36932 Voorstel van wet inzake wijziging van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen en enkele andere wetten met het oog op het vereenvoudigen van het partnerbegrip voor toeslagen (Wet vereenvoudiging partnerbegrip toeslagen)
Wijziging van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen en enkele andere wetten met het oog op het vereenvoudigen van het partnerbegrip voor toeslagen (Wet vereenvoudiging partnerbegrip toeslagen)
Voorstel van wet
Nummer: 2026D19212, datum: 2026-04-20, bijgewerkt: 2026-04-21 14:17, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van kamerstukdossier 36932 -2 Wijziging van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen en enkele andere wetten met het oog op het vereenvoudigen van het partnerbegrip voor toeslagen (Wet vereenvoudiging partnerbegrip toeslagen).
Onderdeel van zaak 2026Z08569:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Financiën
Preview document (🔗 origineel)
Wijziging van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen
en enkele andere wetten met het oog op het vereenvoudigen van het
partnerbegrip voor toeslagen (Wet vereenvoudiging partnerbegrip
toeslagen)
VOORSTEL VAN WET
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te
weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is het
partnerbegrip voor toeslagen te vereenvoudigen en daartoe wijzigingen
aan te brengen in de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen en
enkele andere wetten;
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State
gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden
en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel I
De Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen wordt als volgt gewijzigd:
A.
Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid komt te luiden:
1. De echtgenoot of geregistreerd partner van de belanghebbende wordt als partner van de belanghebbende aangemerkt.
2. Het tweede lid wordt als volgt gewijzigd:
a. De aanhef komt te luiden: Indien de belanghebbende geen echtgenoot of geregistreerd
partner heeft, wordt als partner van de belanghebbende aangemerkt degene die als ingezetene op hetzelfde woonadres als de belanghebbende is ingeschreven in de basisregistratie personen of een daarmee naar aard en strekking overeenkomende registratie buiten Nederland, indien zowel diegene als de belanghebbende de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt, en:.
b. Onder verlettering van de onderdelen a tot en met f tot b tot en met g wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:
a. met wie de belanghebbende een notarieel samenlevingscontract is aangegaan;.
c. De onderdelen f (nieuw) en g (nieuw) vervallen, onder vervanging van de puntkomma aan het slot van onderdeel d (nieuw) door “; of” en onder vervanging van de puntkomma aan het slot van onderdeel e (nieuw) door een punt.
3. Het derde lid vervalt, onder vernummering van het vierde tot en met negende lid tot derde tot en met achtste lid.
4. In het derde lid (nieuw) worden de tweede en derde zin vervangen door drie zinnen, luidende: Ingeval op basis van het eerste of tweede lid, onderdeel a, meer dan één persoon als partner van de belanghebbende wordt aangemerkt, geldt als partner degene uit de oudste verbintenis. Indien op basis van het tweede lid meer dan één persoon ingevolge verschillende categorieën als partner van de belanghebbende wordt aangemerkt, geldt als partner degene die op grond van de in het tweede lid eerstgenoemde categorie als partner wordt aangemerkt. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over welke persoon als partner geldt indien op basis van dezelfde in het tweede lid genoemde categorie meer dan één persoon als partner van de belanghebbende wordt aangemerkt.
5. Het vierde lid (nieuw) komt te luiden:
4. In afwijking van het eerste en tweede lid wordt niet als partner van de belanghebbende aangemerkt een bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen persoon die niet geacht wordt bij te dragen in de kosten waarop de inkomensafhankelijke regelingen betrekking hebben of aan de opvang en verzorging van een kind als bedoeld in artikel 4.
6. Het vijfde lid (nieuw) wordt als volgt gewijzigd:
a. In de eerste zin wordt na “blijven” ingevoegd “op verzoek van een van de partners” en vervalt “in dat onderdeel bedoelde”. Voorts wordt na “een van hen” ingevoegd “voor de duur van die opname”.
b. De tweede, derde en vierde zin vervallen.
7. Onder vernummering van het zesde tot en met het achtste lid (nieuw)
tot zevende tot en met negende lid, wordt een lid ingevoegd,
luidende:
6. Voor de toepassing van het eerste lid wordt een persoon die van tafel
en bed is
gescheiden, aangemerkt als ongehuwd.
8. Het achtste lid (nieuw) en negende lid (nieuw) vervallen.
B.
De artikelen 3a, 3b en 3c vervallen.
Artikel II
In de Wet inkomstenbelasting 2001 vervalt in artikel 1.2, negende lid, “het eerste lid, onderdeel e,”.
Artikel III
In de Wet kinderopvang vervalt in artikel 1.6, zesde lid, onderdeel a, “of artikel 3, tweede lid, onderdeel e, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen”.
Artikel IV
In de Wet op de zorgtoeslag worden de bedragen, genoemd in artikel 3, eerste lid, verlaagd met € 29.908.
Artikel V
In de Wet op de zorgtoeslag worden met ingang van 1 januari 2030 de bedragen,
genoemd in artikel 3, eerste lid, verhoogd met € 1.539.
Artikel VI
In de Wet op het kindgebonden budget worden de bedragen, genoemd in artikel 1, vierde lid, verlaagd met € 29.908.
Artikel VII
In de Wet op het kindgebonden budget worden met ingang van 1 januari 2030 de
bedragen, genoemd in artikel 1, vierde lid, verhoogd met € 1.539.
Artikel VIII
Artikel 10.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001 is van overeenkomstige toepassing:
a. bij het begin van het kalenderjaar 2027: op de in de artikelen V en VII vermelde bedragen;
b. bij het begin van het kalenderjaar 2028: op de in de artikelen V en VII vermelde bedragen;
c. bij het begin van het kalenderjaar 2029: op de in de artikelen V en VII vermelde bedragen.
Artikel IX
Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 2027, met dien verstande dat:
a. de artikelen I en III voor het eerst toepassing vinden met betrekking tot
berekeningsjaren die zijn aangevangen op of na 1 januari 2027;
b. artikel II voor het eerst toepassing vindt met betrekking tot
kalenderjaren die zijn aangevangen op of na 1 januari 2027.
Artikel X
Deze wet wordt aangehaald als: Wet vereenvoudiging partnerbegrip toeslagen.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven
De Staatssecretaris van Financiën