[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo]←NIEUW! [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Antwoord op vragen van de leden Beckerman, Jimmy Dijk en Dobbe over de berichten ‘Laboratoria vinden nog veel meer asbest in speelgoed, ook in “magisch” speelzand’ en ‘Asbest in speelzand voor kinderen: “Dit is echt heel ernstig”’

Antwoord schriftelijke vragen

Nummer: 2026D18472, datum: 2026-04-17, bijgewerkt: 2026-04-17 11:38, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van zaak 2026Z03245:

Preview document (🔗 origineel)


> Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag

De voorzitter van de Tweede Kamer

der Staten-Generaal

Postbus 20018

2500 EA DEN HAAG

Datum 17 april 2026

Betreft Kamervragen

Geachte voorzitter,

Hierbij zend ik u, mede namens de minister van Werk en Participatie, de antwoorden op de vragen van de leden Beckerman, Dijk en Dobbe (allen SP) over de berichten ‘Laboratoria vinden nog veel meer asbest in speelgoed, ook in “magisch” speelzand’ en ‘Asbest in speelzand voor kinderen: “Dit is echt heel ernstig”’ (2026Z03245).

Hoogachtend,

de minister van Volksgezondheid,

Welzijn en Sport,

Sophie Hermans

Antwoorden op Kamervragen van de leden Beckerman, Dijk en Dobbe (allen SP) over de berichten ‘Laboratoria vinden nog veel meer asbest in speelgoed, ook in “magisch” speelzand’ en ‘Asbest in speelzand voor kinderen: “Dit is echt heel ernstig”’ (2026Z03245, ingezonden 13 februari).

Vraag 1

Hoe reageert u op de recente bevindingen van het laboratorium SGS Search, waaruit blijkt dat meer speelgoed asbest bevat dan uit het oorspronkelijke onderzoek bleek?

Antwoord 1

Het kabinet begrijpt dat de resultaten van het onderzoek van het AD tot zorgen hebben geleid. Daarom is het goed dat de risicobeoordeling van de NVWA beschikbaar is. Hierin concludeert de NVWA dat in algemene zin het gezondheidsrisico, door het spelen met verschillende soorten speelzand, verwaarloosbaar is.
Het is belangrijk dat consumenten erop kunnen vertrouwen dat de producten die zij kopen veilig zijn. Uit het onderzoek van de NVWA blijkt dat van de 106 speelzandmonsters er 66 geen asbest bevatten en 34 een hoeveelheid die onder de grenswaarde van 0,1% blijft.

In de gevallen waar sprake was van overschrijding van de norm, heeft de NVWA handhavend opgetreden en producten uit de schappen gehaald.

Ondanks het geconstateerde verwaarloosbare risico is de aanwezigheid van asbest in speelzand ongewenst. Nederland zal zich daarom in Europees verband inzetten voor aanscherping van de grenswaarde.

Vraag 2

Bent u bereid, gezien de problemen steeds groter blijken, het zekere voor het onzekere te nemen en direct te komen tot een verkoopverbod? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 2

In Nederland, maar ook in de rest van Europa, zijn marktdeelnemers, zoals fabrikanten, importeurs en verkopers, zelf verantwoordelijk voor de veiligheid van het speelgoed en moeten zij die veiligheid kunnen aantonen. De NVWA ziet erop toe dat de wet- en regelgeving voor deze producten wordt nageleefd. De NVWA concludeert in de risico-beoordeling dat in algemene zin het gezondheidsrisico, door het spelen met verschillende soorten speelzand, verwaarloosbaar is.
Verkopers en leveranciers van met asbest vervuild speelzand boven de norm van 0,1%, die geldt volgens het Warenwetbesluit Speelgoed 2011 ter implementatie van de Europese Speelgoedrichtlijn, worden door de NVWA aangesproken om de producten uit de handel te halen en eventueel bestuursrechtelijk gedwongen tot een terugroepactie. Voor de speelzandmonsters waarin meer dan 0,1% asbest is geconstateerd, is dit al gebeurd. Er zijn ook ondernemers die uit eigen beweging producten uit de handel hebben gehaald.

Daarom is het kabinet niet bereid een algemeen verkoopverbod voor speelzand in te stellen.

Vraag 3

Aangezien meerdere laboratoria inmiddels onderzoek hebben gedaan en hebben geconstateerd dat meerdere producten met speelzand asbest bevat, bent u bereid samen te werken met deze laboratoria en experts om onderzoek te doen en veiligheidsmaatregelen op te stellen?

Antwoord 3

De NVWA werkt samen met SGS Search te Heeswijk, het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), de Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek (TNO), de Gemeentelijke Gezondheidsdiensten (GGD’s), de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) en de Nederlandse Arbeidsinspectie (NLA). De gezamenlijke expertise m.b.t. asbest binnen deze organisaties is ruim voldoende om een zorgvuldig onderzoek te doen en veiligheidsmaatregelen op te stellen.

Een zorgvuldige bemonstering, analyse en risicobeoordeling van de NVWA is cruciaal om besluiten te nemen die bestuurs- of strafrechtelijk houdbaar zijn. Daarom kan de NVWA niet handhavend optreden op basis van laboratoriumresultaten van derden, bijvoorbeeld in opdracht van particuliere partijen. De NVWA heeft echter wel 14 Nederlandse laboratoria benaderd om hun onderzoeksresultaten met de NVWA te delen om zo een breder beeld te krijgen van de mogelijke aanwezigheid van asbest in speelzand.

Vraag 4

Kunt u inschatten hoeveel kinderen, ouders en medewerkers van scholen en kinderdagverblijven door dit speelgoed zijn blootgesteld aan asbestvezels?

Antwoord 4

Het is begrijpelijk dat de aanwezigheid van asbest in speelgoed, zeker op plekken waar kinderen spelen, veel zorgen oproept. We kunnen geen betrouwbare inschatting geven van het aantal kinderen, ouders of medewerkers dat mogelijk is blootgesteld. Daarvoor ontbreken essentiële gegevens, zoals de exacte omvang van het gebruik van het vervuilde speelzand en de verspreiding van de betrokken producten.

Vraag 5

Aangezien het speelzand is aangetroffen op basisscholen en kinderdagverblijven, bent u bereid de Nederlandse Arbeidsinspectie opdracht te geven onderzoek te doen naar de aanwezigheid van asbest op scholen waar dit speelzand is gebruikt?

Antwoord 5

De arbeidsinspectie is onafhankelijk. Daarom kan geen opdracht worden gegeven om onderzoek te doen naar de aanwezigheid van asbest op scholen en kinderopvangcentra, waar dit speelzand is gebruikt.

Bij vermoedens over gezondheids- en veiligheidsrisico’s van werkenden kan altijd een melding worden gedaan bij de arbeidsinspectie. De arbeidsinspectie pakt meldingen op basis van risicoanalyse en urgentie op. Meldingen worden met voorrang behandeld als er sprake is van direct gevaar, ernstig letsel of structurele misstanden. De arbeidsinspectie weegt dit per melding af.

Vraag 6

Bent u bereid grootschalig onderzoek te doen naar alle vormen van consumentenartikelen die mineralen bevatten die gemijnd worden in gebieden waar van nature asbest vormt, zoals make-up dat talk bevat?

Antwoord 6

De NVWA concludeert in haar rapport dat in algemene zin het gezondheidsrisico, door het spelen met verschillende soorten speelzand, verwaarloosbaar is.

Uit een uitgebreid onderzoek naar asbest in cosmetische producten met talk door NVWA uit 2018 bleek dat slechts een klein aantal van de producten vervuild is met asbest. Uit de risicobeoordeling bleek het hierbij te gaan om een beperkt gezondheidsrisico.

Gezien de geconstateerde geringe gezondheidsrisico’s voor asbest in speelzand en cosmetische producten ziet het kabinet geen aanleiding voor een onderzoek naar alle vormen van consumentenartikelen die mineralen bevatten die gemijnd worden in gebieden waar van nature asbest voorkomt.

Vraag 7

Wanneer was de NVWA op de hoogte van de problemen in Australië en Nieuw-Zeeland? Wanneer zijn ze begonnen met onderzoeken? Welk laboratorium voert het onderzoek uit en is dit laboratorium geaccrediteerd voor asbest analyse? Kunt u een tijdlijn geven van alle gezette stappen en acties die zijn ondernomen?

Antwoord 7

In de brief van de toenmalig staatssecretaris van 20 februari 2026 (Kamerstukken 2025–2026 25 834, nr. 201) is toegelicht welke acties de NVWA heeft genomen naar aanleiding van de berichten uit Australië en Nieuw-Zeeland over asbest in speelzand. De asbest analyses binnen dit onderzoek zijn uitgevoerd door het geaccrediteerde laboratorium SGS Search te Heeswijk. Aan de hand van deze analyseresultaten heeft het RIVM een risicobeoordeling gemaakt op basis waarvan het Bureau Risicobeoordeling en Onderzoek (BuRO) van de NVWA een advies geformuleerd heeft. De risicobeoordeling van het RIVM en het BuRO advies zijn op 8 april 2026 openbaar gemaakt via hun eigen websites.

Vraag 8

Bent u bereid de conclusies van het onderzoek van de NVWA naar de asbestvezels in het speelveld met de Kamer te delen? Zo ja, wanneer kan de Kamer deze brief verwachten?

Antwoord 8

De conclusies van het onderzoek van de NVWA naar de aanwezigheid van asbest in speelzand zijn via de website van de NVWA openbaar gemaakt. Daarnaast maakt de NVWA de onderliggende resultaten actief openbaar volgens de daartoe opgestelde procedures.

Vraag 9

Waar kunnen ouders die zich zorgen maken over mogelijke asbestvervuiling van hun woning door het speelzand terecht om hier onderzoek naar te doen?

Antwoord 9

Ouders die zich zorgen maken over mogelijke asbestverontreiniging in hun woning door het betreffende speelzand, kunnen in eerste instantie contact opnemen met de GGD van hun gemeente voor advies over gezondheidsrisico’s en mogelijke vervolgstappen. Als zij de aanwezigheid van asbest willen laten vaststellen, kan

dat via een gecertificeerd asbestlaboratorium of een geaccrediteerd inspectiebureau dat materiaalonderzoek uitvoert. Deze partijen kunnen monsters nemen en analyseren volgens de daarvoor geldende normen.

Vraag 10

Welke verantwoordelijkheden hebben verkopers om dit asbest-vervuild speelzand te saneren of veilig te storten?

Antwoord 10

Met asbest-vervuild speelzand dient, net als ander asbesthoudend afval, veilig gestort te worden op een stortplaats die asbest mag accepteren. Verkopers van speelzand dat met asbest vervuild is, dienen zelf afspraken te maken met een afvalinzamelaar over de veilige afvoer en verwerking van hun afval. Zij zijn gehouden aan de (strenge) geldende asbestregelgeving die als doel heeft om de leefomgeving en burgers en de werknemers te beschermen. Dit geldt ook voor andere bedrijven en instellingen (zoals kinderopvangcentra en scholen). Indien deze partijen zich willen ontdoen van asbest-vervuild speelzand, dan dienen zij zelf afspraken te maken met een afvalinzamelaar.

Vraag 11

Welke consequenties zijn er voor de verkopers, leveranciers en producenten van het asbestvervuilde speelzand voor het verspreiden van het speelzand en het blootstellen van kinderen aan asbest? Bent u bereid terugroepacties te verplichten?

Antwoord 11

Fabrikanten en importeurs zijn verantwoordelijk voor het op de markt brengen van veilige producten. De NVWA ziet erop toe dat de wet- en regelgeving voor deze producten wordt nageleefd.

Verkopers en leveranciers van met asbest vervuild speelzand boven de norm van 0,1%, die geldt volgens het Warenwetbesluit Speelgoed 2011 ter implementatie van de Europese Speelgoedrichtlijn1, worden door de NVWA aangesproken om de producten uit de handel te halen en eventueel bestuursrechtelijk gedwongen tot een terugroepactie. Voor de speelzand monsters waarbij meer dan 0,1% asbest is geconstateerd is dit al gebeurd. Er zijn ook ondernemers die uit eigen beweging producten uit de handel halen en terugroepen bij klanten.

Vraag 12

Bent u bereid samen met andere landen in Europees verband te pleiten voor een importverbod voor dit soort speelzand zolang het onduidelijk is of deze producten asbest bevatten?

Antwoord 12

Naar aanleiding van dit incident heeft Nederland het voortouw genomen bij de gezondheidskundige risicobeoordeling van asbest in speelzand. Zo’n risicobeoordeling voor speelzand was nog niet eerder uitgevoerd, waardoor een uniforme aanpak binnen de Europese lidstaten ontbreekt.

De NVWA concludeert in de risico-beoordeling dat in algemene zin het gezondheidsrisico, door het spelen met verschillende soorten speelzand, verwaarloosbaar is. Ondanks het geconstateerde verwaarloosbare risico is de aanwezigheid van asbest in speelzand ongewenst. Nederland zal zich daarom in Europees verband inzetten voor aanscherping van de grenswaarde. In samenwerking met Europese landen zal verder gewerkt worden aan een verbetering van de normen voor speelgoed.


  1. Richtlijn 2009/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 juni 2009 betreffende de veiligheid van speelgoed↩︎