[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo]←NIEUW! [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Antwoord op vragen van de leden Lammers en Schilder over de oproep van MiGreat tot het aangaan van schijnhuwelijken

Antwoord schriftelijke vragen

Nummer: 2026D19468, datum: 2026-04-22, bijgewerkt: 2026-04-22 13:35, versie: 2 (versie 1)

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen:

Onderdeel van zaak 2026Z03379:

Preview document (🔗 origineel)


AH 1703

2026Z03379

Antwoord van minister Van den Brink (Asiel en Migratie), mede namens de staatssecretaris van Financiën (ontvangen 22 april 2026)

Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025-2026, nr. 1280

Vraag 1
Bent u bekend met de oproep van niet-gouvernementele organisatie (ngo) MiGreat om schijnhuwelijken aan te gaan om een verblijfsvergunning te krijgen? 1)

Antwoord op vraag 1
Ja.

Vraag 2
Bent u het eens met de stelling dat het aangaan van een schijnhuwelijk met het oog op verblijfsrecht huwelijksfraude is en dus strafbaar is?

Antwoord op vraag 2
Het aangaan van een schijnhuwelijk met als doel verblijfsrecht verkrijgen is in strijd met het vreemdelingenrecht. Indien sprake is van een schijnhuwelijk kan de IND bestuursrechtelijk optreden, bijvoorbeeld door afwijzing of intrekking van een verblijfsvergunning.

Strafbaarheid kan aan de orde zijn als daarbij strafbare handelingen worden gepleegd, zoals valsheid in geschrifte of het opzettelijk faciliteren van illegaal verblijf. Of in een concreet geval sprake is van een strafbaar feit, is in eerste instantie aan het Openbaar Ministerie en uiteindelijk aan de strafrechter.

Vraag 3
Bent u bereid alles op alles te zetten om huwelijksfraude tegen te gaan en, als hiervan sprake is, verblijfsvergunningen en/of paspoorten onmiddellijk met terugwerkende kracht in te trekken? Zo nee, waarom niet?

Antwoord op vraag 3
Ik vind het onacceptabel dat schijnhuwelijken met als doel het verkrijgen van verblijfsrecht plaats kunnen vinden. Ik zet mij er dan ook voor in om dit tegen te gaan.

Op het moment dat de IND aanwijzingen heeft dat sprake is van een schijnhuwelijk, kan de verblijfsaanvraag worden afgewezen of kunnen verleende verblijfsrechten, afhankelijk van de omstandigheden van het geval, met terugwerkende kracht worden ingetrokken. Hiervoor moet de IND vaststellen dat het huwelijk of partnerschap uitsluitend is aangegaan met het doel verblijfrecht te verkrijgen. Dit gebeurt of basis van verklaringen van betrokken, informatie van gemeenten, en bevindingen uit onderzoek. Veelal wordt de Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel (AVIM) van de politie gevraagd een onderzoek (adrescontrole) in te stellen. Indien het Nederlanderschap is verkregen op basis van onjuiste gegevens kan door de IND worden bezien of intrekking daarvan aan de orde is, binnen de kaders van de Rijkswet op het Nederlanderschap. Daarvoor moet worden vastgesteld dat het Nederlanderschap is verkregen op basis van fraude, misleiding of het achterhouden van relevante informatie. De IND stelt hiervoor een dossier op met de relevante feiten en bewijsstukken en beoordeelt of aan de wettelijke voorwaarden voor intrekking is voldaan. Voor de benodigde informatie en verificatie werkt de IND samen met gemeenten, bijvoorbeeld ten aanzien van gegevens uit de Basisregistratie Personen. Daarnaast kan informatie worden betrokken van andere ketenpartners, zoals de politie of toezichthoudende instanties. Daarnaast doet de IND na constatering van een schijnhuwelijk aangifte bij de politie. Dit kan leiden tot strafrechtelijk onderzoek naar mogelijke fraude of valsheid in geschrifte.

Vraag 4
Bent u het eens met de stelling dat het publiekelijk oproepen tot het plegen van een strafbaar feit strafbaar is? Zo ja, doet het Openbaar Ministerie onderzoek naar deze oproep?

Antwoord op vraag 4
In algemene zin is het publiekelijk aanzetten tot het plegen van strafbare feiten strafbaar (art. 131 Wetboek van Strafrecht (Sr)). Of een concrete uiting daaronder valt, hangt af van de precieze inhoud, context en vergt juridische beoordeling.

Het is aan het Openbaar Ministerie om zelfstandig te besluiten of er aanleiding bestaat om een strafrechtelijk onderzoek te starten. Over eventuele lopende onderzoeken worden in beginsel door het kabinet geen publieke uitspraken gedaan. Ik hecht er wel aan te benadrukken dat ik de betreffende oproep van MiGreat afkeurenswaardig vind en dat ik dit aan MiGreat kenbaar heb gemaakt.

Vraag 5
Hoe beoordeelt u de ANBI-status (Algemeen Nut Beogende Instelling) die deze ngo geniet, gelet op de strafbare oproep en het nalaten van het voldoen aan de wettelijk verplichte jaarverslagen, zoals beschreven in het artikel van NieuwRechts? 2)

Vraag 6
Bent u bereid om, in overleg met de staatssecretaris van Financiën - Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane, de ANBI-status te onderzoeken en deze in te trekken? Zo nee, waarom niet?

Antwoord op vraen 5 en 6

Omdat de Belastingdienst gehouden is aan de geheimhoudingsplicht van artikel 67 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR), kan geen informatie worden verstrekt over deze individuele instelling.

In zijn algemeenheid geldt dat een instelling op verzoek kan worden aangemerkt als ANBI indien de instelling (onder meer) uitsluitend of nagenoeg uitsluitend (ten minste 90%) het algemeen nut beoogt. Het begrip ‘algemeen nut’ is in de AWR neutraal vormgegeven en wordt, zoals ook uit de jurisprudentie blijkt, neutraal getoetst. Dat betekent dat een ANBI de vrijheid heeft om – binnen de in de wet genoemde categorieën1 – een door haar als algemeen nuttig beschouwde doelstelling na te streven. Dit neutrale karakter is een belangrijke eigenschap van de ANBI-regelgeving, omdat ANBI’s daarmee een afspiegeling zijn verschillende doelen die als algemeen nuttig worden gezien. Hiermee wordt gewaarborgd dat niet alleen doelen in lijn met bijvoorbeeld het overheidsbeleid gezien kunnen worden als algemeen nuttig. Het betreft objectieve criteria.

Het beoordelen van het recht op (behoud van) de ANBI-status aan de hand van de daarvoor bij wet gestelde voorwaarden is wettelijk voorbehouden aan de inspecteur van de Belastingdienst.2 Voor wat betreft intrekking van de ANBI-status is de inspecteur gebonden aan een limitatief aantal gronden.3 Intrekking vindt plaats ingeval een instelling niet langer voldoet aan de wettelijke voorwaarden voor de ANBI-status of als niet wordt voldaan aan de zogenoemde integriteitstoets.

Een van de wettelijke voorwaarden is dat de instelling via internetinformatie met betrekking tot haar functioneren openbaar maakt.4 Indien de inspecteur constateert dat niet aan deze voorwaarde wordt voldaan, wordt in de praktijk in de regel eerst een hersteltermijn geboden. Als de instelling na afloop van die termijn de benodigde informatie niet openbaar heeft gemaakt, wordt haar ANBI‑status ingetrokken.

De integriteitstoets houdt in dat de ANBI-status door de inspecteur wordt ingetrokken als het hem kenbaar is dat de instelling of een bestuurder, feitelijk leidinggever of gezichtsbepalend persoon van die instelling onherroepelijk is veroordeeld wegens het opzettelijk plegen van een in de ANBI‑regelgeving genoemd misdrijf. Een overtreding van wet- en regelgeving kan dus pas fiscale gevolgen hebben op het moment dat deze strafrechtelijk is afgedaan. De inspecteur van de Belastingdienst kan en mag immers niet op de stoel van de strafrechter gaan zitten.5

De integriteitstoets brengt ook met zich dat de ANBI-status wordt ingetrokken als de inspecteur gerede twijfel heeft over de integriteit van de instelling of van bovengenoemde betrokken personen én de instelling of persoon ondanks een verzoek daartoe van de inspecteur niet binnen zestien weken een verklaring omtrent gedrag (VOG) kan overleggen. Gerede twijfel veronderstelt dat de inspecteur niet te lichtvaardig kan overgaan tot het opvragen van een VOG.6 Dit mede gelet op de neutrale toetsing of sprake is van algemeen nuttige activiteiten.

Verdenkingen, niet-vervolgbare activiteiten of gedrag dat simpelweg niet aansluit bij eenieders overtuiging van wat behoort tot het algemeen nut zijn an sich geen redenen om de ANBI-status van een instelling in te trekken.

1) Instagramaccount van 'MiGreat', https://www.instagram.com/migreatnl/p/DUu_P-PAen9/

2) NieuwRechts, 16 februari 2026, 'Linkse activisten roepen op tot schijnhuwelijken: 'Deel je Nederlandse paspoort!'', https://nieuwrechts.nl/109238-linkse-activisten-migreat-roepen-op-tot-schijnhuwelijken-deel-je-nederlandse-paspoort


  1. In artikel 5b, derde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen staat een limitatieve opsomming van categorieën die worden beschouwd als algemeen nuttig.↩︎

  2. Zie artikel 5b, zesde tot en met negende lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.↩︎

  3. Zie ook Kamerstukken II 2024/25, 34 324, nr. 35 en het daarbij gevoegde advies van de landsadvocaat.↩︎

  4. Artikel 5b, eerste lid, onderdeel b en tiende lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen juncto artikel 1a, eerste lid, onderdeel j en zevende tot en met negende lid van de Uitvoeringsregeling Algemene wet inzake rijksbelastingen 1994.↩︎

  5. Vergelijk Kamerstukken II 2024/25, 36 600 IX, nr. 46.↩︎

  6. Kamerstukken II 2019/20, 35 437, nr. 7.↩︎