De nominatie van Iran en de verkiezing van China, Cuba, Nicaragua, Saudi-Arabië en Soedan tot commissies van de Verenigde Naties
Schriftelijke vragen
Nummer: 2026D18553, datum: 2026-04-17, bijgewerkt: 2026-04-17 15:42, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Krijg melding als deze vragen beantwoord worden:
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: D.G.M. Ceder, Tweede Kamerlid (ChristenUnie)
Onderdeel van zaak 2026Z08244:
- Gericht aan: T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
(ingezonden 17 april 2026)
Vragen van het lid Ceder (ChristenUnie) aan de minister van Buitenlandse Zaken over de nominatie van Iran en de verkiezing van China, Cuba, Nicaragua, Saudi-Arabië en Soedan tot commissies van de Verenigde Naties
Klopt het dat de Economische en Sociale Raad van de Verenigde Naties (ECOSOC) op 8 april Iran heeft genomineerd voor de Commissie voor Programma en Coördinatie (CPC) en China, Cuba, Nicaragua, Saudi-Arabië en Soedan heeft verkozen tot lid van de Commissie voor Niet-Gouvernementele Organisaties? Klopt het dat Nederland deze besluiten heeft gesteund, of althans zich niet heeft gedistantieerd van de consensus? Welke overwegingen speelden hierbij een rol?
Klopt het dat het CPC zich onder andere buigt over thema’s als gendergelijkheid, mensenrechten en voorkomen van terrorisme? Acht Nederland het passend en geloofwaardig dat Iran als onderdeel van de CPC programma’s over dergelijke en andere thema’s gaat beoordelen? Zo, waarom?
Klopt het dat meer dan zeventig maatschappelijke organisaties van tevoren regionale groepen hebben opgeroepen om meer kandidaten aan te leveren voor lidmaatschap van de Commissie over NGO’s?[1] Is er opvolging gegeven aan deze oproep? Zo ja, op welke manier?
Hoe beoordeelt u dat landen waarin het maatschappelijk middenveld onder druk staat, via de Commissie mogen bepalen welke maatschappelijke organisaties toegang krijgen tot de Verenigde Naties? Kunt u toelichten waarom u lidmaatschap van dergelijke landen passend vindt en waarom u er bijvoorbeeld vertrouwen in heeft dat deze landen niet tegen de accreditatie van legitieme NGO’s zullen stemmen?
Klopt het dat de Verenigde Staten zich van de besluiten hebben gedistantieerd?[2] Waarom heeft Nederland hier niet voor gekozen?
Kunt u in algemene zin schetsen hoe Nederland zich verhoudt tot de deelname van landen die structureel mensenrechten schenden aan commissies die zich bezighouden met het bevorderen van mensenrechten, mede in het licht van Artikel 90 Grondwet? Bent u het eens dat deelname van dergelijke landen niet passend is en bijdraagt aan erosie van de internationale rechtsorde, waar de Verenigde Naties één van de belangrijkste organisaties van is? Zo nee, waarom niet?
Kunt u aangeven op welke momenten Nederland zich in het verleden heeft uitgesproken tegen deelname van landen die structureel mensenrechten schenden aan dergelijke commissies?
Meent u dat extra inzet vanuit Nederland, eventueel met gelijkgezinde landen, nodig is om te voorkomen dat landen die structureel mensenrechten schenden steeds worden verkozen voor commissies die zich bezighouden met mensenrechtengerelateerde onderwerpen? Zo ja, welke inzet kunt u toezeggen? Zo nee, waarom niet?
[1] International Service for Human Rights, 16 februari 2026, 'UN Committee on NGOs: Civil society organisations call for competitive elections' (https://ishr.ch/latest-updates/un-committee-on-ngos-civil-society-organisations-call-for-competitive-elections/)
[2] United States Mission to the United Nations, 8 april 2026, 'Explanation of Position on the ECOSOC Election of the Committee on Non-Governmental Organizations and the Committee on Program and Coordination' (https://usun.usmission.gov/explanation-of-position-on-the-ecosoc-election-of-the-committee-on-non-governmental-organizations-and-the-committee-on-program-and-coordination/)