Lijst van vragen over de beleidsreactie op Periodieke Rapportage Contraterrorismebeleid 2025 (Kamerstuk 30821-330)
Nationale Veiligheid
Lijst van vragen
Nummer: 2026D18446, datum: 2026-04-17, bijgewerkt: 2026-04-17 10:50, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: B.J. Eerdmans, voorzitter van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid (JA21)
- Mede ondertekenaar: I. van Tilburg, adjunct-griffier
Onderdeel van zaak 2026Z05430:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
- Stemmingen en besluiten:
- 2026-04-16 14:00 ⇒ Inbreng geleverd. (Besluit)
- 2026-04-01 14:30 ⇒ Inbrengdatum voor het stellen van feitelijke vragen vaststellen op 16 april 2026 te 14.00 uur. (Besluit)
- 2026-03-24 16:40 ⇒ Rondgezonden en gepubliceerd. (Besluit)
- 2026-03-24 16:40: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-04-01 14:30: Procedurevergadering Justitie en Veiligheid (Procedurevergadering), vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
- 2026-04-16 14:00: Beleidsreactie op Periodieke Rapportage Contraterrorismebeleid 2025 (30821-330) (Inbreng feitelijke vragen), vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
Preview document (🔗 origineel)
30821 Nationale Veiligheid
nr. Lijst van vragen
De vaste commissie voor Justitie en Veiligheid heeft een aantal vragen voorgelegd aan de minister van Justitie en Veiligheid over de Beleidsreactie op Periodieke Rapportage Contraterrorismebeleid 2025 (Kamerstuk 30821, nr. 330).
De voorzitter van de commissie,
Eerdmans
Adjunct-griffier van de commissie,
Van Tilburg
| Nr | Vraag | Bijlage | Blz. (van) | t/m |
| 1 | Kan er worden toegelicht hoe extra geld voor de aanpak van radicaliserende jongeren zal worden ingezet? | |||
| 2 | Hoe kan er, als er wordt geconcludeerd dat er niets kan worden gezegd over de doelmatigheid van beleid, worden gewaarborgd dat extra geld voor het aanpakken van radicaliserende jongeren goed zal worden besteed? | |||
| 3 | Welke verschillen zijn er toegepast op deze periodieke rapportage ten aanzien van evaluaties in andere landen, omdat internationaal namelijk blijkt dat een effectenevaluatie van contraterrorismebeleid (CT-beleid) lastig uitvoerbaar is? | 1 | ||
| 4 | Welke stappen kunnen er nu al worden gezet voor het verbeteren van de samenhang in het CT-beleid, eerder dan in de nieuwe Nationale Contraterrorismestrategie voor 2027? | 2 | ||
| 5 | Kunnen er al eerder stappen worden gezet voor de uniformering van definities en werkwijzen binnen de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid dan in de nieuwe Nationale Contraterrorismestrategie voor 2027? | 2 | ||
| 6 | Kan concreet worden uitgelegd aan de hand van specifieke voorbeelden
hoe het belang van goed, gedegen en uniform evalueren van
beleidsmaatregelen en -instrumenten ter bevordering van de samenhang in CT-beleid vorm zal krijgen? |
2 | ||
| 7 | Welke definities worden geüniformeerd en opgenomen in het versterken van de methodische werkwijzen binnen de CT-aanpak? Kunnen hier voorbeelden van worden gegeven? | 2 | ||
| 8 | Welke prestatie-indicatoren worden gebruikt om de doelstellingen, resultaten en uitkomsten expliciet en meetbaar te maken, zoals de aanbeveling voorschrijft? | 2 | ||
| 9 | Hoe vaak is het Beleidskompas inmiddels gebruikt binnen het beleidsterrein CT? Kunnen hier ook voorbeelden van worden gegeven? Wie beoordeelt of het Beleidskompas wordt ingezet binnen het beleidsterrein CT? | 3 |