De brief aan de Europese Commissie over de implementatie van de gedelegeerde handeling (DA EU 2023/1184) ten aanzien van de methodologie voor de productie van RFNBO (Renewable Fuels of Non-Biological Origin)
Schriftelijke vragen
Nummer: 2026D19130, datum: 2026-04-21, bijgewerkt: 2026-04-21 13:00, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Krijg melding als deze vragen beantwoord worden:
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: A.S. van Oosterhout, Tweede Kamerlid (GroenLinks-PvdA)
Onderdeel van zaak 2026Z08500:
- Gericht aan: S. van Veldhoven-van der Meer, minister van Klimaat en Groene Groei
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (š origineel)
(ingezonden 21 april 2026)
Vragen van het lid Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA) aan de minister van Klimaat en Groene Groei over de brief aan de Europese Commissie over de implementatie van de gedelegeerde handeling (DA EU 2023/1184) ten aanzien van de methodologie voor de productie van RFNBO (Renewable Fuels of Non-Biological Origin)
Klopt het dat u de Joint Letter (1) mede heeft ondertekend namens Nederland en u zich daarmee achter deze voorgestelde versoepelingen schaart? Zo ja, wat waren voor u de doorslaggevende overwegingen om deze lijn te steunen?
Kunt u concreet aangeven welke onderdelen van de RFNBOācriteria Nederland wenst te versoepelen en waarom? Hoe verhoudt dit zich tot het verlengen van de overgangsperiode voor additionaliteit, het langer toestaan van maandelijkse in plaats van uurātotāuur temporele correlatie en het aanpassen of verruimen van de sunset clause voor elektriciteitssystemen met een hoog aandeel hernieuwbare energie?
Hoe kijkt u naar de herziening van de RFNBO-regels nog voordat de evaluatie heeft plaatsgevonden, specifiek voor de investeringszekerheid voor bedrijven die al hebben geĆÆnvesteerd in groene waterstof?
Op welke wijze borgt u dat aanpassingen aan onder meer de āsunset clauseā en temporele correlatie niet leiden tot hogere emissies in RFNBO-waterstofproductie en dus een beperktere bijdrage aan de Nederlandse klimaatdoelen?
Op welke wijze borgt u dat aanpassing van de āsunset clauseā niet leidt tot de verzwakking van de stimulans om hernieuwbare energie uit te bouwen?
Kunt u toelichten wat Nederland precies verstaat onder āclean countries/regionsā, welke objectieve criteria daarbij worden gehanteerd, en hoe wordt geborgd dat EU-landen met een beperkt aandeel hernieuwbare elektriciteitsproductie niet onterecht profiteren van dit label?
Onderschrijft u dat maandelijkse temporele correlatie kan leiden tot substantieel hogere broeikasgasemissies dan uur-correlatie, terwijl de geproduceerde waterstof toch als hernieuwbaar wordt aangemerkt ā en dat dit kan leiden tot emissies vergelijkbaar met koolstof-arme waterstof?
Kunt u inzicht geven in het kostenverschil tussen waterstofproductie onder uurā en onder maandelijkse temporele correlatie, waardoor dit kostenverschil ontstaat (bijvoorbeeld benuttingsgraad, elektriciteitsprijzen, opslag of netkosten), en in hoeverre dit verschil specifiek voor Nederland groter of kleiner is dan voor andere Europese lidstaten?
Bent u bereid zich in Europees verband in te zetten voor alternatieven die de economische haalbaarheid van RFNBOāprojecten verbeteren ā bijvoorbeeld contracts for difference of vraagbeleid - zonder afbreuk te doen aan kernprincipes als additionaliteit, uurcorrelatie en de gestelde sunset clause?
Hoe kijkt u naar rapporten, zoals die van de Europese Rekenkamer, die tal van andere oorzaken benoemen voor een trage uitrol van groene waterstof, en waarom komt u niet met een bredere aanpak om dit op te lossen?
1) https://table.media/assets/europa/rfnbo-delegated-act.pdf