Standen van de Uitvoering BZK 2024
Brief regering
Nummer: 2026D18646, datum: 2026-04-17, bijgewerkt: 2026-04-17 16:57, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: P.E. Heerma, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (Ooit CDA kamerlid)
- Stand van de uitvoering Logius 2024
- Stand van de uitvoering RvIG 2024
- Stand van de uitvoering Huis voor Klokkenluiders 2024
- Stand van de uitvoering AcICT 2024
- Beslisnota bij Kamerbrief over Standen van de Uitvoering BZK 2024
Onderdeel van zaak 2026Z08320:
- Volgcommissie: vaste commissie voor Digitale Zaken
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Binnenlandse Zaken
Preview document (🔗 origineel)
Middels deze brief zend ik u, mede namens de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de Standen van de Uitvoering van Logius, de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG), Huis voor Klokkenluiders en het Adviescollege ICT-Toetsing (AcICT). In de Standen van de uitvoering hebben de betreffende uitvoeringsorganisaties de voornaamste knelpunten opgenomen waar zij in hun taakuitoefening tegenaan zijn gelopen. De standen van uitvoering van de uitvoeringsorganisaties op het gebied van het herstel van de schade in Groningen zijn niet meegenomen in deze brief, omdat die in 2024 nog onder de verantwoordelijkheid van mijn ambtsgenoot van EZ vielen. Tevens informeer ik u over de voortgang en resultaten van de reeds eerder gesignaleerde knelpunten.
Knelpunten Standen van de Uitvoering 2024
Bovengenoemde organisaties hebben allen separaat een Stand van de Uitvoering opgesteld en/of een paragraaf in het jaarverslag opgenomen inzake de knelpunten waar zij in de uitvoering van hun dagelijkse praktijk hinder aan ondervinden.
In de standen is een duidelijke rode draad te zien. Uit de knelpunten die de uitvoeringsorganisaties en adviescolleges benoemen blijkt dat er nog onvoldoende sprake is van heldere en uitvoerbare opdrachten. De meest genoemde oorzaken die hieraan ten grondslag liggen zijn complexe wet- en regelgeving en de geringe betrokkenheid van uitvoering bij beleid. De uitvoeringsorganisaties hebben de indruk dat de uitvoerbaarheid van beleidsplannen nog teveel als een randzaak wordt gezien. Terwijl het juist een integrale randvoorwaarde zou moeten zijn voor het realiseren van beleidsdoelen. Ondanks dat er al goede stappen zijn gezet, zoals de verankering van uitvoeringstoetsen in het Beleidskompas, het vooraf toetsen op het doenvermogen en de organisatie van trialogen tussen beleid, uitvoering en politiek, blijft verdere verbetering mogelijk en nodig. Het kabinet streeft naar verdere vereenvoudiging van wet- en regelgeving en naar de actieve betrokkenheid van de uitvoerders bij de beleidsontwikkeling. Ik vraag uw Kamer om steun voor het centraal blijven stellen van de uitvoerbaarheid van wetgeving. Ter beeldvorming noem ik een aantal praktijkvoorbeelden die de organisaties hebben aangedragen die betrekking hebben op de oorzaken.
Voorbeelden van complexiteit in de opdracht
Logius en RvIG ondervinden in de praktijk dat zij, door de bestaande wet- en regelgeving enerzijds en de eisen vanuit één of meerdere beleidsopdrachten anderzijds, aan een breed en soms conflicterend scala aan eisen moeten voldoen. Voor het Digitaal Stelsel Omgevingswet bijvoorbeeld is lang discussie geweest om te komen tot generieke voorzieningen die invulling geven aan de verschillende achterliggende beleidsdoelstellingen. Die doelstellingen komen namelijk vanuit verschillende opdrachtgevers en programma’s.
Het kost deze organisaties veel (schaarse) capaciteit om een uitvoerbare invulling te geven aan deze eisen. Zij zouden gebaat zijn bij een beleidsopdracht die rekening houdt met al bestaande wet- en regelgeving, en andere eisen vanuit beleidsprogramma’s of stelsels. Het herzien van de beleidscyclus, met een grotere nadruk op het evalueren en herzien van beleid, kan bijdragen aan een verbeterslag op dit knelpunt.
Specifiek binnen het IT-domein is complexiteit in de opdracht vaak een knelpunt. Enerzijds zijn er veel beleidsmatige wensen ter versnelling van de digitale agenda, anderzijds kampen veel IT organisaties met verouderde systemen die onderhouden of vervangen moeten worden. Zo constateert AcICT dat soms onnodig gekozen wordt voor totale (en daarmee zeer risicovolle) vervanging van een verouderd IT-systeem, en dat er nog te weinig gedaan wordt ter voorkoming van problematische veroudering van systemen. RvIG heeft de afgelopen jaren veel functionaliteit toegevoegd aan de Basisregistratie Personen (BRP) en heeft tegelijkertijd gewerkt aan de legacy-thematiek van de applicaties. Zij verzoekt in haar stand van de uitvoering om tijd, zodat zij de interne organisatie op alle fronten op orde kan brengen en zo ruimte kan creëren om initiatieven ten uitvoer te brengen. Vanuit mijn rol zal ik toezien op een heldere prioritering van opdrachten; ambitieus maar met oog op het absorptievermogen van de uitvoeringsorganisaties.
Ook hier is het van belang om kennis en inzichten uit de uitvoering goed mee te laten wegen in beleidsmatige keuzes.
Voorbeelden van beperkte betrokkenheid van de uitvoering:
Juist de bovengenoemde complexiteit maakt dat betrokkenheid van de uitvoering bij beleidsvorming onverminderd belangrijk blijft. In de standen roepen alle organisaties nog steeds op om in een vroeg stadium meer betrokken te worden bij beleid. De uitvoering kan met deze ruimte professionele afwegingen maken en daarmee beleid voorzien van adviezen en randvoorwaarden in het belang van mensen, zodat de wet- en regelgeving beter aansluit bij de praktijk en tevens bijdraagt aan het efficiënter formuleren van opdrachten.
Een voorbeeld waarbij het belang van betrokkenheid van de uitvoering bij beleidsvorming duidelijk wordt is te zien bij Logius, waarbij voor de ontwikkeling van de zogenaamde Wallet het voor de uitvoering randvoorwaardelijk is om over inschattingen van het gebruik de wallet en het effect op het gebruik van DigiD te beschikken. Zonder deze inschattingen kan Logius onder meer de benodigde gebruikersondersteuning en infrastructuur niet goed inrichten. Deze inschattingen kan Logius niet zelfstandig maken, en moet daarvoor betrokken worden bij de beleidsvorming.
Voortgang en behaalde resultaten
Het afgelopen jaar is door de organisaties gewerkt aan verbeteracties ten aanzien van eerder gesignaleerde knelpunten.
Dat er sprake is van krapte op de arbeidsmarkt is een gegeven. Organisaties zijn bewust bezig met het efficiënt inzetten van de beschikbare capaciteit. Logius anticipeert hierop door te kijken op welke wijze zij de beschikbare capaciteit zo efficiënt mogelijk kan inzetten. RvIG heeft geïnvesteerd in leren en ontwikkelen, om enerzijds nieuwe medewerkers aan te trekken, maar ook de reeds werkzame medewerkers te behouden.
Een positief voorbeeld op het gebied van wet- en regelgeving is eveneens bij RvIG te zien. Door middel van een uitvoeringstoets en advies, heeft RvIG meegewerkt aan de ontvlechting van de Paspoortwet. Zo hoeft er bij wijzigingen in wetgeving voor de Nederlandse identiteitskaart, in het vervolg geen rijkswetprocedure te worden doorlopen.
Ook bij het Huis voor Klokkenluiders zijn positieve ontwikkelingen in de samenwerking tussen beleid en uitvoering, waar zij elkaars netwerk goed benutten in hulpvragen richting elkaar.
In de bestuurlijke overleggen tussen (beleids-)opdrachtgever, eigenaar en uitvoering wordt de stand van de uitvoering periodiek geagendeerd, om op deze wijze met elkaar in gesprek te blijven en te onderzoeken waar gezamenlijk aan gewerkt kan worden.
De maatschappelijke en politieke ontwikkelingen vragen om te blijven investeren in het versterken van de wendbaarheid, weerbaarheid en de publieke waarde van ons Ministerie en de daaraan verbonden uitvoeringsorganisaties. Aandacht voor de signalen uit de uitvoering is daarom belangrijk, evenals het in de gezamenlijkheid optreden om knelpunten aan te pakken. Hiertoe worden de onderwerpen uit de Standen van uitvoering periodiek besproken in de bestuurlijke overleggen tussen uitvoeringsorganisatie, (beleids-)opdrachtgever en eigenaar en zijn deze opgenomen in de jaarplannen.
Ik hoop u middels deze brief hiervan een duidelijk beeld te hebben gegeven.
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
Pieter Heerma