[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo]←NIEUW! [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Verslag van de plenaire conferentie van commissies voor Europese aangelegenheden van de parlementen van de Europese Unie, 16 maart 2026 (digitaal)

Conferentie van commissies voor Europese aangelegenheden uit de parlementen van de lidstaten van de EU en van een delegatie uit het Europees Parlement

Verslag van een bijeenkomst

Nummer: 2026D19314, datum: 2026-04-21, bijgewerkt: 2026-04-22 11:27, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen:

Onderdeel van kamerstukdossier 22660 -95 Conferentie van commissies voor Europese aangelegenheden uit de parlementen van de lidstaten van de EU en van een delegatie uit het Europees Parlement.

Onderdeel van zaak 2026Z08620:

Preview document (🔗 origineel)


Staten-Generaal .. 1/2

Vergaderjaar 2025-2026

22 660 Conferentie van commissies voor Europese aangelegenheden uit de parlementen van de lidstaten van de EU en van een delegatie uit het Europees Parlement

../ Nr. 95 VERSLAG

Vastgesteld 21 april 2026

Op maandag 16 maart 2026 vond de digitale plenaire conferentie van commissies voor Europese aangelegenheden van de parlementen van de Europese Unie, hierna aangeduid als de plenaire COSAC, plaats. Naast de genoemde delegaties namen ook delegaties van de nationale parlementen van kandidaat-lidstaten van de Europese Unie deel als waarnemer, evenals delegaties van de Raad van de Europese Unie en van de Europese Commissie.

Vanwege de internationale ontwikkelingen in het Oostelijke Middellandse Zeegebied werd de bijeenkomst, die oorspronkelijk gepland was voor 15-17 maart in Nicosia (Cyprus), digitaal gehouden en beperkt tot een middag.

De delegatie van het Nederlands parlement bestond uit de Eerste Kamerleden Van Apeldoorn (SP), commissievoorzitter, en Van Ballekom (VVD) en Tweede Kamerlid Zwinkels (CDA). Ambtelijke ondersteuning werd verzorgd door Van den Driessche en Kort (beiden Eerste Kamer) en Timmer (Tweede Kamer). De delegatie brengt als volgt verslag uit1:

1. Opening plenaire COSAC

De vergadering werd geopend door Harris Georgiades, voorzitter van de commissie voor Buitenlandse en Europese zaken van het Cypriotische parlement. Hij sprak zijn spijt uit dat de COSAC-bijeenkomst vanwege de uitzonderlijke internationale omstandigheden niet in Nicosia kon doorgaan en zei dat de veiligheidssituatie in Cyprus inmiddels genormaliseerd was. Hij dankte EU-partners, waaronder Nederland, voor hun steun.

In haar openingswoord benoemde de voorzitter van het Cypriotische Parlement, Annita Demetriou, belangrijke gemeenschappelijke uitdagingen zoals geopolitieke conflicten, migratie, energie en veiligheid en economische instabiliteit. Volgens Demetriou is gezamenlijke Europese actie op deze terreinen is essentieel. Ze wees op de waarde van de COSAC-bijeenkomst, die volksvertegenwoordigers de gelegenheid biedt om standpunten uit te wisselen, en tot dialoog en gedeelde prioriteiten te komen. Door eenheid kunnen we de gezamenlijke uitdagingen het hoofd bieden, aldus Demetriou.

Nicholas Ioannides, plaatsvervangend minister van migratie en internationale bescherming van Cyprus, presenteerde de stand van zaken bij de implementatie van de prioriteiten van het Cypriotische EU-voorzitterschap aan de hand van de vijf pijlers van het voorzitterschap.

Op het gebied van de eerste pijler, economische veiligheid, defensie en paraatheid, is vooruitgang geboekt door onder andere het akkoord met het Europees Parlement over een financieel steunpakket aan Oekraïne voor 2026 en 2027. Ook zijn er stappen gezet inzake militaire mobiliteit en democratische weerbaarheid tegen hybride dreigingen en desinformatie en zijn de voorbereidingen voor de uitvoering van het Migratie- en Asielpact in volle gang.

De tweede pijler is autonomie door concurrentievermogen. Er is gewerkt aan het versterken van de economische weerbaarheid en de interne markt, vereenvoudiging (door omnibussen) en er zijn verschillende handelsakkoorden gesloten. Onder de derde pijler, ‘een Europa dat openstaat voor de wereld’ zijn de internationale betrekkingen versterkt en gaan onderhandelingen over uitbreiding met kandidaat-lidstaten voort. Bij de vierde pijler, een Unie van waarden die niemand achterlaat, verwees hij naar vooruitgang op het gebied van sociaal beleid, gezondheidszorg en huisvesting. De laatste pijler is een langetermijnbegroting voor een autonome Unie. De onderhandelingen over het volgende Meerjarig Financieel Kader (MFK) zijn gaande en het streven is om tijdens de Europese Raad van juni verdere voortgang te presenteren.

Procedurele zaken

Het COSAC-secretariaat heeft het 45e COSAC-rapport uitgebracht en een voting guide gecirculeerd. 33 van de 39 nationale parlementen hebben de letter of intent voor cofinanciering van het COSAC-secretariaat voor 2027-2028 getekend, er wordt verwacht dat de andere zullen volgen.

Het amenderen van de COSAC-reglementen wordt doorgeschoven naar het Ierse voorzitterschap. Omwille van het houden van een digitale en kortere COSAC-bijeenkomst is besloten dat bij deze bijeenkomst geen conclusies of contributies zullen worden voorgelegd ter vaststelling.

2. Sessies

Sessie I: Oekraïne en het streven naar Europese veiligheid

Ivanna Klympush-Tsintsadze, voorzitter van de Commissie voor de integratie van Oekraïne in de EU van het Oekraïense parlement, benadrukte dat Europa wordt geconfronteerd met terugkerende en onderling samenhangende veiligheidscrises. En hoewel de internationale aandacht deels uitgaat naar de ontwikkelingen in het Midden-Oosten, duurt de oorlog in Oekraïne onverminderd voort. Oekraïne heeft een moeilijke winter gehad door de Russische aanvallen op kritieke civiele en energie-infrastructuur maar heeft veerkracht getoond, mede dankzij de aanhoudende steun van de Europese Unie, zei Klympush-Tsintsadze. Zij betoogde dat Oekraïne niet alleen strijdt voor eigen voortbestaan en soevereiniteit, maar ook voor het bredere Europese project. Voorts onderstreepte zij dat Oekraïne een belangrijke bijdrage levert aan de Europese veiligheid, bijvoorbeeld als het gaat om innovatie, gevechtservaring, cybercapaciteiten, energie-veerkracht en institutionele weerbaarheid. Steun aan Oekraïne zag Klympush-Tsintsadze als een investering in de gemeenschappelijke toekomst van Europa. Volgens haar was er geen sprake van een keuze tussen steun aan Oekraïne en het bevorderen van diens EU-toetreding, het toetredingsproces versterkt de democratische hervormingen en veerkracht in Oekraïne.

Charles Goerens, vicevoorzitter van de Commissie constitutionele zaken van het Europees Parlement (AFCO), nam vervolgens het woord. Hij benadrukte dat de oorlog in Oekraïne geen ver conflict is, maar directe gevolgen voor Europa heeft. Hij stelde dat het evident is dat de intentie van Rusland is om de EU en de NAVO te destabiliseren en herinnerde eraan dat Oekraïne Europese waarden en rechtsstatelijkheid verdedigt. Goerens onderstreepte dat de uitkomst van de oorlog een doorslaggevende invloed zal hebben op Europa’s veiligheid en stabiliteit.

Uitbreiding van de EU zag Goerens als een investering in de Europese veiligheid. Hij uitte kritiek op pogingen om de financiële steun aan Oekraïne te ondermijnen. Tevens verwees hij naar het standpunt van het Europees Parlement dat de bevroren Russische tegoeden moeten worden gebruikt voor de verdediging en wederopbouw van Oekraïne en voor compensatie van slachtoffers. Daarnaast wees hij op het belang van het versterken van de defensiecapaciteiten van de EU en de Europese veiligheidsarchitectuur. De militaire innovaties en gevechtservaring van Oekraïne bieden daarvoor waardevolle lessen. Nauwe samenwerking tussen de EU en de NAVO en blijvende trans-Atlantische eenheid blijven essentieel. De uitholling van het internationaal recht in één regio leidt onvermijdelijk tot verzwakking ervan wereldwijd, volgens Goerens.

Tijdens de discussie was er brede steun voor Oekraïne en veel van de sprekers zagen de oorlog als een directe bedreiging voor Europese veiligheid en de op regels gebaseerde internationale orde. Ook was er veel aandacht voor de uitbreiding van de EU, die op lange termijn de veiligheid in Europa kan versterken. Ten slotte riepen verschillende sprekers op meer verantwoordelijkheid te nemen voor de eigen veiligheid van Europa.

Sessie II: De EU en de crisis in het Midden-Oosten

Deze sessie werd geopend met een keynote van Dimitris Kairidis, voorzitter van de commissie voor Nationale Defensie en Buitenlandse Zaken van het Cypriotische parlement, over de escalatie in het Midden-Oosten. Hij schetste mogelijke scenario’s rond Iran en de gevolgen daarvan voor de EU, waarbij hij waarschuwde voor zware economische gevolgen en verhoogde hybride dreigingen. Ook benadrukte hij het belang van Europese solidariteit, diplomatie, strategische autonomie en weerbaarheid. In het daaropvolgende debat spraken de deelnemers hun grote zorgen uit over verdere escalatie, de impact op Europese veiligheid en economie, en spraken zij sterke steun uit voor Cyprus. Terugkerende thema’s waren verder de risico’s van instabiliteit in het Midden-Oosten en het belang van internationaal recht en diplomatie. Opgeroepen werd tot consistent optreden, de-escalatie en het versterken van de EU als bemiddelaar.

Tijdens deze sessie lichtte het lid Zwinkels de Nederlandse zorgen toe en gaf ze aan dat de Tweede Kamer een Iran‑debat heeft gevoerd, waarbij brede steun bestaat voor Iraanse vrijheidsrechten maar grote verschillen over de aanpak. Ook gaf zij aan dat de Tweede Kamer heeft ingestemd met uitzending van een fregat ter verdediging van Europees grondgebied. Nederland wil samen met Europese en andere partners het maatschappelijk middenveld in Iran steunen en afhankelijkheden afbouwen. De EU moet nieuwe manieren vinden om onze waarden te beschermen in een veranderende wereldorde.

In zijn bijdrage in deze sessie sprak commissievoorzitter Van Apeldoorn tevens zijn zorgen uit over de oorlog in Iran en de regionale en mondiale gevolgen daarvan voor de veiligheid en energievoorziening. Hij riep Europa op verenigd op te treden en bij te dragen aan een terugkeer naar diplomatie en het verlichten van de nadelige gevolgen voor de Europese veiligheid, de economie en de maatschappij, en ook tot het beschermen van de internationale rechtsorde en de mensenrechten van de Iraanse bevolking.


Sessie III: De EU en het Middellandse Zeegebied: naar een sterker Euro-Mediterraan partnerschap

Verwijzend naar de situatie in Iran en de bredere implicaties daarvan, ving Eurocommissaris voor het Middellandse Zeegebied, Dubravka Šuica haar toespraak aan met het benadrukken van het belang van dialoog binnen en buiten de EU en het groeiende belang van partnerschappen. Het Pact voor het Middellandse Zeegebied, dat in november 2025 werd gelanceerd, is precies bedoeld om partnerschappen te versterken, gemeenschappelijke belangen te ontwikkelen en concrete, tastbare voordelen te realiseren, onder meer op het gebied van energie, veiligheid, migratie en onderwijs. In dat kader vroeg zij ook aandacht voor de initiatieven die zijn ontwikkeld ter ondersteuning van jongeren. Tot slot benadrukte zij de dialoog met de partners in de Golfregio om de diversificatie van de energievoorziening te ondersteunen en de veiligheid en stabiliteit in de regio te waarborgen. Het meerjarig financieel kader voor de komende begrotingsperiode dat momenteel wordt besproken zou daarbij voldoende middelen beschikbaar moeten stellen om dergelijke dialogen en partnerschappen te ondersteunen, aldus Šuica.

In de discussie die erop volgde, stond de huidige crisis in het Midden-Oosten en de gevolgen daarvan voor de Europese Unie centraal, waarbij de noodzaak van voortdurende betrokkenheid en dialoog nogmaals werd benadrukt. Een aantal delegaties merkte op dat de versterking van het Euro-Mediterrane partnerschap als een strategische prioriteit werd gezien, door middel van verbeterde economische samenwerking, duurzame ontwikkeling en betere transport- en energieverbindingen. In reactie op vragen over de concrete uitvoering van het Pact, antwoordde de Commissaris dat het Pact bedoeld is als een concreet en operationeel project, ondersteund door een actieplan met tastbare resultaten, waarvan de uitvoering en voortgang regelmatig zal worden gecontroleerd.

Namens de delegatie,

De voorzitter van de commissie voor Europese Zaken van de Eerste Kamer, Van Apeldoorn

Lid van de commissie voor Europese Zaken van de Tweede Kamer,
Zwinkels


  1. De documenten bij deze plenaire vergadering zijn te raadplegen op de website van IPEX:

    https://secure.ipex.eu/IPEXL-WEB/conferences/cosac/home↩︎