Antwoord op vragen van het lid Armut over het bericht 'Ouders in verzet tegen sluiting van enige school in nieuwbouwwijk: "Waar moeten onze kinderen heen?"'
Antwoord schriftelijke vragen
Nummer: 2026D18601, datum: 2026-04-17, bijgewerkt: 2026-04-17 16:35, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: J.Z.C.M. Tielen, staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (Ooit VVD kamerlid)
Onderdeel van zaak 2025Z14168:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Stemmingen en besluiten:
- 2025-10-02 13:30 ⇒ Afgevoerd van de stand der werkzaamheden. (Besluit)
- 2025-09-30 18:00 ⇒ Behandeld. (Besluit)
- 2025-09-11 10:15 ⇒ Niet controversieel verklaren. (Besluit)
- 2025-09-11 10:15 ⇒ Agenderen voor het commissiedebat Funderend onderwijs d.d. 30 september 2025. (Besluit)
- 2025-09-02 15:10 ⇒ Rondgezonden en gepubliceerd. (Besluit)
Onderdeel van zaak 2026Z06400:
- Gericht aan: J.Z.C.M. Tielen, staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Voortouwcommissie: TK
- 2025-09-02 15:10: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2025-09-11 10:15: Procedurevergadering (Procedurevergadering), vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- 2025-09-30 18:00: Funderend onderwijs (Commissiedebat), vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- 2025-10-02 13:30: Aanvang middagvergadering: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
Preview document (🔗 origineel)
De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG |
|---|
| Datum | 17 april 2026 |
|---|---|
| Betreft | Antwoord op schriftelijke vragen van het lid Armut (CDA) over het bericht 'Ouders in verzet tegen sluiting van enige school in nieuwbouwwijk: "Waar moeten onze kinderen heen?"' |
Onderwijspersoneel en Primair Onderwijs Rijnstraat 50 Den Haag Postbus 16375 2500 BJ Den Haag www.rijksoverheid.nl Contactpersoon |
Onze referentie 63362560 |
Uw brief 27 maart 2026 |
Uw referentie |
Hierbij stuur ik u de antwoorden op de vragen van het lid Armut (CDA) over het bericht 'Ouders in verzet tegen sluiting van enige school in nieuwbouwwijk: "Waar moeten onze kinderen heen?"'.
De vragen werden ingezonden op 27 maart 2026 met kenmerk 2026Z06400.
Hoogachtend,
de staatssecretaris van Onderwijs en Emancipatie,
Judith Zs.C.M. Tielen
De antwoorden op de schriftelijke vragen van het lid Armut (CDA) over het bericht 'Ouders in verzet tegen sluiting van enige school in nieuwbouwwijk: "Waar moeten onze kinderen heen?"' met kenmerk 2026Z06400, ingezonden op 27 maart 2026.
Vraag 1
Kent u dit bericht? Zo ja, wat vindt u hiervan?1
Antwoord 1
Ja, ik ken dit bericht. Het is jammer dat onrust is ontstaan over de school. In de beantwoording op de vragen van de leden Van Asten en Rooderkerk (beiden D66) over hetzelfde onderwerp is aangegeven dat het schoolbestuur het besluit om de school te sluiten heeft teruggedraaid.
Vraag 2
Klopt het dat er momenteel 65 kinderen op deze school zijn ingeschreven en dat er eigenlijk nu 160 kinderen op deze school moeten zijn ingeschreven om structurele financiering te ontvangen?
Antwoord 2
Volgens de laatste cijfers van DUO staan op deze school 62 leerlingen ingeschreven. Er hadden 167 leerlingen ingeschreven moeten staan om te voldoen aan de vereiste leerlingenaantallen van de stichtingsnorm voor scholen. Deze norm verschilt per gemeente en wordt vastgesteld op basis van de leerlingdichtheid in de gemeente.
Vraag 3
In hoeverre wordt er bij de beslissing om een school wel of niet te financieren rekening gehouden met de verwachte groei van het aantal leerlingen in de komende jaren doordat er huizen gebouwd gaan worden? Waarom wel of waarom niet?
Antwoord 3
Bij de stichtingsaanvraag moet een schoolbestuur aantonen, met een belangstellingsmeting, dat de nieuwe school in het 11e jaar na de aanvraag op voldoende leerlingen kan rekenen. Deze belangstellingsmeting gebeurt 1) aan de hand van verklaringen van ouders in het voedingsgebied met kinderen in de juiste leeftijdscategorie en 2) het aantal leerlingen op het moment van de stichtingsaanvraag en 3) het geprognostiseerde aantal leerlingen in het 11e jaar na de stichtingsaanvraag. De verwachte groei van het aantal leerlingen in een gebied is dus onderdeel van de aanvraagprocedure voor een nieuwe school.
Vraag 4
Wat zijn de voorwaarden om in aanmerking te komen voor de kleine schooltoeslag of dunbevolktheidstoeslag?
Vraag 5
Komt deze school in aanmerking voor deze toeslag? Waarom wel of waarom niet?
Antwoord 4,5
Basisscholen die op de teldatum van het aantal leerlingen minder dan 150 leerlingen hebben, ontvangen momenteel kleinescholentoeslag. De school De Binck ontvangt daarom kleinescholentoeslag. Op dit moment wordt gewerkt aan het omvormen van de kleinescholentoeslag naar dunbevolktheidstoeslag. Uw Kamer is door mijn voorganger geïnformeerd over deze wijziging.2
Vraag 6
Bent u het ermee eens dat kleine scholen een belangrijke functie hebben voor de leefbaarheid van een wijk en of iemand wel of niet wil gaan wonen in deze wijk?
Antwoord 6
Ja, scholen kunnen een belangrijke functie hebben voor de leefbaarheid van een wijk. Tegelijkertijd moet ook de afweging worden gemaakt waar kleine scholen hun rol het beste kunnen vervullen. Het huidige scholenlandschap is erg divers en fijnmazig. Dit is waardevol, maar het grote aantal (te kleine) scholen drukt sterk op de oplopende tekorten in het onderwijsveld. Dat is zeker het geval in stedelijke gebieden. De aangekondigde stelselwijziging zal op dit vraagstuk ingaan. Uw Kamer ontvang voor het zomerreces nog een brief met een update over de beoogde stelselwijziging.
Vraag 7
In hoeverre wordt er bij de beslissing om een school wel of niet te financieren rekening gehouden met het aantal beschikbare plaatsen bij basisscholen in de directe omgeving?
Antwoord 7
Het aantal beschikbare plaatsen bij basisscholen in de directe omgeving is geen criterium bij het al dan niet bekostigen van een nieuwe school.
Vraag 8
Zijn er alternatieven overwogen, zoals vergaande samenwerking met andere basisscholen, om sluiting te voorkomen?
Vraag 9
Zou dit ertoe kunnen leiden dat leerlingen naar een andere gemeente moeten om onderwijs te krijgen?
Antwoord 8,9
Vergaande samenwerking met andere basisscholen, bijvoorbeeld in de vorm van een fusie, kan een mooie manier zijn om het onderwijs en de identiteit van een te kleine school te behouden. Met het oog op de stelselwijziging moedig ik schoolbesturen van te kleine scholen aan om mogelijkheden voor samenwerking of fusies in hun omgeving te onderzoeken. Het zoeken naar samenwerking blijft immers een verantwoordelijkheid van een schoolbestuur.
De keuze om leerlingen op een basisschool in te schrijven is verder aan de ouders, die vrij zijn om daar zelf een afweging in te maken.
AD, 24 maart 2026, Ouders in verzet tegen sluiting van enige school in nieuwbouwwijk: "Waar moeten onze kinderen heen?" www.ad.nl/den-haag/ouders-in-verzet-tegen-sluiting-van-enige-school-in-nieuwbouwwijk-waar-moeten-onze-kinderen-heen~a3289557/↩︎
2025Z14168&did=2025D32183">https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?id=2025Z14168&did=2025D32183↩︎