[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo]←NIEUW! [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Fiche: Mededeling Energiepakket voor burgers

Brief regering

Nummer: 2026D18633, datum: 2026-04-17, bijgewerkt: 2026-04-17 16:51, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van zaak 2026Z08315:

Preview document (🔗 origineel)


Fiche 1: Mededeling Energiepakket voor burgers

  1. Algemene gegevens

  1. Titel voorstel

Mededeling van de commissie aan het Europees parlement en de raad over het energiepakket
voor burgers.

  1. Datum ontvangst Commissiedocument

10 maart 2026

  1. Nr. Commissiedocument
    COM (2026) 115

  2. EUR-Lex
    EUR-Lex - 52026DC0115 - NL - EUR-Lex

  3. Nr. impact assessment Commissie en Opinie
    SWD(2026) 115

  4. Behandelingstraject Raad
    Vervoer, Energie en Telecomraad (Energieraad)

  5. Eerstverantwoordelijk ministerie
    Ministerie van Economische Zaken en Klimaat

  1. Essentie voorstel

Op 10 maart 2026 heeft de Europese Commissie (hierna: Commissie) de mededeling energiepakket voor burgers gepubliceerd. De strategie ondersteunt de doelstellingen van het Actieplan voor betaalbare energieprijzen en maakt deel uit van een breder pakket aan initiatieven gericht op het versterken van de concurrentiekracht van Europa en het vergroten van de energieonafhankelijkheid en de betaalbaarheid van energie voor huishoudens en bedrijven.

In deze mededeling stelt de Commissie dat iedere burger toegang hoort te hebben tot betaalbare, schone energie in een comfortabele woning. De Commissie doet in deze mededeling concrete voorstellen op vier gebieden: verlagen van de energierekening voor huishoudens; consumenten beschermen en mondiger maken; energiearmoede aanpakken en bestaande EU-wetgeving doeltreffend uitvoeren.

De eerste pijler is het verlagen van de energierekening voor huishoudens. De elektriciteitsprijzen voor huishoudens liggen sinds de energiecrisis van 2022 structureel op een hoger niveau. De energierekening voor consumenten wordt beïnvloed door nettarieven, nationale belastingen en heffingen, de groothandelingstarieven en het niveau van het individuele energiegebruik.

Om de energierekening te verlagen kunnen lidstaten volgens de Commissie gebruik maken van de flexibiliteit die lidstaten hebben op basis van de EU-belastingwetgeving, zoals het volledig of gedeeltelijk verlagen van de belastingtarieven voor elektriciteit, bijvoorbeeld voor energiearme en kwetsbare huishoudens. Verder moedigt de Commissie toezichthouders aan om gerichte stimulansen voor nettarieven voor flexibel lokaal verbruik te overwegen. Daarnaast dringt de Commissie aan op het ontwikkelen van innovatieve energiediensten en financieringsoplossingen zodat burgers, en met name kwetsbare huishoudens, betere toegang hebben tot schone, efficiënte technologie voor het verlagen van hun energierekening. Daarnaast kondigt de Commissie verschillende initiatieven aan om het overstappen naar een contract met lagere tarieven door consumenten te bevorderen, zoals technische regels voor de overstap naar een andere leverancier, een aanbeveling over de samenvatting van contracten en mogelijk gestandaardiseerde modellen voor energierekeningen.

De tweede pijler gaat over het beschermen en mondiger maken van consumenten. De Commissie kondigt verschillende maatregelen aan die zien op het bevorderen van energiegemeenschappen. Daarnaast wil de Commissie dat flexibele contracten op grotere schaal beschikbaar worden en kondigt zij maatregelen aan om transparante prijsstelling en betrouwbare informatie te bevorderen. Ook zal de Commissie met consumentenverenigingen, energieleveranciers en regelgevende instanties een nieuwe (vrijwillige) dienstverleningscode voor energieleveranciers opzetten, om het vertrouwen van consumenten in de energiemarkt te versterken om de voordelen hiervan te kunnen benutten. Ook lijdt de markt eronder als energieleveranciers zich niet beschermen tegen volatiele prijzen. De Commissie zal richtsnoeren verstrekken over passende risicobeheer- en afdekkingsstrategieën.

De derde pijler is gericht op het aanpakken van energiearmoede en -kwetsbaarheid. Het blijkt voor veel lidstaten lastig om kwetsbare huishoudens in kaart te brengen en gericht te bereiken. De Commissie zal aanvullende richtsnoeren verstrekken om lidstaten te helpen hun nationale plannen voor energiearmoede ambitieuzer te maken en energiearmoede terug te dringen. Daarnaast zal de Commissie extra bijstand en begeleiding bieden bij het doeltreffend bereiken van kwetsbare burgers, en in aanvulling op projecten in het kader van het Social Climate Fund, de fondsen voor het cohesiebeleid of andere lokale steun via de advieshub energiearmoede, een oproep doen tot het indienen van voorstellen in het kader van het LIFE-programma. Naast het bereiken van kwetsbare huishoudens zet de Commissie in op betere bescherming van huishoudens in energiearmoede die dreigen afgesloten te worden van energielevering, door het opstellen van richtsnoeren en het faciliteren van uitwisseling van goede praktijken met betrekking tot regelingen voor vroegtijdige waarschuwing en schuldbeheer.

De vierde en laatste pijler richt zicht op het volledig uitvoeren van bestaande EU-wetgeving. De Commissie zal met lidstaten en belanghebbenden samenwerken om de bestaande EU-wetgeving beter uit te voeren en te handhaven, waarbij de Commissie specifiek richtsnoeren noemt die aangekondigd zijn in de overige pijlers.

  1. Nederlandse positie ten aanzien van het voorstel

  1. Essentie Nederlands beleid op dit terrein

Het kabinet zet zich in voor betaalbaarheid van de energierekening en van ons energiesysteem op de lange termijn. In Nederland wordt gewerkt aan de aanpak van energiearmoede en energiebesparing, onder andere in de gebouwde omgeving, de inzet op transparante en vergelijkbare energiecontracten en het realiseren van de mogelijkheid om snel en laagdrempelig over te stappen. De relevante regelgeving is onder andere vormgegeven in de Energiewet die 1 januari 2026 van kracht geworden is en de daar bijbehorende lagere regelgeving. Daarnaast is eind 2025 ook de Wet collectieve warmte (Wcw) door de Eerste Kamer aangenomen.

De Energiewet zorgt op verschillende manieren voor betere transparantie en vergelijkbaarheid van energiecontracten, door eisen te stellen aan leveranciers rondom het presenteren van prijzen en voorwaarden en doordat het recht verankerd is voor huishoudelijke eindafnemers en micro-ondernemingen, op kosteloze toegang tot ten minste één onafhankelijk vergelijkingssinstrument dat de gehele markt bestrijkt, of meerdere vergelijkingsinstrumenten die in voldoende mate de markt bestrijken. In Nederland voldoen verschillende vergelijkingsinstrumenten hieraan en als dat in de toekomst niet het geval is, dan kan de minister van KGG zo nodig een dergelijk vergelijkingsintrument aanwijzen. Consumenten met flexibele leveringscontracten voor elektriciteit kunnen al besparen op hun energierekening door hun verbruik te verschuiven naar momenten met lage elektriciteitsprijzen. Een belangrijke kanttekening hierbij is dat dergelijke contracten over de lange termijn bezien goedkoper uitvallen, maar door de snelle prijsontwikkeling bij een prijsstijging duurder uit kunnen pakken dan een contract met een vaste prijs. Een flexibel contract brengt ook het risico op prijsonzekerheid met zich mee, want prijsstijgingen zijn direct terug te zien op de energierekening. Het kabinet vindt het daarom passend dat bij communicatie richting consumenten over de mogelijke voordelen van een flexibel energiecontract altijd het advies wordt meegegeven om een minimale buffer van 10% van de verwachte jaarlijkse energierekening aan te houden. Dit advies wil het kabinet verwerken in de regels onder de Energiewet over de informatieplicht van energieleveranciers. Ook heeft het kabinet in de Energiewet energiedelen mogelijk gemaakt. Dit is niet beperkt tot het lokaal delen van elektriciteit. Wel is het delen van energie nu alleen mogelijk als afnemers klant zijn bij dezelfde leverancier en de leverancier dit aanbiedt. Het kabinet werkt aan een wetsvoorstel dat energiedelen met vrije leverancierskeuze mogelijk maakt en verwacht dit in 2026 in te dienen.

De Wet collectieve warmte realiseert onder andere een publiek meerderheidsaandeel in alle warmte-infrastructuur, een afbouwpad voor fossiele warmtebronnen richting 2050 en een gefaseerde overgang naar een kostengebaseerde tariefregulering voor consumenten onder voorbehoud dat de relatieve betaalbaarheid van warmte ten opzichte van het gangbare alternatief onderbouwd is. Hiermee worden warmtetarieven transparanter en worden consumenten beschermd tegen excessieve warmtetarieven. Om de energierekening betaalbaar te houden is het van belang dat we de energietransitie zo goedkoop mogelijk realiseren. Daarom is het van belang dat de verduurzamingsoptie met de laagste nationale kosten ook voor de eindgebruiker de meest gunstige optie is.

Om hieraan bij te dragen wordt onderzocht in hoeverre subsidies hierop toegespitst kunnen worden en krijgen gemeenten, als regisseur van de warmtetransitie in de wijk, met de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) de mogelijkheid om middels een aanwijsbevoegdheid te bepalen wanneer het gasnet uitgefaseerd wordt in een wijk en welk duurzame alternatief daarvoor in de plaats komt. Hierbij dienen zowel de nationale kosten als de eindgebruikerskosten expliciet afgewogen te worden bij de keuze voor het duurzame alternatief.

De tarieven voor netwerkkosten worden vastgesteld door de ACM, de onafhankelijke toezichthouder. Door efficiënt gebruik van het net kunnen de netwerkkosten worden verminderd en maatschappelijke kosten voor netuitbreidingen zoveel mogelijk worden vermeden. Zo wordt er in Nederland gewerkt aan tijdsafhankelijke tarieven voor zowel grootverbruikers als kleinverbruikers op de netten van de regionale systeembeheerders. De verwachte implementatie is hiervoor respectievelijk 1 januari 2028 (grootverbruikers) en 1 januari 2029 (kleinverbruikers). Daarnaast wordt ingezet op de ontwikkeling van collectieve warmtesystemen met (lokale) duurzame warmtebronnen waar deze tegen de laagste nationale kosten gerealiseerd kunnen worden, zodat ook op die manier investeringen in verzwaring van het elektriciteitsnet voorkomen kunnen worden.

Om de verduurzaming van woningen te stimuleren en zo bij te dragen aan een betaalbare energierekening wordt met een mix van instrumenten ondersteuning geboden aan verschillende doelgroepen. Denk hierbij aan de Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (ISDE), de subsidie aardgasvrije huurwoningen (SAH) en de Subsidieregeling verduurzaming voor verenigingen van eigenaars (SVVE). Het Nationaal Warmtefonds biedt eigenaar-bewoners daarnaast de mogelijkheid energiebesparende maatregelen te financieren middels aantrekkelijke leningen, om zo verduurzaming voor iedereen haalbaar te maken. Met woningcorporaties zijn tot slot afspraken gemaakt over de verduurzaming van sociale huurwoningen in de Nationale Prestatieafspraken, onder meer door isolatie, installatie van warmtepompen en collectieve warmtesystemen en het uitfaseren van slechte energielabels (E, F en G). Voor de uitrol van collectieve warmtesystemen zijn verschillende instrumenten beschikbaar, van de SDE++ voor duurzame warmtebronnen tot de Warmtenetten Investeringssubsidie (WIS) voor de aanleg van energie-efficiënte warmtenetten.

  1. Beoordeling + inzet ten aanzien van dit voorstel

Het kabinet verwelkomt de mededeling. Het doel van de mededeling is in lijn met de bredere inzet van het kabinet voor maatregelen die structureel bijdragen aan betaalbare en schone energie. Veel van de door de Commissie voorgestelde initiatieven, bijvoorbeeld op het gebied van het goed informeren van de consument bij het afsluiten van een nieuw energiecontract sluiten aan bij maatregelen die het kabinet op nationaal niveau reeds heeft ingevoerd.

Het kabinet erkent het belang van betaalbare en toegankelijke energie voor huishoudens, maatschappelijke organisaties en bedrijven en deelt de wens om de kosten van elektriciteit te verlagen. Bij het vaststellen van belastingtarieven is het van belang een zorgvuldige balans te vinden tussen het realiseren van inkomsten voor de overheid en het ondersteunen van betaalbare energieprijzen voor de samenleving. Ook dient het stimuleren van elektrificatie gecombineerd te worden met het behoud van prijsprikkels die consumenten aansporen om efficiënt om te gaan met elektriciteit. Het uiteindelijke doel is om zo veel mogelijk gebruik van fossiele brandstoffen te vervangen door elektriciteit, zonder dat de kosten voor energie uit de hand lopen en de overgang naar een duurzamer energiesysteem wordt belemmerd. Nederland ondersteunt reeds afnemers die een energiegemeenschap willen oprichten en kijkt uit naar de aangekondigde richtsnoeren van de Commissie.

Het kabinet steunt ook de oproep in de mededeling om met flexibiliteit ervoor te zorgen dat er minder netinvesteringen noodzakelijk zijn. Net als de Commissie ziet het kabinet het belang om afnemers o.a. via tijdsafhankelijke nettarieven te stimuleren hun verbruik zo mogelijk te verplaatsen naar momenten op de dag die minder belastend zijn voor het elektriciteitsnet, zodat minder investeringen nodig zijn en daarmee de nettarieven minder stijgen. Afnemers die hun verbruik weten te verplaatsen naar uren buiten de pieken zullen daar ook financieel voordeel bij hebben.

Voor wat betreft het stimuleren van het gebruik van schone en energie-efficiënte technologie onderschrijft het kabinet het belang van verschillende vormen van stimulering en innovatieve oplossingen om toegang tot schone, energie-efficiënte technologie te verbeteren. Om bewoners en gebouweigenaren handelingsperspectief te bieden om in te spelen op fluctuerende energieprijzen, moeten slimme, aanstuurbare apparaten de norm worden. Als bewoners rekening kunnen houden met het moment waarop de leveringsprijzen of nettarieven laag zijn, dan kunnen zij goedkoper hun huis verwarmen. Nederland zal zich op Europees niveau inzetten voor Europese standaarden voor slimme apparaten.

Ook steunt het kabinet de stelling van de Commissie dat iedere consument de mogelijkheid moet hebben om aanbod van energiecontracten onderling te vergelijken om een bewuste keuze kunnen te maken die past bij zijn of haar voorkeuren en situatie. Het kan betekenen dat het goedkoopste aanbod niet goed past bij deze voorkeuren en situatie, bijvoorbeeld als de consument gebaat is bij de zekerheid van een energiecontract met vaste tarieven, terwijl een flexibel contract goedkoper is. Het is daarom van groot belang dat deze overweging meegenomen wordt in het adviseren van de klant over een passend energiecontract. Het kabinet onderschrijft het belang van goed kunnen overstappen en daarmee het doel van de Europese aanbeveling. Het kabinet wacht de aangekondigde technische regels voor overstappen en de aangekondigde aanbevelingen met belangstelling af.

Met een uitrol van slimme meters van meer dan 93% van alle aansluitingen en een in de Energiewet geborgd systeem voor gestandaardiseerde data-uitwisseling zijn de randvoorwaarden voor het uitwisselen van gegevens voor flexibiliteit in Nederland reeds aanwezig. De door de Commissie voorgestelde maatregelen zijn vrij generiek verwoord, maar sluiten in beginsel aan op de kaders van de Energiewet: burgers en bedrijven hebben reeds de mogelijkheid om deel te nemen aan flexibiliteitsdiensten en extra richtsnoeren om de vergoeding van flexibiliteit in kleinhandelscontracten te bevorderen kan behulpzaam zijn; en onder het regime van de Energiewet wordt reeds invulling gegeven aan eerder opgestelde Europese uitvoeringsverordeningen betreffende interoperabiliteitsvereisten en -procedures. Afhankelijk van het uiteindelijke voorstel van de Commissie kan dit waarschijnlijk goed worden ingebed in de reeds bestaande systematiek van gestandaardiseerde gegevensuitwisseling onder de Energiewet. Daarnaast wacht het Kabinet met interesse het richtsnoer voor bevorderen van vergoeding van flexibiliteit in kleinhandelscontracten af.

Een Europese dienstverleningscode tussen consumentenverenigingen, energieleveranciers en regelgevende instanties kan ervoor zorgen dat energieleveranciers zich verbinden aan bepaalde standaarden met betrekking tot de benadering van consumenten. Een dienstverleningscode is aanvullend op geldende wettelijke regels en vult deze praktisch in of stelt aanvullende eisen. In Nederland bestaat, naast de wettelijke regels, al lange tijd zelfregulering in de energiesector. Voor Nederland is belangrijk dat een eventuele dienstverleningscode in Europa geen afbreuk doet aan het niveau van zelfregulering dat al in Nederland is afgesproken. Daarnaast wijst Nederland erop dat zelfregulering pas effectief is als het plaatsvindt op grond van het motto ‘vrijwillig, maar niet vrijblijvend’. In een eventuele Europese dienstverleningscode zal dan ook een toezicht- en handhavingsmechanisme een plaats moeten krijgen.

Het kabinet wacht de richtsnoeren voor passende risicobeheer- en afdekkingsstrategieën af. Het kabinet pleit voor een veerkrachtige markt die tevens de energietransitie versnelt en vindt dat toezichthouders de bevoegdheid moeten hebben om in te grijpen bij ontoereikende risicostrategieën. Het kabinet hecht daarnaast veel waarde aan consumentenbescherming en verwelkomt maatregelen die zorgen voor bescherming tegen de volatiliteit van de energiemarkt en de naleving van leveringsverplichtingen onder stressscenario’s.

Het kabinet ziet uit naar aanvullende richtsnoeren en de actualisatie van de aanbevelingen op energiearmoede. Nederland geeft al op verschillende manieren invulling aan aanbevelingen en verplichtingen vanuit Europese richtlijnen die ook betrekking hebben op energiearmoede. Zo heeft Nederland bijvoorbeeld recent het concept National Renovation Plan (NBRP) opgeleverd en gepubliceerd voor consultatie, waarin onder andere een streefcijfer is opgenomen voor het verminderen van energiearmoede in relatie tot de energieprestatie van gebouwen. Verduurzaming is de structurele oplossing om energiearmoede tegen te gaan en huishoudens minder afhankelijk te maken van (fluctuaties in) fossiele energie. Daarnaast ligt het voor de hand betaalbaarheidsproblemen van de energierekening te bezien in het licht van de bredere problematiek rond bestaanszekerheid en armoede. Hoofdzakelijk kan worden gekeken naar het algemene beleid voor koopkracht en armoede. Inkomensondersteuning kan problemen met betrekking tot energiearmoede verlichten. Generiek koopkrachtbeleid kan echter niet gericht energiearme huishoudens bereiken. Daarom is het ook binnen het klimaatdomein van belang om voortvarend door te gaan met de verduurzamingsmaatregelen. De instrumenten in het energiedomein, zoals de energiebelasting, zijn niet ontworpen om aan effectief koopkracht- en armoedebeleid te doen. Daarnaast is voor maatregelen die de kosten compenseren dat van belang is dat dit niet ten koste gaat van de prikkel om energie te besparen en te verduurzamen.

Het kabinet ziet ook uit naar de ondersteunende richtsnoeren die de Commissie zal opstellen over het beschermen van kwetsbare afnemers tegen afsluiting bij hun energieleverancier. In Nederland is al sprake van een vroegsignaleringssysteem bij dreigende afsluiting door het niet betalen van de energierekening. Dit biedt bescherming aan alle afnemers. Specifiek voor kwetsbare huishoudens die een betalingsregeling nakomen, die een beroep doen op schuldhulpverlening of die een medische noodzaak hebben om energie te gebruiken, geldt dat er niet afgesloten kan worden vanwege betalingsproblemen.

Ten aanzien van de laatste pijler, het uitvoeren van bestaande wetgeving, blijft Nederland zich inspannen om bestaande EU-wetgeving op een goede en zorgvuldige manier te implementeren.

  1. Eerste inschatting van krachtenveld

Omdat er nog geen uitwisseling van posities tussen lidstaten in de Raad heeft plaatsgevonden, ontbreekt momenteel nog een compleet beeld van het krachtenveld. Uit eerdere onderhandelingen rond de hervorming van de elektriciteitsmarkt en het recente Grids Package is wel gebleken dat lidstaten graag flexibiliteit behouden om zelf regels te stellen rond participatie van huishoudens en energiedelen. Over het algemeen steunen lidstaten de inzet van de Commissie op EU energie armoedebeleid, al verschillen lidstaten van mening of dit via subsidies/compensatie of een vorm van prijs-/markt interventie moet. Ook ten aanzien van de positie van het Europees Parlement bestaat nog geen compleet beeld, al blijkt uit eerdere behandeling van regels over soortgelijke onderwerpen (Electricity Market Design) doorgaans steun voor verdergaande regulering en harmonisatie op Europees niveau ten behoeve van consumentenbescherming.

  1. Grondhouding ten aanzien van bevoegdheid, subsidiariteit, proportionaliteit, financiële gevolgen en gevolgen voor regeldruk, concurrentiekracht en geopolitieke aspecten

  1. Bevoegdheid

Ten aanzien van de mededeling die nu voorligt, is de grondhouding van het kabinet positief. De mededeling heeft betrekking op energie. Op dit terrein is sprake van een gedeelde bevoegdheid tussen de EU en de lidstaten op grond van artikel 4, lid 2, onder i , VWEU).

  1. Subsidiariteit

De grondhouding van het kabinet is positief. De mededeling heeft tot doel om betaalbare en schone energie beschikbaar te maken voor iedereen in de EU. Gezien de interne Europese energiemarkt en het belang van betaalbare en schone energie kan dit onvoldoende door de lidstaten op centraal, regionaal of lokaal niveau worden verwezenlijkt. Daarom is een EU-aanpak nodig. Door de aangekondigde richtsnoeren in de breedte van het energielandschap wordt het gelijke speelveld op het terrein van onder andere consumentenbescherming en het verduurzamen van gebouwen verbeterd en kan er ingezet worden op bijvoorbeeld een Europese norm voor het gebruik van slimme apparaten. Om die redenen is optreden op het niveau van de EU gerechtvaardigd.

  1. Proportionaliteit

De grondhouding van het kabinet is positief. De mededeling heeft tot doel om betaalbare en schone energie beschikbaar te maken voor iedereen in de EU. Het voorgestelde optreden is geschikt om deze doelstelling te bereiken, omdat deze mededeling integraal beschrijft welke acties genomen zouden kunnen worden voor schone en betaalbare energie op verschillende onderdelen van het energiedomein. Bovendien gaat het voorgestelde optreden niet verder dan noodzakelijk, omdat er geen verplichtingen worden opgelegd. Op veel gebieden is het logisch dat er vanuit de EU ingezet wordt op een gezamenlijke inzet, bijvoorbeeld op passende risicostrategieën, gezien de interne Europese markt. Het is aan lidstaten om deze acties af te wegen en de mededeling laat daarmee voldoende ruimte voor de lidstaten.

  1. Financiële gevolgen

Uit de mededeling volgen geen directe financiële gevolgen voor zowel de EU-begroting als de nationale begrotingen van lidstaten. Het is nog onbekend of er financiële gevolgen zijn voor de nog uit te werken acties en richtsnoeren. Indien er toch gevolgen zijn voor de EU-begroting is Nederland van mening dat de benodigde EU-middelen gevonden dienen te worden binnen de in de Raad afgesproken financiële kaders van de EU-begroting 2021-2027 en dat deze moeten passen bij een prudente ontwikkeling van de jaarbegroting. Eventuele budgettaire gevolgen voor Nederland worden ingepast op de begroting van het/de beleidsverantwoordelijk(e) departement(en), conform de regels van de budgetdiscipline.

  1. Gevolgen voor regeldruk, concurrentiekracht en geopolitieke aspecten

De mededeling heeft op dit moment geen directe gevolgen voor de regeldruk en administratieve lasten, voor de overheid, bedrijfsleven of burgers. Op het moment dat de Commissie aanvullende richtsnoeren publiceert zal moeten worden bezien of deze tot mogelijke regeldrukeffecten zullen leiden. Zo zouden mogelijk regeldrukeffecten verwacht kunnen worden bij bijvoorbeeld de aangekondigde technische regels voor overstappen. Deze zijn op dit moment echter nog niet te kwantificeren omdat nog niet duidelijk is hoe die regels er uit gaan zien. Het kabinet zal zich inzetten voor zo min mogelijk extra regeldrukkosten voor het bedrijfsleven.

Hoewel de aanbeveling primair is geformuleerd vanuit consumentenbescherming, betaalbaarheid en het terugdringen van energiearmoede, heeft het een duidelijke connectie met geopolitieke aspecten. Door sterk in te zetten op elektrificatie en op “schone energie die Europa voor zichzelf kan produceren” vermindert de EU haar afhankelijkheid van geïmporteerde fossiele brandstoffen en daarmee haar kwetsbaarheid voor externe schokken op de wereldenergiemarkten, zoals conflicten die de productie en levering van olie en gas onder druk zetten. Dit versterkt de strategische autonomie van de EU op energiegebied en maakt dat het voorstel goed aansluit bij de snel veranderende geopolitieke context waarin de Europese energievoorziening onder druk staat

Daarnaast zijn de voorgestelde maatregelen gericht op lagere en stabielere elektriciteitsprijzen, efficiëntere netten en een versnelling van de uitrol van schone technologie.

De mededeling koppelt dit expliciet aan het vergroten van de concurrentiekracht van Europa en aan het versterken van Europese fabrikanten van schone technologie via grotere vraag, investeringszekerheid en groei van de arbeidsmarkten in deze sector. Daarmee beïnvloedt het voorstel direct de kostenstructuur van bedrijven en de positie van de Europese economie in de mondiale concurrentie.

Een gezonde, concurrerende, weerbare Europese economie draagt bij aan het vermogen van de EU om zich met andere economische grootmachten te meten en de Europese en nationale belangen te behartigen. De voorstellen in de mededeling kunnen daarom bijdragen aan de Europese en Nederlandse agenda om de weerbaarheid van de Unie te vergroten en de concurrentiepositie van het Europese bedrijfsleven te versterken.