[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo]←NIEUW! [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Tweeminutendebat Onderzoeks- en Wetenschapsbeleid (CD 2/4) (ongecorrigeerd)

Stenogram

Nummer: 2026D18415, datum: 2026-04-16, bijgewerkt: 2026-04-17 09:23, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Onderzoeks- en Wetenschapsbeleid

Onderzoeks- en Wetenschapsbeleid

Aan de orde is het tweeminutendebat Onderzoeks- en Wetenschapsbeleid (CD d.d. 02/04).

De voorzitter:
Dan gaan we wat mij betreft gelijk door met het volgende onderwerp. Volgens mij is de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid geëxcuseerd. We gaan door met het tweeminutendebat Onderzoeks- en Wetenschapsbeleid. Daar hebben zich ook weer zes leden voor ingeschreven. Als eerste geef ik het woord aan mevrouw Rooderkerk namens de fractie van D66. Gaat uw gang.

Mevrouw Rooderkerk (D66):
Dank, voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het erkennen en waarderen van onderzoekers steeds belangrijker wordt binnen het wetenschappelijke systeem;

overwegende dat valorisatie en maatschappelijke impact een belangrijk onderdeel vormen van wetenschappelijk onderzoek;

overwegende dat het voor Nederland van groot belang is om aantrekkelijk te blijven voor (internationaal) onderzoekstalent;

overwegende dat onderzoekers nog niet altijd voldoende worden gestimuleerd en ondersteund bij activiteiten op het terrein van valorisatie en maatschappelijke impact;

verzoekt de regering om te onderzoeken welke mogelijkheden er zijn voor universiteiten om hun onderzoekers beter te stimuleren en ondersteunen bij activiteiten gericht op valorisatie en maatschappelijke impact,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Rooderkerk, De Beer en Armut.

Zij krijgt nr. 1236 (31288) (#1).

Mevrouw Rooderkerk (D66):
Dank, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we door naar mevrouw Abdi. Zij voert het woord namens de fractie GroenLinks-Partij van de Arbeid. Gaat uw gang.

Mevrouw Abdi (GroenLinks-PvdA):
Dank, voorzitter. Ik heb ook één motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de leden van de raad van toezicht van universiteiten door de minister van OCW worden benoemd, geschorst en ontslagen, en dat de minister de raad van toezicht van hogescholen een aanwijzing kan geven;

constaterende dat het Hof van Justitie van de Europese Unie bepaalde dat academische vrijheid ruim moet worden opgevat, in de zin dat die ook een "institutionele en organisatorische" dimensie heeft en de autonomie van hogeronderwijsinstellingen een voorwaarde is om individuele wetenschappers hun onderzoek in vrijheid te laten uitvoeren;

van mening dat de ministeriële stelselverantwoordelijkheid voor hogescholen en universiteiten niet mag betekenen dat de minister gemotiveerde invloed kan uitoefenen op hogeronderwijsinstellingen;

verzoekt de regering te onderzoeken of het mogelijk is om in het brede onderzoek naar de academische vrijheid (zoals aangekondigd in de Kamerbrief van 18 december 2025) de institutionele autonomie als factor van belang mee te nemen en de Kamer hierover te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Abdi en Rooderkerk.

Zij krijgt nr. 1237 (31288) (#2).

Hartelijk dank. Dan is nu de heer De Beer aan de beurt namens de fractie van de VVD. Gaat uw gang.

De heer De Beer (VVD):
Dank u wel, voorzitter. De VVD wil dat Nederland vooroploopt als kenniseconomie. Dat vraagt om een sterke wetenschap, maar ook om duidelijke keuzes. Voor de VVD is kennisveiligheid daarbij geen bijzaak, maar een belangrijke randvoorwaarde, want we leven in een wereld waarin landen als China, Rusland en Iran actief op zoek zijn naar gevoelige kennis en technologie. Onze kennisinfrastructuur is voor een groot deel publiek gefinancierd. We mogen verwachten dat we die ook beschermen. Daarom is de screeningswet wat de VVD betreft cruciaal. Ik heb daar in het commissiedebat ook al vragen over gesteld, maar wil dat hier nogmaals benadrukken. We zijn al langere tijd bezig met dit traject. Daarom is mijn vraag aan de minister: kan zij toezeggen dat de Wet screening kennisveiligheid nog dit jaar naar de Kamer komt? Kan zij daarbij ook aangeven hoe wordt voorkomen dat er in de tussentijd zwakke schakels blijven bestaan in ons systeem?

Voorzitter. Dan het voornemen om een doctorstitel in het hbo mogelijk te maken. De VVD is daar kritisch op. Er loopt op dit moment een pilot die bedoeld is om inzicht te geven in de meerwaarde van deze trajecten. Wat ons betreft hoort daar ook bij dat we de pilot zorgvuldig afwachten en evalueren voordat we overgaan tot wetgeving. Daarom dien ik de volgende motie in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kabinet voornemens is om via wetgeving mogelijk te maken dat ook in het hbo een doctorstitel kan worden behaald;

constaterende dat er sinds 2023 een landelijke pilot loopt met PD-trajecten in het hbo, waarin inmiddels meer dan 100 kandidaten deelnemen;

overwegende dat deze pilot loopt tot en met 2029 en bedoeld is om inzicht te geven in onder andere de meerwaarde van het professional doctorate in het hbo;

overwegende dat het creëren van nieuwe titulatuur risico's met zich mee kan brengen voor de duidelijkheid en waarde van bestaande doctorstitels, waaronder mogelijke titelinflatie en versnippering van het stelsel;

overwegende dat zorgvuldige besluitvorming over nieuw te creëren titulatuur vraagt om een gedegen evaluatie van lopende pilots alvorens over te gaan tot wettelijke verankering;

verzoekt de regering om de lopende pilot met het professional doctorate in het hbo in ieder geval volledig af te wachten en grondig te evalueren, alvorens over te gaan tot definitieve besluitvorming over wettelijke verankering van een hbo-doctorstitel,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid De Beer.

Zij krijgt nr. 1238 (31288) (#3).

Dank u wel voor uw inbreng.

Mevrouw Rooderkerk (D66):
De pilot afwachten klinkt bestuurlijk en verantwoord, maar deze pilot duurt tot 2029. Is de VVD dan tegen het PD in deze coalitieperiode?

De heer De Beer (VVD):
We hebben het daar in het commissiedebat ook over gehad. We vinden het belangrijk dat we zorgvuldig zijn als het gaat over het toevoegen van eventuele nieuwe graden, dus dat we dat eerst evalueren op heel veel verschillende aspecten en dat we dan pas bekijken of een verankering in de wet opportuun is. We zijn dus niet bij voorbaat tegen, maar we vinden wel dat we zorgvuldig moeten zijn in de voorbereiding van het traject.

De voorzitter:
Afrondend, mevrouw Rooderkerk.

Mevrouw Rooderkerk (D66):
U bent er niet tegen, maar die zorgvuldigheid zit 'm er toch juist in dat er nu al onderzoekers deelnemen aan dit traject? Als we deze motie zouden uitvoeren, betekent dat dus dat zij gewoon niet de kans hebben om deze titel te krijgen voor het traject dat ze nu doorlopen. Is het dan niet veel zorgvuldiger om te zeggen: ga gewoon door met het voorbereidende werk vanuit de minister, en dan komen we daar op dat moment over te spreken in de Kamer?

De heer De Beer (VVD):
Ja, dus ga door met het uitvoeren van de pilot. Er komen ook tussentijdse rapportages vanuit deze pilotfase naar het ministerie en naar de Kamer. Wij vinden wel dat we aan het einde het volledige pakket moeten evalueren en dan uiteindelijk beslissen over het wetgevingsaspect.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Ik kan me voorstellen dat mevrouw Rooderkerk denkt: wat gebeurt hier nu? Betekent dit dat de VVD wegloopt voor deze afspraak binnen het kabinet?

De heer De Beer (VVD):
Het is geen afspraak in het kader van het coalitieakkoord of wat dan ook. Het is wel een lopende pilot, die al in 2023 is gestart en een looptijd heeft tot en met 2029. Daarin doen verschillende cohorten onderzoekers praktijkgericht onderzoek. Wij zeggen dat het in het kader van zorgvuldigheid goed is om die pilot geheel af te ronden en goed te evalueren en dan te kijken wat dat betekent voor het wetgevingsaspect.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Ik heb toch nog een andere vraag, want wij moeten over deze motie stemmen. Ik vind het trouwens een raar idee van dit kabinet. Het lijkt me dat er andere problemen zijn in het onderwijs. Maar betekent deze motie nou dat je, als je ervoor stemt, tegen het kabinet zegt: stoppen met de wetgeving en pas na de pilot de wet indienen? Als dat niet zo is, is het namelijk een nietszeggende motie.

De heer De Beer (VVD):
Het betekent inderdaad dat we zeggen: we ronden de pilot af in 2029 en starten dan het verdere wetgevingstraject op. Natuurlijk kunnen er voorbereidende werkzaamheden worden uitgevoerd, maar de besluitvorming vindt plaats aan de hand van een gedegen evaluatie.

De voorzitter:
Nogmaals dank voor uw inbreng. De heer Boomsma staat nog voor mevrouw Keijzer op mijn lijstje. De heer Boomsma spreekt namens JA21.

De heer Boomsma (JA21):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb een motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het cv bij de toekenning van Veni-, Vidi- of Vici-talentbeurzen door NWO geen rol speelt in de aanvraagfase, waardoor externe referenten en beoordelingscommissies alleen kunnen beslissen op basis van het ingediende onderzoeksvoorstel maar niet op basis van het cv van de onderzoeker;

overwegende dat het cv ook is verwijderd in andere NWO-competities;

overwegende dat cv's, inclusief criteria over onderzoek, ervaring en publicaties, van groot belang zijn voor de selectie van wetenschappelijk talent en de beste wetenschap;

verzoekt de regering met NWO te bespreken hoe een cv met wereldwijd gebruikte criteria weer een honoreringscriterium kan worden voor alle beurzen verstrekt door NWO,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Boomsma en Claassen.

Zij krijgt nr. 1239 (31288) (#4).

Dank u wel. Dan is nu wel de beurt aan mevrouw Keijzer. Zij spreekt namens zichzelf.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Dank, voorzitter. Ik heb twee korte moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de woorden "objectiviteit" en "waarheidsvinding" lange tijd een plek hadden in de wetenschappelijke gedragscode;

constaterende dat deze woorden inmiddels niet benoemd worden als normatief uitgangspunt of als zelfstandig kernbegrip worden gehanteerd;

verzoekt de regering om er bij de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) op aan te dringen om objectiviteit en waarheidsvinding weer als normatief uitgangspunt of zelfstandig kernbegrip te hanteren in de gedragscode,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Keijzer en Boomsma.

Zij krijgt nr. 1240 (31288) (#5).

Mevrouw Rooderkerk (D66):
Ik heb een vraag hierover. Ik denk dat we het erover eens zijn dat dit belangrijke waarden zijn voor de wetenschap en dat daar nog steeds op moet worden ingezet. We zien echter dat ze gewoon te vinden zijn in de code, maar dat die is verbreed met ook andere, wat ons betreft belangrijke, waarden. Ziet mevrouw Keijzer ook dat de tegenstelling die zij schetst niet zo hard is en dat het gewoon van belang is dat deze woorden nog steeds onderdeel uitmaken van de waarden van de wetenschap?

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Nee, ik kijk anders naar de nieuwe gedragscode. Daar staat volgens mij "eerlijk" en "transparant" in. Je kunt buitengewoon transparant zijn en ook vinden dat je hartstikke eerlijk bent, maar vervolgens wel met onderzoek komen dat niets te maken heeft met waarheidsvinding. Daarom vind ik samen met de heer Boomsma dat waarheidsvinding en objectiviteit weer bovenaan de gedragscode voor wetenschappelijk onderzoek moeten staan.

De voorzitter:
Afrondend, mevrouw Rooderkerk.

Mevrouw Rooderkerk (D66):
U zegt nu "bovenaan moeten staan", mevrouw Keijzer. U erkent dus wel dat waarheidsvinding nog steeds gewoon onderdeel is van de gedragscode. U erkent dus dat er sprake is van een verbreding. Het is niet verdwenen, of zo, uit de waarden die de wetenschap hanteert.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Ze zijn uit de gedragscode verdwenen als kernbegrip. Ze moeten er weer in terug. Ik ben het dus niet eens met mevrouw Rooderkerk.

De voorzitter:
U gaat door met uw betoog.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Voorzitter. Ik heb nog een motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de minister heeft toegezegd om in navolging van de motie-Heite (31288-1219) te kijken of het onderzoek van pluriformiteit kan worden versneld;

constaterende dat er met name in de sociale en de geesteswetenschappen een heersend narratief bestaat op het gebied van bijvoorbeeld klimaat, gender en kolonialisme en er hierdoor geen onderzoek wordt gedaan naar onderwerpen die hiertegen schuren;

verzoekt de regering om in het verlengde van de navolging van motie-Heite onderzoek te doen naar door de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) gehonoreerde onderzoeksvragen met een tegengestelde benadering van het dominante narratief,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Keijzer en Boomsma.

Zij krijgt nr. 1241 (31288) (#6).

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel. Tot slot in de termijn van de Kamer geef ik het woord aan de heer Claassen. Hij voert het woord namens de Groep Markuszower.

De heer Claassen (Groep Markuszower):
Voorzitter. Ik heb drie moties, dus het moet snel.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kabinet een wettelijk verankerd professioneel doctoraat (PD) in het hbo wil introduceren;

overwegende dat dit leidt tot een tweede, parallelle doctoraatsroute naast de universitaire promotie, met risico op versnippering van het hogeronderwijsstelsel, aantasting van de internationale herkenbaarheid van de bamastructuur en niveau-inflatie;

overwegende dat hoogwaardig praktijkgericht onderzoek uitstekend kan plaatsvinden binnen bestaande universitaire PhD-trajecten in samenwerking met hogescholen en het werkveld;

verzoekt de regering af te zien van de wettelijke verankering van een apart hbo-doctoraat en in plaats daarvan praktijkgericht onderzoek te integreren onder universitaire regie met één uniform kwaliteitskader en één internationale doctorstitel,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Claassen en Keijzer.

Zij krijgt nr. 1242 (31288) (#7).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Nederland van alle twintig referentielanden het kleinste aandeel publicaties in de natuurwetenschappen en engineering heeft;

constaterende dat de citatie-impact in de natuurwetenschappen de afgelopen twee decennia met dertien procentpunten is gedaald volgens het Rathenau Instituut;

overwegende dat de bètadecanen van alle Nederlandse universiteiten alarm hebben geslagen over het gebrek aan langetermijnzekerheid voor bèta- en technisch onderzoek en dat Nederland zijn internationale concurrentiepositie in de exacte wetenschappen structureel ziet verslechteren;

verzoekt de regering de verdeling van publieke onderzoeksfinanciering over wetenschapsgebieden internationaal te benchmarken, concrete doelstellingen te formuleren voor de versterking van de exacte wetenschappen en de Kamer hierover bij de Voorjaarsnota 2027 te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Claassen.

Zij krijgt nr. 1243 (31288) (#8).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de WRR in juni 2025 heeft geconstateerd dat onafhankelijk, universitair verankerd onderzoek naar de fiscale effecten van immigratie in Nederland structureel ontbreekt, terwijl de overheid jaarlijks miljarden uitgeeft aan migratie- en integratiebeleid;

overwegende dat wetenschappelijke kwaliteit vereist dat baten én kosten van beleid systematisch worden onderzocht en dat eenzijdig onderzoek naar baten zonder evenredige aandacht voor kosten en omslagpunten geen volledig en betrouwbaar kennisfundament oplevert voor beleidsvorming;

verzoekt de regering te borgen dat NWO bij calls op het thema migratie en integratie zowel sociaal-culturele als fiscaal-economische onderzoeksvragen financiert, inclusief drempelwaarden en omslagpunten van beleid, en de Kamer binnen een jaar te informeren over de thematische balans in publiek gefinancierd migratieonderzoek,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Claassen.

Zij krijgt nr. 1244 (31288) (#9).

Hartelijk dank. Dat was de termijn van de Kamer. We gaan een minuut of tien schorsen. Er zijn negen moties ingediend. Zo dadelijk krijgen we de appreciatie.

De vergadering wordt van 12.23 uur tot 12.31 uur geschorst.

De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is de voortzetting van het tweeminutendebat Onderzoeks- en Wetenschapsbeleid. We zijn toe aan de bijdrage van het kabinet. Ik geef het woord aan de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Minister Letschert:
Dank u wel, meneer de voorzitter. Ik begin met de motie op stuk nr. 1236 van mevrouw Rooderkerk van D66 om de mogelijkheden te onderzoeken om universiteiten hun onderzoekers nog meer te laten stimuleren bij activiteiten op het terrein van valorisatie en maatschappelijke impact. Dat is ook een belangrijk onderwerp in het hele programma Erkennen en Waarderen aan de universiteiten. Ik geef die motie graag oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 1237 verzoekt de regering te onderzoeken of het mogelijk is om in het brede onderzoek naar academische vrijheid, dat volgend jaar gaat starten, de institutionele autonomie als factor van belang mee te nemen. Laat ik uiteraard hier ook vooropstellen dat institutionele autonomie van groot belang is en ook gewaarborgd moet worden. Ik zie daar momenteel geen risico's in de huidige procedures die wij kennen, maar ik vind het wel verstandig om institutionele autonomie expliciet als factor mee te nemen in het onderzoek naar academische vrijheid. Dus ook hier graag oordeel Kamer.

Ik ga door met het beantwoorden van de vraag van de heer De Beer van de VVD over het belangrijke onderwerp van kennisveiligheid. Hij vroeg wanneer de screeningswet, die in ontwikkeling is, naar de Kamer kan gaan. Dat lukt niet dit jaar. Ik zal u wel voor de zomer een brief sturen over de stappen die ik momenteel zet in samenwerking met de minister van JenV en de minister van EZK. U begrijpt immers dat wij ook op het punt van kennisveiligheid niet alleen praten over het beschermen van onze kennis die ontwikkeld wordt in de publieke sector; we hebben ook nog de hele private sector waar R&D wordt ontwikkeld. Daar wil je wel een level playing field met elkaar creëren. Die afstemming loopt dus momenteel. Op basis van die brief ga ik ook graag met u verder in gesprek over uw visie op die stappen. Ondertussen gaat het huidige beleid rondom kennisveiligheid natuurlijk gewoon door. Dat betekent dat er een heel scherp kader is met een door alle universiteiten toegepaste leidraad, adviesvragen die daarin zitten, een loket waar universiteiten en andere instellingen naartoe kunnen en natuurlijk ook de sectorbeelden waar de risico-inschattingen uit komen. Dat hele pakket loopt dus gewoon door. Nogmaals, voor de zomer kom ik heel graag bij u terug met de vervolgstappen, ook rondom de screeningswet.

Meneer de voorzitter. Ik ga door met de motie op stuk nr. 1238, die de regering verzoekt om de lopende pilot volledig af te wachten en niet door te gaan met de stappen die wij gezet hebben rondom de internetconsultatie. Die motie ga ik ontraden. Aan de op dit moment lopende pilot doen 164 kandidaten mee. Elk jaar wordt door middel van een externe onafhankelijke commissie geëvalueerd hoe de voortgang in die pilot loopt. Tot nu toe krijgen we daar alleen positieve resultaten uit, ook op het punt van de kwaliteit. Ik vind het nu belangrijk om ook de resultaten van de internetconsultatie mee te nemen. Als je nu gaat wachten op alle eindstappen van de pilot en dan nog het hele wetstraject van de grond moet krijgen, moeten kandidaten nog twee tot drie jaar afwachten of ze dat diploma gaan krijgen. Mijn insteek is dus nog steeds: ga door met de pilot. Nogmaals, elk jaar wordt door een zogeheten validatiecommissie gemonitord dat ook de kwaliteit in lijn is met de maatstaven van de promoties, die we ook in het wetsvoorstel willen hanteren. De resultaten van de internetconsultatie gaan belangrijk zijn. U ziet ook dat het veld zich op dit onderwerp beweegt. Ik verwacht dus dat we daar veel input op gaan krijgen. Dat gaan we uiteraard ook met u bespreken, maar ik ontraad de motie dus.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Deze motie is een bom onder het beleid van deze minister. Ik vind het geen verstandig beleid, maar daar gaat mijn vraag niet over. Wat doet ze nou als deze motie wordt aangenomen? Stopt ze dan tot 2029 wel met het wetsvoorstel of gaat ze gewoon door?

Minister Letschert:
Ik geloof niet dat ik het al een bom vind. Ik denk dat het goed is dat we dit gesprek met elkaar hebben. Als de motie wordt aangenomen, zal ik mij opnieuw beraden op de stappen die we aan het zetten zijn, ook met de sectoren die hier een groot belang bij hebben.

De voorzitter:
Mevrouw Keijzer, afrondend.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Dan moeten we denk ik het aannemen van die motie even afwachten. Volgens mij is de nieuwe afspraak dat als een motie wordt ontraden, maar wel aangenomen, de regering, het kabinet, laat weten wat ze ermee doen.

De voorzitter:
Daar heeft u helemaal gelijk in.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Uiteraard.

De voorzitter:
De minister gaat door met haar betoog.

Minister Letschert:
Dan ga ik door met de motie op stuk nr. 1239 van de heer Boomsma, waarin hij de regering verzoekt met NWO te bespreken hoe een cv met meetbare en wereldwijd gebruikte criteria weer een honoreringscriterium kan worden. Laat ik vooropzetten dat ik ervan uitga dat NWO de beoordelingsprocedure zorgvuldig en ook verantwoord vormgeeft en daarbij ook aansluit bij internationale praktijken, zoals bij de ontwikkelingen rondom CoARA, waarbij er gezamenlijk internationaal ook instrumenten worden gevalideerd vanuit de verschillende disciplines die daarbij betrokken zijn. Uiteraard ben ik bereid om de zorgen die u heeft met NWO te bespreken, dus ik geef deze motie oordeel Kamer.

Dan ga ik door met de motie op stuk nr. 1240 van mevrouw Keijzer. Zij verzoekt het kabinet om bij de KNAW, NWO en andere betrokkenen te bepleiten dat waarheidsvinding weer een prominente en centrale plaats moet krijgen. Laat ik ook hier benadrukken dat de Nederlandse gedragscode wetenschappelijke integriteit een gedragscode is die door de wetenschappelijke sector zelf wordt opgesteld. Ik ga als minister dus ook niet over de inhoud van die gedragscode. De huidige gedragscode baseert zich op vijf principes. Dat zijn eerlijkheid, zorgvuldigheid, transparantie, onafhankelijkheid en verantwoordelijkheid. Deze gedragscode borgt ook de waarheidsvinding in de wetenschap. De vernieuwde gedragscode komt er dit najaar. Die zal ik uiteraard ook met uw Kamer delen. Ik ben benieuwd hoe u kijkt naar de inhoud van die gedragscode. Maar nogmaals, hij wordt vanuit de sector zelf vastgesteld.

De voorzitter:
En het oordeel over de motie?

Minister Letschert:
Het oordeel is "ontraden".

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Maar net in het interruptiedebat met mevrouw Rooderkerk heb ik al betoogd dat je eerlijk, transparant, verantwoordelijk … Wat zijn die andere twee?

Minister Letschert:
Zorgvuldig.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Nou ja, "zorgvuldig" en nog zo'n woord. Maar dat wil niet zeggen dat je bij wetenschappelijk onderzoek op zoek gaat naar de waarheid en dat je objectief bent. Dus wil deze minister toch niet het gesprek aangaan? Wat mij betreft zijn het vanz… Het is eigenlijk te gek voor woorden dat we het er hier over hebben, maar ik wil haar vragen wel dit gesprek aan te gaan.

Minister Letschert:
Zoals ik zei zijn die vijf principes eerlijkheid, zorgvuldigheid, transparantie, onafhankelijkheid en verantwoordelijkheid. Dus onafhankelijkheid zit ook in die gedragscode. Ik heb uiteraard veel gesprekken met de KNAW. Zij zullen ook het debat volgen. Ik kan hun uiteraard vragen wat zij vinden van de zorg van Kamerlid Keijzer. Maar het idee dat onafhankelijkheid en de borging van waarheidsvinding niet naar voren komen in deze gedragscode of in de hele methode en technieken van onderzoek die in de wetenschap verankerd zijn en het hele systeem van peerreview … Daar zitten zo veel checks-and-balances in. Maar nogmaals, ik heb veel gesprekken in de sector. Dit thema zal vast een keer op tafel komen, maar niet als zijnde een zorg van mij dat die waarheidsvinding niet geborgd zou zijn in de code.

De voorzitter:
Afrondend, mevrouw Keijzer.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Objectiviteit en waarheidsvinding zijn twee uitgangspunten van wetenschappelijk onderzoek. Ik kan bijna niet geloven dat hier een minister staat die er niet voor wil pleiten om die weer op te nemen in de gedragscode. Maar ja, het is duidelijk als ze bij dit oordeel blijft. Dan moeten we maar afwachten wat er dinsdag gebeurt.

Minister Letschert:
Ik blijf bij mijn advies. De motie is ontraden.

De voorzitter:
Mevrouw Rooderkerk, ik verzoek u wel een vraag te stellen aan de minister en niet in debat te gaan met mevrouw Keijzer.

Mevrouw Rooderkerk (D66):
Ja, ik heb inderdaad een vraag aan de minister. Principe 1 van de gedragscode gaat over eerlijkheid en zorgvuldigheid. Uitwerking 1.1 daarvan is: de wetenschapsbeoefenaar weet dat wetenschap uiteindelijk gericht is op waarheidsvinding. Beaamt de minister dit? Dus waar ontstaat nou de hele ophef over?

Minister Letschert:
Beaam ik dat dat daarin staat? Ja.

Mevrouw Rooderkerk (D66):
Daarmee wordt toch recht gedaan aan de zorgen die mevrouw Keijzer uit? Er is nog steeds sprake van waarheidsvinding in de wetenschap.

Minister Letschert:
Absoluut. Ik zei net al dat de huidige gedragscode zich baseert op vijf principes: eerlijkheid, zorgvuldigheid, transparantie, onafhankelijkheid en verantwoordelijkheid. In de uitwerking van die principes wordt ook verwezen naar waarheidsvinding. Dat is een kenmerkend fundament van de wetenschap in de hele manier van evalueren van wetenschap en de hele procedure van checks-and-balances rondom de peerreview. Het is daarin volledig verankerd.

De voorzitter:
Dat was indirect toch uitdaging van mevrouw Keijzer, dus zij mag één reactie geven. Daarna gaan we echt door.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Dat was een hartverwarmend een-tweetje tussen de minister en het Kamerlid van D66. Ik zou willen dat ze op dezelfde manier met mij zouden trekken aan het terugbrengen van objectiviteit en waarheidsvinding, niet als iets wat de wetenschapper weet, maar als iets wat gewoon in de gedragscode opgenomen staat als voorwaarde en als doel van het onderzoek.

De voorzitter:
Ja. Nee, we gaan hier nu niet meer over door.

Minister Letschert:
Helemaal eens.

De voorzitter:
De minister gaat door met haar beantwoording.

Minister Letschert:
Dan ga ik door naar de motie op stuk nr. 1241, van mevrouw Keijzer. Die verzoekt de regering om in navolging van de motie-Heite onderzoek te doen naar door NWO gehonoreerde onderzoeksvragen met een tegengestelde benadering aan het dominante narratief. Ik heb in het debat aangegeven dat ik als consequentie van die motie prioriteit ga geven aan de start van dit onderzoek rondom de pluriformiteit. Dat ben ik ook aan het doen. Ik ben dus as we speak in gesprek om te zorgen dat we daar zo snel mogelijk mee kunnen starten. Daar zal ik me dus aan houden. Het specifieke verzoek in deze motie ontraad ik. Ik ga de motie dus ontraden. Dat heeft ermee te maken dat uw vraagstelling onderzoekstechnisch vrij ingewikkeld is om op deze manier bij NWO neer te leggen, ook omdat er niet één dominant narratief is. De narratieven binnen de wetenschap zijn immers veranderlijk en subjectief. Dan zou ik dus een hele ingewikkelde vraag neerleggen om onderzoek naar te doen. En een "tegengestelde benadering", zoals u die voorstelt, is niet eenduidig vast te stellen, dus wat ga ik NWO dan vragen om te onderzoeken? Alle gehonoreerde vragen op criteria analyseren, zoals u vraagt, is dus niet mogelijk, maar de vraag of er voldoende ruimte is voor tegengestelde opvattingen binnen de Nederlandse wetenschap gaan wij meenemen in het onderzoek naar de pluriformiteit. Dat heb ik ook in het commissiedebat gezegd. Dat geldt echter niet voor de specifieke onderzoeksvraag die u in deze motie stelt.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Dat is toch jammer, want er zijn wel degelijk dominante narratieven. Ik zal er eentje noemen: migratie is een zegen. Of: het klimaat warmt zo zeer op dat we gaan ontploffen. Zou deze minister toch eens, om er maar eens twee … Ja, meneer Van der Lee denkt …

De voorzitter:
"Ontploffen" had ik nog niet gehoord.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
De wereld ontploft van de hitte, om het even simpel te houden, voorzitter.

De voorzitter:
Ja, oké.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Daar heb je allerlei mooie academische teksten voor, maar dat is uiteindelijk hét dominante narratief. Dan vraag ik toch ook aan deze minister: moet er niet eens geld besteed worden aan onderzoek naar de nadelen van migratie, of naar eerdere tijden waarin het warm was en naar wat er daarna volgde? Wil deze minister dit gesprek eens aangaan? Of blijven we gewoon belastinggeld besteden aan die kijk op de werkelijkheid waar sommige politieke kleuren heel blij van worden?

Minister Letschert:
Zoals ik in het debat ook zei, gaan we dat onderzoek naar de pluriformiteit van de wetenschap laten doen. Op basis van een wetenschappelijke analyse op dat thema gaan we met elkaar het gesprek voeren. Dan komen we uiteraard ook in gesprek over uw zorg dat er te weinig ruimte is voor onderzoeksthema's met een bepaald perspectief of narratief. Dat gaat uiteindelijk ook uit dat onderzoek komen. Maar u vraagt specifiek om te kijken naar alle gehonoreerde onderzoeksvragen en dat is echt ondoenlijk. Ik deel met u dat dat onderzoek moet starten. Dan zullen wij op basis van een onderbouwde analyse met elkaar het gesprek voeren.

De voorzitter:
Afrondend, mevrouw Keijzer.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Ja, afrondend. Tijdens de rondetafel heeft volgens mij de heer Stolker een voorbeeld genoemd waaruit bleek dat het ook eenzijdig is. Dat is dus een feit. Maar goed, dan gaan we welles-nietesen en dan schiet nooit op in een tweeminutendebat. Wanneer ligt dit onderzoek er? Mag ik ervan uitgaan dat het er ligt wanneer wij terugkomen van het zomerreces en dat we het er dan over kunnen hebben?

Minister Letschert:
Dat zou ik hopen, maar dat kan ik niet toezeggen. Ik heb hier ook aangegeven dat het onderzoek moet worden aanbesteed. Ik zet druk op die procedure, maar het moet wel zorgvuldig. Partijen moeten zich ook gaan melden. Dus dat kan ik alleen maar toezeggen als ik voor de zomer weet dat een onderzoeksgroep daarmee begonnen is en ik de planning ook kan verifiëren. Op de start van het proces heb ik dus extra spoed gezet, maar het moet wel via een aanbesteding. Daar ben ik aan gebonden.

De voorzitter:
De minister gaat door met haar beantwoording en appreciatie. We zijn bij de motie op stuk nr. 1242.

Minister Letschert:
Dan ga ik naar de motie op stuk nr. 1242, meneer de voorzitter, van de heer Claassen van de Groep Markuszower, over het thema PD en de zorgen over de versnippering van titels en graden. Ik zie het risico op niveau-inflatie niet. Beide trajecten zijn gelijkwaardig qua niveau, maar hebben wel een andere benaming. Bij de PD krijg je "PD" achter je naam. Bij de PhD, de doctorstitel aan de universiteit, krijg je "doctor" als titel voor je naam. Er is dus echt een expliciet verschil in aangebracht. Daarom zou ik deze motie graag ontraden.

Dan ga ik door naar de motie op stuk nr. 1243, ook van de heer Claassen van de Groep Markuszower, over de verdeling van de publieke onderzoeksfinanciering over de wetenschapsgebieden. Die motie geef ik oordeel Kamer als ik de motie als volgt mag interpreteren: ik ga graag met het Rathenau Instituut in gesprek. Dat verzamelt dit type data ten aanzien van de besteding van onderzoeksmiddelen in de Nederlandse sector, maar uiteraard ook gebenchmarkt met de wereld om ons heen. Ik kan de meest actuele data met u delen voor de Voorjaarsnota van 2027, zodat we ook een scherp beeld hebben van hoe die verdeling eruitziet. Laat ik hier ook uiten dat ik sta voor alle wetenschapsgebieden. Als je kijkt naar de middelen die er zijn voor de gebieden waar u naar verwijst, ook Europees, dan zie je dat die vaak veel groter zijn dan voor de andere wetenschapsgebieden. Maar laten we die discussie met elkaar voeren wanneer we volgend jaar de meest actuele data op tafel hebben. Met deze tekst van mij erbij geef ik deze motie oordeel Kamer.

Dan ben ik bij de laatste motie, de motie op stuk nr. 1244 van de Groep Markuszower, waarin de regering wordt verzocht te borgen dat NWO bij calls op het thema migratie en integratie zowel sociaal-culturele als fiscaal-economische onderzoeksvragen financiert. Hier geef ik het advies "ontraden". Zoals de Kamer weet, is NWO een zelfstandig bestuursorgaan. Ik zal mij als minister niet bemoeien met de inhoud en de beoordeling van onderzoeken, ook in het kader van academische vrijheid. Bij het samenstellen van thematische calls overlegt NWO met een groot aantal stakeholders binnen en buiten de wetenschap.

De voorzitter:
Hartelijk dank. Dit is het einde van dit tweeminutendebat.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
We gaan aanstaande dinsdag 21 april stemmen over de ingediende moties.