Alternatieve dekking proactieve dienstverlening SZW
Voorjaarsnota 2026
Brief regering
Nummer: 2026D20035, datum: 2026-04-24, bijgewerkt: 2026-06-29 12:57, versie: 3 (versie 1, versie 2)
Directe link naar document (.pdf), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site, officiële HTML versie (kst-36915-28).
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: A.A. Aartsen, minister van Werk en Participatie (Ooit VVD kamerlid)
Onderdeel van kamerstukdossier 36915 -28 Voorjaarsnota 2026.
Onderdeel van zaak 2026Z08976:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Stemmingen en besluiten:
- 2026-05-19 16:30 ⇒ Betrekken bij de plenaire behandeling van het wetsvoorstel Wijziging van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen in verband met het bevorderen van proactievedienstverlening door het UWV, de SVB en gemeenten (Wet proactieve dienstverlening SZW) (Kamerstuk 36 799) (Besluit)
- 2026-05-12 15:45 ⇒ Rondgezonden en gepubliceerd. (Besluit)
- 2026-05-12 15:45: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-05-19 16:30: Procedurevergadering Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Procedurevergadering), vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Geen datum: Wijziging van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen in verband met het bevorderen van proactieve dienstverlening door het UWV, de SVB en gemeenten (Wet proactieve dienstverlening SZW) (36799) (Plenair debat (wetgeving)), TK
Preview document (🔗 origineel)
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2 |
| Vergaderjaar 2025-2026 |
36 915 Voorjaarsnota 2026
Nr. 28 BRIEF VAN DE MINISTER VAN WERK EN PARTICIPATIE
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 24 april 2026
Het kabinet onderkent het belang van proactieve dienstverlening, ook voor het bereiken van mensen die recht hebben op de algemene bijstand. Zij missen de nodige ondersteuning naar werk, opleiding of op een andere wijze meedoen in de samenleving en zij hebben onnodig een inkomen onder het sociaal minimum. Met proactieve dienstverlening kan dit worden voorkomen.
In de Voorjaarsnota werd het kabinet geconfronteerd met een forse tegenvaller op de SZW-begroting. Het kabinet heeft daarom keuzes moeten maken om dit financieel te dekken. Dit hield in dat het kabinet zich genoodzaakt zag om helaas het voornemen om gegevensdeling mogelijk te maken voor de algemene bijstand nog niet in werking te kunnen laten treden. Dit zou leiden tot een besparing oplopend naar structureel € 30 miljoen per jaar.1 Ik heb de Kamer hierover per brief van 2 april 2026 geïnformeerd.2 In deze brief heb ik aangegeven dat het kabinet de meerwaarde van deze gegevensdeling ziet en de wens houdt om dit voor de algemene bijstand mogelijk te maken. Ik heb daarom aangegeven dat als er weer financiële middelen beschikbaar zouden zijn, dit onderdeel alsnog in werking zou kunnen treden.
De afgelopen weken heeft uw Kamer in diverse debatten aangegeven liever een alternatieve dekking te vinden dan de aanpassing van het wetsvoorstel proactieve dienstverlening uit de Voorjaarsnota. Het kabinet heeft uw Kamer goed gehoord en is, zoals de Minister van Financiën aangaf tijdens het debat over de Voorjaarsnota 2026, op zoek gegaan naar een alternatieve dekking.
Deze alternatieve dekking is gevonden, hiermee geeft het kabinet gehoor aan de oproep van uw Kamer. Het voorstel is het tweede knikpunt in het kindgebonden budget te leggen bij € 57.950 (prijspeil 2024). Dit is een wijziging ten opzichte van het recent bij uw Kamer ingediende wetsvoorstel, waarin dit knikpunt nog op € 60.000 ligt (prijspeil 2024).3
Het kabinet vindt de aanpassing in het kindgebonden budget passend bij de ambitie uit het coalitieakkoord richting een nieuwe, zekerdere kindregeling met een hoger vast en een lager variabel bedrag. Op korte termijn zal uw Kamer een nota van wijziging op het wetsvoorstel ontvangen. Hiermee kan het onderdeel dat gegevensdeling voor de algemene bijstand mogelijk maakt samen met de rest van het wetsvoorstel proactieve dienstverlening in werking treden.
Tevens zend ik u de antwoorden op de Kamervragen van de leden Lahlah (GroenLinks-PvdA), Hamstra (CDA) en Biekman (D66) over «het voornemen van het kabinet om het actief benaderen van mensen die recht hebben op bijstand te schrappen» (Aanhangsel Handelingen II 2025/26, nr. 1767).
De Minister van Werk en Participatie,
A.A. Aartsen
Kamerstuk 36 915, nr. 1.↩︎
Kamerstuk 36 799, nr. 8.↩︎
Wijziging van de Wet op het kindgebonden budget en het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in verband met het verhogen van het afbouwpercentage voor ouders met een toetsingsinkomen vanaf € 60.000, Kamerstukken 36 923, nrs. 1, 2 en 3.↩︎