Nieuw financieringsstelsel kinderopvang: koers houden
Brief regering
Nummer: 2026D19235, datum: 2026-04-21, bijgewerkt: 2026-04-21 14:26, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: A.A. Aartsen, minister van Werk en Participatie (Ooit VVD kamerlid)
- Mede ondertekenaar: E. Eerenberg, staatssecretaris van Financiën
- Toezeggingen n.a.v. tweeminutendebat Kinderopvang
- Beslisnota bij Kamerbrief Nieuw financieringsstelsel kinderopvang: koers houden
Onderdeel van zaak 2026Z08581:
- Volgcommissie: vaste commissie voor Financiën
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- 2026-05-19 16:30: Procedurevergadering Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Procedurevergadering), vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Preview document (🔗 origineel)
Geachte voorzitter,
Kinderopvang draagt bij aan de best mogelijke start voor kinderen en het stelt ouders in staat om werk met zorg te combineren. Zo draagt kwalitatief goede, toegankelijke en betaalbare kinderopvang bij aan het Nederland van vandaag en het Nederland van morgen. Dat wordt mogelijk gemaakt door duizenden pedagogisch professionals die zich iedere dag inzetten voor onze kinderen.
De financiering van kinderopvang heeft in het verleden tot grote problemen geleid. Het toeslagenstelsel is twintig jaar geleden ingevoerd. Sindsdien zijn er zorgen over de onvermijdelijke onzekerheid die onderdeel is van de toeslagensystematiek. Ouders ontvangen een hoog, onzeker voorschot om de zekere rekening voor de opvang te betalen. Die onzekerheid heeft de toeslagenaffaire mogelijk gemaakt. Al meer dan tien jaar worden pogingen gedaan om de kinderopvangtoeslag af te schaffen, maar dat is tot op heden niet gelukt. Daardoor worden ouders tot op de dag van vandaag geconfronteerd met terugvorderingen. Dat moet anders.
Daarom zet het kabinet de herziening van het financieringsstelsel door. De huidige toeslag aan ouders wordt per 1 januari 2029 vervangen door een subsidie aan kinderopvangorganisaties en gastouderbureaus. Daarmee schaffen we na jaren van discussie over toeslagen daadwerkelijk een toeslag af. In het nieuwe stelsel lopen ouders geen risico meer op terugvorderingen en is het stelsel voor ouders eenvoudiger. Ook wordt kinderopvang voor de meeste ouders beter betaalbaar. Daarnaast kan het nieuwe stelsel bijdragen aan een normverandering waarbij het normaal wordt dat kinderen naar de opvang gaan, wat goed is voor hun ontwikkeling. De doelen van de herziening bereiken we door de vijf fundamentele keuzes uit het conceptwetsvoorstel:
Inkomensonafhankelijkheid: de hoogte van de subsidie is onafhankelijk van het inkomen van ouders.
Hoge overheidsbijdrage: de overheid vergoedt een groot deel van de opvangkosten voor alle werkende ouders.
Directe financiering: de uitvoerder betaalt de vergoeding kinderopvang rechtstreeks aan de kinderopvangorganisatie.
Ouders niet verantwoordelijk voor wijzigingen: niet ouders, maar kinderopvangorganisaties zijn verantwoordelijk voor het doorgeven van wijzigingen in de subsidiegegevens.
Recht ouders vooraf vaststellen: oudervoorwaarden (waaronder de arbeidseis) worden getoetst voordat er subsidie wordt verstrekt en wijzigingen in de situatie van ouders hebben alleen gevolgen naar de toekomst toe.
Er is breed politiek en maatschappelijk draagvlak voor de herziening en het bereiken van eenvoud, zekerheid en betaalbaarheid voor ouders. Tegelijkertijd zijn er zorgen binnen een deel van de sector over de vormgeving. Deze zorgen zien vooral op het feit dat kinderopvang in het kader van Europese staatsteunregels een dienst van algemeen economisch belang wordt.
Het kabinet hecht eraan om in samenwerking met sector en met breed draagvlak het nieuwe stelsel in te voeren. Daarom heeft het kabinet veldpartijen uitgenodigd om voorstellen te doen tot verbetering van het wetsvoorstel en gevraagd welke eventuele alternatieve vormgeving zij mogelijk achten. Deze voorstellen worden bij de verdere uitwerking betrokken.
Eind vorig jaar is het conceptwetsvoorstel financiering kinderopvang gepubliceerd voor internetconsultatie. Daarmee zijn we dichterbij dan ooit om de kinderopvangtoeslag af te schaffen en het nieuwe stelsel in te voeren. Het voorstel is het resultaat van een intensieve samenwerking tussen beleid en uitvoering met input van de sector. Het streven is om het conceptwetsvoorstel nog voor de zomer voor advies aan te bieden aan de Raad van State. Na advisering door de Raad van State biedt het kabinet het wetsvoorstel, inclusief het nader rapport, aan uw Kamer aan voor parlementaire behandeling. Daarmee zijn we op koers voor een nieuw financieringsstelsel per 1 januari 2029.1
Invoering van een nieuw stelsel kan alleen als ook de uitvoering op orde is. Daar is in het traject permanente aandacht voor. Zo is het stelselontwerp in gelijkwaardige samenwerking tussen beleid en uitvoering ontwikkeld. Het kabinet heeft definitief besloten dat Dienst Toeslagen de uitvoerder wordt van het nieuwe financieringsstelsel. Dat is goed nieuws, want zo kan voortvarend worden doorgewerkt aan het ontwikkelen van de uitvoeringsprocessen en systemen. Beleid en uitvoering blijven samen verantwoordelijk voor de noodzakelijke doorontwikkeling. Die ontwikkeling vindt binnen en buiten de Rijksoverheid plaats en dat vraagt de nodige afstemming. Dat gaat onder meer met de zogeheten Testen in de praktijk-benadering. In een vroeg stadium worden nieuw ontwikkelde functies en het stelsel als geheel in de praktijk getest. Door deze aanpak leren we of de uitvoeringsprocessen en bijbehorende systemen aansluiten bij de belevingswereld van gebruikers, zoals ouders en medewerkers van kinderopvangorganisaties en verkleinen we de ervaren administratieve verplichtingen. Ook identificeren we eerder kinderziektes en fouten en beperken we de risico’s bij de overgang naar het nieuwe stelsel in 2029. De inzichten die deze praktijktesten opleveren worden ingezet om het stelsel iteratief te verbeteren. Indien zwaarwegende uitkomsten daartoe aanleiding geven, kan dit ook tot voorstellen voor aanpassingen van de wet of lagere wet- en regelgeving leiden.
Zoals iedere grote beleidswijziging kent ook deze herziening niet alleen voordelen. Door te kiezen voor eenvoud, zekerheid en betaalbaarheid voor ouders neemt de vraag naar kinderopvang naar verwachting toe. Daardoor ontstaan extra risico’s voor de toegankelijkheid, met name door mogelijk stijgende prijzen en/of langere wachtlijsten. Dit kan met name gevolgen hebben voor ouders met een lager inkomen. Daarom bevat het wetsvoorstel verschillende maatregelen, waaronder dat gemeenten meer ruimte wordt gegeven om de eigen bijdrage te vergoeden. Het kabinet heeft hiervoor geld vrijgemaakt. Ook wordt het vergoedingspercentage sinds 2025 stapsgewijs verhoogd voor een geleidelijke ingroei naar het nieuwe stelsel. Dit helpt de markt om zich aan te passen aan de toenemende vraag en kunnen we het effect van de hogere vergoeding monitoren. We bezien of er nog aanvullende maatregelen nodig zijn. Daarnaast blijft het kabinet samen met de sector aan de slag om personeelstekorten terug te dringen om het aanbod op peil te houden.
Verder worden ouders in het nieuwe stelsel ontlast, waardoor we meer vragen van kinderopvangorganisaties. Zo moet er worden voldaan aan de eerdergenoemde Europese staatsteunregels en ook de Nederlandse subsidiewet- en regelgeving. Dat zorgt voor meer verantwoordingslast bij kinderopvangorganisaties. In de uitwerking van het nieuwe stelsel en de ontwikkeling van de systemen proberen we zoveel mogelijk de administratieve lasten te beperken. Ook gaan we kinderopvangorganisaties ondersteunen om mee te groeien naar het nieuwe stelsel. Over de aandachtspunten blijft het kabinet in gesprek met de sector, gemeenten en andere betrokken partijen. Waar nodig en mogelijk worden binnen de financiële kaders aanpassingen gedaan om nadelen en risico’s zoveel mogelijk te beperken.
Invoering per 1 januari 2029 vraagt veel van alle betrokkenen: een succesvolle afronding van het wetstraject, inrichting van de uitvoeringsprocessen, waarborgen voor toegankelijkheid en voldoende investeringen door de sector om het aanbod op peil te houden. Dat laatste vraagt duidelijk overheidsbeleid, bijvoorbeeld over de stapsgewijze verhoging van het vergoedingspercentage. Met het nieuwe stelsel maken we een einde aan de onzekerheid die onlosmakelijk is verbonden met de kinderopvangtoeslag. De nieuwe financiering betekent een eenvoudig stelsel met zekerheid voor ouders en voor veel ouders beter betaalbare opvang. Om dat per 2029 te bereiken, is koers houden het devies.
De minister van Werk en Participatie, A.A. Aartsen |
De staatssecretaris van Financiën, Eelco Eerenberg |
|---|
Hiermee geeft het kabinet invulling aan de motie Moorman (Kamerstukken II, 2025/26, 31322, nr. 578).↩︎