt de regering zich in EU-verband te blijven inspannen voor
toepassing van het blocking statute als bescherming tegen de sancties
tegen het ICC en zich krachtig publiekelijk uit te spreken ter
verdediging van de onafhankelijkheid van het ICC, en de Kamer hierover
te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Dobbe, Piri, Van der Werf,
Dassen en Van Baarle.
Zij krijgt nr. 3371 (21501-02) (#1).
Mevrouw Dobbe (SP):
Ik geef de minister nog mee dat deze motie dus voortbouwt op een andere
motie, die enthousiast door een vorige minister is ontvangen, oordeel
Kamer heeft gekregen en ook is aangenomen.
Dan de volgende motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt de regering tijdens de Raad Buitenlandse Zaken te pleiten voor
een Europees initiatief voor vredesonderhandelingen tussen Oekraïne en
Rusland, eventueel samen met andere landen zoals Brazilië en
India,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Dobbe.
Zij krijgt nr. 3372 (21501-02) (#2).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat in Sudan de grootste humanitaire crisis ter wereld
haar vierde jaar ingaat;
constaterende dat 45% van de bevolking in extreme honger leeft en dat de
benodigde VN-gelden bij lange na niet gedekt zijn;
verzoekt de regering tijdens de RBZ en naar aanleiding van de
conferentie in Berlijn te pleiten voor extra middelen en steun voor
Sudan,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Dobbe.
Zij krijgt nr. 3373 (21501-02) (#3).
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Piri namens GroenLinks-Partij van de Arbeid.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter. De motie die ik ga indienen, wordt vandaag niet voor het
eerst ingediend in deze Kamer. We hebben de afgelopen tweeënhalf jaar
allerlei versies ingediend van moties over het opschorten van het
associatieverdrag. De laatste keer dat ik dat deed, was anderhalf jaar
geleden, samen met de heer Boswijk, die inmiddels in het kabinet zit.
Gelukkig kregen die moties ook altijd een meerderheid in deze Kamer.
Zelfs het oude kabinet zei de vorige keer dat het voorstel van
Commissievoorzitter Von der Leyen niet van tafel is bij een
staakt-het-vuren. We hoorden de afgelopen dagen gelukkig dat, in
navolging van het standpunt van het kabinet-Schoof van destijds, steeds
meer landen inzien dat het tijd is om deze milde vorm te gaan inzetten.
Ook zij zien wat daar gebeurt met de doodstraf, de grootste uitbreiding
van nederzettingen in Israël, de zwaarste kolonistenterreur in twintig
jaar tijd en zo kan ik nog wel even doorgaan. Vandaar de volgende
motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt het kabinet om te pleiten voor opschorting van het handelsdeel
van het EU-Israël-associatieverdrag,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Piri, Dobbe, Dassen, Van Baarle
en Teunissen.
Zij krijgt nr. 3374 (21501-02) (#4).
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Tot slot, voorzitter. Waarom roep ik hier op tot opschorting van het
handelsdeel? We hebben ook al vaak moties aangenomen over de opschorting
van het hele associatieverdrag. Mijn fractie wil ook nog wel
verdergaande maatregelen. Maar dit is specifiek een deel waarvoor alleen
een gekwalificeerde meerderheid nodig is; hiervoor is geen unanimiteit
nodig. Zelfs tijdens kabinet-Schoof — dat was niet mijn favoriete
kabinet, zeg ik er meteen bij — had Nederland een voorganger die zei: ik
ga hierop vooroplopen. Ik hoop van harte dat deze minister dat ook gaat
doen.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Van der Werf. Zij spreekt namens
D66.
Mevrouw Van der Werf (D66):
Voorzitter. Ik heb twee moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat uit de review van de Europese Commissie blijkt dat er
indicaties zijn dat Israël met zijn optreden in Gaza zijn
mensenrechtenverplichtingen schendt en daarmee niet voldoet aan artikel
2 van het EU-Israël-associatieakkoord;
overwegende dat de in de review genoemde schendingen, waaronder de
beperkingen op de toegang van humanitaire hulp en de uitbreiding van
nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever, voortduren;
overwegende dat recente Israëlische aanvallen op Libanon en de invoering
van de discriminerende doodstrafwet voor Palestijnen erop wijzen dat
Israël verder afwijkt van zijn verplichtingen onder het internationaal
recht, en daarmee van artikel 2 van het associatieakkoord;
verzoekt de regering zich binnen de Europese Unie actief in te zetten
voor het vormen van een kopgroep van lidstaten die pleit voor
opschorting van het handelsdeel van het
EU-Israël-associatieakkoord;
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van der Werf en Van
Lanschot.
Zij krijgt nr. 3375 (21501-02) (#5).
Mevrouw Van der Werf (D66):
Voorzitter. De volgende motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat aanvallen op Oekraïne in toenemende mate plaatsvinden
met goedkope drones;
overwegende dat effectieve verdediging tegen deze dreiging essentieel is
voor de bescherming van burgers, civiele infrastructuur en militaire
eenheden;
overwegende dat maatschappelijke organisaties zoals Protect Ukraine via
initiatieven als Freedom Sky goedkope en effectieve antidronetechnologie
ontwikkelen, en dat gerichte financiële ondersteuning hiervan op korte
termijn kan bijdragen aan de versterking van luchtafweercapaciteiten, in
aanvulling op langdurige defensiecontracten;
verzoekt de regering voortvarend te bezien hoe de ministeries van
Buitenlandse Zaken en Defensie via gerichte financiële steun aan
maatschappelijke organisaties kunnen bijdragen aan de versnelde
ontwikkeling en inzet van innovatieve antidronecapaciteiten;
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van der Werf en Van
Lanschot.
Zij krijgt nr. 3376 (21501-02) (#6).
Mevrouw Dobbe, één interruptie.
Mevrouw Dobbe (SP):
Er liggen nu twee moties over het EU-Israël-associatieakkoord. Ik vroeg
mij af wat mevrouw Van der Werf precies voor verschil ziet tussen de
motie die zij net heeft ingediend en de motie die mevrouw Piri heeft
ingediend. Is D66 van mening dat we het handelsdeel van het
EU-Israël-associatieakkoord zouden moeten opschorten?
Mevrouw Van der Werf (D66):
Ja, dat is D66 van mening. Daar hebben wij ook al vaker voorgestemd.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Van Baarle.
De heer Van Baarle (DENK):
Dank, voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Golanhoogten al decennialang illegaal worden bezet
door Israël en dat recentelijk aanvullende delen van Syrië door Israël
zijn bezet;
constaterende dat er melding wordt gemaakt van schendingen van
mensenrechten gepleegd door Israëlische troepen in Zuid-Syrië;
van mening dat Nederland volgens het internationaal recht moet staan
voor de territoriale soevereiniteit van Syrië;
verzoekt de regering om de Israëlische bezetting van Syrisch grondgebied
te veroordelen als een schending van het internationaal recht en zich in
internationaal verband hard te maken voor directe beëindiging van deze
bezetting,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Baarle, Dobbe en Piri.
Zij krijgt nr. 3377 (21501-02) (#7).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er uitgebreide documentatie bestaat van geweld dat
gepleegd wordt door gewelddadige en extremistische kolonisten tegen
Palestijnen in illegaal bezet gebied;
overwegende dat een aanvullend pakket voor sancties tegen gewelddadige
kolonisten in Europees verband tot dusver geen meerderheid krijgt;
verzoekt de regering bij de aankomende Raden Buitenlandse Zaken
hernieuwde pogingen te doen voor het treffen van aanvullende sancties
tegen gewelddadige Israëlische kolonisten en in Europees verband de
inspanningen op te voeren voor een meerderheid voor het aanvullende
sanctiepakket,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Baarle, Dobbe en Piri.
Zij krijgt nr. 3378 (21501-02) (#8).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat misdaden gepleegd in Darfur ertoe geleid hebben dat in
2005 door de VN-Veiligheidsraad de situatie in Darfur is verwezen naar
het Internationaal Strafhof;
van mening dat het voorkomen van straffeloosheid van daders van misdaden
gepleegd in Sudan grote aandacht verdient;
verzoekt de regering zich in internationaal verband in te spannen voor
verbreding van de verwijzing van de situatie in Sudan bij het
Internationaal Strafhof, zodat het Internationaal Strafhof bredere
rechtsmacht heeft om straffeloosheid in Sudan tegen te gaan,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Baarle, Dobbe en Piri.
Zij krijgt nr. 3379 (21501-02) (#9).
De heer Van Baarle (DENK):
Tot slot.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Oeigoeren ook in Nederland te maken hebben met
transnationale repressie vanuit de Chinese staat;
overwegende dat bescherming van mensenrechten op Nederlands grondgebied
gewaarborgd moet zijn;
verzoekt de regering om in gesprek te gaan met de Oeigoers-Nederlandse
gemeenschap over wat de Nederlandse overheid aanvullend kan doen tegen
transnationale repressie,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Baarle.
Zij krijgt nr. 3380 (21501-02) (#10).
Dank u wel.
De heer Van Baarle (DENK):
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Hoogeveen namens JA21.
De heer Hoogeveen (JA21):
Dank u, voorzitter. Een tweetal moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat artikel 42, lid 7, van het Verdrag betreffende de
Europese Unie een bijstandsverplichting bevat zonder uitgewerkt EU-kader
voor collectieve defensie;
overwegende dat binnen de EU wordt gesproken over verdere
operationalisering van deze bepaling en dit ook in de Nederlandse
non-paperinzet vermeld staat;
overwegende dat het Verdrag betreffende de Europese Unie expliciet ook
bepaalt dat voor veel lidstaten de NAVO de basis van hun collectieve
verdediging blijft;
verzoekt de regering zich in Europees verband te verzetten tegen het
uiteindelijk oprekken van artikel 42, lid 7, van het Verdrag betreffende
de Europese Unie tot een EU-collectief defensiemechanisme,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Hoogeveen.
Zij krijgt nr. 3381 (21501-02) (#11).
De heer Hoogeveen (JA21):
Voorzitter. De volgende motie gaat over iets wat mijn fractie al een
tijdlang ergert. We zien in dit parlement gelukkig dat er onverminderd
steun is voor Oekraïne tegen de Russische agressie. Maar we zien dat er
landen, lidstaten in de Europese Unie, zijn die aan de ene kant een
grote mond hebben en aan de andere kant niet leveren als het aankomt op
militaire steun en financiële steun aan Oekraïne. We zien nu zelfs dat
de import van Russisch gas toeneemt. Ja, zo zijn we niet getrouwd.
Daarom zijn we blij met de toezegging van de minister om dit aan te
kaarten, maar we willen dit graag doorlopend beleid maken. Daarom de
volgende motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat meerdere EU-lidstaten hun import van Russisch gas
recent hebben verhoogd;
overwegende dat het vergroten van de afhankelijkheid van Russisch gas
haaks staat op de Europese steun aan Oekraïne en op de afgesproken
uitfasering van Russische energie-import;
overwegende dat hiermee de Russische oorlogskas door EU-lidstaten wordt
gesteund, daarmee de oorlog indirect verlengd wordt en zicht op een
duurzame vredesoplossing kleiner wordt;
verzoekt de regering om lidstaten die hun import van Russisch gas
verhogen hier in Europees verband doorlopend op aan te spreken,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Hoogeveen en Ceder.
Zij krijgt nr. 3382 (21501-02) (#12).
De heer Hoogeveen (JA21):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Van Lanschot namens het CDA.
De heer Van Lanschot (CDA):
Dank u, voorzitter. Eén motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de uitslag van de Hongaarse verkiezingen kansen biedt om
Hongarije opnieuw in de Europese familie te verwelkomen;
constaterende dat de aanstaande Hongaarse premier, Péter Magyar, heeft
aangegeven snel tot afspraken met de EU te willen komen over onder meer
de vrijgave van bevroren EU-middelen, rechtsstatelijke hervormingen,
steun aan Oekraïne en het wegnemen van blokkades in Europese
besluitvorming;
overwegende dat deze samenwerking een vliegende start verdient in het
belang van de Hongaarse bevolking, de slagkracht in de Europese Unie en
de Europese veiligheid;
verzoekt de regering om zich er in EU-verband bij de Europese Commissie
voor in te zetten dat Hongarije de rechtsstaat herstelt, zich opnieuw in
lijn brengt met gedeelde waarden en het gemeenschappelijk buitenlands en
veiligheidsbeleid zoals steun aan Oekraïne en sancties tegen Rusland, en
de hervormingen doorvoert om te voldoen aan de voorwaarden voor Europese
financiering,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Lanschot, Piri, Van der Werf
en Maes.
Zij krijgt nr. 3383 (21501-02) (#13).
Eén interruptie, mevrouw Piri.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Ja, één interruptie. Ik hoor dat de heer Van Lanschot net een motie
heeft ondertekend om breed draagvlak te zoeken en een kopgroep te vormen
om dat associatieverdrag, dat handelsdeel, op te schorten. Mag ik dan
aannemen dat het CDA nog steeds op het standpunt staat dat dat
handelsdeel ook daadwerkelijk moet worden opgeschort?
De heer Van Lanschot (CDA):
Ja. We hebben twee keer eerder dit jaar ook al voor een motie gestemd
die opriep tot iets met een soortgelijke strekking. Dat is dus onze
basishouding. Ik denk dat ik vermoed waar deze interruptie vandaan komt.
Ik denk dat we zo meteen, tijdens het debat, nog uitgebreider zullen
spreken over de verschillende interpretaties van die moties. Daar voer
ik graag het debat over.
De voorzitter:
Eén interruptie, meneer Van Baarle.
De heer Van Baarle (DENK):
Even los van interpretaties van moties. Als het CDA voor opschorting van
ten minste het handelsdeel van het associatieakkoord is, kan ik me
voorstellen dat het CDA er ook geen moeite mee heeft dat een regering
daar openlijk voor pleit en dat de Nederlandse regering gewoon openlijk
zegt dat we voor opschorting van ten minste dat handelsdeel zijn.
De heer Van Lanschot (CDA):
De heer Van Baarle wil natuurlijk graag weten wat het CDA van deze motie
vindt. Ik denk dat het goed is om daar echt even het debat met elkaar
over te voeren. Ik ben ook benieuwd hoe het kabinet daarover denkt.
Zoals u weet, adviseer ik mijn fractie aan het eind wat ze zouden moeten
stemmen. We gaan dat dan heel snel doen en dat gaat u ook horen.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik ken het CDA als een prudente partij, die in Europa de eenheid zoekt.
Mijn fundamentele kritiek op de debatten van de afgelopen jaren die over
sancties gaan, is dat het lijkt alsof het geen middel, maar een doel op
zich is geworden. Een sanctie dient ertoe een bepaalde situatie op te
heffen. Zodra die vervuld is, is er geen grond meer voor een sanctie.
Mijn vraag is: wat moet er volgens het CDA gebeuren voordat de sancties,
waarnaar u verwijst, op het associatieakkoord, opgeheven kunnen worden?
Welke concrete doelstelling heeft het CDA voor ogen ten aanzien van
Israël?
De heer Van Lanschot (CDA):
We zijn het Midden-Oostendebat al een beetje naar voren aan het halen.
Wat ons betreft zouden we moeten streven naar een tweestatenoplossing.
We zien dat verschillende acties van de regering-Netanyahu dat pad nu
aan het blokkeren zijn. Dat is dus het beoogde effect.
Mevrouw Dobbe (SP):
De heer Van Lanschot zegt op vragen: we hebben moties gesteund in
dezelfde trant, over het opschorten van het handelsdeel van het
EU-associatieverdrag. Daaruit moeten wij dan concluderen dat het CDA
voor het opschorten van het handelsdeel van het EU-associatieverdrag is.
En dan zegt de heer Van Lanschot bij een volgende vraag: we moeten het
debat nog even afwachten en kijken wat het kabinet daarvan vindt. Wat
vindt het CDA nu? Is het CDA nu voor het opschorten van het handelsdeel
van het EU-associatieverdrag? Want dan zou het CDA er ook geen enkele
moeite mee moeten hebben dat deze minister straks naar de RBZ gaat om
daarvoor te pleiten.
De heer Van Lanschot (CDA):
Volgens mij hebben we net een punt van orde gehad dat we juist het
Midden-Oostendebat gaan gebruiken om dit onderwerp ongetwijfeld tot in
detail uit te diepen. Daar kijk ik naar uit. Daar hoort wat ons betreft
een goed debat bij van verschillende partijen, ook in reactie op het
kabinet. Wat het CDA vindt, blijkt volgens mij heel duidelijk uit de
motie van mevrouw Van der Werf die we hebben ondertekend.
De voorzitter:
Ik dank de heer Van Lanschot. De heer Ceder is de laatste spreker van de
zijde van de Kamer. Dat doet hij namens de ChristenUnie.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Voorzitter, dank u wel. Ik heb nog één vraag. Later deze maand vinden de
lokale verkiezingen plaats op de Westelijke Jordaanoever en, naar het
lijkt, in Gaza, maar ik weet het niet zeker. We maken ons wel zorgen
over het presidentieel decreet, met onder meer de voorwaarde dat
kandidaten zich moeten verbinden aan het programma van de PLO. Tevens
mag het niet gebeuren dat aan Hamas gelieerde kandidaten straks verkozen
worden bij die lokale verkiezingen. Kan de minister toezeggen deze
zorgen in ieder geval in EU-verband over te brengen en de PA te houden
aan de hervormingen aan Palestijnse zijde, mede in het licht van het
verkiezingsproces en de uitslag?
Voorzitter. Dan de volgende moties ten aanzien van het gebied rond de
Kaukasus.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de aankomende RBZ ontwikkelingen in Armenië, inclusief
het vredesproces tussen Azerbeidzjan en Armenië, op de agenda heeft
staan;
constaterende dat in Azerbeidzjan tot op heden Armeense krijgsgevangenen
in erbarmelijke omstandigheden zijn opgesloten, onder wie de voormalige
leiders van Nagorno-Karabach;
verzoekt de regering om zich in EU-verband in te zetten voor vrijlating
van Armeense krijgsgevangenen, en de Kamer te informeren over de wijze
waarop deze inzet plaatsvindt,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Ceder.
Zij krijgt nr. 3384 (21501-02) (#14).
De heer Ceder (ChristenUnie):
Voorzitter. Ik heb getwijfeld of ik deze motie moet indienen, want het
dreigt bijna een karikatuur te worden, maar ik ga het toch doen, omdat
die voor mij van principiële, fundamentele orde is, niet alleen wat
betreft het uitvoeren van Kamermoties. In verschillende kabinetsperiodes
heeft het kabinet dit naast zich neergelegd. Dat vind ik kwalijk.
Vandaar de volgende motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet nog steeds niet heeft toegezegd de
Armeense genocide/Sayfo te erkennen en Nederland daarmee het enige land
is in de Benelux met dit standpunt, ondanks meerdere aangenomen
moties;
overwegende dat er geen verband is en moet zijn tussen de
vredesbesprekingen tussen Armenië en Azerbeidzjan en of Nederland wel of
niet meer spreekt over "de kwestie", noch angst voor repercussies vanuit
Turkije;
verzoekt de regering om deze moties alsnog uit te voeren en de Armeense
genocide/Sayfo te erkennen, en indien nodig advies en expertise in te
winnen bij België en Luxemburg,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Ceder.
Zij krijgt nr. 3385 (21501-02) (#15).
De heer Ceder (ChristenUnie):
Voorzitter, ik heb nog tien seconden. Mijn fundamentele vraag is of dit
nu niet veel meer een doel op zich wordt, en geen middel is. Als deze
moties positief worden geapprecieerd, wat is dan het doel en de grond
waarop de sancties weer opgeheven zouden moeten worden?
De voorzitter:
Er is nog één vraag van mevrouw Piri. Ik stel voor dat we het debat over
het Midden-Oosten voeren bij het debat daarover vanmiddag.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Zeker. Het gaat over deze motie en vooral over de opmerking van de heer
Ceder, die hier voor de tachtigste keer een motie indient over precies
hetzelfde en vervolgens de anderen vraagt om geen moties in te dienen.
Maar klopt het dat hij nu gewoon een motie van afkeuring indient tegen
deze minister?
De heer Ceder (ChristenUnie):
Nee, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik schors vijf minuten voor de beantwoording van de
minister.
De vergadering wordt van 14.17 uur tot 14.27 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Ik wijs de leden erop dat we hierna nog een
uitvoerig debat over het Midden-Oosten gaan voeren. Ik vraag de leden om
de interrupties dan ook voor dat debat te bewaren, aangezien we al
uitlopen in de tijd. Het woord is aan de minister.
Minister Berendsen:
Dank u wel, voorzitter. Sorry voor de vertraging. We weten allemaal hoe
gevoelig veel van deze onderwerpen zijn. Ondanks dat we zo dadelijk nog
een debat over het Midden-Oosten hebben, wil ik ook rechtdoen aan de
moties en de overwegingen die daarbij spelen.
De motie op stuk nr. 3371 over het ICC geef ik oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 3372 van mevrouw Dobbe over de
vredesonderhandelingen ontraad ik. We hebben een motie in deze lijn al
eens eerder langs gehad. Op dit moment is het meest realistische pad het
pad onder leiding van de VS. We willen daarop blijven inzetten.
De voorzitter:
Er is een vervolgvraag van mevrouw Dobbe.
Mevrouw Dobbe (SP):
Ik zal het heel kort doen. We hebben deze motie inderdaad vaker
ingediend. Telkens is het antwoord dat het meest realistische pad, het
pad van Trump is, die zich inzet voor vredesonderhandelingen. Hoe bevalt
dat tot nu toe?
Minister Berendsen:
Het heeft nog niet geleid tot het gewenste resultaat, namelijk een
duurzame oplossing voor deze oorlog en het stoppen van aanvallen op
Oekraïne door Rusland. Tegelijkertijd is het niet alleen het pad van
Trump. De VS leiden deze onderhandelingen, maar Groot-Brittanië,
Duitsland en Frankrijk zijn daarbij op de achtergrond als Europese
partijen ook betrokken. Wij zetten erop in dat de hele internationale
gemeenschap druk zet op dat proces en op Rusland.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 3373.
Minister Berendsen:
Dan de motie op stuk nr. 3373. Om mijn antwoord van zojuist aan mevrouw
Dobbe een beetje te verzachten krijgt deze motie oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 3374 van mevrouw Piri wil ik combineren met de
motie op stuk nr. 3375 van mevrouw Van der Werf en de heer Van Lanschot.
De motie op stuk nr. 3374 geef ik oordeel Kamer. Daarin wordt de
regering verzocht om in een kopgroep actief in te zetten op opschorting
van het handelsdeel van het EU-Israël-associatieakkoord. Dat doen we en
dat blijven we doen, om ervoor te zorgen dat daar uiteindelijk een
meerderheid voor is. Dit hangt op dit moment als instrument boven de
markt, zodat de druk op Israël ook opgevoerd wordt.
We hebben wat langer gekeken naar de motie van mevrouw Piri en naar hoe
we die moeten lezen. Als die motie eigenlijk hetzelfde zegt als de motie
op stuk nr. 3375, namelijk om te pleiten voor opschorting, en we dat
mogen lezen als dat we dat aan het doen zijn en blijven doen — een
meerderheid vormen in een kopgroep en, zodra die meerderheid er is, dat
actief bepleiten in de RBZ — dan geef ik deze motie oordeel Kamer.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Ja, dat is prima. En dan ga ik ervan uit dat, mochten er voor maandag
signalen zijn dat die meerderheid er al is, het dan ook wordt
ingezet.
Minister Berendsen:
Die indicatie hebben wij op dit moment nog niet, dus daarom ben ik daar
op deze manier zo nauwkeurig in. Tegelijkertijd geeft mij dat ook
gelegenheid om in te gaan op het punt dat de heer Ceder maakte, want
daar ben ik het mee eens. Uiteindelijk is het opschorten van het
handelsdeel van het associatieakkoord geen doel. Het doel is druk zetten
op Israël, om ervoor te zorgen dat er beweging komt en dat Israël zijn
gedrag gaat veranderen wat betreft alle zaken waar wij ons zorgen over
maken.
De voorzitter:
Kort, kort, kort, meneer Ceder.
De heer Ceder (ChristenUnie):
We gaan zo het debat natuurlijk urenlang met elkaar voeren.
De voorzitter:
Precies, zo is dat.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Maar ik wil voorkomen dat we als Nederland een flater slaan. Ik denk dat
dit punt vrij fundamenteel is. We gaan ervoor pleiten om het
associatieverdrag op te schorten. Er zijn daarbij een aantal dingen
waarover ook de ChristenUnie terechte zorgen heeft. Vervolgens worden er
geen concrete doelstellingen aan verbonden. Het zou een opschorting of
opheffing van die voorwaarden zijn. Met andere woorden, "wij willen
sancties om in een behoefte te bevredigen" snap ik. Als je daar niet aan
koppelt wat je zou willen en waaraan voldaan moet worden, dan is het een
situatie met een open einde.
De voorzitter:
De minister.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Mijn collega gaf net aan dat dat zou betekenen dat Nederland vindt dat
die sancties in stand moeten blijven zolang er geen pad naar een
tweestatenoplossing is.
De voorzitter:
Meneer Ceder, we gaan dit debat straks voeren.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Mijn vraag is niet alleen of de minister dat dilemma deelt, maar of hij
concreter kan zijn wat betreft de inzet van aanstaande maandag.
Minister Berendsen:
Ik deel dat dilemma. Op dit moment zijn er een aantal stappen. Daar gaan
we het zo dadelijk uitgebreid over hebben in deze Kamer. Dat zijn
bijvoorbeeld de uitbreiding van nederzettingen, kolonistengeweld, wat er
gebeurt op de Westelijke Jordaanoever en de humanitaire situatie in
Gaza. Dat gaan we zo dadelijk uitgebreid bespreken. Dat zijn natuurlijk
de elementen waarop je gedragsverandering wil zien. Dat is ook de
situatie in Libanon. Daarover vinden er op dit moment gesprekken plaats
en die wil je natuurlijk niet frustreren. Er zijn dus allerlei elementen
die daarbij meespelen. Op dit moment willen we de druk op Israël
opvoeren. Daarom kijken we ook naar de opschorting van het handelsdeel
van de associatieovereenkomst. Daar is geen meerderheid voor. Daarover
voeren we gesprekken met anderen en daarbij betrekken we steeds alle
elementen van het gedrag van Israël en de acties die we eventueel willen
beïnvloeden.
De heer Van Baarle (DENK):
De minister zegt dat het opschorten van het handelsdeel van het
EU-associatieakkoord met Israël niet het doel zou moeten zijn. Volgens
mij moet dat wel het doel zijn. In het associatieakkoord staat namelijk
onder artikel 2 de bepaling dat de ondertekenaars zich moeten houden aan
de mensenrechten. Israël heeft meer dan 70.000 mensen vermoord in
Gaza.
De voorzitter:
Uw vraag?
De heer Van Baarle (DENK):
Israël annexeert aan de lopende band Palestijns land. Ze houden zich
niet aan die bepaling. Dan kan de minister toch gewoon aangeven dat de
overeenkomst met Israël op dit moment op die manier niet kan bestaan?
Dan is opschorten dus wel het doel.
Minister Berendsen:
Ik heb net mijn antwoord gegeven over ons pad op dit gebied.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 3376.
Minister Berendsen:
De motie op stuk nr. 3376 van mevrouw Van der Werf: oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 3377 van de heer Van Baarle ontraden we. Dit hebben
we in het debat ook besproken vanmorgen.
De motie op stuk nr. 3378 van Van Baarle, over sancties tegen
kolonisten, is in lijn met het beleid. Die motie krijgt oordeel
Kamer.
De motie op stuk nr. 3379 van Van Baarle, Dobbe en Piri: oordeel
Kamer.
De motie op stuk nr. 3380 van Van Baarle: oordeel Kamer. Dat gesprek
vindt continu plaats, ook met BZ en Sociale Zaken.
De motie op stuk nr. 3381 van Hoogeveen: oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 3382 van Hoogeveen: oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 3383 van het CDA, over Hongarije: oordeel
Kamer.
En nog de motie op stuk nr. 3384 van Ceder: oordeel Kamer.
Er kwam ook nog de motie op stuk nr. 3385, de motie-Ceder. Die ontraad
ik. Dat debat hebben wij vanmorgen gevoerd.
De voorzitter:
Ik dank de minister voor de voortvarende beantwoording. O, de heer Ceder
heeft nog een vraag. Dit keer wel kort en bondig, meneer Ceder.
De heer Ceder (ChristenUnie):
U kent mij, voorzitter: altijd. Ik had gevraagd of de minister een
toezegging kon doen ten aanzien van de Palestijnse verkiezingen. Volgens
mij gaan die door, in ieder geval op de Westbank. Ik weet niet of dat in
Gaza ook het geval is. Kunt u toezeggen om in EU-verband op te brengen
dat we de PA in ieder geval aan de afspraken houden qua
hervormingen?
Minister Berendsen:
Dat kan ik toezeggen.
De voorzitter:
Ik dank de minister voor zijn beantwoording.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
Ik schors tot 15.05 uur voor de lunch. Ja, de collega's aan deze kant
van het rostrum moeten ook eten.
De vergadering wordt van 14.35 uur tot 15.05 uur geschorst.