36915-V Verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden over de Wijziging van de begrotingsstaat van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (V) voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota)
Verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden
Nummer: 2026D18603, datum: 2026-04-17, bijgewerkt: 2026-04-17 16:35, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: J.F. Klaver, voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken (GroenLinks-PvdA)
- Mede ondertekenaar: S.L. Dekker, adjunct-griffier
- Aanbiedingsbrief
- Beslisnota bij het verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden over de Wijziging van de begrotingsstaat van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (V) voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota)(Kamerstuk 36915-V)
Onderdeel van zaak 2026Z08306:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Buitenlandse Zaken
Preview document (🔗 origineel)
36915-V Wijziging van de begrotingsstaat van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (V) voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota)
nr. Lijst van vragen en antwoorden
Vastgesteld (wordt door griffie ingevuld als antwoorden er zijn)
De vaste commissie voor Buitenlandse Zaken heeft een aantal vragen voorgelegd aan de minister van Buitenlandse Zaken over de brief van 2 april 2026 inzake de Wijziging van de begrotingsstaat van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (V) voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota) (36915, nr. 1).
De daarop door de minister gegeven antwoorden zijn hierbij afgedrukt.
Voorzitter van de commissie,
Klaver
Adjunct-griffier van de commissie,
Dekker
| Nr | Vraag | Blz. (van) | t/m | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| 1 | Wat zijn de standen voor MATRA, Shiraka en het Politieke Partijen Programma van het Nederlands Fonds voor Regionale Partnerschappen (NFRP) voor de jaren 2027, 2028, 2029 en 2030? Antwoord De budgetten voor het NFRP MATRA en Shiraka programma en het Politieke Partijen Programma van deze programma’s zijn te zien in onderstaande tabel. Uitgangspunt is dat binnen de totale budgetten van het NFRP MATRA- en Shiraka-programma 12 procent is gereserveerd voor het Politieke Partijen Programma (PPP). Een deel van dit bedrag wordt overgeheveld naar het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) en vanuit daar beschikbaar gesteld op basis van de Wet financiering politieke partijen (Wfpp). De minister van Buitenlandse Zaken stelt het resterende deel beschikbaar voor subsidieverstrekking in het kader van het NFRP Politieke Partijen Programma. Vanaf 2028 zal de afdracht vanuit NFRP MATRA aan BZK groter zijn dan de 12 procent die van het totale NFRP MATRA budget wordt gereserveerd voor het PPP, waardoor er geen subsidie meer voor het PPP in de MATRA-regio beschikbaar zal zijn vanuit het ministerie van Buitenlandse Zaken. De motie Piri c.s. (Kamerstuk 32 735, nr. 406) verzoekt het kabinet om ruimte te zoeken op de begrotingsposten waar vaak onderuitputting is om het NFRP in 2026 en 2027 budgettair onverminderd ten opzichte van 2025 voort te zetten. Er is vooralsnog geen sprake van onderuitputting waarmee de volledige bezuinigingen teruggedraaid kunnen worden. Wel is toegezegd om voor 2026 en 2027 het budget voor het NFRP het Politieke Partijen Programma alvast te corrigeren naar het niveau van 2025. Dit zal worden gedekt uit het Stabiliteitsfonds. Als er zich gedurende het jaar onderuitputting voordoet op de begroting zal, indachtig deze motie, met prioriteit bekeken worden of het NFRP MATRA en Shiraka budget voor 2026 en 2027 verder hersteld kan worden.
Ad 1: De bedragen die via de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) beschikbaar worden gesteld op basis van de Wet financiering politieke partijen (Wfpp), worden jaarlijks met ingang van 1 januari bij ministeriële regeling gewijzigd, overeenkomstig de voor de rijksbegroting gehanteerde loon- en prijsbijstelling en afgerond op het naastbij gelegen gehele getal. De berekening van het toekomstig subsidieplafond PPP is daarom onder voorbehoud, waarbij vooralsnog is uitgegaan van huidige bedragen zoals vastgesteld in de Wfpp artikel 8.2 (peildatum 13 april 2026). |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| 2 | Wat zijn verkoopopbrengsten op de begroting van het ministerie van Buitenlandse Zaken? Hoe komt het dat die minder zijn dan geraamd? Antwoord De verkoopopbrengsten betreffen de opbrengsten uit de verkoop van een aantal panden van de wereldwijde huisvestingsportefeuille van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Als gevolg van de gewijzigde marktomstandigheden alsook geopolitieke ontwikkelingen vallen de verkopen en hiermee samenhangende verkoopopbrengsten lager uit dan verwacht. |
5 | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| 3 | Welke specifieke diplomatieke posten worden geraakt door de efficiencytaakstelling? Antwoord Het postennet is uitgezonderd voor de efficiencytaakstelling (maatregel 61) en de additionele taakstelling in het kader van de vernieuwing Rijksdienst en een slagvaardige overheid (maatregel 62) uit het Coalitieakkoord. Er worden dus geen specifieke diplomatieke posten geraakt door deze taakstelling. |
5 | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| 4 | Welke specifieke diplomatieke posten worden geraakt door de additionele efficiencytaakstelling? Antwoord Zie het antwoord op vraag 3. |
5 | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| 5 | Welke specifieke diplomatieke posten worden geraakt door de bezuiniging op subsidiebudgetten? Antwoord De subsidietaakstelling (maatregel 63) van kabinet Jetten I wordt op deze 1e suppletoire begroting 2026 van het ministerie van Buitenlandse Zaken nagenoeg geheel ingevuld door het departement. Subsidiebudgetten zoals onder andere Stabiliteitsfonds, Mensenrechtenfonds en MATRA en Shiraka worden gekort door maatregel 63 met circa EUR 915.000 structureel vanaf 2027. De betreffende taakstelling zal op een later moment verder verdeeld worden naar de specifieke posten. |
5 | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| 6 | Welke risico’s liggen er met betrekking tot de uitvoering door de verschillende taakstellingen? Antwoord In de uitvoering van de verschillende taakstellingen bestaat er een risico op besparingsverlies, bijvoorbeeld door vertraging in de uitvoering van diverse maatregelen of door een lagere opbrengst van beoogde maatregelen. Dit risico wordt gemonitord en indien nodig bijgestuurd. |
5 | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| 7 | Hoeveel ambtenaren vallen bij het ministerie van Buitenlandse Zaken onder de nullijn? Antwoord Bij het ministerie van Buitenlandse Zaken werken 3652 ambtenaren die onder de CAO Rijk vallen. |
6 | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| 8 | Hoeveel medewerkers bevinden zich in de lagere loonschalen (schaal 1 t/m 6)? Wat is het aandeel van deze groep binnen de uitvoering (uitvoeringsorganisaties versus beleid)? Antwoord: In de loonschalen 1 t/m 6 werken er 52 ambtenaren bij het ministerie van Buitenlandse Zaken.
Een exacte verhouding van de loonschalen binnen de uitvoering is niet bekend. |
6 | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| 9 | Welke functies/beroepen vallen voornamelijk binnen de lagere loonschalen (schalen 1 t/m 6)? Wat is de huidige en verwachte personeelskrapte binnen deze functies? Antwoord
Wat betreft de huidige personeelskrapte heeft het ministerie van Buitenlandse Zaken al langere tijd moeite om de functie van Managementondersteuner goed in te vullen. Begin 2026 waren er 48 Managementondersteuner functies tot met schaal 6, waarvan er 29 door ambtenaren bezet zijn. |
6 | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| 10 | Zijn er interne analyses of risico-inschattingen gemaakt van de effecten van de nullijn, bijvoorbeeld op de instroom of uitstroom? Zo ja, kunnen deze worden gedeeld? Antwoord Deze analyses of risico-inschattingen zijn niet rijksbreed gemaakt. |
6 | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| 11 | Op basis van welke criteria is in 55 landen het decentrale budget uit het mensenrechtenfonds beëindigd? En waarom is ervoor gekozen in 2026 meerjarige verplichtingen aan te gaan? Antwoord De IOB-evaluatie van het mensenrechtenbeleid (2017-2022) constateerde dat het mensenrechtenfonds (MRF) te versnipperd was en deed de aanbeveling om het fonds strategischer te focussen op prioritaire thema’s en landen. Destijds maakten 84 Nederlandse ambassades gebruik van het MRF. Gelet op de IOB evaluatie en aanbeveling alsmede de bezuinigingen van het vorige kabinet is een intern traject opgestart om te komen tot een kortere en meer strategische landenlijst. Hierbij zijn inhoudelijke criteria gehanteerd, waaronder de mensenrechtensituatie in het land, de beschikbare Nederlandse invloed en expertise, de verwachte impact van de inzet alsmede de Nederlandse belangen in het land. Voor de regionale verdeling is ook rekening gehouden met de geografische proximiteit (ring rondom Europa) en de overlap met andere beschikbare fondsen (bijv. het nieuwe Focus-kader, Shiraka, Matra). Ook is er rekening gehouden met de consequenties van de taakstelling op de beschikbare capaciteit. Dit heeft geleid tot een nieuwe landenlijst van in totaal 36 ambassades. Naast meer focus is ook het doel om ervoor te zorgen dat Nederlandse ambassades die middelen uit het MRF ontvangen, structureel meer budgettaire ruimte krijgen zodat meerjarige programma’s kunnen worden ondersteund. Door een gerichtere lange termijn aanpak is de verwachting dat de mensenrechteninzet in deze landen kan worden geïntensiveerd en de impact vergroot. |
8 | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| 12 | Waaruit bestaan de inkomsten uit consulaire dienstverlening aan Nederlanders in het buitenland? Antwoord De inkomsten uit consulaire dienstverlening aan Nederlanders in het buitenland bestaat voornamelijk uit het verstrekken van reisdocumenten aan Nederlanders in het buitenland. Daarnaast zijn er een aantal andere ontvangsten, zoals het legaliseren van Nederlandse documenten in het buitenland. |
22 | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| 13 | Hoe kan het dat door de doorgeschoven onderuitputting door betalingskredieten voor de Oekraïne-faciliteit in 2025, Nederland meer moet gaan afdragen aan de Europese Commissie? Hoe verhoudt dat zich tot de financiële middelen die Nederland al betaalt, bilateraal dan wel multilateraal, aan Oekraïne? Antwoord De Europese Commissie heeft vastgesteld dat niet alle betalingskredieten voor de Oekraïne-faciliteit in 2025 zijn benut. Deze onderuitputting die als gevolg hiervan is opgetreden wordt doorgeschoven van 2025 naar 2027 en dat leidde tot een verlaging van de afdracht in 2025 en een verhoging van de Nederlandse bni-afdracht van EUR 131 miljoen in 2027. Door deze schuif stijgen de Rijksbrede steunuitgaven aan Oekraïne in 2027. Hiermee komen de geraamde niet-militaire steunuitgaven uit op EUR 880 miljoen in 2027. Dat is ook zichtbaar in tabel 6 van de Voorjaarsnota 2026. |
23 | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| 14 | Wordt er voor kosten die gemaakt worden in het kader van crisisbeheersing, bijvoorbeeld in het geval van evacuaties, ook een eigen bijdrage gevraagd? Zo nee, waarom niet? Antwoord Het uitgangspunt van het kabinet is dat bij consulaire crises waar een repatriëringen of evacuatie (mede) door de Rijksoverheid wordt georganiseerd een financiële bijdrage in rekening wordt gebracht. Het organiseren van een (consulaire) repatriërings- of evacuatieoperatie is immers complex, kostbaar en geen vanzelfsprekendheid. Zo is ook in maart 2026 een financiële bijdrage van zeshonderd euro gevraagd aan in het Midden-Oosten gestrande Nederlandse reizigers die gebruikmaakten van repatriëringsvluchten georganiseerd door het ministerie van Buitenlandse Zaken, in samenwerking met het ministerie van Defensie, de Nederlandse reis- en verzekeringsbranche en luchtvaartmaatschappijen. |
25 | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| 15 | Wat is de bedoeling van de extra bijdrage dit jaar uit het stabiliteitsfonds ten behoeve van de Lebanese Armed Forces? Antwoord Gezien de Nederlandse belangen in Libanon op het gebied van veiligheid, stabiliteit en migratie, draagt Nederland al meerdere jaren bij aan het versterken van de Lebanese Armed Forces (LAF). Het momentum voor additionele LAF-steun is groot, gezien de hoge noden van de LAF. Met het a.s. vertrek van UNIFIL, moet de LAF moet op korte termijn UNIFIL-posities in Zuid-Libanon kunnen overnemen, naast de uitvoering van de ontwapening van Hezbollah en het versterken van de bewaking van landsgrenzen ter bestrijding van (wapen)smokkel, irreguliere migratie en externe dreigingen. Dit zijn ook cruciale voorwaarden voor de geloofwaardigheid van het LBN-staatsgezag en het verminderen van de veiligheidsrol van niet-statelijke actoren. De additionele bijdrage is via de eindejaarsmarge van de HGIS overgeheveld naar het Stabiliteitsfonds. Hiermee tracht Nederland de LAF te ondersteunen in hun rol ter bevordering van de interne en regionale stabiliteit. De nadere invulling van de Nederlandse steun wordt op dit moment door Nederland – in overleg met de LAF – bezien, met inachtneming van de huidige ontwikkelingen in Libanon en de behoeften van de LAF. Nadere Nederlandse besluitvorming over de exacte invulling van deze steun volgt nog. Eerdere Nederlandse steun via het Stabiliteitsfonds droeg onder meer bij aan de realisatie van een trainingscentrum voor de LAF, civiel-militaire samenwerking, ontmijning en grensmanagement. |
25 | 26 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||