Inbreng verslag van een schriftelijk overleg over Rapport 'Gevolgen groot, opbrengsten onbekend; Onderzoek naar de anti-witwasaanpak in de bankensector' (Kamerstuk 31477-122)
Inbreng verslag schriftelijk overleg
Nummer: 2026D20062, datum: 2026-04-24, bijgewerkt: 2026-04-28 13:51, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: C.A. (Chris) Jansen, voorzitter van de vaste commissie voor Financiƫn (PVV)
- Mede ondertekenaar: W.A. Lips, adjunct-griffier
Onderdeel van zaak 2026Z04933:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Financiƫn
- Stemmingen en besluiten:
- 2026-04-23 16:00 ā Inbreng geleverd. (Besluit)
- 2026-04-09 10:00 ā Ter informatie. (Besluit)
- 2026-04-09 10:00 ā Inbrengdatum voor het stellen van vragen t.b.v. een schriftelijk overleg met de minister van FinanciĆ«n vastgesteld op donderdag 23 april 2026 om 16.00 uur. (Besluit)
- 2026-03-26 10:00 ā Reeds toegelicht door de Algemene Rekenkamer in de op 11 maart 2026 gehouden besloten technische briefing. (Besluit)
- 2026-03-26 10:00 ā Desgewenst betrekken bij het te zijner tijd te houden commissiedebat Bestrijding witwassen en terrorismefinanciering. (Besluit)
- 2026-03-17 15:45 ā Rondgezonden en gepubliceerd. (Besluit)
- 2026-03-17 15:45: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-03-26 10:00: Procedurevergadering Financiƫn (Procedurevergadering), vaste commissie voor Financiƫn
- 2026-04-09 10:00: Procedurevergadering Financiƫn (Procedurevergadering), vaste commissie voor Financiƫn
- 2026-04-09 10:00: Procedurevergadering Rijksuitgaven (KlompƩzaal) (Procedurevergadering), commissie voor de Rijksuitgaven
- 2026-04-23 16:00: Rapport 'Gevolgen groot, opbrengsten onbekend; Onderzoek naar de anti-witwasaanpak in de bankensector' (Inbreng schriftelijk overleg), vaste commissie voor Financiƫn
Preview document (š origineel)
INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG |
|
De vaste commissie voor FinanciĆ«n heeft op 24 april 2026 een aantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de minister van FinanciĆ«n over het door de president van de Algemene Rekenkamer op 11 maart 2026 toegezonden rapport met als titel āGevolgen groot, opbrengsten onbekend; Onderzoek naar de antiwitwasaanpak in de bankensectorā (Kamerstuk 31 477, nr. 122). |
|
De voorzitter van de commissie,Jansen |
|
Adjunct-griffier van de commissie,Lips |
|
I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties |
|
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het rapport van de Algemene Rekenkamer āGevolgen groot, opbrengsten onbekend; Onderzoek naar de antiwitwasaanpak in de bankensectorā. Deze leden danken de Algemene Rekenkamer voor het gedegen onderzoek en delen de hoofdconclusie dat de huidige antiwitwasaanpak onvoldoende effectief en efficient is. Deze leden zien in het rapport een stevige onderbouwing van de noodzaak om het stelsel te hervormen. De leden van de VVD-fractie stellen voorop dat het bestrijden van witwassen van groot belang is. Witgewassen geld staat niet los van criminaliteit die de samenleving ontwricht, en een effectief antiwitwasstelsel is daarmee van een groot publiek belang. Juist daarom vinden deze leden het zorgelijk dat de Algemene Rekenkamer vaststelt dat met aanzienlijke inzet van mensen en middelen honderdduizenden meldingen worden gedaan, zonder dat inzichtelijk is wat dit concreet oplevert in het voorkomen en opsporen van witwassen. Die disbalans tussen inzet en aantoonbaar resultaat raakt de kern van een doelmatig stelsel en raakt tegelijkertijd bonafide ondernemers en particulieren die onnodig last ervaren van controles. Deze leden vragen de minister hoe de hij deze disbalans weegt en welke lessen hij hieruit trekt voor de verdere inrichting van het stelsel. De leden van de VVD-fractie hebben vertrouwen in de inzet van de minister om het antiwitwasstelsel te hervormen, met als richtinggevend principe hogere barriĆØres voor criminelen en minder onnodige lasten voor bonafide partijen. Deze leden vragen de minister of hij in het rapport van de Algemene Rekenkamer een bevestiging ziet van zijn inzet en van de ambitie in het coalitieakkoord op dit dossier en op welke concrete punten het rapport aanleiding geeft tot aanscherping of versnelling van de ingezette koers. De leden van de VVD-fractie zijn een groot voorstander van risicogericht toezicht, omdat daarmee zowel de effectiviteit van de aanpak wordt vergroot als onnodige lasten voor bonafide klanten worden voorkomen. Deze leden vinden het kwalijk wanneer klanten op grond van herkomst, religie of andere persoonskenmerken anders worden behandeld. De Algemene Rekenkamer constateert hierover dat er aanwijzingen zijn voor discriminatie. Tegelijkertijd stellen deze leden vast dat risicogericht werken per definitie betekent dat niet alle klanten op dezelfde manier worden gecontroleerd. Het onderscheid tussen legitieme, onderbouwde risico-indicatoren en verboden onderscheid op basis van persoonskenmerken is daarmee het cruciale punt. Deze leden vragen de minister hoe de hij dit onderscheid in het hervormde stelsel borgt, welke waarborgen hij inbouwt tegen discriminatie en welke eisen aan de onderbouwing van risicoprofielen worden gesteld, zodat deze aantoonbaar zien op daadwerkelijke risicoās. De leden van de VVD-fractie hechten eraan dat Europese regelgeving beleidsarm wordt omgezet en dat nationale koppen zoveel mogelijk worden voorkomen, juist ook op dit dossier waar de regeldruk groot is en de effectiviteit onduidelijk. Deze leden vragen de minister op welke onderdelen het Nederlandse antiwitwasbeleid verder gaat dan Europeesrechtelijk vereist, wat de kosten en de aantoonbare meerwaarde van deze nationale koppen zijn en of het schrappen ervan dan wel een beleidsarme invoering van nieuwe regels kan bijdragen aan een effectiever en efficiĆ«nter stelsel. De leden van de VVD-fractie vragen hoe de kosten, uitgedrukt in fte en euroās, voor financieel toezicht in Nederland zich verhouden tot die in andere EU-lidstaten, zowel absoluut als afgezet tegen de omvang van de bankensector. Voorts vragen deze leden hoe deze inzet zich verhoudt tot de inzet voor toezicht en handhaving op andere nationale beleidsterreinen. Welke conclusies trekt de minister uit die vergelijking? De leden van de VVD-fractie vragen naar de actuele stand van zaken van de Implementatiewet ter voorkoming van witwassen en terrorismefinanciering (Iwt). Wanneer verwacht de minister de wet aan de Kamer te kunnen aanbieden en op welke wijze zijn de bevindingen van de Algemene Rekenkamer in deze wet verwerkt, in het bijzonder waar het gaat om het voorkomen van onnodige lasten voor bonafide ondernemers en particulieren? De leden van de VVD-fractie constateren dat het rapport niet ingaat op bedrijven die actief zijn in de vastgoedsector en hun moeilijkheden bij het openen van bankrekeningen. Deze leden vragen de minister of hij signalen heeft dat ook deze sector last ervaart van de antiwitwascontroles en zo ja, op welke wijze hij deze signalen weegt en adresseert. De leden van de VVD-fractie vinden het positief dat er een sectorconvenant tot stand komt. Deze leden vragen hoe het convenant āverbeteren toegang zakelijke betaalrekeningenā, gesloten door de NVB en VNO-NCW/MKB-Nederland, zal leiden tot concrete en zo nodig afdwingbare verbeteringen voor ondernemers, in het bijzonder in het mkb. Welke waarborgen bouwt de minister in om te borgen dat dit convenant niet vrijblijvend is en welke rol ziet hij voor zichzelf indien ondernemers hier onvoldoende resultaat van ondervinden? De leden van de VVD-fractie wijzen op het wettelijk recht op een basisbetaalrekening. Deze leden vinden het goed dat het kabinet zich inzet om dit recht voor ondernemers beter te borgen. Deze leden vragen of het kabinet dit ook regelt voor particulieren en waar ondernemers en particulieren die een bankrekening wordt ontzegd kunnen aankloppen. Vindt de minister dat de huidige voorzieningen hiertoe toegankelijk en laagdrempelig genoeg zijn? De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de conclusie van de Algemene Rekenkamer dat er beperkt inzicht is in de effectiviteit van de antiwitwasaanpak. Deze leden achten dit een zeer zorgelijke constatering, zeker gezien de hoge kosten die gemoeid zijn met Customer Due Diligence (CDD) en Know Your Customer (KYC). De leden van de VVD-fractie vragen of het kabinet naar aanleiding van dit rapport beter in kaart gaat brengen wat de opbrengsten van de grootschalige antiwitwasaanpak zijn. Is het naar het oordeel van de minister mogelijk om te sturen op een effectieve aanpak, met een hoge drempel voor criminelen, als de resultaten niet duidelijk zijn? Hoe weegt de minister dit, mede in het licht van de hoge kosten van CDD en KYC voor banken en hun klanten? De leden van de VVD-fractie constateren dat de Algemene Rekenkamer stelt dat de minister geen integraal beeld heeft van kosten, baten en effecten van de antiwitwasaanpak. Deze leden vragen de minister wat er naar zijn oordeel voor nodig is om dit integrale beeld wel te verkrijgen. Op welke termijn acht de minister het realistisch dat de Kamer over een dergelijk integraal beeld kan beschikken en welke concrete stappen zet hij hiertoe? De leden van de VVD-fractie constateren dat de Algemene Rekenkamer vaststelt dat de ministers van FinanciĆ«n en van Justitie en Veiligheid op grote afstand staan van respectievelijk DNB en de FIU en dat zij in de praktijk te weinig sturen op de doelmatige en doeltreffende taakuitvoering. Deze leden vragen de minister hoe hij deze constatering duidt en welke concrete stappen hij zet om zijn stelselverantwoordelijkheid steviger in te vullen. De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de bevindingen over de ketensamenwerking. Deze leden constateren dat de Algemene Rekenkamer stelt dat geen enkele partij het mandaat heeft om de keten van opsporing en vervolging aan te sturen of te optimaliseren. Deze leden vragen de minister hoe hij, gezien zijn rol als stelselverantwoordelijke, zijn rol ziet om wel een partij een stevig mandaat hiertoe te geven. Gaat de Europese anti-witwasautoriteit (AMLA) hier een rol in spelen en zo ja, welke? De leden van de VVD-fractie onderschrijven de aanbeveling van de Algemene Rekenkamer dat de minister van FinanciĆ«n de Kamer proactief informeert over de gevolgen van de Europese ontwikkelingen voor het nieuwe stelsel. Deze leden vragen de minister of hij bereid is om dit te doen en op welke wijze en met welke frequentie de minister de Kamer hierover zal informeren. Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie De leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van het rapport
'Gevolgen groot, opbrengsten onbekend; Onderzoek naar de
antiwitwasaanpak in de bankensector' van de Algemene Rekenkamer. Naar
aanleiding hiervan hebben de leden van de PVV-fractie nog enkele
vragen. Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie De leden van de CDA-fractie hebben bij publicatie met zorg kennis genomen van het Algemene Rekenkamer rapport 'Gevolgen groot, opbrengsten onbekend' en hebben daar navenant een set schriftelijke vragen over ingediend op 13 maart 2026. Op 7 april 2026 heeft de Kamer de beantwoording daarvan ontvangen. De leden van de CDA-fractie constateren dat er ontwijkend is gereageerd op het in kaart brengen van de kosten en impact op concurrentievermogen van banken. Is de minister alsnog bereid om hierover in gesprek te gaan met banken om dit beter in beeld te krijgen? De leden van de CDA-fractie lezen daarnaast in de beantwoording van de schriftelijke vragen dat de Wwft-verplichtingen voornamelijk tijd kosten. Los van het feit dat tijd voor vrijwilligersorganisaties een zeer belangrijke factor is, geeft het onderliggende rapport ook aan dat er veel onbegrip heerst over de aanpak en dat de huidige vormgeving slecht werkbaar is. EĆ©n van de aanbevelingen van het SIRA-onderzoek was destijds om specifiek voor de AVG en de Wwft te onderzoeken of het mogelijk is om een deel van de doelgroep uit te zonderen. Is dit destijds onderzocht? In hoeverre wordt er actief gestuurd om vrijwilligers organisaties zo veel mogelijk te ontlasten? De leden van de CDA-fractie zijn van mening dat een risicogebaseerde aanpak nodig is en kijken daarom uit naar de voortgangsbrief waarin de Kamer geĆÆnformeerd wordt over de nieuwe antiwitwasaanpak. Wat betreft de leden van de CDA-fractie is dit echter een gezamenlijke verantwoordelijkheid van banken, DNB als toezichthouder en het ministerie van FinanciĆ«n. Dit kan niet eenzijdig bij banken worden neergelegd. Graag zien deze leden een continuering van de aanpak, waarbij banken via de NVB in samenwerking met DNB standaarden opstellen. Wat is hierop de inzet van de minister? Waar ziet de minister ruimte voor verbetering? De leden van de CDA-fractie zijn tot slot benieuwd hoe de voorgestelde risicogebaseerde aanpak van Nederland wordt meegenomen in de nieuwe Europese pakket (AML pakket) ter voorkoming van witwassing. Hoe borgt het kabinet de Nederlandse werkwijze in deze Europese aanpak? Hoe wordt voorkomen dat een sterke focus op harmonisatie ten koste gaat van de positieve stappen richting een meer risicogebaseerde aanpak? Wat is de strategie van de minister om andere lidstaten hierin te betrekken? Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie De leden van de BBB-fractie hebben met verbijstering kennisgenomen van het rapport van de Algemene Rekenkamer. Deze leden constateren dat de huidige antiwitwasaanpak onvoldoende effectief en efficiĆ«nt is. De leden van de BBB-fractie maken zich grote zorgen over de verregaande inbreuk op de privĆ©sfeer van burgers, zoals beschreven in de casestudies in het rapport. Hoe beoordeelt de minister het feit dat ondernemers, die al twintig jaar probleemloos zaken doen, plotseling diepgaande vragen krijgen over transacties uit het verleden, waarbij de toon van de bank volgens het rapport is: "Je bent schuldig totdat je je onschuld hebt bewezen"? Vindt de minister het acceptabel dat een horecaondernemer bij een incidentele storting van een enkel briefje van 200 euro al mondeling moet verklaren waar dit geld vandaan komt? Uit het onderzoek onder politiek prominente personen (PEPās) blijkt dat 60 procent aangeeft dat hun familieleden ook zijn gecontroleerd door de bank. Hoe beoordeelt de minister het in het rapport genoemde voorbeeld van een 83-jarige moeder die door de bank werd gesommeerd uit te leggen waar het vermogen vandaan kwam dat zij ooit als erfenis heeft ontvangen? De leden van de BBB-fractie constateren dat de (maatschappelijke) kosten van deze aanpak hoog zijn: de onderzochte banken zetten in 2024 alleen al ongeveer 13.000 fte in voor witwasbestrijding. Tegelijkertijd stelt de Algemene Rekenkamer vast dat de ministers van FinanciĆ«n en Justitie en Veiligheid niet kijken naar de resultaten van de aanpak en dat de effectiviteit van het toezicht door DNB niet wordt geĆ«valueerd. Is de minister bereid te erkennen dat de huidige aanpak, die door de ministers zelf al als ādoorgeslagenā is bestempeld , leidt tot een situatie waarin bonafide burgers de lasten dragen terwijl zij weinig risico op witwassen opleveren? Wanneer gaat de minister de aanbeveling van de Algemene Rekenkamer opvolgen om de Kamer concreet te informeren over hoe deze aanpak risicogebaseerd wordt ingericht, aangezien dit voornemen al sinds 2019 bekend is maar nog niet is gerealiseerd? Ten slotte merken de leden van de BBB-fractie op dat het aantal meldingen van ongebruikelijke transacties explosief is gestegen naar ruim 530.000 in 2024. De Algemene Rekenkamer stelt echter vast dat de FIU niet weet welke meldingen niet bekeken zijn en de kwaliteit van meldingen niet beoordeelt. De Algemene Rekenkamer concludeert dat de concrete opbrengsten zoals aanhoudingen of veroordelingen onbekend zijn. Deelt de minister de conclusie dat de focus momenteel ligt op kwantiteit boven kwaliteit en wat gaat de minister doen om de kwaliteit van meldingen centraal te stellen in plaats van deze papieren berg aan informatie die de opsporing niet effectief dient? |