Antwoord op vragen van de leden Beckerman, Jimmy Dijk en Dobbe over het bericht ‘Opnieuw asbestzand te koop bij Bol.com, webwinkel stopt verkoop van speelzand helemaal
Antwoord schriftelijke vragen
Nummer: 2026D18475, datum: 2026-04-17, bijgewerkt: 2026-04-17 11:47, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: S.T.M. Hermans, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (Ooit VVD kamerlid)
- Mede namens: A.A. Aartsen, minister van Werk en Participatie (Ooit VVD kamerlid)
Onderdeel van zaak 2026Z05108:
- Gericht aan: A.W.H. Bertram, staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat
- Gericht aan: J.A. Vijlbrief, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Gericht aan: S.T.M. Hermans, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
> Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag
De Voorzitter van de Tweede Kamer
der Staten-Generaal
Postbus 20018
2500 EA DEN HAAG
Datum 17 april 2026
Betreft Kamervragen
Geachte voorzitter,
Hierbij zendt het kabinet u, mede namens de minister van Werk en Participatie, de antwoorden op de vragen van de leden Beckerman, Jimmy Dijk en Dobbe (allen SP) over het bericht ‘Opnieuw asbestzand te koop bij Bol.com, webwinkel stopt verkoop van speelzand helemaal’ (2026Z05108).
Hoogachtend,
de minister van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport,
Sophie Hermans
Antwoorden op Kamervragen van de leden Beckerman, Jimmy Dijk en Dobbe (allen SP) over het bericht ‘Opnieuw asbestzand te koop bij Bol.com, webwinkel stopt verkoop van speelzand helemaal’ (2026Z05108, ingezonden d.d.13 maart 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht dat er opnieuw asbest gevonden is in speelzand dat online te koop was? 1)
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Wat vindt u ervan dat asbesthoudend speelzand alsnog te koop was, ook nadat verschillende producenten en verkopers aangaven dat ze de verkoop ervan hadden opgeschort?
Antwoord 2
Het is onwenselijk dat er alsnog asbesthoudend speelzand te koop was. De verantwoordelijkheid om veilige producten op de markt te brengen ligt bij de marktdeelnemers (zoals fabrikanten, importeurs en distributeurs). Uit het krantenartikel blijkt dat de betreffende marktdeelnemers die speelzand hebben aangeboden waarin asbest is aangetroffen, direct actie hebben ondernomen om het betreffende product van de markt te halen. Daarmee handelden zij conform de Europese wet- en regelgeving voor speelgoed, waarin is geregeld dat marktdeelnemers direct maatregelen treffen zodra zij informatie ontvangen dat er iets mis is met het speelgoed dat zij verkopen.
Vraag 3
Hoe gaat u bovenstaande in de toekomst voorkomen?
Antwoord 3
In de speelgoedwetgeving is vastgelegd welke taken en
verantwoordelijkheden marktdeelnemers hebben, om te voorkomen dat zij
niet-conform speelgoed op de markt aanbieden.
De NVWA zal asbest in speelzand opnemen in het reguliere toezicht.
Afhankelijk van het risico zal de toezichtintensiteit daar op worden
aangepast. Daarbij gaat de NVWA in gesprek met de branche en ondernemers
om hen erop te wijzen hoe ze aan de gestelde eisen van speelzand kunnen
voldoen. Ondanks het geconstateerde verwaarloosbare risico is de
aanwezigheid van asbest in speelzand ongewenst. Het kabinet zal zich
daarom in Europees verband inzetten voor aanscherping van de huidige
wettelijke limiet.
Vraag 4
Ziet u met licht op het bovenstaande de tot nu toe genomen acties als voldoende om te voorkomen dat kinderen in aanraking komen met (potentieel) gevaarlijk speelzand?
Antwoord 4
Het kabinet heeft de nodige en mogelijke maatregelen genomen om te voorkomen dat kinderen in aanraking komen met (potentieel) gevaarlijk speelzand.
Aan (onder andere) ouders en kinderopvangorganisaties is meteen geadviseerd om het speelzand voorlopig even niet te gebruiken totdat het RIVM haar gezondheidskundige risicobeoordeling heeft afgerond.
Kinderopvangorganisaties zijn daarop gestopt met het aanbieden van dit type speelgoed aan kinderen tijdens hun verblijf op de opvanglocatie. Nu de resultaten van de risicobeoordeling bekend zijn geworden, adviseren de brancheverenigingen in de kinderopvang hun leden om uit voorzorg het speelzand ook nu niet meer te gebruiken. Het kabinet heeft daar begrip voor.
Fabrikanten, webshops en winkeliers hebben vrijwillig, of op verzoek van de NVWA, speelzand van de markt gehaald. Ondanks het geconstateerde verwaarloosbare risico zal, zoals eerder genoemd, de NVWA asbest in speelzand opnemen in het reguliere toezicht en zal het kabinet zich inzetten voor aanscherping van de wettelijke limiet.
Vraag 5
Ziet u ook dat terugroepacties op eigen verantwoordelijkheid van bedrijven geen garantie bieden dat potentieel gevaarlijke producten niet langer verkocht worden? Zo ja, hoe ziet u in dit licht de reactie van de voormalige staatssecretaris van Jeugd, Preventie en Sport waarin vooral verwezen werd naar de eigen verantwoordelijkheid van bedrijven?
Antwoord 5
In Europese wetgeving is de verantwoordelijkheid voor productveiligheid duidelijk geregeld: marktdeelnemers moeten kunnen aantonen dat hun producten veilig zijn en de NVWA houdt daarop streng toezicht. Wanneer sprake is van een ernstig risico kan de NVWA een publiekswaarschuwing of verplichte terugroepactie opleggen. Terugroepacties blijven een belangrijk instrument, maar toezicht blijft uiteraard noodzakelijk om de veiligheid van producten op de markt te borgen. Het is niet volledig te garanderen dat alleen conforme producten op de markt komen.
Vraag 6
Deelt u de mening dat de resultaten van het onderzoek dat de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) zelf laat uitvoeren te lang op zich laten wachten? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 6
Nee, het kabinet deelt deze mening niet. Het kabinet vindt het van
groot belang dat dergelijk onderzoek zorgvuldig wordt uitgevoerd.
Tegelijkertijd onderkent het kabinet dat er vanaf het begin grote
behoefte was aan informatie over asbest in speelzand. Daarom heeft de
NVWA op 13 maart een tussenrapportage van onderzoeksresultaten naar
buiten gebracht. Hieruit bleek dat in 5 producten meer asbest was
aangetroffen dan de wettelijke limiet. Deze producten zijn toen direct
van de markt gehaald.
Daarnaast is ook een gezondheidskundige risicobeoordeling uitgevoerd
door het RIVM. Ook dit onderzoek moest zorgvuldig gebeuren en was
tijdrovend. De resultaten van de beoordeling zijn inmiddels openbaar
gemaakt via de website van het RIVM.
Vraag 7
Ziet u het als een beperking dat de NVWA niet handhavend kan optreden op basis van externe resultaten van geaccrediteerde laboratoria wanneer sprake is van een risico voor de volksgezondheid? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 7
Nee, het is van groot belang dat de monstername (het in bewaring stellen van het product) onder toeziend oog van een inspecteur gebeurt, die de eed of belofte heeft afgelegd. Hiermee kan in juridische zin worden gegarandeerd dat er geen fraude is gepleegd ten tijden van de monstername. De NVWA heeft geaccrediteerde laboratoria benaderd om hun testuitslagen te ontvangen, om op die manier een breder beeld te krijgen van de situatie.
Vraag 8
Deelt u de mening dat het lange wachten op onderzoeksresultaten van de NVWA en het uitblijven van aangekondigde instructies voor kinderdagopvangorganisaties kunnen leiden tot een afwachtende houding bij sommige van deze organisaties?
Antwoord 8
Het onderzoek naar en de risicobeoordeling van asbest in speelzand was erg complex. Het was noodzakelijk om dit zorgvuldig te doen. De brancheverenigingen in de kinderopvangsector hadden al proactief opgeroepen om speelzand op te bergen en voorlopig niet meer te gebruiken. Het beeld van het kabinet is dat de sector gehoor heeft gegeven aan dit signaal. Op basis van de risicobeoordeling door het RIVM en het BuRO-advies kan de sector bepalen of zij speelzand willen blijven gebruiken. Zoals eerder aangegeven adviseren de brancheverenigingen hun leden om uit voorzorg het speelzand ook nu niet meer te gebruiken.
Vraag 9
Wat vindt u van signalen dat sommige scholen het speelzand nog steeds of weer gebruiken, omdat leveranciers zelf zeggen dat het asbestvrij is?
Antwoord 9
Een leverancier is ervoor verantwoordelijk dat zijn product aan de wet- en regelgeving voldoet. Zoals aangetoond in het onderzoek van de NVWA bevat het meeste speelzand geen of hele kleine hoeveelheden asbest. Maar het kabinet heeft er begrip voor als ouders of kinderdagverblijven liever het zekere voor het onzekere nemen en voor alternatief speelgoed kiezen.
Vraag 10
Wat vindt u van het gegeven dat sommige leveranciers hiervoor buitenlandse laboratoria gebruiken die niet in Nederland geaccrediteerd zijn en die bovendien geen elektronenmicroscopie gebruiken, maar lichtmicroscopie waarmee asbest niet altijd aangetoond kan worden?
Antwoord 10
Het is van belang dat de juiste methoden op een goede manier wordt uitgevoerd. Voor de bepaling van gehaltes aan asbest in speelzand is een methode nodig met een voldoende lage detectiegrens. Lichtmicroscopie heeft een detectiegrens gelijk aan de wettelijke limiet van 0,1% asbest. Elektronenmicroscopie kan asbest in speelzand tot veel lagere concentraties vaststellen. De combinatie van NEN 5896 en VDI 3866-5 is daarbij de meest geschikte aanpak om een indicatie te geven
van het asbestgehalte in speelzand volgens de Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek (TNO)1. Laboratoria hoeven niet in Nederland geaccrediteerd te zijn om een dergelijke methode goed uit te voeren.
Vraag 11
Kunt u bevestigen dat de resultaten afkomstig van laboratoria die niet in Nederland geaccrediteerd zijn in Nederland niet rechtsgeldig zijn?
Antwoord 11
Nee, als een onderzoek is uitgevoerd door een geaccrediteerd laboratorium met de juiste methoden, dan is dat conform wet- en regelgeving acceptabel.
Vraag 12
Laat de NVWA naast onderzoek naar asbest in het speelzand zelf ook onderzoek doen naar mogelijk vrijgekomen asbest in de ruimten van kinderdagverblijven en scholen waar dit speelzand gebruikt is, zoals ook in Australië en Nieuw-Zeeland gedaan is?
Antwoord 12
Nee, er is geen sprake van geweest dat de NVWA zelf onderzoek zou
gaan doen naar mogelijk vrijgekomen asbest in de ruimten van
kinderopvangcentra en scholen.
De lucht in een klaslokaal wordt continu ververst door mechanische
ventilatie. Op basisscholen en kinderopvangcentra houdt het
schoonmaakprotocol in dat alle oppervlakken dagelijks nat worden
gereinigd, waardoor elke keer veel van de neergeslagen vezels worden
verwijderd. Aangezien de bron van de verontreiniging is weggenomen en de
klaslokalen meerdere malen nat zijn gereinigd, is professionele sanering
van de klaslokalen niet nodig.
Vraag 13
Deelt u de mening dat zolang dit probleem niet aan de bron aangepakt wordt, terugroepacties en waarschuwingen niet genoeg zijn, omdat verontreinigde producten het land binnen zullen blijven komen?
Antwoord 13
Uit het onderzoek van de NVWA blijkt dat van de 106 speelzandmonsters
er 66 geen asbest bevatten en 34 een hoeveelheid die ver onder de
grenswaarde van 0,1% blijft. Daarnaast heeft het RIVM aangetoond dat het
gezondheidsrisico van spelen met verschillende soorten speelzand, waarin
minder dan 0,1% asbest is aangetroffen, verwaarloosbaar is.
Desondanks zal het kabinet zich binnen Europa inzetten voor een lagere
wettelijke eis voor het asbestgehalte in speelzand. Het kabinet heeft
hierover advies gevraagd aan het RIVM.
Vraag 14
Deelt u de mening dat de NVWA voldoende capaciteit moet hebben om zelf slagvaardig op te kunnen treden rondom productveiligheid in plaats van de verantwoordelijkheid vrijwel geheel bij de markt te leggen en dat daar een passende bekostiging bij hoort? Zo ja, hoe gaat u dit bewerkstelligen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 14
Producenten en handelaren zijn zelf verantwoordelijk voor het op de markt brengen van veilige producten. Dit is niet nieuw en is in Nederland geregeld op basis van de Warenwet en in EU-verband via onder andere de Algemene Productveiligheidsverordening. De NVWA ziet toe op de naleving van deze wetten. Uiteraard vindt het kabinet dat de NVWA voldoende middelen moet hebben om zijn toezichttaken uit te voeren. Hiervoor stelt VWS jaarlijks 157 mln. beschikbaar. De taken op het terrein van productveiligheid maken hier onderdeel van uit. Jaarlijks wordt een gezamenlijke afweging gemaakt hoe deze middelen het meest doelmatig ingezet kunnen worden.
Vraag 15
Welke vormen van bekostiging voor de NVWA worden onderzocht, wanneer wordt de Kamer hierover geïnformeerd en op welke manier wordt daarmee voldoende slagkracht voor de NVWA gewaarborgd?
Antwoord 15
Naar aanleiding van de agentschapsdoorlichting van de NVWA door PricewaterhouseCoopers uit 2024, kijken de departementen met de NVWA naar andere vormen van bekostiging om het risicogericht toezicht door de NVWA beter te waarborgen. Hierover is de Kamer ook geïnformeerd (Kamerstuk 33835, nr. 257).
Bij deze analyse wordt gekeken welke knelpunten en belemmeringen worden ervaren door de NVWA en welke oplossingen mogelijk zijn, waaronder verschillende bekostigingsvormen. Het is geen doel op zich om tot een andere bekostigingswijze te komen.
De Kamer zal uiterlijk einde van dit jaar worden geïnformeerd over de uitkomsten van deze verkenning.
1) AD, 10 maart 2026, 'Opnieuw asbestzand te koop bij Bol.com, webwinkel stopt verkoop van speelzand helemaal’, Opnieuw asbestzand te koop bij Bol.com, webwinkel stopt verkoop van speelzand helemaal | Binnenland | AD.nl.
https://publications.tno.nl/publication/34645851/FWzOAUiL/TNO-2026-M10694.pdf↩︎