De Panama Papers en de Nederlandse trustsector
Schriftelijke vragen
Nummer: 2026D18547, datum: 2026-04-17, bijgewerkt: 2026-04-17 15:38, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Krijg melding als deze vragen beantwoord worden:
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: W.P.J. van Eijk, Tweede Kamerlid (VVD)
Onderdeel van zaak 2026Z08237:
- Gericht aan: D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid
- Gericht aan: E. Heinen, minister van Financiën
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
(ingezonden 17 april 2026)
Vragen van het lid Van Eijk (VVD) aan de ministers van Financiën en van Justitie en Veiligheid over de Panama Papers en de Nederlandse trustsector.
Bent u bekend met de artikelen in het FD van 3 april[1] en 8 april[2] jl. over de trustsector?
Hoe beoordeelt u de wijze waarop in de media het functioneren en de maatschappelijke waarde van de Nederlandse trustsector wordt weergegeven?
Deelt u de opvatting dat het sterk afgenomen aantal trustkantoren (circa 80%) en doelvennootschappen (circa 50%) niet uitsluitend als een morele overwinning moet worden gepresenteerd, maar ook economische consequenties heeft?
Kunt u uiteenzetten welke rol de trustsector speelt in:
- het faciliteren van internationale investeringsstromen;
- naleving van internationale wet- en regelgeving;
- het Nederlandse vestigingsklimaat;
- werkgelegenheid en belastingopbrengsten?
In hoeverre acht u het risico aanwezig dat negatieve beeldvorming en beleidsaanscherpingen ertoe leiden dat internationaal opererende bedrijven Nederland vermijden of verlaten?
Hoe beoordeelt u het functioneren van De Nederlandsche Bank als toezichthouder op de trustsector?
Herkent u signalen uit de sector dat er sprake zou zijn van een disproportioneel strikte of zelfs vijandige toezichtshouding?
Hoe waarborgt u dat toezicht effectief is zonder het legitieme functioneren van de sector onnodig te belemmeren?
Wat is naar uw inschatting de omvang van illegale trustdienstverlening in Nederland?
Erkent en herkent u signalen dat illegale trustdienstverlening toeneemt?
Wat zijn naar uw mening de belangrijkste oorzaken van deze ontwikkeling, mede in relatie tot aangescherpte regelgeving zoals de Wtt 2018?
Wordt illegale trustdienstverlening naar uw oordeel voldoende bestreden? Zo nee, waar ziet u ruimte voor verbetering?
Hoeveel signalen over mogelijke illegale trustdienstverlening worden jaarlijks afgegeven en in hoeverre worden deze opgevolgd?
Klopt het dat overwogen is om intensiever op te treden tegen illegale dienstverlening, maar dat hiervan is afgezien vanwege kostenoverwegingen? Zo ja, wat is uw oordeel daarover?
Wanneer wordt de evaluatie van de Wet toezicht trustkantoren 2018 afgerond?
Indien blijkt dat strengere regelgeving leidt tot een verschuiving naar illegale dienstverlening, bent u bereid in overleg te treden met de sector om deze onbedoelde effecten te mitigeren?
Hoe groot acht u de risico’s op witwassen en terrorismefinanciering bij illegale trustdienstverlening?
Wat is de stand van zaken van het onderzoek naar risicovolle adressen (motie Van Nispen [3])?
Klopt het dat er een pilot loopt in Noord-Holland en wat zijn de eerste bevindingen?
Hoe weegt u de rol van de trustsector in het licht van internationale ontwikkelingen zoals BEPS, ATAD en de wereldwijde minimumbelasting (Pijler 2)?
Deelt u de analyse dat door deze internationale maatregelen de mogelijkheden voor belastingontwijking via Nederland sterk zijn beperkt?
Hoe voorkomt u dat aanvullende nationale maatregelen het Nederlandse vestigingsklimaat verder onder druk zetten?
Welke concrete stappen bent u bereid te zetten om Nederland aantrekkelijk te houden voor internationaal opererende bedrijven, mede gezien de geopolitieke en economische ontwikkelingen?
[1] FD.nl, 3 april 2026. https://fd.nl/bedrijfsleven/1591946/tien-jaar-na-de-panama-papers-is-de-nederlandse-trustsector-gehalveerd
[2] FD.nl, 8 april 2026. https://fd.nl/opinie/1592441/toezicht-op-illegale-trustdienstverlening-blijft-achter
[3] Kamerstuk 29 911, nr. 448