[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo]←NIEUW! [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Voortgang aanpak netcongestie FGU-regio

Brief regering

Nummer: 2026D19320, datum: 2026-04-21, bijgewerkt: 2026-04-21 20:27, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van zaak 2026Z08622:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Geachte Voorzitter,

Op 12 maart jl. heeft het kabinet de Kamer geïnformeerd1 over de gezamenlijke aanpak met TenneT en de regionale netbeheerders en overheden om een volledige aansluitstop in de Flevopolder, Gelderland en Utrecht (de ‘FGU-regio’) te voorkomen. Aanleiding daarvoor was het signaal van TenneT medio februari dat zonder aanvullende maatregelen in deze regio geen nieuwe of zwaardere kleinverbruikaansluitingen meer mogelijk zouden zijn vanaf aankomende zomer. De afgelopen weken hebben de betrokken partijen gewerkt aan krachtige interventies om ervoor te zorgen dat het aansluiten van woningen en bedrijven met maatschappelijke prioriteit zoveel mogelijk door kan gaan, terwijl de veiligheid van het elektriciteitsnet geborgd blijft. Hierbij is geen enkele maatregel op voorhand uitgesloten en zijn ook ingrijpende maatregelen onderzocht en voorbereid. In deze brief worden de resultaten van de aanpak tot op heden en de voorlopige consequenties voor de betrokken regio’s toegelicht.

De situatie op het elektriciteitsnet in de FGU-regio is zodanig krap dat scherpe keuzes onvermijdelijk zijn. Het elektriciteitsnet moet veilig, stabiel en betrouwbaar functioneren, zodat bestaande huishoudens, bedrijven en instellingen zoals scholen en ziekenhuizen verzekerd blijven van elektriciteit. De voornaamste structurele oplossing voor netcongestie is het uitbreiden van het elektriciteitsnet, met in deze regio in het bijzonder de cruciale netuitbreidingen in Utrecht. Dit heeft daarom binnen de landelijke aanpak van netcongestie de hoogste prioriteit. Dit geldt zeker voor de FGU-regio, omdat er daar met potentiële overbelastingen een risico is op netuitval.

De voornaamste uitkomst is dat met de gezamenlijke inzet een algehele, langdurige aansluitstop is afgewend. De oplossingen die zijn gevonden, hebben het vooruitzicht voor de FGU regio sterk verbeterd. Dat wil echter niet zeggen dat er voor iedereen ruimte op het net is. Dit is een zware boodschap voor alle inwoners, bedrijven en maatschappelijke instellingen die daardoor geraakt worden. De komende jaren blijft het dus in de hele FGU-regio noodzakelijk om alles op alles te zetten om scherp aan de wind te varen en continu te monitoren waar en voor wie netcapaciteit beschikbaar komt. Concreet zullen netbeheerders twee keer per jaar, op basis van de meest actuele inzichten, capaciteit vrijgeven.

De FGU-regio wordt voortaan opgedeeld in vijf afzonderlijke congestiegebieden:

  • In alle gebieden is er ruimte gecreĂ«erd voor geplande en bij de netbeheerder aangemelde woningbouwprojecten (‘onderhanden werk’). Dat betekent dat reeds lopende woningbouwprojecten die voldoende concreet zijn en binnen afzienbare tijd starten met de bouw, zekerheid krijgen over transportcapaciteit. Deze projecten krijgen nog transportcapaciteit toegekend voor 1 juli 2026 en worden niet belemmerd bij een eventuele beperkingen in aansluitingen.

  • In Gelderland, Flevoland en delen van de provincie Utrecht (vier van de vijf congestiegebieden) is daarnaast ruimte vrijgemaakt om een deel van de aanvragen met maatschappelijke prioriteit, conform het ACM-kader, aan te sluiten. Dit betreft bijvoorbeeld politiebureaus, scholen en, bij voldoende capaciteit, ook nieuwe toekomstige woningbouw en zwaardere aansluitingen voor consumenten.

  • Voor een groot deel van de provincie Utrecht (één congestiegebied) is het voorspelde tekort aan transportcapaciteit nog tĂ© groot om onveranderd door te gaan met het honoreren van nieuwe aansluitingen; een tijdelijke pas op de plaats is daar helaas onvermijdelijk. Hierdoor zullen alle aanvragers van nieuwe of zwaardere aansluitingen daar vanaf aankomende zomer – in ieder geval tijdelijk – moeten wachten. Dit geldt voor zowel kleine verbruikers (waaronder huishoudens en maatschappelijke instellingen) als grootverbruikers, die al langer op de wachtrij staan. De precieze technische vormgeving hiervan zal de komende weken plaatsvinden. Wel is al duidelijk dat in dit gebied in ieder geval de eerder benoemde ‘onderhanden’ woningbouwprojecten wĂ©l doorgang kunnen vinden; dit betreft circa 35.000 woningen in de provincie Utrecht.

  • In geen van de gebieden is op dit moment voldoende netcapaciteit voor aansluitingen zonder maatschappelijke prioriteit.

Onderdeel van deze uitkomst is ook dat betrokken partijen de situatie gezamenlijk nauwlettend blijven monitoren, zodat wordt geborgd dat de maatregelen succesvol worden uitgevoerd en, waar nog werk te doen is, zo snel mogelijk ruimte voor nieuwe aansluitingen wordt vrijgemaakt. Daar blijven alle partijen, inclusief het Rijk, zich nadrukkelijk voor inzetten. Een eerste weging vindt plaats in oktober; dan zal er weer worden bekeken of, en zo ja hoeveel, ruimte er per 1 januari 2027 kan worden vrijgegeven.

De FGU-aanpak is opgezet vanwege de urgentie en het belang van netveiligheid in de regio. De aanpak staat niet op zichzelf, maar de inspanningen maken onderdeel uit van de bredere landelijke aanpak van netcongestie; de lessen en aanpak uit deze regio zijn ook belangrijk voor de rest van Nederland. Het blijft aannemelijk dat de komende jaren met regelmaat afwegingen nodig zijn over het gebruik van het elektriciteitsnet. Bij schaarste zijn moeilijke keuzes onvermijdelijk en moeten maatschappelijke belangen tegen elkaar worden afgewogen.

Maatregelen en afspraken FGU-aanpak

Contracteren van flexibiliteit bij grote verbruikers

Grote bedrijven en zogenoemde ‘congestieverzachters’, zoals grootschalige batterijsystemen, leveren een belangrijke bijdrage aan het tegengaan van netcongestie. Netbeheerders sluiten in toenemende mate contracten met dit soort partijen om het elektriciteitsnet op piekmomenten te ontlasten. Binnen de geïntensiveerde samenwerking in de FGU-aanpak pakken provincies en gemeenten actief hun rol door netbeheerders te ondersteunen bij het benaderen van geschikte partijen en bij cruciale processtappen zoals ruimtelijke inpassing en vergunningverlening. Daarnaast committeren netbeheerders zich om, conform de afspraken in het aansluitoffensief2, deze flexibiliteit bij bedrijven voortvarend in te kopen. Dit commitment is door betrokken partijen vastgesteld, inclusief de randvoorwaarde van kosteneffectiviteit en een zorgvuldige kosten-batenafweging bij verwerking van de te maken kosten in tarieven, zoals gebruikelijk.

Modelberekeningen, aannames en risico’s

Gezien de verstrekkende gevolgen van een mogelijke aansluitstop heeft EZK een gespecialiseerd bureau opdracht gegeven om de rekenmodellen van TenneT voor de FGU-regio te valideren. De hoofdconclusie van deze onafhankelijke toets is dat de modellen van TenneT geen inconsistenties bevatten en methodologisch degelijk zijn opgebouwd. Dit vergroot het vertrouwen in de robuustheid van de modellen die ten grondslag liggen aan de netcongestie aanpak en versterkt de basis voor besluitvorming, maar onderstreept tegelijkertijd de noodzaak om aanvullende effectieve maatregelen te nemen.

Tegelijk is des te duidelijker geworden dat, zoals bij elk model, de aannames die in de ‘rekenmachine’ gaan grote invloed hebben op de uitkomsten, ondanks dat de rekenmethodiek zelf robuust is. Zulke aannames betreffen bijvoorbeeld de groei van de belastingvraag, de impact van verwachte beleids- en marktontwikkelingen en de verwachte inzet van grootschalige batterijsystemen. De betrokken partijen hebben afspraken gemaakt over de aannames die de netbeheerders hanteren. Uitgangspunt daarbij is een realistische inschatting van prognoses en bijbehorende risico’s, zonder onnodig conservatief te rekenen. Voor de FGU-regio leidt dat tot een drietal aanpassingen in de aannames die gezamenlijk resulteren in een aangescherpt beeld van de toekomstige netbelasting.

Ten eerste wordt het effect van toekomstige prijsprikkels voortaan meegenomen. Het gaat daarbij onder meer om de tijdsafhankelijke nettarieven die momenteel in voorbereiding zijn en de verwachte toename van het aantal dynamische leveringscontracten. EZK heeft externe expertise gevraagd om de impact van deze ontwikkelingen op de piekvraag in beeld te brengen, zodat netbeheerders hun prognoses hierop de komende periode kunnen bijstellen. Ten tweede zijn de aannames over de groei van het verbruik door bestaande bedrijven, instellingen en huishoudens bijgesteld. Uit recente analyses blijkt dat een deel van de geplande projecten bij bedrijven vertraging oploopt of niet wordt gerealiseerd, waardoor de benodigde transportcapaciteit lager uitvalt dan eerder werd aangenomen. Ten derde hanteren netbeheerders voortaan een aangepast weerscenario; er wordt uitgegaan van een gemiddelde etmaaltemperatuur van -4 graden op de koudste dag, met een kans van circa 22 procent per jaar dat de gemiddelde etmaaltemperatuur lager wordt (bron: KNMI). Het effect hiervan betreft een inschatting, waarvan uiteindelijk gevolgd zal worden hoe realistisch deze is.

Naast deze aanpassingen voor een aangescherpte en risicogebaseerde inschatting van prognoses, is het ook mogelijk om scherper aan de wind te varen bij het accepteren van risico op storingen en stroomuitval. Dit vraagt om een expliciete maatschappelijke afweging tussen betrouwbaarheid en beschikbaarheid; wanneer is het aanvaardbaar om een lagere betrouwbaarheid van het net te accepteren, om zo meer aansluitingen voor maatschappelijke doelen mogelijk te maken. Deze afweging moet plaatsvinden binnen technisch verantwoorde grenzen, omdat ongecontroleerde storingen tot onveilige situaties en langdurige uitval door herstelwerkzaamheden leiden en daarom te allen tijde moeten worden voorkomen. Maar wanneer tijdelijke, gecontroleerde en vooraf aangekondigde afschakeling van groot- en/of kleinverbruikers kan bijdragen aan aanzienlijk meer ruimte op het net voor maatschappelijke doelen, waaronder nieuwe woningbouw, acht het kabinet het wenselijk om te onderzoeken hoe en in welke situaties dit veilig kan worden geaccepteerd. Uitgangspunt hierbij is dat dit uitzonderlijke situaties betreft die zich slechts incidenteel voordoen; het elektriciteitsnet is namelijk niet continu te zwaar belast, maar vooral op enkele koude en windstille piekdagen. Hieronder volgt een beschrijving van maatregelen die worden uitgewerkt om risico’s te mitigeren.

Als eerste worden afsprakenkaders uitgewerkt voor het vrijwillig, gericht afschakelen van niet-kritieke grote afnemers in noodsituaties. Dit betreft naast grote bedrijven ook utiliteitsgebouwen, zoals grote kantoorpanden en sporthallen met zwembaden. Tijdelijke afschakeling op deze piekmomenten kan het elektriciteitsnet ontlasten en helpt te voorkomen dat ook woonwijken zonder stroom komen te zitten.

Het kabinet verkent met sectoren met flexibiliteitspotentieel, zoals datacenters en grootschalige koelhuizen, de mogelijkheden om hun elektriciteitsverbruik in pieksituaties te beperken. Deze afspraken worden in nauw overleg met brancheverenigingen en het bedrijfsleven voorbereid, zodat belangen en randvoorwaarden zorgvuldig worden geborgd. Daarnaast wordt bezien hoe nieuw te ontwikkelen grootschalige defensieterreinen zo kunnen worden ingericht dat zij het net niet extra belasten (‘netneutraal’) of zelfs juist bijdragen aan het verminderen van congestie (‘congestieverzachtend’). Het kabinet gaat het gesprek aan met partijen in de mobiliteitssector om te bezien in hoeverre noodbeperking van hun verbruik, bijvoorbeeld via een afgeschaalde dienstregeling in uitzonderlijke situaties met acute dreiging op overbelasting van het stroomnet, kan bijdragen aan het verminderen van netcongestie. Dit is aanvullend op de gesprekken die al lopen met de sector over innovatieve oplossingen voor netcongestie in het kader van het Bestuurlijk Akkoord Netcongestie en OV (BANOV). Ook wordt voorbereid op het effectief tijdelijk afschakelen van overheidskantoren, zodat de overheid zelf bijdraagt aan het ontlasten van het stroomnet op piekmomenten. Regionale netbeheerders schalen de inzet van noodaggregaten op, waarmee via tijdelijke lokale opwek het elektriciteitsnet kan worden ontlast.

Ten slotte verkent EZK samen met netbeheerders de inzet van communicatie richting burgers bij acute situaties waarin storingen dreigen. Deze inzet is aanvullend op de flexibiliteitsdiensten voor kleinverbruikers die in ontwikkeling zijn en is uitsluitend bedoeld voor uitzonderlijke situaties. Het kabinet kijkt daarbij naar voorbeelden uit het buitenland, zoals Frankrijk en Finland, waar dergelijke instrumenten al in de praktijk worden toegepast. Daarbij wordt onder meer gekeken naar het inzetten en testen van spoedberichten of congestie-alerteringen, bijvoorbeeld via energieleveranciers, om burgers tijdig te informeren over dreigende stroomstoringen en hoe zij kunnen bijdragen om deze te voorkomen. Dit gebeurt in afstemming met publieke en private partners, zoals medeoverheden en veiligheidsregio’s, zodat vitale voorzieningen, waaronder ziekenhuizen, verzorgingstehuizen en meldkamers, tijdig zijn voorbereid en toegerust.

Nog verdergaande acceptatie van risico’s kan ertoe leiden dat tijdelijke, preventieve afschakeling van hele netdelen nodig wordt om de netveiligheid te waarborgen. Dit betekent dat gebieden tijdelijk zonder stroom kunnen komen te zitten, met potentieel grote impact.

Opsplitsen van de FGU-regio in vijf congestiegebieden
De FGU-regio is een vermaasd net, wat betekent dat het elektriciteitsnet in het gebied onderling verbonden is. Tot op heden werd de regio daarom als één congestiegebied beschouwd. Inmiddels blijkt echter dat er binnen de regio aanzienlijke verschillen bestaan in het effect van flexibiliteit op de knelpunten in het net; hetzelfde geldt voor de impact van nieuwe aansluitingen.

Om flexibiliteit effectiever te kunnen inzetten, is onderzocht of de FGU-regio op basis van technische kenmerken kan worden onderverdeeld in meerdere congestiegebieden. Naar aanleiding van deze analyse wordt toegewerkt naar een opsplitsing in de FGU-regio in vijf congestiegebieden per 1 juli 2026; een indicatieve weergave hiervan treft u aan in de bijlage. Dit is geen eenvoudige afweging geweest, met uiteenlopende opvattingen. Uiteindelijk is door TenneT, gesteund door het Rijk, deze richting met waarborgen vastgelegd.

Deze indeling is gebaseerd op de technische kenmerken van het net en de locatie van knelpunten binnen de regio. Door over te gaan op kleinere gebieden kan flexibiliteit naar verwachting effectiever ingezet worden, wat ruimte creëert voor nieuwe aansluitingen. Door binnen een gebied nieuwe aansluitingen te koppelen aan gevonden flexibiliteit wordt voorkomen dat nieuwe aansluitingen in het ene gebied negatieve effecten hebben op de congestie in een ander gebied.

Versnelling van cruciale netuitbreidingen

De structurele oplossing voor de netcongestieproblematiek in de FGU-regio is het bijbouwen van nieuwe infrastructuur. Onder andere het nieuwe hoogspanningsstation Utrecht-Noord (op de locatie ‘Haarrijn’) en de uitbreiding van het station Breukelen-Kortrijk inclusief de bijbehorende verbindingen voor deze stations zijn daarin van groot belang en de meest cruciale netuitbreiding binnen de FGU-regio en essentieel voor het vergroten van de netcapaciteit voor het hele gebied. Om de benodigde infrastructuur sneller in gebruik te nemen, hebben TenneT, Stedin en de betrokken overheden ruim tien versnellingsmaatregelen uitgewerkt. Daarmee is de realisatie van dit station in Utrecht en de bijbehorende verbindingen met twee jaar te versnellen, van 2033 naar 2031. De komende periode zal daarop steeds gemonitord worden, om voortgang te bewaken en eventuele uitlooprisico’s te mitigeren.

De versnelling wordt onder meer gerealiseerd door extra menskracht van zowel TenneT als de overheid in te zetten en door processen bij TenneT en de provincie parallel uit te voeren, in te korten en waar mogelijk op te splitsen. Dit leidt tot een verkort ontwerptraject en een versnelde besluitvormingsprocedure. Tegelijk kan het inzetten van extra capaciteit op dit project menskracht gevolgen hebben voor projecten elders in Nederland. De komende jaren zullen we meer adaptief en flexibel om moeten gaan met de inzet van mensen en middelen, zodat cruciale energie-infrastructuur zo doelgericht mogelijk wordt gerealiseerd. In deze processen worden de belangen van betrokken partijen, waaronder gemeenten en omwonenden, zorgvuldig meegewogen, inclusief de inzet van ondersteunende instrumenten (zoals het ‘Gebiedsfonds’) zoals ook benadrukt door de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en de Staatssecretaris van Klimaat en Groene Groei in recente gesprekken met omwonenden en regionale overheden. Daarnaast worden er voor station Utrecht-Noord gerichte maatregelen genomen om het risico op vertraging door onteigening te beperken. Zo heeft Rijkswaterstaat gronden ter beschikking gesteld, waardoor er minder particuliere gronden nodig zijn.

Bovenstaande versnellingsmaatregelen zijn aanvullend op het wetgevingsprogramma ‘Stroomlijnen Energieprojecten’, waarmee het kabinet invulling geeft aan de crisiswet netcongestie zoals aangekondigd in het coalitieakkoord. Dit programma richt zich op de eerste fase van energieprojecten; omdat de projecten in Utrecht deze fase al hebben doorlopen, biedt het programma hier slechts beperkt soelaas. Wel worden aanvullende juridische versnellingsopties voorbereid, waaronder het splitsen van de vergunning voor station en kabels en een uniforme taxatiemethodiek voor grondaankoop.

Naast stations Utrecht-Noord en Breukelen-Kortrijk zijn ook andere netuitbreidingen in Flevoland, Gelderland en Utrecht van belang om netcongestie te verminderen. Lessen uit Utrecht-Noord worden daarbij toegepast om vertragingen van andere cruciale projecten te voorkomen, al geldt steeds dat onverwachte ontwikkelingen de planningen kunnen wijzigen. Deze projecten doorlopen een vergelijkbare aanpak om versnellingsmaatregelen te identificeren en te implementeren. De meest kritieke projecten worden opgenomen in de Projectenaanpak netcongestie, waarbij EZK, TenneT en de regionale overheden als bevoegd gezag ondersteunt bij het versnellen van inpassing en het beperken van uitlooprisico’s.

Netbewust en netneutraal bouwen

Woningbouw is een van de hoogste prioriteiten van dit kabinet. Netcongestie vormt daarbij een steeds groter knelpunt. Het vertragen of niet tot uitvoering komen van woningbouwprojecten door netcongestie kan zonder aanvullende maatregelen tienduizenden woningzoekenden in het FGU-gebied raken.

Om er alles aan te doen dat er zoveel mogelijk woningbouw kan worden gerealiseerd werkt het kabinet aan (landelijke) eisen voor netbewuste nieuwbouw, zodat die landelijk en provinciaal kunnen worden toegepast. Deze eisen zullen toezien op het verminderen van de elektriciteitsvraag tijdens piekuren, bijvoorbeeld door toepassing van slimme installaties in de woning. Bovendien worden er met betrokken partijen concepten ontwikkeld die het mogelijk maken om woningbouwprojecten toch aan te sluiten op het net, ondanks netcongestie. Dat betreft aansluitingen die congestieneutraal of non-firm zijn of die met flexibele opwek kunnen worden aangesloten. Dit zijn concepten waarbij elektriciteitsgebruik zo wordt geregeld dat er tijdens de piekuren niet of nauwelijks gebruik van het net wordt gemaakt. Denk hierbij aan maatregelen voor slimme aansturing en lokale opwek en opslag van energie. Dit zijn oplossingen die woningbouw bij zeer schaarse capaciteit toch mogelijk maken.

Flexibiliteit bij kleinverbruikers

Flexibel elektriciteitsverbruik door kleinverbruikers – huishoudens, kleine bedrijven en maatschappelijke instellingen – biedt serieuze potentie om het elektriciteitssysteem in de FGU-regio op piekmomenten te ontlasten. Dat kan door het verbruik van elektrische apparaten te verplaatsen naar momenten buiten de piek; waarbij vooral ‘net-intensieve’ (zware) apparaten als laadpalen, thuisbatterijen en warmtepompen veel impact maken. Dit flexibiliteitspotentieel bij kleinverbruikers wordt nu nog maar beperkt benut, terwijl het juist in stedelijke gebieden van groot belang is omdat daar het aandeel kleinverbruikers relatief groot is.

Om dit potentieel op korte termijn te benutten, zetten netbeheerders een gerichte marktvraag uit voor flexibiliteit. Via Congestion Service Providers (CSP’s), waaronder energieleveranciers, worden huishoudens benaderd om tegen vergoeding hun verbruik van bijvoorbeeld warmtepompen, thuisbatterijen en laadpalen tijdelijk te verschuiven naar rustige momenten. Zo worden huishoudens financieel beloond om drukke momenten op het stroomnet te vermijden. De marktuitvraag is erop gericht om al komende winter flexibiliteit bij kleinverbruikers te kunnen inzetten. Netbeheerders Liander en Stedin hebben hiervoor op 10 april een Letter of Intent ondertekend met energieleveranciers, waarin zij zich gezamenlijk committeren aan het ontsluiten van een aanzienlijk flexibel vermogen bij kleinverbruikers, waarbij consumenten financieel profiteren van deelname aan het tegengaan van netcongestie. Het kabinet ondersteunt deze ontwikkeling, in lijn met motie-Klos3, en werkt samen met de ACM om belemmeringen in wet- en regelgeving voor brede toepassing weg te nemen.

Slimme net-intensieve apparaten, zoals warmtepompen, laadpalen en thuisbatterijen, stellen huishoudens in staat om gemakkelijker te profiteren van dit soort nieuwe ‘flexibiliteitsdiensten’ van CSP’s. Slimme apparaten kunnen namelijk automatisch hun stroomverbruik optimaliseren op basis van externe signalen, zoals de actuele stroomprijs en de beschikbare ruimte op het net. Zo helpen slimme apparaten bij een efficiĂ«ntere benutting van het stroomnet Ă©n een lagere energierekening voor huishoudens.

De meeste nieuwe warmtepompen die momenteel via de ISDE worden gesubsidieerd, ondersteunen in de praktijk vrijwel allemaal al dit soort slimme functionaliteiten. Wat echter nog ontbreekt is technische uniformiteit, zodat warmtepompen naadloos kunnen samenwerken met andere apparaten en diensten, en consumenten meer keuzevrijheid en transparantie hebben. Om die uniformiteit te borgen, ontwikkelt het Nederlandse normalisatie instituut, NEN, samen met de sector een Nederlands technische afspraak (NTA) voor slimme warmtepompen. Deze NTA wordt per 2028, wanneer de NTA en bijbehorende certificering gereed zijn, geĂŻmplementeerd via de voorwaarden van de ISDE. Vooruitlopend hierop worden consumenten die een ISDE-subsidie aanvragen geĂŻnformeerd en gestimuleerd om te kiezen voor een slimme warmtepomp. Daarnaast zet EZK erop in om, vooruitlopend op volledige certificering, per 1 januari 2027 al onderdelen van de NTA als technische voorwaarden in de regeling op te nemen.

Consequenties voor inwoners, bedrijven en instellingen in de FGU-regio

Deze maatregelen en de bestuurlijke afspraken die daarbij horen vormen een aanvulling op de inspanningen die reeds lopen binnen de bestaande FGU-aanpak, het Landelijk Actieprogramma Netcongestie en geven daarnaast concreet invulling aan onderdelen van het aansluitoffensief. In het licht van deze aanvullende interventies en de gemaakte afspraken heeft TenneT de situatie opnieuw beoordeeld. Op basis daarvan is een nieuw beeld ontstaan van het perspectief voor de FGU-regio en van wat dit betekent voor inwoners, bedrijven en andere partijen in de regio die afhankelijk zijn van nieuwe of zwaardere aansluitingen op het stroomnet.

Deze acties en actualisatie leiden ertoe dat op dit moment in vier van de vijf congestiegebieden een onmiddellijke aansluitstop in zijn geheel voorkomen kan worden. In deze gebieden is met aanvullende interventies ruimte vrijgemaakt, waarmee nieuwe partijen aangesloten kunnen worden op basis van het maatschappelijke prioriteringskader van de ACM. Het vinden van ruimte is voorwaarde om nieuwe partijen te kunnen aansluiten en blijft een continu proces. Uiteindelijk is de omvang van de gevonden ruimte bepalend voor het kunnen blijven aansluiten van nieuwe partijen, zoals dat in heel Nederland geldt.

Tegelijkertijd zijn de aanvullende interventies en resultaten op dit moment voor één van de vijf gebieden – te weten, een groot deel van de provincie Utrecht – onvoldoende zeker ten behoeve van de netveiligheid en is daarmee maatwerk en een ‘pas op de plaats’ noodzakelijk vóórdat nieuwe aansluitingen mogelijk zijn. Voor nieuwe aansluitingen is nog aanvullende ruimte nodig. Die ruimte kan gevonden worden door het verder brengen en het concreter en succesvoller maken van de ingezette interventies, maar natuurlijk ook door nieuwe initiatieven. Wel is zeker gesteld dat geplande en bekende woningbouw in provincie Utrecht doorgang kan vinden, aangezien het hier gaat om ‘onderhanden’ werk. Voor overige grote en kleine verbruikers, zoals bedrijven en instellingen, zonder prioriteit, geldt helaas dat geen nieuwe mogelijkheden zijn gevonden om hen sneller van een aansluiting of verzwaring te voorzien, en dat een pauze in nieuwe aansluitingen noodzakelijk is.

Deze uitkomst is vanzelfsprekend ongewenst en alle betrokkenen zijn zich zeer bewust van de impact bij mensen, bedrijven, maatschappelijke instellingen en samenleving. Tegelijkertijd is deze tijdelijke maatregel onvermijdelijk; dat is de reden waarom we hebben afgesproken alles op alles te zetten om ook in deze gebieden capaciteit vrij te maken die vervolgens kan worden benut voor nieuwe aansluitingen. In oktober zal worden vastgesteld in hoeverre nieuwe capaciteit beschikbaar is. Ook in de tussenliggende periode gaan de inspanningen onverminderd gezamenlijk door.

Vervolg

Ondanks het verbeterde perspectief als gevolg van de ingezette interventies, is de aanpak nog niet afgerond. De situatie op het stroomnet in de FGU-regio blijft kwetsbaar en het blijft noodzakelijk om zorgvuldig te balanceren tussen het borgen van de netveiligheid en het zoveel mogelijk creëren van ruimte voor maatschappelijke opgaven.

Alle betrokken partijen hebben zich gecommitteerd om ook de komende maanden en jaren intensief samen te werken om de afgesproken maatregelen uit te voeren, het stroomnet versneld uit te breiden en de beschikbare capaciteit zo efficiĂ«nt mogelijk te benutten. Bovendien worden dwarsdoorsnijdende blokkerende zaken zoals stikstofvraagstukken, uitvoeringsaspecten, kosten en verwerking daarvan in tarieven steeds aandachtig gevolgd en voortvarend opgelost, niet alleen in Nederland, maar waar nodig ook op Europees niveau (bijvoorbeeld in het kader van het ‘European Grid Package’). Specifiek ten aanzien van de tarieven geldt dat deze maatregelen en inzet een opwaartse druk daarop genereren; die ontwikkeling zal ook nadrukkelijk gemonitord worden. Ten slotte geldt dat dit geen vrijblijvende inzet kan zijn; alleen als alle betrokkenen – binnen hun rol en taken – hun verantwoordelijkheid nemen kan deze aanpak succesvol zijn.

Het Rijk, de netbeheerders en de interbestuurlijke partners blijven de situatie daarbij nauwlettend monitoren; in oktober 2026 volgt een nieuwe beoordeling van de beschikbare ruimte per deelgebied in de FGU-regio. Extra transportcapaciteit is alleen mogelijk zolang de ingezette maatregelen aantoonbaar effect sorteren en de veiligheid van het net kan worden geborgd. Voor het vastleggen van de maatregelen en de opvolging daarvan zijn stevige bestuurlijke afspraken gemaakt met alle betrokken partijen, inclusief een robuust proces voor monitoring en bijsturing van de aanpak.

Het kabinet zal de Kamer hierover via de reguliere rapportages inzake de landelijke netcongestie aanpak blijven informeren.

Hoogachtend,

Jo-Annes de Bat

Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat


Bijlage – Indeling congestiegebieden FGU-regio


  1. Kamerstukken II 2025/26, 29 023, nr. 638↩

  2. Kamerstukken II 2025/26, 29 023, nr. 626↩

  3. Kamerstukken II 2025/26, 29 023, nr. 618↩