[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo]←NIEUW! [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Tussenrapportage van EU-rapporteur Clean Industrial Deal

Brief lid / fractie

Nummer: 2026D19266, datum: 2026-04-21, bijgewerkt: 2026-04-21 16:05, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen:

Onderdeel van zaak 2026Z08589:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Introductie

Tussenrapportage EU-rapporteur Clean Industrial Deal

aan Leden en plv. leden van de vaste commissie voor KGG

in afschrift aan Leden en plv. leden van de vaste commissies voor EZ en EUZA

van Henk Jumelet (CDA)

datum 21 april 2026

onderwerp Tussenrapportage EU-rapporteur Clean Industrial Deal

De vaste commissie voor Klimaat & Groene Groei (KGG) heeft mij aangesteld als EU-rapporteur over de Clean Industrial Deal (CID), met onder andere als doel de informatiepositie van de Kamer op dit dossier te versterken. Dit in navolging van het eerdere EU-rapporteurschap CID van Joris Thijssen, waarbij meerdere rapportages en een wetenschappelijke factsheet over de haalbaarheid van de CID met de commissie KGG zijn gedeeld.1 Ik breng tussentijds verslag uit over de gesprekken die ik tot en met 20 april jl. met meerdere partijen in Nederland heb gevoerd (zie bijlage 1). Tijdens deze gesprekken werd naar verschillende publicaties over de CID verwezen.2 Deze vindt u, indien deze niet op het internet te vinden zijn, als bijlage bij deze rapportage.

Aanbeveling van de rapporteur

Dit tussentijdse verslag kan worden betrokken bij het schriftelijk overleg over het BNC-fiche over de verordening Industrial Accelerator Act op 23 april a.s.

Terugkoppeling over de ondernomen activiteiten

Tijdens de gevoerde gesprekken heb ik aan de hand van een aantal vooraf geïdentificeerde vragen getracht meer inzicht te verkrijgen in hoe er door partijen in Nederland aan wordt gekeken tegen de CID, waarover in 2025 een mededeling is uitgebracht en die de komende jaren dient te worden uitgevoerd. De CID heeft tot doel om te komen tot decarbonisatie, lagere energieprijzen, concurrerende industrieën en hoogwaardige banen, in het licht van de zorgen over het concurrentievermogen van de industrie in de EU en de noodzaak om de Europese economie koolstofvrij te maken. De voornaamste vragen die ik aan de Nederlandse partijen waar mee is gesproken heb voorgelegd zijn: hoe kijkt u aan tegen de CID-mededeling en de plannen hierin? Zijn deze plannen voldoende om de Nederlandse industrie concurrerend en duurzaam te laten zijn? Ontbreken er in de huidige plannen van de Europese Commissie nog zaken om de Nederlandse industrie concurrerend en duurzaam te laten zijn, en zo ja welke zijn dat dan?

Urgentie bij actie om industrie te ondersteunen met verduurzamen en om weer concurrerend te worden

Tijdens de gesprekken kwam allereerst het alarmerende beeld naar voren dat de Nederlandse industrie behoorlijk onder druk staat en onder meer de chemische industrie hard wordt geraakt. De afgelopen tijd vonden er veel sluitingen plaats, ook in Nederland. Een belangrijke oorzaak is het concurrentienadeel dat de Nederlandse industrie ondervindt van de structureel hoge energiekosten. Tegelijkertijd wordt er weinig geïnvesteerd, terwijl dit wel nodig is om te kunnen verduurzamen en industrie in Nederland te behouden. Partijen benadrukten wel dat Nederland in potentie een goede uitgangspositie blijft houden, met de gunstige ligging (aan zee, met havens), integratie in Europa en overige goede (infrastructurele) verbindingen.

Doelen Clean Industrial Deal van Commissie worden gedeeld, de uitwerking en het tempo daarvan nog als onvoldoende beoordeeld

Op basis van de gevoerde gesprekken blijkt dat er onder Nederlandse partijen in algemene zin steun voor de (doelstellingen van de) CID bestaat en deze ook als een kans voor de industrie wordt beschouwd. Versterking van het concurrentievermogen en decarbonisatie worden gezien als doelen die verenigbaar met elkaar zijn. Het slagen van de CID wordt ook noodzakelijk geacht voor het voortbestaan van de industrie in de EU. Daarbij wordt door enkele partijen gewezen op het belang van ook het behoud van de chemische industrie voor Nederland en de EU, uit oogpunt van strategische autonomie en weerbaarheid. Als Nederland wil voorkomen dat de afhankelijkheid van het buitenland verder toeneemt, dan wordt aangeraden een minimumniveau aan productiecapaciteit in Nederland te behouden. De in het kader van de CID voor eind 2026 aangekondigde Circular Economy Act wordt gezien als een belangrijk instrument om ketens zo dicht mogelijk bij huis te houden.

Waar bij de meeste partijen nog zorgen over bestaan is de concrete uitwerking van de CID. Een van de zorgpunten is de vraag of de in de CID aangekondigde maatregelen wel snel genoeg komen. Zo werd er tijdens de gesprekken op gewezen dat meerdere verduurzamingsplannen van de industrie nu al om verschillende redenen in de besluitvorming tot een stilstand zijn gekomen of zelfs al geheel van de baan zijn. Ook werd door partijen opgemerkt dat er weinig investeringen gekoppeld zijn aan het plan, waardoor het “deal”-gehalte ook nog te kort schiet. Door een van de gesprekspartners werd erop gewezen dat de Industrial Decarbonisation Bank van de EU mogelijk een rol zou kunnen spelen in het afdekken van onrendabele toppen via Carbon Contracts for Difference (CCfD’s), garanties en blended financiering, met vroege duidelijkheid over omvang, toewijzing en timing. Een ander aandachtspunt vormt de uitvoering of omzetting van de EU-regels die voortvloeien uit de CID. Meerdere gesprekspartners wezen daarbij op het belang van een gelijk speelveld, zowel mondiaal als binnen de EU zelf, en dat om deze reden Nederland bovendien moet voorkomen dat het nationale koppen op EU-regels gaat stellen die moeten worden omgezet of uitgevoerd. Ook werd er door partijen op gewezen dat de CID vooral gericht is op grote bedrijven, terwijl het ook van belang wordt geacht om toegang (tot financiering) te bieden aan het mkb.

Tijdens de gesprekken werd ook gewezen op het belang van het bewaren van samenhang tussen alle EU-instrumenten, zoals de Net Zero Industry Act, het EU-emissiehandelssysteem (EU ETS) en het Carbon Border Adjustment Mechanism (CBAM). Het CBAM wordt door partijen nodig geacht om de industrie die verduurzaamt te beschermen tegen oneerlijke concurrentie van buiten de EU. De chemische industrie valt overigens (nog) niet onder het toepassingsbereik van het CBAM. Ook dient te worden voorkomen dat er sprake is van overlappende procedures, zoals mogelijk het geval is in relatie tot de Industrial Emissions Directive.

Hoge energieprijzen en ontbreken benodigde energie-infrastructuur belangrijke knelpunten in realiseren CID-doelen

Om de doelen van de CID te kunnen realiseren, zullen de Europese Commissie en de lidstaten de aandacht moeten richten op het wegwerken van meerdere knelpunten die door de in Nederland betrokken partijen zijn geïdentificeerd. Tijdens de gesprekken kwam allereerst naar voren dat de structureel hogere energieprijzen een groot probleem zijn voor de industrie in Europa. Hier komen de recentelijk forse prijsstijgingen van energie als gevolg van de situatie in het Midden-Oosten nog bovenop. De industrie ervaart dat er voor energieprijzen een ongelijk mondiaal speelveld is. Zo zijn er landen buiten de EU die energie onder de kostprijs aanbieden aan hun industrie. De CID zou moeten leiden tot een gelijk(er) speelveld voor energieprijzen. Een van de gesprekspartners riep in dit kader op tot lagere netwerk- en elektriciteitskosten voor industriële elektrificatie, inclusief stroomafnameovereenkomst (Power Purchase Agreement, PPA)-garanties voor off-takes in de chemie.

Het ontbreken van de voor verduurzaming benodigde energie-infrastructuur wordt ook gezien als een belangrijk knelpunt. Het gaat daarbij om infrastructuur in heel Nederland, van de European Circular Innovation Valley in Noord-Nederland, tot Chemelot in Zuid-Limburg. Netcongestie vormt een grote belemmering voor verdere elektrificatie en verduurzaming van de industrie. Het eind 2025 gepubliceerde Europese grids package biedt in dit kader mogelijkheden en zou vergunningverleningsprocedures bij projecten kunnen vereenvoudigen. Een van de gesprekspartners pleitte er ook voor om vergunningverlening bij de ombouw van bestaande sites te versnellen. Een andere partij toonde zich enthousiast over de mogelijkheid in Frankrijk om projecten van nationaal belang te kunnen verklaren, waardoor er sneller vergunningen kunnen worden verleend en waar Nederland mogelijk lering uit zou kunnen trekken. Tijdens de gesprekken kwam naar voren dat het de Nederlandse industrie ook zou helpen als er bij slechts één loket vergunningen kunnen worden aangevraagd (one stop shop). Daarnaast kwam tijdens de gesprekken aan bod dat EU-milieuregelgeving weliswaar nodig is, maar deze vanwege de complexiteit ervan investeringen in verduurzaming van de industrie bemoeilijkt en bovendien zou leiden tot langere vergunningverlenings-procedures. Een suggestie die in deze context werd gedaan was de verduidelijking van bepaalde milieunormen. Naast verdere elektrificatie, wordt voor het slagen van de CID het ook noodzakelijk geacht om te zorgen dat er voldoende (grensoverschrijdende) CO2- en waterstofinfrastructuur wordt aangelegd.

Een EU-instrument om (grensoverschrijdende) energie-infrastructuurprojecten van de grond krijgen is het bieden van Europese cofinanciering. Meerdere gesprekspartners wezen op het belang dat de komende jaren voldoende budget beschikbaar is binnen de Connecting Europe-Faciliteit om energie-infrastructuurprojecten financieel mee te kunnen ondersteunen. Voor 2028-2034 stelt de Europese Commissie voor het beschikbare budget voor financiële ondersteuning aan energieprojecten te verhogen van 5,84 miljard euro nu naar 29,9 miljard euro. Een besluit over het definitieve budget wordt genomen in het kader van de onderhandelingen tussen de EU-lidstaten over het nieuwe meerjarig financieel kader van de EU (2028-2034).

Belangrijke rol voor vraagcreatie; Europese Commissie komt met concrete voorstellen in de verordening Industrial Accelerator Act

De op 4 maart 2026 gepubliceerde verordening Industrial Accelerator Act (IAA), die onderdeel uitmaakt van de CID, kan net als de CID op hoofdlijnen op steun rekenen van de meeste gesprekspartners. De clustergerichte benadering in de IAA wordt als positief beoordeeld. Vanuit de noordelijke provincies wordt gemeld dat zij beschikken over de benodigde ruimte en voorwaarden om tot een industrieel cluster te komen voor onder meer circulaire industrie en chemie. Het chemische cluster Chemelot in Zuid-Limburg leent zich er ook voor om in IAA-verband aangewezen te worden als industrieel cluster.

Een belangrijk onderdeel van het IAA-voorstel is dat deze tot vraagcreatie probeert te komen. De partijen waar mee is gesproken geven aan dat er een substantieel vraagsignaal nodig is om investeringen in verduurzaming mogelijk te maken. In het IAA-voorstel ligt de focus op publieke markten en wordt daarmee voor een beperkt toepassingsbereik gekozen. Meerdere gesprekspartners achten het echter noodzakelijk dat bij vraagcreatie ook naar private markten wordt gekeken. Een van de gesprekspartners wijst erop dat de huidige Europese staatssteunregels het voor overheden nog bemoeilijken om op te kunnen treden als launching customer. Tijdens de gesprekken werd ook benoemd dat ook de bouwsector onderdeel zou moeten worden van de bepalingen die betrekking hebben op publieke vraagcreatie. Publieke inkoop zou volgens een van de gesprekspartners moeten worden aangevuld met fiscale en regelgevende prikkels die in private markten werken, om tot een doorbraak te kunnen komen. Daarnaast werd door een van de gesprekspartners ook aan de orde gesteld dat vraagcreatie zou moeten plaatsvinden in eindmarkten, niet (enkel) op stofniveau, om weglek via importen van eindproducten te voorkomen. Tijdens een ander gesprek werd geopperd dat vraagcreatie niet enkel beperkt dient te blijven tot eindproducten, maar gekeken moet worden naar de hele keten.

Enkele gesprekspartners merkten op dat de voorgestelde Europese oorsprongseisen (Made in EU-bepalingen) en koolstofarme productnormen voor publieke aanbestedingen en subsidieregelingen in het Commissievoorstel niet van toepassing zijn op producten van de chemische industrie. Wel wordt de mogelijkheid geboden om naderhand via gedelegeerde handelingen de chemie onder het toepassingsbereik van de IAA te brengen.3 In deze context kwam ter sprake dat de Critical Chemicals Alliance via enkele werkgroepen (WG Lead Markets) bezig is met voorbereidende werkzaamheden hiervoor.

Vervolg EU-rapporteurschap

Het voornemen is om op korte termijn nog een laatste gesprek in Nederland over de CID te voeren en op 8 mei 2026 af te reizen naar Brussel voor een reeks gesprekken met vertegenwoordigers van de EU-instellingen. Zodra al deze gesprekken zijn afgerond zal uw Commissie hierover per verslag worden geïnformeerd. Conform het vastgestelde mandaat zal ik tevens, indien opportuun, nog met nadere behandelvoorstellen komen voor EU-voorstellen die voortvloeien uit de CID.

Henk Jumelet

Bijlage 1

Ik heb tot op heden met de volgende personen gesproken in het kader van het EU-rapporteurschap CID:

  1. Directeur van de Koninklijke Vereniging van de Nederlandse Chemische Industrie, mevrouw Manon Bloemers.

  2. Beleidsadviseur Duurzaamheid en Materialentransitie bij de Koninklijke Vereniging van de Nederlandse Chemische Industrie, de heer Yannic Wevers.

  3. Programmamanager Circular Hub bij Chemelot, de heer Björn Koopmans.

  4. Strategisch beleidsadviseur klimaat/energie/leefomgeving bij VNO-NCW Nederland, de heer Frederik van Til.

  5. Gedeputeerde van de Provincie Friesland, de heer Friso Douwstra.

  6. Gedeputeerde van de Provincie Groningen, de heer Erik Jan Bennema.

  7. Gedeputeerde van de Provincie Drenthe, de heer Bart van Dekken.

  8. Medewerker bij Sterk Noord-Nederland, de heer Daniël Schübel.

  9. Programmamanager EuropaPact bij de Provincie Friesland, de heer Bas van den Barg.

  10. Teammanager Economie en Mienskip bij de Provincie Friesland, de heer Marten Brandsma.

  11. Adviseur Public Affairs bij de Provincie Friesland, de heer Edgar Hoedemaker.

Bijlage 2

Industrial Accelerator Act - Feedback vanuit Chemelot

Chemelot, one of Europe’s largest integrated chemical clusters. welcomes the objective of the Industrial Decarbonisation Accelerator Act (IAA) to strengthen Europe’s industrial competitiveness while accelerating the deployment of low-carbon technologies. As one of the EU’s most energy-intensive and system-relevant sectors, the chemical industry plays a critical enabling role in the decarbonisation of multiple value chains, including construction materials, mobility, energy systems, healthcare and advanced manufacturing. A well-designed IAA can therefore make an important contribution to both climate objectives and industrial resilience.

The proposal rightly recognises the importance of demand creation for low-carbon materials and products. For the chemical industry, however, it will be essential that demand-side measures also address upstream industrial inputs and molecules rather than focusing solely on downstream products. Many low-carbon value chains rely on basic chemicals and intermediates derived from sustainable carbon sources, including recycled carbon, biogenic carbon and carbon captured from industrial processes. Creating credible lead markets for such low-carbon molecules will be critical to support investment in new production pathways and to ensure that decarbonisation efforts extend across entire value chains.

Article 16 empowers the Commission to introduce demand measures for substances and mixtures derived from sustainable carbon sources through delegated acts. While this flexibility can allow the regulatory framework to evolve, it also creates uncertainty for long-term industrial investment. The chemical industry typically operates with investment cycles spanning several decades. It is therefore important that any delegated acts are developed through close consultation with industry and provide clear, predictable and technology-neutral criteria. In particular, definitions of sustainable carbon sources should recognise the role of multiple pathways, including circular carbon, carbon capture and utilisation, bio-based feedstocks and electrified chemical processes.

The proposal’s emphasis on accelerated permitting procedures is highly relevant for industrial decarbonisation. Large-scale transformation projects in the chemical industry often involve complex permitting procedures across environmental, safety and infrastructure domains. The establishment of one-stop shops, digitalisation of procedures and clearer timeframes for decision-making could significantly facilitate the deployment of electrified production processes, hydrogen infrastructure, carbon capture and circular chemical technologies. Ensuring that these procedures are implemented effectively at national and regional level will be essential.

The recognition of industrial ecosystems and clusters is another important element of the proposal. Industrial clusters play a central role in enabling coordinated decarbonisation through shared infrastructure, industrial symbiosis and joint innovation projects. For clusters hosting large chemical production sites, coordinated development of hydrogen networks, CO₂ transport and storage infrastructure, electrification of industrial processes and circular feedstock systems will be essential to achieve climate neutrality while maintaining competitiveness. The IAA should therefore ensure that cluster-based approaches are supported through coordinated infrastructure planning and alignment with existing EU funding instruments.

Finally, the effectiveness of the IAA will depend on its coherence with other elements of the EU’s industrial policy framework, including the Clean Industrial Deal, the Net-Zero Industry Act, CBAM and product sustainability legislation. For the chemical industry, policy coherence and regulatory predictability are essential to mobilise the significant investments required for industrial transformation.

Overall, the IAA represents a positive step toward strengthening Europe’s industrial decarbonisation framework. Ensuring that the regulatory architecture supports investment in low-carbon molecules, accelerates permitting for large-scale industrial projects and fully recognises the role of industrial clusters will be key to enabling the chemical industry to contribute effectively to Europe’s climate and competitiveness objectives.


  1. 2025Z08099&did=2025D18436">https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/detail?id=2025Z08099&did=2025D18436;

    2025Z19382&did=2025D45343">https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/detail?id=2025Z19382&did=2025D45343;

    2025Z14485&did=2025D33141">https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/detail?id=2025Z14485&did=2025D33141;

    https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/detail?id=2025Z02554&did=2025D05835↩︎

  2. https://www.vno-ncw.nl/artikelen/ondernemers-presenteren-bouwstenen-voor-succesvolle-clean-industrial-deal;

    https://www.vnci.nl/nieuws/nieuwsbericht/europese-industrie-roept-op-tot-daadkrachtige-uitvoering-clean-industrial-deal; https://www.deloitte.com/nl/nl/Industries/energy/perspectives/mobilizing-consumer-demand-for-sustainable-investments.html;↩︎

  3. https://ecer.minbuza.nl/ecer/eu-essentieel/delegatie-uitvoering-comitologie/delegatie.html↩︎