Politiek akkoord nieuw Douanewetboek van de Unie
Brief regering
Nummer: 2026D18999, datum: 2026-04-21, bijgewerkt: 2026-04-21 11:43, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: E. Eerenberg, staatssecretaris van Financiën
Onderdeel van zaak 2026Z08442:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Financiën
Preview document (🔗 origineel)
Geachte voorzitter,
Op 26 maart jongstleden (jl.) is tijdens de laatste politieke triloog, na drie jaar intensieve onderhandelingen tussen de Europese Commissie, de Raad van de Europese Unie en het Europees Parlement een akkoord bereikt over het nieuwe Douanewetboek van de Unie (hierna: nDWU). De enorme groei in e-commerce, het toegenomen aantal taken van de Douane en de huidige geopolitieke omstandigheden maken modernisering van de douaneregels noodzakelijk.
Het kabinet is verheugd met het akkoord over het nDWU. Met het nDWU wordt een belangrijke stap gezet in de noodzakelijke hervorming van de douane-unie van de Europese Unie (EU). Om handel moderner en eerlijker te maken, worden met het akkoord douaneprocessen vernieuwd en wordt de douanesamenwerking tussen lidstaten in de EU versterkt. Vlak na de zomer zullen er in het Europees Parlement en in de Raad nog formele stemmingen plaatsvinden, waardoor het politieke akkoord wordt geformaliseerd. Met deze brief informeer ik uw Kamer over de belangrijkste uitkomsten van de onderhandelingen en het vervolgproces.
Aanleiding tot hervorming van het Douanewetboek
De huidige douanewetgeving sluit niet meer goed aan bij de realiteit van vandaag. Door de sterke groei van internationale handel, de opkomst van e-commerce en de aanhoudende geopolitieke instabiliteit moeten douanediensten toezicht houden op veel grotere en complexere goederenstromen, waarbij het aantal aangiften snel is toegenomen. Traditionele werkwijzen en risicogericht toezicht zijn in deze context steeds minder effectief. Tegelijkertijd stellen we in Europa strenge eisen aan producten die onze markt op mogen komen rondom duurzaamheid, veiligheid en eerlijke productie. De Douane is de autoriteit die hierop moet controleren. Ook is het belang van het beschermen van de buitengrenzen van de Europese Unie vanwege de aanhoudende geopolitieke instabiliteit de afgelopen jaren flink toegenomen.
Op dit moment kan onvoldoende gebruik worden gemaakt van de mogelijkheden die digitalisering en data-analyse bieden. Iedere EU-lidstaat heeft bijvoorbeeld eigen nationale IT-systemen. Deze systemen zijn niet altijd in staat met elkaar te communiceren of data uit te wisselen. Dit veroorzaakt onnodige administratieve lasten voor het bedrijfsleven en extra werk voor de Douane. Ook vergroot dit uiteindelijk de kansen op fouten en fraude.
Met het nDWU wordt de douane-unie toekomstbestendig gemaakt, waardoor ze beter kan inspelen op bovengenoemde uitdagingen. Het nDWU omvat een brede modernisering van het douanestelsel die verder reikt dan e‑commerce. Vanwege de omvang en impact op handel en logistiek wordt de hervorming gefaseerd over meerdere jaren ingevoerd. De hervorming heeft tot doel om met innovatieve nieuwe instrumenten de handel te vergemakkelijken, douanerechten doeltreffender te innen en strenger te controleren op niet-conforme, gevaarlijke of onveilige goederen.
Het akkoord komt het gezamenlijke Europese belang van het versterken van de douane-unie ten goede, waarin de lidstaten gezamenlijk de buitengrenzen van de Europese Unie beschermen en goederen in de douane-unie vrij kunnen bewegen. Met een sterkere douane-unie zijn Europese douanediensten beter geëquipeerd om de financiële en economische belangen van de EU te beschermen, fraude en illegale handel tegen te gaan, eerlijke handel te bevorderen, en de veiligheid van mensen, dieren, planten, consumenten en het milieu te waarborgen. Intensieve samenwerking tussen de lidstaten en de Europese instellingen heeft geleid tot een snelle en doelgerichte modernisering met voordelen voor het gehele EU-gebied. De eerste maatregelen uit dit akkoord worden dit jaar al ingevoerd.
Hieronder licht ik de belangrijkste resultaten uit de Europese onderhandelingen over het nDWU toe. Ik ga hierbij tevens in op de resultaten ten aanzien van de Nederlandse prioriteiten.
EU-Douaneautoriteit en EU-Douane datahub
In het nDWU wordt een Europese Douaneautoriteit opgericht (EUCA). EUCA moet de samenwerking tussen de nationale douanediensten en met andere autoriteiten versterken, en het douanetoezicht binnen de Europese Unie moderniseren waardoor efficiënter toezicht aan de buitengrens van de unie mogelijk wordt. Door de expertise van de lidstaten te bundelen, krijgt EUCA een sleutelrol in de versterking van het douanetoezicht op het grensoverschrijdende goederenverkeer, criminaliteitsbestrijding en het versterken van de interne markt. EUCA zal daarnaast het gezamenlijk risicobeheer op de goederenstromen verder versterken. EUCA zal worden gevestigd in Lille.1
Het doel van de EU-Douane datahub is om goederenstromen sneller en efficiënter te verwerken. De exacte specificaties van de EU-datahub worden uitgewerkt in lagere Europese regelgeving. Goede samenwerking tussen EUCA en het Europese bedrijfsleven is daarbij volgens Nederland een belangrijke randvoorwaarde.
Met de EU-Douane datahub wordt een reeks gecentraliseerde elektronische diensten en systemen ontwikkeld. In deze datahub komt alle relevante informatie over zendingen die de EU binnenkomen en verlaten samen. Hiermee ontstaat een nieuwe wijze om informatie te vergaren, verwerken en verbinden.
Door de nieuwe EU-Douane datahub hoeven bedrijven en andere partijen in de logistieke keten straks relevante data maar één keer aan te leveren, en hoeven zij niet meer bij iedere stap in het proces een douaneaangifte in te dienen. Deze informatieverplichtingen komen op termijn geheel in de plaats van de traditionele douaneaangifte. Het overgaan van aangiften naar indienen van data is een grote verandering omdat de verplichting tot leveren van data bij andere partijen komt te liggen dan de partijen die op dit moment de aangiften verzorgen. Dit vergt tijdige voorbereiding van het bedrijfsleven.
In de bepalingen van het nDWU met betrekking tot de EU-douane datahub zijn expliciete waarborgen opgenomen ten aanzien van toegang, soevereiniteit en vertrouwelijkheid. De datahub bevindt zich momenteel nog in de ontwerpfase en is nog niet gerealiseerd. Ik zal in de komende periode nauw betrokken blijven bij de verdere ontwikkeling en implementatie, teneinde te waarborgen dat deze randvoorwaarden adequaat worden geborgd.
De EU-Douane datahub wordt eerst alleen voor e-commercezendingen verplicht. Hierna zal de datahub gefaseerd - tot 2034 – een deel van de huidige IT-systemen van de Europese douanediensten vervangen voor de overige goederenstromen. Dit betreft een majeure aanpassing in de Europese douanesystemen, die in een relatief kort tijdsbestek moet worden gerealiseerd. Er is hier dan ook een reëel risico op vertraging wat in het uiterste geval kan leiden tot het risico op uitval van geautomatiseerde ondersteuning van de douaneprocessen. Specifiek om deze reden is er een ‘safeguard clause’ opgenomen. Hiermee kan de Commissie in samenwerking met lidstaten een tijdelijke technische oplossing uitwerken mocht de datahub niet tijdig gereed zijn.
Toegang mkb tot douanefaciliteiten, vertegenwoordiging en logistieke processen
Het EU-certificaat dat bedrijven in de internationale handel bestempelt als betrouwbare partner op douanegebied blijft behouden (de zogenoemde AEO-status). Hiermee blijven douanevereenvoudigingen beschikbaar voor het mkb. Ook blijven zowel directe als indirecte douanevertegenwoordiging bestaan. Door deze maatregelen blijft het mkb onder gunstige voorwaarden internationaal opereren.
Voor bedrijven die aan bepaalde eisen voldoen, zoals het aantoonbaar op orde hebben van de interne beheersing en de (directe) aansluiting van de administratie met de op te richten EU-Douane datahub, wordt het mogelijk om de zogenoemde ‘Trust and Check’ status te verkrijgen. Dat betekent dat deze bedrijven vergaande vereenvoudigingen toegekend krijgen. Op deze manier zal het nDWU bijdragen aan de vereenvoudiging van de logistiek in de EU.
De toegang voor het mkb tot vereenvoudigingen blijft bestaan, de rol en verantwoordelijkheden van vertegenwoordigers (logistiek dienstverleners) verandert wel. Dit vergt een tijdige betrokkenheid van de (Nederlandse) logistieke sector om goed voorbereid te zijn.
Een nieuw systeem omtrent E-commerce
In mijn brief van 2 april jl. ben ik ingegaan op de oplossingen die het nDWU biedt voor de problematiek omtrent e-commerce.2 Hier gaf ik aan dat e-commercezendingen individuele geadresseerde zendingen zijn met een waarde tot en met € 150,-, die rechtstreeks van niet in de EU gevestigde leveranciers aan de Europese consument worden verzonden. Sinds de opkomst en wijdverbreide adoptie van onlineplatformen afkomstig uit derde landen is een significante groei waarneembaar in het volume van e-commercezendingen.
Nederland is een lidstaat waar veel e-commercezendingen de Unie binnenkomen. Deze zendingen zijn voor de Douane lastig te controleren. Dit komt doordat controlebevindingen van individuele producten niet te extrapoleren zijn naar een groter geheel zoals dit wel bij bulkzendingen (een veelvoud van hetzelfde goed) het geval is. Dit leidt ertoe dat de Douane aanzienlijk meer handelingskosten maakt om de e-commercestroom te controleren dan bij andere productstromen die onder douanetoezicht staan. Tegelijkertijd is de non-conformiteit aan Europese productregelgeving bij deze stroom zeer hoog. Hier kan gedacht worden aan goedkoop kinderspeelgoed waar gifstoffen in aanwezig zijn of brandgevaarlijke kleine elektronica.
In het nDWU wordt ingezet op een modern kader voor e-commerce. De maatregelen die daaraan bijdragen, worden hierna toegelicht.
Duidelijkere verantwoordelijkheden
Op dit moment is het niet duidelijk wie in de keten verantwoordelijk is voor de fiscale en niet-fiscale (VGEM) verplichtingen omtrent e-commercezendingen. De douanevertegenwoordiger of een logistiek dienstverlener voorziet in de aangifte, maar de consument is op basis van de huidige wet- en regelgeving vaak de importeur. Dit betekent dat de consument verantwoordelijk is voor de naleving van de producteisen van een bepaalde zending. Dit is een ongewenste situatie.
Om bovenstaande situatie op te lossen introduceert het nDWU de ‘importer for distance sales’. De ‘importer for distance sales’ is verplicht ervoor te zorgen dat goederen die de EU in geïmporteerd worden, voldoen aan alle toepasselijke wet- en regelgeving die door de douaneautoriteiten wordt gehandhaafd. Zowel de leverancier van de goederen als de partij die de afstandsverkoop faciliteert (bijvoorbeeld een platform) kan optreden als ‘importer for distance sales’. Wie in een specifiek geval als ‘importer for distance sales’ optreedt, blijkt impliciet uit het aanleveren van de vereiste gegevens in de datahub voor de betreffende zending. De ‘importer for distance sales’ moet beschikken over een indirecte vertegenwoordiger die is gevestigd binnen de Europese Unie. Hierdoor is voor de Douane altijd duidelijk wie verantwoordelijk is voor een zending en kan de verantwoordelijke partij ten allen tijde worden aangesproken.
Een systeem dat bulk stimuleert
Het nDWU introduceert verschillende maatregelen die moeten stimuleren dat er vooral gebruik wordt gemaakt van bulkzendingen. Vanuit controleperspectief heeft dit bulkmodel de voorkeur boven miljoenen individuele pakketjes, dit is immers makkelijker en effectiever te controleren door de Douane.
Een van deze maatregelen is de introductie van een douane-entrepot voor e-commerce, het zogenoemde 'Customs Warehouse for Distance Sales' (CWDS). Het gaat om een douane-entrepot waarin e-commercegoederen in bulk worden opgeslagen voordat deze door de Douane worden vrijgegeven. De Douane kan in dit douane-entrepot de controle op bulkzendingen uitvoeren en hierna kunnen de pakketten individueel verzonden worden. Alleen aantoonbaar betrouwbare bedrijven met een Trust & Check status kunnen de vergunning krijgen om een 'Customs Warehouse for Distance Sales' te opereren.
Daarnaast stimuleert het nDWU deze beweging door een zogenoemde ‘Union Handling Fee’ (UHF), oftewel een Europese handling fee, in te voeren. De UHF wordt specifiek in het leven geroepen om controles op de e-commercestroom te vergoeden. Het gaat om een vast bedrag dat geheven zal worden als kostenvergoeding voor de handelingskosten die de Douane maakt om e-commercegoederen te controleren en vrij te geven. Omdat de handelingskosten voor de bulkcontroles in het CWDS aanzienlijk lager zullen zijn dan voor individuele pakketjes zal het bedrag van de UHF voor goederen in het CWDS lager zijn. Dit betekent dat de invoer van bulkzendingen goedkoper zal worden dan het versturen van individuele pakketjes.
De UHF zal naast de in december jl. overeengekomen afschaffing van de de-minimisvrijstelling bestaan. De afschaffing van de de-minimisvrijstelling houdt in dat er per aangifteregel van zendingen tot een waarde tot en met € 150 een fixed rate van € 3 invoerrechten moet worden betaald. Deze fixed rate zal bestaan van 1 juli 2026 tot de invoering van de EU-Douane datahub in 2028. Hierna zal er per zending een invoertarief worden berekend. Momenteel werkt de Europese Commissie de lagere wetgeving voor de inrichting van deze datahub uit (waaronder de technische specificaties).
Op dit moment is het nog onduidelijk op welke wijze de Europese Commissie, samen met de lidstaten, de UHF wil vormgeven. Dit wordt uitgewerkt in lagere Europese regelgeving. Ik pleit er in Europees verband voor om de vormgeving van de afschaffing de-minimisvrijstelling en de Europese Handling Fee zoveel mogelijk op elkaar te laten aansluiten. Dit komt de uitvoerbaarheid voor zowel de Douane als het bedrijfsleven ten goede. In mijn brief van 2 april jl. gaf ik aan dat de voorziene hoogte € 2 per aangifteregel voor individuele zendingen bedraagt. Ook de hoogte van het bedrag van de Europese handeling fee wordt in lagere Europese regelgeving vastgesteld. Het uiteindelijke bedrag kan dus nog afwijken van het genoemde bedrag.
In antwoorden op schriftelijke vragen van uw Kamer is aangegeven dat Nederland ervoor pleit om de Europese Handling Fee zo spoedig mogelijk in werking te laten treden.3 Vanwege formele stappen waaraan de implementatie is verbonden, is het de verwachting dat deze maatregel op 1 november 2026 in werking zal treden.
Handhaving bij systematische overtredingen
Nederland is in de onderhandeling geen voorstander geweest van het invoeren van minimumboetes. Het kabinet is van mening dat de lidstaten verantwoordelijk zijn voor proportionele, doeltreffende en afschrikkende sancties en hierin beleidsruimte behoeven. Daarnaast is het kabinet van mening dat een rechter, gelet op de omstandigheden van het geval, de bevoegdheid moet behouden om geen sanctie op te leggen. Het door de Commissie voorgestelde minimumkader voor douaneovertredingen en minimumboetes is in het akkoord grotendeels vervallen, met uitzondering van de minimumboetes in de e-commercestroom bij systematische overtredingen. Omdat juist in deze volatiele stroom kwaadwillenden douaneaangifte kunnen doen in landen waar de boetes het laagst zijn of waar het minst wordt gecontroleerd, acht het kabinet een minimumkader in dit geval gerechtvaardigd.
Bij systematische overtredingen op het gebied van e-commerce wordt het met het nieuwe Douanewetboek mogelijk effectiever op te treden. Bij constatering van een eerste systematische overtreding bedraagt de boete 1%–4% van de importwaarde van het voorgaande jaar. Bij een tweede overtreding binnen zes maanden wordt deze boete 3%–6%, en bij een derde overtreding kan het platform tijdelijk offline worden gezet door daarvoor aangewezen instanties. Hierna mogen de Douaneautoriteiten ten minste zes maanden de goederen van het bedrijf niet vrijgeven.
Definitie importeur
Naast de ‘importer for distance sales’ introduceert het nDWU ook het importeursbegrip voor import anders dan e-commerce. Dit vervangt het huidige begrip van ‘de aangever’. Op dit moment kan er onduidelijkheid bestaan over wie de aangever is in verschillende stappen in het douaneproces. Ook zijn de verantwoordelijkheden voor fiscale en niet-fiscale wetgeving niet altijd duidelijk gedefinieerd. Met de nieuwe definitie van importeur is er altijd een duidelijke partij verantwoordelijk voor de goederen. Deze partij moet voldoen aan zowel fiscale als niet-fiscale verplichtingen.
Overige Nederlandse prioriteiten
Tot slot is er in het akkoord rekening gehouden met knelpunten die het Nederlands bedrijfsleven momenteel ervaart. Het akkoord voorziet erin dat bij overschrijdingen van de waarde en/of hoeveelheden die opgenomen zijn in de voorwaarden van douanevergunningen de douaneschuld teniet kan gaan. Dit enkel indien er geen werkelijk gevolg is voor het functioneren van de betreffende douaneregeling waarvoor de vergunning is afgegeven, en er geen sprake is van misleiding. Nederland vond het heffen en innen van een douaneschuld in die gevallen disproportioneel. Uw Kamer heeft het kabinet via een motie verzocht zich in te zetten voor een oplossing in de Europese wetgeving voor deze gevallen.4 Met de genoemde aanpassing in het nDWU, beschouw ik deze motie als afgedaan.
Tevens zijn, mede dankzij Nederlandse inzet, de termijnen voor tijdelijke opslag vastgesteld op 90 dagen, en niet de drie tot zes dagen die de Europese Commissie heeft voorgesteld. Deze termijn sluit beter aan bij de logistieke realiteit in de grote zeehavens zoals die van Rotterdam.
Vervolgstappen en implementatie
Voor het nieuwe Douanewetboek in werking kan treden, volgen nog enkele stappen. Eerst worden de teksten vertaald en juridisch gecontroleerd door de Europese Commissie in samenwerking met de lidstaten. De formele stemmingen in het Europees Parlement en de Raad volgen (naar verwachting) vlak na de zomer. Hierna wordt de Verordening formeel gepubliceerd en treedt deze in werking. De artikelen uit de Verordening worden gefaseerd van toepassing in de daaropvolgende jaren.
In het komende jaar zal de lagere Europese regelgeving uitgewerkt worden in zogeheten uitvoerings- en gedelegeerde handelingen. Tevens zal ik de nationale douanewetgeving zo aanpassen dat deze overeenkomt met het nieuwe Douanewetboek van de Unie. Door de snelle inwerkintreding van de Verordening (gefaseerd van een dag na publicatie tot twaalf maanden na publicatie) zal dit een uitdagend wetgevingsproces worden. Dit is een risico, waarvoor ik ook de aandacht vraag aan uw Kamer. Het is voor de operationalisering van het nieuwe douanewetboek van de Unie van belang dat het nationale wetgevings- en parlementaire proces tijdig wordt afgerond, uiterlijk in september 2027.
De implementatie van het wetboek betekent een uitdagende periode voor zowel bedrijfsleven als Douane. Omdat de systematiek voor het leveren van gegevens verandert en de verantwoordelijkheden voor vele schakels in de logistieke keten wijzigt, is tijdige voorbereiding noodzakelijk. Voor de Douane betekent de implementatie van het nDWU niet alleen een grote verandering van de basisprocessen van de organisatie, ook zal het bedrijfsleven gedurende die periode moeten worden voorgelicht.
Conclusie
Het kabinet is tevreden met de behaalde resultaten in de onderhandelingen over het nDWU. Met het nDWU wordt de douane-unie gemoderniseerd en kan de Douane beter inspelen op actuele uitdagingen. De belangen van het bedrijfsleven, waaronder het mkb en de logistieke sector blijven in de hervormingen gewaarborgd. Dankzij de hervormingen kunnen de Europese douanediensten, en dus ook de Nederlandse Douane, niet alleen goed inspelen op toekomstige uitdagingen, maar worden ze ook beter in staat gesteld om de huidige problemen en veranderingen aan te pakken.
Hoogachtend,
| de staatssecretaris van Financiën, Eelco Eerenberg |
|
|---|---|
"Uitslag stemming EU-Douaneautoriteit", Kamerbrief aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, 27 maart 2026, kenmerk 2026-0000107000.↩︎
Kamerbrief van de Staatssecretaris van Financiën, 2 april 2026, kenmerk 2026-2026-0000097868, betreffende "Versterking toezicht e-commerce ter uitvoering van de-minimis en Europese Handling Fee Douane".↩︎
Tweede Kamer, Verslag van een schriftelijk overleg over o.a. de geannoteerde agenda van de vergaderingen van de Eurogroep en Ecofinraad van 16 en 17 februari 2026 (Kamerstuk 21501-07, nr. 2163), 16 februari 2026.↩︎
Kamerstuk 31 934, nr. 88, Motie van het lid Van Eijk, ingediend 22 januari 2025.↩︎