Antwoord op vragen van het lid Van Houwelingen over gedwongen uithuisplaatsingen
Antwoord schriftelijke vragen
Nummer: 2026D19517, datum: 2026-04-22, bijgewerkt: 2026-04-22 14:49, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: K.T. van Bruggen, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
Onderdeel van zaak 2026Z05639:
- Gericht aan: S.T.M. Hermans, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Volgcommissie: vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (đ origineel)
AH 1707
Antwoord van staatssecretaris Van Bruggen (Justitie en Veiligheid) (ontvangen 22 april 2026)
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025-2026, nr. 1576
Vraag 1
Kunt u aangeven bij hoeveel procent van de gedwongen uithuisplaatsingen (bijvoorbeeld afgelopen jaar) minstens ÊÊn van de ouders door de strafrechter (al) veroordeeld is voor (een vorm van) kindermishandeling en indien u hiertoe niet in staat bent, bent u dan bereid hier onderzoek naar te laten verrichten en zo nee, waarom niet?
Antwoord op vraag 1
Zoals de Minister voor Langdurige Zorg, Jeugd en Sport tijdens de begrotingsbehandeling van 4 maart 2026 heeft toegelicht, beschikken wij niet over de gevraagde gegevens. Ook acht ik nader onderzoek hiernaar niet zinvol. Naast kindermishandeling zijn er meer situaties die een ernstige ontwikkelingsbedreiging vormen voor een kind en daarmee een grond kunnen zijn voor een gedwongen uithuisplaatsing