[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo]←NIEUW! [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Maatregelen rondom het aanpakken van schijnerkenningen

Brief regering

Nummer: 2026D19466, datum: 2026-04-22, bijgewerkt: 2026-04-22 13:07, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van zaak 2026Z08723:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Op 10 maart jl. heb ik uw Kamer, naar aanleiding van de mondelinge vragen van het lid Boomsma,1 geïnformeerd over de noodzaak om schijnerkenningen tegen te gaan. Daarbij heb ik toegezegd uw Kamer in april te informeren over een plan van aanpak. Met deze brief geef ik, mede namens de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, invulling aan die toezegging.

Het tegengaan van schijnerkenningen is een prioriteit van het kabinet. Van een schijnerkenning is sprake wanneer een kind wordt erkend met als enige doel het verkrijgen van verblijfsrecht of nationaliteit, zonder dat feitelijk invulling wordt gegeven aan het ouderschap. De erkenning wordt in dat geval gebruikt als instrument om verblijfsrechten te verkrijgen in plaats van een daadwerkelijke ouder-kindrelatie tot stand te brengen, met nadelige gevolgen voor het kind en het migratie- en nationaliteitsbeleid en oneigenlijk gebruik van publieke voorzieningen.

De afgelopen jaren is het aantal signalen van mogelijke schijnerkenningen toegenomen. Zo is het aantal signalen bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) gestegen van enkele tientallen per jaar naar circa 250 in 2024 en ongeveer 410 in 2025.2 Er zijn daarnaast gevallen bekend bij de IND waarin één persoon meerdere kinderen erkent zonder de intentie een daadwerkelijke ouderrol te willen vervullen. Tegelijkertijd blijkt het lastig om misbruik effectief tegen te gaan, onder meer door beperkte mogelijkheden om vooraf te toetsen en achteraf in te grijpen wanneer misbruik wordt vermoed of vastgesteld.

In het coalitieakkoord is opgenomen dat erkenning van buitenlandse kinderen wordt geconcentreerd bij gemeenten met specifieke kennis en expertise en dat schijnerkenners strafrechtelijk worden vervolgd.3 Tevens heb ik uw Kamer toegezegd te informeren over lessen uit andere landen, over de zaak betreffende een man met 25 erkenningen,4 en over de nadere uitwerking van maatregelen ter voorkoming van schijnerkenningen. Daarnaast heb ik toegezegd een wetswijziging voor te bereiden teneinde strafrechtelijke vervolging van schijnerkenners mogelijk te maken. De noodzaak daarvan wordt momenteel nader onderzocht.

Aanpak

In samenwerking tussen de ministeries van Justitie en Veiligheid (JenV) en Buitenlandse Zaken en de betrokken ketenpartners, waaronder de IND, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), de Nederlandse Vereniging voor Burgerzaken (NVVB), het Openbaar Ministerie (OM), is een samenhangend pakket aan maatregelen opgesteld die op korte termijn kunnen worden uitgevoerd. Verkend wordt of aanvullende maatregelen voor een structurele en duurzame aanpak nodig en mogelijk zijn. Deze aanpak is erop gericht om misbruik tegen te gaan, zonder afbreuk te doen aan het reguliere recht om te erkennen en het belang van het kind.

De aanpak kent een gefaseerde opzet en richt zich op twee sporen. Enerzijds wordt ingezet op het voorkomen van schijnerkenningen door versterking van de beoordelingspraktijk en expertise bij uitvoerende partijen. Anderzijds wordt ingezet op het verbeteren van de mogelijkheden om op te treden bij misbruik, zodat ongewenste rechtsgevolgen, zoals het verkrijgen van verblijfsrecht of nationaliteit, zoveel mogelijk worden voorkomen of, waar nodig, ongedaan gemaakt.

Ter ondersteuning van de verdere uitwerking van deze aanpak is tevens gekeken naar de wijze waarop andere landen omgaan met schijnerkenningen. België heeft, evenals Nederland, in de afgelopen jaren te maken gehad met een toename van vermoedelijke schijnerkenningen en heeft daarop het toetsings- en uitvoeringsproces aangescherpt. Een belangrijk verschil met de Nederlandse situatie is dat in België reeds in een vroeg stadium meerdere ketenpartners worden betrokken bij de beoordeling van een erkenningsaanvraag. Waar in Nederland de beoordeling primair bij de ambtenaar van de burgerlijke stand ligt, eventueel in afstemming met de IND, wordt in België bij signalen van mogelijke fraude ook het parket van de Procureur des Konings betrokken. Hierdoor vindt eerder een bredere toets plaats en ontstaat een sterkere basis voor weigering of opschorting van erkenningen. Daarnaast kent België, net als Nederland, de mogelijkheid om een erkenningsprocedure tijdelijk op te schorten wanneer twijfel bestaat over de intentie van de erkenning, zodat nader onderzoek kan worden verricht.

In België zijn de mogelijkheden om een erkenning te laten plaatsvinden geografisch beperkt. Een erkenning kan uitsluitend worden gedaan in de geboorteplaats van het kind, de verblijfplaats van de moeder of de woonplaats van de erkenner. Hiermee wordt voorkomen dat betrokkenen strategisch kiezen voor gemeenten waar de toetsing mogelijk minder strikt is of eindeloos blijven proberen een kind te erkennen. In Nederland kan een erkenning vooralsnog in iedere gemeente plaatsvinden. Tevens is sprake van een meer geïntegreerde samenwerking tussen gemeenten, parket en vreemdelingenautoriteiten, waarbij informatie-uitwisseling structureler is ingericht. De Belgische aanpak kenmerkt zich daarmee door een vroegtijdige, bredere en meer geïntegreerde toetsing van erkenningen, met meer ruimte voor onderzoek en sturing in de uitvoeringspraktijk. Deze elementen worden betrokken bij de verdere uitwerking van de Nederlandse aanpak. Aanvullende informatie over de Duitse aanpak wordt momenteel verzameld en kan in een volgende voortgangsbrief worden meegenomen.

Korte termijnmaatregelen

De inzet op korte termijn richt zich op de volgende maatregelen:

  • Het intensiveren van de controle door de ambtenaar van de burgerlijke

stand;

  • Het inrichten van een expertiseteam ter ondersteuning van gemeenten;

  • Het standaardiseren van het verzoek tot vernietiging;

  • Het aanvechten van buitenlandse erkenningen.

Allereerst wordt erop ingezet dat de ambtenaar van de burgerlijke stand actiever aan de gemeentelijke balie gaat controleren op schijnerkenningen. Dat geldt zowel voor erkenningen in Nederland als voor verzoeken om buitenlandse erkenningen te registreren in de Basisregistratie Personen (hierna: BRP). Daartoe versterken wij de beoordelingspositie van de ambtenaar van de burgerlijke stand. Gemeenten zullen beter worden beter ondersteund bij het herkennen en beoordelen van signalen van mogelijke schijnerkenningen. Dit zal onder meer gebeuren door gerichte kennisdeling en het aanscherpen van handreikingen, zoals een processtappenoverzicht en een indicatorenlijst. Deze handreikingen beschrijven concreet welke signalen kunnen duiden op een schijnerkenning en welke stappen gemeenten vervolgens kunnen zetten. Een gezamenlijke werkgroep, bestaande uit de NVVB, VNG, IND, OM en JenV, heeft deze handreikingen vastgesteld. Deze zijn als eerste stap verspreid onder de pilotgemeenten en toegelicht door de NVVB. Bij de uitrol van deze maatregelen wordt tevens getoetst of gemeenten hiermee voldoende in staat zijn om signalen van mogelijke schijnerkenningen te herkennen en te beoordelen.

Daarnaast is een pilot voorbereid met een multidisciplinair expertiseteam, waarin expertise van verschillende ketenpartners wordt gebundeld. Dit team ondersteunt gemeenten bij complexe casuïstiek en bevordert een uniforme toepassing van de bestaande beoordelingsruimte. Dit multidisciplinair expertiseteam bestaat uit deskundigen van onder meer de NVVB en de IND, aangevuld met deskundigheid uit kleinere en grotere gemeenten. Indien nodig wordt extra expertise gevraagd bij de DT&V en de VNG, en kunnen gemeenten gedurende de pilotfase het expertiseteam raadplegen bij twijfelgevallen. Het expertiseteam zal naar verwachting in april 2026 van start gaan en is vanaf dat moment direct beschikbaar voor ondersteuning van gemeenten bij concrete casuïstiek.

Voorts wordt de samenwerking tussen betrokken partijen geïntensiveerd om effectiever te kunnen optreden wanneer sprake is van misbruik. In april 2026 start een pilot tussen het OM en de IND gericht op het ontwikkelen en inzetten van een standaardverzoek tot vernietiging van schijnerkenningen bij de rechtbank. Dit houdt in dat het OM bij de civiele rechter verzoekt om een erkenning te vernietigen wanneer deze is gedaan met een oneigenlijk doel, zoals het verkrijgen van verblijfsrecht. Het OM dient in april 2026 drie verzoeken tot vernietiging van erkenningen in bij de civiele rechter, om deze werkwijze in de praktijk te testen en te standaardiseren. Dit moet bijdragen aan een meer efficiënte en uniforme werkwijze bij het starten van procedures tot vernietiging van schijnerkenningen.

Daarnaast wordt momenteel in samenwerking met de NVVB en de IND een pilot uitgevoerd waarin gemeenten schijnerkenningen die zijn vastgelegd in buitenlandse akten kunnen aanvechten. Dit betreft situaties waarin een erkenning in het buitenland heeft plaatsgevonden en in Nederland wordt ingeschreven in de BRP, met mogelijke gevolgen voor verblijf of nationaliteit. De NVVB heeft hiervoor modelbrieven opgesteld en verstuurd aan deelnemende gemeenten. Het advies van de IND wordt betrokken bij het aanscherpen van deze modelbrieven, zodat deze aansluiten bij het vreemdelingenrechtelijke kader. Deze modelbrieven zijn bedoeld voor situaties waarin gemeenten op basis van terugmeldingen van de IND vermoeden dat sprake is van een schijnerkenning en overwegen om de erkenning niet te registreren, dan wel een procedure te starten om de erkenning te vernietigen. Daarnaast wijst de NVVB gemeenten op de handelingsmogelijkheden bij twijfel aan de inschrijving van nieuw aangeboden buitenlandse akten. In dergelijke gevallen kunnen gemeenten, voorafgaand aan inschrijving in de BRP, nader onderzoek doen naar de erkenning. Daarbij kan, afhankelijk van de casus, afstemming plaatsvinden met de IND en – indien relevant voor de beoordeling van de erkenning naar Nederlands recht – de ambtenaar van de burgerlijke stand. Doel hiervan is om te voorkomen dat aan mogelijk frauduleuze erkenningen rechtsgevolgen worden verbonden. Ook wordt, in samenwerking met betrokken partijen, in kaart gebracht hoe de verantwoordelijkheidsverdeling binnen gemeenten is ingericht, met als doel de regie en aanspreekbaarheid te verduidelijken.

De implementatie van deze maatregelen is reeds gestart en wordt in het tweede kwartaal van 2026 verder opgeschaald. Ik informeer uw Kamer over de uitkomsten van en ervaringen met deze maatregelen.

Lange termijnmaatregelen

Voor een structurele en duurzame aanpak zijn aanvullende maatregelen nodig die wetswijzigingen vereisen. Deze worden momenteel verkend. In vervolg op hetgeen hierover in het coalitieakkoord is vermeld, verkent het kabinet op dit moment op welke wijze die maatregelen nader kunnen worden uitgewerkt. Dit betreft onder meer het beperken van het aantal gemeenten waar erkenningen van buitenlandse (derdelandse) kinderen kunnen plaatsvinden die tot verkrijging van het Nederlanderschap kunnen leiden. Deze maatregel wordt in samenhang met de andere maatregelen interdepartementaal verkend, waarbij wordt bezien hoe deze kan worden vormgegeven binnen het bestaande civielrechtelijke kader, in het bijzonder Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, waarin onder meer de bepalingen inzake erkenning en personen- en familierechtelijke betrekkingen zijn neergelegd.

Daarnaast wordt bezien of en op welke wijze de voorwaarden voor erkenning kunnen en moeten worden aangescherpt wanneer erkenning leidt tot nationaliteits- of verblijfsrechtelijke gevolgen. Wat betreft het nationaliteitsgevolg kan worden gedacht aan een eis van biologisch vaderschap voor alle kinderen dan wel het niet meer direct verbinden van het Nederlanderschap aan de erkenning voor kinderen onder de zeven jaar. Daarbij wordt nadrukkelijk aandacht besteed aan de uitvoerbaarheid en de verhouding tot het belang van het kind en de rechtszekerheid.

Voorts wordt het handelingsperspectief van de IND verkend. In dat kader wordt onderzocht of de IND bevoegd kan worden gemaakt om zelfstandig een verzoek tot vernietiging van een erkenning bij de civiele rechter in te dienen. Besluitvorming over uitbreiding van deze bevoegdheid volgt na afronding van de juridische verkenning.

Ten slotte wordt, in overleg met het OM, bezien op welke wijze strafrechtelijke vervolging van schijnerkenners kan worden vormgegeven. Daarbij wordt eerst onderzocht in hoeverre het bestaande strafrechtelijke instrumentarium, waaronder vervolging op grond van valsheid in geschrifte, toereikend is. Met deze gefaseerde aanpak beoogt het kabinet bij te dragen aan een effectievere bestrijding van schijnerkenningen, waarbij zowel op korte termijn concrete stappen worden gezet als voor de langere termijn mogelijke structurele verbeteringen van het stelsel worden verkend. De voortgang op de verschillende acties wordt gemonitord en waar nodig bijgesteld, waarbij steeds zorgvuldig wordt afgewogen hoe maatregelen zich verhouden tot het belang van het kind, de rechtszekerheid en de positie van bonafide ouders.

Het kabinet acht het van belang uw Kamer ook na deze eerste stap goed betrokken te houden bij de verdere uitwerking. Daarom zal ik uw Kamer voor het zomerreces van 2026 opnieuw informeren over de stand van zaken op dat moment, alsmede over het volledige pakket aan maatregelen, inclusief de nadere uitwerking van de voorgenomen wetsvoorstellen.

De Minister van Asiel en Migratie,

Bart van den Brink


  1. 2026D10936&id=2026Z04760">https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/kamervragen/detail?did=2026D10936&id=2026Z04760↩︎

  2. Disclaimer: De cijfers kunnen afwijken van eerdere cijfers over eenzelfde periode in vorige

    rapportages, omdat de cijfers zijn geactualiseerd. In een aantal zaken worden correcties uitgevoerd

    na het verstrijken van de rapportageperiode die pas zichtbaar worden in cijfers met een latere

    peildatum. Alle cijfers (zowel de totalen als de verschillende deelcijfers) zijn afgerond op tientallen.

    Cijfers tussen 0-9 worden vermeld als < 10. Door de afrondingen kan een ogenschijnlijk verschil

    ontstaan tussen de eindtotalen en de optelsommen van de verschillende deelcijfers.↩︎

  3. Aan de slag - Coalitieakkoord 2026-2030 | Kabinetsformatie↩︎

  4. Eén man, 25 baby’s: ‘schijnkinderen’ zijn een nieuwe manier om verblijfspapieren te krijgen - NRC↩︎