[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo]←NIEUW! [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Openstaande moties en toezeggingen op het gebied van digitalisering

Brief regering

Nummer: 2026D18969, datum: 2026-04-20, bijgewerkt: 2026-04-20 18:05, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van zaak 2026Z08431:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Geachte Voorzitter,

Met deze Kamerbrief wordt uw Kamer geïnformeerd over openstaande moties en toezeggingen op het gebied van digitalisering. In bijlage 1 is opgenomen om welke moties en toezeggingen het gaat en op welke pagina deze te vinden zijn. De moties en toezeggingen zijn verdeeld over vijf onderdelen, te weten:

  1. Digitale weerbaarheid en digitale autonomie.

  2. Dienstbare overheid.

  3. Digitale samenleving.

  4. Data, Artificiële Intelligentie en Algoritmen.

  5. Digitalisering algemeen.

Deze brief bevat onderwerpen die vallen onder de Staatssecretaris Digitale Economie en Soevereiniteit en de Staatssecretaris Koninkrijksrelaties en Slagvaardige Overheid. Op deze manier wordt uw commissie in één keer geïnformeerd.

  1. Digitale weerbaarheid en digitale autonomie

Motie Kathmann (GL-PvdA) - verkenning mogelijkheden cyberjaarverslag

De motie van het lid Kathmann (GL-Pvda) verzoekt de regering om met overheidsorganisaties en het bedrijfsleven te verkennen hoe het cyberjaarverslag, op basis van de Internationale Digitale Rapportage Standaard (IDRS), ingevoerd kan worden als brede standaard op een wijze die leidt tot lastenverlichting en het verbeteren van de veiligheid, en in de eerstvolgende verzamelbrief digitalisering te informeren over de uitkomsten.1 Deze verkenning richt zich op zowel de overheid als het bedrijfsleven. In januari van 2026 is ECP Platform voor de informatiesamenleving met de verkenning gestart. De verkenning wordt uitgevoerd in samenwerking met alle overheidslagen en het bedrijfsleven en is naar verwachting in de zomer van 2026 afgerond. Daarna zal deze naar uw Kamer worden verzonden.

  1. Dienstbare overheid

In 2025 zijn verschillende moties over laagdrempelige en empathische ondersteuning bij regelzaken met de overheid aangenomen, ondersteuning zoals deze ook door de Informatiepunten Digitale Overheid (IDO’s) wordt geboden. Er zijn meerdere toezeggingen aan uw Kamer gedaan over dit onderwerp.

Financiën IDO’s

De motie Kathmann (GL-PvdA)2 verzoekt de regering om structureel extra financiële middelen voor IDO-dienstverlening beschikbaar te stellen. Per 1 januari 2026 is de financieringsvorm voor IDO-dienstverlening namelijk veranderd. De specifieke uitkering (SPUK) IDO is met tien procent budgetkorting omgezet naar een fondsuitkering (decentralisatie-uitkering Overheidsbrede Dienstverlening).3 Uw Kamer is toegezegd om de eerder doorgevoerde tien procent budgetkorting te compenseren.4 Deze compensatie is opgenomen in de Voorjaarsnota 2026 welke op 27 maart jl. aan uw Kamer is verzonden.5 Bij vaststelling van de Voorjaarsnota 2026 door uw Kamer wordt deze toezegging als afgedaan beschouwd.

Dienstverlening

De gewijzigde motie van de leden Kathmann (GL-PvdA) en Vermeer (BBB) verzoekt de regering om de regiefunctie van bibliotheken in het aansturen van Informatiepunten Digitale Overheid te behouden.6 Er is toegezegd om uw Kamer in het vierde kwartaal van 2025 te informeren over de bestuurlijke afspraken die bij de uitvoering van de motie hierover worden gemaakt.7 Bovendien is uw Kamer toegezegd om rekening te houden met de uniformiteit van de dienstverlening.8 Verder verzoekt de motie Vermeer de regering om te waarborgen dat in iedere gemeente of regio een laagdrempelige, fysieke toegang tot de digitale overheid beschikbaar blijft, bijvoorbeeld via IDO's of een gelijkwaardige vorm van eerstelijns publieke dienstverlening, en hierover bindende afspraken met gemeenten vast te leggen.9

Gemeenten voeren al regie op de IDO-dienstverlening sinds de invoering van de SPUK IDO in 2022.10 Zij spelen ook een belangrijke rol in de overheidsbrede visie op lokale, fysieke publieke dienstverlening ‘Persoonlijk en Dichtbij’.11 Gemeenten voeren namelijk regie op het lokale ecosysteem van publieke dienstverlening, omdat zij hun inwoners en de lokale netwerken het beste kennen. Daarom zijn zij ook het beste gepositioneerd om bestaande, overheidsbrede ingangen, zoals IDO-dienstverlening en overheidsbrede loketten, beter in te bedden in de lokale netwerken. Hierbij is een lokale aanpak op maat de inzet. Deze moet aansluiten bij de behoeften, context en leefwereld van mensen lokaal, om zo ook het bereik van die dienstverlening te vergroten. Het bestendigen van enerzijds de regierol van gemeenten en anderzijds de uitvoerende rol van bibliotheken speelt hierbij een rol. Mocht de lokale context daar echter om vragen, dan kan de gemeente de IDO-dienstverlening ook bij een andere organisatie beleggen, mits het niveau van dienstverlening gewaarborgd blijft.

Daarnaast wordt bekeken of wetgeving op de langere termijn een passend instrument is om de verschillende doelen te bereiken op het gebied van overheidsbrede dienstverlening. Laagdrempelige en empathische ondersteuning, zoals onder andere geboden door IDO-dienstverlening, wordt meegenomen in dit bredere wetgevingsvraagstuk. De staatssecretaris van OCW en de minister van BZK zijn hierbij betrokken vanwege de verantwoordelijkheden voor de bibliotheken en de interbestuurlijke verhoudingen met gemeenten.

Tegelijkertijd wordt geprobeerd uw oproep om op de korte termijn de toegang tot IDO-dienstverlening voor burgers te waarborgen te verenigen met dit langetermijnperspectief. Er worden bestuurlijke afspraken gemaakt met gemeenten over de versterking van het lokale netwerk, het borgen van laagdrempelige ondersteuning en de meest passende financieringsvorm. Deze gesprekken zijn uiterlijk in het derde kwartaal van 2026 afgerond. Uw Kamer krijgt naar verwachting aan het begin van het vierde kwartaal van 2026 een terugkoppeling over de resultaten van deze gesprekken.

Beschikbaarheid van de Friese taal voor DigiD

Op 24 september jl. is in het commissiedebat Digitale Inclusie aandacht gevraagd voor het belang van de beschikbaarheid van DigiD in alle talen die in Nederland worden gesproken, waaronder het Fries. Hierop is uw Kamer toegezegd12 haar te informeren over de beschikbaarheid van andere talen zoals de Friese taal voor DigiD te onderzoeken. Uw Kamer heeft de motie van het lid Six Dijkstra (NSC) c.s. aangenomen waarin de regering wordt verzocht om DigiD ook in de Friese taal beschikbaar te maken.13

Het Rijk en de provincie Friesland hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid en zorgplicht voor de Friese taal en cultuur. Periodiek maken Rijk en Provincie bestuursafspraken (de Bestuursafspraak Friese Taal en Cultuur van 2024-2028) waarin diverse prioriteiten worden aangewezen om de Friese taal verder te beschermen en bevorderen. Het Rijk acht het van belang dat burgers overheidsdiensten kunnen gebruiken in hun eigen taal, waar mogelijk en haalbaar.

Uit onderzoek blijkt dat het mogelijk is om de DigiD-app en de website DigiD.nl naar het Fries te vertalen. Algemene informatie op DigiD.nl kan in het Fries aangeboden worden en gebruikers kunnen inloggen met DigiD in het Fries voor toegang tot dienstverlening. In de Wet gebruik Friese taal14 is vastgelegd dat eenieder de Friese taal kan gebruiken in het verkeer met bestuursorganen, voor zover deze in de provincie Friesland zijn gevestigd. DigiD is een landelijke dienst die binnen het bestuurlijk verkeer tussen burger en overheidsinstellingen toegang tot dienstverlening van de desbetreffende overheidsinstellingen faciliteert. Met een vertaling van de DigiD-app en de website DigiD.nl naar het Fries kunnen gebruikers in het verkeer met bestuursorganen gevestigd in de provincie Friesland de Friese taal gebruiken. Het is aan de overheidsinstellingen zelf om de dienstverlening in het Fries aan te bieden.

Voor het vertalen van DigiD naar het Fries houden we rekening met een doorlooptijd van negen maanden. De werkzaamheden aan de vertaling van DigiD in het Fries hebben invloed op andere prioriteiten bij Logius, zoals de Bevoegdheidsverklaringsdienst Ouderlijk Gezag en Wettelijk Vertegenwoordigen (BVD OG en WV). Het lid Ceder heeft onlangs in het wetgevingsoverleg van 2 maart aandacht gevraagd voor de digitale toegankelijkheid van overheidsdienstverlening voor mantelzorgers van mensen met een beperking die handelingsonbekwaam zijn, waarvoor deze BVD noodzakelijk is. We geven daar nu eerst prioriteit aan en niet aan de vertaling van DigiD naar het Fries. Met deze informatie is de toezegging afgedaan.

Motie Ceder (CU) en Bruyning (NSC) – Begrijpelijke invoering BSN op Bonaire, Sint-Eustatius en Saba

Met de gedeeltelijke inwerkintreding Wet invoering BSN en voorzieningen digitale overheid BES hebben alle inwoners van Bonaire, Sint-Eustatius en Saba sinds 11 november 2025 een burgerservicenummer (BSN).15 De motie van de leden Ceder (CU) en Bruyning (NSC) vroeg naar specifiek beleid voor digibeten en mensen die digitaal op afstand staan bij de invoering van het BSN.16

De voorbereidingen en implementatie is, zoals ook gevraagd in de motie, in nauwe samenwerking met de openbare lichamen tot stand gekomen en daarbij is nadrukkelijk aandacht besteed aan begrijpelijke communicatie en voorlichting richting inwoners. Aan de motie Ceder Bruyning is uitvoering gegeven door:

  • Een voorlichtingscampagne, offline en online, te voeren om inwoners te informeren over wat het BSN is, waarom ze het krijgen en hoe ze met het BSN omgaan.

  • Fysieke loketten in te richten waar mensen hun BSN konden ophalen.

  • Ervoor te zorgen dat ook na de BSN-ophaalweken inwoners hun BSN kunnen opvragen bij burgerzaken van de openbare lichamen en informatie kunnen krijgen.

Bij al deze acties is rekening gehouden met de op de eilanden gebruikelijke talen.

In het Aansluitplan Publieke Dienstverlening en Digitalisering, dat in 2026 naar uw Kamer komt, zal ook aandacht zijn voor mensen die digitaal op afstand staan.17

Evaluatie Wet digitale overheid (Wdo)

De Wet digitale overheid (Wdo) is op 1 juli 2023 gefaseerd in werking getreden. Artikel 23 van de Wdo bepaalt dat de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) binnen 3 jaar na de inwerkingtreding van de Wdo een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de wet in de praktijk aan beide Kamers toestuurt. Hierbij moet in het bijzonder aandacht worden geschonken aan de getroffen maatregelen op het gebied van beveiliging, privacybescherming en de toegankelijkheid van elektronische dienstverlening.

Op grond van artikel 1 van het Besluit houdende departementale herindelingen met betrekking tot digitale zaken is de Minister van Economische Zaken en Klimaat18 belast met aangelegenheden op het terrein van digitale zaken die voorheen waren opgedragen aan de Minister van BZK. Ingevolge de portefeuilleverdeling kabinet -Jetten19 is Staatssecretaris Digitale economie en soevereiniteit verantwoordelijk voor de kaderstelling digitale overheid en daarmee voor de Wdo. De Staatssecretaris BZK is verantwoordelijk voor de realisatie van de digitale overheid, waaronder de realisatie en het beheer van de Generieke Digitale Infrastructuur (GDI). Daarom sturen wij u gezamenlijk de evaluatie van de Wdo toe. Deze heeft betrekking op de eerste fase die nu in werking is. De onderzoekers hebben bij deze evaluatie de volgende vraag beantwoord: in hoeverre is de Wdo doeltreffend en wat zijn de effecten van de Wdo, in het bijzonder op het gebied van privacybescherming en toegankelijkheid van elektronische dienstverlening in de praktijk?

Zodra de overige bepalingen in werking zijn getreden, zullen ook die geëvalueerd worden en zal die evaluatie aan beide Kamers toegezonden worden.

Wet digitale overheid

De Wdo is een kaderwet die waarborgen biedt aan burgers en ondernemers bij de dienstverlening van de digitale overheid. De wet regelt algemene principes, taken en verantwoordelijkheden en procedures, geen gedetailleerde regels. De wet zorgt zo voor flexibiliteit bij nieuwe ontwikkelingen. De Wdo is ook toekomstbestendig: belangrijke waarden en zekerheden voor burgers, zoals gebruikersvriendelijkheid, betrouwbaarheid, veiligheid, privacy en digitale inclusie zijn geborgd.

De Wdo vormt de eerste tranche van regelgeving ten behoeve van verdere digitalisering van de overheid en beoogt de beweging naar de inzet van veiligere inlogmiddelen overheidsbreed te bewerkstelligen. De eerste tranche van de Wdo regelt dat alleen erkende inlogmiddelen voor toegang tot publieke dienstverlening zijn toegestaan, en biedt ook handvatten waarmee publieke dienstverleners het juiste beveiligingsniveau van hun dienstverlening kunnen bepalen. Ook biedt de Wdo de Minister van EZK de bevoegdheid om standaarden te verplichten in het elektronische verkeer met de overheid en regelt de wet de verantwoordelijkheid van de Minister van BZK voor het beheer van de voorzieningen en diensten binnen de GDI.

Op dit moment wordt door mij gewerkt aan een uitvoeringswet, inclusief aanpassing van de Wdo, waarmee de herziene eIDAS-verordening wordt geïmplementeerd. Hierdoor wordt het voor burgers mogelijk om veilig en betrouwbaar met een publieke EDI-wallet in te loggen en gegevens te delen met de overheid, maar ook met andere organisaties. Belangrijk daarbij is dat burgers daarvoor zelf kunnen kiezen, want gebruik van deze de wallet wordt vrijwillig. De beleidsvorming wordt naar verwachting dit jaar afgerond. Op basis hiervan zou eind 2026 een uitvoeringswet in consultatie gebracht kunnen worden. Verwachting is dat de uitvoeringswet -afhankelijk van de parlementaire behandeling - in 2028 in werking zou kunnen treden.

Bevindingen onderzoekers

De onderzoekers constateren dat de Wdo (als kader), voor zover in werking getreden, een toereikend instrumentarium biedt om het beoogde doel te kunnen bewerkstelligen. De Wdo heeft bijgedragen aan bewustwording rond veilig digitaal handelen en aan het bepalen van het juiste betrouwbaarheidsniveau bij digitale transacties.

De onderzoekers stellen ook vast dat de Wdo nadrukkelijk de verantwoordelijkheid van de Minister van BZK voor het beheer van GDI voorzieningen en diensten vastlegt en ruimte biedt voor de ontwikkeling van aanvullende GDI voorzieningen. Tenslotte wordt als positief punt aangemerkt dat er al enkele verplichte standaarden zijn aangewezen.

Aanvullend hierop geven de onderzoekers aan dat er in de uitvoering nog wel belangrijke stappen zijn te zetten om de doelen van de Wdo daadwerkelijk te kunnen bereiken.

Zo is de realisatie van de randvoorwaardelijke ICT-voorzieningen (Stelsel Toegang) nog niet gereed. Het effect - de toelating van betrouwbare nieuwe inlogmiddelen – blijft daardoor uit, aldus de onderzoekers. De onderzoekers stellen tevens dat aan de inrichting van het toezicht op de Wdo nog geen invulling is gegeven. Zij bevelen aan om het toezicht onder de Wdo te heroverwegen en bij een onafhankelijke toezichthouder te beleggen.

De onderzoekers wijzen ook op het ontbreken van een voorziening ten behoeve van wettelijke vertegenwoordiging en op het feit dat DigiD op het betrouwbaarheidsniveau hoog nog niet breed beschikbaar is.

De onderzoekers bevelen tot slot aan om de dialoog met het veld te intensiveren, en in te zetten op verwachtingenmanagement bij publieke dienstverleners over de effectuering van de Wdo, ook in relatie tot toekomstige ontwikkelingen op het terrein van het EDI-stelsel en de wallet.

Reactie op de bevindingen

Ik ben blij met de constatering van de onderzoekers dat de Wdo een toereikend instrumentarium biedt om het beoogde doel te kunnen bewerkstelligen en bijdraagt aan het toekomstvast regelen van de digitale overheid en aan bewustwording rond veilig digitaal handelen en aan het bepalen van het juiste betrouwbaarheidsniveau van digitale transacties.

De bevindingen worden voor een belangrijk deel herkend en de aanbevelingen worden ter harte genomen. Daarbij is het belangrijk om aan te geven dat de onderzoekers de evaluatie niet beperkt hebben tot de artikelen die in werking zijn getreden. Zij doen ook uitspraken over artikelen die niet inwerking zijn getreden. Ook ziet een deel van de bevindingen op de realisatie van de Wdo, hetgeen ressorteert onder de staatssecretaris van BZK.

Met de realisatie van de randvoorwaardelijke ICT-voorziening, het Stelsel Toegang, geeft de Minister van BZK uitvoering aan een stelsel waarmee
(semi-)publieke dienstverleners geholpen worden om te voldoen aan de acceptatieplicht van toegelaten inlogmiddelen onder de Wdo. Het toelaten van private inlogmiddelen zal naar verwachting leiden tot meer innovatie binnen de markt van inlogmiddelen en burgers en bedrijven krijgen zelf de keuzevrijheid met welk inlogmiddel ze kunnen inloggen. Daarnaast wordt met het Stelsel Toegang uitvoering gegeven aan de politieke en maatschappelijke wens om wettelijk vertegenwoordigen mogelijk te maken, zodat burgers en bedrijven namens een ander digitaal zaken kunnen doen met de overheid20. Thans lopen de consultaties van het besluit waarin dit geregeld wordt (Verzamelbesluit digitale overheid i.v.m vertegenwoordigen). Over een verkenning naar gebruiksvriendelijke alternatieven voor DigiD Hoog is gecommuniceerd in de Verzamelbrief van 11 juli 202521. De acceptatieplicht voor de onder de Wdo toegelaten middelen zal naar verwachting eind 2027 in werking kunnen treden. Hiervoor is nodig dat een toelatings- en erkenningsproces is ingericht waarmee belangstellende partijen zich kunnen aanmelden.

De dialoog met het veld over de realisatie van het Stelsel Toegang is vanuit het Ministerie van BZK al geïntensiveerd. Er is een implementatieteam ingericht dat publieke dienstverleners informeert over de voortgang van de realisatie van het Stelsel Toegang en de wijze van aansluiten. Ook worden er op reguliere basis overleggen georganiseerd met publieke dienstverleners. Daarbij wordt samen met publieke dienstverleners ook uitdrukkelijk aandacht besteed aan de samenhang tussen het Stelsel Toegang en de wallet/Europese Digitale Identiteit-stelsel (EDI-stelsel).

Voor wat betreft de naleving van de overige verplichtingen onder de Wdo, zal bij het aansluiten van de publieke dienstverleners op het Stelsel Toegang worden getoetst of zij hun diensten hebben geclassificeerd. Mocht er op basis van de praktijk aanleiding toe zijn, kan het toezicht worden aangescherpt. Het toezicht op publieke dienstverleners voor wat betreft de beveiliging van de toegang tot elektronische diensten zal met een auditplicht, volgens de huidige praktijk van de ICT-beveiligingsassessments DigiD, ingericht worden. Daarnaast is, om het feitelijk gebruik te meten, onder het Stelsel Toegang een monitoringsysteem voorzien, zoals nu bijvoorbeeld ook gehanteerd wordt voor de GDI-voorzieningen. De aanbeveling om het toezicht onder de Wdo weg te halen bij verantwoordelijke ministers en bij een onafhankelijke toezichthouder te beleggen, neem ik in overweging.

De naleving van een aantal verplichtingen, die gelden onder de Wdo, is nog niet voldoende ingeregeld. Dit geldt met name voor het toezicht op de naleving van de verplichte standaarden. De Kamer is bij brief van 16 februari 2026 geïnformeerd dat vanuit de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS) wordt ingezet op een versterkte aanpak op het afspreken, invoeren en handhaven van (digitale) standaarden, inclusief ondersteuning bij het invoeren daarvan.22 Het Ministerie van BZK zet hierbij in eerste instantie in op het, via implementatieteams, helpen van overheidsorganisaties bij de implementatie van de verplichte standaarden. Eventuele handhavingsinstrumenten kunnen ingezet worden wanneer deze helpende hand niet tot het gewenste resultaat leidt.

  1. Digitale Samenleving

Motie Koops (NSC) – Concrete voorstellen voor versterkte aanpak online intolerantie

Het lid Koops (NSC) heeft de regering per motie verzocht te komen met concrete voorstellen voor een versterkte aanpak van online intolerantie, en specifiek met voorstellen om online-echokamers te doorbreken, en hierbij in ieder geval, in overleg met toezichthouders en onlineplatforms, te onderzoeken hoe de inzet van trusted flaggers met specifieke expertise op het gebied van antisemitisme kan worden vergroot en versterkt.23 Deze motie sluit aan bij de in het coalitieakkoord opgenomen passages over een veilige en gezonde online omgeving voor iedereen.24

In het Plan van aanpak tegen online discriminatie staan meerdere concrete voorstellen voor de aanpak van online intolerantie en het bestrijden van echokamers. Dankzij de inwerkingtreding van het toezicht op de Digitale Dienstenverordening zijn platformen verplicht om transparant te zijn over hoe hun algoritmische systemen werken en over al hun content moderatie beslissingen. Ze worden ook verantwoordelijk gehouden voor de maatschappelijke risico’s die voortvloeien uit hun diensten, en gebruikers hebben recht op een niet-gepersonaliseerde ‘feed’. Toezichthouders zijn al verschillende procedures gestart om deze verplichtingen te handhaven. Vanuit het plan van aanpak online discriminatie zal dit jaar ook een landelijk gesprek starten over online normen en waarden. Daarin gaan op fysieke locaties in het land in gesprek over wat we wel en niet acceptabel vinden online, en gaan we via een eigen niet-polariserend dialoogplatform het gesprek faciliteren om echokamers te doorbreken. We zetten bovendien in op het versterken van de uitvoering van de digitaledienstenverordening (DSA) door potentiële trusted flaggers met specifieke expertise op het gebied van antisemitisme te ondersteunen in het vervullen van hun rol.25 Daarvoor werken we samen met de Nationaal Coördinator Antisemitisme Bestrijding. Hiermee is de motie Koops uitgevoerd.

Leeftijdsverificatie-applicatie

In opdracht van de Europese Commissie is afgelopen zomer een blauwdruk voor een online leeftijdsverificatie-applicatie gepresenteerd.26 Er zijn meerdere toezeggingen aan uw Kamer gedaan die betrekking hebben op deze applicatie.27,28,29 De motie van de leden Ceder (CU) en Six Dijkstra (NSC) raakt hier ook aan.30 Het doel van de applicatie is online platforms aansporen om te voldoen aan de verplichtingen uit de DSA om minderjarigen online te beschermen. Dit EU-initiatief heeft tot doel een geharmoniseerde, privacybeschermende en gebruiksvriendelijke aanpak te bieden die in de gehele EU kan worden overgenomen door lidstaten en/of online diensten. Het idee is dat lidstaten of private partijen deze blauwdruk gemakkelijk om kunnen zetten naar de nationale context. Dit kan door middel van een aparte (standalone) applicatie voor leeftijdsverificatie óf door de leeftijdsverificatie-functie zoals technisch beschreven in de blauwprint te integreren in een andere nationale app (bijvoorbeeld een EUDI Wallet). De Europese Commissie verwacht dit voorjaar ook Zero Knowledge Proof toe te voegen aan de specificaties van deze blauwdruk. Zero Knowledge Proof is een cryptografische methode waarmee kan worden bewezen dat iemand boven een bepaalde leeftijd is, zonder dat de leeftijd of identiteit van een persoon hoeft te worden onthuld.

Aan TNO is gevraagd om te kijken naar de organisatorische, juridische, technische en financiële haalbaarheid van nationale implementatie van een losse standalone leeftijdsverificatie-applicatie in Nederland. Hierbij kijkt TNO ook naar de impact op belangrijke waarden, zoals privacy, betrouwbaarheid, veiligheid en toegankelijkheid. Uw Kamer is toegezegd hierover verder geïnformeerd te worden. De resultaten van dit onderzoek zijn eind januari opgeleverd. Samen met experts worden deze resultaten geapprecieerd. Op basis van deze appreciatie zal uw Kamer naar verwachting later dit voorjaar geïnformeerd worden.

Meerjarige publiekscampagne

Aan de Kamer is toegezegd om een meerjarige publiekscampagne over smartphonegebruik op te zetten en hierop terug te komen.31 De campagne betreft een drieluik en heeft als doel om ouders te stimuleren hun kinderen online te beschermen en hierbij te ondersteunen met informatie en praktische tips. Met onderstaande informatie wordt deze toezegging nagekomen.

De lancering van de eerste deelcampagne ‘Blijf in Beeld bij jouw kind online’ vond plaats op 8 september 2025 en duurde een maand. Het stimuleren van ouders om afspraken met hun kinderen (7-12 jaar) te maken als zij hun eerste smartphone krijgen stond hierin centraal. Via televisie (zendtijd Rijksoverheid), branded content, online video’s en banners via sociale media zijn mensen geïnformeerd. In alle gevallen wordt verwezen naar de website jouwkindonline.nl voor meer informatie en ervaringsverhalen van andere ouders. Op Rijksoverheid.nl is ook een campagnetoolkit met communicatiematerialen beschikbaar, zoals beeldmateriaal, video’s, posts op sociale media, en de afsprakenkaart.32

Uit onderzoek blijkt dat de eerste deelcampagne impact had.33 Mensen herkennen de campagne en waarderen deze. Ook snapt men de boodschap en hun gevoel van urgentie wordt verhoogd. Tegelijkertijd valt er winst te behalen op het ervaren van persoonlijke risico (‘dit kan mijn kind overkomen’), het gevoel van handelingsbekwaamheid en het aantal bezoekers van de website. In augustus herhalen we de campagne op televisie, tijdens de tweede deelcampagne, en daarnaast maken we nieuwe uitingen voor inzet op sociale media. Ook verbeteren we de website door meer nadruk te leggen op direct toepasbare tips en toegankelijkere teksten. Op die manier ondersteunen we de handelingsbekwaamheid van ouders beter. Uw Kamer wordt ook geïnformeerd over de verdere delen van de publiekscampagne en de uitkomsten daarvan wanneer deze zijn geëvalueerd.

  1. Data, Artificiële Intelligentie en algoritmen

GPT-NL bij de overheid

Tijdens het Notaoverleg Nederlandse Digitaliseringsstrategie op 29 september 2025 is toegezegd dat uw Kamer schriftelijk informatie ontvangt over GPT-NL.34 Met onderstaande informatie wordt deze toezegging nagekomen.

GPT-NL35 is een taalmodel dat zich richt op Nederlandse taal en cultuur, ontwikkeld door TNO en getraind op basis van kwalitatief hoogwaardige, Nederlandse data die rechtmatig verkregen zijn. Er is transparantie over de trainingsdata en een deel van de opbrengsten vloeit terug naar de auteursrechthebbenden. Het basismodel is tot stand gekomen op basis van een subsidie, die eind 2023 is toegekend door Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).

De doorontwikkeling van dit taalmodel wordt, ook in de geest van motie Six Dijkstra (NSC) c.s.36, gestimuleerd, aangezien deze innovatie kan bijdragen aan de digitale autonomie van Nederland en in lijn is met Europese waarden. Dit gebeurt in het kader van de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS), waarin GPT-NL onderdeel is van de prioriteit AI. In de huidige fase beproeven we GPT-NL in de praktijk bij een aantal use cases binnen de overheid. Het gaat onder meer om een digitale assistent op overheid.nl, een communicatie-assistent die helpt brieven begrijpelijker te maken voor burgers en ondernemers, en een virtuele gemeente-assistent die burgers helpt antwoorden te vinden op allerlei vragen in de context van hun gemeente.37 Dat maakt de overheid tot een van de launching customers van GPT-NL.

GPT-NL (TNO) voert zelf ook pilots uit met organisaties binnen en buiten de overheid om het model te verbeteren. Overheden worden gewezen op het belang van het aanleveren van betrouwbare data waar dit mogelijk is. Wanneer GPT-NL een passend kwaliteitsniveau heeft bereikt, zetten we in op het overheidsbreed aanbieden van dit taalmodel. Met deze acties willen we ook de private sector stimuleren, zodat ook bedrijven overwegen om data te leveren of het model af te nemen.

  1. Digitalisering algemeen

Adviesfunctie digitaliseringsportefeuille en NDS-Raad

Dit kabinet heeft voor het eerst de coördinerende rollen op digitale economie, overheid en samenleving bij één bewindspersoon belegd. Met deze nieuwe en bredere portefeuille is het van belang snel en in wisselende samenstellingen integraal advies in te winnen. Het is daarbij de wens dat de perspectieven van maatschappelijke organisaties, het bedrijfsleven, medeoverheden, kennisinstellingen en de samenleving samenkomen, waarbij er afhankelijk van het vraagstuk voldoende ruimte is voor verschillende experts en samenstellingen.

Om deze reden is ervoor gekozen niet door te gaan met de NDS-Raad.38 De inzet op de Nederlandse Digitaliseringsstrategie blijft onverminderd groot, net als de samenwerking met het Rijk, de medeoverheden en publieke dienstverleners binnen het Bestuurlijk Overleg Digitalisering. Ik ben de leden van de NDS-Raad dankbaar voor hun inzet en zal hun kennis en expertise daar waar passend blijven betrekken. Op een later moment zal ik het reeds gevraagde advies van de NDS-Raad over de Digitale Dienst nog in ontvangst nemen. Uw Kamer wordt in de Kamerbrief over de strategische inzet op mijn digitaliseringsportefeuille verder geïnformeerd over de (her)inrichting van de bestaande adviestafels.

Coördinerende rollen op digitale overheid

Uw Kamer is toegezegd geïnformeerd te worden over hoe er invulling wordt gegeven aan een onderzoek naar de ruimte die aan een coördinerend bewindspersoon voor digitalisering wordt geboden door artikel 44 in de grondwet; ook in het kader van één digitale overheid.39

De knelpunten in de uitvoering van de coördinerende rol zijn geïnventariseerd. Hieruit bleek dat de uitoefening van de coördinerende rol in juridische zin niet wordt belemmerd door artikel 44 Grondwet. Een coördinerend bewindspersoon heeft immers de handelingsopties, zoals geschetst in het Handelingskader coördinerende bewindspersonen.40 Voor de coördinerende rol op het gebied van digitalisering van de rijksdienst is een aantal van de in het Handelingskader genoemde opties gerealiseerd via het Coördinatiebesluit organisatie, bedrijfsvoering en informatiesystemen rijksdienst. Zo kunnen kaders vastgesteld worden ter bevordering van de eenheid, de kwaliteit of de efficiëntie van de bedrijfsvoering en de informatiesystemen van de ministeries. Bij die kaders kunnen werkzaamheden worden aangewezen die ten behoeve van alle of een daarbij aangegeven deel van de ministeries zullen worden uitgevoerd door een daarbij aangegeven organisatieonderdeel van een van de ministeries. Ook kunnen bij die kaders voorzieningen worden aangewezen die in verband met de noodzakelijke interoperabiliteit of beveiliging voor bepaalde informatiesystemen van alle of een daarbij aangegeven deel van de ministeries zullen worden gebruikt. Gegeven de huidige portefeuilleverdeling binnen het kabinet dient nog te worden bezien of dit coördinatiebesluit zal moeten worden aangepast.

Verder geldt er een verplichting voor de ministers om de door de coördinerend bewindspersoon gevraagde gegevens over de organisatie, de bedrijfsvoering en de informatiesystemen van de ministeries te verstrekken en kunnen daarbij kaders vastgesteld worden voor de wijze waarop de gegevens over de informatiesystemen worden verstrekt.

Daarnaast ondersteunt de Wet digitale overheid de coördinerende rol voor de gehele overheid. Met dit instrumentarium in de hand vullen wij deze kabinetsperiode de coördinerende rol op het gebied van digitalisering stevig in. Met deze informatie beschouwen we de toezegging als afgedaan.

Hoogachtend,

W.J.M. Aerdts

Staatssecretaris Digitale Economie en Soevereiniteit

E. van der Burg

Staatssecretaris Koninkrijksrelaties en Slagvaardige Overheid


  1. Kamerstukken II 2024/25, 26 643, nr. 1342↩︎

  2. Kamerstukken II 2024/2025, 36740 VII, nr. 35↩︎

  3. Staatscourant 2025, 43982 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen↩︎

  4. Toezeggingsnummer: TZ202510-103↩︎

  5. Kamerstukken II 2025/2026, 36 915, nr. 1, blz. 85↩︎

  6. Kamerstukken II 2025/2026, 26 643, nr. 1419↩︎

  7. Toezeggingsnummer: TZ202510-105↩︎

  8. Toezeggingsnummer: TZ202510-104↩︎

  9. Kamerstukken II 2025/2026, 26 643, nr. 1415↩︎

  10. Staatscourant 2022, 33992 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen↩︎

  11. Bijlage 2 bij Kamerstukken II 2024/2025, 26 643, nr. 1371↩︎

  12. Toezeggingsnummer: TZ202510-108↩︎

  13. Kamerstukken II 2025/2026, 26 643, nr. 1410↩︎

  14. Wet van 2 oktober 2013, houdende regels met betrekking tot het gebruik van de Friese taal in het bestuurlijk verkeer en in het rechtsverkeer (Wet gebruik Friese taal).↩︎

  15. Staatsblad 2025, 326↩︎

  16. Kamerstukken II, 2024/2025, 36 639, nr. 13↩︎

  17. Kamerstukken II, 2025/2026, 26643 nr. 1450, p. 3↩︎

  18. Staatscourant 2026 nr. 8180, 24 februari 2026.↩︎

  19. https://www.rijksoverheid.nl/documenten/besluiten/2026/02/23/portefeuilleverdeling-kabinet-jetten.↩︎

  20. Tweede kamer, vergaderjaar 2025-2026, 26643, nr. 1497.↩︎

  21. Tweede Kamer, vergaderjaar 2024-2025, 26 643, nr. 1371.↩︎

  22. Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 1491.↩︎

  23. Kamerstukken II, 2025/2026, 30 950, nr. 484↩︎

  24. Coalitieakkoord ‘Aan de slag’, p. 59.↩︎

  25. Zoals omschreven in de DSA, zie hiervoor: https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:32022R2065↩︎

  26. Te vinden via: https://digital-strategy.ec.europa.eu/nl/news/commission-makes-available-age-verification-blueprint↩︎

  27. Kamerstukken II 2025/2026, 36 719, nr. 3↩︎

  28. Toezeggingsnummer: TZ202510-161↩︎

  29. Kamerstukken II 2024/2025, 26 643, nr. 1391↩︎

  30. Kamerstukken II, 2025/2026, 21 501-33, nr. 1154↩︎

  31. Toezeggingsnummer: TZ202411-111↩︎

  32. www.campagnetoolkits.nl/blijfinbeeld↩︎

  33. https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/overheidscommunicatie/documenten/rapporten/2026/02/28/campagne-effectonderzoek-eerste-smartphone-2025↩︎

  34. Toezeggingsnummer: TZ202510-144↩︎

  35. Een verantwoord alternatief op bestaande LLMs - GPT-NL↩︎

  36. Kamerstukken II, 2024-2025, 36740-VII, nr. 27↩︎

  37. Nederlands AI-project GPT-NL gaat met vijf klanten proefdraaien - NRC↩︎

  38. Concreet betekent dit dat het instellingsbesluit van de NDS-Raad niet zal worden ondertekend.↩︎

  39. Toezeggingsnummer: TZ202504-149↩︎

  40. Bijlage bij Kamerstukken II 2024/2025, 30 950, nr. 433↩︎