Fiche: Mededeling Strategie voor investeringen in schone energie
Brief regering
Nummer: 2026D18636, datum: 2026-04-17, bijgewerkt: 2026-04-17 16:52, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken
Onderdeel van zaak 2026Z08316:
- Volgcommissie: vaste commissie voor Digitale Zaken
- Volgcommissie: vaste commissie voor Europese Zaken
- Volgcommissie: vaste commissie voor Economische Zaken
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei
Preview document (🔗 origineel)
Fiche 2: Mededeling Strategie voor investeringen in schone energie
Algemene gegevens
Titel voorstel
Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s Strategie voor investeringen in schone energie (Engels: Clean Energy Investment Strategy)
Datum ontvangst Commissiedocument
10 maart 2026
Nr. Commissiedocument
COM(2026) 116
EUR-Lex
eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:52026DC0116
Nr. impact assessment Commissie en Opinie
Niet opgesteld
Behandelingstraject Raad
Vervoer, Energie en Telecomraad (Energieraad)
Eerstverantwoordelijk ministerie
Het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat
Essentie voorstel
Op 10 maart 2026 publiceerde de Europese Commissie (hierna: de Commissie) de Strategie voor investeringen in schone energie (hierna: de strategie). De strategie ondersteunt de doelstellingen van het Actieplan voor betaalbare energieprijzen1 en maakt deel uit van een breder pakket2 aan initiatieven gericht op het versterken van de concurrentiekracht van Europa, het vergroten van de energieonafhankelijkheid en de betaalbaarheid van energie voor huishoudens en bedrijven.
In de strategie wordt gesteld dat de Europese Unie voor een zeer grote investeringsopgave staat om haar energie- en klimaatdoelen te realiseren, de concurrentiekracht van Europa te verbeteren en de afhankelijkheid van fossiele energie-importen te verminderen. Volgens de strategie moeten de totale energie gerelateerde investeringen in Europa stijgen tot ongeveer €660 miljard per jaar in de periode 2026–2030 en €695 miljard per jaar in de periode 2031–2040. In de periode 2011–2021 bedroegen deze investeringen gemiddeld ongeveer €240 miljard per jaar.
Europese en nationale overheden kunnen volgens de Commissie slechts een beperkt deel van de totale investeringsbehoefte dekken. Daarom is het mobiliseren van privaat kapitaal essentieel voor het succes van de energietransitie. Ondanks de grote hoeveelheid kapitaal die beschikbaar is bij private investeerders, zoals pensioenfondsen, verzekeraars en investeringsfondsen, vloeit dit kapitaal volgens de Commissie nog onvoldoende naar energieprojecten, waarbij een belangrijke focus wordt gelegd op investeringen in elektriciteitsinfrastructuur. Om het mobiliseren van meer – en meer diverse soorten – privaat kapitaal te bevorderen, wijst de Commissie ook op het verdiepen en integreren van de Europese kapitaalmarkten. Verder wijst de strategie erop dat sommige voordelen van investeringen in schone energie – zoals bijdrage aan systeemstabiliteit, energiezekerheid en lagere emissies – niet volledig tot uitdrukking komen in de business cases voor investeerders. Hierdoor kunnen investeringen financieel minder aantrekkelijk zijn dan zij vanuit maatschappelijk perspectief zijn.
Om deze investeringskloof te overbruggen presenteert de Commissie een strategie die vooral gericht is op het mobiliseren van privaat kapitaal. Een belangrijk uitgangspunt daarbij is dat publieke financiering strategisch wordt gebruikt voor risicodeling, garanties en co-financiering, als een hefboom om private investeringen aan te trekken. Hierdoor kunnen private investeerders met minder risico investeren, zodat elke euro aan publieke middelen een grotere totale investering kan mobiliseren. Publieke financiële instellingen spelen hierbij een belangrijke rol. Met name de Europese Investeringsbank (hierna EIB) wordt gezien als een belangrijke partner bij het financieren van energieprojecten. Door middel van leningen, garanties en andere financiële instrumenten – zoals een Operator Securitisation facility waarmee gereguleerde inkomstenstromen zouden kunnen worden omgezet in onmiddellijke liquiditeit – kan deze instelling volgens de Commissie bijdragen aan het verminderen van investeringsrisico’s en het aantrekken van private investeerders.
Daarnaast wil de Commissie de toegang van energieprojecten tot kapitaalmarkten verbeteren. Veel energieprojecten genereren stabiele inkomsten over een lange periode, bijvoorbeeld via gereguleerde netwerktarieven of langlopende energiecontracten. De strategie stelt voor om deze toekomstige inkomstenstromen beter te benutten door ze te structureren in financiële producten die aantrekkelijk zijn voor institutionele beleggers. Door energie-investeringen om te zetten in liquide en goed beoordeelde financiële producten, kunnen grote beleggers volgens de Commissie gemakkelijker investeren in de energietransitie.
De Commissie wil ook de risico’s van investeringen in innovatieve schone-energietechnologieën verkleinen, omdat een groot deel van de benodigde emissiereducties richting 2050 afhankelijk is van technologieën die nog niet marktrijp zijn. Samen met de EIB en via programma’s zoals InvestEU en het Innovation Fund wordt financiering gestimuleerd voor onder meer langdurige energieopslag, nieuwe vormen van hernieuwbare energie, CO2-opslag en -hergebruik, en kleine kernreactoren (Small Modular Reactors, oftewel SMR’s). In 2025 investeerde de EIB-groep EUR 4,1 mld. in Nederland, hiervan kwam ruim EUR 1,4 mld. ten goede aan ‘duurzame energie en natuurlijke grondstoffen’. Daarnaast wordt ingezet op ondersteuning van scale-ups, versterking van financiering voor energie-efficiëntie (met name voor kleine en middelgrote ondernemingen) en betere coördinatie van publieke middelen tussen lidstaten. Het doel is onderzoek en innovatie te versnellen, investeringsrisico’s te beperken en de transitie naar betaalbare, betrouwbare en koolstofvrije energie te ondersteunen.
Ook samenwerking met de financiële sector dient volgens de Commissie te worden versterkt. De strategie stelt voor dat beleidsmakers, financiële instellingen en projectontwikkelaars nauwer samenwerken in een Energy Transition Investment Council om beleid zo goed mogelijk te kunnen laten aansluiten op behoeften van investeerders en private financiers.
Nederlandse positie ten aanzien van het voorstel
Essentie Nederlands beleid op dit terrein
In Nederland zien we een investeringsopgave in de energietransitie die (geschaald naar BNP) vergelijkbaar is met de opgave die de Commissie schetst in haar strategie. Een indicatieve analyse van TNO laat voor Nederland ook een sprong zien in benodigde investeringen van circa EUR 18 mld per jaar ten behoeve van het huidige systeem, naar EUR 42 - 59 mld per jaar vanaf nu tot 2050 voor de transitie naar klimaatneutraal. TNO merkt daarbij op dat cijfers over het investeringsniveau in recente jaren al een stijging laten zien.
Het kabinet acht het beter mobiliseren van privaat kapitaal voor schone energietechnologieën van groot belang voor het succes van de transitie naar een klimaatneutraal energiesysteem dat minder strategische afhankelijkheden kent. Het kabinet zet hierop in via verschillende instrumenten.
Voor wat betreft investeringen in het Nederlandse elektriciteitsnet geldt dat de systeembeheerders, zowel de beheerder van het landelijke hoogspannings-elektriciteitsnet TenneT als de regionale distributiesysteembeheerders, volledig in publieke handen zijn.3 Het kabinet hecht hieraan omdat het vitale infrastructuur betreft. Het zijn in de eerste plaats de aandeelhouders die verantwoordelijk zijn voor het eigen vermogen. Voor TenneT is dit de Nederlandse staat, voor de regionale systeembeheerders zijn dit gemeenten en provincies, en in het geval van de regionale systeembeheerder Stedin ook de Nederlandse staat. In november 2022 zijn regionale systeembeheerders en het kabinet een afsprakenkader overeengekomen met betrekking tot de toekomstige kapitaalbehoefte van de bedrijven.4 De overheidsparticipaties worden als hefboom gebruikt voor het aantrekken van vreemd vermogen.
Sinds 2025 heeft de staat aan TenneT een instellingsgarantie verleend waardoor het tegen gunstige voorwaarden vreemd vermogen kan aantrekken. Ook de regionale systeembeheerders beschikken met hun bestaande instrumentarium al over voldoende financieringsmogelijkheden, waaronder hybride obligaties. De kleinere systeembeheerders beschikken over een bancaire kredietfaciliteit.
Voor wat betreft innovatieve klimaat- en energietechnologie (clean tech) is de inzet van het kabinet gericht op het stimuleren van onderzoek, ontwikkeling, demonstratie en opschaling, en financiering. Zo heeft het kabinet over de periode 2020-2024 gemiddeld EUR 300 miljoen per jaar uitgegeven aan de ondersteuning van onderzoek en innovaties die bijdragen aan de energietransitie.5 Financiering van deze projecten kent daarbij altijd een publiek deel (subsidie) en een privaat deel. Zodoende is er bijvoorbeeld via de subsidieregeling Demonstratie Energie-en Klimaatinnovatie+ (DEI+) in de afgelopen tien jaar circa EUR 540 mln aan subsidie verstrekt aan bijna vierhonderd pilot- en demonstratieprojecten. Aan de private zijde heeft dit geleid tot een mobilisatie van circa € 1,76 mld aan privaat kapitaal.6 Naast de DEI+ zet het kabinet met verschillende andere subsidieregelingen, waaronder de regelingen Missiegedreven Onderzoek, Ontwikkeling en Innovatie (MOOI); Versnelde Klimaatinvesteringen Industrie (VEKI); Nationale Investeringsregeling Klimaatprojecten Industrie (NIKI) en Stimulering Duurzame Energieproductie en Klimaattransitie (SDE++), alsook verschillende Nationaal Groeifondsprogramma's, in op de bevordering van klimaat- en energietechnologie in de verschillende fasen van onderzoek tot en met opschaling en uitrol. Deze regelingen dragen bij aan het mobiliseren van private financiering.
Het kabinet werkt nauw samen met Invest-NL aan gerichte programma's en de ontwikkeling van nieuwe financiële en niet-financiële instrumenten die beogen privaat kapitaal te ontsluiten. In Nederland speelt Invest-NL een cruciale rol bij het mobiliseren van privaat kapitaal voor innovatieve projecten en bedrijven die energietransitie. Invest-NL heeft hier een toegevoegde waarde naast de rol en het kapitaal van de EIB, onder meer door een sterk netwerk, kennis en ervaring. Daarnaast zet het kabinet met de Versterkte Aanpak Nieuwe industrie in op het aantrekken en laten opschalen van bedrijven met schone technologieën door de juiste randvoorwaarden te creëren voor het opschalen van innovatieve groene scale-ups en vestigen van grootschalige groene projecten.7 Door in te zetten op ‘ketenontwikkeling’ op het gebied van beleid, marktcreatie, financiering, ruimte en vergunningen wordt deze opschaling van clean tech gefaciliteerd.
In lijn met wat in de strategie van de Commissie beoogd wordt met de Investeringsraad voor de energietransitie, worden in Nederland sinds 2024 door het ministerie van Economische Zaken en Klimaat onder begeleiding van Invest-NL met enige regelmaat financieringstafels georganiseerd. Aan deze tafels bespreken beleidsmakers, (institutionele) investeerders en private financiers concrete financieringsknelpunten in de energietransitie en welke oplossingsrichtingen hiervoor mogelijk zijn.
Ook zet het kabinet in op het mobiliseren van privaat (risico)kapitaal, waaronder via Invest-NL en Nederlandse inzet op het verdiepen en integreren van de Europese kapitaalmarktunie.
De EIB speelt hierin een belangrijke rol.
Beoordeling + inzet ten aanzien van dit voorstel
Het kabinet onderschrijft het door de Commissie geschetste beeld van de omvangrijke en groeiende investeringsopgave in de energietransitie en deelt de opvatting dat een bredere inzet en mobilisatie van privaat kapitaal nodig is om deze opgave te realiseren. De voorgestelde richting ziet het kabinet als een eerste stap. Nadere uitwerking en implementatie is hierbij van belang, zodat ook daadwerkelijk meer investeringen plaatsvinden.
Ten aanzien van de voorstellen van de Commissie om de financiering van energie-infrastructuur te verbeteren, onder meer door de balansen van systeembeheerders te versterken en de toegang tot financiering te ondersteunen, heeft het kabinet een positieve grondhouding. Dit met name gezien de grote investeringsbehoefte in energie-infrastructuur in Europa de komende jaren, die noodzakelijk is voor de energietransitie en het versterken van het concurrentievermogen. De inzet van de Commissie om inkomstenstromen uit energieprojecten te structureren in financiële producten die aantrekkelijk zijn voor institutionele beleggers, kan de financieringskosten in de energietransitie verlagen en de druk op publieke middelen en risicoafdekking door de overheid doen afnemen. Hierdoor kunnen dan met beschikbare publieke middelen meer investeringen ondersteund worden in duurzame energie, energie-efficiëntie, elektriciteits-, warmte- en waterstofnetwerken. Tegelijkertijd vraagt het kabinet zich af of de genoemde voorstellen in den brede tot voldoende impuls zullen leiden om de in de mededeling gestelde investeringsdoelen in de EU te bereiken.
De genoemde initiatieven, zoals de Operator Securitisation Facility (OPS) vereisen nadere uitwerking, met name met betrekking tot de rol van de EIB en risicoverdeling, voordat een uitgebreidere appreciatie mogelijk is. In het algemeen steunt het kabinet initiatieven van de EIB met betrekking tot securitisatie – waarbij leningen of andere (toekomstige) inkomensstromen worden omgezet in verhandelbare effecten – zolang dit ten goede komt aan impactvolle investeringen, zoals op hernieuwbare energie en clean tech, en het past binnen de operationele planning (GOP) van de EIB. Het kabinet ziet de verdere uitwerking van het OPS-voorstel graag tegemoet.
Ten aanzien van de bijdrage van EUR 500 mln van de EIB aan een voorgesteld Strategic Infrastructure Investment Fund (SII Fund) voor elektriciteitsinfrastructuur, heeft het kabinet meer informatie nodig voor een nadere appreciatie, zoals over de structuur en governance van het fonds, de verhouding tot andere (bestaande) EU-instrumenten en de wijze waarop dit past binnen de jaarbegroting en strategie van de EIB. Het kabinet heeft een positieve grondhouding ten aanzien van voorstellen van de EIB die bijdragen aan het mobiliseren van privaat kapitaal voor grootschalige energie-infrastructuurprojecten, in het bijzonder in de vorm van vreemd vermogen voor het financieren van investeringen in het elektriciteitsnet, waarbij EIB investeringen als ankerkapitaal worden gebruikt. De regionale systeembeheerders, die in een aantal gevallen nu al voor het uitvoeren van hun investeringen gefinancierd worden door de EIB, bepleiten wel een snellere en eenvoudiger procedure voor het lenen van de EIB. Tegelijkertijd is het van belang dat de EIB-investeringen passen binnen de jaarbegroting van de EIB.
Het kabinet ziet uit naar een concreet voorstel in de Raad van Bewind van de EIB, waarbij het kabinet een positieve grondhouding heeft voor initiatieven die privaat kapitaal aantrekken en bijdragen aan impactvolle projecten.
Verder wordt er voorgesteld dat de EIB investeringen van gereguleerde systeembeheerders kan ondersteunen door de aankoop van hybride obligaties. De deelname van de EIB als ankerinvesteerder geeft een positief signaal aan andere investeerders. Aankoop van hybride obligaties door de EIB kan het kabinet steunen zolang het rendabele investeringen betreft, die voldoende additioneel zijn, en zolang dit past binnen de jaarbegroting en strategie van de EIB. Het kabinet steunt de EIB bij het financieren van activiteiten die anders moeilijk via de markt tot stand zouden komen, maar hierbij dient voorkomen te worden dat EIB private partijen uit de markt drukt en verlieslatend investeert.
Het kabinet ziet een belangrijke toegevoegde waarde voor nationale promotiebanken en instellingen in samenhang met de rol en de inzet van kapitaal door de EIB. Het kapitaal dat nationale promotiebanken en -instellingen kunnen inzetten is essentieel en bovendien hebben ze een sterk nationaal/regionaal netwerk en veel kennis van, en ervaring met financiering van ontwikkeling, toepassing en opschaling van innovatieve technologieën.
In de specifieke Nederlandse beleidscontext hebben de voorgestelde acties om meer privaat kapitaal te ontsluiten voor TenneT – afhankelijk van de uitwerking – niet zondermeer veel toegevoegde waarde. Ook voor de regionale systeembeheerders zijn de voorstellen naar verwachting van beperkt belang, gezien hun bestaande toegang tot de kapitaalmarkten, en omdat de aandelen van de distributiesysteembeheerders, krachtens de energiewet, niet in private handen mogen zijn. Kapitaalstortingen van de EIB in combinatie met private partijen zijn in de distributiesysteembeheerders in Nederland dus niet mogelijk. Om de strategie op dit punt volledig te kunnen appreciëren is eerst verdere uitwerking van de verschillende voorstellen nodig.
Het kabinet steunt de voorstellen van de Commissie gericht op risicovermindering van innovatieve technologieën voor de opwekking van schone energie en lange-termijn-opslag.
Het kabinet onderschrijft de noodzaak van innovatieve klimaat- en energietechnologie voor de energietransitie en ondersteunt de opvatting dat de ontwikkeling hiervan versneld moet worden mede in het licht van het afbouwen van strategische afhankelijkheden. Zoals het Internationaal Energieagentschap (IEA) immers benadrukt, is circa 35 procent van de benodigde CO₂-reductie afhankelijk van innovatieve technieken die nog niet commercieel beschikbaar zijn.8
Het kabinet ziet met name ook de barrières voor private financiering van innovatieve schone technologieën als beperking. Het Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) bedrijfsfinanciering laat zien dat er met name / ook in de latere opschaling een financieringsprobleem bestaat wegens de grote kapitaalbehoeften en risico’s bij scale-ups.9
Clean-tech-bedrijven hebben bij het ontwikkelen en op de markt brengen van producten doorgaans een lange doorloop voordat er commercialisatie plaatsvindt en daarbij is er vaak een onzekere afzetmarkt, wegens concurrentie met niet conventionele, niet duurzame producten die vaak veel voordeel hebben van een sterk regime met gevestigde bedrijven, bestaande infrastructuur en kennisbasis, regelgeving en standaarden, en gebruikersgewoonten. Daarnaast bestaat er bij innovatieve technologie door informatieasymmetrie vaak een hogere risicoperceptie bij investeerders. Hierbij dient tevens goed bewaakt te worden dat het Kader voor staatssteunmaatregelen ter ondersteuning van de Clean Industrial Deal niet zodanig strenge eisen stelt aan projecten die steun ontvangen, dat innovatieve projecten hier niet aan kunnen voldoen. Dit kan bijvoorbeeld gelden voor realisatietermijnen die bij uitrol van innovatieve technologieën vaak relatief lang zijn.
Het kabinet benadrukt, in lijn met de strategie, dat overheidsmiddelen als strategische hefboom ingezet moeten worden om privaat kapitaal te mobiliseren. De grootte van de hefboom is afhankelijk van de fase waarin onderzoek en innovatie zich bevindt. Over het algemeen geldt dat hoe dichter onderzoek en innovatie bij commercialisatie komt, des te kleiner de rol van publieke financiering hoort te zijn. De fase voor grootschalige marktintroductie staat bekend als de zogenoemde valley of death. In deze fase zijn de kosten hoog maar zijn er nog veel risico’s rond opbrengsten. Het kabinet ziet de noodzaak om deze complexe vallei te overbruggen en steunt de Commissie om instrumenten te ontwikkelen die risico's reduceren waardoor privaat kapitaal beter gemobiliseerd wordt.
Het kabinet steunt inzet vanuit EIB op het gebruik van bestaande instrumenten zoals hybride obligaties, energie-efficiëntie- en onderzoeks- en innovatiefinanciering (voor alle technology readiness levels), mits deze investeringen voldoende additioneel zijn, bijdragen aan beleidsdoelen van de EIB en passen binnen de jaarbegroting en strategie van de EIB. Specifieke initiatieven, zoals de lancering van een pilot in 2026 die tot doel heeft EUR 500 mln aan financiering te gebruiken om het aanbod en de toepassing van modellen voor 'energie-efficiëntie als dienst' te versnellen, zullen op zichzelf beoordeeld moeten worden. Het kabinet ziet een verdere uitwerking en voorstel in de Raad van Bewind van de EIB graag tegemoet. Het kabinet heeft een positieve houding tegenover de intentie van de EIB om via durfkapitaal en andere financiële producten steun te verlenen voor risicomitigatie rondom SMR's. Dit is reeds mogelijk binnen het bestaande beleid van de Bank.
Ten aanzien van het voorstel voor oprichting van een Investeringsraad voor de energietransitie onderschrijft het kabinet het belang van beleid dat goed aansluit bij de behoeften van investeerders, vooral gezien de strategische rol die particuliere langetermijninvesteringen spelen in de energietransitie. Het kabinet begrijpt dat een gestructureerde dialoog met investeerders cruciaal is om de juiste richting te bepalen en het beleid effectiever te maken. Het kabinet steunt daarom de oprichting van de Investeringsraad, met een subgroep die de betrokkenheid van nationale promotiebanken en -instellingen – zoals de Nederlandse Nationale Investeringsinstelling (Invest-NL) – en de Europese Investeringsbank versterkt. De Investeringsraad kan complementair zijn aan de nationale financieringstafels door inzichten uit te wisselen tussen de tafels en de Investeringsraad.
Eerste inschatting van krachtenveld
Er heeft in de EU nog geen behandeling van de strategie plaatsgevonden. Ook zijn er geen non-papers gepubliceerd in aanloop naar de publicatie waaruit het krachtenveld blijkt. De positie van lidstaten en het Europees Parlement is in dit verband nog niet bekend. In het algemeen bestaat er onder lidstaten en het Europees Parlement brede steun voor het versterken van de concurrentiekracht van Europa door o.a. de opschaling van schone energie-technologieën en het mobiliseren van privaat kapitaal via de EIB.
Grondhouding ten aanzien van bevoegdheid, subsidiariteit, proportionaliteit, financiële gevolgen en gevolgen voor regeldruk, concurrentiekracht en geopolitieke aspecten
Bevoegdheid
De grondhouding van het kabinet is positief. De mededeling heeft betrekking energie, interne markt en trans-Europese netwerken. Op deze terreinen is sprake van een gedeelde bevoegdheid tussen de EU en de lidstaten (Energie: artikel 4, lid 2 onder i VWEU; Interne markt: artikel 4, lid 2 onder a VWEU; Trans-Europese netwerken: artikel 4, lid 2 onder h VWEU).
Subsidiariteit
De grondhouding van het kabinet is positief. De mededeling heeft tot doel het aantrekken van particuliere investeringen in de energiesector te vergemakkelijken door de koppeling tussen het beschikbare particuliere kapitaal en de Europese pijplijn van energieprojecten te verbeteren. Aangezien het voorstel poogt om Europabreed investeringen te mobiliseren in (grensoverschrijdende) groene projecten, zoals innovatieve technologieën voor de opwekking van schone energie, lange-termijn-opslag en infrastructuur kan dit onvoldoende door lidstaten op centraal, regionaal of lokaal niveau worden verwezenlijkt, daarom is een EU-aanpak nodig.
Door betrokkenheid van de EIB wordt de gelijkheid van het speelveld verbeterd en kunnen grensoverschrijdende investeringen beter worden vormgegeven. De financieringsopgaven zijn groot en daarom kan betrokkenheid van de EIB van toegevoegde waarde zijn, al is de toegevoegde waarde voor Nederland mogelijk beperkt voor wat betreft elektriciteitsnetten.
In andere EU-landen en voor grensoverschrijdende investeringen (waarbij ook Nederland betrokken kan zijn) heeft de EIB mogelijk grotere toegevoegde waarde voor wat betreft investeringen in elektriciteitsnetten. Daarom is het voor het kabinet van belang dat de inzet van de EIB past binnen de jaarbegroting en strategie van de Bank en goed aansluit op nationale instrumenten en nationale promotiebanken en –instellingen. Om die redenen is optreden op het niveau van de EU dus gerechtvaardigd.
Proportionaliteit
De grondhouding van het kabinet is positief. De mededeling heeft tot doel het aantrekken van particuliere investeringen in de energiesector te vergemakkelijken door de koppeling tussen het beschikbare particuliere kapitaal en de Europese pijplijn van energieprojecten te verbeteren. Het voorgestelde optreden is geschikt om deze doelstelling te bereiken, omdat de strategie zich richt op het mobiliseren van privaat kapitaal via gerichte instrumenten, zoals risicodeling, garanties en de inzet van publieke financiële instellingen zoals de Europese Investeringsbank. Het voorgestelde optreden gaat niet verder dan noodzakelijk, als bewaakt wordt dat de inzet op EU-niveau die wordt voorgesteld complementair is aan nationale inzet op het bereiken van dezelfde doelen.
Financiële gevolgen
Het kabinet zal de Commissie vragen om verduidelijking over de financiële gevolgen van de toekomstige voorstellen. Nederland is van mening dat de benodigde EU-middelen gevonden dienen te worden binnen de in de Raad afgesproken financiële kaders van de EU-begroting 2021-2027 en dat deze moeten passen bij een prudente ontwikkeling van de jaarbegroting. Het kabinet wil niet vooruit lopen op de integrale afweging van middelen na 2027. (Eventuele) budgettaire gevolgen worden ingepast op de begroting van het/de beleidsverantwoordelijk(e) departement(en), conform de regels van de budgetdiscipline.
Gevolgen voor regeldruk, concurrentiekracht en geopolitieke aspecten
De mededeling legt geen additionele verplichtingen op aan bedrijven en leidt daarmee niet tot additionele effecten in de regeldruk.
Door grootschalige particuliere en publieke investeringen in schone energie, netwerken en energie‑efficiëntie te mobiliseren, beoogt de Commissie de Europese afhankelijkheid van geïmporteerde fossiele brandstoffen en van risicovolle derde landen in strategische waardeketens te verkleinen. De nadruk op strategische autonomie, energiezekerheid en risicobeperking vermindert de kwetsbaarheid van de EU voor externe schokken op de wereldenergiemarkten en voor geopolitieke druk via energie‑ en technologieafhankelijkheden. Daarnaast zijn de voorgestelde maatregelen gericht op het versterken van de Europese concurrentiekracht door beschikbaar kapitaal beter te verbinden met een pijplijn van energie‑ en infrastructuurprojecten, de rol van de EIB‑groep te versterken en investeringen in innovatieve schone‑energie technologieën te versnellen. Daarmee ondersteunt de mededeling de ontwikkeling van Europese industriële en technologische capaciteit in sleutelsectoren van de energietransitie, met beoogde positieve effecten op werkgelegenheid, kostenniveaus voor bedrijven en de positie van Europese ondernemingen in de mondiale economie.
Een sterkere, duurzamere en financieel beter gefundeerde Europese energie‑ en industriebasis vergroot het vermogen van de EU om zich te meten met andere economische grootmachten en haar belangen te behartigen. De voorstellen in deze mededeling sluiten daarmee aan bij de Europese en Nederlandse inzet op strategische autonomie, economische weerbaarheid en het versterken van de concurrentiepositie van het Europese bedrijfsleven.
BNC-fiche Actieplan betaalbare energieprijzen, Kamerstuk 22 112, nr. 4021↩︎
Op 10 maart 2026 zijn naast de Clean Energy Investment Strategy, ook het Citizens Energy Package en de Stretegy for Smal Modular Reactors uitgebracht.↩︎
Dit is op basis van artikel 3.14 van de Energiewet.↩︎
Kamerstukken II, 2022/23, 32 813 en 29 023, nr. 1147. De Energiewet stelt daarnaast eisen aan de kredietwaardigheid van systeembeheerders (art.3.75).↩︎
Hoeveel geld investeert Nederland in energieonderzoek? | RVO.nl↩︎
Kamerstukken II, 2024/25, 29 826, nr. 234.↩︎
Kamerstukken II 2023/24, 32637, nr. 646↩︎